Tranformatie

Van LnrR. Gabriël, Michaël, Raphaël. Brandglas in de kapel Saint-Michel

Deze morgen krijg ik te horen dat de sachristienne op het einde van haar contract is en een plaatsvervanger wordt gezocht. Oh! Daar gaan we weer. Wat overkomt me! Waarom vertelt Gilles me dit, alle, ergens heb ik wel een vermoeden en voel ik het diep van binnen. Het raakt me en brengt het me in de war. Ik voel me wat verdeeld. Een verdeeldheid die ik zou kunnen delen en het zou het ook gemakkelijker maken, alleen is de tijd er nog niet rijp voor. Trouw aan mezelf.

Kapel Saint-Michaël. Onderaan L – Saint-Christophe. Bovenaan rechts. Annuntiatie, engel Gabriël, Marie en Elisabeth

Een bezoek met gids aan de basiliek en haar kapellen. In mijn hand ‘la sportelle’, het embleem van de pelgrims in Rocamadour. In de vorm van een amandel, symbool van het leven. Dankjewel Gilles.

Waar het gebouw nu is tegen de rots, daar was vroeger de rivier L’alzou, nu ligt de rivier ongeveer 80 meter lager, allé, droog.
De religieuze site is gebouwd met zeven kapellen in de vorm van een kroon.

De naam Rocamadour is afkomstig van de naam Roc- Amadour. Roc (rots) en Amadour (Amor, amour) komt van de stoffelijke resten van het lichaam van een Hermiet die men heeft terug gevonden in de rots, zijn naam was Amadour.

Kapel Notre-Dame de Rocamadour. Met een deel van een schilderij uit de 15° ‘Nous avons etait ce que vous êtes, vous allez venir ce que nous sommes’.

Kapel Notre-Dame de Rocamadour. Met de vissersklok.

Kapel Saint-Michel. Engel Seraphine, is de verbinding tussen hemel en aarde. Kenbaar aan haar vier vleugels, om haar te beschermen tegen het hemelslicht. Passeur d’ame.

De site is zo opgebouwd:

– kapel Saint-Jean, die staat voor de geboorte
– kapel Saint-Blaise, die staat voor liefde en vergiffenis. barmhartigheid
– kapel Saint-Anne. Familie
– de crypte, de dood

Deze vier kapellen vormen de mensheid, humaniteit. De bijna volmaaktheid.

Een verdiep hoger:
– basiliek Saint- Sauveur
– kapel Notre-Dame
– kapel Saint-Michel ( mi chemin entre terre et ciel. dieux envers les homme),

Deze drie staan voor Goddelijkheid

De vier kapellen van de mensheid en de drie kapellen van de Goddelijkheid vormen samen de zeven die staat voor de eeuwigheid, het universele.

Goddelijkheid, spritueel, universeel …verbonden…

De waterbron

Het bezoek duurt een twee uur en zeker de moeite waard om mee te volgen voor wie daar ooit zou gaan.

De melding van deze morgen blijft in mijn hoofd draaien. Hoewel het mij enorm aanspreekt en het me ook wel wat uitdaagt, blijf ik met beide voeten goed op de grond. Ik blijf vooral voelen en kijk wat het met me doet. Spanning komt op mijn onderrug waardoor ik niet volledig kan zakken in mijn lijf, tot ik het bewust werd. Angst is ook voelbaar. Ik laat alles toe en ga wat wandelen. Een bezoek aan een bron en wandeling in de natuur. Een telefoon met familieleden en een kortstondig gesprek met een zuster na de gebeden brengen me inzicht in wat er aan het gebeuren is. Vrouwen. Zachtheid. Op verschillende niveaus voel ik beweging en het is alsof ik gewoon sta te kijken naar mijn eigen transformatie. Het ontroerd me.
Een diep raken op hartniveau, ik omarm mezelf.

’s Avonds ga ik op mijn eentje uit eten. Mezelf verwennen met een fijne maaltijd klaar gemaakt met liefde.

Nacht

Mijn laatste kilometers richting het diepste punt op de kaart van deze weg, Rocamadour. 

De weg neemt me onmiddellijk mee diep in het bos. Ik sta stil, sluit mijn ogen en laat een windbries over mij huid glijden. Mijn voeten geankerd op de grond. Mijn armen open zodat mijn hart ruimte krijgt. Vol adem. Ik voel me dieper in mijn lijf glijden. Ik voel me ruim en vrij.
Het is rustig, sereen…

Een geweerschot. Mijn ogen openen. Ik wandel verder. Verschillende tinten groen vergezeld met wat blauw in de diepte. Warmere kleuren zoals geel, oranje, rood, bordeau…omcirkelen het groen. Een spin hangt tenmidden haar web. Ik buig me eronder door om haar kunstwerk niet te schenden.
Na weken te hebben gestapt in L’Aquitaine stap ik een nieuwe regio binnen, les Midi-Pyrenees. De Dordogne en de Lot vloeien in elkaar over. 

Aan de ingang van Souillac recht tegenover een supermarkt, ‘les Halles’ een plaats waar streekproducten worden verkocht. Waar de voeding duizend maal meer smaak en kracht. Met plezier steun ik de plaatselijke handenarbeid.
In Souillac stap ik de kerk binnen van de abdij Sainte-Marie. Een schitterend beeld van de profeet Isaïe 900 jaar geleden gesculpteerd in steen.
Op een terras eet ik met veel plezier en met volle smaak de heerlijke tomaatjes en een stukje pizza van Martine. Een dame die gisterenavond haar deur opende. Met broekspijpen verdwijnen in mijn rugzak. Een terras midden een pleintje in de zon.

Sint-Jacob, Souillac

Abdijkerk Sainte-Marie de Souillac

Ruwe witte stenen, rechts een diepte. Links een helling met lage eikenbomen, heide. Salamanders en hagedissen schuilen zich onder de gedroogde bladeren. Even langs de autoweg die ik zelf niet storend vind. Kleine dorpen verwelkomen me met de geur van bloemen, lavendel. Een eekhoorn zoekt zijn wintervoorraad terwijl een man in zijn zwembad duikt.
Een Milan Royal zweeft hoog in de lucht.

La Dordogne

Lacave

La source de Font del Truffe

Stilletjes aan daalt de zon en zal ze verdwijnen achter de rotswanden. Mijn laatste halte in Lacave. Nog vol energie stap ik verder en geniet ik van de avondzon. Het landschap is als vuur die zal worden geblust door de nacht. Het voelt zo goed en zo vertrouwt dat het zoeken naar een nachtplaats mij is ontsnapt. Via La source de Font del Truffe, richting een boerderij waar forellen worden gekweekt. Misschien mijn nachtplaats.
Na veel kloppen op de deur bij de boerderij stap ik verder. Nog zes kilometer te gaan op een weg die me onbekend is. Het is donker. Geen maan om me wat licht te geven. Een zaklamp. Enkel op 1m voor me zie ik de weg. De witte stenen maken het me wat gemakkelijker. Van 70cm breed tot 2m en terug versmallen. Ik besef dat naast me een afgrond is en dat één verkeerde stap naar rechts me een paar meter naar beneden kan brengen. Af en toe stop ik. Het licht gaat uit. Ik laat me onderdompelen in de nachtsfeer. Enkel de silhouet van de bergflank is zichtbaar. Hier en daar een boompje in de verte. Sterren zijn massaal aanwezig. Het melkwegstelsel. De roep van de uil die weergalmt in de canyon. Nooit gedacht dat ik dit zou aandurven, alleen in het donker in de natuur. Angst heeft plaats gemaakt voor kracht en zelfvertrouwen. Een nieuwe overwinning waarvan ik honderd procent heb van genoten. Me laten leiden in volle vertrouwen in wat is en wat zich aanbied.

Om 21u45 kom ik eindelijk aan in Rocamadoor en wandel ik nog via de pelgrimstrap naar boven richting een herberg voor pelgrims.

Rocamadour

Basilique de Rocamadour

Woordeloos

De laatste drie dagen niet meer geschreven. De ervaringen op de weg zijn zo groot, rakend in schoonheid, dat er geen woorden voor zijn of dat ik voel dat woorden overbodig zijn. 

Prachtige en warme ontmoetingen. Hartelijke mensen. De natuur is subliem. Ondergedompeld in geuren en kleuren. Ondergedompeld in de rijkdom van rust, stilte, ontmoeting, verbinding. Lichaam en geest worden gevoed. 

Genietend in de zon op een terras met mensen rondom mij, ’s avonds verwelkomt worden en waar delen een vanzelfsprekendheid is, tot me laten zegenen door natuurelementen en wezens diep in het bos. In verbinding met al wat is.

Graag deel ik met jullie een diepe wens. Het liefst zou ik dit geschreven jullie als cadeau willen geven. Dat het geschrevenen voor jullie werkelijkheid mogen worden. Dat de woorden zich kunnen omzetten in realiteit, in daden. Dat elk van jullie een diepe verbinding met zichzelf, met de ander mag voelen. Mag gewaarworden dat het leven door je stroomt. Dat vreugde je hart mag vullen. Dat je vanaf morgen niet enkel mij blog leest maar we samen op weg gaan waar ruimte is voor elkaar, binnen elk zijn eigen ruimte, met respect voor elk in zijn eigen waarden en  eigenheid. Waar we gewoon zijn zonder iets te moeten ‘zijn’. Op jouw tempo. Je kan het. Welkom op de weg.

Graag deel ik de voorbije dagen in beeld hier en in de volgende drie berichten. Ik heb jullie lief en dank je dat jullie er zijn. 

Sarlat

Hospitalier

Périgeux

​’Aller bonne vendage’, hoor ik aan de toog een man roepen terwijl hij zijn hand opsteekt. Het zingend accent van het zuiden is meer present.

Via de GR 654 zal ik Périgeux en Bergerac verbinden, eerst een brief posten…wat rondslingeren op de locale markt om dan richting de kathedraal te vertrekken.

La Maladrerie – vroeger pelgrimsherberg

Bolet de Satan

Langs de weg een grote dikke paddestoel. Een boleet, welkeen…ongekend. Een man op de fiets. ‘Pardon monsieur, vous connaisser un peut les champignon?’ ‘Pourqoui, vous en avez trouver une, je connais un peut’, antwoord de man terwijl hij naar de paddestoel kijkt. ‘Oh, c’est un Bolet de Satan, c’est comme cela que je les appeler quand j’étais petit. Indigest, mais pas mortelle’, volgt er al heel snel.

Vlinders fladderen rond me heen. Icarus vlinder. Kikkers kwaken, het gekwaak is net een gelach. Heide, korte brem en klavers. Onder mijn voeten talrijke bolsters en kastanjes. In de winkel worden ze verkocht aan €8/kg. Toch wel duur als je het mij vraagt,  om dan te weten dat er hier zo velen liggen te rotten.
Kort boven mij een buizerd. Hij blijft boven mij draaien zonder re stijgen. Ik open wijd mijn armen, kijk hem aan en draai mee op zijn ritme.
Het brengt me ruimte en ontspanning. Ik besef hierdoor plots dat de ervaring in de pelgrimsherberg me onder spanning heeft gebracht. Ik blijf draaien, zak hierdoor meer en meer in mijn lijf. Ontspanning komt voelbaar in mijn ruggengraat.
Tijdens het wandelen blijf ik aandacht schenken aan mijn rug. Telkens spreek ik mezelf in ‘zakken Jasmine, zakken’ en tekens verdwijnt en stukje pijn tot mijn rug ontspannen is. Het werd me ook duidelijk waarom het me zo raakte.
Er kan soms zoveel structuur zijn dat er geen ruimte niet meer is voor gehoor en menselijk contact. Men is dan zo sterk bezig met het hoofd, dat er geen ruimte meer is voor vrijheid binnen de structuur. Het zacht menselijk contact ontbreekt dan. Terwijl ik dit neerschrijf wordt ik me bewust dat wanneer het te druk wordt rondom mij ik in een bijna identiek zelfde patroon kan stappen. Dankjewel Hospitalier. 

La providence

‘Bonjour, bon chemin’, roept een vrouw me toe. Wat verder stapt ze van de fiets. ‘Heureusement que il fait moin chaud’, weet ze me verder te vertellen. ‘Oh, oui la fraicheur du matin fait du bien’, antwoord ik terug terwijl ik de straat oversteek. ‘Vous voulez des tomates pour la route?’ ‘Oh, bhein, je dirais pas non’. Een paar dagen terug vroeg mijn lichaam om water, om me te laten dobberen. ’s Avonds had ik een zwembad waar ik mijn lichaam kon laten drijven onder de sterrenhemel. Gisteren kwam in me op dat muziek en dans me goed zou doen. ’s Avonds mocht ik meegenieten van zwierende muziek en dans. Daarnet kwam bij me op dat ik groenten mis op de weg…en zie. ‘La providence’ Met een doos vol verse tomaten en wat peterselie neem ik afscheid van Annick.

Regen is op komst. Naast le vieux Poitiers een lange romeinse weg. Ik voel een beklemming boven mijn borstkas. Ik maak de riemen van mijn rugzak wat losser. Mijn lichaam schreeuwt binnenin en vraagt om een luide hoge kreet te kunnen uiten. Het lukt me niet. Een belemmering, angst. Angst om mezelf te verliezen, om gehoord te worden. En zo kom ik terug bij het gebied boven mijn keel. Een donkere dringende lucht, een weg, twee bomen. Ik hoop dat wat aanwezig is, tijdens deze tocht leven mag krijgen. Dat mijn kracht, vertrouwen en hoop in wat is en mag zijn me zal helpen vrijuit in liefde te mogen zijn.

Onder de paraplu sta ik aan het openlucht museum van la bataille de Poitiers. Een interessante geschiedenis over kelten, barbaren,  het geloof. Een tekst neemt mee in het verhaal, een beschrijving van in een heilig schrift waar letterlijk onder een vers geschreven staat: wie ten strijde vertrekt zal een grotere pardon ontvangen en verdient een grotere plaats in de hemel. Ik voel kwaadheid naar boven komen. Ik denk dat geen enkel mens die het hart op de juiste plaats heeft, die geweldloos door het leven is gegaan en gaat, ooit gemeld heeft te doden om de hemel te verdienen. Een mooi voorbeeld hoe machthebbers de bevolking in zijn greep heeft gehad en de bevolking manipuleert. En vandaag zijn er nog altijd die zich laten manipuleren. Goed en kwaad kan men vandaag zelf niet meer uit de geschriften halen. Het wordt tijd dat een herziening komt. Pijn is binnenin voelbaar aanwezig. Ik hoop dat er ooit een dag zal zijn waar de mens hier neen zal kunnen en durven tegen zeggen en waar we allen schouder aan schouder zullen kunnen staan in vrede zonder angst van machthebbers. 

Om de hoek in een bos. Een gegrom. ‘Mambo?’
Een vrouw volgt. Ze steekt haar hand op, een brede glimlach volgt. Soms zijn er van die contacten waar je voelt alsof je elkander al langer kent. We blijven zo een kwartier staan babbelen over de weg. ‘Il parait que il y a beaucoup de monde sur ‘la frances. C’est juste?’ ‘Oh vous savez si ont donne de l’atention au point noir en va le reçevoir. Et de meme si en voit le point blanc. En reçois ce que en veut voir’. ‘Oh, merci cela vient au bon moment. Demain c’est le bapteme de mon filleuil’. ‘Un jour je ferais le chemin et peut-etre plus vite que je le crois’, vertelt de vrouw me. De babbel is zo aangenaam dat het aanvoelt afsof we nog uren zouden kunnen babbelen. We nemen afscheid. ‘Comment tu t’apelle’, vraag ik. ‘Lucie’, terwijl ze zich nog omdraait en we naar elkander zwaaien.
Dit gesprek deed iets met me, alsof er antwoorden komen op de vragen waar ik me zo heb vastgehouden over het woord ‘liefde’. Alsof er op bepaalde plaatsen in mijn lijf openingen, doorstromingen komen. Ik laat het leven en in volle vertrouwen zal het me de komende dagen wel duidelijker worden.

Het laatste stuk van de dag brengt me over een lange weg tussen velden. Op en neer. Een weg die mijlen lang uitziet. Mijn voeten beginnen wat spanningen te voelen. In de verte een kerktoren. Dit zou wel mijn eindpunt kunnen zijn. Een weg die me doet denken aan la Meseta in Spanje op de Frances. 

Vendome

Vendome

​Ik haal mijn kledij van de lijn. Hmm, nog nat. Michel brengt me naar Stef waar we een gezellige babbel hebben terwijl mijn kleren in de droogkast mogen drogen. De tijd staat stil. Fijne ontmoetingen die niet vreemd aanvoelen. Alsof we geen onbekenden voor elkander zijn. Iers wat ik heel regelmatig ervaar.

De rustige kleine stad Vendome is uitnodigend. Van la Chapelle Saint-Jacques – die dienst doet als concertzaal, tentoonstellingen –  naar la Trinité – een aanrader – terug richting la Chapelle opzoek naar een vrouw die me kan helpen ivm info over de kerk. Een grote houtenpoort met een bijzondere deurklopper. ‘Bonjour, je suis a la recherche de Madame…’ , vraag ik aan een jonge heer die me verwelkomt. ‘C’est ma mère. Elle n’est pas a la maison. Entree’. Een uitnodiging volgt onmiddellijk voor het middagmaal. De openhartigheid, eenvoud en schoonheid van deze mensen raakt me. Thibault helpt verder op weg na de verrukkelijke maaltijd in familie.

La Trinité

In het park aan het kasteel verander ik van t-shirt. Ik had nooit gedacht dat ik ooit mijn zou omkleden midden een park. Daar was ik veel te angstig en bescheiden voor.

Een man en vrouw lezend in hun voortuin. De rust van het dorp. De vele kleurrijke bloemen. Grotwoningen. Ik keer even op mijn stappen terug. ‘Pardon, vous pourriez m’aider a un hébergement svp’. In de vroege vooravond blijf ik hier overnachten. Een avondwandeling met Catherine en bezoekje aan hun grotwoningen terwijl Hervé verse komkommer gaat halen in zijn moestuin. Noisette – de huispoes – zit op de uitkijk.

‘Quand la buse me montre le chemin’

j_als-de-buizerd_217x217_fr

Le livre ‘Quand la buse me montre le chemin’ de Jasmine Debels – un pèlerinage à travers la Belgique, au profit de Maladie de Charcot.

En 2013 quelque part au beau milieu des Pyrénées, je m’arrête le long de la route pour observer une buse flanquée dans un rocher. Derrière moi un court d’eau, une chapelle, le chemin de Saint-Jacques. Ma première rencontre avec le chemin de Saint-Jacques-de-Compostelle.
Le 1 avril 2014 je commence, sans préparation préalables, à parcourir ce chemin. Mon point de départ, Namur. Trois mois plus tard je suis arrivée à Compostelle.

J’avais pris gout à la marche, mais surtout à ce que la marche apporte. Une façon de voyager qui m’apporte calme, silence, pureté, harmonie, en connexion avec moi-même et l’autre, la nature et l’essentiel.

Durant l’été 2015 je marche un parcours en Belgique, plus précisément en Flandre. Je marché d’une église Saint-Jacques à l’autre en succession au camino. J’étais curieuse de découvrir et de ressentir la différence entre un chemin ou chaque jour des milliers de pèlerins passent et un chemin de pèlerinage inconnu dans mon propre pays. Comment la connexion entre les gens pouvez être. C’est comme cela qu’est né ’40 jours de marche, 40 villages, 40 rencontres et cela avec seulement 40 euro en poche’.
Une partie du parcours se déroule sur le ‘Jacobskerkenpad’ (un sentier qui à vue le jour lors du 25ieme anniversaire de l’association Flamande de Compostelle).

Comme individu et comme pèlerin le chemin en Belgique n’été pour moi pas terminer aussi longtemps que les églises Saint-Jacques du sud du pays n’étaient pas relier avec le chemin que j’avais marché. En 2016 je suis partie relier toutes les églises Saint-Jacques de Wallonie avec celle de Flandres. C’est comme cela qu’est né un nouveau chemin de pèlerinage qui relie toutes les églises Saint-Jacques de Belgique.

Plus de mille kilomètres par sentiers de GR, de magnifique réserves naturelles, foret, champs, cours d’eau, avec de temps à autre un pied au Pays-Bas, Luxembourg, France, sur des chemin qui mènent à Compostelle. Un chemin ou les frontières s’estompes et ou les liens sont présents.

Un chemin que j’aimerais partager avec vous, de façon à vous inviter, à travers mes propres expériences, à prendre le chemin, votre chemin. Une façon de ‘voyager’ dans le plus large sens du mot.
J’espère aussi en envoyant se ‘voyage’ dans le monde, que d’autres personnes marcherons sur mes pas et iront ainsi à la découverte d’eux même et à la découverte de la Belgique avec ses magnifiques régions si diversifiées et surtout à la rencontre de ses habitants. Un chemin nous reliant bien au-delà des frontières.

La Maladie de Charcot (Sclérose latérale amyotrophique (SLA).

Fin 2012 je rencontre Alain Verspecht. En 2006 Alain présente des premiers symptômes, et c’est bien plus tard que le diagnostic est rendu. Une maladie sournoise qui se glisse dans sa vie…. J’ai commencé à suivre la vie journalière d’Alain – comme photographe – après m’être arrêtée sur le pourquoi de mes images. Au lieu d’aller photographier dans un lointain pays je reste cette fois si près de la maison, car ici aussi des gens ont besoin d’aide. C’était la première fois que j’entrais en contact avec la Maladie de Charcot.

Après avoir pris, pendant quelques semaines, des photos d’Alain, j’entre en contact avec Grietje, une des filles de Magda Decock (1948-2014) elle aussi victime de la maladie. Grietje et ses sœurs on vues la rapidité avec laquelle les impacts de la maladie allé influencer la vie de leur maman. C’est la raison pour laquelle elles m’ont demander de faire un reportage d’elle. Je ne pus résister. Très vite je rends visite à Magda. Magda ne savait plus se servir de ses bras pour m’accueillir…elle le faisait avec son sourire, si grand qu’il transcende tout .

J’ai beaucoup appris aussi bien avec Alain, qu’avec Magda qui tout deux à leur manière et avec leur différente façon d’être, mon enseigné bien des choses.
Je souhaitais, par conséquent, faire quelque chose en retour. Un livre de photos sur la Maladie de Charcot, mes pour l’une ou l’autre raison se projet ne voulait pas prendre forme et il ne vis pas le jour.

Soudain cet été il me fut clair que je ne devais pas faire un livre ayant comme sujet la SLA, mais un livre au profit de la SLA. Et juste à cet instant il y avait une plume de buse à mes pieds, comme signe de confirmation. La première semence été semée. La connexion été faite. C’ est ainsi que le mouvement fut lancé, en résonance de temps. Des gens croisèrent mon chemin. Très vite une équipe c’est formé qui m’aide aujourd’hui à mener ce projet à bon terme.

Le livre ‘Quand la buse me montre le chemin’- un pèlerinage à travers la Belgique, était né.

Un livre au profit de la Maladie de Charcot, pour soutenir et prolongé la survie des patients et à terme espérer leurs guérison.

Dans le livre de 204 pages il y aura environ 200 photos, une carte géographique sur laquelle toutes les églises Saint-Jacques seront mentionnées, ainsi qu’une courte description du parcours. Il y aura aussi un journal personnel racontant les expériences en cours de route et sept dessins. Au milieu du livre un livret avec des photos en noir et blanc de Alain et de Magda.

Le livre sera présenté pour la première fois en l’église Saint-Jacques de Gand. Plus tard il y aura d’autres présentations à travers le pays.

Le livre sera imprimé avec beaucoup d’attention et de soins.