Une petit mot

Ik schuif de rode transparante gordijnen opzij en open de grote ramen van de slaapkamer.
Over het gras ligt een laagje witte rijm. Voor mij, net boven ooghoogte staat een immens wit gebouw. Oorspronkelijk dacht ik dat het een ruïne van een fabrieksgebouw was. Neen, het is het zoveelste Amerikaans oorlogsmonument. Hmm, ‘les goût et les couleurs ne se discute pas.

In 1418 is hier een waar slagveld geweest. Een rechte lijn tussen Sedan en Verdun. De beelden uit het verleden – overal wel ergens te zien – vertellen veel over de geschiedenis van La Haute Chevauchée.

Voor ik het huis van Hervé verlaat reikt hij me een grote papieren zak aan, “tenais j’ai préparé un picknick pour toi se midi”. Komkommer, stukje kaas, brood en gedroogde appeltjes. Wat lief van Hervé. “Dans le pain ils y a un petit mots, a lire ce soir.” “Oh, c’est bien gentil merci. Tu me rend bien curieux. Promis, je ne l’ouvre que ce soir.” “Zijn zelfgebakken brood moet ik helaas achter laten wegens gezondheidsredenen.” Aan de portail buig ik me voorover, een namaste groet.

Ik volg verder de Via Arduinna. Kort na de Kaisertunnel, kies ik om verder te gaan op de GR 14 richting Bar-Le-Duc een wat langere weg, cijfers hebben voor mij echter geen belang.
Na de Kaisertunel – die ik niet bezocht- , loop ik door de Ravin du Genie. Waar bepaalde ruimte, loopgraven blootgelegd geweest zijn en een openlucht museum is geworden. Op sommige plaatsen zijn grote stukken partijen bomen vernietigd wegens een kever. Het lijkt bijna een waar oorlogsgebied.

Twee herten jumpen over de weg. Ik blijf staan, niet bewegend. In de hoogte hoor ik de kraanvogels. Links het getik van een specht. Rechts komt iets huppelend mijn richting uit. Ik kan het niet uitmaken wat het kan zijn het is één met de kleuren van het bladerdek. Ah, ja… het kijkt me rustig aan, een eekhoorn… het zet zijn weg rustig verder. De boom in.

Het laatste dorpje voor dat de klok achttien uur tikt, “le couvre feu”. Lochères. Ik bel aan. Een vrouw opent met een zelfverzekerd gebaar de deur. “Bonjour, je suis a la recherche de quelqu’un qui pourrais m’accueillire pour une nuit”. Ik laat even een stilte. “je suis très gentille, vous savez”, flap ik er plots al lachend uit. Hmm, dit is niet van mijn gewoonte.
De vrouw kijk me nog eens aan, deze keer met een zichtbare glimlach. “Je peut vous déjà offrir le café, je sait pas si mon conjoint voudras.” “Avec plaisir”. Ik stap het huis binnen. Samen zitten we te praten over wat me hier brengt, bij een heerlijke warme koffie. En le conjoint… Pas de problème….
We hebben samen een fijne avond.

Voor het slapen gaan lees ik het briefje van Hervé.
‘ Que les Lumières
Éclairent un peu
Nos Cœurs et nos Ames
Et que nos Ames
Et nos Coeurs
Éclairent ceux que
Nous aimons.
Bonne Route.

RV

Genty

De houten plankenvloer kraakt onder mijn voeten. Op twee vilten voettapijtjes schaats ik door de kamer en maak ik mijn rugzak vertrekkensklaar.
Ondertussen is Bernadette al gretig in de weer in de keuken.
Op het einde van de trap, op het eerste verdiep, bewonder ik de schijnwerkerij. Een lange houten werktafel, met een tal van blinkende houtbeitels waarvan het staal onroestbaar is en het houten handvat een blinkende patine heeft gekregen door de jaren heen. Ergens boven in een hoek, een kast met daarin de patroonheilige van de schrijnwerkers, St. Jozef. Aan zijn voeten, twee lampjes in kaarsvorm. De robuuste groene machines blinken en werden allen stofvrij gemaakt. Hier en daar hangt een catrol die vroeger het atelier via een nu geboende eiken plankenvloer verbond met het gelijksvloers.
Ik zou me zo verder kunnen verdwalen in het beschrijven van de details van dit bijzonder atelier met een diepe ziel, die vroeger een graanmolen was en beiden aktief was door wijlen grootvader en vader des huizes.
Toen ik gisteren aankwam mocht ik Nicolas bewonderen in het atelier van zijn vader. Het zonlicht deed me een voorovergebogen silhouet waarnemen, met hamer en beitel in de hand. Nicolas was net minutieus de laatste hand aan het leggen, aan de krans van een kruis vol symboliek.

Ik open de deur van de keuken. De warmte van de ruimte komt naar me toe, alsook de openblik van Bernadette. “À tu bien dormis, Jasmine ?” “Oh, que oui Bernadette, elle étais bien agréable. Merci à toi.”

Na het ontbijt vertrek ik samen vergezeld van Bernadette richting het volgend dorp – via haar tuin en aangelegde grot met een beeld meegebracht uit Lourdes in 1964 tijdens hun huwelijksreis – waarvan de naam mij ontsnapt. Daar zijn twee begraafplaatsen – een Duits en een Amerikaans- waar Bernadette met een zekere belangrijkheid over spreekt en ze me wil laten zien. Om haar te plezieren ga ik met haar mee.
“Tu vois les coques sur l’entrée ?” Ik kijk, twee bombastische arends staan te pronken op elk een enorme decadente pilaar. Een park van zo wat een 25 ha waarvan het onderhoud betaalt wordt door de Amerikaanse staat.

Ik neem afscheid van Bernadette. “Tu c’est comment je m’appelle”, wist ze me gisteren te vragen terwijl ze kookte. “Bernadette Genty”, en dit IS ze. Een lieve kranig vrouwtje van 76 jaar.

In een klein dorpje Ivoiry. Staat midden de paar huizen een ruïne van wat vroeger de St. Niklaas kerk was. Waarvan de kerktoren tot tweemaal een blikseminslag kende en de derde keer het dak met de klok werd weggenomen door een minitornade. De klok belande op de derde houten zitbank, zonder breuk.
De ongevallen zouden te wijten zijn aan de waterbron die onder de kerk loopt. Sedert dien hangt de klok zonder enig probleem vrij in de openlucht.
Tijdens een rustpauze geniet ik van de heerlijke aardappelen met witloof die ik meekreeg van Bernadette. Al zittend tegen een warme muur en uit de gure wind speel ik een deuntje op mijn blokfluit.
Voor het verder stappen krijg ik een koffie aangeboden en praat ik met een vrouw die in haar jeugd op de vloer van de kerk speelde.

Klik HIER om even mee te reizen via bewegend beeld.

Lisa en Friemel

Oehoe, het was wat frisjes bij het ontwaken deze morgen in deze grote vernieuwde feestzaal die staat te wachten om te delen, om mensen te verbinden via culturele en familiale gelegenheden.

Muts op, handschoenen aan… De weg.
Een wagen komt aangereden, het venster gaat open, een man kijkt me aan. “Oh, bonjour monsieur le maire. Je vous remercie beaucoup pour m’avoir partagé votre salle de fêtes”. “Vous n’avez pas u trop froid cette nuit?” “Un petit peut au matin, mon bonnet m’a bien servie.” “Je peut prendre une photos de vous ?” “Oui, bien sûr.”
De man komt uit de wagen en vraagt me op een bepaalde plaats te staan, richting zijn dorp. Vroeger zouden we gemeld hebben ‘klikklak merci kodak’, hihi.
Hij raad me wat dingen aan om te bezoeken en verwijst me naar Mevr. Ploner voor de sleutel van de kerk in Dun-sur-Meuse en een eventuele overnachting. Dit laatste, hmm, heel benieuwd. Op mijn wegen plan ik niets op voorhand en wanneer mensen mij doorverwijzen is me dit zelden gelukt. Wie weet.
Terwijl hij in de wagen terug stapt, “Vous allez voir le long de la Meuse perché en hauteur sur votre droite, vous allez voir une belle église. Cela vos le détour, elle est encore plus belle que Avioth.” “Merci pour vos info. Et c’est comment votre prénom ?” “Jean-pierre.” “Merci, Jean-Pierre et une bonne journée à vous.”

In Mouzay kruis ik een vrouw op wandel met haar hond.
“Bonjour, vous êtes seule”, vraagt de dame met een niet Frans accent. “Oui”, antwoord ik haar met een glimlach.
Lisa heeft mooie zwarte lange haren, haar bleke kleur van ogen worden geaccentueerd door de zwarte khôl die ze rond haar ogen heeft aangebracht. Aan haar handen kleurrijke gebreide wanten. Ze deelt me in het kort haar leven. “… Oh, la nature. C’est bien possible que vait déménager si toute cette histoire va encore duré longtemps peut-être au Canada ou en Ecosse. La il n’y a pas de Covid. Ici, je tient une auberge sociaux culturelle. Il y a plein d’instrument, les personnes viennent jouer. Pff, maintenant tous est fermer. Je n’est pas de famille ici… “. We delen onze naam uit. En horen plots dat we allebei Nederlands praten.” Mijn naam is Lisa. “” En hoe heet je hondje? “” Friemel van friemelen.”

Terwijl ik op de brug sta boven ‘La Meuse’, zie ik in de verte Lisa en Friemel, kleiner en kleiner worden.

Aan de oevers van de ‘La Meuse’ aan de ene kant en een prachtig natuur reservaat aan de andere kant ga ik richting Dun-sur-Meuse.
In Dun een fikse stijging naar de kerk. Even aanbellen voor de sleutel. Een vriendelijke dame opent de deur en vergezeld me naar de kerk Notre-Dame-de-Bonne-Garde.

Na het genieten van een breed oneindig landschap boven op de vestingsmuren, een telefoontje, de ondergaande zon. Ga ik richting le presbytère. Een vrouw komt uit de kapel… een vraag… een ontmoeting… een warme welkom in een volgend dorp in een oude watermolen.

https://youtu.be/eESXkuiPQvY

En route

Buiten hoor ik praten. Le poteau du jour is aangekomen. Ik kijk op mijn wekker 7u30. Ik breng mijn handen onder mijn hoofd, kijk naar het plafond en denk terug aan mijn droom terug naar boven.

Hoewel ik niet naar het nieuws kijk en ik me niet kan voorstellen dat dit me zou hebben beïnvloed… heb ik gedroomd over een ziekenhuistafereel, de tweede keer een identieke droom in korte tijd…
Ik lig op een bed, handen in elkaar, wit gekleed. En glijd van het ziekenhuis bed. Als een lichaam zonder beenderen, vloeiend de vormen volgend. Het afglijden duurt lang en diep. Het voelt goed. Er is veel volk in de buurt, niemand ziet het. Een verpleger/arts staat naast me om me terug op bed te leggen met de woorden – zonder ze werkelijk uit te spreken en zonder me te raken – “komaan ik geloof in je, op eigen kracht kan je je terug overeind komen en gaan liggen”. Hmmm, bijzondere droom met een telkens goed gevoel.

Ik sta op en ga naar de woonruimte om mijn ontbijt te nemen met gekende gezichten. Na wat aanwezig te zijn, te luisteren, ga ik mijn rugzak maken en me klaarstomen voor mijn tocht naar Vézelay. Ik neem afscheid.

Et hup en route… Mijn start op de Via Arduinna, de eerste heuvel richting Montmédy. Een weg die ik nu uit mijn broekzak ken, deze nam ik eenmaal per week om boodschappen te doen bij mijn verblijf in Avioth. Net zoals vroeger ipv met een voertuig, met de benen 8 km verder.

Ach wat deugddoend om mijn weg te blijven volgen.
In de namiddag bel ik mijn pa. “Bonjour papa, comment va tu ?” “Bhein, je suis à l’hôpital depuis ce matin.” Ik bleef er rustig bij en had zo mijn vermoeden wat de reden was. De bevestiging kwam.
Ik zet de telefoon uit en vraag me af wat ik kan doen of wat mijn verantwoordelijkheid hierin is.
OK, in het hier en nu. Ik stap verder en zal regelmatig met hem bellen. Hij kan alvast moppen uithalen, dus dit zit goed. Liefde zal ik hem toe sturen en hopen op een goede gezondheid. De rest is hopen dat mijn papa zijn eigen verantwoordelijkheid opneemt om niet in herhaling te vallen.

”s Avonds kom ik aan in Baâlon. Ik klop aan bij het gemeentehuis. Een man achter de balie zet zijn witte stoffen mondmasker op. “Bonjour, je suis à la recherche de monsieur le maire.” “Oui, c’ est moi”, zegt de man. Ik leg hem uit dat ik vernam dat er een feestzaal was en vroeg me af of ik er kon overnachten. Hij bespreekt met zijn collega de regels rond de Covid en ziet er geen bezwaar in… een feestzaal voor één persoon.