Les cocos d’amour

Een knuffel, een handzwaai. Ik neem afscheid van Coco. De ochtend is grijs. Mijn rugzak weegt zwaar. Ooh, dit beloofd. Ik voel dat ik moed nodig zal hebben. Het weer daagt me uit. Een druppel, droog, een druppel…zo gaat het de ganse dag door.

Er blijft voortdurend iets in mijn lijf hangen. Ik probeer het te achterhalen. Iets maakt me triest, weemoedig. De woorden: ontvangen, graag zien, afscheid, delen zijn aanwezig. Ik draag het mee op mijn pad.

Een dagje rust bij mijn vrienden heeft me deugd gedaan. Lang geleden dat ik eigenlijk nog eens de tijd nam om gewoon languit te genieten van een gesprek, de zon en het water. Samen tafelen, lachen, delen zonder echt moeten bezig zijn met afspraken en organiseren. Elkander graag zien, gewoon zijn. Merci les Coco d’amour.

Dolmen

Een geitenboer laat zijn geiten buiten. De vinnige dieren krijgen hun maaltijd voorgeschoteld. Een dolmen trekt mijn aandacht. 

Aan mijn linkerkant staat de maïs te dansen in het veld, rechts buigen de zonnebloemen hun hoofd naar beneden alsof ze er depressief uit zien. Jaja, Jasmine wat doe je…volg je… dansen het leven tegemoet of laat je je hoofd hangen. Net als de wolken, kies ik voor bewolkt of een opklaring. Ik zet wat muziek op. Willem Vermandere, hmm niet altijd vrolijk, soms wel grappig. Ik schakel over naar ‘les freres et les soeur de Jéruzalem’ hun stemmen klinken hemels en zijn hartverwarmend. Het doet me deugd.

Ik laat me leiden door de weg en neem af en toe een stukje GR om dan terug een andervstukje camino te nemen. Via verlaten dorpen kom ik aan in Dangé les Rosiers waar ik met open armen wordt ontvangen door de burgemeester. De eerste overnachting in een pelgrimsherberg. Een schitterende herberg waar ik alleen zal verblijven. 

La Vienne

Pelgrimsherberg Dangé les Rosiers

Etre dans l’amour

La Loire

​Op mijn linkerkant ‘La Loire’. Een lange stille en ook een gevaarlijke rivier. Ook al zien de stranden en eilandjes er soms uitnodigend uit, ze kunnen je in een mum van tijd meenemen naar de diepte. Rechts de gele wanden die lang geleden ooit deel uitmaakten van een kasteel. Stadstuinen. Wat ik ooit als een saai, eentonig, lang en plat deel van Frankrijk zag, is het vandaag absoluut niet meer. De natuur is er afwisselend. De dorpen zijn pareltjes met kleiner verborgen hoekjes. De mensen zijn er open. Het is er rustig. Ik vraag me eigenlijk af of er een deel in Frankrijk bestaat waar het saai is en niets te beleven. Ik heb het idee van niet.

Een man met lange baard. Mouw en kuit tattoo. In de hand een mand vol natuurlijke lekkernijen. Abrikozen, druiven, mirabellen, pruimen…een korte babbel. Het contrast van zijn kledij en handelingen, waar zijn grote handen de kleine vruchten opraapt, vind ik zo lief en vertederend te zien. Een vrouw spreekt me aan, ‘ je vous admire’. Een babbel installeert zich. Woorden vloeien vanuit een vanzelfsprekendheid, vanuit het niets. Het voelt aan alsof de woorden van heel diep komen. Ontstaan vanuit puurheid alsof iets me gaat leiden zonder ik er enige moeite voor doe. 
Een mama met twee kinderen nodigt me zomaar uit bij haar op de koffie. De ene aangename ontmoeting na de andere.

Op regelmatige basis komt een situatie terug in mijn gedachten. Vorig jaar kreeg ik de vraag, ‘Wat doe je deze zomer?’ ‘Een wandeltocht via de Sint-Jacobskerken in Wallonië, vrijwilligerswerk in de Sint-Jacobskerk en mijn tocht terug verder zetten’. ‘Oh, ga je de katholieke toer op!’, kreeg te horen met een oordelende intonatie. Een antwoord vanuit een onverwachte hoek. Een zin die blijft hangen…  niet zozeer van wie – daar heb ik vrede meegenomen – wel wat het met me deed liet me niet los en of ik inderdaad deze toer al of niet zou opgaan. En eigenlijk hoef ik niet ver te gaan zoeken. Ik volg gewoon mijn hart en mijn buikgevoel. De toer van mijn hart. Vanuit deze twee ben ik in beweging gekomen. Wanneer ik van hieruit in beweging kom, dan voel ik heel goed dat ik in de flow zit op een weg die niet meer te eindigen is. En mijn hart is niet in een vak te steken, het wenst in vrijheid te mogen zijn. Dat Sint-Jacobs iets betekent, absoluut, De pelgrimsweg heeft ook veel geopend voor me. En het ontkennen zou mezelf verloochenen zijn toch staat het voor mij los van het katholisisme.
Mijn geloof is de weg van het hart. Het is een continu zoeken naar evenwicht om in liefde te zijn en te blijven, zonder dat liefde geven wordt om zich te verliezen. ‘Etre dans l’amour’, geef toe… wat klinkt het toch warm en goed in de oren.

Ik wandel verder richting Tours waar ik vrienden na vijf jaar mag terug zien. Ik herinner me nog onze eerste ontmoeting alsof het gisteren was. Een ontmoeting waar woorden overbodig waren.  

Kathedraal de Tours

Valmer

De sterkte van het onweerlicht maakt me wakker. Geen sterren te bespeuren. De wind blaast hevig in de bomen. Middernacht. Ik breng mijn bagage in veiligheid in een schuur en blijf buiten slapen.  Ik dommel terug in om een paar uur nadien terug wakker te worden. De sterren zijn terug van de partij. Krachtig om midden in de tuin met rondom openvlaktes het onweer, de sterren en andere natuurelementen te bewonderen.

Ongewassen ben ik vroeg in de morgen terug op stap. Een mens zit toch wel bizar in elkaar. Wanneer men niet gewassen is in een luxe leven dan voelt men zich vuil, en wanneer je je van alle luxe vrij maakt kan het je niet deren. De eenvoud voelt voor mij toch veel vrijer dan de vele luxe waar ik me soms mee omring. Wat niet weg neemt dat ik evengoed kan genieten om eens lang uit in een bad of onder een douche te mogen staan in een verzorgt hotel. Het genot krijgt dan een totaal andere dimensie.

Onder mijn voeten witte breekbare stenen. Kalk. Rondom mij de eerste grote wijnvelden, nauwkeurig in lijnen. De vele druiventrossen beloven een goede oogst. Het gekraak onder mijn voeten, de warmte, de weinige wind die te bespeuren is en de geuren, nemen me mee naar mijn jeugd. Eén stap ervaarder ik toen als een kilometer en amai wat was dit vermoeiend om onder de blakende zon naar het zwembad te wandelen. Groeien brengt zoveel moois met zich mee. Ieder jaar brachten we er na drie weken Zuid Frankrijk een weekje door in de Loire streek.  Een weekje waar ik genoot van het gevoel de vrijheid ten volle te moge beleven. Vader was met zijn legercameraad ergens in de kelders. Moeders genoten van de huiselijkesfeer. En wij als kinderen liepen door een lange tuin tussen fruitboomgaarden, kippehokken naar een typisch huis van in de streek – voor mij was het een.klein kasteeltje – waar de schoenen aan de deur bleven en we wollenslippers kregen om als schaatsen over een oude plankenvloer te glijden. De keuken in, kregen we als kind altijd wat lekkers. Ik herinner me plots dat ik me toen 100% gelukkig voelde in mijn vel. Het gevoel vrij te mogen zijn, graag gezien te worden en wat tijd krijgen. Veel heeft een kind niet nodig om zich gelukkig te mogen voelen. Misschien is het wel dit die me aantrekt in ‘de weg’ vrijheid, de warme ontmoetingen, wederzijdse graag zien en tijd geven en krijgen. Het is er alvast een deel van.

Een halte in het kasteel van Valmer. Een hartelijke ontvangst. Een bezoek aan haar tuinen en haar kapel in een troglodytique. De enorme thuya trekt mijn aandacht. Ik zie me hier wel logeren en tuinvrouw zijn.
Een toerist komt melden dat de kippen geen water hebben. De bezoekers eisen de aandacht van de gastvrouw, waardoor de vrouw niet weet hoe water te gaan geven. ‘Je peut donner de l’eau madame si cela ne vous ennuit pas’, zeg in tegen de vrouw. ‘Oh’, verwonderd kijkt ze me aan, ‘vous voulez faire ça!’ Een half uur later sta ik in de kippenren water te geven aan de kippen – de vrouw noemt ze ‘les poules de luxe’. Nooit gedacht dat ik ooit in een kasteel water zou geven aan de dieren en me zo huiselijk zou ontvangen worden. Hoe verleidelijk het ook was om hier te overnachten na een uitnodiging, koos ik ervoor om mijn weg verder te zetten. ‘Je reviens l’annee prochaine si tous ce passe bien en retour de Assise, Rome et Saint-Jacques.’ Ik steek mijn hand om en verdwijn in de verte.

Chateau de Valmer

La chapelle troglodytique

Twee uur later krijg ik een douche aangeboden en glas fris water. Om dan nog een uur te wandelen tot valavond met een temperatuur van 31° en een verfrissende nacht door te brengen in een grotwoning. 

Hartverwarmend

Langzaam ontwaken. Mijn dagboek wordt aangevuld. Ik lees een hoofdstuk uit het boek ‘Terres des Hommes’. Het is pas middag wanneer ik de blokhut verlaat en de trappen trotseer richting het kasteel van Chateau Renault. Een onaangenaam gevoel blijft onderhuids aanwezig.

Ik loop wat verloren van her naar der opzoek naar een apotheek die open is. De zon heeft haar eerste sporen nagelaten op mijn neus. Een potje koffie. ‘Oh, vous etes bien lourd charger’, hoor ik een man zeggen. ‘Vous allez a Compostelle?’ ‘Non monsieur, j’y suis aller il y a trois ans. Maintenant je fait un tour de France part les chemin de Saint-Jacques’, vertel ik de man terwijl ik wens af te rekenen voor de koffie. ‘Je vous l’offre madame’. Wat onwennig dank ik hem. Pas om 14u vind ik een apotheek open. De twee dames hebben zo een fijne energie dat het hartverwarmend is. We staan wat te praten en krijgwat staaltjes mee met zorg producten. Zorg dragen voor jezelf is zo deugddoend en zo belangrijk. Iets wat we vaak vergeten in het gehaaste dageijks leven. ‘Je vous souhaite bonne route madame’, roept de dame terwijl ik de ruimte verlaat. ‘Merci beaucoup, et aussi merci pour votre joie, cela fait du bien.’

In de namiddag verlaat ik de stad en voel beetje per beetje het onaangenaam gevoel verdwijnen, alsof het van mij schouders glijd. Zwaluwen zijn talrijk aanwezig. De cyclamen kondigen het najaar aan en hebben de plaats ingenomen van de bosanemonen. In een veld ontmoet ik een ree die rustig blijft eten terwijl ik erbij sta. Een man neemt een pauze op een plooistoel. De natuur doet me goed en brengt mijn lijf terug in ontspanning. Aan een watermolen vul ik mijn drinkfles. Tot de zon ondergaat wandel ik verder en klop aan ergens ten midden de velden. Een overnachting in een tuin onder de sterrenhemel. 

Geen toeval

Cocquotte is gaan werken. P’tit Lou is klaar voor zijn dag werken en ‘le Petit Prince’ en Grenouille liggen nog in bed. Dit zijn de bijnamen van mijn gastgezin. Er is donder hoorbaar op de achtergrond. De lucht is dreigend. Ik heb het geluk eraan te ontsnappen. 

Waar ik ook mag kijken, de hoofdkleuren zijn groen in alle soorten gradatie, met af en toe wat bruin ertussen. Groen de kleur van het hart. Moederaarde in een omhulsel van groen, die vraagt om graag gezien te worden. Waar we allen samen zorg mogen voor nemen.

De woorden ‘la foi’ en ‘la providence’ komen voortdurend in mijn gedachten. Vreemd ik ervaar ze ruimer in het frans dan wanneer ik beiden hoor in mijn moedertaal, geloof en voorzienigheid. Ik laat beide woorden voor wat ze zijn en benieuwd wat ze me zullen brengen.

Kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Muurschilderij, kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Auw, ik struikel bijna. Aan wat was ik aan het denken…zwarte koffie. Hoog in de lucht, twee koppels buizerds. Ik stap een bosje in, het voelt vreemd, onwennig, niet aangenaam. Zelfs wat duister. Ik heb het gevoel wat allert te moeten zijn. Op mijn pad een skelet, een ondraagbare geur. Ik probeer te achterhalen wat het is. Groot, maar ziet er niet uit als een hert, te korte poten. Wat verder een grotwoning. Ik word er naartoe getrokken. Voorzichtjes ga ik erheen. Er ligt iets in de grot. Een dood dier. Ik ben nieuwsgierig. Zijn lijf is al volledig gemummificeerd. Zijn mond staat open en tanden zijn duidelijk zichtbaar, alsof het zich aan het beschermen was. Bij het beest ligt een bruine fles en rood doek. Ik neem een foto en kijk ernaar om te achterhalen wat het zou zijn. En plots wordt me duidelijk dat het om een hond gaat. De link wordt gelegd naar het eerste cadaver. Ik schrik en terzelfde tijd voel ik een kwaadheid bij me opkomen, wat lichtjes is uitgedrukt. Welk wezen doet nu zoiets. Geen twijfel meer aan, beiden werden om het leven gebracht.

Een spanning heeft zich geïnstalleerd op mijn kaken en mond. Ik blijf het beeld zien van het dier en besef dat ik het moet gaan uitschreeuwen voor het zich verder vastzet. Met mijn twee voeten stevig op de grond en lichtjes door de benen laat ik met gebalde vuisten een diepe kreet. Mijn borstkas gaat op en neer tot ik plots alles kan lossen. Ik begin te huilen. Een buizerd komt voor mij in mijn buurt vliegen. Nog nooit heb ik hem zo dicht blijven zien vliegen. De rust komt wat terug. Een vlinder brengt wat lucht, luchtigheid met zich mee. De eekhoorn brengt me terug wat naar vreugde. Pfff, wat was dit intens. Het bos uitlopen blijft een zwarte paard luid hinniken. Non stop, tot ik weg ben. Vreemd.
Door mijn hoofd gaat er van alles heen. Ik probeer mezelf te sussen, ‘oh, Jasmine dat is allemaal toeval. Wacht Jasmine…daar geloof je allang niet meer in. Een minder goede ervaring mag ook een reden hebben…een mind is toch krachtig’. Inderdaad ook dit is geen toeval. De buizerds blijven heel dicht aanwezig, ik voel me beschermd. De spanning blijft nog wat aanwezig in mijn lijf. Moeheid heeft zich geïnstalleerd. Ik beslis in de vroege vooravond te stoppen op de camping van Chateau Renault waar ik overnacht in een blokhut.

De foto laat ik bestaan tot ik er naar kan kijken zonder het me raakt. Het liet me een stuk zien van mezelf die er ook mag zijn. Een stuk die het recht heeft op bestaan, want zonder dit kan ik niet naar de andere kant. Zonder dit stuk kan het ander ook niet bestaan. Niet voor niets dat yingyang in elkaar verweven is.

Een puzzelstukje komt later al snel de rest vervullen. In de voormiddag belde ik mijn vader. Daar had ik zin in. Een losse babbel na een lange tijd.

Lavardin

Mijn rugzak is drie tomaten rijker geworden dankzij de groene vingers van Francis.

De grotwoningen langs de weg trekken mijn aandacht. Sommige worden gebruikt om groenten in te bewaren, andere granen of werkmateriaal en anderen als woonst. Een constante van 15 graden is het binnenin. Prachtig om te zien hoe mens en natuur samen één worden. De grote witte stenen die men hier gebruikt en typisch voor deze streek is, la pierre  ‘Tuffeau’ (een soort kalksteen). Deze wordt soms gebruikt om het geheel af te werken.

Tuffeau

De natuur ontwaakt. De bonte specht maakt zo een hels kabaal dat hij andere dieren doet vluchten. Distels, Scobiosa, Malva en vele andere bloemen kleuren de berm. Af en toe komt een eekhoorn aangelopen. In de verte komt iemand aangewandeld. Een wandelstok, grote rugzak. Zou wel een pelgrim kunnen zijn. Een uitnodigende glimlach. Etienne, een jonge heer die de route Saint-Martin wandeld, van Tours naar Vendome. Tot vandaag voor mij onbekend. Twintig jaar en de mogelijkheid en keuze nemen zo een wandeltochten te ondernemen op die leeftijd, zalig en fijn dit te mogen zien. We wisselen nog wat ervaringen uit en met een grote glimlach en de hand in de lucht nemen we afscheid.

Etienne

De mijlpaal de weg ‘Saint-Martin’

Langs de weg mag ik de schitterende mijlpalen ontmoeten van de weg Saint-Martin. Een kompas uitgekapt in de steen en met rood en blauw inlegwerk. Etienne sprak vol lof over een dorp genaamd Lavardin. Met wat aanpassing in mijn route en verandering op de GR route kom ik in de namiddag aan in het dorp. Een aangename verrassing en de moeite waard om de oude GR route te volgen. De ene holwoning naast de ander geflankeerd op een rots uitkijkend naar een schitterend dorp met in de verte een brugje en kasteel. Dankjewel Etienne.

Lavardin

Eglise Saint-Genese

De kerk Saint-Genese is een pareltje. Vele en prachtig bewaarde fresco, muurschilderijen. De frisse en kleurrijke kleuren zijn een plezier naar te kijken. Ik geraak er niet op uitgekeken.

In de vroege vooravond stap ik verder. Ik heb nog geen zin om op te houden. In een open vlakte hoor ik de krekels in harmonie hetzelfde ritme aannemen. Hihi, mijn fantasie slaat op hol. Ik zie me hier al staan in sjort. Een zwarte lange jas met twee toppen achteraan, wit strikje. Op mijn linkerkant de krekels, rechts de koeien, een vogel die er af en toe tussenkomt en de buizerd die de start geeft van een nieuw stukje muziek. Mijn wandelstokken worden dirigentstokken. Het pelgrimskoor is geboren. (glimlacht)

De Kleine Prins doet het ondertussen supergoed. Ondertussen heeft hij ook een tweelingsziel gevonden in een gezin die ons met open armen heeft uitgenodigd om bij hen te overnachten. Het samen reizen brengt ons veel plezier. En de vreugde van niet groot te worden.

Vendome

Vendome

​Ik haal mijn kledij van de lijn. Hmm, nog nat. Michel brengt me naar Stef waar we een gezellige babbel hebben terwijl mijn kleren in de droogkast mogen drogen. De tijd staat stil. Fijne ontmoetingen die niet vreemd aanvoelen. Alsof we geen onbekenden voor elkander zijn. Iers wat ik heel regelmatig ervaar.

De rustige kleine stad Vendome is uitnodigend. Van la Chapelle Saint-Jacques – die dienst doet als concertzaal, tentoonstellingen –  naar la Trinité – een aanrader – terug richting la Chapelle opzoek naar een vrouw die me kan helpen ivm info over de kerk. Een grote houtenpoort met een bijzondere deurklopper. ‘Bonjour, je suis a la recherche de Madame…’ , vraag ik aan een jonge heer die me verwelkomt. ‘C’est ma mère. Elle n’est pas a la maison. Entree’. Een uitnodiging volgt onmiddellijk voor het middagmaal. De openhartigheid, eenvoud en schoonheid van deze mensen raakt me. Thibault helpt verder op weg na de verrukkelijke maaltijd in familie.

La Trinité

In het park aan het kasteel verander ik van t-shirt. Ik had nooit gedacht dat ik ooit mijn zou omkleden midden een park. Daar was ik veel te angstig en bescheiden voor.

Een man en vrouw lezend in hun voortuin. De rust van het dorp. De vele kleurrijke bloemen. Grotwoningen. Ik keer even op mijn stappen terug. ‘Pardon, vous pourriez m’aider a un hébergement svp’. In de vroege vooravond blijf ik hier overnachten. Een avondwandeling met Catherine en bezoekje aan hun grotwoningen terwijl Hervé verse komkommer gaat halen in zijn moestuin. Noisette – de huispoes – zit op de uitkijk.