Een nieuwe tocht

Interior view of the Cathedrale of Chartres, showcasing stained glass windows and intricate stonework.
Exploring the intricate architecture and historical details of Chartres

Chartres – Mignieres

Een onbegrijpelijke taal weerklinkt in de kamer. Mijn buurvrouw Claire – met wie ik een kamer deel – brabbelt luidop een mantra. Na een dip-dagje van gisteren kreeg ze terug de moed om te mediteren. Met wat lichte regen verlaat ik de jeugdherberg. Al heel snel wandel ik tussen open velden met af en toe een dorp erin. In elk dorp hoop ik op een potje koffie. Helaas.

Mijn hoofd is vol/leeg. Mijn lichaam voelt stram. Mijn onderrug, voorvoet en schouder hebben het zwaar te verduren. Het is zoeken naar een voortdurend evenwicht met de nieuwe rugzak. Het is wennen.

Mijn luxe leven komt af en toe aankloppen. Een boosdoener die me al heel snel zou doen kiezen voor het gemak.

Ik stap verder. De gekleurde luiken en partijen veldbloemen vormen een fel contrast tegenover de dreigende lucht. De krekels zingen hun lied. De zwaluwen scheren over het water. Ik ontmoet er de moerascypres. In het Frans noemt hij, cyprès-chauve omdat hij zijn naalden verliest. Zijn wortels groeien boven de grond – luchtwortels – waardoor hij in vochtige gebieden kan vertoeven. Deze wortels zou men pneumatoforen noemen. Bijzonder.

In de vroege vooravond stop ik in Mignières en stap het gemeentehuis binnen. Na een paar telefoontjes door de gemeenteambtenaar krijg ik een bed aangeboden in een boerderij, bij een hoogbejaard, jong uitziend koppel. Mijn benen en voeten zijn gelukkig. De plattegrond brengt mijn lichaam en geest in ontspanning.

Media

Met wat aanpassingen in de tekst. Dat de Gentse in Gent woont en niet in Heusden. Laten we zeggen dat toeval niet toevallig was en is 😉 . Dat ik geen fotografe ben, wel vrijwillig in de Jacobusgent Cultuurkerk. Ik schreef het boek omdat het zo in me opkwam en de rest vloeide er zo uit 🙂 . Allé, kzin nie moeilijk ze, maar just is just 😀 . Dankjewel aan Steven voor de foto (een beeld genomen tijdens de Gentse feesten in een gehuurd pak. Hoewel dat ik me heel goed voelde in die pij) Aan Rudy voor het interview. Dank om dit project in de kijker te plaatsen.

20170731-NB-016-GE-002-REG_20170730213628 kopie

de buizerd en de ander

dav

‘Hoi Jasmine, gisteren kwam er plots een pakje uit België in de brievenbus terecht. Ik ben hem nu aan het lezen onder onze cypres in de tuin, heerlijk weertje. Het is een prachtig boek, ik ben helemaal mee op weg, bedankt, het doet mij goed te lezen in je boek dat er mensen zijn die bewust zijn van de kracht van verbinding, van openheid, het doorbreken van je grenzen, in harmonie met zichzelf en de omgeving. We zijn nooit alleen op ons onderweg zijn. Nogmaals bedankt voor dit moment van puur leesgenot en achteraf nog tijd voor bezinning en als fervente wandelaar, nog een avondwandelinggetje en meditatie erboven op.’
‘Het boek kwam toe op het juiste moment. Je hebt talent om jouw lezer in de juiste sfeer, energie en vibe te brengen, dat is echt een gift.’- Griet

“Ik wil je vertellen dat ik genoten heb van jouw boek. Jouw manier om jouw stapervaring, jouw gedachten, ontmoetingen, keuzes, gevoelens,… te delen. Zonder daarbij te langdradig of teveel in ‘therapeutische verklaringen’ te gaan. Discreet. Alhoewel sommige passages hier en daar mijn nieuwsgierigheid opwekten. 😉
Ik vind het een mooi boek. Mooi in zijn vorm. Zo zacht om aan te raken, een genot om het in handen te hebben, open te slaan en te beginnen lezen. Die ‘soft cover’ is écht een goeie keuze 🙂 Mooi binnenin qua lay-out, foto’s, tekeningen. “De schoonheid van jouw ervaringen in schone vorm naar buiten gebracht”, dacht ik zo.
Ik vind het een heel geslaagd, betekenisvol project.” – Christel

‘Genoten van jouw tentoonstelling van foto’s en tekeningen en ook van de sculpturen… Jouw werk raakt me bij momenten zo diep, ik voelde meermaals de emoties opborrelen en… tot mijn verbazing, naarmate ik het einde van het gallerijtje naderde, voelde ik me meer en meer ‘gewassen’… wat ’n prachtig zuiverend effect voor mij van jouw werk’ – Danielle

‘Jasmine, ik lees graag in je boek, telkens weer ben ik benieuwd : “waar zou ze vanavond slapen”? En geleidelijk aan, besef ik wat een avontuur je bent aangegaan, de ontmoetingen, het aankloppen voor een hongertje, dorst, een bed voor de nacht… Een grote onbevangenheid, vertrouwen en openheid komt me tegemoet als ik door je belevenissen struin! Dank je wel, deugddoend!’ – Tania

“Votre livre est très beau… Bien écrit, intéressant, de belles photos et une belle présentation. J’espère pouvoir vous soutenir dans vos objectifs en faisant mon possible pour en vendre. J’essaie de consacrer un peu de temps à la promotion!
Je vous souhaite bien du succès, beaucoup de courage à ces personnes que vous voulez aider. Soyez heureuse!” – Joëlle

Boekvoorstelling

Op 29 april 2017 was er de boekvoorstelling van ‘ Als de buizerd me de weg wijst’. Het eerste boek over een pelgrimstocht in België. Een weg verbonden met de wegen naar Compostela. Meer dan 1000km in verbondenheid met de natuur en de mens.

29 april 2017-16-45-XT012693-2

Copyright Franky

Het was een spetterende start van het boek.

Hieronder kan je een beeldverslag zien genomen door Franky.

Ik wens dan ook nog mijn dank betuigen aan allen die aanwezig waren tijdens op boekvoorstelling in levende lijve en gedachten. Aan Jacobus Gent – Cultuurkerk voor de schitterende locatie. Sophie Cocquyt voor de intro. Brandhout voor de vreugdevolle noten en ambiance. Claudine Verspecht om een ‘Hart voor ALS’ voor te stellen. Jacqueline voor het voorlezen. Wagenschot voor de heerlijke soep. Rita Lernout voor de hulp. Franky voor de prachtige beelden van het evenement. Alle Angels die er geweest zijn, zijn en nog zullen komen. Het was een groot succes. Hartelijk Jasmine waren met veel En het eerste boek werd officieel overhandigd aan mijn metekind Liudmila Debels.

ALS

8 september 2016 – Tongeren

Eind 2012 hoorde ik voor de eerste keer het woord ‘Amyotrofe Laterale Sclerose’ of ALS  (een neuro-musculaire aandoening zonder enige kans op genezing). Ik leerde toen Alain en Katrien kennen. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, pas veel later werd de diagnose ALS vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt…In 2012 richtte Alain samen met zijn vrouw Katrien de vzw ‘Een Hart voor ALS’ op.

Ik begon aan een fotoreportage rond het leven met ALS. (Binnenkort zullen deze beelden op een afzonderlijke pagina te zien zijn op deze blog.)
Na de reportage wou ik een fotoboek maken om het nog breder kenbaar te maken aan het publiek. Om de één of andere reden vloeide het niet, tot een paar weken geleden tijdens mijn tocht, ‘Oh, maar waarom geen boek voor ALS ipv over ALS. Een boek over deze pelgrimstocht in België die alle Sint-Jakobskerken met elkaar verbind’, het werd me duidelijk. Het voelde aan als juist, in tijd en ruimte klopte het gewoon.

En ja hoor als bevestiging lag een veer van de buizerd voor mijn voeten. De creativiteit begon te bruisen. Het ene idee na het andere rond de vormgeving, wie en hoe kwam me binnen.
Alain voor jou en de vele andere zal dit boek er komen. En ik hoop dat dit een steentje zal bijdragen aan het verder onderzoek rond deze ziekte. Dank je wel voor je doorzetting en kracht, een voorbeeld voor velen.

Een jaar na Alain leerde ik Magda kennen. Haar dochters namen contact met me met de vraag of ik hun mama in beeld wou nemen. De ziekte nam een te snelle impact op haar en hun leven. Magda was ALS patiënt sedert 2009, pas een jaar later werd de diagnose vastgesteld.
Ik herinner me nog altijd de eerste ontmoeting. Magda kon me de hand niet meer schudden,  maar haar glimlach betekende veel meer dan een omarming. Hoewel we elkander niet veel hebben gezien, waren de ontmoetingen heel intens en waardevol.

Twee spelden hebben deze tocht meegereist op mijn hoed, deze van ‘een Hart voor ALS’ en deze van jou Magda. Een zonne-bloem vergezelde me op deze weg. Heel diep van binnen was er voor mij iets niet afgerond. Het werd me duidelijk.

Magda dit boek is voor jou, een fijne reis verder. Het gaat je goed. Magda verliet ons op 31 juli 2014.
Vandaag aangekomen in Tongeren is deze weg afgerond. Negentwintig Sint Jacobs de Meerdere en drie Sint Jacobs de Mindere kerken over gans België werden met elkander verbonden. Een pelgrimsweg in dit prachtig land met zoveel verscheidenheid en gelijkenissen.
Het begin van iets nieuws.

Binnenkort lezen jullie hier meer over het boek.

Tot dan , Jasmine

Dankbaarheid/Reconnaissance

wp-image-1681052830jpg.jpg

Le soleil levant brille dans la salle du petit déjeuner. Une nappe blanche, une table dressée. Des conversations ayant comme sujet la croyance et le pardon. Nous pouvons chacune nous y trouver.

Neuf heures trente, je quitte le monastère des Bénédictines par le RAVel et je me dirige vers Tongres (Tongeren).

Les jardins naturels ouverts et spontanés font place à des parcelles de terrain délimités et aménagés. Les pierres rudes et irrégulières typiques des façades Ardennaises ont disparues, les briques rouges sont partout. Les bâtiments, un mélange de styles.

Je marche d’un village à l’autre. En ville les gens me regardent, les plumes attachées aux bâtons de marche, les intriguent. Parfois j’ai l’impression d’être E.T. dans mon propre pays. Dans une zone industrielle je passe une fabrique de chocolat. L’eau me vient à la bouche et je me demande s’il n’y aurait pas un magasin d’usine… hmm, hmm, non.

Le long du chemin je trouve le crâne d’un faucon. Il disparait dans mon sac pour y rejoindre mes autres trouvailles.

À l’entrée d’un village, un magasin. Oh, le magasin de chocolat donc j’avais rêvé tout à l’heure. Il fait trop chaud dehors, je recherche la fraicheur du magasin. Délicieux chocolat à s’en lécher les doigts. Une pause.

La compagnie de bus change de ’TEC’ en ‘De Lijn’. La frontière est visible, le panneau communal  indique ‘Limburg’ (Limbourg). Je quitte la Wallonie.

Wallonie, Flandres peu importe. Sous mes pieds le même sol. Celui de la Belgique. Je regarde mon gps est suis surprise de voir que Tongres est si prêt. Que cela a été vite. Je repense au chemin et suis émotionnée, tous ces gens ouverts, sympathiques et accueillants que j’ai rencontré en cours de route. Les nombreuses portes qui se sont ouvertes. L’aide que j’ai pu recevoir. Les moments de plaisir, d’émotions, de partages intenses. La non-évidence à laisser rentrer une étrangère dans sa maison. Car c’est ce que nous étions l’un pour l’autre.

Bien que, l’étions-nous vraiment?

Les derniers kilomètres sont durs à porter. Une dernière ligne droite qui monte vers le marché de Tongres. Une porte que je reconnais, celle des ‘Grauwzusters’.

Et la buse….elle est tangiblement présente.

GPX Bestand Luik – Hozémont

GPX Bestand Hozémont – Ligney

Dankbaarheid

De ochtendzon schijnt in de ontbijtruimte. Een wit tafellaken, een gedekte tafel. Gesprekken over geloof en vergeven. We kunnen elkaar vinden. Halftien, ik verlaat het benedictijnenklooster via de RAVeL richting Tongeren. De open, natuurlijke tuinen hebben plaatst gemaakt voor afgebakende, aangelegde tuinen. De typische onregelmatige, ruwe gevelstenen van de Ardennen zijn verdwenen, rode baksteen is alom aanwezig. De gebouwen, een mengeling van stijlen. Ik wandel van het ene dorp naar het andere. In de stad kijken mensen mij aan, de veren op mijn wandelstokken trekken hun aandacht. Ik heb soms het idee E.T. in eigen land te zijn. Langs een industriezone, een chocoladefabriek. Het water komt me in de mond en ik denk bij mezelf: ‘Zou hier geen fabriekswinkel zijn?’ Hmm, neen.

Langs de weg vind ik een schedel van een valkje. Het gaat bij mijn andere vondsten in de rugzak. Bij het binnenstappen van een dorp, een winkel. Oh, de chocoladewinkel waarop ik daarnet hoopte. Het is me even te warm buiten en ik zoek de koelte van de winkel op. Overheerlijke chocolade, om de vingers van af te likken. Een pauze. De busmaatschappij verandert van ‘TEC’ in ‘De Lijn’. De grens is zichtbaar, een bord ‘Limburg’. Ik verlaat Wallonië.

Wallonië, Vlaanderen, wat doet het er toe? Onder mijn voeten dezelfde grond. België. Ik bekijk mijn gps en ben verbaasd dat Tongeren al zo dicht bij is. Amai, dat is snel gegaan. Ik denk terug aan de weg en raak ontroerd door de vele open, vriendelijke, uitnodigende mensen die ik heb ontmoet op deze weg. De vele deuren die zich voor mij hebben geopend. De hulp die ik heb mogen ontvangen. De momenten van lachende, ontroerende mensen. Intens delen met elkaar. De niet zo vanzelfsprekendheid om een vreemde in huis te nemen. Want dat waren we voor elkaar. Alhoewel, waren we dat echt? De laatste kilometers wegen zwaar. Een laatste rechte lijn naar boven richting de markt van Tongeren. Een gekende deur, bij ‘De Grauwzusters’.

En de buizerd… die is voelbaar aanwezig.

 

Luik – Liège

wp-image-1767881780jpg.jpg

Je repense à la situation d’hier soir. Sarah, chez qui j’ai logé cette nuit est issue d’une famille de témoins de Jéhovah. Elle même s’en distancie parce qu’elle a vu que les gens ne vivaient pas ce qu’ils prêchaient et que pour elle, certaines choses étaient intolérables. Un peu comme l’image que j’ai de mes grands-parents et leur religion.

Quand j’étais une enfant, j’allais tous les dimanches à la messe accompagnée de ma marraine. C’était la fête pour moi. Lorsque qu’elle est décédée j’y suis allée avec mes grands-parents. J’entends encore mon grand-père dire, “Tu as vu celui-là, il a une nouvelle femme, qu’est-ce que cette robe…”, chuchotait -il à l’oreille de ma grand-mère. Si ce n’était pas ces paroles, c’était son regard, qui scrutait les alentours, qui en disait long. Ça me faisait de la peine de voir et d’entendre ces choses. Chaque dimanche la même chanson. Une des raisons pour laquelle je ne suis plus allée à la messe du dimanche. Je ne pouvais pas comprendre car c’était l’opposé de ce que l’église nous dictait. Chose qui se passe sans doute avec toutes les religions. Et quelque part chose aussi qui se distancie de la religion ou de toute expérience spirituelle. Cependant, étant gamine, je ne le distinguais pas.

L’odeur, les irritations que je ressens dans les banlieues de Liège m’indisposent. L’odeur du tabac qui s’échappe par les portes d’entrée, l’urine d’êtres humains ou d’animaux. Je dois faire bien attention où je pose les pieds. Les cris et les hurlements des gens entre eux. Je me concentre sur ma propre personne pour trouver un équilibre. Je sens de la peine, mal pour ce que je vois et que j’entends.

Je m’arrête, respire profondément. Regarde autour de moi. J’entends plusieurs chants d’oiseaux aux alentours, le cri de la buse. Une paix s’installe dans mon cœur. C’est la première fois que je me réjouis d’aller quelque part. Le repos d’un espace sacré. Une église, un temple, une synagogue, une mosquée, une forêt, une chapelle… peu importe. Un espace en ville où règnent le calme et le silence. Un espace où tout le monde peut aller et venir, où tout le monde est le bienvenu. Où il n’y a pas de différence entre hommes et femmes, sans distinction, d’ascendance, d’origine, de religion. Un espoir qui vit en moi est que ces choses se réaliseront dans différents espaces sacrés. Un espace où tout le monde serait reçu à bras ouverts.

“L’église Saint-Jacques le mineur de Liège. La troisième et dernière sur cette route de Belgique. Un exemple de d’art gothique tardif. Pas écrasant, bien équilibré. On y trouve aussi bien une statue de Saint-Jacques le majeur qu’une de Saint-Jacques le mineur. Toutes les deux sculptées par Jean Del Cour. Une relique de Saint-Jacques le majeur est présente et une chapelle est consacrée aux pèlerins sur le chemin de Compostelle.

Saint-Jacques le mineur fut parait-il un membre de la famille de Jésus. Après le décès de ce dernier il se retrouve à la tête de l’église de Jérusalem. Dans les années cinquante il s’assure que les non-juifs puissent eux aussi se convertir au christianisme. Il meurt en l’an soixante-deux”, m’aprends le guide de l’église.

La banlieue m’a fatigué et je décide de dormir à Liège. Dans les rues de Liège je rencontre une connaissance d’un passé lointain. Une poignée de main. Satisfaite de ce qui fut autrefois. Le personnage disparait. Satisfaite de ce qui est. Le monastère des Bénédictines est le bâtiment où je fais halte aujourd’hui. Contente de pouvoir terminer ma journée dans cet endroit.

GPX Bestanden Soumagne – Liège

Luik

De situatie van gisteravond komt terug in mijn hoofd. De familie van Sarah, bij wie ik heb overnacht, zijn ook Jehovagetuigen. Zelf doet ze er afstand van omdat ze zag dat mensen er niet naar leefden en er voor haar bepaalde zaken niet door de beugel konden. Een beetje zoals het beeld dat ik had van mijn grootouders en hun geloof. Als kind ben ik iedere zondag naar de mis geweest, samen met mijn doopmeter. Het was voor mij altijd feest. Toen ze overleed ben ik nog samen met mijn grootouders gegaan. Ik hoor de woorden nog van mijn grootvader: “Heb je den dezen gezien, die heeft een nieuwe vrouw, wat voor een kleed is dat…”, fluisterde hij in de oren van mijn grootmoeder. Waren het zijn woorden niet, dan zei zijn rondkijkende blik al voldoende. Het deed pijn dat te horen en te zien. Iedere zondag was het hetzelfde liedje. Een van de redenen waarom ik niet meer naar de zondagsmis ben gegaan. Dat kon ik niet plaatsen en het stond zo haaks op wat ons werd bijgebracht in de kerk. Iets wat in iedere religie wel voorkomt. En wat eigenlijk ook los staat van religie of enige spirituele belevenis. Dat kon ik toen, als kind, niet zien.

De geur en de prikkels die ik ontvang in de voorsteden van Luik maken me misselijk. Tabakslucht die via voordeuren naar buiten glipt, urine van mens en dier. Het is opletten geblazen bij het neerzetten van mijn voeten. Het geroep en geschreeuw van mensen tegen elkaar. Ik focus me op mezelf om zo een evenwicht te vinden. Een pijn is voelbaar, pijn om wat ik hoor en zie. Ik sta stil. Adem diep in en uit. Kijk rondom mij. Verschillende vogels laten zich horen, de kreet van de buizerd. Een rust installeert zich in mijn hart. Het is de eerste keer dat ik ernaar uitkijk om ergens te zijn. De rust van een sacrale ruimte. Een kerk, tempel, synagoge, moskee, bos, kapel… wat het ook moge zijn. Een ruimte waar rust en stilte te vinden is, middenin een stad. Een ruimte waar iedereen vrij mag bewegen, iedereen welkom is. Waar geen onderscheid is tussen man en vrouw, afkomst, origine of geloof. Een hoop die ik koester, dat dat in de verschillende sacrale ruimtes mag zijn en ontstaan. Een ruimte waar iedereen met open armen wordt ontvangen.

De Sint-Jacobs de Mindere kerk van Luik. De derde en laatste op deze tocht door België. Een toonbeeld van late gotiek. Niet overdonderend, maar evenwichtig. Zowel een beeld van Jacobus de Meerdere als van Jacobus de Mindere, twee beelden gemaakt door Jean Del Cour. Een relikwie van Jacobus de Meerdere en een kapel opgedragen aan de pelgrims op weg naar Compostela. Sint Jacob de Mindere zou een familielid geweest zijn van Jezus. Na het overlijden van Jezus komt hij aan het hoofd te staan van de kerk van Jeruzalem. Hij zorgde ervoor dat niet-joden zich ook kunnen bekeren tot het christendom. Hij sterft in het jaar tweeënzestig. Dat alles kom ik te weten van de gids in de kerk. De voorsteden hebben me vermoeid en ik beslis om in Luik te overnachten. Op straat ontmoet ik iemand uit mijn ver verleden. We schudden elkaar de hand. Een goed gevoel van wat ooit was. De persoon verdwijnt. Een goed gevoel van wat is. Het benedictijnenklooster wordt mijn halte voor de nacht. Blij dat ik hier mijn dag kan eindigen.

 

Café du Centre

wp-image-321439883jpg.jpg

Sept heures, je m’éveille dans la maison de Paula, quatre-vingt-deux ans. Elle est momentanément nécessiteuse, avec un poignet cassé lors d’une chute. Une heure plus tard Paula s’éveille. Je prépare le petit-déjeuner et cuit une omelette. Je l’aide à beurrer ses tartines. La vaisselle. Sa fille Bernadette vient la chercher pour aller à l’hôpital. Elle m’ouvre son cœur du fait qu’elle ne peut pas placer sa maman dans une maison de repos. On parle un peu ensemble. Quand je quitte la maison je vois deux dames souriantes.

Encore quelques nuages gris dans le ciel. Un défi. Traverser une prairie, durant un kilomètre, alors que des vaches y pâturent. Après l’histoire du taureau de la dernière fois! Pfff, j’essaie de me convaincre que tous se passe entre mes deux oreilles, ce qui est vrai d’ailleurs. Je réussi. Soulagement. Je sens des gouttes ruisseler le long de ma colonne vertébrale.

À Clermont-sur-Berwinne l’avant dernière église Saint-Jacques le majeur de Wallonie. (il en reste encore une dans les environs de Charleroi, qui m’a échappée). Une agréable surprise m’attend lorsque j’entre dans le village. Le village est nommé un des plus beaux villages de Wallonie pour la province de Liège, et à juste titre. Contre le mur de l’église, des tombes datant des années seize-cents.

À Thimister. La terrasse du ‘Café du Centre’, chez madame Renée et son fils Manu. Que de joie et de bonté palpable ici. Un homme âgé arrive. Il s’appelle Victor Hugo, oui oui tu lis bien. Quatre-vingt-douze ans. Il raconte quelques anecdotes au sujet de son nom. “Ah, ne me parle surtout pas des Allemands. Je me suis caché quatre ans pendant la guerre. Ils ont tué sept de mes frères, on était douze.” Il dit encore, avec un regard de chenapan “Les Ardennais sont des ‘tièstus’, mais il faut aussi dire qu’il ne faut pas leur marcher sur les pieds parce qu’ils ont bon cœur.”

Je quitte les bois pour me rendre dans la pleine. Les bruits de la nature font place à ceux des véhicules. Je pense à la buse. Je me rends compte qu’il y a quelque jours que j’en ai vu une. Elle me manque un peu. Au même moment j’en vois un couple et je les entends crier. Je sourie. Elle ne sont pas parties. Le soir tombe déjà beaucoup plus vite que la semaine dernière. Vingt heures. Une femme m’emmène chez sa sœur malade, car je ne peux loger chez elle à cause de son mari. Je marche vingt minutes en sa compagnie. Je suis fatiguée. La femme m’assomme avec des questions: “Pourquoi vous faîtes le chemin, vous êtes catholique? Parce que vous allez d’église en église.” Je la regarde et lui demande: “Pourquoi je dois l’être pour faire cela!” “Bhein vous les catholiques vous êtes quand même toujours à la recherche? J’essaye de comprendre.”  J’essaie de lui expliquer: “Madame toutes vos questions servent à quoi? Est-ce de la recherche! Moi j’essaye de vivre dans l’instant présent et les réponses me viennent d’elles même, à l’improviste.” “C’est quoi l’instant présent? Nous les témoins de Jéhovah on laisse tout le monde entrer.” “Oh madame je vais vous prendre au mot!”,  lui dis-je en souriant. Arrivée chez sa sœur je vois très vite qui n’a rien à dire. La sœur ne me regarde pas, n’ose pas parler librement, parle à voix basse. Je remarque ce qui se passe et interrompt le comportement intrusif de la femme qui m’a menée jusqu’ici en continuant la conversation. “Mia, je comprends si cela ne te convient pas. Ne t’inquiète pas.” En lui disant cela je vois que soudainement elle ose me regarder et me dire, “Je n’aime pas, c’est mon privé.” Elle me regarde et me sourit. “Je te comprends et te suis, avec respect.” J’ai déjà vu beaucoup de comportements autoritaires mais je dois dire que celui-ci m’échappe complètement. Soudainement la femme, qui m’a menée jusqu’ici disparait en fumée. Et je me retrouve dans le noir en plein milieu d’un quartier social. Heureusement je trouve rapidement un abri sûr et chaleureux.

GPX Bestand Verviers -Soumagne

Café du Centre

Zeven uur, ik ontwaak in het huis van Paula, 82 jaar. Een uur later ontwaakt mijn gastvrouw. Ze is momenteel hulpbehoevend na een val. Een gebroken pols. Ik maak het ontbijt klaar en bak een omelet. Ik help haar bij het smeren van haar boterhammen. De vaat. Haar dochter Bernadette komt haar oppikken om naar het ziekenhuis te gaan. Ze lucht haar hart bij me omdat ze haar mama niet naar een rusthuis kan brengen. We praten wat met elkaar. Wanneer ik het huis verlaat, zie ik twee lachende dames.

Nog wat grijze wolken aan de lucht. Een uitdaging, een weiland van één kilometer oversteken tussen koeien. Na de stier van de vorige keer… Pfff, ik overtuig mezelf dat de angst tussen mijn oren zit, wat ook zo is. Het lukt me. Ontlading. Zweetdruppels voel ik langs mijn rug afdalen. In Clermont-sur-Berwinne, de voorlaatste Sint-Jacobs de Meerderekerk in Wallonië (eentje in de buurt van Charleroi is me ontsnapt). Een aangename verrassing wanneer ik het dorp binnenstap. Het dorp is uitgeroepen tot één van de mooiste in Wallonië, en terecht. Een aangename ontmoeting met la sacristine die de deur van de kerk voor me opent. Tegen de muur van het gebouw grafzerken uit 1600.

In Thimister. Het terras van ‘Café du Centre’, chez madame Renée en haar zoon Manu. Wat een vreugde en vriendelijkheid is hier voelbaar. Een bejaarde man komt aangewandeld. Zijn naam Viktor Hugo, jaja, je leest het goed. Tweeënnegentig jaar. Hij vertelt een paar anekdotes rond zijn naam. “Ah, ne me parle surtout pas des Allemands. Je me suis caché quatre ans pendant la guerre. Ils ont tué sept de mes frères, on était douze.” Hij weet nog te vertellen: “Les Ardennais sont des ‘tièstus’ (koppig), mais il faut aussi dire qu’il faut pas leur marcher sur les pieds parce qu’ils ont bon cœur”, zegt hij met deugnietenogen.

Ik begin de bossen achter me te laten, open velden verschijnen. De natuurgeluiden maken plaats voor motorvoertuigen. Ik denk aan de buizerd. Ik besef dat het al een paar dagen geleden is dat ik er één zag. Ik mis ze wel een beetje. Net op dat moment zie ik een koppel en hoor ik ze roepen. Mijn mondhoeken trekken omhoog. Weg zijn ze niet! De avond valt al veel sneller dan een week geleden. Twintig uur. Een vrouw neemt me mee naar haar zieke zus, omdat ik bij haar niet kan overnachten omwille van haar man. Twintig minuten wandel ik verder met haar. Ik ben moe. De vrouw vuurt vragen op me af: “Pourquoi vous faîtes le chemin, vous êtes catholique? Parce que vous allez d’église en église.” Ik kijk haar aan: “Pourquoi je dois l’être pour faire cela!” “Bhein vous les catholiques vous êtes quand même toujours à la recherche? J’essaye de comprendre.” “Madame toutes vos questions servent à quoi? Est-ce de la recherche! Moi j’essaye de vivre dans l’instant présent et les réponses me viennent d’elles même, à l’improviste”, probeer ik me te verduidelijken. “C’est quoi l’instant présent? Nous les témoins de Jéhovah on laisse tout le monde entrer.” “Oh madame je vais vous prendre au mot!”, al glimlachend. Bij haar zus wordt me al snel duidelijk wie het onderspit moet delven. De zus neemt geen oogcontact, durft niet vrijuit spreken, praat met een heel stille stem. Ik neem het gesprek waar. Om een halt toe te roepen aan het opdringerig gedrag van de vrouw die me tot hier bracht, neem ik het over. “Mia, je comprends si cela ne te conviens pas. Ne t’inquiète pas.”  Door dit aan haar te melden zie ik een vrouw die me plots durft aan te kijken en tegen me zegt: “Je n’aime pas, c’est mon privé.” Ze kijkt me aan en lacht. “Je te comprends et te suis, avec respect.” Ik heb veel autoritair gedrag gezien, maar deze vorm overstijgt alles. Plots is de vrouw die me naar hier bracht met de noorderzon verdwenen. Daar sta ik in het donker middenin een sociale wijk. Gelukkig vind ik al heel snel een warm en veilig onderdak.