Timpaan

Église Sainte Radegonde, À Saint Felix

Ik verlaat Decazeville met een heerlijke zonnestralen voelbaar in mijn rug. Het duurt echter niet lang wanneer ik mijn handschoenen mag aantrekken en grijze wolken voorbij trekken. Daar waar ik in de Aubrac op 1300m in sjort rondliep draag ik sedert ik de Lot ingestapt ben een wintervest. Wat een verandering.

Sedert twee dagen wandel ik regelmatig op asfalt, naar mijn zin wat teveel. En dit laten mijn voeten en benen me duidelijk weten.

De eerste lentebloeiers beginnen te ontluiken. Ik wandel door slapende dorpjes. Van ‘l’eglise Saint-Michel’ in Montredon langs ‘ la chapelle Sainte Marie-Madeleine’ uit de 12de eeuw met een nog goed bewaard gebleven muurschilderij. Aangekomen aan de kapel sta ik voor een gesloten deur. Ik ga opzoek naar de sleutel. Ik klop aan een huis. Iemand roept “kom binnen!” Ik open de deur. Een vrouw komt wat recht zitten in haar zetel, “Dag mevrouw, ik had heel graag de kapel bezocht binnenin. Weet u waar ik de sleutel zou kunnen vinden?” “Ja, hier”, zegt de vrouw terwijl ze moeizaam uit haar zetel komt. “Vind je het ok dat ik de sleutel meeneem. Ik breng deze ook terug en zal ervoor zorgen dat ik heel goed de deur sluit”. Tien minuten later sta ik in deze kleine goed bewaarde kapel.
Bij het terug dragen van de sleutel deelt de vrouw met een blij open gezicht “je bent de eerste die dit jaar de kapel bezoekt en dit terwijl we binnenkort ons eerste klein kind verwachten.” “Och, wat een fijn nieuws en binnenkort zet ik mijn weg verder op de voetsporen van Maria-Magdalena in Egypte”. ” Ga je naar Egypte? Wil je voor ons bidden dat alles goed verloopt bij de bevalling. Je zal ons geluk brengen.”, zegt de vrouw. Zal ik zeker doen. Jullie zullen aanwezig zijn tijdens mijn onderweg zijn. We wuiven naar elkaar. Ik stap verder en de vrouw verdwijnt achter haar deur.

Wat is het fijn om zoveel te mogen ontvangen op mijn weg en me laten te doordringen van het leven. Gewoon zijn, in beweging zonder vaste keuzes. In de flow.

Moe en voldaan kom ik aan in Saint-Felix aan een Romaanse kerk met een prachtig tympaan waar Adam en Eva worden afgebeeld met een boom en slang tussen hen.

Mijn avond eindigt bij Thierry en Jade n’a ern heetlijke soep en omelet en een spelletje dammen met een waardige tegenstander.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Mist

Romaanse brug over de Dourdou – Conques

Gisterenmorgen nam ik afscheid van Willy die zijn weg verder zette. Ikzelf nam een dagje vrijaf bij de broeders. Mijn lijf vroeg om rust en ik wou ook de tijd nemen om Conques op mij te laten afkomen. Velen zijn weg van dit pittoresk dorpje. Mij heeft het niet echt geraakt met een wauw effect. Ja, het is mooi en goed bewaard gebleven en dit weet ik telkens te appreciëren, de zorg voor het patrimonium. De zorg en eerbied voor de kwalitatieve materie die onze voorouders hebben vervaardigd vaak met de hand of met de eerste machines.
De gezongen vespers meevolgen in de kapel ‘du Rosaire’ was aangenaam en uitnodigend. De glasramen van Pierre Soulage in de abdijkerk Sainte-Foy, de soberheid en de eenvoud is in evenwicht met de Romaanse kerk.
Misschien is net die soberheid en eenvoud die de inwendige stilte streelt en ze zo waardevol maken. Ik miste echter wat natuurlijk lichtspel om hen te zien tot leven komen…wie weet voor een volgende keer.

In de mist verlaat ik het pittoresk dorp. Op een prachtig bewaard gebleven Romaanse brug laat ik mijn vogel over het water vliegen, wanneer ik hem terug roep dan wordt mijn linker kant zijn rechter en voor ik het goed en wel weet neemt hij de muur en wordt hij in het water gecatapulteerd. In le Dourdou, of werkelijk zacht is een ander iets. Helpppp… ach neen… Ik loop de brug voorzichtig af en oplettend dat ik niet wegglijd op het mos. Gelukkig staat meer dan de helft van de rivier droog. Rechts, links… och moet ik nu echt in het diepe water bij die koude. Och, foert. Het is wat het is. En net op dat moment zie ik mijn vogel tegen de flank vastgegrepen met zijn vleugel in het mos één meter diep in het heldere water. Aan een snelheid gooi ik alles van de rug en lig ik plat op mijn buik en plonst mijn ganse arm het water in om hem te redden.
Met zorg haal ik mijn batterijen en micro kaartje eruit en maak ik hem zogoed mogelijk droog en wikkel hem in een microvezel doek. Vanbinnen hoop ik dat ik hem kan redden. In de verte zie ik iemand op terras. Ik wandel naar het huis. Een kleine, grijs harige dame, gekleed in frisse tinten doet open. Haar ogen glinsteren. Ik leg de situatie uit. De vrouw laat me binnen en haalt een haardroger. Eén minuut later sta ik in een woonkamer met een herkenbare oranje haardroger uit mijn jeugd – wel 50 jaar oud- mijn vogel te drogen.
“Mevrouw ik ben blij om op deze manier je dorp te verlaten”, terwijl ik haar deelde hoe ik ontvangen werd. Een prachtig voorbeeld van licht en duister.

Met een pittige klim van wel 400m verschil laat ik Conques achter me. Het ene geluid hoorbaar zijn mijn voeten die in het contact komen afgevallen droge eikenbladeren, mijn ademhaling, het gezang van de vogels en wanneer je stilstaat kan men zelf de dauwdruppels hoorbaar vallen. Puur natuur.
De roestbruine tinten, de verschillende grijstinten, de gamma van zachte groentinten maken het plaatje compleet in dit van mistig landschap. Aan de kapel van Sainte Foy laat ik even de klok horen.

Langs de Podiensis werden er in vele dorpen een ecologisch toilet geïnstalleerd. Een schitterend iets, het zorgt voor minder toilet papier in de natuur. Alhoewel dit toch niet zo moeilijk is om het papier in een zakje te deponeren om dan vervolgens het in een vuilbak te werpen op het einde van de dag. En ook geen water- en electriciteitsverbruik.

Ik geniet verder van mijn onderweg zijn. Van de rijke ontmoetingen. Van de zoveel verschillende mensen. Van de spontaniteit die er tussen ons groeit, naarmate de uren vorderen. Het vertrouwen die de mensen in me hebben en de durf om intieme gesprekken te delen, daar waar ik onderdak krijg. Telkens weer verwarmd mijn hart wanneer ik er even bij stilsta wat ik bij hen heb achtergelaten en wat een waardevolle wisselwerking er was. Om dan de dag nadien iemand nieuw te ontmoeten, telkens opnieuw als een web die zich weeft over de aarde.

In Noailhac mag ik de hedendaagse prachtige kleurrijke glasramen bewonderen in de St. Rochus kapel van de meester glasblazer Victor Loup Deniau, waarvan zijn atelier niet ver afgelegen is van de kapel.

De mist blijft de ganse dag hangen over het wijdse landschap. Wanneer ik Decazeville nader bij valavond hoor ik beneden in het dal de vele gemotoriseerde transport middelen. De vele straatlichten gaan aan. Een lange industriegebied is zichtbaar.
Een voor één gaan de lichten binnenhuis aan over de vallei. Wat een verschil met de Aubrac waar de lichtpunten vooral deze van de sterrenhemel en de maan is.

Klik HIER voor de beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Conques

Conques

Gisterenavond kwam Mimi na de avondmaaltijd me vergezellen aan tafel. Ze had opgevangen in mijn verhaal dat ik sprak over la Fraternité de Jérusalem. Ze deelde me dat ik langs het ouderlijk huis was gestapt van de stichter van de Fraternitéit en dat een groot deel van de zusters vaak bij Mimi komen overnachten. Bijzonder. Mimi was een echte spraakwaterval. Bij ieder stuk kaas die ze gisteren presenteerde legde ze uit vanwaar het kwam en hoe het gemaakt werd. Een boeiende levendige huisvrouw.
Nog vóór het vertrek wenst Willy ons vereeuwigen op de foto. Alhoewel vereeuwigen ik weet niet of dit vandaag nog aan de orde is als ik denk dat al mijn archief beelden ergens op een hardeschijf staan die gecrasht is. Alles is vergankelijk.

Op weg naar Conques. Ik denk dat ik sedert de start van mijn eerste pelgrimstocht evenveel de naam Conques – gekend om zijn glasramen van Pierre Soulagés- heb horen klinken als Compostella.
En net door dit groot succes die hoorbaar was weerhield het me om deze weg te nemen. Ik hoorde zovaak ‘je moet’, dit is voldoende voor mij om het niet te doen. Mijn ‘r’ ebels zijn zeker. Hihi. In de winterperiode er wandelen vind ik zalig, wandelaars zijn zeldzaam en diegene die ik dan ontmoet, zijn pelgrims die op éénzelfde golflengte zitten en houden van de rust, stilte.

Een lange afdaling richting Conques. Ik doe het rustig aan voor de knieën. Ik heb wel spijt dat ik mijn sandalen niet aanheb. Ik mis hun stevigheid onder mijn voeten en vooral de vrijheid, flexibiliteit die mijn voeten mogen gewaarworden bij het dragen. En of dit een verschil zou uitgemaakt hebben in de sneeuw, neen totaal niet. Onze voeten, met gaiters en met welke schoenen ook, ze waren allen even nat.

Ik steek mijn vogel in de lucht en begeleid hem langzaam naar het begin van het dorp die in een diep dal ligt. De vele kleine pittoreske huizen zien er verlaten uit. In de winterperiode telt Conques 80 vaste bewoners. Stel je even voor hoe druk het hier kan zijn tijdens het toeristisch seizoen, 60000 pelgrims die langskomen en in het totaal 800000 bezoekers. . Helpppp.

Achter me gaat een venster open. Ik hoor een zachte stem, “heb jij toelating voor je drone? Deze worden niet toegelaten in Conques”,weet een vrouw me te vertellen vanuit het toeristisch bureau. Ik draai me om, haar zachte stem verraad de zachtheid die zichtbaar is op het gezicht van de dame,”Dag mevrouw ik kreeg geen enkel signaal, vastgesteld door de staat op mijn telefoon, dat het niet toegestaan zou zijn”,zeg ik verwonderd. “Het best is toch wel vragen aan het gemeentehuis”,terwijl de dame het venster sluit. Ik laat mijn vogel terug tot bij me komen.
Een man volledig in het zwart gekleed staat plots naast me, zijn donkere bril verbergt zijn brede donkere wenkbrauwen. Op zijn buik hangt een camera met een zoomobjectief. “Gebruik jij een drone”, terwijl hij achter mijn rug het gesprek meevolgde. Ik weet niet waar mijn aandacht eerst naartoe te brengen. “Ja”, zeg ik terwijl ik mijn vogel veilig neer laat komen. Ik word gewaar dat de man niet als collega naast me staat maar me benaderd vanuit een hoogte.”heb je de toelating gehad? Mag dat zomaar? Dit is om te spioneren. Om te kijken waar zwembaden aanwezig zijn. Schending van de privacy, ze zouden dit moeten verbieden. En zo een lawaai dat dit maakt”, floept hij het ene na het andere uit. “Het is waar een drone is geen stille camera wat spioneren onmogelijk maakt”,terwijl ik naar zijn camera kijk deel ik verder “u heeft daar een mooi téléobjectif handig om een beeld te nemen achter de hoek”. Ondertussen heeft zijn tumult voor één en andere commotie gezorgd. Een man staat te roepen bovenaan zijn venster. Een kleine tengere vrouw volledig in het zwart gekleed, komt voorovergebogen met een kwade blik aangestormt recht op mijn drone af. “Ooooo”, zeg ik terwijl ik op de knop duw en mijn vogel terug de lucht insteek “Jou vertrouw ik niet” zeg ik op een vrolijke manier, omringd door verzuurde mensen. Ik voel me precies op een speelkoer. Mijn vreugde breekt het ijs en iedereen keert terug in zichzelf.

Ik stap het toeristisch bureau binnen waarbij de lieve dame me het telefoonnummer bezorgt van het gemeentehuis. “Amai, wat was me dit een warme welkom in Conques.” en we lachen om de situatie.

Klik HIER voor meer beelden en HIER

Klik HIER voor bewegend beeld

Louisette

Espalion

Ik hoor het huis ontwaken. Een deur gaat open beneden. Ik hoor de koffiemachine pruttelen. Ik trek mijn kleren aan en ga naar de woonruimte. De geur van brandend hout gemengd met deze van koffie. Een heerlijk thuisgevoel. Nadège bracht vers brood mee voor de jongens, ikzelf neem voldoening met een potje heerlijke warme koffie die Willy deze morgen heeft gezet. Het huisje is gezellig ingericht persoonlijke spullen van Nadège zijn zichtbaar. Zo fijn het gevoel te hebben dat een gastvrouw je vertrouwt om je te laten logeren in haar eigen nestje. Ik hou van haar ingesteldheid, geen reklame, het vertrouwen in de werking van donativo, het vertrouwen in ‘la providence’. Alles wat mijn eigen hartje vult. Na een gezellige babbel met Nadège neem ik de moed samen met Willy om een nieuwe dag in te wandelen. Arsène, beëindigde vandaag zijn weg. Met zijn tweetjes stappen we verder.
Het gaat vlotjes, met twee wandelen voelt totaal anders aan. Het oneindige universum krijgt een bubbel waarbij je afgestemd geraakt op elkaar en me het gevoel heeft op een kleinere wereld te leven.

Ik nader de stad Saint Côme-d’Olt. Op een openplein staat een huis met een bijzonder dak die mijn aandacht trekt. Op een metalen hangbord staat ‘La bisquine de Jean’. Een man is er zijn klimplant aan het snoeien. De eigenaar van het huis.
“Wat een bijzonder mooi huis heb je. Zijn architectuur is heel bijzonder en je onderhoud het met zoveel zorg”, deel ik de man. Hij weet me te vertellen dat het dak ontworpen is door de architect Philibert De l’Orme. Een architect uit de 18°eeuw.
Daar waar ik dacht dat het een dak ontwerp was voor rijker mensen, is het net het omgekeerde, ontworpen voor de mens met mindere mogelijkheden.

Op de middag neem ik een pauze in het zonnetje op terras. Willy beslist om verder te stappen. Ik strek mijn benen lang uit, sluit mijn ogen en laat me inspireren voor mijn dagboek.

Ik volg de Lot tot in Espalion om tijdig aan te komen in de gîte d’étape waar ik terug Willy zal ontmoeten.

Voor mij een dame. Haar bruine lange jas hangt wat langer vooraan. Heel traag en wat houterig stapt de vrouw langs de weg leunend op een wandelkar. In het draagrekje vooraan ligt een zuurstof machine. Haar grijze krullende haren liggen golvend op haar voorhoofd. Op haar neus een leesbril die helpt haar zuurstofmasker op haar plaats te houden. Ik wandel haar heel zachtjes voorbij zodat ze niet schrikt. “Dag mevrouw, deugddoend he om nu een wandeling te maken met dit heerlijk zachte weer”. De dame kijkt me aan en delen een paar woorden. Ik vergezel haar eventjes. Bij het verder stappen vraag ik haar naam ‘Louisette’ . “Naar waar ga je”, vraagt de Louisette. ” Richting Tarbes en misschien wat verder naar Lourdes”. “Wil je een gebed voor me doen”, vraagt Louisette. ” Zal ik doen en neem je ook mee in mijn onderweg.”
Ik stap verder. Het valt me op wat een verschil in bevolking er komt hoe dichter ik de stad nader. Het voelt wat vreemd aan.
’s Avonds doe ik boodschappen samen met Willy en kies ik om heerlijk voor hem te koken.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Aubrac

Na een weldoende nacht gaat mijn tocht verder richting de Aubrac.
Maar eerst nog wat proviand voor onderweg. Wanneer ik aan de kassa kom schrik ik wat van de prijzen, die toch wel fiks opgelopen zijn.

In een dorpje ben ik opzoek naar het openbaar toilet. Helaas gesloten wegens winterperiode net zoals de vele kranen waar in de zomerperiode de wandelaar zijn fles kan vullen. De nachtelijke temperaturen dalen hier nog ver onder de nul, tot wel min 10 graden.
Ik klop aan een deur. Een vrouw doet open. Ik schat haar begin de zeventig, wat rond van vorm, steunkousen en met een wat voorovergebogen lichaam. Haar gezicht ziet er zacht uit en met haar lieve glimlach kijkt ze me aan. Een vrouw met een moederlijke uitstraling waar je wel zin zou krijgen om onder haar vleugels te vertoeven. “Dag mevrouw, zou ik even jullie toilet mogen gebruiken. Deze van het dorp is niet open”. “Natuurlijk kom binnen”, terwijl de vrouw me de weg wijst.
Voor ik terug de deur uit ga vraagt de vrouw of ik iets warms wens te drinken, met plezier aanvaard ik de uitnodiging. Terwijl de koffie machine het heerlijke geluid maakt van pruttelen en haar aroma door de keuken verspreid, staat de vrouw haar middagmaal klaar te maken. Chinese kool ligt op tafel. In de pan een stuk vlees waar af en toe een scheutje witte wijn ontvangt kwestie van te blussen. Terwijl ze met haar mollige handen de kool vast neemt om in parten te snijden vertelt ze me ondertussen gans haar levensverhaal. Ik breng mijn elleboog op tafel en leg mijn hoofd in mijn hand terwijl ik aandachtig naar haar luister en geniet van dit huiselijk tafereel. Het is warm binnenshuis. Haar man komt erbij zitten. Jacques. Hij zegt niets tot het moment zijn vrouw uitlegt wat hij voorhad. “Ik ben het leven beu”, deelt hij me met een zachte stem, mij aankijkend, met moeite kan hij articuleren. Hij kreeg een paar jaar geleden een hersenbloeding. Ik hou hen nog even compagnie. Vóór het verlaten van het huis vraag ik hen hun adres. Een kaartje zal hen deugd doen.

Mijn weg gaat in stijgende lijn en al heel snel kom ik op een altitude van 1200m in het Parc naturel régional de l’Aubrac. Wanneer ik op het hoogste punt kom zie ik de warme gloed van de avondzon. Ik check even mijn kaart om te zien hoever het nog is naar een dorp. Het is hier zo mooi dat ik zin heb om hier te overnachten, ik kan het me echter niet veroorloven wat betreft de nachtelijke temperaturen. Ik wacht tot de zon volledig onder is en aanschouw dit prachtig natuurspel. De schoonheid geeft me kracht en bij het vallen van de nacht vind ik midden een dorp een broodoven. Daar waar wekelijks vroeger het brood werd gebakken.
Ik zet de twee banken die er staan tegen elkander en maak mijn bed. Ik ga op zoek naar houtsprokkels en in een verlaten schuur vind ik hier en daar een stuk droog hout om mij op te warmen.
Met het licht van de houtkachel denk ik aan deze prachtige dag en aan wat ik de voorbije dagen al heb mogen beleven en ervaren. Met een vreugdevol gevoel val ik in slaap.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor nog wat beelden

Monique

Ik wandel richting de gîte, restaurant die ik gisterenavond was binnengestapt. Ik was er niet gebleven omdat ik geen nood had aan een volpension. Ik duw de deur open. Monique de eigenares komt in de zaal. Haar zoon staat achter de toonbank.
We wensen elkander een goede morgen.
“Heb je nog iets gevonden om te slapen?”, vraagt Monique me met een uitnodigende glimlach. “Ja, ik ben wat verder gaan slapen bij Monsieur Coco en nu kom ik hier een heerlijke koffie drinken”, deel ik terwijl ik mijn rugzak neerzet en mijn vest uittrekt. “Bonjour, een koffie alstublieft”, Monique en ik geraken aan de babbel. Monique deelt me situaties over het gedrag en de evolutie door de jaren heen van pelgrims op de Podiensis. Over hoe weinig respectvol sommigen zijn met de materie van anderen en in de omgang met anderen. Iets wat me niet verwonderd. En dit is voelbaar langs de weg wanneer ik ga aankloppen aan de deuren. Vele bewoners zijn het beu.

Men gaat in de tuinen zitten van de bewoners, laat de vuiligheid achter in de prachtige natuur, overmatige luidruchtigheid, ploft zich neer aan een tafel en vult gans de ruimte waardoor andere geen kans hebben om bij te zitten, komt binnen zonder een goede dag, zet de chauffage vollenbak om kleren te laten drogen, dekens die op de grond liggen, deuren en lichten die blijven openstaan bij vertrek, eigen afwas die met niet opruimd… En tegen een vrouw die jong van geest is, nog altijd goed fit, die ervoor zorgt dat de pelgrim aan betaalbaar tarief een heerlijke maaltijd ontvangt, die een huiselijke sfeer heeft in haar herberg zeggen ‘zou je niet beter met pensioen gaan’ en dit omdat het interieur niet passend is naar de smaak van de pelgrim een interieur die niet meegroeide met het commercieel gedoe en mode. De verhalen die ik soms hoor, wel ik schaam me in hun plaats. Elementaire beleefdheid is een minimum wat we kunnen doen. Want ja jij pelgrim, vergeet niet dat je iedere dag ergens wel onderdak ontvangt en eten op je bord krijgt. Velen kunnen dit vandaag op de wereld niet zeggen. Zonder hen zou je deze weg, deze wegen niet bewandelen. Dus laten we respect hebben voor alles wat je ontmoet ook al is het niet altijd naar je zin.
Ik verlaat de zaak en we maken nog een grap om te relativeren. En mensen wanneer je ooit in Saint Alban sur Limagnole aankomt ga zeker eens binnen bij Monique en haar zoon. Neem de tijd om aan te komen en proef haar heerlijke omelet aux cèpes en dit voor maar drie euro.

En laat ik dan nog op zij de verhalen van de commercanten onder elkaar. Soms denk ik dat ik hier beter een soap zou neerschrijven. Ik zou al heel snel een boek kunnen publiceren. Hihi.

Daar waar succes is en waar men zijn limiet niet kent is heel vaak onvrede. Het verwijderd ons vaak van wie we zijn omdat men voortdurend de ogen naar buiten richt en niet zozeer meer naar binnen.

Ik wandel richting de kerk. Een man spreekt me aan. We blijven wat praten. Wanneer ik de kerk binnenstap en terug naar buiten kom zie ik de man mij opwachten. Hij vraagt me, “Denk je dat wat gebeurt is in Turkije dat dit in Frankrijk kan gebeuren?” Ik laat het even stil worden en vraag hem waarom hij me deze vraag stelt. “Uit nieuwsgierigheid en drie jaar geleden was er ergens in Frankrijk een kleine aardbeving”. “Zelf heb ik geen glazen bol en kan ik niet in de toekomst kijken. Ik kan wel delen, waarom zou Frankrijk er gespaard van blijven! De natuur reinigt zichzelf en zal altijd zorgen voor balans. De natuur blijft altijd in beweging en vermits wij daar deel van uitmaken is het belangrijk om samen met haar te werken en niet tegen haar. Kijk naar het ijs. Wat doet het ijs verwarmt door de zon, het smelt. Ijs die geen warmte krijgt zet zich verder uit. Als het ijs dan nog eens opgesloten zit in iets, dan gaat het omhulsel barsten op termijn. Kijk nu even naar de mens. Zo gebeurt dit ook met ons lijf. Wanneer we tranen niet laten vloeien gaat het zich ophopen en gaat het ergens een uitweg zoeken, die uitweg is vaak ziekte en ziekte kan men zien als een reiniging. En die ziekte kan ons iets bijbrengen ook al is dit voor velen geen evidentie om te aanhoren.

Ik kom op de plateaus van de Aubrac. Een wind komt opsteken. Het landschap is veranderd in openvlaktes met veel naaldbomen. Onder mijn voeten een zachte bedding met een vulling van aarde en naalden van de bomen.
Ik bewonder een rode wouw die zich laat glijden op de golven van de wind. Wat een elegantie.
Tijdens een pauze kijk ik naar mij dij. Ik wordt gewaar dat het wat stijf, dik en warm aanvoelt. Wanneer ik mijn broekspijp af doe zie ik inderdaad een ontstoken dijbeen die er gezwollen uitzie en daar waar de prik is staan er gele vochtige blaasjes. Bij aankomst in Aumont Aubrac stap ik een apotheek binnen voor een antihistaminica en antibacterie zalf.
Ik zoek het klooster en vraag aan een zuster of er iemand is die me zou kunnen onderdak geven, un Acceuil pèlerin. De zuster belt iemand op. “Annie kan zou jij deze avond een pelgrim kunnen ontvangen?”, vraagt de zuster aan telefoon.
Een uur later komt Annie af. Ze opent een deur en voel dat ze gehaast is. Het wordt me duidelijk dat ik in een commerciële gîte terecht ben gekomen en dat een acceuil pèlerin hier een totaal andere invulling heeft.
Gelukkig toch een dak boven mijn hoofd en een gezellig ingerichte gîte. Ik zou zeggen een luxe gîte. Ook al is dit niet wat ik zoek op de weg.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Saint Alban-sur-Limagnole

“Goedemorgen. ,” “Goedemorgen, heb je goed geslapen?”, vraagt Marc. “Alvast veel beter dan de vorige nacht, dankjewel. Marc, ik zag je slaapzakken hangen boven in de kamer. Hoe onderhoud jij ze?” en deel het verhaal van mijn slaapzak. “Ja dat ken ik, mijn zoon heeft dat ook ooit eens gedaan. Ik wil je niet ontmoedigen, maar dat kan je nooit meer goed krijgen. Ik was ze nooit”, deelt hij me met opgetrokken ogen.
In de loop van de dag bel ik de winkel waar deze werd aangeschaft. Eenzelfde antwoord. Zuttt! Het is wat het is.

De weg begint deze morgen in klimmende richting met een dikke pak sneeuw. Ik stijg richting de 1300m.
De sneeuw is best te doen zonder sneeuwraketten. De natuur is zo bewonderensmooi dat ik soms vergeet te stappen. Met volle teugen geniet ik van het landschap en de stilte die de sneeuw met zich meebrengt. Een stilte en leegte in al zijn vol-heid. Ontroering, tranen van vreugde

Bij het stijgen komt mijn grootmoeder even in mijn gedachten. Ik krijg een binnenpretje. Mijn grootmoeder vond dat ik als puber benen had als bonenstaken, wat wil zeggen, rechte benen zonder enige vorm. Ook al was ik er even ingestapt in de niet zo fijne opmerking, begreep ik vanwaar deze kwam en verzachte haar opmerking.
Mijn grootmoeder had benen die dubbel waren in omtrek dan mijn benen, kloek gevormd ver van mannequin vorm of wat zij mooi vonden. Hoe haar benen waren in evenwicht met de rest van haar lichaam. Haar harde bolster kon ze zo moeilijk doorbreken, gelukkig kon ik erdoor zien.

Terwijl ik even stil sta om beelden in de lucht te nemen voel ik iets over mijn been wandelen. Een insect zit gevangen. Ik probeer snel mijn broek uit te trekken. Te laat. Nog vóór ik deze kan bevrijden werd ik geprikt. Een pijnlijke beet van een daas. Daar sta ik dan midden een veldweg met rugzak en broek af en een pincet in de hand om te verwijderen wat ze in mijn dij achterliet.

De schoonheid van het sneeuwlandschap die ik hier mag waarnemen en beleven, heelt de sneeuwstorm die ik vorig jaar aan de lijve heb ondervonden op de Primitivo.
In een plaatselijke bar geraak ik aan de babbel met de vrouw des huizes. Een man komt binnen en zijn eigen gemaakte pâte. “Goedendag, wij hebben elkander gisteren ontmoet. Ach, als ik wist dat je zo een heerlijke pâte had in huis dan was ik aan je deur komen aankloppen”, zeg ik al lachend. We geraken aan de babbel en als hij hoort vanwaar ik kom begint hij alle discotheken op te sommen die in de buurt lagen van mijn ouderlijk huis. De wereld is klein.

Op het hoogste punt ‘Le Sauvage’ komt een bejaarde man gestaag aangewandeld. Aan zijn voeten is Tosky, de hond van de chef-kok. De man weet me te vertellen dat de hond meewandelt met de pelgrims en zijn baasje hem soms moet ver halen. soms moet zijn baasje hem halen. “Je hebt geluk met het weer. Vorige week was er regen en was het stappen in een dikke mist”, deelt de man goed ingeduffeld in zijn winterkledij terwijl ik in sjort naast hem sta.
Na onze korte babbel zorg ik ervoor dat de hond niet met me meewandelt.

Aan de kapel van St. Rochus wijst een man me de weg en deelt een tip voor een overnachting in het dorp waar ik zal stoppen. Om geen koud te vatten stap ik verder. Achttien uur. ‘OK, Jasmine je hebt nog een half uur de tijd voor het volledig donker wordt. Net op tijd haal ik het dorp Saint Alban-sur-Limagnole. Hélène helpt me een overnachtingsplaats te vinden na heen en weer te wandelen en te bellen. Finaal eindig ik bij Monsieur coco die me in zijn gîte ontvangt.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Code oranje

Na een intense zaterdag en een wat overdonderende zondag voormiddag, waar het weekend me van her naar der bracht in een zekere rush, krijg ik de mogelijkheid om zondag namiddag me neer te ploffen op bed om pas na twee uur wakker te worden en krijg ik de ruimte om terug optimaal tot mezelf te komen.

Zondag voormiddag hadden we een gesprek. Plots voelde ik in het gesprek binnenin een opwelling startend vanuit mijn onderbuik, ze kwam als een explosie naar boven. Net op dit moment was ik aan het eten en zat er een stuk brood in mijn mond waarbij ik het moeilijk had om verder te eten en in te slikken.
Inslikken, now way, met een krachtige stem, met durf bracht ik wat ik te zeggen had naar buiten, ook al voelde ik me binnenin heel klein en bang. Het voelde als een noodzaak om me te kunnen neerzetten. Terzelfde tijd werd ik gewaar dat er onmacht en verdriet onderhuids aanwezig was en werd ik een blokkade gewaar ter hoogte van mijn keel. Ik kon het alleen niet meer inslikken, en wou dit ook niet meer.
Het voelde aan als een inbreuk op mijn Zijn. Een opgelegd zwijgen. Een niet recht op bestaan.
De hevigheid die ik voelde, ook al was het voor de omringende niet onmiddellijk begrijpbaar. Was bijna een noodzaak om mezelf terug in handen te nemen, na de gewaarwording van platgewalst te worden. Iets oud die de kans kreeg te helen.
Het was als een slapend vergeten stilstaand water die plots in volle kracht tot leven komt als krachtig vuur die opborrelde en tot explosie kwam.

De weinige slaap, de teveel aan impressies hebben er ook geen deugd aan gedaan. Uiteindelijk wat was, was ok.
De pelgrimstocht naar Israël wordt alvast een boeiende reis vol menselijk avontuur met boeiende spiegels.

Na nog een fijn en rustig Samen-Zijn met Florence, één van de Magdala vrouwen – zo noemen we ons in de groep- val ik uitgeput in slaap op een dertiende verdiep van een appartements gebouw, het raam open met de wind van de avond zacht strelend over mijn buik.

Een vraag die vooral bij me opkomt is… ‘Hoe zal ik trouw blijven aan mezelf en aan mijn persoonlijke weg – want als het van mij afhangt het enige geplande zou zijn de data van vertrek, een paspoort en een visum- mijn vertrouwen in het leven is zo een vanzelfsprekendheid geworden en dat alles mij zal gegeven worden wat ik nodig heb onderweg. ‘ Ik laat de vraag rijpen.

In de nacht barst een onweer los over Parijs. Best indrukwekkend mooi..

Maandag morgen…
Ik vergezel Florence richting haar werk tot aan het standbeeld van de aertsengel Michael.’ Une embrassade’.
Naar de kerk St.Gervais. Een plaats waar de Fraternitéit van Jeruzalem leeft en hun diensten hebben, helaas waren ze er niet, ik was vergeten dat het maandag is en ze hun ‘woestijndag’ hebben.

In mijn rug la tour Saint-Jacques, richting de Notre-Dame en via la rue Saint-Jacques verlaat ik het centrum van Parijs.
Even naar een betaalbare kapper, waar ik nadien kortgewiekt buiten kom.
Kies ik om ’s avonds even de GR655 te verlaten richting het centrum van Sceaux. Ik vraag aan een vrouw waar ik het touristisch bureau kan vinden. De vrouw vergezeld me tot aan de deur. “Wat zoekt u eigenlijk”, vraagt de vrouw. “Een overnachtingsplaats. Ik heb een tarp maar ik vertrouw het weer niet en ik zoek een droog dak boven mijn hoofd.” “Wel ik heb een kamer vrij, je kan bij mij komen”, zegt de dame. En zo kom ik bij Isabelle terecht, toont ze mij het park en kasteel van de stad. Drinken we een glaasje voor we verder naar haar huis gaan.
En ja hoor, er wordt aangekondigd dat het kasteelpark sluit wegens aankomende onweersbuien. Code oranje.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Abbaye d’Ourscamp

Abbaye d’Ourscamp

Ik probeer mijn dagboek bij te benen. Hihi, mijn benen doen het sneller dan mijn pen.
Het is me zelf heel moeilijk om mij te herinneren waar ik was, waar ik gewandeld heb. Het leven in het nu, is zo vol in ervaringen, gewaarwordingen, in wat ik zie dat het neerschrijven van één dag niet op een A4tje zou kunnen.

Even terug denken waar ik gebleven was. Ach ja, mijn aankomst in Noyer.

Na de misviering floreer ik wat door de straten van Noyer. Na een potje koffie, een babbel met een Portugees zet ik mijn weg verder richting Abbaye d’ourscamp.
De ganse weg loopt hoofdzakelijk langs het water. De bermen zijn gevuld met verse frisse bloemen, klaprozen, weegbree, heermoes, munt, brem…

Ik beweeg me als een fladderende vlinder doorheen de natuur. Wat voelt het goed om hier te zijn. Een vredig gevoel is aanwezig. En wat een verschil van aanvoelen met mijn vorige tocht in Spanje en Portugal. Sedert ik aan deze begon voelt het precies alsof er een enorme ballast van mijn lijf is verdwenen.

Ik wordt me ook plots bewust van hoe mijn weg verloopt ten opzichte van de naam ‘Mira’ die het gekregen heeft. Zie, zien of zou ik ook kunnen zeggen ‘kom en zie’ en de wateren zijn mij voortdurend nabij.
In de namiddag kom ik aan in de abdij van Ourscamp. Ik kies er om twee nachten te verblijven.

Op 3 en 4 september is er een data vastgepint voor een vergadering ter voorbereiding van onze pelgrimstocht volgend jaar naar Israël op de voetsporen van Maria Magdalena.
Ik kijk ernaar uit. En vermits ik voor nu wat te vlot loop geef ik mezelf twee nachtjes cadeau in een bed in de abdij.

In de abdij ontmoet ik er Père Pierre Dominique. Een fijne man. Waar ik een fijn gesprek meehad. Ik probeer er te schrijven, te lezen, te schilderen… mijn lichaam vraagt rust en stilte. Niets doen, is zo deugddoend en in het niets doen gebeurd zoveel.

Klik hier voor een kortfilmpje

Klik hier voor meer beelden