Kelten

image

01 juli – De natuur is stil. Geen vogel, insect te horen. Alle wilde bloemen hangen met hun kopje naar beneden.  De dikke mist toverde waterparels op de grassen. Met mijn verkoudheid begin ik aan de afdaling.  De wind laat zich zien en horen. Het regent. Hmmm, dat dacht ik tot ik mijn bril van mijn neus nam 😉  .  Tot in Triacastela daalt de weg. Het gaat behoorlijk goed ook al ben ik verkouden. In het begin van Triacastela staat een prachtige kastanje boom met wel een omvang van ongeveer drie a vier diameter. De dorpjes zijn stil en sereen.  Ik hoor een roofvogel. Mijn hoofd richt zich omhoog en zie de roofvogel landen op een rots. Komt me bekend voor. Deze keer ben ik er alleen en de roofvogel met twee. Deze keer ben ik niet richting huis, wel richting Santiago of  is het richting ‘thuis’ 🙂 . Wat verder voel ik me net in de tijd van de Kelten. Een bos vol verrassingen. Ik vraag me af hoe het is met de dansende anemoontjes en de denneappels.  Op een heuvel zie ik vier jongens op een muur zitten. Ik ga dichterbij. Waw, wat een prachtig zicht! Het Monasterium van de Benedictijnen in Samos. Daar zal ik mijn nacht doorbrengen.

Silhouet

image

30 juni – Wat verkouden vertrek ik met vijf pelgrims om de laatste berg te trotseren vóór Santiago. Het zicht is beperkt tot vijf meter. De wolken brengen kilte en vochtigheid met zich mee. Mijn handschoenen en muts kan ik eindelijk nog eens gebruiken, het was dan toch geen overbodige bagage. Elk op zijn eigen ritme stappen we in stilte. Tien uur, de eerste zonnestralen komen eventjes door de wolken schijnen. Mijn versleten wandelschoenen die ik moeilijk kan achterlaten doen het gewicht in mijn rugzak toenemen.  Dit maakt de klim niet gemakkelijk. Meer dan tweeduizend heb ik ze gedragen en zij mij.  Vandaag is het exact negentig dagen dat ik onderweg ben. Het voelt vreemd aan te weten dat het einde van deze Camino dichtbij is. Op een hoogte van duizend tweehonderd meter wandel ik Galicia binnen. In een dorpje hoog op de berg wacht ik in de zon op de anderen. Het is stil, het zicht is niet in woorden uit te drukken.  Kijkend naar de weg zie ik drie silhouetten bijna uit het niets verschijnen, twee grote en één kleine in het midden. Een vrouwelijk en een mannelijk, een kind. Hand in hand. Ik voel mijn lichaam die vraagt naar uitbarsten… mijn tranen zoeken een uitweg. In stilte en alleen wandel ik verder tot in Cebreiro.  De vele Digitalissen verwelkomen me in Cebreiro.  ’s Avonds is mijn tolerantie laag. Ik heb even genoeg van de vele luidruchtige en respect loze al of niet pelgrim in de albergue.  Nood aan een stevige en goede nachtrust.