Dworp

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Na twee keer wakker te zijn geworden door de vochtigheid, sta ik om half zeven op. Twee uur later stap ik door het Pajottenland. Kraaien en eksters zitten in het veld met hun bek open, dorstig weer. In een straat rond een kerkplein ontmoet ik de Chiro van Pepingen. Wel tientallen grote houten opslagbakken staan gevuld met allerlei spullen voor het kamp. Koelkasten worden met krimpfolie ingepakt. De Chirolokalen worden opgekuist. Straks komt een vrachtwagen alles oppikken om morgen te vertrekken naar Munsterbilzen. Nog even een groepsfoto en iedereen gaat terug aan de slag. Zij verder de opkuis, ik mijn pad.

Na het agglomeratiebord van Halle wandel ik langs een smal grindpad. De ene kapel na de ander. Een paardenwei. “Een wandelaar!”, roept een man, terwijl hij me tegemoet komt. “Goeiedag.” Ik glimlach terug. “Zin om iets te drinken?” “Oh! Een fris watertje zou me wel goed doen. Dank je”, antwoord ik, terwijl ik hem volg. In zijn tuin staan we even te praten over vrijwilligerswerk. Met een handvol versgeplukte kersen zeggen we elkaar goedendag.

In Halle ga ik de basiliek binnen. Herinneringen komen boven. Een paar jaren geleden stond ik hier voor een concert ‘Ode aan de Moeder’. Waw, wat een verschil na de restauraties die toen gaande waren. Terug naar buiten. De warmte overvalt me, alsof ik tegen een muur aanloop. Het is me duidelijk dat onmiddellijk verder stappen er niet in zit. Door een gebrek aan banken op de markt ga ik op de trappen van het gemeentehuis zitten. Picknicktijd. De laatste boterhammen van de zusters van Ninove smaken me goed. Ik kijk in mijn geldbeugel en tel. Om de hoek van de markt ga ik op een terras zitten. Schoenen uit. Benen insmeren. Een frisdrank met veel ijs. Mijn hoofd gaat neerwaarts, mijn ogen sluiten. Ik val in slaap. Pas na zeventien uur ga ik verder op stap. Via de winkelstraat verlaat ik het centrum van Halle. Over het kanaal Brussel-Charleroi. Een herkenningspunt. Een paar maanden geleden reed ik hier met de fiets richting Vézelay. Te weten dat ik hier maar op drie uren fietsen ben van thuis, geeft me een vreemd gevoel.

‘s Avonds kom ik aan in Dworp waar ik tevergeefs zoek naar een overnachtingplaats. Sedert ik in de buurt van Brabant ben gekomen is me duidelijk geworden dat deze regio minder open is. Zelfs bij een goedendag op straat. Ik klop aan bij de priester. ‘Geen plaats’ weet hij me te vertellen, terwijl hij naast een leeg dorpzaaltje staat. Een laatste huis. Ik beland er in de tuin. Twintig uur. Toch wel een vreemde situatie. Ik lig in de tuin en de eigenaar zit in een zetel voor de tv. Geen communicatie. Geen enkel contact. Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik leg me op mijn matje. Mijn armen onder mijn hoofd. Een blauwe lucht. De zon gaat onder. Ik kijk over een dal. Achter mij een bos. Ik kijk naar de honderden insecten die in de treurwilg vliegen. Langzaam sluiten mijn ogen.

GPX Dworp naar Houtain le Val

Dworp

Après m’être réveillée 2 fois à cause de l’humidité, je me lève à 6h30. Deux heures plus tard je marche à travers le ‘Pajottenland’. Les corbeaux et les pies sont dans les champs becs ouverts. Du temps qui donne soif.

Dans une petite rue autour de l’église je rencontre le Patro de Pepingen…

Des dizaines de grands bacs d’emmagasinage en bois sont remplis de divers objets pour le campement. Des frigos sont emballés dans du cellophane. Les locaux sont nettoyés. Tout à l’heure un camion viendra tout charger pour partir demain à Munsterbilzen. Encore une photo de groupe et puis retour au boulot. Ils continuent leur nettoyage et moi mon chemin.

Passé le panneau d’agglomération de Halle la promenade continue le long d’un sentier en gravier. Les chapelles se succèdent. Un pré, des chevaux.

“Un promeneur!”, crie un homme venant à ma rencontre. “Bonjour”, lui dis-je en souriant. “Envie de boire quelque chose?” “Oh! Une eau fraiche me ferait du bien, merci”, lui répondis-je tout en le suivant. Dans son jardin on parle un peu de volontariat. Une main remplie de cerises fraîchement cueillies, on se dit au revoir.

À Halle, je rentre dans la basilique. Des souvenirs me reviennent. Voici quelques années j’étais ici pour un concert ‘Ode à la Mère’. Wow, quelle différence, la restauration maintenant  terminée.

De retour à l’extérieur. La chaleur vient à ma rencontre, c’est comme ci je me heurtais à un mur. Je me rends compte que continuer mon chemin n’est pas à l’ordre du moment. Les bancs manquants sur la place, je vais m’asseoir sur les marches de la maison communale. Le pique-nique. Je savoure les dernières tartines des sœurs de Ninove, regarde dans ma bourse, compte… Derrière le coin du marché je m’installe en terrasse. J’ôte mes chaussures. J’enduis mes jambes.

Une boisson non alcoolisée avec beaucoup de glaçons. Ma tête se penche, mes yeux se ferment. Je m’endors. Il est passé 17 heures quand je reprends la route. Je quitte le centre de Halle par la rue commerciale. Je passe le canal Bruxelles-Charleroi. Un point de repère. Voici quelques mois je passais ici en vélo me dirigeant vers Vézelay. Savoir, que seulement 3 heures de bicyclette, me séparent de ma maison, me procure une sensation bizarre.

Le soir j’arrive à Dworp où je cherche vainement un endroit où loger. Depuis que je suis arrivée dans le Brabant, je me rends compte que les gens sont moins hospitaliers, même pour un bonjour dans la rue.

Je frappe à la porte du curé. Il me dit ne pas avoir de place, tout en se trouvant près d’une salle de fête vide. Une dernière maison. J’atterrie dans le jardin. Vingt heures. Drôle de situation. Je suis dans le jardin et le propriétaire dans son fauteuil devant la télé. Pas de communication. Aucun contact. Je ne me laisse pas troubler pour autant. Je m’installe sur mon matelas. Les bras sous la tête. Un ciel bleu. Le soleil se couche. Le regard sur la vallée. Derrière moi un bois. Je regarde les centaines d’insectes volants sous le saule pleureur. Mes yeux se ferment lentement.

 

Terug naar school

image

Mijn rugzak laat ik even staan in het klooster. Een bezoek aan de abdijkerk, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Indrukwekkend. Ik sta perplex van wat ik hier voel. Diepe inademing. Uitblazen. Ik voel mijn borstkas openen. Ruimte. Terug naar het klooster. Ik deel mijn ervaring van in de kerk met de zuster. Mijn haren komen recht te staan op mijn armen. Mijn ogen worden nat. Ik raak ontroerd. Zuster Jeannine wandelt eventjes mee en wijst me de weg. “God zegent en bewaart je”, spreekt zuster me toe, terwijl ze me een kruisteken op het voorhoofd geeft. Felix Concordia (eendracht maakt gelukkig). Een klaargemaakte picknick. Wat zwaarder bepakt verlaat ik Ninove.

In Meerbeke wandel ik langs de kerk. In de verte hoor ik applaus, kinderstemmen… Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt. Ik zoek de voordeur. Terug naar school. Op de speelplaats alle leerkrachten en leerlingen. Op mijn beurt wek ik de nieuwsgierigheid op van de leerkrachten. “Blijf je deze namiddag eten? Ik probeer warm eten te vinden voor je”, zegt de directeur me. “Het is vriendelijk, maar ik zal passen. Ik eet met plezier de picknick op die ik meekreeg van de zusters uit Ninove. Toch bedankt.” Om dertien uur is er vrij podium door de leerlingen. Midden op de speelplaats, een rode loper en een stoel. Juf Jo wordt in de bloemetjes gezet voor haar pensioen. ” Jullie zullen wel gezien hebben dat er hier iemand met een grote rugzak rondloopt…”, vertelt de directeur in de microfoon voor de hele school. En plots sta ik onverwachts naast juf Jo midden op de speelplaats. “Amai, dat ben ik niet gewoon”, zeg ik al fluisterend aan juf Jo. Hmm, ik denk terug aan mijn groeipunten, die ik kreeg op het einde van het Groeijaar ELW (Emotioneel Lichaamswerk®), mij meer durven laten zien. Awel, daar ben ik al goed in geslaagd. En gezien ben ik hier zeker. Na een foto verlaat ik de school. “Nog een ijsje”, roept een leerkracht. “Dank je, het is alsof ik het heb ontvangen”, antwoord ik, terwijl mijn twee handen rusten op mijn borstkas en ik met mijn hoofd wat buig.

Ik stap mijn dag verder in. Het is heel warm. Kort wandel ik een bos in. Te kort om af te koelen. Zeventien uur, het hoogste punt van Brabant. Op de Pervivoweide ‘Ik leef verder’, een weide waar kinderen overleden aan een stofwisselingsziekte een boodschap de wereld in sturen. Schoenen uit, kousen uit. Water. Een stukje appelcake, gekregen van de jarige Xander op school. Hij zag er schattig uit. Een blauw kroontje met ‘zeven jaar’ erop geschreven.

In Kester stop ik deze dag. Een moeilijke opdracht. Pas aan het negende huis komt er een glimlach en een welkom. Bij An en Peter en hun drie kinderen Fleur, Jules en Gijs. Na het eten worden er pakjes uitgedeeld voor het einde van een goed schooljaar. Samen met Gijs zet ik een tent op. Mijn kampeerstekje voor deze avond. Onder het bladerdek van een lindeboom en met het licht van de bijna volle maan val ik in slaap.

GPX Bestanden Meerbeke naar Dworp

De retour à l’école

Je laisse mon sac à dos au couvent pendant quelque temps. Je visite l’église abbatiale, La Sainte Vierge de l’Ascension. Impressionnant. Je suis perplexe quant à ce que je ressens.

Inspiration profonde. Expiration. Je sens mon thorax s’ouvrir. Espace.

De retour au couvent, je partage mon expérience de l’église avec les sœurs. Mes poils se dressent sur mes bras. Mes yeux se mouillent. Je suis émue. Sœur Jeannine m’accompagne et me montre le chemin. “Dieu te garde et te protège”, me dit-elle en déposant un signe de croix sur mon front. Felix Concordia (l’union rend heureux). Je quitte Ninove un peu plus chargée.

Un pique-nique tout prêt.

À Meerbeke, je marche en longeant l’église. Au loin j’entends des applaudissements, des voix d’enfants. Ma curiosité est éveillée. Je cherche la porte d’entrée. De retour à l’école. Sur la cour de récréation tous les enseignants et les élèves. À mon tour j’éveille la curiosité des enseignants. “Tu restes diner ce midi? J’essaie de te trouver un repas chaud”, me dit le directeur. “C’est gentil, mais je vais décliner. Je mange avec plaisir le pique-nique que j’ai reçu des sœurs de Ninove. Merci quand même.” À une heure il y a une représentation par les élèves. Au milieu de la cour, un tapis rouge et une chaise. On célèbre mademoiselle Jo qui prend sa retraite. “Vous avez sans doute tous remarqué qu’il y a ici quelqu’un avec un grand sac à dos….”, dit le directeur dans le micro, pour toute l’école. Et soudain je me retrouve, de manière complètement inattendue, près de mademoiselle Jo au milieu de la cour.

“Oh, je n’ai pas l’habitude”, dis-je tous bas à mademoiselle Jo.

Euh, je repense au points d’attention reçu à la fin de ma première année d’étude de ‘travailler le corps par l’émotion’. Oser me faire voir. Eh bien, j’y suis bien arrivée. Être vue, je le suis certainement ici.

Après une photographie je quitte l’école. “Encore une glace?”, crie un instit. Je lui réponds “Merci, c’est comme si je l’avais eue”, en joignant les mains à hauteur de ma poitrine et en penchant légèrement la tête.

Je continue ma marche de ce jour. Il fait très chaud. Je marche un bref laps de temps dans un bois. Trop peu pour me rafraichir. Dix-sept heures, le point le plus élevé du Brabant. Dans le pré Pervivo ‘Je continue de vivre’. Un pré ou des enfants décédés d’une maladie du métabolisme, lancent des messages dans le monde.

J’ôte mes chaussures et mes bas. De l’eau. Un morceau de cake aux pommes, reçu de Xander qui fêtait son anniversaire à l’école. Il était tout mignon avec sa couronne bleue, sur laquelle était écrit: Sept ans.

Je termine cette journée à Kester. Une mission difficile. C’est seulement à la neuvième maison qu’il y a un sourire et une bienvenue. Chez An et Peter et leurs trois enfants Fleur, Jules et Gijs. Après le repas, c’est la distribution des cadeaux de fin d’année scolaire réussie. Je monte une tente avec Gijs. Ma chambre pour ce soir. Sous le feuillage d’un tilleul, éclairée par la presque pleine lune je m’endors.