Pinokkio

Kanaal Blaton-Ath

Deze nacht kwam iemand haar territorium afbakenen en een pootje op mijn tarp plaatsen, de poes des huizes. Een klein gaatje in het zeil als resultaat. Niet erg met goede duct tape is deze hersteld.
Nog voor ik vertrek nodigen Frédéric en Marianne me uit op het terras voor een koffie. Nadien vertrek ik richting Ath en misschien nog Beloeil.

De puntjes van de bladeren van de bomen kleuren geel of zijn eerder verdord, een signaal dat ze niet meer aan vocht geraken via hun wortels.
Vóór ik Ath binnen wandel ontmoet ik een bejaarde tengere man, zijn loopkar voortduwend. “Alle cafés zijn gesloten op de markt. Ik was vergeten dat we de 15 augustus zijn”, deelt de man. Ik zie zijn ontgoocheling.
Aankomend op de markt van Ath neem ik een koffie. De bejaarde man was te vroeg op deze feestdag.

Mijn weg gaat langs het Kanaal van Blaton-Ath waar ik in Chièvres terug de GR129 neem.
In Chièvres – met zijn grote markt waar ik me zo een levende boerenmarkt kan voorstellen – ga ik om de hoek binnen in de kapel Notre-Dame de la Fontaine en wat later in de kerk er niet ver vandaan.
In beide gebouwen vallen de prachtige kleurrijke glasramen me op, vooral deze waar Maria op afgebeeld staat.
In de kerk: Drie maal Maria met een verschillende afbeelding van de kroon. De kroon met een witte duif naar boven kijkend, een witte duif afgebeeld in een kroon naar beneden kijkend en tussen de kroon en het hoofd vlammen en stralen. En de derde een kroon op het hoofd met 12 sterren in verwerkt.
In de kapel een vrouw, Maria in vol ornaat met aan haar voeten La Fontaine.

Beelden vol symboliek die als een vanzelfsprekendheid en vloeiendheid naar me toekomt. (die voor ieder anders zal zijn) 3, witte duif, kroon, boven, beneden, vlammen, vuur, water, 12, vrouw.

Het doet me terug denken aan alle symboliek van mijn eerste wandeldag van op deze tocht.
Is het niet zo dat we allen de ‘ Kroon’ die neerdaald mogen laten stralen en verder laten neerdalen tot in ons hart zodat de vuurvlammen zich verder kunnen verspreiden rondom ons. Hier gaat het niet om een kroon van materiële rijkdom die je ergens op een hoogte plaats, boven iemand anders, meer…
Wel om de ‘Kroon’ van eigenwaarde, innerlijke kracht, eigen straling, waar het Licht in ons hart zich mag verspreiden in ons en naar elkander. Als een netwerk over de aarde met, door en voor alle levende wezens. Daar waar ‘La Fontaine’ mag bruisend gehouden worden.

Op de weg ontmoet ik Paul die staat te kijken naar een maaimachine die haar werk doet. “Is dit uw land meneer?” vraag ik de man. “Neen, ik sta te kijken hoe de machine zijn werk doet, de boer kocht er een nieuwe. Het is een machine die de overbodige planten wegneemt op het veld.”, deelt de man. ” Ongelofelijk hoe minuseius zo een machine werkt en welke evolutie hierin is gebeurt… “, ga ik verder in gesprek.” Zolang we maar de eenvoudige dingen niet vergeten van onze voorouders. Mijn vader vertelde nog niet zo lang geleden over een koperen muntstuk die de arts vroeger op de borst legde om te luisteren hoe de longen het deden.

Langs de weg geniet ik van de talrijke Braambessen en Druiven die ik kan vinden op ooghoogte. Ze zijn klein maar super zoet.
Rond 19u kom ik aan in Beloeil. Ik zie veel mensen wandelend richting het kasteel. Mijn nieuwsgierigheid wordt opgewekt en stap naar de ingang. Ik geraak aan de babbel met Anita die de tickets controleerd.
Er is namelijk een openlucht spektakel van Pinokkio. Een van mijn favorite kinderverhalen, dit kan ik niet links laten liggen. Ik probeer nog een ticket te bekomen. Aan de kassa is de prijs 10 euro duurder dan in voorverkoop. Buiten mijn budget. “Mevrouw het kleine kind in mij leeft nog. Is er een mogelijkheid om het aan het laag tarief van 20 euro te bekomen?”, waag ik mijn kans bij de kassierster. Dit was echter niet mogelijk. Helaas.

Ik praat nog wat met Anita over het materiaal die ik bij me heb en waar ik zal overnachten. Ik vertrek terug en neem nog eerst een rustpauze op een terras. Plots zie ik Anita lopen met een andere vrouw. “Ze is langs ginder weg”, hoor ik haar roepen. Iets in me voelde dat de ‘ze’ op mij bedoeld was. En ja… ik had geluk… Een voorverkoop ticket was vrij gekomen.
En zo, na even snel mij opfrissen aan de lavobo in het café, zat ik in een levend spektakel tussen Gepetto, Cricket, Pinokkio en al de andere wezens. Ik geniet met volle teugen van dit prachtig spektakel die me doorheen de tuinen van Beloeil mee nam. Bepaalde zinnen blijven me bij van in het verhaal “… luister naar je hart die klopt…”, “Le triomphe de la Lumière sur obscurité”…

Na het spektakel stap ik verder in het park met de bedoeling er te overnachten midden de bossen. Helaas was dit onmogelijk. De grassen rond de vijver stonden er op ooghoogte hoog. Ik stap midden de nacht nog richting Stambruges waar ik mijn tarp opzet naast een kindertuin. Moe en voldaan val ik onder de sterren in slaap.

Hier nog een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Éric en zijn boubou

Ik verlaat de camping in Nukerke via Louise-Marie richting Ellezelles al puzzelend met de verschillende GR routes.
Ik herken wat plaatsen waar ik kwam op mijn vorige lange tochten.
In de verte, in de hoogte zie ik een man zitten in een wei, aan zijn voeten een Duitse herder. Éric en zijn boubou ( Eric bedoeld zijn hond) Kito genaamd. “Wandel je de weg van… ach, hoe noemt hij nu weer van op de televisie. Hij is hier langs gekomen en hebben gefilmd in mijn boerderij”, terwijl hij wijst met de vinger richting het grote gebouw op een hoek. “Ik ben de hoefsmid van in de reeks van… hoe noemt hij nu weer… Arnout, Arnout Houben.” ” Je bedoeld de GR129. Ja, ik gebruik deze weg nu en straks neem ik een ander”. Ik maak kennis met zijn hond Kito. Eric komt water geven aan zijn paarden. Terwijl hij wacht vraagt of hij een foto van mij mag nemen.

Vóór de markt van Ellezelles stap ik een plaatselijke biowinkel in. Ik koop er verse kaas en spread. Met een beetje overdaad, vooral voelbaar aan het gewicht van mijn rugzak en mijn… portemonnee. Verlaat ik de winkel en steek de straat over naar een kleine zijdeur van de kerk. Een gekende geur is aanwezig van een oud gebouw in natuursteen en houten lambrisering. Dezelfde geur die ik vaak in kloosters terug vind.

Op de markt in café ‘La Mairie’ neem ik een rustpauze. Ik mag er mijn picknick eten terwijl ik een potje koffie drink. Na een eindje komt de zaakvoerder terug met mijn drinkfles die ik hem meegaf om te vullen, “als je het hoort tikken, niet verschieten hé. Ik heb er ijsblokjes bij gedaan”, deelt hij met een zachte glimlach. “Och wat lief van je, dankjewel”.

Voor de kerk staat een groot floraal beeld van een heks. Vele motards die deze morgen vertrokken zijn uit Rollegem (West-Vlaanderen) op motortreffen laten zich vereeuwigen voor de reuze vrouw.
Op de kerktoren staat 1643.

Na een lange rustpauze zet ik mijn weg verder richting Ath.
Op één paal staan verschillende nummers van knooppunten en een tekst ‘La Wallonië- Picardie à pieds’. Oe, zijn wij hier in Picardie. Ik mis iets of ik ben niet helemaal wakker. Niet erg, niet zo van belang.

De vogels zitten met hun bek open op het weiland tussen de koeien die het – van wat er nog van overblijft- groene gras aan het eten zijn. Behalve de buizerd die af en toe te horen is, zijn de andere geluiden van de vogels schaars.
Een haas rent vóór me weg. De bladeren van de smeerwortel zijn talrijk aanwezig. Hier en daar zijn de bloemen ervan zichtbaar.
De zon heeft wat van haar kracht verloren en daar ben ik niet ontevreden mee. Het is ondertussen 18u. In Bouvignies ga ik opzoek naar een plaats waar ik mijn tarp kan opzetten. Ik zoek richting het kerkhof. Daar is altijd water. Na vragen van wie het stuk landgrond is om de toelating te vragen kom ik uiteindelijk aan in de tuin van Frédéric, Marianne en Julie waar ik hartelijk wordt verwelkomt. Een kamer met bed, een douche in de badkamer werd me aangeboden. Ik verkoos om buiten te slapen en een heerlijke douche te nemen in de tuin. Met één gunst vraag, of ik even in hun zwembadje mocht duiken. En ja… Een dompelbadje na een lange dag wandelen. Merci Frédéric, Marianne et Julie pour votre gentillesse et hospitalité.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Kaya

De opkomende zon laat zich zien aan de horizon. Frisse tinten van zacht fris geel naar de okere tinten met daarop een laagje helder licht. De vogels zijn reeds goed hoorbaar. De lange grassen kleuren goud. Naast mij hoor ik iemand bewegen in haar tentje. Mireille. Elk vanuit ons eigen kamer zeggen we elkander een goede dag “goed geslapen… niet te koud gehad…”. Op de achtergrond is een koe hoorbaar, haar loeien is wat onrustwekkend.
Een tijgerachtig gekleurde poes komt op afstand een goedendag wensen.

Kaya die ondertussen aan de tarp staat, nodigt Mireille en mij nog uit voor iets warms. Op een leuk terrasje voor haar deur, met uitzicht op de kruidentuin mag ik haar heerlijke koffie proeven. Ondertussen zitten vier mannelijke wielrenners naast ons tafeltje. Drie vrouwen, vier mannen. Balans. Een fijne babbel et de la joie. Wat een zalig ontwaken.

Ik deel wat over mijn weg met Kaya. “… zoveel zon in je… laat die maar schijnen…”. Ik word gewaar dat iets wenst binnen te komen, haar woorden… bewust en met volle aandacht laat ik ze tot mij komen. Ik word zachtjes geraakt. Ik deel ondertussen wat het met me doet. Durven iets aannemen van iemand anders is voor mij niet altijd een evidentie geweest. Het hartelijke en het pure die ik mag ontvangen, het was zo zuiver dat ik niet anders kon en ook niet anders wou dan het aannemen. Wat later waren de rollen omgedraaid. Zalig. Delen en ontvangen.

Terwijl ik aan een zijarm van de Schelde beelden neem voel ik een aanwezigheid. Een man staat met zijn armen leunen op zijn tuinhekken me aan te kijken. Op zijn hoofd een prachtige strohoed. “Och, ik had je niet onmiddellijk gezien. U doet me wat denken aan Van Gogh.” Zijn snor, zijn grijze haren en brede glimlach maken het plaatje compleet. Lucien nodigt me uit voor een koude soep. “Het is vriendelijk, dank je voor de uitnodiging. Ik zal wat verder stappen, want ben pas begonnen zoniet, ik ken mezelf, ik geraak niet vooruit.” Ik zwaai naar Lucien en verdwijn tussen het groen.

Langs de Schelde, via Eine geraak ik in Oudenaarde waar ik eerst om twee nieuwe washandjes ga. In de hoop ze niet een tweede keer te vergeten. Op de markt drink ik een koffie. De warmte haalt mijn energie zo naar beneden dat ik me voel in slaap geraken.
Ik verlaat Oudenaarde met een bezoek aan het vroegere Begijnhof en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een prachtige aangename kerk met een paar prachtige kunstwerken. Een groot eikenhouten beeld van Maria Magdalena en een schilderij waar het lichaam van Jezus wordt gewassen.

’s Avonds kom ik aan in Nukerke op een camping aan een vijver.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden en hier

De Wilde Tijm

Mama Véronique is reeds de deur uit, op weg naar haar werk. Terwijl papa Christian Lucie, het kleine zusje van Lena naar de crèche brengt, ruimen Lena en ik de keuken. Een gezinnetje vraagt wel enige organisatie om alles in goede banen te leiden. Met verwondering, ben ik vaak onder de indruk hoe jonge gezinnen dit dagelijks in goede banen leiden.

Ik neem afscheid van papa Christian en Lena, na ik van haar mijn eerste stempel kreeg in mijn credential, haar naam eigenhandig geschreven.
Als toemaatje krijg ik een paar Lavendel bloemetjes van Lena uit de tuin en nog voor ik de hoek gedraaid ben loopt Lena nog eventjes na met een tweede boeketje en nog een dikke knuf.

Ik stap de velden in. Een Koninginnepage draait om me heen opzoek naar voedsel. Nog geen tientallen meter verder zie ik een straatbord ‘Keizerinnepad’ . Aan de andere kant van de straat bij het verder stappen zie ik een nis in de muur van een boerderij, een beeld van Moeder Maria en kindje Jezus, op haar hoofd een kroon. Twee meter verder huis nr 43 en nog wat verder 34. Ik krijg een binnenpretje.
Via de GR 122 sla ik link een weg in die me bekend voorkomt, de bouwvallige huizen die ik hier 3 jaar geleden zag, zijn met respect voor de omgeving mooi gerestaureed. Voor ik een gras weggetje neem zie ik een kleine hoeve, nr 7.
Zalig op nog geen 10 minuten en zo kort op elkaar mag ik dit alles waarnemen.

Een jonge man met een open gezicht vraagt me een rustige plaats met bankje. Ik verwijs hem naar de kapel van Dikkelvenne wat verderop. Voor hij terug zijn wagen instapt deelt hij me “je hebt een mooie hanger rond de hals”. Het symbool van ‘la fraternité di Romena’ in Italië dichtbij La Verna. Geen kruis, geen Tau. Wel het symbool dat we vandaag en allang de vruchten plukken en het lichaam allang verrezen is… in ons….

Op de middag ga ik heerlijk een terrasje doen met een hartsvriendin, die momenteel wat steun kan gebruiken. We hebben boeiende en verrijkende gesprekken. Ondertussen kreeg ik een uitnodiging om ’s avonds een volle maan meditatie mee te vieren. Op mijn beurt nodig ik haar ook uit.

Mijn tocht gaat verder van Dikkelvenne richting Zingem. Het is warm en ik zoek alle mogelijke wegen op die me meenemen doorheen bosjes waar ik hopelijk wat koelte mag gewaarworden. En voor een paar tientallen meters meer loont dit de moeite.

Op één bordje voor een uitnodigend huis staat geschreven ‘De Wilde Tijm’. De dames des huizes, Kaya, komt aangewandeld. We maken kort kennis terwijl ze haar aardenpotjes buiten brengt. Hier kan je namelijk ook pottenbakken, iets die op mijn verlangens lijstje staat.
Wat later zitten we met een paar mensen aan een lange tafel met potluck (iedereen brengt iets mee om te eten, alles komt op tafel en zo ontstaat een heerlijke maaltijd) Een zalige manier van een maaltijd te delen en heel bijzonder, ik heb het nog nooit onevenwichtig geweten. Overvloedig een heerlijk geniet ik van al het lekkers en de gemoedelijkheid hoe alles verloopt.

Voor we de volle maan samen groeten nemen we nog eerst een bad in één van de vijvers naast de Schelde.
Na een duik, hmm, duik is voor mij wel een groot woord, want ik ben niet zo happig om in wateren te stappen waar ik de bodem niet zie. Iets weet is zeker… het was genieten. In mijn blootje zwemmen in de natuur. Mijn huid voelde zacht na het natuurbad.

Na het bad deelt Kaya over deze avond…
De volgende woorden vallen. Volle maan in Aquarius, water, Leeuw, vuur, koning.
Ik kijk voor mij en zie dat we met 7 zijn waaronder 4 vrouwen en 3 mannen.
Doet me terug denken aan mijn vorige tocht.
In het terug rijden naar ‘de Wilde Tijm’ komt er nog een vrouw bij. Wat zalig we zijn met 8 aanwezig voor het avondvuur. Hoe symbolisch mooi is dit.
Kaya is werkelijk een natuurmens en vanuit een puurheid kan ze je zo op een zachte manier meenemen tijdens een verbonden ritueel waar ik kon gewaar worden hoe ik één wordt met alles rond en in mij.
Dankjewel Kaya, dank je Mireille om me deze plaats te leren kennen. Dank je Farah dat ook jij erbij was. Dankjewel ook aan de anderen aanwezigen.

Ten huize van Kaya mag ik mijn tarp opzetten op haar terrein. De opening richt ik naar het Oosten om morgen de zonsopgang te kunnen waarnemen. Het duurt niet lang dat ik de slaap mag vatten na deze verrijkende dag. Mijn tocht is alvast schitterend ingezet.

Hier een kortfimpje

Hier nog wat beelden

Lena

De paar weken in België hebben me goed gedaan. Ik mocht vertoeven op een rustige plaats omcirkeld door natuur. Het was er zo zalig vertoeven en de levende zichtbare compagnie was een verrijking.
De kippen en de haan was een toffe bende. Moederkip zorgde iedere dag voor een vers ei. En de witte Haan, als hij de kans zag om proberen te ontglippen was hij als eerste erbij. Ik genoot van de zachte kusjes van het bruine konijn op mijn kuiten. De taal van de Cavia, vond ik zalig om horen. En de ondertussen grote kuikens, amai wat groeit dit snel… Ik zal hun deugnieterij en speelsheid missen. Er is er eentje die al goed in de puberteit zat, zijn eerste klank die hij liet horen was nog wat breekbaar, wat kon ervan genieten. Je kon zijn fierheid zo waarnemen. Hij genoot er ook van om voor het slapen gaan op de zitbank te komen zitten aan het venster en dicht bij het huis aanwezig te zijn. En ’s morgens zag ik hem in de verte aanlopen wanneer ik de deur opende. En als ik door de tuin wandelde kwam hij rond mijn benen wandelen en kon hij het goed verdragen dat ik hem streelde.

Ik vertrok pas in de vroege vooravond voor een korte eerste tocht. Van Landskouter naar Munte waar ik bij familie mijn tarp mocht opzetten in de tuin. Lena, het eerst geboren, een meisje van 4 jaar keek ernaar uit om met mij de nacht buiten te delen onder de tarp. Haar verlangen was zo groot dat ze van de ene kant de tuin naar de andere kant liep. Na haar tanden poetsen kwam er even een emotioneel momentje voor we samen horizontaal onder de tarp op ons matrasje lagen.
Het was mooi te zien hoe ze haar plaatsje eigen maakte. Haar knuffel deken, beertje, lampje… Eerst observeren, luisterend alle hoekjes bekijken, haar zelf geruststellen… En wat deed ze het goed. De ganse nacht lag ze zalig te slapen met haar knuffel in haar handen. En zo werd de tarp liefdevol en zacht ingehuldigd met een bijzonder mooi kind ‘Lena’.

Hier een kortfimpje

Hier de beelden van de dag

Magdala

Église Saint Jacques-Bergerac

Een paar dagen vóór mijn aankomst in Fátima nam ik contact met een dame die ik vorig jaar ontmoette in de kerk van La Souterraine op weg naar Limoges, op de Lemovicensis ( één van de oudste wegen naar Compostela).
We zouden elkander normaal vorig jaar terug ontmoetten bij het verder zetten van mijn weg na Limoges, maar de wegen van het Universum zijn soms ondoorgrondelijk, want de weg riep me terug naar België in het overstromingsgebied.

Iets in mij zei ‘doe het nu’. Zo geschied. Terwijl ik op de bus zat was er wat spanning en een herkenbaar oud patroon/gewaarwording in mij aanwezig. Gelukkig was ik me ervan bewust en kon ik met volle bewustzijn aanwezig zijn bij de gewaarwordingen, gevoelens. Mijn buik voelde aan alsof deze in een knoop kwam te liggen, onvrij. Mijn stuit duwde en mijn keel begon te kuchen. Het voelde als een haakse beweging van wat mijn unieke weg is.
Ik bleef in acceptatie staan en gaf voldoende ruimte aan wat gebeurde, zonder te voeden. Het werd me duidelijk dat het patroon gecreëerd door het mentale, vertrekkend vanuit oude pijn voor afwijzing, buitengesloten worden, pestgedrag en angst om anders gezien te worden, te maken had met een verlangen voortvloeiend vanuit die angst, vertrekkend vanuit een keuze, die niet mij weg is, ontstaan vanuit deze gevoelens en gevoed door een voorgekauwd beeld in de maatschappij.

Wat bijzonder voelbaar is, en me vreugde brengt, is bewust te zijn hoe snel oude patronen voelbaar verdwijnen, omdat ze voor mij geen enkel meerwaarde of kwaliteit in met zich meedragen. Integendeel, ik kan ze vandaag zien of vergelijken met een grote plas water waar geen stroom aanwezig is, die stilletjes leegloopt en waar alles dor wordt, tot zelfs gaat sterven daar waar het water verdwijnt en waar op het einde een verrotte plas nog aanwezig is.

Ik kwam aan in Zuid-Frankrijk na 17 uren reizen. Een warme ontvangst stond me op te wachten. Een fijn gesprek. Een koffie en een heerlijke verse Franse croissant. Om dan twee uurtjes te gaan slapen, het duurde niet lang of ik was al in een diepe slaap.

In de namiddag terwijl Fabienne een afspraak had wandelde ik naar het centrum van Bergerac en kwam recht op de kerk St. Jacques. Na tweemaal hier te zijn langs gekomen op mijn pelgrimstochten en telkens aan een gesloten deur te staan, kon ik eindelijk haar eens binnenin zien.

De dag nadien laat Fabienne me de omgeving La Dordogne zien. Een tal van plaatsen waren herkenbaar. Ik wandelde hier op een pelgrimtocht in 2017 waar ik de krachtplaats Rocamadour leerde kennen.

We houden een halte in Limeuil waar we op een terras een heerlijke maaltijd nemen.
Fabienne stelt me een vraag of ik in vreugde ben. Een vraag die niet altijd eenvoudig is om te beantwoorden, zoals de vraag ben je gelukkig. In het Nu moment toen de vraag kwam, was het antwoord “als ik hier rond mij kijk op het terras heb ik het gevoel dat ik niet van deze wereld ben, bij deze wereld hoor. Ook al sta ik op deze wereld. Een gevoel die af en toe aan de oppervlakte komt. Zoals nu. Dus in het Nu, neen ik voel die vreugde niet. Wat niet wil zeggen dat ik niet van het leven hou” Vreugde en gelukkig zijn trouwens voor mij gevoelens die nooit vast kunnen zijn. Dat ben ik nooit in een constante, dit zou een illusie zijn. (terwijl ik in het hier en nu schrijf zie ik het verband tussen mijn antwoord aan tafel en mijn gewaarwording op de bus).
We spreken en delen verder over communauteiten. Ik deel over La Fraternité Monastique de Jeruzalem die ik ken in Vézelay. Fabienne kent la Fraternité in Parijs. Ik deel haar dat er meerdere zijn en er zelf nog eentje is dichtbij Parijs en ik deel erbij, “het ligt bij een groot meer”.
Fabienne dringt aan, waarbij ik op Google zoek. Een kaart wordt zichtbaar met de namen van de Fraterniteit waar ze gelegen zijn. Met mijn twee vingers vergroot ik het scherm en lees ik Magdala, Fraternités de Jéruzalem. Ik schrik van wat ik lees ‘Magdala’… Ik blijf er perplex zitten. (Magdala is de naam die de groep draagt van 4 vrouwen die naar Jeruzalem zullen stappen.)
Mijn haar komt recht te staan op mijn armen, ik wordt op mijn adem genomen en tranen komen vrij. Een vreugdevol gevoel is voelbaar in gans mijn lijf. Verwonderd zeg ik “achhh, en aan een meer. Water.” Het vreugdevol gevoel is zo diep aanwezig dat ze de kleinste hoekjes van mijn lijf vullen. Fabienne, deelt, “als dat niet duidelijk is”. “Fabienne ik ken nu reeds 8 jaar deze fraterniteit. Ik wist dat ook daar de fraterniteit aanwezig was, maar nooit had ik gezien dat deze plaats deze naam draagt.”
Telkens wanneer ik alles een beetje meer laat bezinken, komen de tranen van vreugde terug. En dit in Lim-euil (oeuil) Mira=oceaan/water, Zien.
Les clin D’œil, les Clin D’ieux zijn soms wonderbaarlijk.

Benieuwd naar het verder verloop. Ik heb er alvast een goed gevoel bij.

Fatima

De laatste dagen stappen tot aan Fátima gebeurde op de Rota Carmelita, die me afwisselend meenam langs leegstaande verwaarloosde huizen… genoeg huizen om velen een onderdak te kunnen aanbieden, een stukje land om te kweken en lege dorpen terug nieuw leven in te blazen. Niet door naast elkander te leven, wel met elkaar.
De tuinen hebben een overvloed aan fruit, die liggen te rotten op de grond. Citroen, sinaasappel, abrikozen.
Bepaalde dorpen zijn volledig ruines geworden. Mensen zijn verdwenen.
De verhankelijkheid van het leven.

De Linde staat in zijn volle glorie en deelt zijn overheerlijke geur. Het hars loopt langzaam maar zeker langs de schors in een recipient.
Binnenkort zullen de vijgen-, de olijfbomen en de wijngaarden hun vruchten schenken.

Een paar dagen vóór Fátima hoorde ik in de natuur een prachtige stem. Wat later zie ik drie mannen. Twee in een sportieve tenue, één in een lange bruine pij, een monnik van de Kapucijners Orde.
Angel, Pedro en Miguel.

“Wie heeft hier zo een prachtige stem? Wie zingt hier zo mooi?” De monnik antwoord en wijst naar Angel. Ik zie de ogen van Angel stralen bij mijn vraag. Ik spreek de jongen aan in het Frans, en dan even in het Engels. Geen van beide talen kent hij. Zijn blik veranderd en hij maakt een vluchtgebaar, andere talen zijn voor hem vreemd. Ik maak teken dat de jongen niet hoeft weg te lopen. “Angel je hoeft niet weg te lopen. Er bestaan nog andere vormen van communicatie.”
En terwijl ik in zijn ogen kijk, deel ik, ” we kunnen elkander ook aankijken in de ogen en van hart tot hart in verbinding gaan. Ik ben er zeker van dat we elkander zullen begrijpen voorbij de woorden.” Broeder Miguel komt terug naast mij en we wandelen samen verder. Ik stel wat vragen rond het monastieke leven … we spreken over keuzes maken, het leven, het geloof, jongeren.
Ik werd gewaar in het gesprek dat er weinig plaats was voor interactie. Telkens wanneer ik iets inbracht in het gesprek kwam er snel een reactie en werd mijn zin onderbroken. Het voelde aan alsof er een vóór geprogrammeerde langspeel plaat werd opgelegd waar geen enkel mogelijkheid was tot opening.

De monnik deelde een verhaal over een lieve man in een dorp, waar alle dorpelingen hem regelmatig bezoek brachten. Een man die zo geliefd was dat wanneer hij stierf vele dorpelingen hem zo misten dat vele zich ongelukkig voelden. “Broeder Miguel hebben de mensen hier niet, wat ze bij zichzelf misten, buiten zichzelf gaan zoeken! Waardoor ze nu met een leeg gat zitten en een enorm gemis. Want is het niet zo dat iemand anders nooit de leegte bij jezelf kan gaan opvullen. Het buiten jezelf zoeken kan je zo ontnomen worden, zoals hier in het verhaal. Wat niet wegneemt dat het een lieve man zal geweest zijn.” De broeder kijkt me lachend aan.

We nemen een pauze. Angel zit rechtover mij aan de picknick tafel. Ik verneem dat Angel uit Brazilië afkomstig is en vraag hem of hij de liedjes kent van de Santo D’Aimé, die zijn oorsprong kent in Brazilië. Ik zie bij hem een snelle reactie ontstaan van weerstand en hij deelt heel snel iets in het Portugees aan broeder Miguel. Het wordt me heel snel duidelijk dat men iets probeert niet toe te laten, en word gewaar dat er geen opening is, een afsluiten, weerstand. Miguel beschermt zich af. Hij deelt in het Portugees “ik geloof maar in één iets, het Heilig Hart, Jezus Christus, hij betekent alles voor mij.” en terzelfde tijd zie ik zo een afweer bij hem bij mijn vraag dat het bijna contradictorisch is van wat hij deelt. “Miguel, mag ik iets delen?” Hij knikt. “Wanneer je mij deelt dat je maar in één iets gelooft, het Heilig Hart, Jezus Christus dat hij voor jou zoveel betekent. Hoe zou het voof jou voelen om Christus binnenin jezelf te zien in plaats van buiten jezelf. Leef volgens Jesus. Maak Jesus, Eigen. Want hij is in jou aanwezig. Jesus maakte geen onderscheid tussen zijn broers en zusters. Hij plaatste geen muren, iedereen was welkom. Wie of wat ze ook deden. Er waren geen vooroordelen. “

Ik kijk naar broeder Miguel. Hij deelt het verleden van Angel in een ander religie. Wat voor mij overbodig was. Men hoeft niet altijd een verleden te kennen van iemand om die te begrijpen in het heden. Het non-verbaal vertelt vaak zoveel.
” Broeder Miguel in ieder geloof, willen we niet allen hetzelfde… Liefde… Is dit niet een Universeel cadeau! Laten we openblijven voor elkander, laten niet verder muren bouwen, wel ze laten verdwijnen.”

In het volgend dorp nemen we afscheid. Tijd voor een terrasje en koffiepauze.
Op de laatste dag was de geur van de Cistus terug aanwezig in de natuur.

Na 4 maand stappen kwam ik aan in Fátima.
Een ontroerende en bevrijdende aankomst. Tranen vloeiden op het plein en in de basiliek konden ze de vrije gang gaan. Tranen die ik niet kon plaatsen, gewoon bevrijdende tranen.
Fátima.

Volle maan

Na nog een extra dagje rust in Coimbra zet ik mijn weg verder richting Fátima. Ik voel dat mijn lijf wat weerstand heeft. Langzaam maar zeker stap ik de eerste zes kilometer. Plots voel ik me duizelig worden, vertrouwen Jasmine, niet panikeren… en nadien volgt een shift en wordt ik een ommekeer gewaar op fysiek vlak. Beetje bij beetje komt mijn fysieke energie terug en voelt mijn lijf vrijer aan. Oef…

Ik vind het heel belangrijk om gehoor te geven aan mijn lichaam en wat het me komt vertellen ook al kan ik er niet altijd de vinger opleggen.
Accepteren van wat zich wil tonen en vertrouwen dat er een keerpunt komt, want dit komt er telkens weer. Ook al uit het zich niet altijd hoe men het zou willen, bv bij een chronische ziekte, pijn… ook hierin, in acceptatie kan men verder met wat ‘IS’ en komt verzachting.
Het is pas in de niet acceptatie dat ik mijn leven onaangenaam zou maken.
Het niet accepteren van wat is, is voor mij meestal een beweging vertrokken vanuit contrôle, angst voor het onbekende, de pijn, verwachtingen.
Het leven is een continuïteit in het leren sterven, geboorte, sterven, geb…..

Ook in de acceptatie van niets doen, het niet bewegen, wat niet wil zeggen dat je niets doet, gaf ik mezelf de mogelijkheid om een innerlijke beweging verder zijn gang te laten gaan. Zo bracht het niet doen het rijpingsproces rond ‘Conquest of Paradise’ naar boven. En deze rijpingsprocessen verlaten je nooit meer, omdat het ontstaan is vanuit een diep weten, vanuit je diepste ‘Zelf’.

In Conimbriga bezoek ik één van de rijkste belangrijkste archeologische Romeinse ruines van Portugal. Een Keltisch gebied die in 139 v. Chr. bezet werd door Romeinen.
Een prachtige site met boeiende mozaïeken. Eén ervan heet de Swastika villa omdat het symbool ‘Swastika’ terug te vinden is in de vloer.
Een symbool die staat voor welzijn, eeuwigheid, universele energie. Velen gaan de Swastika zien als een hakenkruis en dus dit symbool als teken van haat.
Er is tussen de twee een enorm verschil in afbeelding nl. het nazi-symbool draait de armen met de klok mee en is zwart (卐), terwijl de armen van de boeddhistische versie draait tegen de klok in en is goudkleurig (卍).

De verticale as van de Swastika stelt de verbinding van hemel en aarde voor. De horizontale as is de verbinding van yin en yang. En de vier armen symboliseren de interactie, beweging en roterende kracht van de elementen.

De eerste keer dat ik de Swastika zag was in een kerk in Langres op mijn tocht naar Zuid-Italie. De tweede keer verwerkt in de deur van een kerk in Almeria waar ik mijn pelgrimszegen kreeg 4 maand geleden. En nu hier in een mozaïekvloer verwerkt.
Het symbool doet me ook een beetje terug denken aan het Baskenkruis en zijn vierelementen. En aan hoe ik een gelijkbenig kruis ervaar.

De weg gaat verder via Eucalyptus bossen en af en toe een bijna verlaten dorp.
Wanneer ik ’s avonds aankom in de albergue zie ik een groepje mensen rond een strandzetel. Ik hoor in de stemmen paniek en onrust.
Met mijn rugzak nog op de rug vraag ik of er een arts of verpleegkunde aanwezig is. Een man die ervaring heeft in EHBO maakt zich kenbaar, maar blijft op de achtergrond staan omdat hij de taal niet kent. Ik ga bij de vrouw op mijn knieën zitten en spreek haar aan met haar naam. Ik vraag haar of ze in mijn hand kan knijpen als ze me hoort.
Ik voel een knijp. Ik probeer haar aandacht bij mij te houden zodat ze geen aandacht kan geven aan de paniek en alles wat rond haar gebeurd. Haar lijf is volledig in spanning, trilling en kramp. Een onregelmatig ademhaling is aanwezig. Ik pas Reiki toe en na een eindje wordt ik gewaar dat ze rustiger wordt en aanwezig is. Ook al kan ze niet goed haar ogen openen. Ik word gewaar dat het ok is.
Ondertussen zijn de hulpdiensten aangekomen en nemen haar mee naar het ziekenhuis.

Later op de avond komt ze terug. Ze hebben niets gevonden. Ze vraagt naar mij. Ik ga naar haar toe. Blij van haar terug te zien. “Heb jij Reiki toegepast”, vraagt ze me. “Ja”. “Ik heb het gevoeld, dankjewel”, deelt ze me.
We omarmen elkaar. De vrouw had eigenlijk een overdaad gedaan in het stappen. Te veel kilometers, te veel uren en was met pijn aan het stappen ‘shinsplit’. Met daar bovenop nog eens hoge temperaturen.
Ze stuikte in elkaar van overdaad en haar lichaam begon te bibberen. Daarop paniek en dan krijg je een lichaam die totaal in kramp gaat. Men probeert dan zodanig het lichaam te controleren te houden uit angst, dat het eigenlijk het bibberen verergert. Dit kwam Anna tegen. En enkel door rust rond haar te brengen, haar aandacht naar haar ademhaling te brengen, zelf rustig zijn en melden dat het bibberen ok is dat dit een energie is die zich een weg probeert te banen. Kan men de persoon al een groot stuk vooruit helpen.

En als kers op de taart… Het is volle maan.

Conquest of Paradise

Coimbra… pfff, amai wat een verschil van temperaturen, de temperaturen zijn wel 10 graden gestegen in het binnenland.
Ik deel de kamer met Domenica en Marijke.
Marijke en Domenica hebben elkander ontmoet op de weg, beiden gaan naar Santiago. Toen ze deelde dat ze haar schelp verloren was en het verhaal errond, ga ik spontaan naar mijn rugzak neem de schelp die ik 8 jaren heb meedragen uit mijn tasje en schenk haar mijn schelp. “Ik schenk je graag mijn schelp Marijke.” Een schelp van vrouw naar vrouw, van moeder naar moeder”, deel ik terwijl dit laatste er zo spontaan uit kwam en juist aanvoelde. De tranen komen in haar ogen te staan.
Ik deel over de weg Mare to Mare, Mer(e) à Mer(e), Mira, water… en is de symbolische betekenis van de schelp niet, geboorte en wedergeboorte en staat zij ook niet als symbool voor de vrouw en vruchtbaarheid!

De schelp zo wordt een pelgrim kenbaar gemaakt op de weg.

Dit jaar was het mij opgevallen hoe het zwaardkruis van Jacobus meer in mijn ooghoeken te voorschijn kwam. Deze was zichtbaar op heel veel schelpen die pelgrims bijhadden. Ik vroeg me af of pelgrims zich werkelijk bewust waren van het symbool die ze kenbaar dragen, meedragen. Toen ik wandelde van Almeria tot Santiago waren er heel veel beelden zichtbaar, niet deze van Jacobus de Meerdere de apostel, wel van Jacobus de Morendoder. Jacobus te paard, die ten oorlog trekt.

Een paar weken geleden ontmoette ik een pelgrim in groep die naar me toe kwam. Eerst deed hij verwonderd dat ik niet in dezelfde richting wandelde. Hij legde toen zijn beide handen op mijn schouders, als teken dat ik verkeerd liep. Ik bleef toen stil staan, liet even de stilte tot me komen.
“U draagt een schelp. Hebt u al werkelijk gezien wat het symbool is die erop staat? Een zwaard. Wel ik verkies liever om een weg af te bewandelen van vrede dan deze waar men een matador op een ‘hoogte’ plaatst”.

De weg die ik wandelde van Zuid – naar Noord Spanje voelde heel patriarchaal. Ik werd geconfronteerd met verschillende structuren waar wet – en regel boven de mens gaat. Vanaf Muxia richting Zuid-Portugal keerde dit klimaat om. Er is een groot verschil in aanvoelen tussen Spanje en Portugal en dit is op verschillende vlakken zichtbaar en voelbaar. Voor mij voelt Portugal veel meer in balans tussen de twee polen.

Naar Santiago (patriarch, matador) volgde ik de gele pijlen. Vanaf Muxia (zee, water, sanctuary Nosa Señora de Barca) volg ik de blauwe pijlen (Fátima) . Beiden bleven echter voortdurend aanwezig vanaf Muxia en trokken telkens mijn aandacht.
Beetje per beetje liet ik binnensijpelen wat het me kwam vertellen.
Geel staat voor de zon – Yang.
Blauw staat voor de maan – Ying.
Balans tussen mannelijk en vrouwelijk.
Vóór ik vertrok op deze pelgrimstocht had gans mijn wezen de innerlijke nood aan zon en water.

Maar wat me ook opviel dat dit de beide kleuren zijn van de vlag van Oekraïne waar blauw boven ligt en geel onder. Zitten wij niet in een periode van omwenteling waar het patriarchale (mannelijke pool) sterk in contrôle en angst gaat omdat het glad wordt onder de voeten.
Terwijl de vrouwelijke pool meer en meer in haar kracht komt te staan. Niet vanuit gevecht, contrôle en angst of ik heb evenveel recht (want is dit niet dezelfde beweging van het patriarch?! ), wel gaan staan vertrekkend vanuit liefde waar een weg naar balans tussen de twee polen mogelijk maakt.
Dit is alvast de weg die ik verder wens te bewandelen, deze van vrede en licht.
Pace e Luce.

Al heel snel worden we, Marijke, Domenica en ikzelf gewaar dat we op dezelfde manier naar het leven kijken, dat alles er al is wat we nodig hebben en wanneer je in vertrouwen staat dat het ook naar je toe zal komen. Meer en meer kom ik ‘gelijken’ tegen en dit voelt goed, te weten dat we zichtbaarder worden voor elkaar. Alsof een collectief angst verdwijnt en mensen meer durven gaan staan voor wat ‘juist’ voelt.

Ook ’s avonds heb ik een fijne babbel met een andere vrouw waar we elkander konden aanvullen in ons delen. Zalig!

Op een morgen terwijl ik geniet van de ochtendfrisheid in de stad en een ontbijt neem, terwijl ik geniet van de stilte in mezelf.
Hoor ik een muzikant op zijn gitaar een muziek stuk spelen van Vangelis ‘1492’ – Conquest of Paradise.
Het brengt me terug in de tijd, 25 jaar geleden waar ik een opdracht kreeg om een ruimte van verlangen te creëeren. Ik maakte er een kunstwerk in een kleine ruimte van twee op twee meter.
Drie tekeningen bekleden de ganse muur. Vóór ‘De kus’ van Rodin, rechts een man, links een vrouw. Allen waren naakt, getekend in houtskool en krijt op bruin kraftpapier. Op de grond een groot Ying-yang teken gecreëerd met theelichtjes op een zwart doek. Ik had er een waterstroompje gemaakt en voegde er een paar druppels essentiële oliën aan toe. Ergens in een hoek speelde het muziek ‘conquest of paradise’.
Nadat ik de kaarsjes had aangestoken, deed ik de deur dicht, zo hadden de elementen in het kunstwerk de tijd om zich te mengen.
Wanneer de deur opende blies de lucht doorheen de ruimte, deed het kaarslicht bewegen en de figuren begonnen te dansen. Alles werd levend, het kunstwerk, mezelf en ook de zintuigen van de kijker.

Een kunstwerk die me nooit meer heeft verlaten, vandaag wordt ik me bewust ‘waarom’.
Het idee toen is ontstaan vanuit een intuïtieve gewaarwording. Het was zo een vanzelfsprekendheid dat dit er zou komen en met 200% begon ik eraan. Ik stelde me geen vragen, het moest en zou er komen. Dit werd gecreëerd tijdens een opname in de psychiatrie waar ik twee jaar de vrije keuze had gemaakt om mij te laten opnemen.
Wanneer het af was, was ik er fier op. Wie zou niet! Ik vond het mooi wat ik had neergezet en ik werd eventjes ‘gezien’.
Maar eenmaal af kwam mijn kunstwerk ergens buiten mezelf te staan en dit had verschillende redenen. Ik zat in een psychoanalytische richting waar weinig plaats en ruimte was voor emotie, voelen en gewaarworden want onmiddellijk moest en zou het hoofd antwoord geven. En vooral ik zocht naar oplossingen buiten mezelf, het was de ander die mij kon helpen in mijn gedachten.
Daar waar ik de keuze had gemaakt om me terug te vinden, nam ik afstand mijn ‘Zijn’ , wie ik in werkelijkheid was.

Nu begrijp ik waarom het kunstwerk zoveel betekenis voor me had en zo lief heb. Want dit is gewoon de weg die ik binnenin de laatste jaren naartoe heb gewerkt.

En ook al was het toen een realiteit en in mijn omgeving aan de orde. Het ging hem niet zozeer om een gemis van een lief om in een plaatje te passen in de maatschappij. Het ging hem niet zozeer om de liefde tussen een man en een vrouw, waar ik toen zo mee in de knoei lag. Het was niet zozeer het zoeken naar liefde buiten mezelf en om als vrouw gezien te worden in een milieu omringd en opzij geplaatst door en voor mannen….

De bron werd niet gevuld.

Natuurlijk was dit een realiteit die mij toen ongelukkig maakte. Ik wou deze realiteit niet in mijn leven niet en vocht er tegen. Het maakte me nog meer ongelukkig.

Het bracht me ook de veerkracht om het anders te doen. En op het moment dat ik doorhad dat vechten niet hielp, koos ik voor overgave en vertrouwen.

En de bron vulde zich….

Neen, de beweging vanuit intuïtie had een veel diepere weg in mezelf. Het verlangen om het evenwicht binnenin mezelf te vinden. Dat mijn yang kant ruimte kon maken voor mijn yinne, het aanvaarden, het verwelkomen en het verder laten groeien naar het Licht. Daar waar beiden mogen het leven dansen, daar waar water en vuur elkander ontmoeten.
Het zaadje was er, altijd geweest en heeft me nooit verlaten. Het eeuwig ‘zaad’ .

De bron vulde zich door mijn verandering in beweging, Door mijn ogen naar binnen te richten en ervoor te zorgen dat ikzelf, diegene ben die mijn bron kan levend houden. Het zaad sprong open. Wortels groeide.

31

Aan de horizon, een goudengloedlaag is zichtbaar over het zand, terwijl het zilveren water onstuimig komt en gaat.

Aan de andere kant van het strand zie ik de mensen zich groeperen. De eerste visvangst komt binnen. Ik wandel ernaar toe.
Drie traktoren (vroeger waren dit koeien) rijden achter elkaar terwijl een katrol langzaam draait om de visnet terug op te trekken bemand door 3 mannen. Na een eindje komt de visvangst te voorschijn. Nu kan ik de prijzen de kilo begrijpen wanneer ik zie hoeveel bemanning en uren noodzakelijk is voor de weinig vangst die er is.

Na de visnet worden de vissen onmiddellijk ter plaatse gescheiden volgens soort… een paar dorades, Calamars, sardines… aan het non verbaal gedrag en de intonatie van de man die de groep begeleid kan ik al heel snel begrijpen dat het een povere vangst is.
Ik kijk naar de handen van een man die over tafel glijden. Korte, brede, forse handen… als ik zie hoe zijn vingers in een zachte beweging en met finesse de kleine visjes vastnemen krijg ik er een vertederend gevoel bij.

Ik krijg er deze avond een nieuwe kamergenote bij ‘Emma’. Wanneer ik naar beneden ga zie ik haar zitten aan tafel voor de computer. “Dag Emma, heb jij al gegeten? Ik ga koken. Heb je zin om de maaltijd. Seitan met groentjes en quinoa.” Een zekere vervelendheid is zichtbaar bij Emma. “Ik kan je niet helpen, ik heb een deadline.” “Is niet erg, werk gerust verder. Met plezier zal ik de maaltijd klaar maken.” Wat later zitten we samen aan tafel. Altijd deugddoend wanneer ik voor mezelf kan koken en de maaltijd mag delen op het onverwachts.

Na een goede nachtrust stap ik verder richting Coimbra. Ik kijk wat mijn lichaam me komt vertellen tussen de 7 kilometer die Praia de Mira en Mira verbind en of ik er al of niet klaar voor ben om mijn tocht verder te wandelen.

Onderweg staan twee mannen te spitten in het zand. Ik ben nieuwsgierig wat voor werken ze doen. Een man zegt “… Ajudar…”, wat betekent helpen en wil me zijn spade geven. Ok en ik maak het gebaar om mijn rugzak af te zetten, terwijl ik hem deel “ik help jullie en jullie komen meestappen” . Wanneer hij hoort vanwaar ik kom reageert hij op een vrolijke manier, hij maakt teken dat hij zijn spade ter harte terug neemt en met plezier zijn job verder zet.

Via het meer verlaat ik het vissersdorp en stap ik verder via een bos in de duinen. Een diepe zucht van vreugde om in een bos te wandelen. Het bladerdek is zo welkom in de hitte die er momenteel is. De Eucalyptus en naaldbomen zijn heel hoog en laten de wijdsheid van de omgeving zien. Hoe dieper ik de lange weg instap hoe korter de bomen en het bladerdek over de weg komt. De doorgang vernauwd, aan de horizon blijft het licht zichtbaar. Iets in mij wordt zacht geraakt. Mijn ademhaling is onregelmatig en zoekt naar regelmaat, mijn tranen vinden een uitweg. Een zachtheid is in mij en rondom mij aanwezig. Het bladerdek beweegt zachtjes heen en weer en voelt als iets die deel uitmaakt van mezelf.
Uit het bos weerkaatst het zand de warmte van de zon. Hier en daar zijn sporen te zien van reptielen over de grond.
In Mira voel ik dat mijn energie aan het dalen is en beslis ik om de bus te nemen die me naar Coimbra zal brengen. Onderweg stopt de bus midden de straat.
We blijven een eindje staan. Ik kijk op naar buiten, een huisnr ’31’… De bus begint te rijden. Ik krijg een binnenpretje, het is pas nu dat ik mijn geboortedag zie als een 4.