En route…

Canal du Nivernais

Na een pauze van 10 dagen neem ik terug de rugzak. Deze keer niet richting Nevers – zoals in 2014 – wel richting Bourges voor een ‘Tour de Vézelay’, een weg van zeven dagen stappen gecreëerd door Huberta en Arnout van de pelgrims herberg ‘L’ esprit du chemin’ gelegen op de weg van Nevers. Zoals velen al weten hoe mijn wandelwegen zich creëeren, nl. dat alles in beweging is en een planning vanuit de ‘mind’ andere wendingen kan aannemen wanneer men in verbondenheid, in het Nu, in de voorzienigheid leeft. Zo wordt het me al snel duidelijk dat het rondje Vézelay niet kloppend is en ik richting het Zuiden wordt getrokken.

Wanneer de pelgrim aan komt kloppen voor info ivm met de Lemovicensis ( één van de oudste historische routes naar Compostella, met als startpunt Vézelay) krijgt een ‘hospitalier’ (een persoon die pelgrims verwelkomt, een luisterend oor is en zorg draagt voor de plaatsen die de pelgrim ter beschikking ontvangt zoals keuken, slaapplaats) vaak de vraag ga ik via Bourges of via Nevers.
Vandaag zou ik antwoorden met volgende vragen:

  • hou je van veiligheid en natuur?
    Dan zeg ik alvast voor het begin ga tot in La Charité sur Loire (op de camino/GR654) en maak pas van hieruit je keuze.

Via veld- en boswegen verlaat ik Vézelay. Ergens in de hoogte op een heuvel draai ik me om en zie ik de basiliek achter me. Hoewel ik al twee kilometer verwijderd ben is het alsof ze heel dichtbij is. Een totaal ander gevoel, gewaarwording dan via Saint-Père, daar waar ze zo veraf lijkt te zijn en toch met dezelfde aantal kilometers verwijderd…. Weg is ze nooit meer.

De voorbije regen heeft de natuur heel veel deugd gedaan. Ik geniet van de rust die de natuur met zich meebrengt en heel snel voelbaar is in het lijf. Eén van de beste manier om te herbronnen, energie op te doen na de drukte of wanneer je je evrnthes verloren voelt. De natuur bron van leven. Uren stap ik door het bos. In la Maison Dieu neem ik een pauze. Zwier mijn rugzak op de bank oef…. mijn lichaam is tevreden. Rond de deur van de kerk zijn heel oude sculpturen te zien het lijken allemaal maskers te zijn, wat toch wel bijzonder is.

Het landschap, de vergezichten zijn golvend en van een aangename zachtheid voor het oog. .. in de vroege avond steek ik de rivier de ‘Yonne’ over. Een aangenaam verzorgt huisje weet me te bekoren, telkens stel ik me dan de vraag ‘zou ik hier kunnen leven’ en beeld ik me zelf in de plaats en toch telkens voel ik… hoe aangenaam het mag zijn… neen… dit is belange nog niet aan de orde…en misschien wel nooit. En dit gevoel, het idee is voor mij vandaag ok en heb ik vrede mee genomen. Wat voel ik me thuis op de weg.
Langs het kanaal ‘du Nivernais’ wandel ik verder tot in Tannay waar een ‘gîte de pelerin’ is. Voor het slapen gaan genieten mijn verhitte voetzolen van een heerlijk koud bad en wanneer ik me horizontaal leg ben ik al heel snel in dromenland.

Klik HIER voor een kortfilm

Nevers

image

1 mei – De wekker rinkelt. Zeven uur. Te vroeg. Ik draai me nog eens om. De zaligheid van een hotel kamer. Twee uur later sta ik op. Mijn benen en voeten voelen goed. Mijn dagboekje wordt aangevuld. Idem voor de blog en FB. Wat is het bevrijdend om van het laatste niet meer afhankelijk te zijn. Wandelen doet veel goeds. Ik verlaat het hotel richting de  kathedraal en het centrum waar Bernadette de Soubirou mag rusten. De regen heeft het land nog niet verlaten. Pas om 15 uur verlaat ik Nevers met een hevige korte aprilse gril in mei. Op de brug die over Loire loopt geniet ik van de dreigende wolken, de zon, de vissers, de reiger en het terug mogen stappen.  12 km verder in een klein dorpje midden de rust eindigt mijn dagje.

image

Engel

image

30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt  raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.