Energie

‘Je vous offre un café!’ Ik kijk op. Een vrouw in een lang kleed met bloemetjes, een nachthemd, daarop een mouwloze vest. In de rechterhand een grote emmer met een deksel erop. ‘Ahh, volontier madame. Je refuse pas’, nog aan het ontwaken na een zalige nacht onder de blote hemel. ‘Cela va vous réchauffer’. Een paar minuten later staat een verse koffie in een beker en een stukje keek naar me te lonken.

Door de vochtigheid is mijn slaapzak nat aan de buitenkant. Gelukkig niet binnenin, wat niet ten goede zou gekomen zijn voor mijn nachtrust. In de ochtendzon hang ik hem te drogen. Terwijl ik bij de buren aan tafel een ontbijt neem.

Een lange weg in de blakende zon neemt me mee langs ‘Le Loire’.
Aan de oevers vissershuisjes, die me doen denken aan de vele series en tekenfilms van Tom Sawyer die ik zag als kind op tv. Ik kon toen altijd wegdromen na zo een serie.

Een energie komt hevig door mijn lichaam. Ik probeer er zo zuiver mogelijk naar te kijken zonder er me teveel mentaal aan vast te grijpen. Niet evident. De sensaties reizen heen en weer over mijn lichaam. Een sensatie die me niet onbekend is. Ik laat het gebeuren. Vreugde en angst vergezellen elkaar. Mijn ogen komen vochtig te staan. Mijn adem helpt me de energie te kanaliseren. Borstkas en buik nemen ruimte in.    Ter hoogte van mijn keel vind de energie geen doorgang. Het is wat het is en probeer er niet teveel aandacht aan te schenken. Het is duidelijk dat mijn lijf er niet klaar voor is. Ik vertrouw erop dat de weg me verder duidelijkheid zal brengen. Hoewel ik diep in mij ergens wel al bewust ben waar het mij zou kunnen brengen, wacht ok geduldig af.

Op weg hou ik halte in een kleurrijke bibliotheek. Een jonge dame ontvangt me rijkelijk. Haar blonde haren worden extra geaccentueerd door het licht die er doorheen schijnt. Net engelen haren. Haar kleurrijke kledij maakt het plaatje af. 

Vendome

Vendome en haar vele eilandjes

Op de markt van Vendome spreek ik mensen aan voor een overnachtingen. Al heel snel komt hulp. La hospitalité du chemin is aanwezig. Nog tot ’s avonds laat zit ik te praten met Michel terwijl mijn kledij in de wastrommel zit. Eens uit de trommel zie ik mijn wollen t-shirt die grote gaten vertoond. Hmm, de 40 jaar oude machine had geen rekening gehouden met mijn een bh. Voor ik het besef is het middernacht en sluiten we de avond af met het ophangen van mijn was. 

Sterrenhemel

Ik passeer een beenhouwerij. Oh…ik keer terug op mijn passen. In de etalage, riliette. Ik ga binnen en koop me een kleine portie. Een proevertje om terug even de smaak te herinneren. Een herinnering uit mijn jeugd. En natuurlijk hoort daar een vers stukje brood bij. Op een terras van de PMU bar neem ik mijn ontbijt en lees – raar maar waar – een boek van Antoine de Saint Exupery, Terre des Hommes. Het verhaal die de schrijver aanzette tot het schrijven van Le Petit Prince. De Kleine Prins, die dankzij Peter aan het meereizen is.

De boomverzorger alias de eekhoorn

De weg gaat langs bossen, velden en kleine pitoreske dorpen. Krekels dansen en spingen voor mijn voeten, misschien is het Jimmy Cricket, de wijze krekel uit Pinokkio. Verlaten huizen vergroeid met bramen en andere klimplanten. Ik verlaat Eure-et-Loir voor de Loir-et-Cher. In de verte zie ik iemand hangen hoog in een boom. Een boomverzorger. Een korte halte en uitnodiging om iets fris te drinken laat ik niet links liggen. Samen met Michel, David en Jérome – alias de eekhoorn – de boomverzorger schuilen we ons in het frisse huis. De geur van de openhaard is aanwezig over gans het huis. Na een klein half uurtje nemen we afscheid en stap ik verder.

Mijn voorvoet doet me nog af en toe pijn. Het lichaam is eigenlijk iets heel bijzonders. Het zit vol waardevolle boodschappen. Men hoeft er enkel maar aandacht aan besteden, er bewust mee omgaan, zorg voor dragen en voor je het weet komt het je iets vertellen. Toen ik kind was – en vooral de momenten aan tafel – hoor ik nog schreeuwen ‘tient toi droite a table’ de donkere ogen en de opgetrokken dikke wenkbrauwen accentueerden het gesprokenen. De momenten dat ik naast de tafel stond van de leerkracht snit&naad in het eerste middelbaar. Iedere dag werd ons ingetimmerd dat we fier moesten zijn, ‘hou je recht. Trek je buik in. Borstkas vooruit. Schouders naar achter’. Owee, als het je het zo niet deed, dan kwam al heel snel een oordeel. En dan bij de rijkswacht, wanneer in peloton werd geroepen ‘geef acht’ en ze voor je neus op amper twee centimeter stonden te brullen. Om te eindigen een paar jaar geleden toen er iemand op mijn houding kritiek gaf omdat ik recht liep… Allemaal van die situaties die er eerder voor zorgen dat men er voorover gebogen bij loopt. Wel, ik ben heel blij dat mijn voet op deze plaats me pijn doet. Want telkens komt ze me vertellen dat ik het recht heb een gezonde rechtte houding aan te nemen, en neen een gezonde rechte houding is niet hetzelfde als borstkas vooruit, schouders achteruit, opgetrokken en buik ingetrokken.

Ik stop op een camping. Voor de eerste keer probeer ik onder de blote sterrenhemel te slapen.
Mijn tent heb ik thuis gelaten, mijn rug zou het gewicht niet kunnen dragen.
Onder de blotesterrenhemel vol vallende sterren en het melkwegstelsel val ik in slaap.

La Rose

De Kleine Prins geniet van de nacht

De Grote Beer

De ziel

Een nachtje slapen op een tafel is niet echt een aanrader. Dit is jezelf beperken in ruimte en vrijheid. Niet voor herhaling vatbaar. Aan de voet van het kasteel van Chateaudun neem ik de bijna 200 trappen, langzaam en met veel aandacht voor mijn lijf. De pitoresque straatjes, het kasteel met een toren in flamboyante Gothiek, de typische huizen, la maison de la Vierge, l’église Madeleine met haar rakende eenvoud weten me te bekoren. Pas na twee uur verlaat ik deze stad.

Maison de la Vierge

Eglise Madeleine in al zijn eenvoud

Een auto stopt, een venster daalt. Een bejaarde man waarvan zijn buik bijna zijn stuur raakt spreekt me aan. ‘Vous aller ou? Compostelle? Vous aller pas la bonne direction! ‘Bonjour monsieur, je suis le chemin baliser’. ‘Oh, Saint-Jacques est de l’autre côtez. Vous aller faire trois kilometres de plus part la’, met een wat opdringerige toon. ‘Oh, cela ne vient pas sur un kilometre quand en fait plus que deux milles’. ‘Je prends toujours la route la plus courte. J’ai arreter a 50000km ‘, vertelt hij met fierheid. ‘Monsieur, mon chemin est toujours tous droit et j’éspère que ils cera très long’. Lang heb ik gedacht dat ik zijsporen nam, niet op de juiste weg. De weg heeft me mijn gedacht hierrond doen herzien. Uiteindelijk heb ik het gevoel en idee altijd rechtdoor te gaan, want als het een reden en is alles verbonden.

GR-pad

Onze vierde dag samen. Het is genieten

La Luna

Ik voel dat ik stilletjes aan in het ritme kom, alsof ik uit een lange winterslaap kom. En besef dat boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’ me heel veel energie heeft gekost en concentratie, waardoor gans mijn lijf in spanning is komen te staan. Ik ben me dan ook bewust dat ik het verder verloop niet meer alleen kan dragen en ik hulp zal nodig hebben om het einddoel te bereiken.

De natuur bij valavond brengt warme kleuren en verschillende geuren met zich mee. Boven mijn hoofd hoor ik gekraak en als ik stil sta wordt ik gebombardeerd door eikeltjes. De speelse eekhoorns. Ze doen me denken aan het katekwaad van ‘Tic en Tac’. De fauna laat zich terug zien. Twee reeën staan me aan te kijken in een moerassig gebied. Op deze momenten een beeld willen nemen is ervoor zorgen dat ze op de vlucht gaan. Stilstaan en genieten van dit conract is de boodschap. Wat zijn ze prachtii.o.g en wat fijn om met hen in contact te gaan. Niet gegrift op een externe harde schijf, wel in iets diep veel tastbaarder en niet te wissen. De ziel.

Geuren

Bonneval-Chateaudun

Ik klop aan de slaapkamer deur van mijn gastheer – Nicolas, 19 jaar en samen met zijn drie vrienden verblijft hij een paar dagen in het huis van zijn grootmoeder. Het was schattig te zien hoe hij gisterenavond in een snelheid alles wat rondslingerde opruimde. Jaja, als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. – geen antwoord, ik laat hen in hun diepe slaap. Op de grond voor de deur leg ik een dankwoord.

In het dorp maak ik kennis met de vriendelijke ‘fromagère’. Un ‘tomme de Chèvre’ zal niet ontbreken in mijn rugzak. Op straat vraagt een vrouw centen aan passanten. Het is duidelijk te zien dat de vrouw een psychisch probleem heeft. Onbeleefd reageren mensen naar haar. Mijn buurvrouw op terras, ‘lui donne pas d’argent elle est pas bien dans sa tête. Ils ne devrais pas laiser c’est gents dehors’. Ongeloofwaardig en verbouwereerd kijk ik haar aan. Anno 2017. 

De zon staat hoog. De krekels zijn hoorbaar. De vele velden hebben hun vruchten al afgegeven, -hopelijk voor de bewoners beter dan vorig jaar. Want voor de omgeving is het hier een ramp geweest. Van ongeveer 40 granen naar 4 en een groot deel van de velden die niet groeide tot een volwassen plant – de geur van gedroogt gras. De aarde. Zomerbloeiers. Ik ontsmet even mijn handen. Een geur komt mijn neusvleugels strelen. Herkenning. Het doet me denken aan mijn eerste liefje. Dat ene kleine plaatsje waar ik mijn neus kon inleggen, mijn ogen sluiten en genieten van wat puur was. Zoals een pasgeborene zich kan nestelen bij de geur van de huid van de moeder. Wat fijn dit te mogen ervaren zonder dat er een of ander gemis is. 

Mijn avond eindig ik op camping waar Stéphane, Aron en Guilhermo me uitnodigen voor een reuze maaltijd. Een barbecue en mij de schuur aanbieden om te overnachten.

Oh ja juist, ben ik vergeten zeggen. Voor wie me niet volgt op instagram of Fb. Ik reis deze keer niet alleen. 

Gedragen

Mignieres-Bonneval 

Hier een kortfilm van mijn dag
In de regen verlaat ik Mignieres nadat Geoffroy-(Godfried) mijn credential afstempeld. 

Onder mijn trouwe regenvriend de paraplu komt het liedje ‘onders moeders paraplu’ bij me op. Vanuit volle borst laat ik de noten van dit kinderliedje zich verspreiden over het landschap. 

Ik blijf stilstaan en draai rond. Wijdse vlakten. Dorpen in de velden. Openheid, ruimte. Een beeld uit het ver verleden. Een herinnering. 15 augustus, de dag van Moederdag, startte mijn tocht met een bezoek aan mijn mama en waar ook Liudmila was. ’s Morgens wandelde ik met mijn mama in het dorp. Haar hand zocht mijn hand. Samen. Hand in hand, verbonden. Het raakte me. Voelde warm. Wat voelde het goed dit gevoel terug mogen voelen na zoveel jaren. Nu sta ik hier ten midden de velden. Mijn voeten stevig op de grond. Gedragen, gedragen door moeder. Zich gedragen mogen voelen, mogen dragen.

Tot in de namiddag blijft het regen, het kan me niet deren, want voor mij schijnt ergens wel de zon.

Ik voel dat ik nood heb om weinig woorden te gebruiken om mijn weg te beschrijven. Ik laat de woorden voor wat ze zijn zodat ik alles ten volle kan beleven, voelen, transformeren.  Deze keer zullen jullie geen volle verhalen lezen, wel zal ik jullie via beelden meenemen.

Veel liefs aan allen en een fijne dag.

Een nieuwe tocht

Chartres – Mignieres

Een onbegrijpbare taal weerklinkt in de kamer. Mijn buurvrouw Claire – met wie ik een kamer deelde – brabbelt luidop een mantra. Na een dip-dagje van gisteren kreeg ze terug de moed om te mediteren. Met wat lichte regen verlaat ik de jeugdherberg. Al heel snel wandel ik tussen openvelden met af en toe een dorp er tussenin. Ieder dorp hoop ik op een halte met een potje koffie. Tevergeefs.

Mijn hoofd is vol/leeg. Mijn lichaam voelt stram. Mijn onderrug, voorvoet en schouder hebben het zwaar te verduren. Het is zoeken naar een voortdurend evenwicht met de nieuwe rugzak. Het is wennen.

Mijn luxe leven komt af en toe aankloppen. Een boosdoener die me al heel snel zou doen kiezen voor het gemak.

Ik stap verder. De gekleurde luiken en partijen veldbloemen vormen een fel contrast tegenover de dreigende lucht. De krekels zingen hun lied. De zwaluwen scheren over het water. Ik ontmoet er de moerascypres. In het frans noemt hij, cyprès-chauve omdat hij zijn naalden verliest. Zijn wortels groeien boven de grond-luchtwortels-waardoor hij in vochtige gebieden kan vertoeven. Deze wortels zou men pneumatoforen noemen. Bijzonder.

In de vroege vooravond stop ik in Mignières. Na een paar tefoontjes door de gemeente beambte krijg ik een bed aangeboden in een boerderij, bij een hoogbejaard jong uitziend koppel. Mijn benen en voeten zijn gelukkig. De platterust brengt mijn lichaam en geest in ontspanning.