‘Als de buizerd me de weg wijst’

j_als-de-buizerd_217x217_nl

Het boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’ van Jasmine Debels – een pelgrimstocht doorheen België, ten voordele van onderzoek naar ALS (Amyotrofe Laterale Sclerose)

In 2013 ergens midden de Pyreneeën stop ik langs de baan om een buizerd te bekijken in een rotsflank. Achter mij een waterstroom, een kapel, de Sint Jacobsweg. Mijn eerste ontmoeting met de camino naar Santiago de Compostela. Op 1 april 2014 ben ik – zonder voorbereiding – deze weg gaan wandelen. Mijn startpunt was Namen. Drie maanden later kwam ik aan in Compostela.

Ik had de smaak van het wandelen te pakken gekregen – vooral wat wandelen met zich meebrengt. Een vorm van reizen die me naar rust, stilte, puurheid, harmonie brengt, in verbondenheid met mezelf en de andere, de natuur en het groter geheel.

In de zomer van 2015 wandelde ik een tocht in België – Vlaanderen – waarin ik van de ene Sint-Jacobskerk naar de ander wandelde als opvolger van de camino. Ik was heel nieuwsgierig om het verschil te voelen tussen een weg waar dagelijks duizenden pelgrims zijn en een onbekende pelgrimstocht in eigen land. Hoe de verbinding tussen mensen kon zijn. En zo ontstond, ’40 dagen stappen, 40 dorpen, 40 ontmoetingen met 40 euro in totaal’. Een deel van de tocht ging via het ‘Jacobskerkenpad’, een pad ontstaan om het 25-jarig bestaan van de Vlaamse Compostelagenootschap te vieren.

Als persoon en als pelgrim was voor mij de weg in België niet af zonder dat ik de andere Sint-Jacobskerken in het zuiden van het land had verbonden met de weg die ik had gewandeld. In 2016 ben ik alle Sint-Jacobskerken van Wallonië gaan verbinden met die van Vlaanderen. Zo ontstond er een nieuwe pelgrimsweg, die alle Sint-Jacobskerken in België met elkaar verbindt.

Meer dan duizend kilometer langs GR paden, prachtige natuurgebieden, bossen, velden en waterwegen, met af en toe een been in Nederland, Luxemburg en Frankrijk, op wegen die leiden naar Compostela. Een weg waar grenzen vervagen en waar verbinding ontstaat.

Een weg die ik graag met jullie deel, om via mijn eigen beleving jullie warm te maken voor de weg, jullie weg, een vorm van reizen in bredere zin. Ook om deze tocht de wijde wereld in te sturen in de hoop dat er nog vele mensen mij zullen volgen om op deze manier in ontmoeting te gaan met zichzelf en ook in ontmoeting met het land België en zijn prachtige diverse gebieden en vooral niet te vergeten met de mensen die er leven. Een weg voorbij alle grenzen, in verbinding.
Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS)

Eind 2012 ontmoet ik Alain Verspecht. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, in 2007 de diagnose ‘ALS’ vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt… Ik ben het leven van Alain beginnen volgen nadat ik – als fotograaf – bij mezelf had stilgestaan bij het waarom van mijn beelden. In plaats van in verre landen te fotograferen bleef ik deze keer dicht bij huis, want ook hier hebben mensen hulp nodig. Het was de eerste keer dat ik in aanraking kwam met ALS.

Na een paar weken Alain in beeld te brengen, kwam ik in contact met Grietje, één van de dochters van Magda Decock (1948-2014) – ook een ALS patiënt. Grietje en haar zussen zagen hoe snel de ziekte impact had op het leven van hun mama. Om die reden vroegen ze me of ik een reportage wou maken van haar. Ik kon er niet aan weerstaan. Al snel kwam ik bij Magda thuis. Magda kon haar armen niet meer gebruiken om me te verwelkomen… dat deed ze met haar glimlach, die was zo groot dat hij alles oversteeg.
Zowel Alain als Magda hebben me elk op hun eigen wijze en met hun eigen zijn veel geleerd en bijgebracht. Ik wou dan ook iets terug doen. Een fotoboek maken over ALS, maar om één of andere reden vloeide het niet en kwam het niet van de grond.
Tot deze zomer me duidelijk werd dat ik geen boek moest maken ‘over ‘ALS maar wel ‘voor’ ALS. En net op dat moment lag een veer van een buizerd aan mijn voeten, als teken van bevestiging. Het eerste zaadje werd gezaaid. De verbinding was gemaakt. En zo is de bal gaan rollen. De tijd was er rijp voor. Mensen kwamen op mijn weg en ik had al heel snel een team achter me, dat me aan het helpen is om dit te verwezenlijken.

Het boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’- een pelgrimstocht doorheen België, begon te groeien.

Een boek ten voordele van ALS, om de overlevingsgrens te doorbreken en met de hoop dat een ALS patiënt kan genezen en een volwaardig leven mag leiden.

Het boek zal 192 pagina’s tellen met ongeveer 200 verschillende foto’s. Verder zal er een landkaart van België te zien zijn waar alle Sint-Jacobskerken te zien zullen zijn en een korte beschrijving van de weg, een persoonlijk dagboekverslag en zeven tekeningen. In de middenkatern zullen zwart-wit beelden te zien zijn over Magda en Alain.
De eerste voorstelling van het boek zal gebeuren in de Sint-Jacobskerk in Gent. Nadien zullen er verschillende voorstellingen worden gegeven in het land.
Het boek wordt met veel zorg samengesteld en zal kwalitatief gedrukt worden.

Een shock – Choc

sdr

La carte topographique en main, Philippe me montre le chemin à suivre. Accompagnée de chants d’oiseau je marche en toute modestie allant à la rencontre de la journée et de la Gaume.

Le sol à une texture sablonneuse ce qui tient mes pieds au sec après la pluie d’hier. J’en ai assez de la boue. La couleur du sol et des bâtiments a aussi changé, le gris a fait place au jaune. Un ruisseau débordant. À l’aide de quelques cailloux et de branches j’essaie de rejoindre l’autre cote… jusqu’à ce que je remarque qu’à côte des prédécesseurs ont créé un passage. Le vent se crée un passage à travers la forêt et fait chanter les troncs d’arbres. Un concert joué par la nature. Mon corps se sent lourd et fatigué. À Fratin je cherche une place pour me reposer. Je suis étonnée que la grande place devant l’église soit encore si verdoyante. Une grande pelouse avec de la place ou les enfants peuvent jouer. Pas d’immense place en béton comme il y en a beaucoup. ‘La pêcherie de Fratin’, à peu près à un demi kilomètre du village. Des viviers, du soleil, une chaise, mes jambes s’étendent.

Deux hommes s’approchent. Une longue conversation suit. Sans trop d’efforts les mots surgissent du fin fond de moi-même, en toute liberté sans réfléchir. Comme si les mots jaillissent de nulle part, qu’ils me viennent droit du cœur. Fluide, harmonie. Tout en continuant ma route je sens le bien que cette conversation m’a fait, je me remémore.

Dans le village, l’odeur du linge séchant sur le fil me vient de temps à autre au nez.

Myosotis, campanule, bleuets et sans doute camomille, epimedium… colorent les talus. Les quelques papillons que j’ai rencontré jusqu’alors volent de fleur en fleur. À Châtillon, une fête foraine. Un carrousel, un stand de tir et un stand de pêche. Pas besoin de plus pour voir la joie des enfants et des grands. J’entends les enfants raconter, plein d’envie, par qu’elle attraction ils veulent commencer. Le bonheur est dans les petites choses. Je choisis de continuer ma route vers Meix-le-Tige. À la fin d’une rue un sentier battu qui monte.

Deux paysans. Je leur demande: “C’est bien le chemin pour aller au prochain village?” Un sourire apparait sur leurs visages et ils me confirment que cela est possible à condition de grimper par-dessus des poutres. Je sens de l’hésitation, ma pensée me dit que c’est ok. Je prends le risque.

Premier obstacle. Des vaches traversent le chemin. “Allé… hup…” dis-je. Elles m’entendent et continuent leur chemin. Eh bien, encore une chose que je sais faire, jusqu’à l’instant où j’entends le fermier en bas dire la même chose… pfff, je pensais déjà avoir fait quelque chose de magique. Deuxième obstacle, troisième obstacle, je passe facilement.

Le quatrième, un fil électrique. Au premier coup je reçois un choc. J’avais oublié le courant. Je retourne sur mes pas et cherche une autre possibilité, jusqu’à l’instant où je me rends compte qu’un énorme taureau et toutes ses vaches se dirigent vers moi à tout allure.

Je crie, “A la vache!”. Je fais demi-tour. Je jette le sac à dos par-dessus du fil électrique. Ma tête va d’un côté à l’autre, des vaches au champ vide. ‘Zut, pourquoi n’ai-je pas suivi mon intuition à la place de ma pensée. Le taureau ou un nouveau choc électrique, mon choix est vite fait. Une fois de l’autre côté je sens ce que le choc m’a fait. Mon corps est en déséquilibre, ma jambe gauche et mon pied sont étranges, mon cœur est en overdrive, ma tête… ma boussole intérieure est comme perdue. Un juron. Oh, cela devait-il être si extrême. Maintenant je sais pourquoi les paysans souriaient.

Dans le prochain village je me laisse guider par mon odorat. J’ai faim. Une fenêtre de cuisine, une porte. Je frappe à la porte. Une demi-heure plus tard je mange un délicieux ‘chicon au gratin’ et des pommes allumettes fait maison en compagnie de Flo et Manu.

GPX Bestand Tintigny -Chatillon

Een Shock

De topografische kaart wordt bovengehaald, Philippe wijst me de weg. Met vogelgezang wandel ik ingetogen de dag in, de streek van ‘le Gaume’. De grond heeft een zanderige structuur, dit houdt mijn voeten droog na de regen van gisteren. Ik heb het eventjes gehad met de modder. Ook de kleur van de grond en de gebouwen is veranderd, geel in plaats van grijs. Een overstromend beekje. Met wat stenen en takken probeer ik me naar de andere kant te begeven… tot ik zie dat ernaast een pad ontstaan is door mijn voorgangers. De wind baant zich een weg doorheen de bossen, en doet de boomstammen zingen. Een natuurlijk concert. Mijn lichaam voelt zwaar en moe.

In Fratin zoek ik een plaats om uit te rusten. Ik ben verwonderd over hoe het grote kerkplein hier nog zo groen mag zijn. Een groot grasveld met plaats voor een speelterrein voor kinderen. Geen immens betonnen kerkplein zoals er zo velen zijn. ‘La pêcherie de Fratin’, zo een halve kilometer weg van het dorp. Visvijvers, de zon, een stoel, mijn benen strekken doet deugd. Twee mannen komen aangewandeld. Een lang gesprek volgt. Zonder enige moeite vloeien de woorden vanuit het diepste van mezelf, vrij en zonder nadenken. Alsof de woorden vanuit het niets komen. Dit voelt telkens aan als thuis zijn, vanuit mijn hart. Vloeiend, harmonie. Verder wandelend voel ik hoe goed dit gesprek me heeft gedaan, ik geniet na.

In de dorpjes komt de geur van de was, die aan de lijn hangt te drogen, af en toe onder mijn neus. Vergeet-me-nietjes, Campanula, korenbloem, kamille, Elfenbloem… ze kleuren de bermen. De weinige vlinders die ik al heb ontmoet vliegen van de ene bloem naar de andere. In Châtillon, een kermis. Een draaimolen, een schietkraam en een viskraam. Meer moet dat niet zijn om de vreugde van de kinderen en volwassenen op te wekken. Ik hoor de kinderen vol verlangen vertellen wat ze eerst willen doen. Het geluk ligt in kleine dingen.

Ik kies om verder te wandelen naar Meix-le-Tige. Op het einde van een straat een veldweg naar boven. Twee boeren. “C’est bien le chemin pour aller au prochain village?”, vraag ik hen. Er is een glimlach te zien op hun gezicht en ze bevestigen dat het kan mits wat ‘over balken kruipen…’ Ik voel twijfel, mijn denken zegt dat het ok is. Ik waag het erop. Eerste hindernis. Koeien steken de weg over. “Allé… hup…” roep ik naar de koeien. Ze luisteren en stappen verder. Amai, nog iets dat ik kan, tot ik de boer beneden dezelfde woorden hoor gebruiken… pfff, ik dacht al dat ik iets magisch had gedaan. Tweede en derde obstakel raak ik makkelijk voorbij. Aan een elektrische draad, krijg ik een shock bij de eerste poging. Ik was de stroom vergeten. Ik keer op mijn passen terug, zoekend of er een andere mogelijkheid is, tot ik me bewust word dat er een mastodont van een stier, met al zijn koeien aan een snelheid in mijn richting komt gelopen. “A la vache!”, roep ik. Ik loop terug. Rugzak overgooien. Mijn hoofd gaat van de ene richting naar de andere, van de koeien naar het lege veld. ‘Foert, waarom heb ik mijn gevoel niet gevolgd in plaats van mijn denken’, gaat er door me heen. De stier of nog een elektrische shock, mijn keuze is snel gemaakt. Eenmaal aan de overkant voel ik wat de shock met me heeft gedaan. Mijn lichaam voelt onevenwichtig, mijn linkerbeen en voet doen vreemd, mijn hart is in overdrive, mijn hoofd… Mijn innerlijk kompas is de weg even kwijt. Een vloek. Oh, moest dit nu zo extreem. Nu weet ik waarom de boeren een glimlach hadden. In het volgende dorp laat ik me leiden door mijn neus. Ik heb honger. Een keukenraam, een deur. Ik klop aan. Een half uur later zit ik een heerlijke ‘chicon gratin’ met huisgemaakte pommes allumettes te eten in compagnie van Flo en Manu.