Chapelle des buis

Zes uur in de morgen… Oeps dit ben ik niet gewoon. Ik ben eerder een stoomlocomotief in de morgen.
Een rechte lijn naar Besançon.

Op de hoek van een straat. Een garage poort gaat open. Een wagen rijd uit. Krakk…de zijspiegel. De wagen stopt. Een man stapt uit al vloekend. De deur van de garage sluit zich terug op de wagen. Dubbele vloek. Ik hoor de man roepen “Oh bhein, je n’ai pas le temps aujourd’hui”, terwijl hij terug de poort opent en plakband vraagt aan zijn vrouw. De vrouw geeft hem gewoon plakband. Hmm, ik vrees. “Vous voulez du collant fort ?”, roep ik de man. “J’en ai. Et je serai ravis de vous le passer. Au moins il auras servi. Cela fait des milliers de kilomètres que je le trimballe avec.” De man plakt zijn zijspiegel vast. “Aurevoir.” “Attendait, je n’ai pas tous utiliser.” Hij brengt me de rest terug. “Le temps n’existe pas monsieur, c’est une illusion.” Hij lacht vriendelijk terug en draait zich gehaast om en zegt “Time is money”, on dit en Angleterre”. Ik steek mij hand op. “Merci pour le collant”, zwaait hij terug. Hmm, time is money… de prijs van de herstelling van de zal het inderdaad zijn.

In Ecole-Valentin kruist praat ik met een vrouw. Over de weg, alleen zijn, tijd… Ik doe het verhaal van de wagen. “OH, une même chose nous est arriver ce matin. Mon mari…” Ik geef haar de rest het plakband die ik bij heb.

Besançon

Église Sainte-Madeleine

De weg naar Besançon is lang. Een rechte lijn in de voorsteden. Drie kilometer lang wandelen tussen de industriële gebouwen, lab’s en universiteiten. De vele wagens. De confrontatie van een drukke grootstad. Eigenlijk kan ik de vervelende geluiden, drukte van de stad laten voor wat het is. Ik neem het niet op… het hoort niet bij mij… Een ding is zeker… De stad is niet meer voor mij. Geef me naar de rust, stilte van de natuur…
Na een goede drie kilometer wandel ik eindelijk de oude vestingen voorbij van de oude stad die zeer goed bewaard is gebleven. De geluiden van gemotoriseerde voertuigen verdwijnen op de achtergrond.
Hoewel ik van plan was een rustdag te nemen voelt het niet OK om dit hier te doen. Ik wandel verder richting het diosecaan centrum. Ik ontmoet er frère Max en krijg het adres van de franciscanen in Chapelle des buis.
Nog bijna drie kilometer… De laatste voor vandaag… Stijgend… Terwijl mijn mentale een loopje gaat nemen en er kort voor zorgt dat de stijging zwaar aanvoelt… kan ik plots gemakkelijk de gedachten omzetten… Ik begin te lachen en vind mijn gedachten wel grappig… Een wit metalen plaat staat boven me langs de weg… ‘Le mystère Joyeux’… Ja, die hersenen zijn inderdaad soms een mysterie… Traag gaat de weg… Stijgend… Een halt… Drinken… Stijgen… De kruistocht.
‘Pff, ik zal toch mijn rugzak nog wat lichter mogen maken voor de Alpen en ik denk aan mijn kledij’… Net op dit moment staat boven mij, langs de weg een kruis… ‘Jesus est dépouillé de ses vêtements’…

La Chapelle, staat er nog, ‘les buis’… helaas verorberd door de buxus rups.
’s Avonds ga ik nog een half uur mediteren met frère Jacques in een goed aanvoelende kapel boven op één van de zeven heuvels rond Besançon. Een gesnurk is hoorbaar. Frère Jacques is in slaap gevallen. De meditatie wordt gevolgd door de gebeden, we blijven met twee. Samen zingen en afwisselend bidden. Alsof ik dat al altijd heb gedaan. Zalig!

In de refuge pèlerin ontmoet ik ”s avonds nog Fabien en Hélène.. Een avond met pelgrims…

Snuffelen

Lachen… Vreugde… Een open gezicht… Zo mag ik vandaag ontwaken… Door mezelf te horen lachen. Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een vrolijke droom. Ik weet zelf niet wat ik droomde. Het doet er niet toe wat… Wel het gevoel… Zalig !

De geur van de openhaard. Een hond in zijn mand. Geroosterd brood, zelfgemaakte honing, een huisgemaakte biologische energiebal. Ten huize Jean en Veronique. Gelijkgestemden. En wie weet misschien wel een plaats om hier een handje toe te steken in hun biologische bedrijfje midden de natuur. “Aurevoir ma sœur”, zegt Jean terwijl hij me omarmt. Een omhelzing aan Véronique.

Op de achtergrond ergens buiten het bos een toeterrrr, een auto, een bakker. Een half uur later dezelfde toeter. Een aardbeien taart.

Bucey lè Gy

Vier konijnen en twee hazen rollebollen met elkaar over het veld . Naar voor, achter, rondjes draaien. Stoppen…. Herbeginnen. Op het moment dat ik dichter kom, muisstil. Snoet tegen de grond.

Een dorp. Een straat, een hond. Even snuffelen. “C’est à vous le chien”, vraag ik een vrouw. Voor haar huis twee schragen en een plank. Een paar bloembakken op de grond. Een bakje vol Pélargonium. “Non, c’est à la voisine. Oh, c’est déjà un vieux chien et il est malade”.
Van de hond komt ze bij haar poes en deelt me wat er met haar poes gebeurde. Tranen komen in haar ogen. We gaan samen zitten op de vensterbank. “Oh, je me suis pas encore remis de la perte. Ça fait bizar”, terwijl ze terug rechtstaat.
Haar haren liggen keurig. Haar bloemen hebben dezelfde kleuren als haar kledij. Roos, paars.

Een autobus komt aangereden. De deur opent. Op de hoek van een straat vrouwen. Kinderen stappen af, de schoolbus. “C’est quoi maman ?” Hij wijst naar mijn rugzak. Met grote ogen kijkt hij me aan. “Et ça ?” De uilenveer. Met zijn kleine handen laat ik hem de veer ontdekken. “C’est doux maman !”

Door bossen, doorheen kleine dorpen. Ontmoeting met vier honden. Groot, klein, middelmatig. De ene al grollend, de ander kwispelend, nog een met zijn haren recht… Angst is verdwenen… Af en toe nog wat schrikken als een hond onverwachts om de hoek komt. Sowieso blijf ik voorzichtig, het blijven dieren. Uiteindelijk maak ik met alle vier een fijn contact. Komend op hun terrein, doe ik mijn hand naar beneden en nodig ik hen uit naar me toe te komen. De tijd om te snuffelen, de tijd die ze nodig hebben om wat ze voelden wat te laten sussen, te vertrouwen, zich te openen. Een aai. Hebben we soms als mens ook niet wat een beetje hetzelfde gedrag! Te snel reageren zonder werkelijk de ruimte te nemen om te voelen, gewaarworden…

Montbollion

Verteren

Hartverwarmend om te zien hoe een jonge dertiger zijn personeel openhartig benaderd. De tijd neemt – ook al staat veel op de planning – de dag opent bij een pot koffie.

Op een smalle geasfalteerde weg een grootmoeder en haar twee kleindochters. Elk in hun hand een boeket geneeskrachtige bloemen. Hun lange haren waaien in de wind. “C’est important de les amener dans la nature”, zegt de vrouw.

In Seveux laat Ik me verwennen op een warme dagschotel. Rust en krachten opdoen. Toekomen met de rugzak in een restaurant is geen dagelijks beeld, om me daarom subtiel in een richting te duwen…
Een grote zaal. Ingedeeld met schermen en in een verschillend kleur, oranje en wit. Het oranje deel ligt wat in een donkere hoek, een tv aan de muur, kleiner en laag plafond. Gesloten…Aan tafel twee koppels mannen. Klederdracht vissers kledij, overall.
Het witte gedeelte is open, ruim, hoge plafond en veel licht. Tv wordt geprojecteerd via een beamer op de muur, een reuze scherm. Een familie, een bejaard koppel, een jong koppel met baby.
Ik wordt meegenomen naar een tafel in een hoekje, oranje gedeelte. “Je vous mais ici la bas il n’y a plus de place. Les place en tous étais prit”, zegt de ober me, gevolgd door “ici, vous avez la télé”. “Il n’y a plus de place!”, flopt er verwonderd uit. De ober begreep mijn intonatie. De kleren maken de man niet gaat door meheen.
Hij neemt me mee naar de andere kant.
Een man in visserskledij, een zachte blik, een glimlach. Wat later komt de man aan de contoir. Een glimlach en knipoog volgen elkander op. Ze vertrekken, een reactie volgt van de ober… een echo van de man met zachte blik. “l’habit ne fait pas le moine” en gaan de deur uit… ‘Chez Berthe’

Een knoop in de maag. Wat ligt er op mijn maag… Ja, de bonen dat is zeker… mijn lichaam komt me echter meer vertellen… Ik laat het sudderen. Niet dat het eten mij niet bevallen is, integendeel, het was lekker. Niet zozeer het gedrag van de man… Niet het feit dat ik liever ruimte had.

Wel eerder dat mijn beweegreden minder rebels mocht zijn. Een oud patroon van afschermen, weerstand, recht op bestaan, gezien worden was aanwezig. Ik had gewoon kunnen liefdevol vragen om in het witte deel te mogen plaats nemen in plaats van in het zelfde gedrag als hij te stappen. Wanneer een oud patroon de kans krijgt om in het bewustzijn te komen, te transformeren… gelijkaardige situaties in de toekomst dragen dan ook geen gewicht niet meer met zich mee.

Ja, wat heftig boeren met zich mee kan brengen. Het schudde me letterlijk en figuurlijk wakker. En om dan nog eens in resonantie van tijd projectie en spiegeling te mogen ontvangen en geven in verbinding met een vriendin. Zalig. (knipoog)
Ik stap verder in vertering en als ik nu een ‘peetje’ zou neer tekenen, dan zou het er eentje zijn op zijn rug, handen op de buik van het lachen en tranen van vreugde…. Ik heb het weer gekunnen.

De eerste krekels zijn ondertussen hoorbaar in de natuur. Af en toe een klaproos. In de weiden schapen of koeien. Ik denk dat ik een beetje verliefd aan het worden ben op de laatste. Ik vind ze zo schattig. Wat wild en toch zacht uitziend.

Langs het kanaal van de Saône geniet ik van de micro en macro wereld. Verschillende wantsen, bloemen…
De laatste dorpen op de dag zijn amper 80 inwoners… Gelukkig kort op elkaar. Ik klop aan aan de deur van Jean en Véronique… Met open armen ontvangen.

Etoile

‘De gedachte van iets nodig te hebben, is maar een gedachte’ . In essentie is alles er al.

Een gesprek met Mr. Angelo over al of niet een pelgrimsherberg te installeren in Leffonds blijft in mijn hoofd draaien. Onderwerpen als: Dorpen die trekken, sleuren om de weg door hun dorp te laten lopen, Luxe op de weg, wat je als basis nodig hebt als pelgrim…

Vertrekken we allen niet als pelgrim, mens, wezen om iets anders te ondergaan, in ontmoeting naar iets nieuws, om wat we hebben en soms allemaal even teveel is en voor even achter ons laten of misschien wel voorgoed, zich kunnen losmaken van, voor even een vrij mens te mogen voelen…
Aan de basis is belangrijk een gezond lichaam, water, voeding. Voor een overnachting: een toilet, water om je te wassen, een droog dak boven je hoofd, iets zacht om op te liggen. De rest ontvang je en ontwikkel je zelf op de weg.

De zin om neer te schrijven is te groot, dus doe ik het. Ook al weet ik dat ik tegen sommigen schenen kan schoppen. Dan is het zo.
Aan de dorpen, gemeentes… Maak van de weg geen ‘colonie de vacances’, of ‘un parc d’ attraction’, een toeristische trekpleister, draai niet mee in het economisch systeem van geld binnenhalen en bekendheid, laat de gedachten vallen ‘als wij het niet doen, dan zullen onze buren het doen en verliezen wij…’ Deze wegen zijn er al voldoende en daar willen de meesten net aan ontsnappen… Sommigen zijn hier al bewust van, anderen niet… het komt… wanneer de tijd er rijp voor is.
Hou de weg en laat de weg in zijn eenvoud en puurheid bestaan. Er hoeft niet iets gecreëerd te worden. Alles is er al. Geef de mensen de kans om terug te kunnen naar de eenvoud en puurheid. Maak van de ‘viafrancigena’ of nieuwe Compostela wegen geen wegen zoals er al zijn, waar mensen ‘la noumba’ houden tot ’s avonds laat en laten we de andere realiteit ook niet uit het oog verliezen waar alcoholische dranken, wiet… de vrije loop hebben en waar menigte denkt dit nodig te hebben om te kunnen in contact te komen met de ander. Plaatsen waar nog weinig respect is voor de rust van zijn inwoners en medepelgrims. Waar dorpen aan het kijken zijn om de weg uit hun dorp te bannen omdat het de spuitgaten uitloopt. Omdat het uit zijn voegen barst. Ook dat is soms realiteit op de weg. En daar kunnen we dan ook uit leren en groeien. Zorg te dragen, open te blijven, tolerant te zijn…

En natuurlijk is het welgekomen en aangenaam om af en toe eens verse kleren te mogen voelen op de huid, een heerlijk verzorgde maaltijd te mogen proeven die alle smaakpapillen extra komen strelen na drie dagen op brood en kaas te hebben geleefd. Een bed met verse lakens waar de benen breed uit mogen gaan ontspannen… Ook dit is er al…

Er zijn pelgrims met een grote financiële mogelijkheden. Er zijn mensen die kunnen sparen. Er zijn mensen die beide mogelijkheden niet hebben en waar het budget per dag misschien nog geen vijftien euro is. Of zelfs minder. Die zich grote budgetten niet kunnen veroorloven. Zich een pelgrim refuge niet kunnen permitteren. Laten we de deur niet sluiten voor deze mensen, het financiële mag geen belemmering zijn op de weg. Mogen door verenigingen en medepelgrims niet uitgesloten worden omdat men denkt luxe nodig te hebben op de weg. Laten we de weg open voor allen. Iedereen heeft recht om te groeien.

Aan de pelgrims, mensen die de weg nemen leer de kleine dingen des levens appreciëren. Eis niet. Eis geen drie tot vijf sterren plaatsen, overnachtingen, maaltijden… de sterren zijn er al leer ondergaan en zien op een andere manier.
Is er geen douche waaruit liters water vloeit, je handen op je lijf aan de lavabo doet wonderen.
Brood en wat beleg, stuk fruit ’s avonds, water… daar is nog niemand aan gestorven. En als je dan een maaltijd kan eten… Ik wens je de maaltijd te kunnen zien als met de ogen van een kind die zijn handen naar boven steekt, zijn mond opent en sparteld met de benen als het voor zijn neusje komt staan. Je ogen te mogen sluiten, naar binnen te keren en werkelijk te mogen proeven wat de aarde ons dagelijks aan goud schenkt…

Durf af te stappen van de voorgekauwde afstanden en plaatsen… Durf een stap te zetten in het onbekende ipv te plannen met ‘de sleutel op de deur’. Durf werkelijk bestaan. Leer te groeien in het alleen zijn, weet dat je dit uiteindelijk nooit bent. Zorg dat je geen gemis en verwachtingen installeert op de weg, want dan heb je enkel verplaatst wat je al had in je dagelijks leven. Durf uit de kast komen en laat al het geprogrammeerde, voorgepromeerde los. Durf je in je blootje te zetten. Durf hulp vragen.

Leer terug je voeten voelen op de grond. Leer midden in een veld de lucht op te snuiven en voel wat het met je doet. Zie de wind die in de bladeren blaast. De zon boven jou die zijn kracht over de aarde laat stralen en meehelpt in de groei van dingen op aarde. Voel het… Zonder gedachten. ‘ik kan het niet, ik zal dat nooit kunnen, de gedachte jezelf te kennen en wat je nodig hebt… Dit zijn enkel gedachten die je angsten camoufleren… Ga, ga en durf…

Champlitte

Ik stap de stad Champlitte binnen. Een lange straat neemt me mee naar boven. Leeg… Luiken dicht… Maison à vendre… Een plein. Een beeld. Lege vitrines. Mijn fantasie… Mijn twee klapschoenen… De zon die komt schijnen op de deuren die zich openen en de mensen die dansend en zingend op straat komen elkander de hand schudden. Waar onder mijn voeten groen begint te groeien en als een lontje zich verspreid in alle uithoeken van het plein. Blauw, groen, geel, paars, magenta, rood, oranje… Kleurrijk….
Terug naar de realiteit… Een lege fontein… Een kat in een hoek. Een man achter zijn gordijn.

Op de markt in Champlitte maak ik kennis met Flaurence, ze verkoopt er op dinsdag verse melkproducten. Waardevolle fijne gesprekken. Mensen die zich toevoegen en al snel staan we met vijf rond het kraam met heerlijke streekproducten. Wat fijn om in de vertikale energie aanwezig te mogen zijn, te voelen en bewust te zijn een kanaal te mogen zijn in mijn woorden, woorden die vloeien vanuit een niet tastbaar iets, waar het mentale niet aanwezig is. “Vous êtes une petite lumière étincelante sur mon chemin”, zegt een man plots uit het niets. “Vos mots me touche monsieur, merci de votre partage. De tous cœur je l’emmène avec moi sur le chemin”, antwoord ik terug.

Na de markt tijd om wat voedselenergie op te doen. Un bistro. Aan de contoir, een man. Midden de zestig. Jeansbroek. Een kuif. Zijn ogen wijd open, horizontale opgetrokken huidsplooien. Beide voeten op de grond, wiebelend naar voor en achter. 10u30 in de morgen.

Aan de hoeken van de straat volwassenen met een emmer vol muguets vers geplukt uit het bos. Twee euro voor ‘un brin de muguets’. En wat als we nu eens gewoon deze zouden uitdelen aan de mensen die je tegenkomt op straat die dag. Dan zou je toch veel meer waardevols hebben ontvangen ‘un moment de bonheur’…

Voor mij een jongkoppel. Margaux en Lucas… ze zijn zwanger… van een… en zal… heten… Ssttt hun familie leest misschien mee. 😉 En deze verrassing wil ik hen niet ontnemen. Ze nodigen me uit. Op terras in de zon eventjes bijkomen, wat praten en genieten van elkanders aanwezigheid. Hun ogen stralen vol- leven.

De natuur heeft terug zijn rust gevonden.

’s Avonds kom ik aan in Dampierre. Een bizar gebouw. Een hoge glazen toren. Alsof deze door een buitenaardse ruimteschip hier is neergeplaatst. Een groot hotel die toeristen opvangt voor één nacht tussen twee grootsteden in Frankrijk. Veel Chinezen. Heel industrieel en weinig aantrekkelijk. De geranten spontaan, jong, energiek, hulpvaardig…een openhartig ontvangst.

Landres

Na een goede kookpan te hebben gekregen van de priester, ga ik aan de kook. Een stevig ontbijt om de dag in te zetten.
De supermarkt, een nieuwe tandenborstel en tandpasta, ben ik ergens vergeten.
‘Dans un bistro’ , vul ik mijn dagboek en blog aan. Plaatselijke inwoners komen er hun aperitief drinken na de misviering. Op het moment dat het drukker begint te worden is het voor mij tijd om op te stappen. Net zoals het binnen komen via de vesting verlaat ik ook op deze manier de stad.

Oef, de zon schijnt terug. Aan het artificiële meer geniet ik van het stilstaand water. Twee kinderen trekken mijn aandacht. De kleine jongen zegt me heel spontaan en met een grote glimlach ‘bonjour’. Wat een openblik. Hij doet om verder te stappen richting de oever van het meer. Ik blijf staan, hij ook en kijkt me aan. Hij lacht en keert terug met me mee naar een café. Ik spreek een man en vrouw aan ‘Je vous l’ ai emmener’, vertel ik hen. De man spreekt me aan. Oh, ik had hem niet herkent, de zoon van Nadine waar ik sliep samen met vrouw en kinderen. Wat fijn, twee dagen verder en en terug deze warme mensen mogen ontmoeten.

Aan het meer kies ik niet voor de GR145/via Francigena met zijn aangelegde kades. Wel voor de pure natuur weg van toerisme. Wat een rust. Langs het water vissers in hun tent. Een boot die dobbert en een man geknield met een soort kijker waarmee hij in het water kijkt. Een tent en twee jongeren voor een schermpje. Een oudere vrouw ligt languit te rusten. Aan haar voeten rubberlaarzen. Waw, wat een mooi stuk ongerepte natuur.

Ik voel me net alsof ik gedragen wordt. Mijn rugzak weegt bijna niets terwijl hij nog altijd hetzelfde gewicht draagt van gisteren. Mijn lichaam beweegt soepel. Een sterke verticale energie is sterk voelbaar.

Een vlinder trekt mijn aandacht. Het oranjetipje. Terwijl ik ze in beeld neem zie ik dat ze elkander aan het uitdagen zijn. Het voorspel. Bijzonder.
Iets kruipt op een boom. Mijn eerste gedacht een muis. Neen, een Boomklever die van beneden naar boven zijn weg baant. Het gezang van de vogels zijn als muzieknoten die de ene oor in gaat, de andere uit.

Na het meer. Een dorp. Een huis. Aan het venster twee kaarten ‘lourdes’. Een vrouw komt aan de andere kant van de straat buiten. Nieuwsgierig. Ik vraag of ik haar toilet even mag gebruiken. Ze wijst me de weg, “c’ est pas vraiment ideal” weet ze me te vertellen. Ik dacht bij mezelf ‘wat zal het zijn’. Gewoon een toilet, netjes en een klein lamp boven mijn hoofd. Ik kom terug naar buiten. “Bhein merci beaucoup, ils sont bien vos toilet”. Neen, de toiletten hadden geen hedendaags papiertje, er ganged geen lampe kapje en was niet gesitueerd in huis, wel in de garage. Maar wat maakt dit het verschil uit. De vrouw vraagt of ik nog iets nodig had. Uiteindelijk nodigt de vrouw me uit aan tafel in familiekring. Een heerlijke maaltijd wordt me aangeboden in een huis waar de tijd is blijven stilstaan. Een grote kast in kerselaar. Een bed in een hoek. Een zetel ernaast en in het midden een lange tafel voor tien personen. Op tafel groenten uit de tuin. Een fles wijn. Een karaf water (gelukkig), stokbrood. Al dit heerlijk wordt omringd met een grote portie Liefde.

Een onweer is opkomst. Ik wandel nog een uur tot het volgend dorp.
Met de mantra ‘Un kilomètre à pieds ça use ça use… Wandel ik de laatste kilometer voor het dorp in. Ik eindig aan 52 kilomètres. Een burgemeester opent zijn vroeger schooltje voor een overnachting. Twee klassen. In de één fitness toestellen. De ander een scrabble bord. Een avondwandeling. Het kerkhof. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen. Waar grafzerken schots en scheef staan… Wat trekt me hier aan… Misschien de eeuwigheid.

Lessines

 

 

 

img_20180404_1248386532111389934856063.jpg

Livierenbos

 

Een zuster sluit de deur achter me. De andere zusters zijn in de mis. De ochtend start langs veldwegen. Lammetjes zijn hoorbaar in de achtergrond, naast mij één… twee rammen en in de verte is een haan hoorbaar. Een lange bosweg neemt me mee door het Livierenbos.
Het gezang van de vogels. Ik sta stil. Mijn ogen sluiten. De wind is voelbaar op mijn wangen. Ik verdwijn in gedachten. De vogels zijn overal hoorbaar. Pimpelmees, koolmezen, vinken en waarschijnlijk nog zoveel meer die ikzelf niet herken. Een diep zucht. Ik open terug mijn ogen. De wind laat fris groene blaadjes dansen.

Lessines. Geboortedorp van kunstschilder René Magritte (1898-1967). Naar het gemeentehuis. Iets wat ik vergeten ben, zijn de verkiezingen eind 2018. Formaliteiten. Oef, die kan ik binnen een paar maanden uitprinten. Lessines en net zoals zovelen steden en dorpen, leeg. Geen kat te zien, lege straten, verlaten winkels. De Sint-Pieterskerk binnen. In de twee kleine zijportalen is een mini tentoonstelling te zien. Een detail op een wit gewaad uit 1890 trekt mijn aandacht. Wat een detaillering. Een waar kunstwerkje. Plots gedonder en een fikse bui. Ik ontsnap aan een onweersbui. Niet ver van de kerk Hôpital Notre-Dame à la Rose. Een ziekenhuis ontstaan in het jaar 1242. Deze was toen volledig zelfbedruipend. Deze plaats was er om de hongerige te spijzen. De dorstige te laven. De zieken bezoeken. De naakten kleden. De daklozen herbergen. De doden begraven. De gevangen verlossen en ook pelgrims kwamen hier over de vloer. Oorspronkelijk wou Lessine hier appartementen op bouwen. Gelukkig zijn er mensen geweest die inzagen dat dit een waar erfgoed was. Wie het hospitaal in Beaune heeft gezien, het is zeker de moeite waard om dit musea te bezoeken. Waar Beaune eerder gericht was op de kamers zie je hier vooral een schat aan medische apparatuur. Ook een waardevolle kruidentuin.

‘Moge uw voeding uw geneesmiddel zijn en uw geneesmiddel uw voeding’,Hipocrates

img_20180404_1934572000115712310253419.jpg

 

 

img_20180404_2048186337478618461791929.jpg

Na Lessines kom ik plots de Sint-Jacob schelp tegen… De weg naar Santiago. Mijn nacht breng ik door in een garage. Een gans atelier. Een babbel met de eigenaar. Voor hij de deuren van zijn huis sluit brengt hij me nog een gieter vol water en een teil. Een fles water en koffie en mag ik nog even zijn toiletten gebruiken.
Ik gebruik wat isomo om op te slapen. Mijn nooddeken erop, daarop mijn matras. Het ijskoud water warmt mijn lichaam op. Met wollen muts en wollensokken kruip ik in mijn dons. De sokken en de muts zullen ervoor zorgen dat mijn lichaam zijn warmte in evenwicht kan houden en ervoor zorg dat ik niet afkoel. Oordopjes in en… Tot morgen.

 

img_20180404_2117159187269805235619102.jpg

 

Zwalm

 

cof

Het is stil in huis. Ik open de deur van de woonkamer. Iemand komt naar beneden. Rocky. Hij kijkt me argwanend aan. Ik hou rekening met zijn houding en ga voorzichtig met hem om. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken zie ik dat de deur op slot is. Een stoel, een tafel, de keuken. Ik vul mijn dagboek aan in afwachting dat de grootmoeder of Amber ontwaakt. De ouders zijn al vroeg de deur uit. Rocky blijft aan mijn rechterzijde. Wat is het fijn om te voelen dat er nog veel mensen openstaan voor elkander. Waar een volledig vertrouwen van beide kanten aanwezig mag zijn. Wie durft nog zijn deuren te openen wanneer iemand komt aankloppen en vraagt naar een onderdak voor een veilige nacht. Een warm en waardevol gebaar dat men niet enkel schenkt aan de ander, ook zichzelf hiermee goeds kan doen.

Voor ik volledig de weg op ga, even langs de bakker. Ik kom terug op mijn stappen. In de verte hoor ik roepen ‘daaggg Jasmine’, in een deuropening Amber en haar grootmoeder, ze staat met open armen in de lucht te zwaaien. ‘Daag Amber, daaggg’, roep ik terug.

 

 

Linksonder , de Zwalm. Een man tot aan zijn liesen in het water. ‘Goedemorgen. Wat is er hier te vissen?’, vraag ik de visser. ‘Kleine forellekes, deze zijn nog niet zolang te vinden hier.’ We praten nog wat verder en wensen elkander een goede dag.
De weg neemt me verder mee via de oevers van de Zwalm, sluizen en landwegen. De Vlaamse ardennen. Aan de andere kant van de oever een paaldanseres aan het oefenen rond een boomstronk. Hmm, ik waag me niet. Een mode pop.

Mijn grote teen. Een eerste blaar is voelbaar. Om ze minder te voelen en ze niet de kans te geven zich verder te ontwikkelen, hou ik aandachtig rekening met haar. Mijn rugzak wat lichter gemaakt en een rechte houding aannemen. De blaar zelf laat ik zitten, binnen een paar dagen versterkt ze mijn huid voor de komende tijd.
Mijn knieband liet ik achter bij vrienden. Deze was meer een last, dan goeds. Mijn knieschijf moest hierdoor normaal steun krijgen en pijn verlichten, echter bracht het me een omgekeerde beweging. Zonder voelt het veel beter.

img_20180403_2149592009842044167398402.jpg

Ken en Gaby

 

Een wagen met aanhangwagen komt aangereden. Twee mannen stappen uit. De aanhangwagen ligt vol met metalen vierkanten. Het zien er net vangnetten uit. ‘Amai, dat is sportief’, zegt een wat rijpere man. Gaby heet hij. Samen met zijn compagnon Ken vangen ze ratten. We praten wat over de weg. Het al of niet alleen stappen, de voor en nadelen ervan. Of er eenzaamheid is… Eigenlijk ken ik geen eenzaamheid op de weg, er is zoveel te beleven en zoveel ontmoetingen.

De lucht kleurt af en toe donkergrijs. Op een openvlakte kijk ik hoe de lucht continue verandert en lichtstralen tovert aan de horizon. De wind komt is van de partij. Het landschap is open met veel vergezichten. Tegen de vroege vooravond ben ik in Brakel. Een pauze, anders zou ik die wel eens durven vergeten. Wanneer ik de weg terug verder zet kom ik langs een klooster. Een groot Franciscus beeld staat in een nis van een gevel. Ik bel aan. Een zuster opent de deur en laat me binnen. Zuster overste komt erbij… Ik doe mijn verhaal waarom ik aanbelde… Het Franciscus beeld trok mijn aandacht. Ik kon dit niet aan mij voorbij laten gaan op mijn weg naar Assisi. We kijken elkander aan en plots schieten onze woorden te kort. Ze werden overbodig. Een krachtige energie is voelbaar. De zuster geraakt ontroerd. Vocht komt in haar ogen te staan. Een verfrissende douche voor het avondgebed. Het avondmaal. En we eindigen samen de avond in de woonkamer kijkend naar het nieuws en nadien een avondlied.

 

 

 

 

Ijzerkotmolen

 

img_20180402_2334324633764917636080375.jpg

Munte

Na vier dagen kamperen in eigen huis, een overnachting in een voor mij gekend bed bij vrienden.

Het is fris buiten, mijn muts en handschoenen zijn niet overbodig. Via gekende dorpen zet ik mijn tweede dag in. Het gevoel van volledig weg zijn, is er nog niet ten volle.

Langs de wegen staan vol ontluikende bomen. Lente is op komst. De eerste lente bloeiers zijn aanwezig. Forsythia en krokussen kleuren de bermen geel.

Af en toe wandelen ik langs een frisse zoete geur. De Skimmia. Ik blijf voor de plant staan en laat me bedwelmen door zijn overheerlijke geur.

Van landskouter naar Munte. Op een grote baan, mij niet onbekend, kies ik om rechts af te slaan en een goeie dag te gaan zeggen aan de kleine Lena en haar mama en papa. Een deugddoende pauze.

Altijd wel fijn om je laten te verrassen door de weg, een voordeel van niets vast te zetten en te genieten van wat op je afkomt. Zo kom ik aan in Dikkelvenne en bel ik op het onverwachts aan bij Marleen. De tijd van een koffie, een babbel en hup…

De GR 122 neemt me mee via landelijke wegen richting de Vlaamse ardennen. Naar de avond toe stop ik in een ijzerkotmolen om iets te eten. De tijd is hier stil blijven staan. Een openhaard verwarmt de ruimte en is meer dan welkom. Als ik mijn maaltijd wens te betalen krijg ik te horen ‘met plezier geschonken door het huis, neem ons mee in gebed naar Compostella’. Dit is altijd even wennen wanneer een maaltijd zomaar wordt aangeboden, en toch o zo dankbaar en kan ik het met open armen ontvangen.

Na een half uur stap ik nog verder langs de Zwalm. De avond is in aantocht, tijd om een overnachting te zoeken. Na drie maal aankloppen wordt ik met open armen ontvangen bij Els, Piet en Amber. Rocky een herdershond laat me zonder enig probleem toe in het huis en ontwijkt niet van mijn zijde. Een grote levende knuffel. In de zetel val ik diep inslaap op weg naar…dromenland.

 

img_20180403_0452093274727127599005053.jpg

Zwalm

Pelgrimszegen

img_20180403_0504148995738626880282414.jpg
Jeannette

1 april 2018.

Een bezoek aan mijn bovenbuur vrouw Jeannette. Een bijna 90 jarige (14 april) en in superform voor haar leeftijd. Het daglicht schijnt op haar rechterkant. Haar ogen glinsteren, ‘oh, ik gau nu min cremekarre nie mej hoaren’ (ze bedoelt het geluid van haar deurbel). We krijgen beiden de slappelach. ‘Wa go ik joan missen’… Het raakt me en voor de eerste keer laat ik dit woord toe. Ik vond dit altijd vervelend wanneer me iemand dit me zei, ik duwde dit af. Afhankelijkheid, afscheid… koppelde ik hieraan. Het komt binnen en voor de eerste keer voelt het goed en juist in mijn beleving en kan ik het toelaten. Iemand betekenen voor iemand en vice versa…

Bij een andere buurvrouw Francine. Hebben we een fijn en boeiend gesprek rond geloof en wat het voor elk van ons betekent. Een half uur later zet ik mijn voeten op de Gentse kasseien en de naam van het appartement ‘Esperanza’ verdwijnt om de hoek.

De klokken van de Sint-Baafskathedraal beginnen te luiden voor de paasviering. Vrienden zijn aanwezig. Hartverwarmend. Ook mijn ‘zus’ is er (dochter van mijn moeder haar tweede man), deze winter mama geworden van de kleine Lena. Op het einde van de viering vraagt bisschop Luc Van Looy me naar voor in de overvolle kathedraal voor de pelgrimszegen. ‘Er is hier een hij of is het een zij die naar Compostella vertrekt’… Ik vond dit gepast hij of zij… Noch het een noch het ander, ze voelt het voor mij. Met een rustige en stevige stap komt Mgr Van Looy voor me staan. Mijn ademhaling wordt dieper. Een diep verbonden contact… Zijn handen rusten elk op een schouder. We kijken elkaar aan… Ik sluit mijn ogen… Ik voel een hand op mijn hoofd. Het voelt stevig, beschermend… De zegen… We delen nog wat woorden… In schoonheid en verbonden geraakt…

Na de viering neem ik afscheid van mensen die me genegen zijn. Innige knuffels worden gedeeld. Een kruisje op mijn voorhoofd, een kaartje, een klein geschenk… Een foto. We verlaten samen de kathedraal via de middenbeuk. Nog even een goede dag aan monseigneur. Een stevige hand… ‘Je eindigt je weg terug langs hier’ vraagt de bisschop. ‘Absoluut’, antwoord ik terug.

Een zwaai langs hier, langs daar. Mensen komen me een goede weg wensen. Mensen die geraakt zijn door mijn vertrek. Dankjewel aan jullie die aanwezig waren. Het voelde zo goed. Nogmaals een dikke knuf.

Samen met vier stappers Lut, Koen, Els en Franky zet ik mijn eerste stappen richting Assisi. Een bijzondere ervaring om samen met anderen te stappen. Ideeën, vraag en antwoord worden gewisseld. Via de Schelde verlaten we Gent richting Melle. Aan het station in Gontrode nemen we afscheid. Een groepsfoto en ik zet mijn weg verder door het bos op weg naar vrienden voor mijn eerste overnachting.

Kunstenaar en bijenhouder Jef Wynants