Slang

Le texte français 👇🙏

Geblazen door de wind stap ik verder op mijn weg, geleid door mijn innerlijk kompas.

Zoals een boot de wind in de zeilen opvangt en voortgestuwd wordt naar waar de neus van de boot en de marinier hem leiden.

De voorbije twee maanden heb ik weinig geschreven, terwijl er in mij zoveel leeft dat gedeeld wil worden.

Al weken draag ik een ervaring met me mee die ik in het Labyrint van Chartres had: over een ei, een slang, een draak en de feniks. Maar hoe schrijf ik daarover, in een wereld die het onzichtbare vaak niet kan dragen. Waar de taal van de ziel zo gemakkelijk wordt weggezet als waanzin of zweverij?

Het gaat niet zozeer om de vraag hoe. Het gaat om de moed om te spreken, om in letters te leggen wat in stilte groeit. Een deel van mij weet dat dit mag. Een ander deel houdt mij tegen, en precies naar dat verzet wil ik kijken. Mijn lichaam fluistert en schreeuwt tegelijk.

Mijn buik zwelt soms als een trom die dreigt te barsten. Soms voel ik hoe mijn bloedvaten samengedrukt worden, hoe mijn romp klopt als één groot hart. Terwijl ik dit schrijf, verschijnt er een slang in mijn buik, kronkelt, zoekend, klaar om geboren te worden. “Komaan Jasmine, zelfvertrouwen… zelfvertrouwen…” spreek ik mezelf toe. En tegelijk wens ik in alle mildheid en zachtheid dit onder ogen te zien, om de poort terug te vinden naar mijn creativiteit waar ik zo naar verlang.

Voor mij begint dat met het volgende: ik wil zuiveren wat op mijn weg is gekomen. Dingen waar ik zelf niet om gevraagd heb, maar die mij zijn opgedrongen. Wat ik op mijn veertiende al niet meer kon dragen.

Wat elf jaar geleden opnieuw mijn pad kruiste tijdens mijn pelgrimeren. En wat de voorbije twee maanden weer op mijn pad kwam, maar waar ik me vandaag niet langer aan wil hechten: het instituut Kerk.

Ik zie mensen die door angst gevangen zijn, (ja zelf ik hoor daar nog bij. Angst om de mensen die ik liefheb te verliezen), gebrainwasht bijna, mensen die niet meer weten wie ze werkelijk zijn en die bijna alles zouden doen voor dat instituut (gelukkig hoor ik niet bij de laatste 3).  Ik ervaar dit als gevaarlijk en hoop dat zij die ik onderweg heb ontmoet, ooit mogen ontwaken tot bewustzijn.

De druppel die de emmer deed overlopen, was een reportage over het bloedbad van Sint-Bartholomeus in Parijs.

Daarom heb ik de beslissing genomen om mij van de lijst van de katholieke kerk te laten schrappen.

Niet uit afkeer voor de mens die wél verbonden blijft met de Kerk, maar uit liefde voor mijn eigen pad.

Het is een keuze die ik voel tot in de wortels van mijn wezen.

Ik wens vrij te zijn van dogma en macht, en mij te laten leiden door datgene wat zuiver is, in verbondenheid met het Grote Geheel.

En zoals Moeder Teresa ooit zei tegen haar overste, die haar herinnerde aan haar gelofte van gehoorzaamheid:

“Er is maar Eén aan wie ik gehoorzaam, en dat is God.”

Poussée par le vent, je poursuis mon chemin, guidée par ma boussole intérieure.
Comme un bateau qui reçoit le vent dans ses voiles et se laisse porter là où la proue et le marin le conduisent.


Ces deux derniers mois, j’ai peu écrit, alors qu’en moi vit tant de choses qui veulent être partagées.
Depuis des semaines, je porte une expérience que j’ai vécue dans le Labyrinthe de Chartres : à propos d’un œuf, d’un serpent, d’un dragon et du phénix.

Mais comment écrire cela, dans un monde qui peine à accueillir l’invisible ? Où le langage de l’âme est si facilement rejeté comme folie ou comme rêverie ?
La vraie question n’est pas « comment ». Elle est celle du courage de parler, de poser en lettres ce qui grandit dans le silence. Une part de moi sait que c’est juste. Une autre part me retient, et c’est précisément à cette résistance que je veux regarder. Mon corps chuchote et crie à la fois.
Mon ventre enfle parfois comme un tambour prêt à éclater.                           Parfois je sens mes vaisseaux sanguins comprimés, mon torse battre comme un grand cœur.

Tandis que j’écris cela, un serpent apparaît dans mon ventre, il ondule, cherche, prêt à naître. « Allez Jasmine, confiance… confiance… » je m’encourage. Et en même temps je souhaite, avec toute la douceur et la bienveillance possibles, regarder cela en face, pour retrouver la porte vers ma créativité, à laquelle j’aspire tant.


Pour moi, cela commence par ceci : je veux purifier ce qui s’est mis sur ma route. Des choses que je n’ai pas demandées, mais qui m’ont été imposées. Ce que je ne pouvais déjà plus porter à mes quatorze ans.
Ce qui a recroisé mon chemin il y a onze ans, lors de mon pèlerinage. Et ce qui, ces deux derniers mois, est revenu sur ma route, mais auquel je ne veux plus aujourd’hui m’attacher : l’institution Église.
Je vois des personnes prisonnières de la peur (oui, de temps à autre j’en fais encore partie), presque conditionnées, qui ne savent plus vraiment qui elles sont et qui seraient prêtes à tout pour cet institut (heureusement je n’appartiens pas aux trois dernières catégories). J’expérimente cela comme dangereux et j’espère que celles et ceux que j’ai rencontrés en chemin pourront un jour s’éveiller à la conscience.
La goutte d’eau qui a fait déborder le vase a été un reportage sur le massacre de la Saint-Barthélemy à Paris.


C’est pourquoi j’ai pris la décision de me faire rayer des registres de l’institut Catholique.
Non pas par rejet des personnes qui restent liées à l’Église,  mais par amour pour mon propre chemin.
C’est un choix que je ressens jusque dans les racines de mon être.
Je souhaite être libre de tout dogme et de tout pouvoir, et me laisser guider par ce qui est pur, dans la reliance avec le Grand Tout.


Et comme Mère Teresa l’a un jour dit à sa supérieure qui lui rappelait son vœu d’obéissance :
« Il n’y a qu’Un seul à qui j’obéis, et c’est Dieu. »

Chartres (deel 2)

Marie

En français voir deuxième parti, merci

Al een paar dagen doe ik vrijwilligerswerk in de kathedraal van Chartres.
’s Morgens, vóór ik begin, ga ik op een terras een koffie drinken. Ik vind dit altijd iets hebben: gewoon zitten, genieten van de stilte, bewonderen en zien hoe de stad of het dorp tot leven komt.

Een man in maatpak, met een elegante leren ruitertas in de hand, steekt zijn hand op naar de bakker.
Een dame met haar hond, een poedel, lacht om de humor van de bakker. Zij is uit Oekraïne, en hij noemt haar hond Poetin.
Een man in een zwarte overjas, waarop geschreven staat Verreilleire de Chartres, steekt een sigaret op en drinkt in een oogwenk zijn mini kop koffie leeg.

Na mijn koffie ga ik richting de kathedraal, waar ik de kaarsen opnieuw aansteek die de pelgrims de dag voordien hadden aangestoken (en die omwille van brandgevaar waren uitgeblazen). Soms worden ze geplaatst vanuit een intuïtieve beweging, soms met een vraag, een wens of een gebed.

Terwijl ik de kaarsen aansteek, zing ik heel stilletjes het oorspronkelijke Wees gegroet in het Hebreeuws of in het Latijn (het tweede deel werd pas rond de 16de eeuw toegevoegd). Waarom in deze twee talen? Omdat ze me het meest aanspreken en veel ouder en vertrouwder aanvoelen dan mijn eigen talen, Nederlands en Frans.

Ik word soms zo opgenomen door het gebed en het vuur dat ik in een bewuste, geaarde, meditatieve staat terechtkom. Wanneer de lont van de kaars helemaal doordrenkt is met was, laat ik hem zakken in het reservoir van de waxine. Zachtjes laat ik hem langs een andere lont glijden, bijna als een dans van liefdesvuur: de ene lont kust de andere.

Een man kwam naar me toe en vroeg: “Hoe doe ik dat, een kaars aansteken?”
“Met deze lange kaars steek je de waxine aan,” antwoordde ik. Maar toen hij zei: “Ik ben geen katholiek en weet niet hoe dit moet,” begreep ik dat zijn vraag breder was dan de praktische handeling.

Ik voelde een diepe beschaamdheid: wat voor de ene vanzelfsprekend is, is het voor de andere helemaal niet. Ik excuseerde me en deelde:
“Je maakt contact met je hart, het kan helpen je hand op je hart te leggen. Sluit je ogen, breng je aandacht naar die plek, wacht even en voel wat je wilt vragen of delen. Laat het antwoord ontstaan vanuit je hart. Laat het eenvoudig opkomen uit je diepste zelf.”

De man vertelde waarom hij een kaars wilde aansteken: hij had net vernomen dat zijn beste vriend kanker had. Tranen kwamen in zijn ogen. Ik luisterde en vroeg naar de naam van zijn vriend.
“Er is hier een plaats in de kathedraal waar je de kaars en je gebeden extra kracht kan meegeven,” zei ik, terwijl ik wees naar de Notre Dame du Pilier. “Ik neem je vriend mee in mijn gebeden,” voegde ik eraan toe.

Ondertussen is het labyrint weer open en straks wandel ik het opnieuw, voor de tweede keer.
Ik hoor iemand in het voorbijgaan in het Nederlands zeggen: “Kijk, een doolhof.”
Er is een duidelijk verschil tussen een doolhof en een labyrint. In een doolhof kom je obstakels tegen en loop je vast. Dat ervoer ik altijd als frustrerend en beangstigend. In een labyrint daarentegen volg je eenvoudigweg de weg tot je in het hart komt, de roos van het labyrint.

Het is een initiatieweg, waar tijd en ruimte verdwijnen.
Ik kan een labyrint vergelijken met de sema-dans van de wervelende derwisjen, maar ook met de rozenkrans of een pelgrimstocht. In al die vormen verdwijnen tijd en ruimte, of beter gezegd: je wordt er één mee. Je plaatst een intentie – iets wat je niet meer wilt dragen of waarvan je bevrijd wilt worden. Je bevrijdt je van wat je niet meer dient. Je opent je hart, ontvangt, en gaat integreren wat je hebt ontvangen.

Net zoals bij het pelgrimeren: het is niet het eindpunt van de pelgrimsweg dat belangrijk is, maar de waarde en het bewustzijn die je in het onderweg-zijn legt.

Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik tussen drie belangrijke data sta.
7 september was er de maan eclips, vandaag – 8 september – de geboorte van Maria, en morgen, het portaalb9/9/9, het beginpunt van een pelgrimstocht in het teken van Maria en water.

Depuis quelques jours, je fais du bénévolat dans la cathédrale de Chartres.
Le matin, avant de commencer, je prends un café en terrasse. J’aime toujours ce moment : simplement m’asseoir, goûter au silence, admirer et voir la ville – ou le village – s’éveiller.

Un homme en costume, tenant à la main une élégante sacoche en cuir, salue le boulanger.
Une dame avec son chien, un caniche, rit des plaisanteries du boulanger. Elle vient d’Ukraine et il appelle son chien Poutine.
Un homme en manteau noir, sur lequel est écrit Verreilleire de Chartres, allume une cigarette et boit d’un trait son petit café.

Après mon café, je me dirige vers la cathédrale où je rallume les cierges éteints la veille pour des raisons de sécurité, mais initialement déposés par les pèlerins. Parfois ils sont placés par un geste intuitif, parfois avec une intention, un souhait ou une prière.

En rallumant les cierges, je fredonne doucement l’Ave Maria dans sa version originale (première partie) en hébreu ou en latin (la deuxième partie n’a été ajoutée qu’au XVIᵉ siècle). Pourquoi dans ces deux langues ? Parce qu’elles me touchent davantage, elles me semblent bien plus anciennes et familières que le néerlandais ou le français.

Il m’arrive d’être tellement absorbée par la prière et le feu que j’entre dans un état méditatif, conscient et enraciné. Quand la mèche de la bougie est entièrement imprégnée de cire, je la laisse descendre dans le réservoir de la veilleuse. Je la laisse doucement frôler une autre flamme, presque comme une danse de feu amoureux : une mèche qui embrasse l’autre.

Un homme est venu me voir : « Comment fait-on pour allumer un cierge ? »
« Avec cette grande bougie, vous allumez la veilleuse », lui ai-je répondu. Mais lorsqu’il ajouta : « Je ne suis pas catholique et je ne sais pas comment faire », j’ai compris que sa question allait bien au-delà du geste pratique.

J’ai ressenti une profonde gêne : ce qui est une évidence pour l’un ne l’est pas du tout pour l’autre. Je me suis excusée et j’ai partagé :
« Entrez en contact avec votre cœur, cela peut aider de poser la main sur votre poitrine. Fermez les yeux, amenez votre attention à cet endroit interieur, attendez un instant et sentez ce que vous souhaitez demander ou offrir. Laissez la réponse émerger de votre cœur. Laissez simplement surgir ce qui vient de votre être le plus profond. »

L’homme m’a alors confié pourquoi il voulait allumer un cierge : il venait d’apprendre que son meilleur ami avait un cancer. Les larmes lui sont montées aux yeux. J’ai écouté et lui ai demandé le prénom de son ami.
« Il y a ici un lieu dans la cathédrale où vous pouvez donner encore plus de force à votre cierge et à vos prières », lui ai-je dit en lui indiquant Notre-Dame du Pilier. « Je porterai votre ami dans mes prières ».

Entre-temps, le labyrinthe est de nouveau ouvert. Tout à l’heure, je vais le parcourir pour la deuxième fois. (je partage plus tard cette expérience en lien avec le serpent)
J’entends quelqu’un passer et dire en néerlandais : « Regarde, un dédale. »
Mais il y a une nette différence entre un dédale et un labyrinthe. Dans un dédale, on rencontre des obstacles, on se perd. Je trouvais cela frustrant et angoissant quand j’étais jeune. Tandis que dans un labyrinthe, il suffit de suivre le chemin jusqu’à atteindre le centre, la rose du labyrinthe.

C’est un chemin initiatique, où le temps et l’espace s’effacent.
Je compare le labyrinthe à la danse sema des derviches tourneurs, mais aussi au rosaire ou au pèlerinage. Dans toutes ces pratiques, le temps et l’espace disparaissent – ou plutôt, on ne fait plus qu’un avec eux. On y dépose une intention : ce dont on ne veut plus porter le poids, ou ce dont on souhaite se libérer. On se déleste de ce qui ne nous sert plus. On ouvre son cœur, on reçoit, puis on intègre ce que l’on a accueilli.

C’est comme le pèlerinage : ce n’est pas le but final du chemin qui importe, mais la valeur et la conscience que l’on met dans le fait d’être en chemin.

En écrivant ces lignes, je réalise que je me trouve entre trois dates importantes.
Le 7 septembre, il y a eu l’éclipse de lune.
Aujourd’hui, le 8 septembre, nous célébrons la naissance de Marie.
Et demain, le portal 9/9/9, marquera le point de départ d’un pèlerinage placé sous le signe de Marie et de l’eau.

Chartres

Labyrinth de Chartres

Texte Français voir 👇🙏

Na bijna twee maanden lopen vanuit Straatsburg ben ik in Chartres aangekomen. De weg stond in het teken van Jeanne d’Arc. Zij bracht mij dichter bij het innerlijke zwaard en ik herkende veel dingen uit haar leven die parallel liepen met mijn eigen onderweg zijn.
De energie van Maria en Aartsengel Michaël was en is heel sterk aanwezig gedurende dit hele traject.

Toch voelde ik tijdens de pelgrimstocht dat er iets ontbrak. Iets wat ik nog nooit eerder zo had ervaren tijdens mijn andere pelgrimstochten. Ik wist niet meteen wat, tot de dag dat ik “de Rosa Mystica” volgde, een namiddag, rond het rozenkransgebed geleid door Anaïs. En alhoewel ik dit reeds had gezien tijdens mijn initiatie. Was dit een hartelijke welkom onderweg.
Al maanden en maanden probeerde ik te begrijpen waarom ik niet in de rozenkrans kon binnentreden. Eerst omdat het voor mij te sterk verbonden was met de katholieke Kerk: net zoals die momenten waarop ik naar de mis ging en mij benauwd voelde. Dan was er ook nog het “willen-moeten”. En op de dag dat ik dat “willen-moeten” losliet, maakte ik plaats voor de acceptatie om het niet te moeten kunnen… en toen kwam het voelen, het gewaarworden. Sindsdien laat de rozenkrans mij niet meer los.

Sinds ik jong was, wanneer men mij vroeg: “Kun je dit?” heb ik altijd “ja” geantwoord, ook al wist ik het nog niet. Dan leerde ik het eerst en begon ik daarna.
Ik moet zeggen dat ik vandaag een beetje genoeg heb van altijd alles te willen kunnen. Dus morgen, als je mij vraagt iets te doen, is het best mogelijk dat er een “nee” volgt.
Een van de dingen die ik onderweg heb geleerd, is dat Zijn belangrijker is dan “moeten doen”. Ik Ben.

Hetzelfde, enkele jaren geleden: ik gebruikte altijd de zin “ik weet het”. Het was een soort bescherming voor het gevoel dat ik had, dat ik minder was dan anderen. Maar met die zin sluit je vaak de verbinding en blijf je alleen in je hoekje. Toen ik dat doorhad, werd mijn leven ruimer. En hetzelfde geldt voor het “doen”.

De avond voor mijn aankomst in Chartres deelde ik met een echtpaar mijn ervaringen van het onderweg zijn. De vrouw en de man keken elkaar aan en zeiden: “zal men het vertellen. ”De man deelde: “Mijn naam is Angelo Michael.”
Op het moment dat ik dat hoorde, was ik blij dat ik naast een muur stond om mij eraan vast te houden, want het schokte mij hevig. Een heel intense gewaarwording tussen mijn bekken en mijn borst. Ik kon niet meer ademen, alsof mijn borstkas te klein was geworden. Daarna kwam de drang om in tranen uit te barsten… maar de tranen kwamen niet. Want in mijn lichaam had ik de ruimte niet.
De volgende dag kreeg ik, als een kleine knipoog, koeken voor onderweg met triskeles erop.

Ik had nog 12 km te lopen om Chartres te bereiken. Meerdere keren kwam ik het getal 22 tegen: onder mijn voeten, tafel 22 riep de ober, op een deur waar ik naar binnen moest. En ik kwam aan in Chartres op 22 augustus, de dag gewijd aan Maria Koningin.

Toen ik de kathedraal binnenging, werd ik naar links getrokken. Ik voelde hetzelfde als in Glastonbury, in de crypte. Ik ging zitten voor Onze-Lieve-Vrouw van de Zuil, tranen stroomden en ik voelde een groot verlangen om mijn rozenkrans te nemen. Wat ik deed.

Deze ochtend liep ik het labyrint. Al heel snel voelde ik mij meegenomen naar een ruimte die veel groter was dan de plek waar ik fysiek was. Ik voelde mij stevig gegrond, uitgelijnd. Er bewoog van alles rondom mij, maar ik voelde heel sterk dat niets mij uit die ruimte kon halen. Bij elke bocht sloot ik mijn ogen om diep adem te halen en verder te kunnen. Op bepaalde momenten begon mijn linkerhand, die op mijn hart lag, te beven.
Het was ongelooflijk: wat een krachtige energie woont er op die plek!
Ik kan je echt aanraden om ooit dat labyrint stap voor stap in volle bewustzijn te wandelen. Ik gebruik bewust het woord in volle bewustzijn, want zo kun je de zegeningen van het labyrint en deze plek ontvangen.

Toen ik uit het labyrint kwam, moest ik gaan zitten. Tranen gleden zacht langs mijn wangen. En opnieuw voelde ik het evenwicht met de horizontaliteit.
Daarna ging ik de persoon die achter mij liep bedanken, voor zijn aanwezigheid.
Na het labyrint voelde ik de weldadige effecten in gans mijn Zijn.

’s Middags volgde ik een rondleiding in de crypte. Aan de noordkant, in de kapel waar zich een kopie bevindt van Onze-Lieve-Vrouw onder de Aarde (de originele Zwarte Madonna werd in 1793 vernietigd door een brand), is er ook een reliekschrijn met een fragment van de sluier van de Maria, die men ook in de bovenkathedraal kan zien in één van de kapellen.
Is het echt een sluier van Maria? Zullen we het ooit met zekerheid weten?
In elk geval, één ding is zeker volgens het onderzoek: het is een doek dat uit het Oosten komt.
Ik was nieuwsgierig waar dat reliekschrijn en de Onze-Lieve-Vrouw onder de Aarde zich bevonden in relatie tot wat ik de eerste dag bij mijn binnenkomst in de kathedraal had gevoeld. De gids bevestigde mij dat het reliekschrijn zich onder Onze-Lieve-Vrouw van de Zuil bevond, wat voor mij mijn gewaarwording verklaarde.

Nog een andere sterke plek voor mij: helemaal beneden, onder het koor, het oudste deel van de crypte. Ik bleef er als een magneet aan een pilaar kleven.

Na alles wat ik hier ervaren heb, heb ik besloten enkele dagen in Chartres te blijven, vooraleer de volgende pelgrimstocht te beginnen: van Camaret-sur-Mer naar Sainte-Anne-d’Auray.

Saint Sacrément dans la crypte. Côte Nord ou ce trouve Notre Dame Sous Terre

Après presque deux mois de marche depuis Strasbourg, je viens d’arriver à Chartres. Le chemin était placé sous le signe de Jeanne d’Arc. Elle m’a approchée de l’épée intérieure et j’ai reconnu beaucoup de choses de sa vie qui étaient parallèles à mon propre cheminement.
L’énergie de Marie et de l’Archange Michel était très présente tout au long de ce parcours.

En pèlerinage, je ressentais pourtant qu’il me manquait quelque chose. Quelque chose que je n’avais jamais ressenti dans mes autres pèlerinages. Je ne savais pas tout de suite quoi, jusqu’au jour où j’ai suivi ‘ la Rosa Mystica’ un après-midi, avec le chapelet animé par Anaïs.
Depuis des mois et des mois, j’essayais de comprendre le pourquoi du chapelet, pourquoi je n’arrivais pas à entrer dedans. D’abord parce que, pour moi, il était trop associé à l’Église catholique : comme ces moments où j’allais à la messe et où je me sentais coincée. Puis il y avait le ‘ vouloir-devoir’ . Et le jour où j’ai lâché ce ‘vouloir-devoir’, j’ai fait place à l’acceptation de ne pas savoir faire… et alors le ressenti, la conscience, la présence s’est installé. Depuis, le chapelet ne me quitte plus.

Depuis toute jeune, quand on me demandait : ‘Tu sais faire cela ?’ , j’ai toujours répondu oui, même si je ne savais pas encore. Alors je m’instruisais avant de commencer.
Je dois dire qu’aujourd’hui j’en ai un peu assez de vouloir tout savoir faire. Donc demain, si vous me demandez de faire quelque chose, il est bien possible qu’un ‘non’ suive.
Une des choses que j’ai apprises dans mon cheminement, c’est qu’Être a plus d’importance que de ‘ devoir faire’ .

Je Suis.

C’est comme il y a quelques années : j’utilisais toujours la phrase ‘je sais’. C’était une sorte de protection pour le sentiment que j’avais, celui d’être moins que les autres. Mais avec cette phrase, bien souvent, on ferme la connexion et on reste seul dans son coin. Quand j’ai compris cela, ma vie s’est élargie. Et c’est la même chose avec le ‘faire’.

La veille de mon arrivée à Chartres, je partageais avec un couplé mon cheminement. La dame et le monsieur se sont regardés et ont dit : “On raconte, on le dit. “Le monsieur a partagé :” Je m’appelle Angelo Michael.”
Au moment où j’ai entendu cela, j’étais contente d’être à côté d’un mur pour m’y tenir, car cela m’a fortement secouée. Un ressenti très intense entre mon bassin et ma poitrine. Je n’arrivais plus à respirer, comme si ma cage thoracique était devenue trop petite. Puis l’envie d’éclater en larmes est montée… mais les larmes ne sortaient pas.
Le lendemain, comme un petit clin d’œil, je recevais des biscuits avec des triskèles.

Il me restait 12 km à faire pour arriver à Chartres. Je suis tombée plusieurs fois sur le nombre 22 : sous mes pieds, le garçon qui disais table 22, sur une porte où je devais entrer. Et je suis arrivée à Chartres le 22 août, jour dédié à la Vierge Marie Reine.

Quand je suis entrée dans la cathédrale, j’ai été attirée vers la gauche. J’ai ressenti la même chose qu’à Glastonbury, dans la crypte. Je me suis assise devant Notre-Dame du Pilier, des larmes ont coulé et j’ai ressenti un grand élan de prendre mon chapelet. Ce que j’ai fait.

Ce matin, j’ai marché le labyrinthe. Très vite, je me suis sentie entraînée dans un espace bien plus vaste que le lieu où je me trouvais. Je me sentais bien ancrée, alignée. Cela bougeait de tous les côtés autour de moi, mais je ressentais très fort que rien ne pouvait me sortir de cet espace. À chaque tournant, je fermais les yeux pour prendre une grande respiration et pouvoir continuer. À certains moments, ma main gauche posée sur mon cœur s’est mise à trembler.
C’était fou : quelle énergie puissante habite ce lieu !
Je peux vraiment vous conseiller, un jour, de cheminer ce labyrinthe en pleine conscience, pas à pas, pour un véritable cheminement intérieur. J’utilise bien le mot « cheminement », car c’est ainsi que l’on peut recevoir les bienfaits du labyrinthe et de ce lieu. Pas comme si l’on allait se promener en ville pour faire les étalage.

Quand je suis sortie du labyrinthe, il m’a fallu m’asseoir. Des larmes ont glissé doucement le long de mes joues. Et j’ai ressenti de nouveau l’équilibre avec l’horizontalité.
Puis je suis allée remercier la personne qui marchait derrière moi, pour sa présence.
Après le labyrinthe, j’ai ressenti les bienfaits dans tout mon être.

L’après-midi, j’ai fait une visite de la crypte. Arrivée du côté nord, dans la chapelle où se trouve une copie de Notre-Dame sous Terre (la Vierge noire brûlée en 1793), il y avait aussi un reliquaire contenant un fragment du Voile de la Vierge, que l’on peut également voir dans la cathédrale haute.
Est-ce vraiment un tissu de la Vierge ? Pourra-t-on un jour le savoir avec certitude ?
En tout cas, une chose est sûre d’après les recherches : c’est un tissu venu d’Orient.
J’étais curieuse de savoir où se trouvaient le reliquaire et cette Vierge par rapport à ce que j’avais ressenti le premier jour en entrant dans la cathédrale. Le guide m’a confirmé que le reliquaire était placé sous Notre-Dame du Pilier, ce qui expliquait mon ressenti.

Un autre lieu fort pour moi : tout en bas, sous le chœur, la partie la plus ancienne de la crypte. Je suis restée collée à un pilier comme un aimant.

Après tout ce que j’ai ressenti ici, j’ai décidé de rester quelques jours à Chartres avant d’entamer le prochain pèlerinage, de Camaret-sur-Mer à Sainte-Anne-d’Auray

Jeanne d’Arc

Jeanne d’Arc – Montmartre

Texte Français 👇🙏

Een jaar geleden zat ik ergens op een terras samen met pelgrims die de weg van Saint Michel hadden gestapt.
Toen deelde ik: “Voor wie zin heeft en een volgende pelgrimstocht wenst te ondernemen: ik nodig jullie uit op de weg van Jeanne d’Arc.”

Dit was de tweede tocht die mij vorig jaar werd gevraagd om uit te stippelen voor les 7 routes, dat toen in elkaar aan het storten was.
Zowel bij Saint Michel als bij Jeanne d’Arc voelde ik een aantrekking en was het voor mij een evidentie om deze wegen te gaan stappen.
Saint Michel kon ik plaatsen, maar Jeanne d’Arc… wie was zij, wat was haar verhaal?

Wat voor sommigen geen succes was, omdat men de tocht beoordeelde op ‘hoeveelheid’ en uiterlijk, was voor mij heel verrijkend. Het zaadje dat toen werd geplant, heeft inmiddels zijn vruchten gedragen.

Elke pelgrimstocht heeft zijn waarde wanneer je bewust onderweg bent.
Hoe dichter ik bij Domrémy kwam, hoe meer ik begreep waarom ik op de weg van Jeanne d’Arc was.
Het eerste wat mij raakte, was haar verbondenheid met de aartsengel Michaël.
Daarna het zwaard – niet als teken van oorlog, maar als symbool om in je eigen kracht te staan, je juiste plaats in te nemen en trouw te blijven aan je eigen weg, zonder je te laten beïnvloeden.

Haar soevereiniteit, haar trouw zijn, bleef ze bewaren, zelfs tot op de brandstapel. Van jongs af aan volgde zij haar eigen weg.

Sinds het ontstaan van JT’M ben ik een paar keer uitgedaagd geweest.
Telkens ging het erom dicht bij mezelf te blijven, trouw aan mezelf – aan mijn weg en aan wat mij wordt getoond.
Te blijven staan daar waar ik voel dat de plaats mij toekomt, niet vanuit ego, maar vanuit het recht te bestaan gevoed door mijn vuur.
Te blijven staan in wat voor mij ‘juist’ aanvoelt, zonder mij te laten beïnvloeden door bewegingen die onzuiver voelen of waar een verdoken agenda achter schuilt.
Dat zorgde ervoor dat wat geen plaats had, vanzelf verdween in het onderweg zijn.

Een paar keer heb ik het zwaard heel duidelijk gevoeld – zelfs nog op de laatste dag, 15 augustus, toen men mij, zogenaamd omwille van ‘veiligheid’, vroeg om plaats te nemen achter een wagen tijdens een processiestoet, in plaats van naast het beeld van Thérèse de Lisieux en Jeanne d’Arc.
Dat had totaal niets met veiligheid te maken, maar alles met protocollen en de dynamieken die zich achter mij afspeelden.
Mijn “nee” ontsprong, kort en krachtig, gedragen door mijn vuur en in de vloeiendheid en zachtheid zoals een ontluikende waterbron, bleef ik staan, precies daar waar ik hoorde te zijn.

Aangekomen aan de Notre-Dame voelde ik dat mijn opdracht rond JT’M vervuld en afgerond was.
Mijn persoonlijke weg bleef echter open en voelde de behoefte om door te stappen naar Chartres.

In dankbaarheid voor deze weg, en voor allen die eraan hebben deelgenomen, die aanwezig waren, die hun deur en hun hart hebben geopend, die het aandurfden hun kwetsbaarheid te tonen…

Jeanne d’Arc in de kerk van Chevreuse

Il y a un an, j’étais assise à une terrasse, entourée de pèlerins qui venaient de marcher le chemin de Saint Michel.
C’est alors que j’ai prononcé ces mots : « Pour ceux qui en ont le désir, je vous invite à entreprendre le chemin de Jeanne d’Arc. »

C’était le deuxième itinéraire que l’on m’avait demandé de tracer l’an dernier pour les 7 routes, qui à ce moment-là était en train de s’effondrer.
Autant pour Saint Michel que pour Jeanne d’Arc, j’ai ressenti une profonde attirance. Il m’était évident d’emprunter ces chemins.
Saint Michel, je pouvais le situer. Mais Jeanne d’Arc… qui était-elle ? Quelle était son histoire ?

Pour certains, ce pèlerinage n’a pas été vécu comme un succès, car on le jugeait en termes de « quantité » et d’apparence.
Pour moi, au contraire, ce fut une expérience profondément enrichissante. La semence plantée alors a depuis porté ses fruits.

Chaque pèlerinage possède sa valeur propre, à condition d’être vécu en conscience.
Plus j’approchais de Domrémy, plus je comprenais pourquoi j’étais sur le chemin de Jeanne d’Arc.
La première chose qui m’a touchée, c’est son lien avec l’archange Michel. Puis vint l’épée – non pas comme signe de guerre, mais comme symbole de force intérieure : prendre sa place, rester fidèle à sa voie, sans se laisser influencer.

Ce qui me touche le plus, c’est sa fidelite, elle l’a préservée jusqu’au bûcher. Dès son plus jeune âge, elle a suivi son propre chemin, restant fidèle à son appel.

Depuis la naissance de JT’M, j’ai moi-même traversé plusieurs épreuves.
Il s’agissait toujours de rester proche de moi-même, fidèle à mon chemin et à ce qui m’était montré.
De tenir debout là où je sentais que ma place était juste – non par ego, mais par droit d’exister, d’être-rester ancrée dans ce qui me semblait « vrai », sans me laisser entraîner par des mouvements qui sonnaient faux ou portaient une intention cachée.
Ainsi, ce qui n’avait pas sa place disparaissait naturellement du chemin.

J’ai senti l’épée à plusieurs reprises – jusque dans les derniers instants, le 15 août, lorsque l’on m’a demandé, soi-disant pour des raisons de « sécurité », de marcher derrière un véhicule lors de la procession, au lieu d’avancer aux côtés des statues de Thérèse de Lisieux et de Jeanne d’Arc.
Mais cela n’avait rien à voir avec la sécurité. C’était lié aux protocoles et aux jeux qui se jouaient derrière moi.
Mon non jaillit, bref, porté par le feu intérieur. Dans la fluidité de l’eau, je suis restée là, exactement où je devais être.

Arrivée à Notre-Dame, j’ai ressenti que ma mission en lien avec JT’M était accomplie et pouvait être clôturée.
Mon chemin personnel, lui, restait ouvert. Je resentais que mon chemin continué jusque Chartres.

Dans la gratitude pour ce chemin, et pour tous ceux qui y ont participé, qui étaient présents, qui ont ouvert leur porte et leur cœur, qui ont osé montrer leur vulnérabilité…

Le Triskèle

In de schaduw van de kathedraal van Reims zit ik op een blok beton, mijn blik rustend op het niets.
In een boomgaard vlakbij zoekt een duif voorzichtig haar evenwicht op een wiegende tak.
Het licht speelt door de bladeren en zorgt voor dansende schaduwen op de grond, ik volg dat stille ritme.

In gedachten breng ik mijn aandacht bij alle mensen die ik reeds heb ontmoet. Wat me opvalt, is hoe vloeiend het telkens weer gaat om al bij de eerste deur te worden ontvangen.

Eén ontmoeting draag ik bijzonder in mij.
In een klein dorp in de Vogezen stond een huis met open deur.
De gevel droeg zachte pasteltinten, en op elke vensterbank stonden kleurrijke bloemen.

Ik belde aan. Toen kwam een vrouw naar de deur. Haar handen zaten onder de aarde en aan haar voeten droeg ze groene, plastic tuinklompen.
Ze keek me aan — open, stil, voelend.
Toen ik vroeg om onderdak, nam ze tijd. Tijd om te luisteren, tijd om te voelen. Daar hou ik van.
“Ja, ik kan je ontvangen. Wel niet direct, ik heb nog het een en ander te doen’,deelt de vrouw.” Hoe voelt het voor je als ik rond 19u terugkom?”” Ja, heel goed”. En zo kwamen we tot een afspraak.

Tot die tijd wandelde ik door het dorp, op zoek naar de sleutel van de kerk. Ik kwam terecht op een boerderij die werd gerund door een jong koppel met zes kinderen. Dankzij de jonge vrouw kon ik de kerk bezoeken, die me eerder een grote kapel leek te zijn. Een kapel nog in haar jus, zoals we dat in Frankrijk zeggen. De houten wanden waren door het vocht aan het rotten en sommige spinnenwebben bleven aan mijn rugzak kleven.
Nadien kreeg ik een rondleiding door de koeienstal. Ik stond verbaasd over de evolutie van het koeienmelken: alles was geautomatiseerd. Elke koe droeg een zender, verbonden met een robot die haar molk. De koe wist de robot te vinden en de robot wist precies wanneer hij moest stoppen.
Een voordeel, voor de moeder met zes kinderen: ze hoeft niet meer vroeg uit de veren en heeft nu meer tijd en ruimte voor haar gezin.
En toch voelde ik een kloof groeien tussen mens en dier, de computer had de plaats ingenomen.

Ik genoot van het tafereel waarin de jongste van het gezin in het hooi speelde, terwijl een koe met haar lange wimpers met stille nieuwsgierigheid naar de eenjarige keek.

Om 19u keerde ik terug naar het huis met de fleurige gevel.
Toen ik aan tafel werd uitgenodigd voor het avondmaal, viel mijn oog op een symbool op tafel: le triskèle. Het symbool dat in 2018 deel uitmaakte van mijn weg en mij toen leidde naar de drie plaatsen rond de aartsengel Michaël op het Europese vasteland: Monte Sant’Angelo – Sacra di San Michele – Mont Saint-Michel.

De volgende ochtend, bij het ontbijt, ging ons gesprek over geloof.
Zij, beiden atheïst, luisterden met open oren toen ik vertelde over mijn pelgrimstocht van 2018.
Na mijn verhaal zei de vrouw: ‘Mijn tweede naam is Michel. En die van mijn man ook.”
Er volgde een stilte. We keken elkaar aan en een glimlach werd zichtbaar in onze ogen.

Ik vertelde verder over mijn ervaring met de kraai in Glastonbury. Er was nog iets wat me sindsdien bezighield: kort na mijn verhaal over de kraai kwam Anaïs naar me toe om iets te delen over een gelijkaardige ervaring die zij kort ervoor had meegemaakt met dezelfde vogelsoort.
Ik voelde dat dit delen mij iets wilde zeggen. De betekenis bleef aan de oppervlakte; ook al had de zin begrepen ‘de kraai kroop onder mijn rok, ik kon de kraai niet vasthouden, ik moest hem loslaten’ maar ik voelde dat de zin nog niet volledig was geïntegreerd.

Op de terugweg naar België kwam het steeds weer boven.
Maar daar, aan hun tafel, gebeurde er iets: de woorden werden levend. De zin werd levend in het vertellen en bij het zelf luidop te horen. Het kwam deze keer wél binnen. Tegelijk werd ik me bewust dat er iets van binnenuit wakker werd. Buiten en binnen raakten elkaar.

Plots kon ik niets meer zeggen, omdat ik een intens vreugdevolle gewaarwording had.
Ik hoorde ‘ik geef je vleugels, je mag gaan.
En ik zag ze, mijn eigen vleugels, zich uitvouwen.
Ik was sprakeloos en dankte de twee mensen aan tafel voor hun luisterend oor en hun delen.
Het werd me duidelijk dat Anaïs het kanaal was voor deze boodschap, net zoals de priester ergens hoog in de Apennijnen, midden in Italië, destijds een boodschap had doorgegeven en toen verdween.

De vrouw stond op en verdween even.
Toen ze terugkwam, was haar man iets aan het vertellen over wat er in zijn leven gebeurde.
Plots vroeg ze mij mijn hand uit te steken. Ze legde er iets in: een ketting met een zelfgemaakte hanger, een triskèle. Ik werd geraakt. En we gaven elkander een dikke knuffel.

Vrijheid

Ik lees of hoor vaak…
Nu kan ik niet en vooral de situaties van vandaag… En dan lees ik verder, ik zit vast, het houd me vast, ik verlies mijn vrijheid, ik ben mijn vrijheid kwijt, ik heb dit niet kunnen doen of ik heb dat niet kunnen doen… niet enkel is dit nu voor velen aan de orde. Ook mensen die achteruit kijken in hun leven… oh, had ik maar, ik had dit graag gewild, had ik maar gedurft…
En vooral de gedachte vrijheid kwijt te zijn door externe omstandigheden. Vrijheid is meer, veel meer dan zich verplaatsen, bewegen…

Vrijheid van keuzes maken…

Op ieder moment kan men een keuze maken. De keuzes die je zullen brengen naar vrijheid, waar je ‘Zijn’ in vreugde is. Is het niet daar waar de vrijheid gelegen is, de vrijheid binnen jezelf. Kan iemand anders je deze vrijheid wegnemen, neen, enkel de persoon zelf maakt hier keuze in om ze te beleven.

Vandaag belde er een pelgrim naar het centrum. Met de vraag wat moet ‘ik doen’, hoe geraak ik in Vezelay.
Waarom die vraag… sedert gisteren zijn er terug departementen in lockdown, oa deze vóór en na Vézelay.
Wanneer je vandaag de weg neemt weet je dat dit een situatie is die zich zou kunnen voordoen. ( Het hoeft echter zo niet te zijn) .
Tal van scenario’s kunnen hier opgesomd worden. Wat zullen deze echter bijbrengen aan de situatie in het nu moment. Niets.
Enkel maar… Ja, maar… Wat als… en een hoofd die vol komt te zitten.

Neemt men de keuze vanuit angst of eentje vanuit vreugde. Wees vooral trouw aan jezelf en laat je eigen gedachten of deze van anderen je niet beperken in je keuzes. Want de grootste onvrijheid zijn deze van onze beperkende gedachten.

Men vroeg me wat ik ervan vond. Hmm, het ene wat ik kon delen en als antwoord geven is ‘Être dans la foi et faire confiance’.
Ik hoorde nadien hier negatieve reacties op, omdat men het niet eens was met mijn delen en daarbij kwam negatieve commentaren op mijn persoon.
Eventjes had het mij geraakt en trok ik me wat terug. Ontchoogeling was voelbaar en voelde ik kort mezelf naar beneden halen. Gelukkig van heel korte duur.
Ik zou hier twijfel kunnen opkrijgen op mijn delen, mijn zijn, mijn gedrag of mijn delen aanpassen om niet afgewezen te worden….
Echter als ik dit zou doen… Dan pas zou ik mijn vrijheid zelf weggeven. Want dan zou ik de keus van wat me vreugde brengt weggeven om erbij te willen horen.
Wie ben je dan eigenlijk, is men dan nog werkelijk zichzelf of iemand die vele neplaagjes rond zich heeft om ergens wel bij te horen en als een Cameleon van kleur veranderd volgens wie men voor zich heeft.

Het is als een man die me vandaag deelde. Dat door de situatie hij in een depressie is terecht gekomen en hij angst heeft om bepaalde stappen te nemen uit schrik de ander te verliezen.

Maar voor wat te verliezen… want hoe meer men buiten zichzelf zoekt, zich aanpast… hoe meer men afstand neemt van zichzelf, van onze eigen kern….wat liefde is… Want liefde is in elk van ons al aanwezig en wanneer we vanuit dit punt vertrekken kunnen we de ander niet verliezen.

Liefde, vreugde ze geven je vrijheid.

Est libre celui qui l’est au-dedans de lui-même. Cette liberté ne nous est pas donnée par les suffrages d’autrui, elle est acquise est possédée par notre courage.
Le sage est toujours libre. L’homme juste est à lui-même sa loi. Le sage est libre parce qu’il a choisi le bien. Maître de son choix et de son action, il est libre parce qu’il fait réellement ce qu’il veut. Celui donc à qui on ne peut ni imposer de loi ni faire de défense, celui-là n’est esclave de personne. Or le sage pratique le bien non par contrainte, mais de sa propre volonté: il est foncierement libre… (Lettre 37)

Permaperegrina

Ik vul mijn dagboek aan en plaats een filmpje op het net. En bericht nog even met Sylvie van Radiocamino.

‘… Sylvie, j’espère que tu reprendra les chemin ainsi que beaucoup d’autre. La terre, le peuples à besoin des pèlerins.’
‘… C’est beau ce que tu dis “le monde a besoin de pèlerins”. J’aimerais tourner une vidéo sur ce thème. Tu peux m’en dire un peu plus ?’
‘… Plein de gents ce referme sur eux, et se sans bloquer à cause de tous les règlement. Un pèlerin bouge continuellement, pas simplement avec le corps mes tous son âme. Le pèlerin est un  exemple aujourd’hui pour montre que en vie sa liberté. Que tous suffit simplement de osé et prendre la desicion. Le pèlerin inconsiament mais dans son mouvement les gent ensemble.
Donc il vie le contraire de se que la société attend de lui. Ce n’est pas de la rebellie mais il écoute ce qui est beaucoup plus grand, bien au delà ce qui est touchable…’

Er wordt aan de deur geklopt, “Entree”, roep ik terwijl ik rechtsta en naar de deur toe wandel. Annenarie brengt mij een verse koffie, zo eentje met een laagje schuim erop. Heerlijk.

Mijn dagelijkse routine. Ik stop mijn slaapzak, donsvest, thermo slaapzak in elk zijn daarbij horend zakje. Sandalen aan, een lichte regenvest – die me vooral beschermd tegen de wind – muts, handschoenen, rugzak… Klaar is kees…
Oh, ja. Mijn wandelstokken nog.

Ik verlaat Bessy-sur-Cure richting Arcy-sur-Cure.
Op een geheven moment sta ik voor een fikse afdaling in het bos. Oeps, ik wordt gewaar dat ik wat in paniek ga. Ik blijf stilstaan en kijk wat rond me of er een andere mogelijkheid is. Neen.
“OK, Jasmine. Komaan. Hou je rustig, je kan het”, spreek ik mezelf de moed in.
“Komaan, het is jou denken die zegt dat het stijl is en stijl koppelt aan vallen. Als ik rustig en goed aftastend mijn voeten zet, dan heb ik geen reden om angstig te zijn”, verder de moed inspreken.
En ja hoor na een half kom ik beneden. Ik draai me om, “yes, I did it.”
Ik twijfel even of ik verder het bos intrek of kies voor de weg. Of ik kies voor angst of niet.
Zonder angst trek ik verder het bos in richting Vezelay.

Terwijl ik rustig verder stap denk ik terug aan het huisje die ik in de buurt van Vezelay zag. Een paar dagen geleden zag ik dat het verkocht werd. Een beetje ontgoocheld en spijtig. Ik zag het al helemaal voor me. Waar ik wat zou doen, welke materialen… mijn creativiteit was aan het bruisen.
“Jasmine,  je creativiteit stopt toch niet bij dit ene huis”, hihi, als je zolang op weg bent praat je wel eens tegen jezelf, hmm, ook als ik niet op weg ben.
Het belangrijkste is dat ik er plezier en vreugde heb aan beleefd en als ik daaraan terug denk voel ik zo terug de vreugde. En als het huisje verkocht is, dan is het omdat het zo moet zijn. Ik heb het volste vertrouwen dat de dingen zich aan mij zullen aanbieden in ‘right time, right place’.

In Tonnerre dichtbij de kerk stond een stenen bank, daarop lag een klein boekje en omdat het niet door de wind zou wegwaaien, een dikke steen erboven op. Ik liep ernaar toe. Ik voelde dat het boekje voor mij bedoeld was en nam het mee zonder enige twijfel, ‘Évangile selon Luc’.
‘Zou het me nu wel aanspreken, zou het me nu wel lukken om erin te lezen’, terwijl ik het even tussen mijn twee handen neem en daarna in mijn heuptasje steek.

Ik denk terug aan het huisje. Sluit even mijn ogen, en maak het stil binnenin. Spontaan stel ik een vraag, ‘Jezus aub, help mij inzicht te krijgen in het waarom het huisje er niet meer is. Wat is de betekenis, wat moet ik hiermee. Ik open me voor je, dank je’.
Hmm, is dit nu wat men een gebed noemt.
Ik wandel ondertussen verder. Neem de telefoon uit mijn heupzakje. Oh, ja het evangelie. Ik neem het vast en doe het lukraak open. Ik lees.

Il dit à un autre:
– Suis-moi. Mais celui-ci dit:
– Seigneur, permets-moi d’ aller d’abord ensevelir mon père. Jésus lui dit:
– Laisse les morts ensevelir leurs morts; mais toi, va annoncer le Royaume de Dieu.
Un autre encore dit:
– Je te suivrai, Seigneur; mais permets-moi de prendre d’abord congé de ceux qui sont dans ma maison. Jésus lui dit:
– Nul homme, qui après avoir mis la main à la charrue regarde en arrière, n’est propre pour le royaume de Dieu.

Après cela, le Seigneur en désigna aussi soixante-dix autres, et les envoya deux par deux devant lui dans toute ville et dans tout lieu où il devait lui-même aller. Il leur disait:
– La moisson est grande, mais il y a peu d’ouvriers ; suppliez donc le Seigneur de la moisson, affin qu’il pousse des ouvriers dans sa moisson. Allez; voici, je vous envoie comme des agneaux au milieu des loups. Ne portez ni bourse, ni sac, ni sandales; et ne saluez personne en chemin.
Mais, dans toute maison où vous entrerez, dites d’abord : Paix à cette maison ! Et s’il y a là un fils de paix, votre paix reposera sur elle, sinon elle retournera sur vous.

Euhhh… Frappant en dit na mijn delen met Sylvie en mijn vraag van daarnet.

Ik wandel verder richting Vezelay. Op een tiental kilometer vóór mijn aankomst zie ik la Colline Éternelle voor me. Mijn hart maakt een vreugdesprong. In ‘le Jarie’, vraag ik of ik gebruik mag maken van een tent om in het droge wat te kunnen uitrusten en eten. Ik krijg zelfs een fijn huisje aangeboden met een warm drankje.

De laatste kilometers… Via Asquins, de prachtige kapel van ‘La Cordelle’… een fikse stijging richting la basilique Marie Madeleine.
Tranen van vreugde.

’s Avonds deel ik nog de tekst aan Sylvie na mijn delen.

‘ … Et tu m’écris “le monde a besoin de pèlerins”‘
‘oui’
‘Tu envisages de devenir “permaperegrina” ?’
‘😊 C’est qoui’
‘Perma = tout le temps. Peregrina = pèlerine.’
‘Ah 🤣je pensé à la permaculture’
‘Il y a sûrement un lien. La permaculture vise à atteindre une société moins dépendante des systèmes industriels de production et de distribution. Et la permapèlerine, quel message veut-elle donner au monde ? Ton beau message d’hier était clair…’
‘🙏💖 Merci à toi’

Klik Hier voor bewegend beeld

de tijd is rijp

dav

Velen onder jullie stellen mij de vraag waar ik heen ga binnenkort en snel volgt de verwondering  ‘oe, zijn de grenzen open?’ 

Mijn weg wordt al jaren gevormd door wat naar me toe komt in het NU, de signalen die op mijn weg komen, het volgen van mijn instinct, de bron/mijn bron de veerkracht van hoe ik in het leven sta, wens te staan en verder zal staan.  Hihi, als dat niet duidelijk is 😉

Het valt me op hoe snel ik ga twijfelen, in angst ga, in schuldgevoel zou gaan wanneer mensen mij vragen ‘Zijn de grenzen open?’. Geen één van allen hoef ik op mij te nemen en binnen te nemen of te dragen. Dit mag ik bij de anderen laten. Ik vertrouw op de beweging binnenin mezelf en wat mijn weg me aanbrengt, op het aanvoelen en  het evenwicht tussen mijn eigen beweging en deze waar we momenteel in zitten.

Toen ik in 2018 mijn weg met 3 punten had vastgelegd. Assisi  – Rome – (Met normaal gezien daartussen Bugarach) Compostella. Werd het mij al snel duidelijk dat mijn weg veranderde onderweg door signalen. De 3 nieuwe punten werden Monte San’t Angelo, Sacra di San Michele en Mont-Saint Michel met daarin het leven van Franciscus in verweven (Assisi, Monte San’t Angelo, Sacra di San Michele, Vèzelay)

Vèzelay, een punt die telkens terug komt sedert 2014 (de zegening en magneet ). Een magneet, die vorig jaar ervoor zorgde dat ik op mijn passen terug kwam. En een pelgrimstocht in eigen land en binnenin mezelf aan het afleggen was in relatie tot iemand. Waar Maria Magdalena en Yeshua heel sterk op de voorgrond kwamen. Of laat ik het ook noemen waar het Hart/ Liefde op de eerste plaats kwam. Sedertdien is er een stroomversnelling binnenin mezelf gebeurt. Ik heb er toen niet veel over geschreven , een bewuste keuze, omdat het te Groot was,  kostbaar , uit respect en omdat het niet alleen over mezelf was.

Een paar maanden geleden kwam tal van zaken in synchronsiteit naar me toe. Een bevesting rond een boodschap die ik 25 jaar geleden al kreeg maar in de wind had geslaan, een tante die ik terug heb gevonden na meer dan 20 jaar met een gelijkaardig leven als vrouw maar dan wel met een generatie verschil en ook in verband staat met de boodschap en mijn weg geeft voorbereid. Bugarach, Sainte Beaume, Maria Magdalena, stervenden/levenden. Mijn overleden grootmoeder. Sinds lange tijd een gemis en verlangen naar de franse taal. Al dit zal me brengen naar de regio van de Catharen Pyréneés Orientales.

Dit is de richting die ik neem. Langs waar en tijd is mij onbekend. De beweging zal ook afhankelijk zijn van de huidige situaties. De overnachtingen zullen deels anders gebeuren. Deze keer zal ik de koe bij de horens vatten en mijn angst om buiten te slapen in de natuur trotseren. Wat ik wel weet is dat ik vertrek op 1 juni en mijn weg zal verlopen volgens wat die dag naar me toe zal komen afhankelijk van mijn gewaarwordingen van het moment. Ik ben dus even nieuwsgierig als jullie 🙂 . De tijd is rijp …

Welkom op mijn volgende tocht

 

 

 

 

 

 

Moederdag

img_20200510_2320321710150969398382050.jpg
10u30 de deur van het WZC gaat open. Een naamlijst, handen ontsmetten, mondmasker op. Twee deuren met codes. De afdeling demente bejaarden. Mijn temperatuur. 34,9° . Ik ga naar de zaal. Goedemorgen X. , goedemorgen x. Ik kijk haar aan , ze kijkt me aan ‘zoekend’ , een fijne moederdag x. Haar ogen veranderen. Goedemorgen x…ik raak haar aan op de arm, ik glimlach haar toe… en zo loop ik de zovele bewoners af en wens ik de vrouwen een fijne moederdag. Ik geef x de soep en nadien een maaltijd. Ik spreek haar zachtjes aan, waarbij ze antwoord ‘hmmmm, jaaaaaa’…hoor ik met een wat hese stem. ‘gi zi broave’ volgt er in mijn oor. Ik kijk haar aan en dank haar,we kijken elkander in de ogen. Een glimlach. Een streel op haar kaak, aanwezig zijn, elkander in de ogen kijken, stilte….veel hoeft het niet te zijn om elkander te begrijpen, warmte en verbondenheid te voelen.
Een eindje nadien komt mevr.x de verkeerde zal in. Ik vergezel de vrouw naar een andere ruimte, ze was even haar plaats kwijt. Ik geef haar een arm. “Een fijne moederdag’ , zeg ik haar. Ze kijkt me aan… lacht ‘Ja, danke’ . ‘Hoeveel kinderen heb je?’, vraag ik haar. ‘Vijve’, zegt ze fier en een vraag volgt al snel ‘Zeide gij een moeder?’ ‘Een moeder zoals jij, neen, ik heb geen kinderen. Ik ben wel een beetje een mama. Een mama die voor jullie komt zorgen’. ‘Joh, das woare. da es skone gezegd’. Ik zet haar aan tafel.
In de namiddag bel ik mijn moeder op om haar een fijne moederdag te wensen. Nadien ga ik de tuin in. De laatste weken vragen mijn voeten naar de aarde en is het dragen van schoenen vervelend geworden. Op blote voeten loop ik door het gras die pas gemaaid is, via gecreëerde paden tussen lange grassen. Margrieten beginnen te openen…hmmm deze plant doet me altijd denken aan de periode van mijn plechtige communie, mijn geboorte, pinksteren… toen kwam ik op Moeder aarde terecht. Moeder aarde die me de laatste jaren en de laatste weken me zoveel moois heeft geschonken en binnenkort mag ik haar terug van dichtbij beleven…voor een langere periode. Ik verlang.
Een Roodborstje vliegt van de ene boom naar de ander. Ze blijft me nabij en dichtbij huis. In haar bekje…een rups. Wat is ze vlijtig. Ik wordt nieuwsgierig waar ze eigenlijk naartoe gaat…Ik kijk naar boven…In de hoek diep verborgen achter de zonnewering. Een nest.
Moeder Roodborstje en haar kroost.
Mijn moederdag…ik sluit mijn ogen.