Vredeslied

Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.

Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap.
Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur.
Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!

Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen.
Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen.
Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.

Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’

De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.

Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo…
Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken.
Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.

Puerta de Tierra

rb. Sint-Jacobskerk Almeria, lo. Rioja met zicht op de droge rivierbedding

Almeria. Samen met Chris, een Belgische pelgrim ontvangen we een pelgrimszegen
in het Monasterio de la Purísima Concepción. Het kerkje is gespaard gebleven tijdens de oorlog, daar er geen beelden te vinden waren in de kerk. De inwoners hadden alles verstopt en zo ontsnapte het aan het vuur. We nemen afscheid van Nelly en José.

Op een terrasje wat verder op de Camino neem ik samen met Chris een ontbijt. Café con leche e un bocadillo calido Con tomate, aceite de Oliva, y jamón. Bij betalen schrik ik van de lage prijs op mijn kassa ticket.

Het duurt een paar kilometers voor ik de urbanisatie uit ben van Almeria. In een kerkje in een volgend dorp stap ik naar het wijwatervat… just…. droog.
Het wijwatervat heeft plaats gemaakt voor een ontsmettingsdispenser die er net naast hangt. Besluiteloos sta ik ernaar te kijken en laat dit beeld bij me binnenkomen.
Waar is in godsnaam de bewustwording gebleven! Wanneer zullen mensen wakker worden en niet meer handelen louter vanuit hun bovenkamer en blind vertrouwen in autoriteit en iets buiten zichzelf gaan zoeken.
Wanneer zal de mens opstaan en zijn innerlijke brain gebruiken, contact maken met de buik, daar waar in elk mens zijn/haar kracht is. Niet voor niets dat de darmen gelijken op onze hersenen.
Wanneer zal men deze samen gaan verbinden met het hart. Is het niet wondermooi hoe we zijn gecreëerd.
Niet enkel via onze oren kunnen we horen, laten we leren luisteren naar onze innerlijke stem, onze intuïtie.
Verbind je met je Zelf! Wordt gewaar.

Via een droge rivierbedding ‘Rio Andarax’ wandel ik richting Rioja.
Al heel snel gooi ik mijn wollen kousen uit – waar ik me gevangen in voelde – en kan ik hierdoor de vrijheid in mijn lijf gewaarworden. De wind blaast een lichte bries op mijn voeten, terwijl de zon al hoog staat, voelbaar op mijn hoofdhuid.

Wat bevreemdend wandel ik door de rivierbedding en het dorre landschap. De overgang van België, vliegen over de Franse Pyreneeën – daar waar de assen van mijn grootvader uitgestrooid liggen – voelde als een poort waar ik door mocht.

Terwijl ik aan het wandelen ben, wordt ik verandering in mijn bewustwording gewaar. Het kenbaar gevoel van thuiskomen.
Het gedumpte afval in de natuur doet me aan een flitssnelheid terugbrengen in het horizontale. Gelukkige kan ik even snel mijn lichaam terug gewaarworden in een groter geheel.

De weg gaat rustig verder…aan een huis, een bordje ‘Puertas de tierra’, met er boven een ’11’.

Aangekomen in Rioja stap ik naar de Albergues Municipales waar Nelly me een code gaf om er te kunnen overnachten. Na een tappa – een klein gerechtje op een dessert bord, ideaal voor mij buikje -, een avondwandeling bij volle maan.

Hart

14 – febr. 2022. Reeds zeven maand geleden werd la Vesdre overstroomd. Na bijna zeven maand vrijwilligerswerk verlaat ik Wallonië voor een nieuw avontuur. Dankbaar om wat er de laatste maand aan het ‘Licht’ is moge komen en zich heeft moge transformeren.
Vandaag neem ik ook afscheid van de zusters van l’Abbaye Paix Notre-Dame. Hier moge zijn/Zijn was heel verrijkend op mijn weg.
Het leven naast hen, zo dichtbij, mijn hulp aanbieden. Mijn kloosterkamer. Een ontmoeting met de zusters in de gang, ook al was het soms kort… wat heb ik daarvan genoten en voelde ik me nauw verbonden met hen. Ik zal hen missen.

In de namiddag mocht ik nog eens alle zusters ontmoeten en ”s avonds kreeg ik de pelgrims zegen tijdens’ les Vigiles’. Een prachtig en persoonlijk gebed mocht ik ontvangen. Het raakte me. Merci, Soeur Madeleine et merci à la communauté. En gratitude.

15 febr. 22.
Een vlucht naar Almeria, met een tussenstop in Madrid. Alles verloopt vlot.
In het vliegtuig, zit ik weg te dwalen en keer ik even terug naar deze morgen na de Laudes. Toen ik de kapel verliet groette ik het altaar, draaide me om en deed de namaste groet. Ik zag sœur Madeleine en sœur Charlotte geknield, beiden mij aankijkend met een warme glimlach. We zwaaide naar elkaar. Mijn hart zag.
En dan sœur Francesca, die me vergezelde tot voor mijn vertrek. Een foto. Een knuffel, een zegen. Mijn hart zag.

Toen ik de trein van Brussel noord naar Zaventem nam, rechtstond bij aankomst en nog eens achteruit keek of ik niets vergeten was… Pas toen zag ik wat er naast mij stond getekend op het venster… Een hart.

In Almeria werd ik hartelijk ontvangen door Nelly en José. Ze stelde me gisteren voor om me te komen afhalen aan het station en zorgde voor een kamer in een convento (klooster). Wat een hartelijke verwelkoming. Grazias Nelly e José.

Embrasse ton dragon

Er is maar één manier om te weten waar je heen moet.
Volg je angst.
Ze zal je de weg wijzen.
Weglopen van wat je bang maakt, is een manier om de weg kwijt te raken: door dit te doen, raak je steeds verder verwijderd van wat je zoekt.

Als je bang bent om die persoon of situatie onder ogen te zien, dan ligt daar de knoop die je moet ontwarren.
Deze knoop, die, als hij wordt herkend en onder ogen wordt gezien, zal deze je de sleutel tot vrijheid geven!
Loop daarom vanaf nu niet weg als je angst, schaamte, irritatie en zorgen voelt. Blijf luisteren naar je gevoel.

En ga met moed de schat ontdekken die verborgen ligt in je ongemak.
De kostbaarste schatten worden bewaakt door de meest verschrikkelijke draak.
Om de schatten te bereiken, moet je de draak onder ogen durven zien… en hem verwelkomen.

Naar de vertaling van de tekst van Bert Hellinger

Kerst

Art ~ Charles Andrade

De 12 Heilige nachten starten in Vézelay. Het kan niet beter en dan nog met koorts, symbolisch zo schoon. Koorts ik verwelkom je. Ik omarm mijn lichaam, mijn voertuig, de enige materie die voor mij zo waardevol is en mij brengt daar waar ik Zijn mag. Vuur in mij ik koester je, je hebt mij de voorbije 5 maanden geholpen om mij doorheen een gebied te laten bewegen, mij kracht gegeven om te verwezenlijken wat ik er diende te verwezenlijken, daar waar een ‘waterdraak’ zoveel zaken aan het ‘licht’ bracht.
Michaël je stond me bij om evenwicht te brengen, daar waar nodig door mensen naar het bewustzijn mee te nemen.

Mijn taak zit erop. ‘Tijd’ om eindelijk naar binnen te kunnen en om balans te brengen in mijn eigen ‘ materie’ tranen vloeien over mijn warme wangen, op mijn onderbuik een warmwaterkruik. Naast mij water.

Gisteren mocht ik een bijzonder iemand ontmoeten. In haar delen naar mij toe kwam aardbevingen, taw en lamed (Hebreeuws), Essenen, La Colombe. Hmm, la Colombe, deze is meerdere malen recent naar me toegekomen. In volle vertrouwen neem ik aan. Benieuwd wat er komt.

Amour je suis
Amour est tu

Dat  het Licht jullie allen dragen mag.

Vijf

Artist ~ Iris Sullivan

“Dag Mevr. Ik ben x en bel in de naam van x die hier naast mij staat. Ik bel je op voor info rond haar dossier en om te vragen of u mij de waarde kan melden voor wat ze verzekerd is?” Terwijl de vrouw zoekt naar wat ik vraag zie ik ondertussen op de offerte dat er wat zaken ontbreken, zoals, electriciteit, loodgieterij, ramen. Ik vraag aan de bewoonster hoe het komt dat de offerte van de totaal onderneming x dit niet opgenomen heeft. En of ze hier een afzonderlijke offerte voor hebben. ” Ja, we hebben er een afzonderlijke van alle  drie. Maar de expert heeft ze niet aanvaard. En  ze zaten ook niet in de V1 (offerte 1 van de globaal onderneming), we hebben gevraagd om dit op te nemen in de V2, maar de expert heeft het niet gewild.”
Hmm, ik voel nattigheid. Ondertussen komt de vrouw terug aan de lijn. ” U, moet een e-mail sturen naar… om haar contract aan te vragen. “” Mevr. ik hoor hier wat zaken die me verontrusten. Hoe komt het dat men vandaag de wanden plamuurt en rond de schouw geen gyprox wil plaatsen, er is hierdoor een niet afgewerkt stuk “.” Mevr. de arbeiders werken volgens de offerte, want ik zie dat mevr. ermee akkoord was en de expert kent wel wat van zijn werk “. Hmm, ik voel beweging in mijn buik. “Mevr. de expert kent misschien wel iets af van het werk. Maar kunt u mij dan even uitleggen waarom hij niet zag dat er geen gyproc wanden in de offerte zaten. Is het niet zijn taak dit te zien. Ik zie ook op de offertes staan, plafonage. Heeft hij dit aan de bewoner uitgelegd? Mevr. deelde me net dat ze dacht dat plafonages, het plafond was. Dus meneer is dan misschien een kenner op vlak van materie, maar alvast geen op vlak van benadering met de mens. Begrijp je wat ik bedoel”, vraag ik de vrouw. ” Ik kan je volgen”, zegt de vrouw terwijl ze eraan toevoegt “ze hebben toch 3000 euro meer ontvangen dan wat voorzien was!”.  ” Mevrouw dat is zoals zeggen aan een kind, normaal krijg je maar 1 snoepje, maar ik geef je er 2, dus moet je maar tevreden zijn. Beetje gemakkelijk niet!” (wetend dat op de offerte meer staat dan wat ze heeft aangeboden gekregen). Zelf met de keuken die we eruit zouden halen kunnen we de tekorten niet ophalen.
” Maar Mevr. als de mensen ons niets vragen, zolang ze ons niet vragen, kunnen we niets doen”, voegt ze er nog aan toe. “Mevr. hoe kunnen mensen je iets vragen als ze er geen weet van hebben dat iets bestaat of zo zou moeten gebeuren!?”. We sluiten het gesprek af en verwijst me voor de werken  naar de aannemer (die samen werkt met de expert – voel je, begrijp je het ?!, zie je wat gebeurt?! .)

Ik leg de hoorn neer. Ik kijk rond me. Op mijn rechterkant zie ik x. Ik leg mijn hand op haar schouder. Ik kijk links. Ik steek mijn hand uit en x brengt haar vingers tussen de mijne.
In stilte bekijken we elkander.
Dit kan niet, gaat door meheen. Dit kan ik niet zo laten. Ik bel de contre-expert op en leg hem de situatie uit. Ik hoor hem lachen, hij had de situatie door. GOgogo
“Vertrouw me, we zorgen voor je. Probeer los te laten. Jullie zijn in goede handen”, leg ik hen nog uit voor ik het huis verlaat.

Mijn buik wordt warm. Neen, dit laat ik niet toe, hier kan ik niet over zwijgen en niets mee doen. Zo een misbruik maken van mensen in zwakke momenten.
Deze week hadden mensen mij gevraagd of ik hen kon helpen bij het in kaart brengen van de verzekeringen op het terrein.
Ik voelde het niet en wou hier afstand eerst bij nemen. Maar deze situatie gaf me wat ik nodig had om voor hen en de zovelen andere, zaken aan het licht te brengen. Neen, niet door te vechten tegen die organisatie, want daar geloof ik niet in. Maar door zo een getuigenissen te delen en ermee aan de slag te gaan rond een ronde tafel. Opbouwend.
Dus aan hen die hier mij hulp kunnen gebruiken. Welkom.

Maar voor nu is er een tijd van komen en gaan. 21/12 Wintersolstice. Het kan geen beter moment zijn. En heel bijzonder hoe ‘tijd’ voor mij een totaal andere dimentie gekregen heeft. Exact vijf maanden geleden toen ik in Vézelay was werd ik gewaar en kreeg ik signalen dat ik rechtomkeer mocht maken richting Chenee.

Op het moment van bewustwording waren er vijf dag tussen voor ik in Chenee aankwam. Wanneer ik nu zie zitten tussen het afronden in Chenee en Kerst in Vézelay, vijf dagen. Zalig, zeker wanneer ik de betekenis hiervan bekijk. Tijd om wat afstand te nemen en de  Stilte in te stappen ginder op la’ Colline Eternelle’ in Vézelay.
Me-time. Tot in 2022

‘Faisons tous un pas vers la Lumière, que notre pépite d’ Or à l’intérieur de chacun de nous grandise et nous apporte Joie et Amour’ Bonnes Fêtes à tous. ‘

et n’ oublier j’amais cette phrase du Petit Prince…

‘On ne voit bien qu’ avec le cœur, l’ essentiel est invisible pour les yeux’..
~Antoine de Saint-Exupery

Pace e Luce, Jasmine Marie José


Michel

De zon reflecteert op de hoge torens van Luik, terwijl een laag hangende mist op een mysterieuze manier zijn weg baant over la Meuse en de Ourthe, voel ik de behoefte om te schrijven.

Toen ik nog in Vézelay was rinkelde tweemaal op een verschillende dag mijn telefoon. Een vriendin uit België. Een hartelijke vrouw, die op een zachte betrokken manier in verbinding staat met de gebeurtenissen op de wereld, een diep gedragen verbondenheid heeft met de mensheid, natuur en alles die het omringd. Tweemaal kon ik niet opnemen en tweemaal had die vriendin me niet gebeld. Toch rinkelde mijn telefoon. Bijzonder. Ik werd gewaar dat er iets was. Iets in mij werd aangewakkerd. ‘België’ gaat door meheen.
De dag nadien zag ik bij de bakker, op de voorpagina van de krant ‘brandweer Avallon gaat naar België’. Zonder meer.

Tijdens de vieringen hoorde ik voortdurend het woord ‘tente’ resoneren in de geschriften. Ik hoorde tent en attente (afwachten). En ondertussen wachtte ik een pakketje af, de bovenkant van mijn tent, die maar niet afkwam. Adres onbekend las ik in de mail toen hij de eerste keer werd aangeboden. Of was het de bedoeling dat dit niet mijn dak zou zijn voor de komende tijd.

In de namiddag zie ik een foto verschijnen op FB .. Slik… Een beeld van een straat die gevuld is met meubelen tot het eerste verdiep. ‘Dat kan niet, dit is een nepbeeld omgezet door één of ander app’, gaat door mijn gedachten en kijk wat dieper in het beeld. Helaas niet. Het was realiteit.
Met een zelfzekerheid en kracht in me wist ik wat me te doen stond. Niets in mij riep om mijn weg verder te zetten richting het zuiden. Ik keer om op de fysieke weg… voor mij een verder zetten van mijn innerlijk pad op de ‘Weg’.
De goddelijke wegen zijn zo bijzonder en niet te doorgronden. Gelukkig.

In de auto richting Brussel. Lees ik één of ander tekst in het Frans opgemaakt met Art. zoveel en Art. zoveel… Een onrust, paniek ontstond hierover op de sociale media. Over boetes… ik vertaalde en gaf een bredere kijk op de situaties en het waarom van de opmaak van de brief via een privébericht…. . Ze konden verder, een rust kwam terug. Ik volgde een paar dagen alles vanop afstand ik las, hoorde en voelde chaos, gans mijn Zijn antwoorde hierop ‘structuur, coördinatie om tot iets leefbaar te komen’ . Chaos creëerd chaos en een mens in ‘nood’ heeft rust nodig,weinig prikkels om zichzelf terug te kunnen vinden.

Op de trein richting Luik komt in een flitssnelheid en met een zuivere klank dwars door meheen ‘België zal verdwijnen’. Ik laat het voor wat het is. Ik zoek info ivm de overstromingen in Wallonië en het eerste wat ik tegenkom is een kort filmpje ivm ‘gestion innondation de Wallonie’ ook al is rekenen niet mijn beste vak geweest, hebben cijfers een waardevolle plaats gekregen in mij leven. Twee data vallen me op, de data wanneer het filmpje geplaatst is op you tube en de start van dit beheer. Ik wordt een gebaar gewaar in mijn lijf, in gans mijn wezen is een weigering voelbaar. Als iets die ik bewust als mens niet wil zien en vooral niet wil geloven. Het voelt bijna als ‘geweld’ aan. Nog nooit heb ik zoiets zo bewust waargenomen. Ik laat het voor wat het is…

‘Na mijn aankomst in Luik neem ik de fiets richting Chenée. Rue Primevères. Ik hoor geklop en gehamer, ga op het geluid af en help de man’… . Pas weken nadien werd ik bewust dat wat ik het eerste mee begonnen ben, dit de grens is geworden die ik mezelf heb gesteld in ieder huis op vlak van handenarbeid om de woonst van de bewoner terug gezond te maken.

Iedere morgen bij het opstaan ben ik genoodzaakt om trappen te nemen of om te gaan ontbijten of om de abdij Paix Notre Dame te verlaten, aan beide kanten is de Aertsengel Michaël waarneembaar en iedere avond zeg ik in mijn binnenste ‘ja, we hebben het weer gehad en in dankbaarheid sluit ik mijn dag af, wanneer ik het beeld zie.
De gebeurtenissen hier tonen werkelijk en flagrant, de dualiteit in de maatschappij, op deze wereld. Ik heb nog nooit zoveel deze twee naast elkaar zo aktief aan de oppervlakte bezig gezien. Het ligt gewoon bloot. En wat mij vooral opvalt is dat het vastloopt daar waar men zijn tanden inzet en het buiten zichzelf gaat zoeken. Daar waar men voortdurend verwacht dat de hulp buiten zichzelf zal komen alsof de persoon opzich niet meer bestaat of enkel nog bestaat door, via de ander. En dit is bij velen hoorbaar, niet enkel bij mensen die de overstroming hebben meegemaakt.
Iedere keer kom ik in situaties waar het noodzakelijk is om het evenwicht erin te houden. De mens terug brengen naar zichzelf.
In mijn kracht en met mijn kwaliteiten zet ik me in ten dienste van de mens daar waar ‘evenwicht’ roept. Waar licht en duisternis niet meer in dualiteit is, maar complementair.

De taken die ik uitvoer zijn verschillend en hebben een breed pallet. Coördineren, psychologische steun, emotioneel begeleiden met of zonder lichaamswerk, paperassen… mensen een duwtje geven in de groei op hun weg, in het durven stappen ondernemen, gewoon aanwezig Zijn, luisteren. En ook hierin dient het duwtje in evenwicht te gebeuren en de vragen die men hierbij dient te stellen is ‘is de persoon er wel klaar voor, kan de persoon het wel aan. Aanvaard de persoon het… Hoe zit het met de angst, de gezondheid van de bewoner. Is de persoon omringd, hoe is de situatie rondom, wat zijn de mogelijkheden… oplossingsgericht werken. En eenmaal de sprong gemaakt, eventjes meehelpen en dan loslaten zodat de bewoner zelf in beweging komt, met in een constante, maar vanop afstand en op een holistische manier aanwezig Zijn, om later eventueel terug een duwtje te geven. En vooral hen zoveel mogelijk in het NU houden en prioriteiten stellen.
Taken uitvoeren zonder een rol aan te nemen, ook al wordt ik er soms ingeduwd en werd mij gevraagd om te coördineren vanuit een bureau uit Luik. Achter in een rol te gaan staan ligt heel vaak het gevaar dat je op een piedestal wordt gezet, of men probeert je vast te grijpen om ergens partijdig te zijn om aan recuperatie te doen of je wordt meegedeeld ‘och, je bent onze engel, of zonder jou… zonder jullie’…
Ik hoor het, neem het aan en laat het onmiddellijk terug los met de wind. Niet dat ik dat niet kan aanhoren, wel dat het ego daar ontzettend van houdt en op de loer kan komen te liggen en zich eraan voedt en dan kan al iets heel snel escaleren naar de driehoek drama, slachtoffer en beul en zit de mogelijkheid er dik in, niet meer aanwezig te kunnen zijn in zuiverheid.

Bewustzijn om niet betrokken te zijn/geraken in persoonlijke situaties, in verhalen van vingerwijzend naar de ander en naar mezelf en als een neutraal wezen er verder in te staan zonder partijdig te zijn. En dit kan voor mij enkel wanneer ik tot geen enkele groep behoor. Ik hoor aan niemand toe, en… niemand hoort aan iemand toe.

Op het einde van de eerste week in de Abdij vraagt men om te getuigen over de situatie in het overstromingsgebied.
’s Morgens ga ik eerst naar Chenee om een sleutel op te halen en met mensen af te spreken. Kamers worden geledigd. “Vous êtes intéressé dans des livres en fait tous partir.” “Non, merci. Je n’ est plus de place dans mon sac à dos”, zeg ik al lachend.
In de straat waar ik de eerste keer hamer en beitel in de hand nam, ontmoet ik de korpschef. We babbelen, wisselen onze tel. nr uit. Vragen elkanders naam. “Comment est votre nom ?” en hij heeft me zijn familienaam. “et le prénom. Je prefere”. “Michel”, krijg ik als antwoord.
Nog voor ik terug keer naar Luik wandel ik terug voor het huis en zwaai naar de buurvrouw en zie bovenaan op de dozen een boek liggen ‘Michel- Ange’. Och, ik keer op mijn stappen terug, een inwendige lach is voelbaar.
10 min voor ik de getuigenis afleg in de communiteit ga ik in de woonkamer zitten en neem een klein boekje tussen de vele anderen die mijn aandacht trekt. ‘Croire à l’ amour ‘. ik kijk achteraan het boekje. Gemaakt door drukkerij St. Michel.
Beide boekjes neem ik mee voor tijdens mijn getuigenis.

Deze week zegt een bewoonster “Jasmine, j’ai quelque chose pour toi. Le psychologue t’a laisser son téléphone il faut le contacte.”, deelt ze op een aandringende manier. Op het briefje staat een nummer en….Michel.

Hmm, na 7 jaren pelgrimeren, een inwendige ommekeer is voelbaar en de vruchten die ik reeds plukte, zijn de zaden voor anderen geworden.

Chenee

Goedemorgen allen, (graag deel ik ook hier de onderstaande tekst voor wie geen FB heeft)

Ik heb me vandaag voorgenomen om een dagje rust in te lassen. Dit brengt me de ruimte om jullie te delen wat zich hier afspeelt.

Ik ben nu reeds meer dan een week op het veld in het overstromingsgebied, nl in de stad Chenee, een deelgemeente van Luik. Het werd voor mij snel duidelijk dat ik niet verder hoefde te gaan, dieper op het terrein dan Chenee en kon me heel goed inbeelden welke ravage er nog verderop was/IS.

Enkel op 3km van het centrum zag ik reeds ingestorte rivierbeddingen, takken en allerlei in de omheiningen hangen, hoger dan mijn gestalte van 1m73. (ondertussen waarschijnlijk al 1 gekrompen 😏). Toen ik het gebied binnenkwam kon ik niet anders dan denken aan Karlovac, daar waar ik in 1994 ben geweest met een hulpkonvooi in oorlogsgebied. De verlatenheid, het uitzicht, de sfeer is werkelijk te vergelijken.

De 1 ste dag had ik contact met een paar bewoners. Ik zeg wel een paar omdat de omvang van de ramp zo groot is dat het noodzakelijk was om een lange tijd bij dezelfde persoon te blijven. Te luisteren, te zien niet enkel het verhaal van de bewoner, ook hoe de staat van de huizen zijn.
Het deed me al snel inzien dat wat op het veld gebeurde heel chaotisch was. Wat ook niet anders kon. Water bracht choas, puin van kilometers ver in de wijken en hun huizen en spoelde weg wat van hen was en op die choas kwamen duizenden vrijwilligers van her en der om de mensen hier te helpen. En ik kan jullie meedelen gelukkig en dat tegen het advies in van de poltiek… wat een bergen werk hebben die mensen al reeds verzet.
(Ik begrijp zelf vandaag nog niet hoe het komt dat er hier geen externe coordinators /experts aanwezig zijn, los van iedere organisatie op het terrein, om hier te coördineren op het veld. Ik denk toch wel dat dit bestaat of niet.)

De eerste vrijwilligers met wie ik in contact kwam en die al reeds bijna drie weken aanwezig waren is Trudi van der Heeden en Christiaan de Haan, ik kwam met hen in contact via Pomme Termond op FB. 🙏

Vermits ik op vele vlakken ergens wel thuis ben, kon ik al snel iets doen en betekenen voor de ander. Zo hoorde ik ergens in de verte geklop en wandelde op het geluid af. Vincent was zijn muren aan het kappen om zo snel mogelijk de toxische stoffen die in het plamuur terecht gekomen zijn en de muren/structuur van het huis zo snel mogelijk te laten drogen. Om het gelijksvloers in zijn blootje te zetten. (bij de over buur gelijksvloers EN 1ste verdiep) Hmm, ‘in zijn blootje’, een diep weten zegt me ergens ‘en er zal nog meer zaken’ in het blootje komen te staan’, en dit op veel verschillende vlakken.
Ik begon met hamer en beitel het ‘oude’ te verwijderen en beiden stonden we in het Nu, schouder aan schouder te werken, te kloppen.

Wat later wou Trudi me voorstellen aan een man. Er had zich een situatie voor gedaan waar een andere soort hulp voor nodig was, vermoedelijk medische hulp. Beiden de Franse taal niet zo meester kon ik hen hierin bijstaan. Ik ontmoette de man en het eerste wat hij me vroeg: “Wanneer komen ze verder mijn kelder doen. Ze zouden terug keren vandaag… waren hier gisteren.”, zei de man wat verward. Een man van oudere leeftijd, met zowel fysische als psychische klachten. Ik check de persoon ivm het afwerken van de kelder, ivm de info die ik vernam. Dit klopte en de vrijwilligers waren ondertussen op een andere plaats begonnen. De ‘chaos’ van het terrein en wat ook niet abnormaal is wanneer men reeds drie weken als een soort ‘overleving’ om je naaste te helpen op het veld aan het meedraaien bent. ‘OK, Jasmine, zo een situatie kan vermeden worden. Vermijden dat nog extra spanning wordt gecreëerd die onnodig is voor de bewoner. Nog eens boven alles wat ze al te verduren hebben.’

Dit gaf me de duw om hier in de wijk de coördinatie op het terrein zelf in het handen te nemen en te coördineren. Zo nam ik een zakschriftje. Kwam de man met zijn voornaam erop, tel. nr, adres zodat een beginnend werk tot een goed einde kon gebracht worden. Een paar uur nadien via een oproep via sociale media kwam er een ploeg aan om de kelder te reinigen, water verwijderen en een ander extra probleem op te lossen. Nl het verwijderen van de elektrische boiler in de kelder, laten leeglopen, alles in veiligheid brengen, afsluiten kranen en afleggen elektriciteit. (want ja vandaag durven veel mensen hun electriciteit gebruiken, meestal uit onwetendheid en met goede bedoelingen van het uitsturen van hoop door anderen ‘Eureka de electriciteit is terug in de straten’, alleen komt dit niet op de juiste manier aan bij de inwoner. Want electriciteit op straat wil niet zeggen dat electriciteit binnenshuis veilig is.) Alles dient gezien te worden niet enkel preventief ook curatief, hoe noemt men dit, vooruitziend zijn!

Op het einde van dit klusje kwam AF met een cirkeltje en de man, fleurde op…. wordt vervolgd…

Brood

24 juli, zaterdag in de namiddag kijk ik even op FB.
Een bericht verschijnt over de waterramp in België, in de buurt van Verviers, Luik, Pepingster…
Met open mond kijk ik naar de beelden, de vidéo’s… ik lees de tekst. Hulp wordt gevraagd, dringende hulp.
Een innerlijke stem spreekt me aan…gans mijn Zijn wordt aangesproken, zonder enige twijfel en niets in mij die zich vragen stelt… neemt mijn pelgrimstocht een andere wending aan….

Vorig jaar nam ik de taak als ‘hospitalier’ aan in Vézelay. Hospitalière of gastvrij of openhartig. Wat betekent dat men pelgrims verwelkomt, je instaat voor goede zorgen, je hen een bed aanbied, zorgt voor een maaltijd voor wie het nodig heeft, je zorgt voor de netheid waar ze verblijven, ze rust kunnen vinden na een soms vermoeiende fysieke dag, je er voor hen bent, een luisterend oor… en dit in alle nederigheid en dienstbaarheid.

En als ik er eigenlijk bij stil sta ben ik al heel lang ‘hospitalier’ op de weg zelf… hoewel ik dan aanklop als pelgrim en ik onderdak krijg, voel ik dat er een balans komt tussen de gastvrouw en/of gastheer en mezelf en later op de avond of vaak bij het ontbijt wordt de ‘hospitalier’ in mij aangesproken….en ligt de weg niet meer voor me, is de weg in me.

Mijn hart werd aangesproken. Ik maak dan ook rechtsomkeer om ‘hospitalier’ te zijn in het rampgebied… waar ik ginder mijn taak verder zal zetten.

Ik neem onmiddellijk contact met Pomme Termond op FB en al heel snel ontvang ik de nodige info.
En wanneer alles vloeit dan weet ik dat het juist zit. Al heel snel vind ik rechtstreeks vervoer terug naar België en overnachting in Luik, daar waar ik ooit heb geslapen op de pelgrimstocht van de buizerd.

25 juli, zondagmorgen. Na het ochtendgebed daal ik la Colline Éternel af tot aan de bakker. Voor mij zie ik het groot mooi gebakken brood in de rekken liggen. Een brood van wel bijna 2kg en een armlengte groot.
Hmm, zegt een klein stemmetje… Ik zou er wel eentje kunnen schenken aan de zusters, één voor de broeders, één voor de Sint-Jacobszaal waar de pelgrims kunnen eten. Ik volg het stemmetje niet en kom buiten zonder.

Rond de middag beginnen de klokken te luiden… Ik ga richting de basiliek. Meer dan 100 scouts zijn aanwezig en tal van pelgrims. Het is vandaag het feest van Jacobus. Zeven jaar geleden ondernam ik toen mijn eerste pelgrimstocht naar Compostella.

Op het blad zie ik staan ‘Lecture du deuxième livre des Rois 4,42-44’ “On mangera, et il en restera.” (2 Koningen 4,42-44)Terwijl het wordt voorgelezen, hoor ik het woord brood in de tekst.
Het interpelleerd me.
Ik word gewaar dat er iets in mijn lijf gebeurt. Een vertikale kracht is voelbaar en vult stevig mijn lijf. De oppervlakte van mijn voeten voelt stevig. Ik neem diep adem.
Ondertussen gaat de viering door…
Ik draai mijn blad om en zie staan ‘Lecture de l’ Évangile selon Saint Jean 6,1-15′ “Ils distribua les pains aux convives, autant qu’ils en voulaient”.
Terug hoor ik het woord ‘brood’.
Tranen rollen over mijn wangen. Vreugde vult mijn lijf.
Wat voelbaar is in mijn lijf, voelt als een zegen. Ik voel me krachtig… het voelt als ‘ik ben er klaar voor’. Zo voelt het. Ik ben er klaar voor.
Voor wat?! Voor wat zal Zijn.

en mijn intuïtie wist, zonder ikzelf ‘weet’ had.

Ober

Op een terras. Een groep van vijf mensen, twee mannen, drie vrouwen. Een vrouwelijke ober. Eén van de mannen was aan het giechelen, hij bracht zijn twee handen naar de borsten van de ober en zei ‘tutuuuut’. De ganse tafel begon te lachen. Hmm, lachen om wat?! Wat was er lachwekkend? De tuuut? Het gebaar ? Het geheel? Lacht men om het gebeuren? Of gewoon om dat er een groepsgebeuren gaande is?! Staat men nog stil bij zo een aktie. Ik denk het niet, want anders zou men dit niet lachwekkend vinden. Het zien van de situatie raakte me en vond de situatie werkelijk zielig.

Toen ik naar binnen ging om te betalen, vroeg ik de ober of de mensen familie waren van haar. “Neen, het zijn cliënten”. “Had jij daar geen last van dat de man zo naar je borsten kwam?” “het zijn klanten. Hij kwam ook niet echt aan mijn borsten. Ik ben het nu al gewoon.”… Gewoon…. Ik kon niet anders dan mijn ogen een ‘onbegrijpende indruk’ na te laten.
Als ik, als volwassen vanuit mijn positie op terras zag dat de handen de borsten hadden geraakt, dan had een kind dit waarschijnlijk niet anders gezien. En ook al werden ze al of niet aangeraakt. Welke boodschap geeft men hierbij. Is dit een normale situatie? Is dit gedrag OK? Neen, dit vind ik alles behalve ok, voor mij is hier een duidelijk probleem van grensoverschrijdend gedrag.
En voor mij is hier ook gedeelde verantwoordelijkheid in.
….als opgroeiend kind zie je dat iedereen lacht… Dan zal dit waarschijnlijk niet abnormaal zijn.
Zo ervaarde ik dit zelf als kind.

Ik herinner me dat we iedere zondag naar één van de nonkels en tantes gingen. Dit was een wekelijks zondagsuitstapje. Als kind zag ik graag die mensen – als volwassen nog – alleen een herhalend grensoverschrijdend gedrag heeft me afstand doen nemen.
Ik zie, hoor nog de situatie alsof het gisteren was, vandaag kan ik erover praten al kijkend naar een toneelspel zonder er me schuldig over voelen.
Als puber zat ik op school ‘snit en naad’ en wanneer ik een kledingstuk maakte daar was ik ook fier op. Zo maakte ik af en toe een rok op school – broeken waren zeldzamer, ik zat namelijk op een meisjesschool – en droeg ik die op zondagavond. Bij het binnenkomen maakte mijn nonkel altijd grapjes – of ten minste dit is wat hij dacht – en zei al lachend, bijna spottend “olala, elle a une jupeee” of “fait moi voir c’est belles petite jambes cachée” en dat terwijl hij telkens met zijn handen richting mijn dijen floreerde of hij een poging deed om onder mijn rok te gaan met een ‘giechelend joker face’. Ik deed dan telkens een poging om een cirkel te maken of mijn poep in een snelheid naar achter te brengen zodat hij mijn benen niet kon aanraken. En dan reageerde hij al giechelend alsof het een spelletje was – voor hem was het een spel, een pervers spel. En als dit niet lukte, dan kon ik me wel aan ‘un pincement des faisse’ verwachten.
Wanneer hij zijn slag niet haalde, kon het wel eens gebeuren dat wanneer we aan tafel zaten, op momenten waar ik het niet meer verwacht of wanneer ik uit de keuken kwam en langs de tafel wandelde… dat ik nog net kon ontglippen aan zijn volle handen. Zijn spel bracht echter gans de ruimte aan het lachen en vandaag vraag ik me af wat het meest pijn aanvoelde toen ik hier allemaal bewust van werd, zijn misplaatste grappen of alle andere ogen die toekeken en mee luidop aan het lachen waren zonder daar ooit maar een halt aan te roepen.
Dit is wat ik noem gedeelde verantwoordelijkheid. Het toezien, het laten gebeuren, er niets opzeggen en meedoen aan het spel. Oh plezant dat het was.

Vandaag zou ik reacties kunnen horen als ‘ja maar waarom bleef je gaan, waarom sprak je er niet over.’ Wanneer je hierin opgroeid en je dit als jong kind meemaakt, dan heb je dit niet onmiddelijk door dat het ongepast is en zeker niet wanneer iedereen toekijkt, mee lacht en dan nog in familie situaties en je je nonkel graag ziet. De liefde, graag zien van een kind naar volwassen in zijn volle puurheid.
Dan leer je dit als’ normaal’ zien, ook al wordt je op latere leeftijd gewaar dat er iets niet juist aanvoeld. Dan heeft je hoofd ondertussen aangeleerd ‘ och je maakt je dat zelf wijs’, vooral wanneer je het dan aankaart en zelf die reactie krijgt, wat trouwens niet enkel bij dit onderwerp was. Was het niet ‘mezelf wijsmaken dan kwam het woord’ uitlokken’ met een dikke portie ongeloof om je nog meer te doen twijfelen aan jezelf. Met daarbij een portie angst er boven door de gevolgen die er ontstonden van durven spreken.
En als het hem niet lukte, dan had ik een kleinere broer die werkelijk dacht dat het een spelletje was en hem achterna deed. Ocharme, het beeld dat een jongen, toen nog kind, kreeg van hoe zich gedragen naar vrouwen. Een vrouw zien als speeltje, als object.
Er was (was… voor mezelf alvast) duidelijk een probleem in de familie op dit vlak… een probleem verborgen in een potje met een hermetisch deksel erop. Je weet wel, zo eentje met een rubber boord om het zeker heel goed vacuum te trekken.

Ik hoop dat met mijn vraag aan de ober, ik een bewustzijnszaadje heb kunnen zaaien.