Ik draag de hamer terug naar Christophe, de conciërge van het sportterrein. “Zin in een koffie?”, vraagt Christophe. “Graag, met plezier accepteer ik je uitnodiging.” Hij laat me zijn zelfgemaakte clafoutis proeven van de verse braambessen die hij gisteren plukte en met fierheid toont hij mij zijn huisje die hij eigenhandig en met smaak heeft vernieuwd. We praten over de regio, de buurt. ” Dit was hier vroeger een heel rijke buurt waar textiel werd vervaardigd”,zegt Christophe. En wanneer ik later op de dag de rijk versierde architectuur en de grote herenhuizen zie, denk ik terug aan zijn woorden.
Langs de weg en voor de zoveelste keer hoor ik, “Heb je geen schrik in deze tijden, met al die halvegare.” “Meneer die zijn er altijd geweest, alleen komt dit allang en meer aan het licht. Gelukkig! Ik weet dat het bestaat, alleen krijgt het mijn aandacht niet. Op acht jaar ben ik nog nooit lastig gevallen geweest.” Het is me opvallend hoe de inwoners uit deze regio niet enkel vriendelijk en open zijn, ook betrokkenheid is sterk aanwezig.
Terwijl ik wandel ga ik even naar mijn klein tasje waar de telefoon in zit. Met verwondering ontdek ik er nog ‘une bêtise de Cambrai’, een heerlijke lekkernij die ik kreeg van de dame in het toeristisch bureau in Le Cateau-Cambresis. Ik zie haar glimlach en openblik even terug voor mijn ogen.
Midden de velden blaast de wind langs mijn oren. Ik hoor het gedroogd gras onder mijn voeten. Een buizerd is hoorbaar in de verte. Aan de horizon een watertoren. Een groot afgemaaid veld scheidt ons van elkaar. Heel ver gromt de motor van een vliegtuig. Mijn voetstappen zijn duidelijk aanwezig en voelen wat zwaar, net als de zwoele temperaturen die als drukkend aanvoelend.
Aan la Source de la Somme (de bron van de Somme)in Fonsomme zet ik me even op een muurtje kijkend naar het tafereel die zich rond mij afspeelt. Twee jonge kinderen, zitten gehurkt op een steen naast de bron, spelend met een houten stokje in het water. De papa staat aandachtig te luisteren naar het bejaard koppel op een bankje onder de schaduw van de boom. Aan de andere kant een man en vrouw komen aangefietst. Leggen een stoffendiek op het gras en nemen samen een pichnick. Mijn favorite plaatje, een vrouw zittend op het gras, benen vooruit. Tussen haar knieën en haar schoot ligt een man met zijn hoofd op haar dijen, ogen dicht. In haar armen ligt een pasgeboren aan de borst. Al die verschillende taferelen doen me denken aan de schilderijen van Manet en als ik er nog wat klaprozen of andere kleurrijke bloemen zou aan toevoegen, een strohoed hier en daar – de mijne heb ik alvast op – zou er zo in een levend tafereel van Monet kunnen ontstaan.
En om verder te verdwalen in deze taferelen, geniet ik verder van de schoonheid aan de natuurlijke oevers van La rivière de la Somme. Een waar plezier aan pure schoonheid die de natuur ons dagelijks schenkt.
“Goedemorgen G. heb je goed geslapen?” “Ja, maar ik heb….”, terwijl hij met zijn handen teken maakt dat hij geweend heeft. Ik ga bij hem staan en leg mijn hand op zijn schouder terwijl ik hem aankijk, ” weet je G. tranen laten bloemen groeien.” “Dat is mooi, dat is mooi”, deelt hij terwijl hij verder de ochtendtafel dekt. Bij het afscheid nemen aan de deur vraagt hij me, terwijl we elkander de hand geven, “wil je Jocelyne voor mij meenemen op de weg?” “Dit zal ik”, al knikkend, terwijl we allebei een hand op elkanders schouder hebben.
In afwachting tot het museum van Matisse opengaat neem ik plaats op een terras. Een potje koffie, mijn dagboek en met een deuntje op de belforttoren ‘prendre un enfant par la main’, geniet ik na van de rijke en warme ontvangst bij G. En de vele andere warme ontmoetingen op mijn weg.
Le Musée Matisse. Ik laat me meeslepen doorheen de zalen en hoe verder ik in de tentoonstelling kom, hoe meer de buiten wereld verderaf leikt te zijn. Obgeslorpt door de kleuren, de rijke woorden die me nieuwsgierig maken naar wie de mensen zijn achter het doek, de schoonheid van het aanwezige. Matisse, Picasso, Chagall…
Op een muur staat geschreven, met de woorden van Matisse na een belangrijke medische ingreep:” Vanaf nu, zal je verwezenlijken enkel waar je plezier aan beleeft zonder rekening te houden met wat anderen willen of eisen.” Ik dacht terug aan G..
Hieronder wat uitspraken uit de tentoonstelling, die trouwens een aanrader is.
‘-Il y a des fleurs partout pour qui veut bien les voir. -Trouver la joie dans le ciel, dans les arbres, dans les fleurs.
Il faut regarder toute la vie avec des yeux d’enfants.
Henri matisse.’
Ik vertrek pas om 12u vanuit Le Cateau-Cambresis. Eerst even een bakkerij binnenstappen. “Waw, mevrouw wat een aangename verrassing om hier binnen te stappen. De jeugdige frisse kleuren raken de mens in hun jeugdigheid en vrolijken de mens op. Wat een aangename verrassing.” Een bakkerij die nog in haar oorspronkelijke ‘jus’ staat zowel binnen als buiten. Opgefrist door haar persoonlijke ‘Touch’ van de dame.
L’étang de St. Crépin. Een terras. Een viswedstrijd, een grote treurwilg, schaduw, in compagnie met de hartelijke eigenaars. “Madame ik wacht nog altijd op mirakels. Bestaat dit werkelijk”,vraagt een meneer die erbij is komen zitten. “Meneer alles hangt af van wat jij een mirakel noemt of ziet. Voor mij zijn ze er dagelijks, in de kleine dingen. Laten we onze wereld verkleinen en eens kijken op een vierkante meter in het gras wat er allemaal te zien is. We zouden versteld staan. Kleine mirakeltjes. Neem nu ook als voorbeeld. Ik ben het museum van Matisse gaan bezoeken deze morgen. Het was verrassend mooi. Het circus van Chagall, de flora van Matisse, hun teksten… Voor mij een mirakel was daar buiten komen met de gewaarwording dat het kleine meisje in mij werd aangewakkerd, naar buiten komen met een innerlijke vreugde. Is dit geen klein mirakel!
In een straat wandel ik langs een peperkoekenhuisje. Een huisje met torentjes, half gehaakte gordijnen. Een tengere bejaarde man zit er binnen zijn omheining, op een rietenstoel met een boek in de hand midden zijn stoep en omringd door zijn kleurrijke, fleurrijke bloemen. Ik zeg hem een goedendag. Hij hoort me niet. Hij is volledig opgeslorpt door zijn stripfiguur. Voor zijn poortje sta ik wat stil, we zijn maar van een paar meter verwijderd van elkander. De vroegere fotograaf in mij zegt ‘neem een beeld’ . Mijn hart observeert en laat de situatie tot zich komen zonder iets te ondernemen en laat zich onderdompelen door dit zachtlevend tafereel die zich voor me afspeelt. Ik stap verder zodat ik hem niet laat schrikken.
Op de ‘Allée des rêves’ in Bohain-en-Vermandois val ik in slaap na een dankbare dag vol kleur in alle vormen.
“Pardon meneer, ga je vissen” , vraagt een man met een koerspet op, een groene overall en een kar in de hand met een voorovergebogen houding om mij te kunnen zien in mij tarp. “‘Neen meneer, doet u maar”, terwijl ik mij wat zichtbaar toon uit mijn slaapzak. “Oh, pardon madame heb je niet te koud om zo te slapen?” “Neen, absoluut niet”, ik draai me nog even om.
Wat verder zit iemand lenigmakende oefeningen te doen. Lars uit België op weg naar Compostella met zijn ligfiets. Hij deelt me wat plaatsen om in abdijen te kunnen overnachten. Ik stap richting de campingcar om een goedemorgen te wensen aan Roland en zijn vrouw. We delen wat over verschillende manieren van leven, over al of niet de noodzaak van een huis. Over ‘bewegend leven’. Zij doen het met een kleine bus, ik te voet.
In de kerk van Landrecies hoor ik muziek op de achtergrond ‘Les chants de la fraternités des frères et sœur de Jeruzalem’. Mijn hart maakt een vreugdesprong. Ik mis ze.
Langs het kanaal ‘Sambre à l’ Oise’ geniet ik ten volle van de bloeiende en rijke flora en fauna.
Rustend op een bankje aan de spoorweg, zie ik een vrouw wandelen met haar hondje. Wat later kruisen we elkander. “Gaat u ver zo?”, vraagt de vrouw. “Voorlopig wat ik weet is dat ik richting Vierzon stap erna weet ik nog niet. Het kan zijn dat ik ter plaatse blijf of dat ik verder stap. ” “En helemaal alleen? Heb je geen schrik? Ik zou niet durven. Ik heb veel te veel schrik en met alles wat we te horen krijgen en zien.” Ik ga wat dichter bij de vrouw staan en we beginnen hierover een gesprek over angsten. “Angsten hebben we zelf in de hand mevrouw, voor mij ligt dit tussen onze oren. En natuurlijk is dit gemakkelijk gezegd dan gedaan. Maar net wanneer men er aandacht aan geeft dan kan men al blokkeren. Ik zie je hond. Honden hebben me veel geleerd op de weg wat angsten betreft. Wanneer ik in angst ben dan kunnen zij dit gemakkelijk opnemen en worden ze onrustig. Iemand die je kwaad wilt of geen goede intenties heeft neemt dit ook op. Die persoon zal dus je angsten zien, voelen. Wij als vrouw hebben een sterke intuïtie. Vaak en in vele gevallen hebben we onszelf verwijderd van onze diep ‘weten’ . Dit kan uit bescherming zijn, uit angst, omdat we ons hebben laten vol proppen met negativiteit…of van alles een beetje of kijk wat er al twee jaar aan het gebeuren is rond ons. Een beter voorbeeld kunnen we niet hebben. We hebben onszelf verwijderd van onze gevoelens en gewaarwordingen. We hebben haast en nemen de ‘tijd’ niet meer om te voelen of gewaar te worden en dat omdat we het merendeel van de tijd hier hebben geleefd”, terwijl ik een opgaande beweging maak met mijn hand vanaf mijn borstkast naar boven wijzend naar het hoofd. “We zijn deze vergeten”, wijzend naar mijn buik. “Bewuster gaan leven.” “Ik kan dit niet, ik heb teveel schrik”, herhaalt de vrouw nog eens. “Maar vanwaar komen je angsten zo sterk?” , stel ik haar de vraag terwijl ik denk aan de tv. “Kijk naar de TV…” , deelt de vrouw. “Och, sluit dit bakje maar. Daar is weinig goeds te zien. En de mooie natuurreportages dit wat ons kan verbinden wordt getoond midden de nacht. We worden of sommigen zijn het reeds geworden poppetjes met koorden aan onze armen, benen en hoofd zoals in een poppenkast. Zo laten we ons leiden of misschien kan ik wel het woord manipuleren gebruiken”, zeg ik met een glimlach en mij verder verwijderen van de dame.” Veel moed en een goede weg”, wenst de vrouw me toe. Plots gaan de lichten en de bel van de spoorbalustrade. Ik kom eventjes terug op mijn voetstappen, “Hoe komt het dat je geen schrik had van me en we zo vrij konden praten met elkaar”, vraag ik nog. “Maar dat zag ik, ik heb gevoeld dat er geen gevaar was” , zegt de vrouw. “Zie je dat het kan! Alle, tot een volgende keer op de weg onderweg”, deel ik zwaaiend naar haar.
Net voor Le Cateau-Cambresis ontvang ik een onverwachte fikse regenbui. Kletsnat stap ik het touristisch bureau in. De vriendelijke dame helpt me verder en zorgt ervoor dat ik een overnachting in het droge kan hebben bij meneer G. Nog eerst even op boodschappen om samen te eten en zo sta ik een half uurtje later kletsnat aan zijn deur met een maaltijd en twee éclairs. Ik krijg mijn kamer toegewezen, toont de badkamer en mijn plaats aan tafel.
Een persoon die al 12 jaar in een zeker gemis, tristesse woont na het overlijden van zijn vrouw. We hebben een gevulde avond met boeiende gesprekken over de kerk, de instantie… Over de periode waarin we vertoeven. Over het ontwaken van onze eigen mogelijkheden en het goddelijke in onszelf. Over hoe we klein gehouden geweest zijn. De vrouw en het hoofddeksel in de kerk. Intuïtie en wat er zich zichtbaar aan ons liet zien en velen hierdoor achtervolgd werden en op de brandstapel kwamen, zelfs volledige kloostergemeenschappen, Begijnen… Over wat zich vandaag afspeelt in de wereld, het ontwaken van de mens.. Een goed gevulde avond… Toen begon hij over zijn vrouw. Hoe en aan wat ze is gestorven. Ik voel haar aanwezigheid nog heel sterk in het huis. Hij deelt me zijn leven toen en vandaag. “Ik zou je graag een vraag stellen, weet dat niets je verplicht om er op antwoorden. Is dit ook voor je?” “Ja, natuurlijk?”, terwijl G. me aankijkt. “Heb jij nooit gedacht om je verder te delen met iemand anders?” “Oh, jawel. En er zijn vrouwen genoeg die het graag zou willen”, zegt G. terwijl ik iets, zie openbloeien bij hem en zijn blik opener wordt. “Bizar, je zit op dezelfde stoel van mijn vrouw en mijn vrouw vroeg me toen net hetzelfde”, zie ik hem nadenkend delen. “Wat hou je tegen?” “Wel hoe de andere mensen ermee zullen omgaan. Erover zeggen.” “Ach, de anderen. Zo herkenbaar. Dit kan zo een blok aan ons been zijn om die gedachte te hebben. Heb lief, laat je lief hebben G. Ga ervoor en probeer deze gedachte opzij te plaatsen. Laten we liefde verspreiden. Zodat het zich kan verderzetten. Ga niet in gevecht tegen wat komt. Gewoon aanvaarden en daarachter zal naar je toekomen wat je nodig hebt en waar je verlangens liggen”. We eindigen de avond met het delen van een niet alcoholisch drankje… We klikken onze glazen tegen elkaar, kijken elkander aan “Op Jocelyne!”.
Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten. En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.
Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.
Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren. Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.
De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.
Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.
In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar. Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.
Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar. Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.
Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.
Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !” We stappen elk verder onze richting.
Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen. In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus. Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.
Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”
Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.
Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico. In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.” En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.
Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.
Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap. Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur. Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!
Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen. Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen. Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.
Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’
De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.
Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo… Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken. Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.
Na een goede nachtrust wandel ik naar de woonkamer. Op tafel staan versgebakken crackers. Laura gaat nog even verse kruiden plukken. Af en toe begin ik een gesprek met Laura, telkens weet haar man er tussen te komen, waarbij Laura verdwijnt op de achtergrond en hij gaat er zo in op dat er geen verbinding meer mogelijk is. Het onderwerp le ‘Canard enchainé’, een satirische krant. Waar volgens hem enkel, daarin ‘een waarheid’ staat geschreven. Wanneer hij wat rustiger wordt kom ik terug bij haar zodat we kunnen afronden wat we begonnen zijn.
Jean-pierre vertrekt naar buiten. “Pourquoi vous prenez tous les jours le chemin avec se temps. A travers la pluie. Pas de comfort. Qu’est ce que il y a”, vraagt Laura me. Ik laat de vraag bij me binnenkomen, ik kijk haar aan met een voelbaar open en vrolijk gezicht, “Och…”, een stilte. “Qu’est ce que il y a sur le Chemin. Lumière, l’Amour, être avec la simplicite, la pureté, être enrobee de la Grandeur…. de la joie. le Chemin “, terwijl ik het deel voel ik tranen van vreugde. Laura kijkt me aan, terug zie ik die openheid bij haar die ik ook gisterenavond zag. Ze was zo blij dat ik bij haar aanklopte. Haar gezicht kwam helemaal open, haar ogen fonkelden toen ik sprak over Compostella, pelgrimeren. Alsof dat mijn verhaal haar moed bracht om haar verlangen tot leven te brengen.
Jean-Pierre komt terug binnen. Hij begint terug iets te delen in een heftigheid, over een systeem waar hij niet tevreden mee is. Maw. hij richt zich naar buiten. Wijst naar buiten, buiten zichzelf. Ik zie een zeker rebelleren, afzetten tegen… en daarachter zie ik de mens die vooral met zichzelf aan het worstelen is. “Est ce que je peut te partager quelque chose.” “Oui, bien sûr”… “tu c’est je te comprends tous a fait le mouvement que tu fait, ce que tu veut dire. Il y a beaucoup de réalité et je peut te suivre dans tes partage. Seulement tous ce que tu partage vient d’un combats intérieur. On veut partager ce que en c’est avec notre mentale et en tourne la dedans et cela peut duré longtemps. Avec ce mouvement en ce coupe du reste de notre corps. C’est un combat en nous même. Et c’est simplement un mouvement, une histoire qui se répète. Cela nous enmenne à rien, au contraire de plus en plus en prends distance de notre propre être. Je te fait ce partage car j’ai fait de même. Je voyais des chose qui étais injuste. Et c’était injuste. J’étais dans le combat. Je n’avais presque pas de contacte avec moi même, car j’étais constamment occupé à regarder en dehors de moi. Oh, oui ma vie étais bien rempli, mes vide. Aujourd’hui, ma vie est très sobre, silencieux, mes pleine de Vie. “
Hij kijkt me aan ik zag en voelde verbondenheid. Voor de eerste keer stond hij er, was hij présent.
Na een omarming et une embrassade. Verlaat ik Laura en Jean-pierre.
De graanvelden dansen heen weer in de strakke wind. Het frisse groen ziet eruit als fluweel met soms een laagje zilver. Ik wandel in bossen, langs velden, door dorpjes. La Côte-d’Or wat een prachtig regio. Ik sta stil en kijk naar het landschap, rechts en links zijn heuvels te zien, middenin een golvende lijn vol met gele bloemen, als ‘une côte en Or’.
In een dorpje sluit ik mijn ogen bij een waterbron. Geen kat te zien. Ik laat het geluid van het water binnenkomen hmm. dat is genieten… dorstig…
Tegen de avond komt een dreigende lucht naar me toe, de zoveelste, ik hoor een tromgeroffel in de verte. Ik zet een tandje bij richting Flavigny sur-Ozerain, fingerscross en hopen op tijd ergens binnen te zijn. En ja hoor… Net op tijd binnen om het mooi lichtspektakel te aanschouwen van achter een venster terwijl mijn broek en kousen hangen te drogen voor een openhaard.
Ik lees of hoor vaak… Nu kan ik niet en vooral de situaties van vandaag… En dan lees ik verder, ik zit vast, het houd me vast, ik verlies mijn vrijheid, ik ben mijn vrijheid kwijt, ik heb dit niet kunnen doen of ik heb dat niet kunnen doen… niet enkel is dit nu voor velen aan de orde. Ook mensen die achteruit kijken in hun leven… oh, had ik maar, ik had dit graag gewild, had ik maar gedurft… En vooral de gedachte vrijheid kwijt te zijn door externe omstandigheden. Vrijheid is meer, veel meer dan zich verplaatsen, bewegen…
Vrijheid van keuzes maken…
Op ieder moment kan men een keuze maken. De keuzes die je zullen brengen naar vrijheid, waar je ‘Zijn’ in vreugde is. Is het niet daar waar de vrijheid gelegen is, de vrijheid binnen jezelf. Kan iemand anders je deze vrijheid wegnemen, neen, enkel de persoon zelf maakt hier keuze in om ze te beleven.
Vandaag belde er een pelgrim naar het centrum. Met de vraag wat moet ‘ik doen’, hoe geraak ik in Vezelay. Waarom die vraag… sedert gisteren zijn er terug departementen in lockdown, oa deze vóór en na Vézelay. Wanneer je vandaag de weg neemt weet je dat dit een situatie is die zich zou kunnen voordoen. ( Het hoeft echter zo niet te zijn) . Tal van scenario’s kunnen hier opgesomd worden. Wat zullen deze echter bijbrengen aan de situatie in het nu moment. Niets. Enkel maar… Ja, maar… Wat als… en een hoofd die vol komt te zitten.
Neemt men de keuze vanuit angst of eentje vanuit vreugde. Wees vooral trouw aan jezelf en laat je eigen gedachten of deze van anderen je niet beperken in je keuzes. Want de grootste onvrijheid zijn deze van onze beperkende gedachten.
Men vroeg me wat ik ervan vond. Hmm, het ene wat ik kon delen en als antwoord geven is ‘Être dans la foi et faire confiance’. Ik hoorde nadien hier negatieve reacties op, omdat men het niet eens was met mijn delen en daarbij kwam negatieve commentaren op mijn persoon. Eventjes had het mij geraakt en trok ik me wat terug. Ontchoogeling was voelbaar en voelde ik kort mezelf naar beneden halen. Gelukkig van heel korte duur. Ik zou hier twijfel kunnen opkrijgen op mijn delen, mijn zijn, mijn gedrag of mijn delen aanpassen om niet afgewezen te worden…. Echter als ik dit zou doen… Dan pas zou ik mijn vrijheid zelf weggeven. Want dan zou ik de keus van wat me vreugde brengt weggeven om erbij te willen horen. Wie ben je dan eigenlijk, is men dan nog werkelijk zichzelf of iemand die vele neplaagjes rond zich heeft om ergens wel bij te horen en als een Cameleon van kleur veranderd volgens wie men voor zich heeft.
Het is als een man die me vandaag deelde. Dat door de situatie hij in een depressie is terecht gekomen en hij angst heeft om bepaalde stappen te nemen uit schrik de ander te verliezen.
Maar voor wat te verliezen… want hoe meer men buiten zichzelf zoekt, zich aanpast… hoe meer men afstand neemt van zichzelf, van onze eigen kern….wat liefde is… Want liefde is in elk van ons al aanwezig en wanneer we vanuit dit punt vertrekken kunnen we de ander niet verliezen.
Liefde, vreugde ze geven je vrijheid.
Est libre celui qui l’est au-dedans de lui-même. Cette liberté ne nous est pas donnée par les suffrages d’autrui, elle est acquise est possédée par notre courage. Le sage est toujours libre. L’homme juste est à lui-même sa loi. Le sage est libre parce qu’il a choisi le bien. Maître de son choix et de son action, il est libre parce qu’il fait réellement ce qu’il veut. Celui donc à qui on ne peut ni imposer de loi ni faire de défense, celui-là n’est esclave de personne. Or le sage pratique le bien non par contrainte, mais de sa propre volonté: il est foncierement libre… (Lettre 37)
Ik vul mijn dagboek aan en plaats een filmpje op het net. En bericht nog even met Sylvie van Radiocamino.
‘… Sylvie, j’espère que tu reprendra les chemin ainsi que beaucoup d’autre. La terre, le peuples à besoin des pèlerins.’ ‘… C’est beau ce que tu dis “le monde a besoin de pèlerins”. J’aimerais tourner une vidéo sur ce thème. Tu peux m’en dire un peu plus ?’ ‘… Plein de gents ce referme sur eux, et se sans bloquer à cause de tous les règlement. Un pèlerin bouge continuellement, pas simplement avec le corps mes tous son âme. Le pèlerin est un exemple aujourd’hui pour montre que en vie sa liberté. Que tous suffit simplement de osé et prendre la desicion. Le pèlerin inconsiament mais dans son mouvement les gent ensemble. Donc il vie le contraire de se que la société attend de lui. Ce n’est pas de la rebellie mais il écoute ce qui est beaucoup plus grand, bien au delà ce qui est touchable…’
Er wordt aan de deur geklopt, “Entree”, roep ik terwijl ik rechtsta en naar de deur toe wandel. Annenarie brengt mij een verse koffie, zo eentje met een laagje schuim erop. Heerlijk.
Mijn dagelijkse routine. Ik stop mijn slaapzak, donsvest, thermo slaapzak in elk zijn daarbij horend zakje. Sandalen aan, een lichte regenvest – die me vooral beschermd tegen de wind – muts, handschoenen, rugzak… Klaar is kees… Oh, ja. Mijn wandelstokken nog.
Ik verlaat Bessy-sur-Cure richting Arcy-sur-Cure. Op een geheven moment sta ik voor een fikse afdaling in het bos. Oeps, ik wordt gewaar dat ik wat in paniek ga. Ik blijf stilstaan en kijk wat rond me of er een andere mogelijkheid is. Neen. “OK, Jasmine. Komaan. Hou je rustig, je kan het”, spreek ik mezelf de moed in. “Komaan, het is jou denken die zegt dat het stijl is en stijl koppelt aan vallen. Als ik rustig en goed aftastend mijn voeten zet, dan heb ik geen reden om angstig te zijn”, verder de moed inspreken. En ja hoor na een half kom ik beneden. Ik draai me om, “yes, I did it.” Ik twijfel even of ik verder het bos intrek of kies voor de weg. Of ik kies voor angst of niet. Zonder angst trek ik verder het bos in richting Vezelay.
Terwijl ik rustig verder stap denk ik terug aan het huisje die ik in de buurt van Vezelay zag. Een paar dagen geleden zag ik dat het verkocht werd. Een beetje ontgoocheld en spijtig. Ik zag het al helemaal voor me. Waar ik wat zou doen, welke materialen… mijn creativiteit was aan het bruisen. “Jasmine, je creativiteit stopt toch niet bij dit ene huis”, hihi, als je zolang op weg bent praat je wel eens tegen jezelf, hmm, ook als ik niet op weg ben. Het belangrijkste is dat ik er plezier en vreugde heb aan beleefd en als ik daaraan terug denk voel ik zo terug de vreugde. En als het huisje verkocht is, dan is het omdat het zo moet zijn. Ik heb het volste vertrouwen dat de dingen zich aan mij zullen aanbieden in ‘right time, right place’.
In Tonnerre dichtbij de kerk stond een stenen bank, daarop lag een klein boekje en omdat het niet door de wind zou wegwaaien, een dikke steen erboven op. Ik liep ernaar toe. Ik voelde dat het boekje voor mij bedoeld was en nam het mee zonder enige twijfel, ‘Évangile selon Luc’. ‘Zou het me nu wel aanspreken, zou het me nu wel lukken om erin te lezen’, terwijl ik het even tussen mijn twee handen neem en daarna in mijn heuptasje steek.
Ik denk terug aan het huisje. Sluit even mijn ogen, en maak het stil binnenin. Spontaan stel ik een vraag, ‘Jezus aub, help mij inzicht te krijgen in het waarom het huisje er niet meer is. Wat is de betekenis, wat moet ik hiermee. Ik open me voor je, dank je’. Hmm, is dit nu wat men een gebed noemt. Ik wandel ondertussen verder. Neem de telefoon uit mijn heupzakje. Oh, ja het evangelie. Ik neem het vast en doe het lukraak open. Ik lees.
‘Il dit à un autre: – Suis-moi. Mais celui-ci dit: – Seigneur, permets-moi d’ aller d’abord ensevelir mon père. Jésus lui dit: – Laisse les morts ensevelir leurs morts; mais toi, va annoncer le Royaume de Dieu. Un autre encore dit: – Je te suivrai, Seigneur; mais permets-moi de prendre d’abord congé de ceux qui sont dans ma maison. Jésus lui dit: – Nul homme, qui après avoir mis la main à la charrue regarde en arrière, n’est propre pour le royaume de Dieu.
Après cela, le Seigneur en désigna aussi soixante-dix autres, et les envoya deux par deux devant lui dans toute ville et dans tout lieu où il devait lui-même aller. Il leur disait: – La moisson est grande, mais il y a peu d’ouvriers ; suppliez donc le Seigneur de la moisson, affin qu’il pousse des ouvriers dans sa moisson. Allez; voici, je vous envoie comme des agneaux au milieu des loups. Ne portez ni bourse, ni sac, ni sandales; et ne saluez personne en chemin. Mais, dans toute maison où vous entrerez, dites d’abord : Paix à cette maison ! Et s’il y a là un fils de paix, votre paix reposera sur elle, sinon elle retournera sur vous.
Euhhh… Frappant en dit na mijn delen met Sylvie en mijn vraag van daarnet.
Ik wandel verder richting Vezelay. Op een tiental kilometer vóór mijn aankomst zie ik la Colline Éternelle voor me. Mijn hart maakt een vreugdesprong. In ‘le Jarie’, vraag ik of ik gebruik mag maken van een tent om in het droge wat te kunnen uitrusten en eten. Ik krijg zelfs een fijn huisje aangeboden met een warm drankje.
De laatste kilometers… Via Asquins, de prachtige kapel van ‘La Cordelle’… een fikse stijging richting la basilique Marie Madeleine. Tranen van vreugde.
’s Avonds deel ik nog de tekst aan Sylvie na mijn delen.
‘ … Et tu m’écris “le monde a besoin de pèlerins”‘ ‘oui’ ‘Tu envisages de devenir “permaperegrina” ?’ ‘😊 C’est qoui’ ‘Perma = tout le temps. Peregrina = pèlerine.’ ‘Ah 🤣je pensé à la permaculture’ ‘Il y a sûrement un lien. La permaculture vise à atteindre une société moins dépendante des systèmes industriels de production et de distribution. Et la permapèlerine, quel message veut-elle donner au monde ? Ton beau message d’hier était clair…’ ‘🙏💖 Merci à toi’
Door de badkamer, een gang, een eetplaats, een tweede eetplaats, nog een gang… Om dan uiteindelijk in de keuken aan te komen…een klein kasteeltje. Aan de ontbijttafel deelt Robert verhalen over de geschiedenis van het dorp, over het geloof. Een man met een enorme kennis en levenservaring. Zijn manier van delen over het geloof spreekt me aan. Het zit vol leven, vol-diepte, doorleeft…
… “C’est rares que les gents savent encore ce que c’est ce prosterner, ce mettre à deux genou et une flection”. Hij legt me de symboliek uit. “Vous pouvez me répéter svp . il y a quelque chose qui m’interpelle et me fait pensez à une expérience que j’ai vécue à Rochefoucauld en 2017 pendant un pèlerinage.” (le pardon-2017)
“Prosterner–En est le chemin, devant les pas du christ. À deux genou, en est serviteur. Qui ce mais devant son maître. 1 flection, attitude du soldat qui est près à bondir la ou en l’envoie, la ou en lui montre le chemin.”
“Oh, mais je comprends maintenant…”. Met ontroering en in vreugde doe ik het verhaal over het moment waarop een kracht mij ooit op de grond duwde midden in een kerk en ik volledig plat op de grond kwam te liggen al wenend. “Merci, à toi Robert. Merci de votre partage, cela me touche et me fait comprendre le pourquoi”.
Ik herinner me nog zo goed hoe ik mocht worstelen met het ‘Onze Vader’, waarin er staat geschreven ‘vergeef onze schulden’, ik vond dit oordelend geschreven, ik zag dit als een vinger wijzend, als goed en fout. Want, als men moet vergeven dan zit het oordeel er al in dat men iets verkeerd heeft gedaan. Ik bleef de tekst te kortzichtig zien vanuit toen mijn beleving en buiten mij. Tot het moment dat een kracht mij op de grond duwde. Ik barste toen in tranen uit en de beweging opende iets nieuws. Ik werd toen bewust, ik kon de anderen gemakkelijk vergeven, maar niet mezelf. Pas vandaag kan ik zien en wordt ik me bewust van hoe het in elkaar zat, het waarom, kan ik er woorden aangeven en brengt het me nog verder wat toen was…. Omdat het gemakkelijker was buiten mezelf te kijken. Mezelf vergeven was een andere zaak. Want het was ‘mijn’ oordeel van goed en fout, het was ‘mijn’ verantwoordelijkheid om de tekst zo te interpreteren Natuurlijk worstelde ik ermee, want ik had de dualiteit zelf gecreëerd. Ik had me zelf een last op de rug getimmerd. Iedere beweging start namelijk vanuit mezelf… ‘Ik dacht’ dat mij onrecht werd aangedaan – en laten we dit vandaag los zien van de situatie van toen. ‘Ik bleef’ dingen dragen op mijn schouders, terwijl niemand mij vroeg om ze te dragen. ‘Ik bleef’ hopen op een bevestiging, een verontschuldigen naar mij toe, zie mij. Ik nam zelf al deze lasten op mij. Er bestaat geen goed of fout in Liefde. Liefde kent geen lasten, geen kwellingen.
Terwijl Robert boodschappen gaat doen en Delphine wat paperassen werk. Sta ik voor de grote kachel in de keuken in afwachting voor de vergadering van het nieuwe pelgrimsseizoen als hospitalier en geniet ik van de warmtestralen op mijn rug. Buiten kletteren de hagelstenen op het raam.
Tegen de middag vertrek ik. Robert vergezeld me tot het begin van het GR pad.
Zodra ik het bos inloop voel ik me ambetant. Grr… een tekst bleef in mijn hoofd ronddraaien. Ik begin te wenen. Voel twee gebalde vuisten, mijn lichaam gaat zich plooien, ik begin te kokhalzen. ‘Komaan Jasmine’, ik zet mijn twee wandelstokken en voeten stevig op de grond, leunend met mijn twee handen op mijn stokken hou ik ever ’n halte. Ik adem diep in en uit en kijk naar de natuur. ‘Help me om de realiteit te zien en niet wat mijn denken er van maakt’, vraag ik of mag ik zeggen bid ik. De rust komt terug. Mijn lijf komt uit spanning. Ik wordt terug één geheel. Weg uit de rigiditeit, de paardenkleppen, naar openheid en vrede. De Zon komt tevoorschijn. Zalig. Het was.
In de natuur staat het vol Heleborussen. In een volgend dorpje vraag ik een vrouw of ik me even mag schuilen om te eten en om me wat warmen. De vrouw laat me toe in haar gîte. Het voelt hier zogoed dat ik uiteindelijk beslis mijn dag in te korten en hier te blijven. Een namiddag blokfkuit spelen, kleren wassen, quality time, chillen.