1 april – Pasen

Toen ik vorig jaar besloot om op 1 april 2018 een nieuwe pelgrimstocht te beginnen – de Francigena, richting Assisi, Rome en uiteindelijk Compostela – kreeg ik de reactie: “Allé, wat een rare datum.” Toch voelde ik dat het klopte. Even later opende iemand de agenda en zag dat het die dag Pasen was. Dat bevestigde mijn gevoel nog meer, en ik was blij dat ik mijn intuïtie had gevolgd.

Ik zal vertrekken vanuit de Sint-Baafskathedraal, waar ik de pelgrimszegen zal ontvangen van Monseigneur Van Looy.

Het zou voor mij heel bijzonder zijn om deze paasviering met jullie te mogen delen, in jullie nabijheid.

Bij deze nodig ik jullie dan ook van harte uit voor de paasviering op 1 april 2018 om 11.00 uur in de Sint-Baafskathedraal te Gent.

Tot dan,

Liefs,

Jasmine

“Er is maar één weg, de weg van het hart.”

Waardevol

Terwijl ik wacht bij de apotheek tot 19 uur voor een overnachtingsplaats…

Even in het kort:

Een gezellig gesprek met mijn mama…

Ontbeten met Jacqueline, een vrouw van 89, terwijl haar man Felix nog even rustte. Het was een fijne en hartelijke ontmoeting.

Ik ontsnapte aan de onweersbuien om me heen en genoot van de mooie natuur en de veranderingen in het weer. Het was fris en vol zuurstof. Ik luisterde naar een man die wat verdrietig was.

Ik vond het fijn om onbekende wegen te verkennen zonder te weten waar ik uitkwam.

Cecile bood me een warm nest aan in een grote boerderij aan het water, omringd door de natuur. Het is een paradijs voor de kleine prins en mij. Slaapwel iedereen!

Milan Royal

Saint-Pierre-les-Étieux

Les Bateliers de l’Alliers

Groep

Stilletjes vul ik mijn rugzak. Ik verlaat het huis terwijl iedereen nog slaapt. De bakker. Buiten aan de deur staat een man in bruin-zwart pak. ‘Vous etes le boulanger’, vraag ik aan de bakker . ‘Oui’. ‘Bravo, votre pain est délicieux’, vertel ik hem terwijl ik de bakker aankijk.

Van de bakker naar de bar om er mijn ontbijt te eten bij een warme koffie.

Via landelijke wegen verlaat ik Bourganeuf. In de verte hoor ik geweerschoten. Geblaf. Jagers.

In de verte twee wandelaars. Wandelstokken, een kleine rugzak. Pelgrims. Terwijl de man beelden neemt van de natuur, praat ik wat met de dame.

Geronk. Motorgeluid. Onmogelijk te achterhalen vanwaar het geluid komt. Plots scheren ze in een hoge snelheid langs mijn rechterkant. Heel onvoorzichtig en zelfs gevaarlijk om op zo’n snelheid in een bos en op een wandelweg te razen zonder rekening te houden met anderen. De natuur wordt vernield.
Ik ben wel blij om tot de vaststelling te komen dat, ook al is de beweging en het geluid voor mij geweldig, ik bij mezelf kan blijven. Terwijl ik vroeger zou gevloekt hebben en me kwaad gemaakt zou hebben. Het tegengestelde is aanwezig. Ik voel twee bewegingen in mijn lijf. Een stroom in mijn rug die een dalende beweging maakt, een stroom vooraan, in de breedte, die ruimte brengt.

Mijn gedachten dwalen even af naar wat de weg me gebracht heeft en wat het me brengt. Ik voel dat het wat met me doet en word wat weemoedig. Ik laat het gebeuren. Dingen worden me duidelijk. Eigenlijk een beetje verwonderd over mezelf, verwonderd omdat ik me eerder als een solitair persoon beschouw en niet in een groep. Ik voel dat de tijd is gekomen, dat de tijd rijp is om naar buiten te komen met het pelgrimeren, wat het pelgrimeren met zich meebrengt. Tijd om de beweging naar buiten te laten gaan in plaats van alleen op stap te gaan. In verbinding te gaan, niet enkel achter een scherm, wel mij te richten naar groepen, in groepen te gaan staan. Ik laat het gevoel en wat er voelbaar aan het gebeuren is, zijn weg vinden en zoeken. Wordt vervolgd…

Tranen

Zondagmorgen. Samen met Gilles – hospitalier – aan de ontbijttafel. Een integer, warm en hartelijke man een voorbeeld voor velen. 

Nadien een eerste kennismaking met de religieuze site. Een zachtgeborgen gevoel. Ik daal de grote trappen af tot in de hoofdstraat restaurants en winkeltjes met prullaria vullen de straat. In l’Hospitalet, in het verlengde van het dorp doe ik wat boodschappen. Het is er druk, een kruispunt van verschillende wegen richting grotten en dierenparken.

De klokken luiden. Via de monumentale trappen – de ingang voor de vele pelgrims en die men vroeger op de knieën naar boven wandelde – stijg ik richting de Basiliek Saint-Sauveur. Oef, amai, als ik denk met welke snelheid ik gisteren deze trappen heb genomen, dan sta ik versteld met welke kracht ik dit heb gedaan. Puffend kom ik boven aan en neem ik plaats in de kerk voor de misviering. Bij de eerste noot van de orgel wordt ik binnenin diep geraakt. Ontroerd. Tranen glijden over mijn wangen. Ik krijg er geen woorden meer uit. Het komt en het gaat.

In de namiddag maak ik een korte wandeling vanaf de pelgrimsherberg via het kasteel om dan terug naar beneden te gaan via de kruisweg.
Bovenaan zie ik de weg vanwaar ik kwam in het donker. Een canyon. Prachtig. Op de kruisweg overvalt me hetzelfde gevoel als deze morgen in de kerk. Tranen blijven zachtjes rollen over mijn wangen tot ik beneden aankom. Ik stel me er geen vragen bij en laat het gebeuren. Deugddoend en bevrijdend. De rest van de dag heb ik fijne ontmoetingen met andere pelgrims. Onderwerpen als religie, geloof, liefde, vertrouwen komen aanbod.

Marthe

De GR neemt me mee richting Angouleme. De grootstad laat ik links liggen en misschien wandel ik erdoor volgend jaar tijdens mijn terugreis van Assisi, Rome, Compostela. Wie weet!
Vlinders fladderen rond me heen. Een tapijt van mos. Een bord op de weg met als tekst ‘Au rythme du cheval’ waar men het verschil uitlegt met toen en nu. De wandelaar wordt uitnodigt om de gsm uit te zetten. Het ritme van het paard aan te nemen, traag, zich laten onderdompelen aan de impressie van de natuur en zich open te stellen voor anderen. Het verheugd me dit te lezen.
Heb je al eens de oefening gedaan door heel traag te gaan wandelen, in slow-motion. Zo traag mogelijk, zonder te stoppen. Alleen, met familie of vrienden. Probeer even, het kan plezant zijn en ook interessant door aandacht te schenken aan wat je gewaar wordt.
Een met de natuur, één met jezelf.

Op de weg rotsen die over de weg hangen. Een leeftijd van wel 92 miljoen jaren achteruit. Stel je voor dit is de tijd dat je nodig hebt om van Angouleme tot amsterdam te gaan als je je 1 meter per eeuw verplaatst.

In de namiddag sta ik een huis te bewonderen. Aan de omheining een kleine vrouw in het zwart gekleed. Zwarte haren met een witte uitgroei. Wat voorovergebogen. In de ene hand flessen en de andere groenten. ‘Bonjour madame, vous avez bien une jolie maison. Vous y habiter seule?’, vraag ik haar. ‘Oui, c’est la maison de mes parents. Vous aller loin comme ca?’,vraagt ze mij.
We blijven een eind praten,waarbij ik nadien de uitnodiging krijg voor koffie. ‘Oh, avec plaisir, merci. C’est comment votre prénom?’ ‘Marthe’. Amai, wat een positviteit die de vrouw uitstraalt. Haar handen, getekend door de tijd, liggen op tafel voor haar. Het zonlicht, gefilterd door het gordijn, schijnt op Marthe. Ze straalt.  ‘C’est agréable de vous voir, vous reflecter tellement de joie et positiviter.’ ‘Merci, ola oui, c’est important pour avancer dans la vie’, zegt ze met een beetje een accent. Ik beaam. Een uur later neem ik afscheid van Marthe die in haar deuropening staat. Een kranige vrouw van 91 jaar, met haar 1m37.
Nog lang zie ik haar voor mijn ogen en denk ik aan haar. Met vreugde in mijn hart ga ik de avond verder tegemoet en geniet ik van alles wat is. 

Het altaar

Odéna zegt dat de weg die ik neem niet goed is en te lang naar Perigeux. De GR 36 gaat om Angouleme en is niet de kortste route. Ik begrijp waarom ze dit zegt.

Voor mij maakt ‘tijd en afstand’ niets uit wanneer ik onderweg ben. Vol vertrouwen volg ik de weg, genietend van wat om me heen en in mij gebeurt, zonder me zorgen te maken over de toekomst.

Langs de velden zijn elektriciteitsdraden gespannen op 60 cm hoogte om de velden te beschermen tegen everzwijnen. Op andere plekken worden de draden gebruikt om de dieren voor de jacht bij elkaar tehouden. Maar de slymertjes weten hoe ze eromheen kunnen komen. Waar ik loop, zijn er enorme grasplekken omgewoeld. Daar waar ze voedsel kunnen vinden, boordevol proteïnen. Uren loop ik verder, wetende dat ze ergens in de buurt zijn.

Bladeren vallen heen en weer. Ik vul mijn broekzakken met kastanjes en noten. De appelbomen hebben heerlijke vruchten. Als ik vanavond zou kunnen koken, wist ik snel wat ik zou maken. De bladeren van de paardenbloem even in de pan, appeltjes erbij, noten roosteren. Een lekkere salade.

De laatste drie dagen is het moeilijker geworden om een slaapplek te vinden. Mensen zijn voorzichtig en openen niet snel hun deuren. Dit is blijkbaar iets wat vaker voorkomt in de buurt. Na vier deuren krijg ik de grote sleutel van de kerk. Een kerk die niet meer in gebruik is. Ik slaap op de enige tafel die er is. Hoog, droog omwille van de natte grond en beschermd. Het altaar.

Groepen

Barrobjectif loopt op zijn einde, de laatste dag waarop honderden mensen samenkomen om meer dan duizend beelden te zien. De ene reportage al wat meer rakend dan de andere. Wat mij vooral aanspreekt in beelden, is wanneer de fotograaf je kan meenemen in het verhaal verder dan wat zichtbaar is voor het oog. Waar achter de eerste laag een diepere laag ligt die de kijker meeneemt in het diepste van zichzelf, daar waar de fotograaf zelf is geweest om het beeld te kunnen maken. Een beeld dat mensen samenbrengt. Zo had ik wel uren kunnen staan kijken naar een beeld van Isabelle Serro. Waar ik oog in oog stond met een vluchteling en waar zijn ogen zoveel vreugde en dankbaarheid uitstraalden. Een beeld met een ziel, een bijna levend beeld.

Na bijna drie weken Barro neem ik afscheid van de vrienden, om dan het festival te verlaten in dankbaarheid richting Périgueux en nadien Bergerac. Het was een boeiende tijd in groep, een niet-evident gegeven voor mij. Al snel zag ik mijn valkuilen…en kon ik eruit leren. Kunnen blijven in groep staan in evenwicht, in eigen kracht met ruimte voor rust en ontspanning. Een onderwerp waar ik graag mee aan de slag zal gaan. ‘Zijn’ in een groep.
De zon vergezelt me langs de weg. Het aangename dorp Verteuil met zijn kasteel, waar je aan de molen heerlijk zelfgemaakte brioches kunt eten, laten me genieten van de eenvoud van het leven.

Château de Verteuil

De ruimte rond mij voelt supergoed. Ik sta stil. De wind, de zon, de talrijke dierengeluiden. De warme kleuren die de natuur met zich meebrengt. Het kabbelend water. Mijn armen openen zich. Adem. Een nieuwe weg tegemoet waar plaats is voor acceptatie, transformatie, integratie. Dankbaar.

Moederspin met haar kroost

Boekvoorstelling

Op 29 april 2017 was er de boekvoorstelling van ‘ Als de buizerd me de weg wijst’. Het eerste boek over een pelgrimstocht in België. Een weg verbonden met de wegen naar Compostela. Meer dan 1000km in verbondenheid met de natuur en de mens.

29 april 2017-16-45-XT012693-2

Copyright Franky

Het was een spetterende start van het boek.

Hieronder kan je een beeldverslag zien genomen door Franky.

Ik wens dan ook nog mijn dank betuigen aan allen die aanwezig waren tijdens op boekvoorstelling in levende lijve en gedachten. Aan Jacobus Gent – Cultuurkerk voor de schitterende locatie. Sophie Cocquyt voor de intro. Brandhout voor de vreugdevolle noten en ambiance. Claudine Verspecht om een ‘Hart voor ALS’ voor te stellen. Jacqueline voor het voorlezen. Wagenschot voor de heerlijke soep. Rita Lernout voor de hulp. Franky voor de prachtige beelden van het evenement. Alle Angels die er geweest zijn, zijn en nog zullen komen. Het was een groot succes. Hartelijk Jasmine waren met veel En het eerste boek werd officieel overhandigd aan mijn metekind Liudmila Debels.

ALS

8 september 2016 – Tongeren

Eind 2012 hoorde ik voor de eerste keer het woord ‘Amyotrofe Laterale Sclerose’ of ALS  (een neuro-musculaire aandoening zonder enige kans op genezing). Ik leerde toen Alain en Katrien kennen. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, pas veel later werd de diagnose ALS vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt…In 2012 richtte Alain samen met zijn vrouw Katrien de vzw ‘Een Hart voor ALS’ op.

Ik begon aan een fotoreportage rond het leven met ALS. (Binnenkort zullen deze beelden op een afzonderlijke pagina te zien zijn op deze blog.)
Na de reportage wou ik een fotoboek maken om het nog breder kenbaar te maken aan het publiek. Om de één of andere reden vloeide het niet, tot een paar weken geleden tijdens mijn tocht, ‘Oh, maar waarom geen boek voor ALS ipv over ALS. Een boek over deze pelgrimstocht in België die alle Sint-Jakobskerken met elkaar verbind’, het werd me duidelijk. Het voelde aan als juist, in tijd en ruimte klopte het gewoon.

En ja hoor als bevestiging lag een veer van de buizerd voor mijn voeten. De creativiteit begon te bruisen. Het ene idee na het andere rond de vormgeving, wie en hoe kwam me binnen.
Alain voor jou en de vele andere zal dit boek er komen. En ik hoop dat dit een steentje zal bijdragen aan het verder onderzoek rond deze ziekte. Dank je wel voor je doorzetting en kracht, een voorbeeld voor velen.

Een jaar na Alain leerde ik Magda kennen. Haar dochters namen contact met me met de vraag of ik hun mama in beeld wou nemen. De ziekte nam een te snelle impact op haar en hun leven. Magda was ALS patiënt sedert 2009, pas een jaar later werd de diagnose vastgesteld.
Ik herinner me nog altijd de eerste ontmoeting. Magda kon me de hand niet meer schudden,  maar haar glimlach betekende veel meer dan een omarming. Hoewel we elkander niet veel hebben gezien, waren de ontmoetingen heel intens en waardevol.

Twee spelden hebben deze tocht meegereist op mijn hoed, deze van ‘een Hart voor ALS’ en deze van jou Magda. Een zonne-bloem vergezelde me op deze weg. Heel diep van binnen was er voor mij iets niet afgerond. Het werd me duidelijk.

Magda dit boek is voor jou, een fijne reis verder. Het gaat je goed. Magda verliet ons op 31 juli 2014.
Vandaag aangekomen in Tongeren is deze weg afgerond. Negentwintig Sint Jacobs de Meerdere en drie Sint Jacobs de Mindere kerken over gans België werden met elkander verbonden. Een pelgrimsweg in dit prachtig land met zoveel verscheidenheid en gelijkenissen.
Het begin van iets nieuws.

Binnenkort lezen jullie hier meer over het boek.

Tot dan , Jasmine

Luik – Liège

wp-image-1767881780jpg.jpg

Je repense à la situation d’hier soir. Sarah, chez qui j’ai logé cette nuit est issue d’une famille de témoins de Jéhovah. Elle même s’en distancie parce qu’elle a vu que les gens ne vivaient pas ce qu’ils prêchaient et que pour elle, certaines choses étaient intolérables. Un peu comme l’image que j’ai de mes grands-parents et leur religion.

Quand j’étais une enfant, j’allais tous les dimanches à la messe accompagnée de ma marraine. C’était la fête pour moi. Lorsque qu’elle est décédée j’y suis allée avec mes grands-parents. J’entends encore mon grand-père dire, “Tu as vu celui-là, il a une nouvelle femme, qu’est-ce que cette robe…”, chuchotait -il à l’oreille de ma grand-mère. Si ce n’était pas ces paroles, c’était son regard, qui scrutait les alentours, qui en disait long. Ça me faisait de la peine de voir et d’entendre ces choses. Chaque dimanche la même chanson. Une des raisons pour laquelle je ne suis plus allée à la messe du dimanche. Je ne pouvais pas comprendre car c’était l’opposé de ce que l’église nous dictait. Chose qui se passe sans doute avec toutes les religions. Et quelque part chose aussi qui se distancie de la religion ou de toute expérience spirituelle. Cependant, étant gamine, je ne le distinguais pas.

L’odeur, les irritations que je ressens dans les banlieues de Liège m’indisposent. L’odeur du tabac qui s’échappe par les portes d’entrée, l’urine d’êtres humains ou d’animaux. Je dois faire bien attention où je pose les pieds. Les cris et les hurlements des gens entre eux. Je me concentre sur ma propre personne pour trouver un équilibre. Je sens de la peine, mal pour ce que je vois et que j’entends.

Je m’arrête, respire profondément. Regarde autour de moi. J’entends plusieurs chants d’oiseaux aux alentours, le cri de la buse. Une paix s’installe dans mon cœur. C’est la première fois que je me réjouis d’aller quelque part. Le repos d’un espace sacré. Une église, un temple, une synagogue, une mosquée, une forêt, une chapelle… peu importe. Un espace en ville où règnent le calme et le silence. Un espace où tout le monde peut aller et venir, où tout le monde est le bienvenu. Où il n’y a pas de différence entre hommes et femmes, sans distinction, d’ascendance, d’origine, de religion. Un espoir qui vit en moi est que ces choses se réaliseront dans différents espaces sacrés. Un espace où tout le monde serait reçu à bras ouverts.

“L’église Saint-Jacques le mineur de Liège. La troisième et dernière sur cette route de Belgique. Un exemple de d’art gothique tardif. Pas écrasant, bien équilibré. On y trouve aussi bien une statue de Saint-Jacques le majeur qu’une de Saint-Jacques le mineur. Toutes les deux sculptées par Jean Del Cour. Une relique de Saint-Jacques le majeur est présente et une chapelle est consacrée aux pèlerins sur le chemin de Compostelle.

Saint-Jacques le mineur fut parait-il un membre de la famille de Jésus. Après le décès de ce dernier il se retrouve à la tête de l’église de Jérusalem. Dans les années cinquante il s’assure que les non-juifs puissent eux aussi se convertir au christianisme. Il meurt en l’an soixante-deux”, m’aprends le guide de l’église.

La banlieue m’a fatigué et je décide de dormir à Liège. Dans les rues de Liège je rencontre une connaissance d’un passé lointain. Une poignée de main. Satisfaite de ce qui fut autrefois. Le personnage disparait. Satisfaite de ce qui est. Le monastère des Bénédictines est le bâtiment où je fais halte aujourd’hui. Contente de pouvoir terminer ma journée dans cet endroit.

GPX Bestanden Soumagne – Liège

Luik

De situatie van gisteravond komt terug in mijn hoofd. De familie van Sarah, bij wie ik heb overnacht, zijn ook Jehovagetuigen. Zelf doet ze er afstand van omdat ze zag dat mensen er niet naar leefden en er voor haar bepaalde zaken niet door de beugel konden. Een beetje zoals het beeld dat ik had van mijn grootouders en hun geloof. Als kind ben ik iedere zondag naar de mis geweest, samen met mijn doopmeter. Het was voor mij altijd feest. Toen ze overleed ben ik nog samen met mijn grootouders gegaan. Ik hoor de woorden nog van mijn grootvader: “Heb je den dezen gezien, die heeft een nieuwe vrouw, wat voor een kleed is dat…”, fluisterde hij in de oren van mijn grootmoeder. Waren het zijn woorden niet, dan zei zijn rondkijkende blik al voldoende. Het deed pijn dat te horen en te zien. Iedere zondag was het hetzelfde liedje. Een van de redenen waarom ik niet meer naar de zondagsmis ben gegaan. Dat kon ik niet plaatsen en het stond zo haaks op wat ons werd bijgebracht in de kerk. Iets wat in iedere religie wel voorkomt. En wat eigenlijk ook los staat van religie of enige spirituele belevenis. Dat kon ik toen, als kind, niet zien.

De geur en de prikkels die ik ontvang in de voorsteden van Luik maken me misselijk. Tabakslucht die via voordeuren naar buiten glipt, urine van mens en dier. Het is opletten geblazen bij het neerzetten van mijn voeten. Het geroep en geschreeuw van mensen tegen elkaar. Ik focus me op mezelf om zo een evenwicht te vinden. Een pijn is voelbaar, pijn om wat ik hoor en zie. Ik sta stil. Adem diep in en uit. Kijk rondom mij. Verschillende vogels laten zich horen, de kreet van de buizerd. Een rust installeert zich in mijn hart. Het is de eerste keer dat ik ernaar uitkijk om ergens te zijn. De rust van een sacrale ruimte. Een kerk, tempel, synagoge, moskee, bos, kapel… wat het ook moge zijn. Een ruimte waar rust en stilte te vinden is, middenin een stad. Een ruimte waar iedereen vrij mag bewegen, iedereen welkom is. Waar geen onderscheid is tussen man en vrouw, afkomst, origine of geloof. Een hoop die ik koester, dat dat in de verschillende sacrale ruimtes mag zijn en ontstaan. Een ruimte waar iedereen met open armen wordt ontvangen.

De Sint-Jacobs de Mindere kerk van Luik. De derde en laatste op deze tocht door België. Een toonbeeld van late gotiek. Niet overdonderend, maar evenwichtig. Zowel een beeld van Jacobus de Meerdere als van Jacobus de Mindere, twee beelden gemaakt door Jean Del Cour. Een relikwie van Jacobus de Meerdere en een kapel opgedragen aan de pelgrims op weg naar Compostela. Sint Jacob de Mindere zou een familielid geweest zijn van Jezus. Na het overlijden van Jezus komt hij aan het hoofd te staan van de kerk van Jeruzalem. Hij zorgde ervoor dat niet-joden zich ook kunnen bekeren tot het christendom. Hij sterft in het jaar tweeënzestig. Dat alles kom ik te weten van de gids in de kerk. De voorsteden hebben me vermoeid en ik beslis om in Luik te overnachten. Op straat ontmoet ik iemand uit mijn ver verleden. We schudden elkaar de hand. Een goed gevoel van wat ooit was. De persoon verdwijnt. Een goed gevoel van wat is. Het benedictijnenklooster wordt mijn halte voor de nacht. Blij dat ik hier mijn dag kan eindigen.