Bernadette

Kapel Maria Magdalena – St. Quentin

Zachtjes ontwaak ik uit mijn diepe slaap. Ik kijk op mijn uurwerk. Oeps, 7u45. Ik heb het vertrek van Thibaux gemist. Ik kruip vanonder mijn tarp en strek me uit. De lichte regenval van deze nacht deed de natuur goed.
In de verte zie ik Stephanie afkomen met een paar dozen, een thermos onder de arm, een keukenhanddoek en wat couverts. “Ik heb wat klaargemaakt voor je ontbijt. Ik ben klaar om naar het werk te gaan, doe gerust op het gemak”, deelt Stephanie. “Och, dat is lief. Dankjewel voor je gastvrijheid, ik heb me trouwens overslapen waardoor ik het vertrek van Thibaux heb gemist.”,zeg ik. “Is niet erg. Blijkbaar had je het nodig en heeft onze tuin je goed gedaan”. “Hoe doe ik het straks voor de poort, sluit ik die?” “Neen, je mag die gewoon open laten zoals nu.” Na een kleine tien minuten rijd Stéphanie de poort uit. We zwaaien nog eens naar elkander.
Na het ontbijt ga ik de boter die in een doos zit bij de buren dragen met de vraag of ze deze in de koelkast kunnen bewaren te ’s avonds.

Bernadette, de overbuurvrouw roept me. “Heb je goed geslapen”, vraagt ze me. “Ja, heel goed zelfs zodanig dat ik je buurman niet heb horen vertrekken. Heel warme en gastvrije mensen.” “Wat ben ik blij dat ik je naar daar heb gestuurd. Ik was een beetje verveeld met de situatie dat ik de ruimte niet had voor je tent te plaatsen”, deelt ze me verder. “Het is helemaal ok, geen zorg, ik begreep het wel”, ik had gisteren avond Bernadette gevraagd om hulp. Bernadette begint me te vertellen over haar dochter, “mijn dochter had het plan om naar Compostella te wandelen, maar helaas heeft ze moeten annuleren wegens borstkanker en op de koop toe heeft haar man nog eens de diagnose Parkinson gekregen en dit allemaal vorig jaar. Ik vind het zo spijtig voor hen. Ikzelf zou ook nog graag eens die tocht willen doen. ” Nadat ik haar leeftijd vroeg,82 jaren, en amai zo jeudig zou ik er ook graag willen uitzien en zijn. Een pientere tengere fris uitziende dame. We blijven nog wat praten. Ze deelt dat ze Fibromealgie heeft.
” Weet je Bernadette ik ken een vrouw die fibromealgie had. Ze is op stap gegaan vanuit België naar Compostella. Ze is terug gekomen genezen. En we gaan zelfs volgend jaar samen naar Jeruzalem. Ook jij, je dochter en schoonzoon kunnen de weg op, op jullie manier. Je hoeft geen vijventwintig kilometer te doen, tien kilometer is ook ok. Op jullie eigen tempo en volgens jullie mogelijkheden. ” We ronden het gesprek af en ik ga mijn rugzak klaar maken.
Bij het naar buiten komen roept Bernadette me vanaf de overkant van de straat, ” Jasmine, mag ik een foto van je nemen dan kan ik dit vertellen en laten zien aan mijn dochter. “” Ja hoor is helemaal ok. “
” Jasmine, ik ben blij dat ik je nog eens heb geroepen. Je hebt me moed geschonken en vreugde voor de komende dagen”. Haar ogen glinsteren, zalig. “Dank je Bernadette voor je delen. Het doet me plezier dit te horen”. We zwaaien naar elkaar en wat verder draai ik me nog eens om en zwaaien terug.

Voor de aankomst in Saint Quentin wandel ik langs het kanaal van St. Quentin. Een tal van huizen aan de sluizen staan leeg en zien er binnenin wat vernield uit. Ik stel de vraag aan een vrouw of ze weet van wie deze huizen zijn en wat ermee zal gebeuren.
De huizen zijn eigendom van het VNF – Voies navigable de France. “Ik zie ze hier al 8 jaar leeg staan en ieder jaar wordt het erger. Er wordt ingebroken, vloeren worden uitgebroken, vensters uitgehaald en men laat het gebeuren.”” Maar waarom steekt met er geen mensen in, we hebben woningen tekort. Een gans gezin kan hier intrekken. En dit maal vijf, ik zag al vijf huizen zo. “” Mevrouw dit is de in coherentie van de maatschappij”,deelt de vrouw verder. “inderdaad”.

St. Quentin. Ik stap de Basiliek in. Aan de hoofdingang ligt een labyrinth. Helaas, momenteel ligt de helft onder een metalen stelling. Ik blijf een eind staan in een kapel die mijn aandacht trekt door zijn prachtige muurtaferelen. Nadien bezoek ik verder deze goed aanvoelende kerk met zijn prachtige architectuur en zijn verassende hoekjes en kantjes.
Wat later in het restaurant ‘Chez Jean’, net naast het plein – Af en toe verwen ik me op culinair vlak – deelt de vriendelijke eigenaar wat informatie en een boek over de basiliek. Tot mijn grote verwondering lees ik in het boek dat de kapel die mijn aandacht trok, de kapel van Maria Magdalena is.

’s Avonds maak ik gebruik van een camping om mijn tarp op te zetten. Waar ik Diana ontmoet. De vrouw komt naar me toe en vraagt me waar ik heen ga. Ze bied me een thee aan, “Ginger and Lemon direct from England. And Chocolat direct from Germany.” “Waw, what a surprise, thanks.”
” Woman on the road we need to help each other.”

Hier nog een kortfilmpje

Hier nog wat beelden en ook hier

Source de la Somme

La Somme rivière

Ik draag de hamer terug naar Christophe, de conciërge van het sportterrein. “Zin in een koffie?”, vraagt Christophe. “Graag, met plezier accepteer ik je uitnodiging.” Hij laat me zijn zelfgemaakte clafoutis proeven van de verse braambessen die hij gisteren plukte en met fierheid toont hij mij zijn huisje die hij eigenhandig en met smaak heeft vernieuwd.
We praten over de regio, de buurt.
” Dit was hier vroeger een heel rijke buurt waar textiel werd vervaardigd”,zegt Christophe. En wanneer ik later op de dag de rijk versierde architectuur en de grote herenhuizen zie, denk ik terug aan zijn woorden.

Langs de weg en voor de zoveelste keer hoor ik, “Heb je geen schrik in deze tijden, met al die halvegare.” “Meneer die zijn er altijd geweest, alleen komt dit allang en meer aan het licht. Gelukkig! Ik weet dat het bestaat, alleen krijgt het mijn aandacht niet. Op acht jaar ben ik nog nooit lastig gevallen geweest.”
Het is me opvallend hoe de inwoners uit deze regio niet enkel vriendelijk en open zijn, ook betrokkenheid is sterk aanwezig.

Terwijl ik wandel ga ik even naar mijn klein tasje waar de telefoon in zit. Met verwondering ontdek ik er nog ‘une bêtise de Cambrai’, een heerlijke lekkernij die ik kreeg van de dame in het toeristisch bureau in Le Cateau-Cambresis. Ik zie haar glimlach en openblik even terug voor mijn ogen.

Midden de velden blaast de wind langs mijn oren. Ik hoor het gedroogd gras onder mijn voeten. Een buizerd is hoorbaar in de verte. Aan de horizon een watertoren. Een groot afgemaaid veld scheidt ons van elkaar. Heel ver gromt de motor van een vliegtuig. Mijn voetstappen zijn duidelijk aanwezig en voelen wat zwaar, net als de zwoele temperaturen die als drukkend aanvoelend.

Aan la Source de la Somme (de bron van de Somme)in Fonsomme zet ik me even op een muurtje kijkend naar het tafereel die zich rond mij afspeelt. Twee jonge kinderen, zitten gehurkt op een steen naast de bron, spelend met een houten stokje in het water. De papa staat aandachtig te luisteren naar het bejaard koppel op een bankje onder de schaduw van de boom. Aan de andere kant een man en vrouw komen aangefietst. Leggen een stoffendiek op het gras en nemen samen een pichnick. Mijn favorite plaatje, een vrouw zittend op het gras, benen vooruit. Tussen haar knieën en haar schoot ligt een man met zijn hoofd op haar dijen, ogen dicht. In haar armen ligt een pasgeboren aan de borst. Al die verschillende taferelen doen me denken aan de schilderijen van Manet en als ik er nog wat klaprozen of andere kleurrijke bloemen zou aan toevoegen, een strohoed hier en daar – de mijne heb ik alvast op – zou er zo in een levend tafereel van Monet kunnen ontstaan.

En om verder te verdwalen in deze taferelen, geniet ik verder van de schoonheid aan de natuurlijke oevers van La rivière de la Somme. Een waar plezier aan pure schoonheid die de natuur ons dagelijks schenkt.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Wilde kastanje

Mijn ogen openen zich. Ik kijk naar buiten en zie een gamma aan grijze tinten. Mist. Hihi, naar buiten kijken, best wel grappig dat deze zin komt, want behalve een zeil in driehoekvorm die dient als dak boven mijn lichaam, ben ik buiten.
En wat een verademing om iedere avond op zo een manier de nacht in te kunnen.

Een nieuwe manier voor mij, voorbij mijn angsten, en begonnen als een vanzelfsprekendheid, die me al veel gebracht heeft op persoonlijk vlak… en die nog wat verder aan het rijpen is. Het brengt me alvast nog een extra laagje innerlijk vrijheid, waarin, hoe kan ik het vernoemen, de grenzen van het oneindige transparant wordt en terzelfde tijd een grens binnenin mezelf samenvloeien op één lijn.

Een grote wilde kastanje aan een grot lonkt om er in de schaduw een pauze te nemen. Dankjewel boom voor je schaduw, die ik weet te appreciëren.
Ik neem mijn tarp uit de zak die nog wat vochtig is om deze in de wind en zon te laten drogen. Doet me plots terug denken aan een beeld die ik nam tijdens de Maha Kumb Mêla in Indië (het groots religieuze gebeurtenis ter wereld die maar enkel om de 140 jaar plaats vind volgens de positie van de sterren. Mensen komen er van her en der te voet of met voertuig om er in de Ganges te baden) waar een vrouw haar sarong (kledingstuk) vast hield om deze te laten drogen in de wind. Hier sta ik dan mijn dak vasthoudend voortgeblazen door de wind en met de zon boven mij is mijn zeil in een mum van tijd droog.

De Achillea, klaproos en de Camille hebben hier en daar de onkruidbestrijder overwonnen. De schermen van duizendklauw verspreiden hun zaden.

Op sommige percelen werden diverse omheiningen geplaatst op de randen van percelen om meer biodiversiteit te bewerkstelligen. Bramen, meidoorn, sleedoorn. Aan een braamstruik zoek ik bramen op ooghoogte. Helaas geen. ‘och, wat zou het me plezieren om er te vinden’, gaat door meheen. Beetje verder aan de ingang van een dorp staat een immense braamstruik vol braambessen naar me te lonken. De eikenbomen dragen al volop hun vruchten, onder mijn voeten kraken de afgevallen kleine nootjes.

In Landrecie na een vermoeiende en prachtige dagtocht stap ik richting het kanaal, naar een nog verlichtte campingcar.
Ik klop aan ‘Roland’ doet open en vraag of hij een hamer bij heeft. Gelukkig want door de droogte zijn de haringen moeilijk in de grond te krijgen. Een galf uurtje later vertrek ik naar dromenland.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Pelgrims

Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar.
Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.

Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.

Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !”
We stappen elk verder onze richting.

Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen.
In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus.
Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.

Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”

Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.

Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico.
In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.”
En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.

Klik hier voor een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.