Pimprez

“Au revoir Pierre-Dominique, misschien tot een volgende keer en bedankt voor je delen” , zeg ik tegen de broeder die in de deuropening staat van de kleine abdijwinkel. “Je vertrekt!”, vraagt hij me wat verwonderd. “Ja, mijn weg is daar in beweging, onderweg zijn.Het enige vaste in het leven. Beweging.”
Op amper een uur van de abdij, en vermits ik laat vertrokken ben na eerst mijn kamer te hebben gekuist, krijg ik honger. Ik zie mensen aankomen op een parking van een zaal en vraag of er iets te doen is. Er was een wandeltocht. Wat verder vraagt een man me of ik iets zoek. “Wel ik ben op zoek naar een bar of waar ik ergens eten kan aanschaffen. Er rest me enkel een kiwi en een appel.” De man kijkt me aan, “kom ik zal wel iets voor je vinden. We zullen het vragen aan die kleine blonde kop. De burgemeester.” Zogezegd, zo gedaan. Tien minuten later sta ik tussen de inwoners van Pimprez aan de aperitief tafel, met glas water in hand en wat later mag ik met hen aanschuiven aan de barbecue.

In de zaal zie en hoor ik de mensen hoe ze plaats nemen. Gehaastheid, snel plaatsen reserveren. Het doet me wat denken aan de lezing deze morgen over de bruiloft van Kanaän. Ik zit er precies midden in. De mensheid is toch boeiend! En ik geniet van de ‘plaats’ in mijn hart. Daar waar ik mag zijn en die overal en altijd Is.
Aan tafel zit ik tussen Armand en Regine.
Ze reden ooit met de fiets naar Compostela. We hebben heel fijne momenten aan tafel. Spreken over de weg, over het leven over courante dagelijkse zaken. Over kruiden. De sfeer is gemoedelijk en familiair. Ik zie dat sommige mensen zich vragen stellen over wie ik ben en wat ik aan tafel doe. Voor sommige mensen is dit wat uit de comfort zone, voor anderen als een vanzelfsprekendheid. Ik stel de eerste al snel op hun gemak door ze aan te spreken.

Zegt de burgemeester plots, “Armand heb je al uitgelegd aan mevrouw wat er hier voordien was?”. Armand legt me uit dat de zaal waar we aan het eten zijn, dit de vroegere fabriek was van Ricqles, daar waar ze ‘Alcole de Menthe’ vervaardigen. “Och, dit heb ik als kind vaak gekregen in de wagen. Mijn vader had dit altijd bij want ik was vaak wagenziek. En een paar van die druppels op een suiker, was me altijd deugddoend. En het is nog lekker ook.” “Ik heb hier 40 jaar gewerkt” zegt Regine met grote fierheid.
Armand kent heel goed de buurt en legt me uit dat er hier ook een weg is genaamd ‘Stevenson’. “Ja, dit zag ik maar was wat verward met de weg in Zuid-Frankrijk”. Hij legde me uit dat het over dezelfde Stevenson gaat en dat hij langs hij met de Canoe vaarde, de weg die ze zullen merken en kenbaar maken.

Om vier uur in de namiddag beslis ik toch maar eens om nog wat te wandelen. Uiteindelijk wandel ik nog tot ’s avonds. In Choisy-au-Bac zie ik een huisje die mijn aandacht trekt met korte schattige gordijntjes. Ik bel aan. “Goedeavond meneer ik zoek een plaats waar ik mij tarp voor een nacht zou kunnen neerzetten. Kent u een plaats waar dit mogelijk zou zijn?” “Ja, hier”, kwam er vlot uit. En zo kwam ik aan ten huize Thierry en Myriam.

En in de plaats van mijn tarp op te zetten kreeg in een bed aangeboden in een bijhuis.

Na een goede nachtrust en een ontbijt samen met Myriam, neem ik afscheid. “En ’s embrasse”, vraagt Myriam. “Avec plaisir” ” Dank je wel dat je gekomen bent. Dankzij je komst heb je ons op het idee gebracht om ons huis open te stellen voor pelgrims. Zowel ik als Thierry houden van mensen te verwelkomen.”

Één korte dag staat me te wachten. Alle, ik plak er nog een rondje bij en geniet van een wandeling in de natuur vóór ik Compiègne binnen wandel via een lange, oneindige tuin richting het kasteel van Compiègne.

Naar het toeristisch voor de sleutel van de eerste pelgrimsherberg. Een vriendelijke dame verwelkomd me. In de herberg mag ik de eerste pelgrims ontmoeten. Joseph en Gilles, zoon en vader samen op stap. En een Nederlands koppel die weg is met de fiets tot Casablanca.

Compiègne

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

En hier

Matisse

Matisse

“Goedemorgen G. heb je goed geslapen?” “Ja, maar ik heb….”, terwijl hij met zijn handen teken maakt dat hij geweend heeft. Ik ga bij hem staan en leg mijn hand op zijn schouder terwijl ik hem aankijk, ” weet je G. tranen laten bloemen groeien.” “Dat is mooi, dat is mooi”, deelt hij terwijl hij verder de ochtendtafel dekt.
Bij het afscheid nemen aan de deur vraagt hij me, terwijl we elkander de hand geven, “wil je Jocelyne voor mij meenemen op de weg?” “Dit zal ik”, al knikkend, terwijl we allebei een hand op elkanders schouder hebben.

In afwachting tot het museum van Matisse opengaat neem ik plaats op een terras. Een potje koffie, mijn dagboek en met een deuntje op de belforttoren ‘prendre un enfant par la main’, geniet ik na van de rijke en warme ontvangst bij G. En de vele andere warme ontmoetingen op mijn weg.

Le Musée Matisse. Ik laat me meeslepen doorheen de zalen en hoe verder ik in de tentoonstelling kom, hoe meer de buiten wereld verderaf leikt te zijn. Obgeslorpt door de kleuren, de rijke woorden die me nieuwsgierig maken naar wie de mensen zijn achter het doek, de schoonheid van het aanwezige. Matisse, Picasso, Chagall…

Op een muur staat geschreven, met de woorden van Matisse na een belangrijke medische ingreep:” Vanaf nu, zal je verwezenlijken enkel waar je plezier aan beleeft zonder rekening te houden met wat anderen willen of eisen.” Ik dacht terug aan G..

Hieronder wat uitspraken uit de tentoonstelling, die trouwens een aanrader is.

‘-Il y a des fleurs partout pour qui veut bien les voir.
-Trouver la joie dans le ciel, dans les arbres, dans les fleurs.

  • Il faut regarder toute la vie avec des yeux d’enfants.

Henri matisse.’

Ik vertrek pas om 12u vanuit Le Cateau-Cambresis. Eerst even een bakkerij binnenstappen. “Waw, mevrouw wat een aangename verrassing om hier binnen te stappen. De jeugdige frisse kleuren raken de mens in hun jeugdigheid en vrolijken de mens op. Wat een aangename verrassing.”
Een bakkerij die nog in haar oorspronkelijke ‘jus’ staat zowel binnen als buiten. Opgefrist door haar persoonlijke ‘Touch’ van de dame.

L’étang de St. Crépin. Een terras. Een viswedstrijd, een grote treurwilg, schaduw, in compagnie met de hartelijke eigenaars.
“Madame ik wacht nog altijd op mirakels. Bestaat dit werkelijk”,vraagt een meneer die erbij is komen zitten. “Meneer alles hangt af van wat jij een mirakel noemt of ziet. Voor mij zijn ze er dagelijks, in de kleine dingen. Laten we onze wereld verkleinen en eens kijken op een vierkante meter in het gras wat er allemaal te zien is. We zouden versteld staan. Kleine mirakeltjes.
Neem nu ook als voorbeeld. Ik ben het museum van Matisse gaan bezoeken deze morgen. Het was verrassend mooi. Het circus van Chagall, de flora van Matisse, hun teksten… Voor mij een mirakel was daar buiten komen met de gewaarwording dat het kleine meisje in mij werd aangewakkerd, naar buiten komen met een innerlijke vreugde. Is dit geen klein mirakel!

In een straat wandel ik langs een peperkoekenhuisje. Een huisje met torentjes, half gehaakte gordijnen. Een tengere bejaarde man zit er binnen zijn omheining, op een rietenstoel met een boek in de hand midden zijn stoep en omringd door zijn kleurrijke, fleurrijke bloemen. Ik zeg hem een goedendag. Hij hoort me niet. Hij is volledig opgeslorpt door zijn stripfiguur. Voor zijn poortje sta ik wat stil, we zijn maar van een paar meter verwijderd van elkander.
De vroegere fotograaf in mij zegt ‘neem een beeld’ . Mijn hart observeert en laat de situatie tot zich komen zonder iets te ondernemen en laat zich onderdompelen door dit zachtlevend tafereel die zich voor me afspeelt. Ik stap verder zodat ik hem niet laat schrikken.

Op de ‘Allée des rêves’ in Bohain-en-Vermandois val ik in slaap na een dankbare dag vol kleur in alle vormen.

Hier nog wat beelden

Hier nog een kortfimpje

Jocelyne

“Pardon meneer, ga je vissen” , vraagt een man met een koerspet op, een groene overall en een kar in de hand met een voorovergebogen houding om mij te kunnen zien in mij tarp. “‘Neen meneer, doet u maar”, terwijl ik mij wat zichtbaar toon uit mijn slaapzak. “Oh, pardon madame heb je niet te koud om zo te slapen?” “Neen, absoluut niet”, ik draai me nog even om.

Wat verder zit iemand lenigmakende oefeningen te doen. Lars uit België op weg naar Compostella met zijn ligfiets. Hij deelt me wat plaatsen om in abdijen te kunnen overnachten. Ik stap richting de campingcar om een goedemorgen te wensen aan Roland en zijn vrouw. We delen wat over verschillende manieren van leven, over al of niet de noodzaak van een huis. Over ‘bewegend leven’. Zij doen het met een kleine bus, ik te voet.

In de kerk van Landrecies hoor ik muziek op de achtergrond ‘Les chants de la fraternités des frères et sœur de Jeruzalem’. Mijn hart maakt een vreugdesprong. Ik mis ze.

Langs het kanaal ‘Sambre à l’ Oise’ geniet ik ten volle van de bloeiende en rijke flora en fauna.

Rustend op een bankje aan de spoorweg, zie ik een vrouw wandelen met haar hondje. Wat later kruisen we elkander. “Gaat u ver zo?”, vraagt de vrouw. “Voorlopig wat ik weet is dat ik richting Vierzon stap erna weet ik nog niet. Het kan zijn dat ik ter plaatse blijf of dat ik verder stap. ” “En helemaal alleen? Heb je geen schrik? Ik zou niet durven. Ik heb veel te veel schrik en met alles wat we te horen krijgen en zien.”
Ik ga wat dichter bij de vrouw staan en we beginnen hierover een gesprek over angsten. “Angsten hebben we zelf in de hand mevrouw, voor mij ligt dit tussen onze oren. En natuurlijk is dit gemakkelijk gezegd dan gedaan. Maar net wanneer men er aandacht aan geeft dan kan men al blokkeren. Ik zie je hond. Honden hebben me veel geleerd op de weg wat angsten betreft. Wanneer ik in angst ben dan kunnen zij dit gemakkelijk opnemen en worden ze onrustig. Iemand die je kwaad wilt of geen goede intenties heeft neemt dit ook op. Die persoon zal dus je angsten zien, voelen.
Wij als vrouw hebben een sterke intuïtie. Vaak en in vele gevallen hebben we onszelf verwijderd van onze diep ‘weten’ . Dit kan uit bescherming zijn, uit angst, omdat we ons hebben laten vol proppen met negativiteit…of van alles een beetje of kijk wat er al twee jaar aan het gebeuren is rond ons. Een beter voorbeeld kunnen we niet hebben. We hebben onszelf verwijderd van onze gevoelens en gewaarwordingen. We hebben haast en nemen de ‘tijd’ niet meer om te voelen of gewaar te worden en dat omdat we het merendeel van de tijd hier hebben geleefd”, terwijl ik een opgaande beweging maak met mijn hand vanaf mijn borstkast naar boven wijzend naar het hoofd. “We zijn deze vergeten”, wijzend naar mijn buik. “Bewuster gaan leven.”
“Ik kan dit niet, ik heb teveel schrik”, herhaalt de vrouw nog eens. “Maar vanwaar komen je angsten zo sterk?” , stel ik haar de vraag terwijl ik denk aan de tv. “Kijk naar de TV…” , deelt de vrouw. “Och, sluit dit bakje maar. Daar is weinig goeds te zien. En de mooie natuurreportages dit wat ons kan verbinden wordt getoond midden de nacht. We worden of sommigen zijn het reeds geworden poppetjes met koorden aan onze armen, benen en hoofd zoals in een poppenkast. Zo laten we ons leiden of misschien kan ik wel het woord manipuleren gebruiken”, zeg ik met een glimlach en mij verder verwijderen van de dame.” Veel moed en een goede weg”, wenst de vrouw me toe. Plots gaan de lichten en de bel van de spoorbalustrade. Ik kom eventjes terug op mijn voetstappen, “Hoe komt het dat je geen schrik had van me en we zo vrij konden praten met elkaar”, vraag ik nog. “Maar dat zag ik, ik heb gevoeld dat er geen gevaar was” , zegt de vrouw. “Zie je dat het kan! Alle, tot een volgende keer op de weg onderweg”, deel ik zwaaiend naar haar.

Net voor Le Cateau-Cambresis ontvang ik een onverwachte fikse regenbui. Kletsnat stap ik het touristisch bureau in. De vriendelijke dame helpt me verder en zorgt ervoor dat ik een overnachting in het droge kan hebben bij meneer G. Nog eerst even op boodschappen om samen te eten en zo sta ik een half uurtje later kletsnat aan zijn deur met een maaltijd en twee éclairs.
Ik krijg mijn kamer toegewezen, toont de badkamer en mijn plaats aan tafel.

Een persoon die al 12 jaar in een zeker gemis, tristesse woont na het overlijden van zijn vrouw.
We hebben een gevulde avond met boeiende gesprekken over de kerk, de instantie… Over de periode waarin we vertoeven. Over het ontwaken van onze eigen mogelijkheden en het goddelijke in onszelf. Over hoe we klein gehouden geweest zijn. De vrouw en het hoofddeksel in de kerk. Intuïtie en wat er zich zichtbaar aan ons liet zien en velen hierdoor achtervolgd werden en op de brandstapel kwamen, zelfs volledige kloostergemeenschappen, Begijnen… Over wat zich vandaag afspeelt in de wereld, het ontwaken van de mens.. Een goed gevulde avond…
Toen begon hij over zijn vrouw. Hoe en aan wat ze is gestorven. Ik voel haar aanwezigheid nog heel sterk in het huis. Hij deelt me zijn leven toen en vandaag. “Ik zou je graag een vraag stellen, weet dat niets je verplicht om er op antwoorden. Is dit ook voor je?” “Ja, natuurlijk?”, terwijl G. me aankijkt. “Heb jij nooit gedacht om je verder te delen met iemand anders?” “Oh, jawel. En er zijn vrouwen genoeg die het graag zou willen”, zegt G. terwijl ik iets, zie openbloeien bij hem en zijn blik opener wordt. “Bizar, je zit op dezelfde stoel van mijn vrouw en mijn vrouw vroeg me toen net hetzelfde”, zie ik hem nadenkend delen.
“Wat hou je tegen?” “Wel hoe de andere mensen ermee zullen omgaan. Erover zeggen.” “Ach, de anderen. Zo herkenbaar. Dit kan zo een blok aan ons been zijn om die gedachte te hebben. Heb lief, laat je lief hebben G. Ga ervoor en probeer deze gedachte opzij te plaatsen. Laten we liefde verspreiden. Zodat het zich kan verderzetten. Ga niet in gevecht tegen wat komt. Gewoon aanvaarden en daarachter zal naar je toekomen wat je nodig hebt en waar je verlangens liggen”. We eindigen de avond met het delen van een niet alcoholisch drankje… We klikken onze glazen tegen elkaar, kijken elkander aan “Op Jocelyne!”.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Wilde kastanje

Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten.
En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.

Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.

Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren.
Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.

De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.

Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.

In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar.
Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Pelgrims

Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar.
Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.

Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.

Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !”
We stappen elk verder onze richting.

Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen.
In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus.
Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.

Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”

Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.

Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico.
In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.”
En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.

Klik hier voor een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

De Wilde Tijm

Mama Véronique is reeds de deur uit, op weg naar haar werk. Terwijl papa Christian Lucie, het kleine zusje van Lena naar de crèche brengt, ruimen Lena en ik de keuken. Een gezinnetje vraagt wel enige organisatie om alles in goede banen te leiden. Met verwondering, ben ik vaak onder de indruk hoe jonge gezinnen dit dagelijks in goede banen leiden.

Ik neem afscheid van papa Christian en Lena, na ik van haar mijn eerste stempel kreeg in mijn credential, haar naam eigenhandig geschreven.
Als toemaatje krijg ik een paar Lavendel bloemetjes van Lena uit de tuin en nog voor ik de hoek gedraaid ben loopt Lena nog eventjes na met een tweede boeketje en nog een dikke knuf.

Ik stap de velden in. Een Koninginnepage draait om me heen opzoek naar voedsel. Nog geen tientallen meter verder zie ik een straatbord ‘Keizerinnepad’ . Aan de andere kant van de straat bij het verder stappen zie ik een nis in de muur van een boerderij, een beeld van Moeder Maria en kindje Jezus, op haar hoofd een kroon. Twee meter verder huis nr 43 en nog wat verder 34. Ik krijg een binnenpretje.
Via de GR 122 sla ik link een weg in die me bekend voorkomt, de bouwvallige huizen die ik hier 3 jaar geleden zag, zijn met respect voor de omgeving mooi gerestaureed. Voor ik een gras weggetje neem zie ik een kleine hoeve, nr 7.
Zalig op nog geen 10 minuten en zo kort op elkaar mag ik dit alles waarnemen.

Een jonge man met een open gezicht vraagt me een rustige plaats met bankje. Ik verwijs hem naar de kapel van Dikkelvenne wat verderop. Voor hij terug zijn wagen instapt deelt hij me “je hebt een mooie hanger rond de hals”. Het symbool van ‘la fraternité di Romena’ in Italië dichtbij La Verna. Geen kruis, geen Tau. Wel het symbool dat we vandaag en allang de vruchten plukken en het lichaam allang verrezen is… in ons….

Op de middag ga ik heerlijk een terrasje doen met een hartsvriendin, die momenteel wat steun kan gebruiken. We hebben boeiende en verrijkende gesprekken. Ondertussen kreeg ik een uitnodiging om ’s avonds een volle maan meditatie mee te vieren. Op mijn beurt nodig ik haar ook uit.

Mijn tocht gaat verder van Dikkelvenne richting Zingem. Het is warm en ik zoek alle mogelijke wegen op die me meenemen doorheen bosjes waar ik hopelijk wat koelte mag gewaarworden. En voor een paar tientallen meters meer loont dit de moeite.

Op één bordje voor een uitnodigend huis staat geschreven ‘De Wilde Tijm’. De dames des huizes, Kaya, komt aangewandeld. We maken kort kennis terwijl ze haar aardenpotjes buiten brengt. Hier kan je namelijk ook pottenbakken, iets die op mijn verlangens lijstje staat.
Wat later zitten we met een paar mensen aan een lange tafel met potluck (iedereen brengt iets mee om te eten, alles komt op tafel en zo ontstaat een heerlijke maaltijd) Een zalige manier van een maaltijd te delen en heel bijzonder, ik heb het nog nooit onevenwichtig geweten. Overvloedig een heerlijk geniet ik van al het lekkers en de gemoedelijkheid hoe alles verloopt.

Voor we de volle maan samen groeten nemen we nog eerst een bad in één van de vijvers naast de Schelde.
Na een duik, hmm, duik is voor mij wel een groot woord, want ik ben niet zo happig om in wateren te stappen waar ik de bodem niet zie. Iets weet is zeker… het was genieten. In mijn blootje zwemmen in de natuur. Mijn huid voelde zacht na het natuurbad.

Na het bad deelt Kaya over deze avond…
De volgende woorden vallen. Volle maan in Aquarius, water, Leeuw, vuur, koning.
Ik kijk voor mij en zie dat we met 7 zijn waaronder 4 vrouwen en 3 mannen.
Doet me terug denken aan mijn vorige tocht.
In het terug rijden naar ‘de Wilde Tijm’ komt er nog een vrouw bij. Wat zalig we zijn met 8 aanwezig voor het avondvuur. Hoe symbolisch mooi is dit.
Kaya is werkelijk een natuurmens en vanuit een puurheid kan ze je zo op een zachte manier meenemen tijdens een verbonden ritueel waar ik kon gewaar worden hoe ik één wordt met alles rond en in mij.
Dankjewel Kaya, dank je Mireille om me deze plaats te leren kennen. Dank je Farah dat ook jij erbij was. Dankjewel ook aan de anderen aanwezigen.

Ten huize van Kaya mag ik mijn tarp opzetten op haar terrein. De opening richt ik naar het Oosten om morgen de zonsopgang te kunnen waarnemen. Het duurt niet lang dat ik de slaap mag vatten na deze verrijkende dag. Mijn tocht is alvast schitterend ingezet.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Muziek

In de eetkamer van de monniken. Een bijzonder Maria beeld.

Ik verlaat het klooster van Herbón na een gesprek met de hospitaliero en 2 dames (pelgrim, hospitaliero en die in het bestuur zitten van een Santiago vereniging in Spanje) die de avond voordien in het geniep paspoort gegevens op het register van de hospitaliero aan het fotograferen waren.
Na een nachtje erover te hebben geslapen voelde ik dat het noodzakelijk was dit te delen met de hospitaliero. De dames probeerden langs alle kanten hun onschuld te bewijzen terwijl ik ze op heterdaad bezig had gezien en gehoord had naar wat ze op zoek waren en ook persoonlijk had aangesproken dat dit niet kon.
Ik maakte duidelijk dat bewijzen, of gelijk willen halen hier niet aan de orde waren. Wat geweest is, is geweest. “I hope that it not start again”, deel ik met de dames. “Grazia Jasmine and excuse me”, zei de hospitalero. “I trust the pelgrims and I have learn my lessons, I never let my registre free on the table again.”
Hij dankte me voor mijn openheid, rechtuit zijn en eerlijkheid.

Franciscanen klooster Herbón

Het Franciscanen klooster in Herbón tellen nog drie monniken. Gisterenavond waren we – na een rondleiding door een oud- leerling – met vijf pelgrims die de pelgrimszegen ontvangden. We kregen een document van het klooster in verschillende talen, waarbij ieder afzonderlijk in haar eigen taal de tekst deelde. Het was een heel ontspannen en vreugdevolle zegen.
De Franciscanen van dit klooster waren de eersten die de peper van Padrón ‘Pimientos de Padrón’ en aardappelen mee brachten uit Mexico naar Spanje.

Van hieruit kies ik voor de CaminoEspiritual en stap ik richting de haven in Pontecesures waar ik hoop de boot te kunnen nemen tot in Vilanova de Arousa.


Gelukkige is het hoogwater pas tegen 12u en kan ik meevaren met ‘La Barca de peregrinos’.
Terwijl ik sta te wachten bekijk ik in grote lijnen mijn weg richting Zuid Portugal. Ik vergroot wat de kaart op mijn app en kijk waar Braga ligt, tussen 2 steden zie ik een kruisje en klik ik erop ‘Capela Santa Maria Madalena’ .
Bij de aankomst van de boot stapt een grote groep pelgrims af. Een school blijft nog zitten, samen met hen keer ik terug naar Vilanova.

Het varen begint over de ‘Rio Ulla’.
De leerkrachten samen met de kinderen beginnen te dansen op folklore muziek uit Galicia. Hoewel de rust een welkome was geweest tijdens het varen, geniet ik mee en voel ik de vreugdevolle stilte in mezelf.
terwijl deze vreugde gans mijn lijf vult, tranen parelen in mijn ogen. De wind blaast in mijn haren, mijn ogen sluiten en geniet.


Varend naast het zien van een eerste kruis, langs de rivier speelt het liedje ‘I want to Break free’ van Queen… Gods knows, Gods knows I want to break free.
Even onder een brug door en de ‘Torres del Oeste’ is zichtbaar, een nationaal monument in Galicia.
Aan een volgend kruis langs de oever hoor ik ‘Jerusalema’ van Master KG. Ik krijg een binnenpretje.
Een volgend lied, eentje vanuit de oude doos waar ik de titel mij nu ontsnapt, als zowel de lyrics. Wat ik me wel heel goed kan herinneren was de tekst en zijn betekenis… ‘ik zal je onder mijn armen nemen… vertrouw…’. En om te eindigen ‘Over the rainbow’ van Israel Kamakawiwo’ole. Zalig !

’s Avonds blijf ik overnachten in Vilanova. Drie portugese dames komen aan in de albergue municipale. Eentje draagt er een tambour.

Ik voel dat er binnenin weer van alles aan het bewegen is en komt de gewaarwording terug naar boven waarin mijn lichaam in een soort innerlijke huilbui terechtkomt en voorlopig de weg niet naar buiten vind. Ik voel de noodzaak om klank te geven aan deze gewaarwording. Voor ik de ruimte verlaat vraag ik de dame naast me, terwijl ik wijs naar een ander bed of de tambour van haar is. De vrouw maakt teken, ze is doofstom, en maakt duidelijk dat het van haar zus is. Zonder woorden, in stilte hebben we een kort delen.
Nadien had ik er spijt van dat ik niet heb durven vragen om samen muziek te spelen.

Baños de Montemayor

Sedert gisteren neem ik een paar verplichte dagen rust.
Een lange etappe in de regen, omdat er tussenin geen woonst aanwezig is. De verplichte lange afstand op asfalt van de voorbije 2 dagen omdat landwegen niet toegankelijk zijn, hebben zijn tol geëist op mijn ledematen.
Op een bepaald moment voelde ik zonder enige aankondiging iets springen in mijn voorvoet.
Al heel snel kwam het rood, warm met zwelling… een peesontsteking.

Gisteren morgen probeerde ik de bus te nemen om de volgende 10km asfalt te vermijden. Ik twijfelde of er wel eentje was en vroeg naar informatie. ‘Ah, Jasmine (Jazmin op zijn Spaans) waarom heb je getwijfeld’, zei ik tegen mezelf wanneer de bus aan mij voorbij reed. Ahhrrr….
De duim hielp niet, blijkbaar niet een gewoonte in Spanje.
Met veel aandacht aan mijn lichaamshouding, stap voor stap, wandelde ik op de drukke asfalt weg richting Baños de Montemayor.
De kilometers leken oneindig, de tranen stonden me nader dan het lachen. Gelukkig kwam ik iemand tegen langs de weg die voor mij een taxi wou bellen.
Aangekomen in het dorp zag ik Hannelore, even wandelde ik met haar mee om te kijken hoe mijn lijf voelde, wetend dat er verder natuur was en geen asfalt. Maar dit was tevergeefs… mijn lijf voelde zwaar, stram en had geen macht meer. Het voelde op, alsof ik plots een paar jaar ouder was.
Hier stoppen was de boodschap.

Ik passeer langs de kerk van het dorp. Santa María de la Asunción. Och, en dit net op de dag – 9 maand voor de geboortedag van Christus- waar de engel Gabriël aan Maria de boodschap bracht dat zij moeder zou worden van Jezus (Rooms Katholieke kerk en de Orthodoxe kerk). De deuren zijn op slot. Een vrouw komt op haar stappen terug, roept me en nodigt me uit om met haar mee te gaan. Ze heeft de sleutel van de kerk. Zet even het licht aan en heeft me de nodige tijd om even bij meZelf in de kerk aanwezig te zijn.

Bij het zoeken naar een overnachtingsplaats zag ik veel volk met sporttassen, witte badjassen in de straat… een kuuroord. Wat een synchroniciteit, net wat mijn lijfje kan gebruiken.

Twee relax circuit in warm water bij 43° in water die van onder het kuuroord komt waarin Sulfaat, natrium, magnesium en calcium aanwezig is. Goed voor artrose, artritis, huid en waarschijnlijk nog zoveel meer. Geef ik mezelf cadeau.

Daartussen geef ik mijn voeten, benen en bips massage met mijn zelfgemaakte olie en krijgen mijn voeten drie maal daags een ijsbadje terwijl ik op kamer ben en vooral rust.

Frequentie

Met een yoghurt in de hand stap ik naar de agent. “Heb je goed geslapen”, vragen we elkander in een beetje Engels/Spaans. Ik schenk hem de yoghurt en bedank hem voor de fijne ontvangst.

In een bar binnen stappend, net naast de kathedraal, voel ik de blik van de mannen. Het wordt stil. Ik neem een barkruk en neem plaats aan de bar, tussen hen. Ik voel dat een glimlach in mij wakker wordt.
“Un café con leche. Eeee… Uno tostado con tomates, Por favor.Grazias.” De barman lacht me zacht toe. De mannen beginnen terug te praten. (Soms denk ik in mezelf, mijn oordopjes zijn in een bar meer nodig dan in een slaapruimte.)
Mijn buurman neemt contact met me en al snel hebben we door dat we in het Frans kunnen praten.
“… todos Machista….”, legt de man uit wat de conversatie was, is tussen de mannen. Al lachend zeg ik hem…” Ik kon me wel voorstellen wat het onderwerp was, 1 vrouw, 9 mannen… Daarvoor is geen taal nodig om te begrijpen. De reden waarom ik plezier heb. Ik kon het zo raden. “

Zo een situatie was voor mij een paar jaar geleden niet mogelijk, dan had ik zelf een gedrag van ‘Machista’ aangenomen maar dan met een andere inhoud voor wat dit woord staat. Wel uit bescherming, afscherming en omdat ik niet van dit gedrag hield. Vanuit een kwetsuur. Alleen hier was niets aanwezig van een onderliggende negative toon, geen kleineren of rediculiseren van de vrouw.

Ik sta versteld van hoe de sterke drank hier in grote hoeveelheden over de toonbank glijden. Beetje naif dacht ik dat ze enkel koffie kwamen drinken. Een plaatselijk drankje Zoco 25% met Sleedoorn, kersen, honing, vleugje anijs… lijkt aantrekkelijk, maar wat het teweeg brengt op lange termijn in de bovenkamer en in de lever is veel krachtiger dan die 25%.

Wanneer ik vertrek uit de bar steek ik mijn hand op, glimlach hen allen toe en wens hen een goede dag. Met twee appelsienen extra, gekregen van de barman begint mijn dagtocht.

Uit het dorp, draai ik me nog even om en zie het zonlicht schijnen op de kathedraal van Hinojosa del Duque. Een kathedraal die absoluut niet de omvang heeft als de andere kathedralen die ik ken.
Een raam opening heeft een bijzonder mooi architectuur. Maar wat mij het meest aantrok was de kapel op dit marktplein met haar mengeling van Moorse kunst.

8u30… De natuur ontwaakt…
Mijn lijf voelt zich gedragen door de zachtheid die vertoeft in deze omgeving. Wat een hemelsbreed verschil bij de vorige weken, het gebied vóór Córdoba.

Een ochtendnevel hangt over de horizon. In de verte zijn bergen zichtbaar, misschien wel de volgende om straks te trotseren.
Een bord staat langs de weg ‘je bent uitgenodigd om deze zone netjes te houden’. Och, wat zou ik deze o zo graag meer tegenkomen om de mensen dit bewustzijn aan te leren.

De mimosa is bijna uitgebloeid. Met de zon in mijn rug wijst mijn schaduw naar het westen. Mussen zitten massaal in de struiken, bij mijn aankomst vliegen ze in een zwerm naar de volgende struik. Een pimpelmees is wat moediger en springt van het ene takje, naar het ander.
Het landschap ziet er hier en daar uit als een quilt. Als lappen harmonieus tegen elkaar.

Al wandelend voel ik plots iets bizar…
Ik kan het vergelijken als iemand die de knop aan de radio draaide zodat ik op een ander frequentie terecht kom.
Net alsof ik door de wand ben gestapt van een immense waterbubbel waarin het landschap lichtjes danst, zelfs de bomen zouden bijna kunnen dansen. Ik voel me lichaam vertragen. Ik kijk op mijn telefoon… geen bereik meer. Oeps… OK, no panic… Ga rustig verder en onderga. Ik zoek een plaatsje in de natuur waar ik me kan neervleien… Mijn Zijn neemt me mee naar een eik… Ik zet mijn stokken neer. Breng mijn beide handen plat op de boom steunend en wacht… ik voel mijn hart bonzen… Ik blijf een eindje leunend tegen de boom. Mijn lichaam ademt ruim, diep en vrij. Geen reden tot paniek.
Afwachtend… kijk ik naar de bomen rond mij… Overal, zie ik bijna in iedere boom vrouwelijke vormen…Of met de armen naar boven gericht als ‘vragend’ of naar beneden gericht als ‘aanbidden’… En anderen rechtop ‘ontvangen’.
Leunend tegen de boom, wat uitrusten en zijn kracht voelend… Bomen ik dans met jullie mee op deze golven.

Ik stap terug verder. Er is hier een klimaat voelbaar van werkelijk 2 tegenpolen. Als een magneet die men omgekeerd op elkaar probeert te brengen. Zwaar en ijl.. Op het moment dat ik verder stap besef ik dat zelfs de aarde van structuur is veranderd. Daarnet had ik zanderig doorlatende grond, nu wandel ik op een zware kleverige grond. In de verte twee roofvogels. Ik kijk op het uurwerk van mijn telefoon… 10 min zijn voorbij… het lijkt een eeuwigheid.

Rechts voor mij in de verte rijst een andere bewoonde wereld op. Huizen.
‘Komaan Jasmine een kleine 20 kilometer verspreid jullie’. .., spreek ik mezelf de moed in. Als met zwemvliezen aan mijn voeten stap ik verder. Boven mij het krijsend geluid van de arend.
Het gewicht aan mijn voeten en in mijn lijf voelt zo zwaar dat ik het gevoel heb dat ik aan het krimpen ben. Ik voel me precies een dwerg wordend. Hihi, ik begin te lachen en voel vreugde bij deze gedachte.
Op een bepaald moment stop ik… Plaats mijn twee stokken op de grond en zeg ik” ok wat wil je, ik kan hier toch niet blijven staan wat kom je me vertellen”, terwijl ik naar boven kijk.
Op dat moment hoor ik een stem van de boer in de verte die roept…
En net wanneer ik terug een voetstap zet…
Waw, 4 grote herten huppelen weg. Arenden vliegen boven me. Eentje blijft er in mijn buurt…wanneer ik hem in beeld heb, dank ik hem… Ontroerd van het gebeuren.

Ik open een hekken naar een ander terrein.
Gele, witte bloemetjes kleuren de border.
De schapenboer steekt een kudde schapen in een andere wei.
Ik word gewaar dat gans mijn Zijn terug is. Oef… Wat was dat!

Een man komt aangereden… Laat zijn venster neerdalen en roept,” Bounos dias…”, met een grote glimlach als teken van welkom. De boer gaat bergopwaarts naar het huis, zijn hond een bordercollie , volgt hem.

KLIK HIER voor een kortfilmpje

KLIK HIER voor meerdere beelden

Ying-yang

7u30 er rinkelt iets…. het is ver… Hmmm, mijn wekker. Ik kom net uit een droom. Twee grote poezen, speels en wat lomp bewegend. Oh, neen het waren twee welpen (tijger). De ene wit met zwarte lijnen, de ander zwart met witte lijnen. Ze deden me denken aan het Ying-yang teken. Ik blijf nog wat liggen. Het is donker buiten.
Deze nacht ben ik wakker geworden door hartkloppen, ze voelde diep en verhinderde om terug de nachtrust te vatten.
Ik legde toen mijn armen breed en opwaarts… en toen… kwam de wekker.

Rustig maak ik me klaar. Mijn voetkussens voelen wat gezwollen. De blaar vooraan is opgedroogd. Een ander maakt zich klaar aan de andere voet. De twee kleine blaren aan de hiel op iedere voet voorzie ik van tape. Ik herinner me mijn vader die altijd tegen me zei: “denk aan je grote teen”, als ik ergens pijn had. En dat lukt… maar nu mag ik mijn aandacht op een anderpunt leggen. Ik neem de neus zoals in de ‘Vipassana’. Eigenlijk gaat het er hem gewoon om dat je je aandacht niet bij het pijnpunt houdt, zo verdwijnt de pijn.
En een blaar, ook al is het niet aangenaam, nadien komt de verharding een natuurlijk bescherming van de huid.

Ik ben me hier bewust dat ik met verschillende zaken te dealen heb, de warmte, het gewicht in de rugzak, café con leche, de kilometers en niet te vergeten de bergstreek, het soort ondergrond waar ik op wandel. Drie zaken kan ik niets aan veranderen. Wel het gewicht van de rugzak. Ik laat mijn nieuwe buitentent achter, meedragen tot een postpunt is niet te overwegen. Geld of zelfzorg, mijn keus is snel gemaakt. Zonder mijn voeten kan ik me niet voortbewegen.

De maan staat nog in haar volle glorie te schijnen boven de bergflank, daar waar het dorp tegen gebouwd is. Terwijl aan de andere kant de zon stilletjes aan tevoorschijn komt.

Een stevig klim komt me al snel in mijn keuze bevestigen. Blij dat ik mijn boventent achterliet. Aan de andere kant van het dal hoor ik een hond huilen. Ik probeer hem waar te nemen. Ik zie hem niet. Een tiental meters blijft zijn gehuil me volgen. Ik voel me machteloos.

Bij het afdalen in een andere vallei, in de rivierbedding, geniet ik van de schaduw van de eucalyptus, de populier en de struiken.

Een pauze in Nacimiento doet me goed. In plaats van een koffie probeer ik een ‘cerveza sin alcohol’. Ik strek mijn benen uit en val bijna in slaap. Ik krijg een bericht van Nelly ‘Abla’ nog 16 km’. Pff, probeer maar in het nu te leven.
In Dona Maria stel ik me de vraag, ‘hoe zit het hier met de bejaarden. Waar gaan ze heen, of blijven ze bij de kinderen wonen. Op het moment van mijn vraagstelling hoor ik muziek. Ik ga kijken. In een klein zaaltje volgen bejaarden turnles. Ze zwaaien.

Nog een paar kilometers en ik hou het voor bekeken. Genoeg voor vandaag. Mijn dag eindigt via een mooie olijfboomgaard met een wateririgatie systeem.
Bij aankomst voel ik terug de hartkloppen door gans mijn lijf… Rusten.