Taratata nougabollen

Châtillon

Na bijna duizend kilometer zie ik voor de eerste keer een eekhoorn. Zo voel ik me in Italië, speels als de eekhoorn.
De geur, de gebouwen in de dorpen doen me wat denken aan deze van in Marokko in het hoge Atlas gebergte. Kippen, konijnen, koeien, geiten… ook zij krijgen hier hun plaats.
Net op het moment dat ik deze gedachte heb, zit op een hoek van de weide een jonge vrouw te telefoneren… in het Arabisch. “Salamaleikoum”,zeg ik wanneer ik voorbij wandel.

Grijze wolken komen zichtbaar. De wind komt op. Wagens komen de berg afgereden met lichten aan. Zou het…!Een paar regen druppels komen amper mijn huid verfrissen.
Een ontspannen lichaam. Ik voel me letterlijk en figuurlijk wegsmelten… weg ballast… Mijn ceintuur mag wat meer aangespannen worden. Mijn broek is te wijd geworden en draait rond mijn benen. Een eerste te grote t-shirt werd al achtergelaten.

Een man komt uit zijn huis gewandeld terwijl ik staat te praten met een poes.
Grijze dikke halflange haren, een wat rond gezicht. Een bril op een ronde neus. Een bleek hemd die half in zijn broek zit… Hij doet me denken aan Gepetto van Pinokkio.

Terwijl mijn gedachten verheugd waren en het idee hadden om af te dalen, wat logisch zou zijn wanneer je de bergen verlaat… Awel… Taratata… Nougabollen…hallococo… Minvoetn… Mamamia. .. Hup… Naar boven….
Ik heb het idee dat ik genoeg stenen gezien heb voor de rest van mijn leven..
Waarschijnlijk ben ik ooit in een vorig leven een berggeit geweest,… Ik zou het nog kunnen geloven…
Lève de Aosta vallei.

Een laatste afdaling voor vandaag richting verres is behoorlijk pittig. Mijn knieën hebben het wat te verduren. Een wat zekerder stap lost de wat de wrijvingen van de knieschijf… Aangekomen beneden… Yes, gelukt.
Hmm… En nog een klim naar de kerk. Aankloppen… “Buonasera fratello. Avete un altro letto libero per un pellegrino”,de sleutel… een huis… een keuken… Een nestje langs de weg.

Voor Ann

Verres

Châtillon

Hoog op een heuvel. Links rechts, voor mij bergen met zijn sneeuwtoppen. Achter mij een kerk. Ik neem tijd en ruimte om geluiden van wat ondermij aan het gebeuren is in me te opnemen. Kinderen op de speelplaats. Oudere traditionele huizen, recente beton gebouwen, kleine industrie gebouwen. Een supermarkt. En daar tussenin een boer wandelend door de stad met zijn koeien op weg naar of komend van zijn weide. Vroeger moesten ze waarschijnlijk gewoon de stal uitgelaten worden. Veertig bergtoppen, zijn hier zichtbaar de hoogste telt 3600 meter.
Ik sluit mijn ogen. De wind blaast in mijn haren. De zon straalt door een wolkenlaag. Vogelgezang mengt zich door elkaar. De geur van de acacia, de vlier.

Kamperfoelie , eglantier en chèvrefeuille geuren de boswegen. De klaprozen zijn talrijk aanwezig, zelfs tussen de druivenranken. Er wordt hier heel weinig tot niet gesproeid tegen het onkruid. Wat fijn om in een pure, natuurlijke omgeving te wandelen.
Wat voel ik me hier goed in Italië. De vele kleine dorpen zijn aangenaam.
De openheid van het landschap. De bergen en bergtoppen met sneeuw zijn voortdurend te zien.
Rond vier uur beslis ik nog om nog 10 km te stappen. Voor Châtillon twee mannen, een wagen, een hond en koeien op de weg.
De man maakt teken dat ik kan gaan. Ter hoogte vanwaar hij staat vraagt hij me een tal van vragen. “Vous allez ou, avec qui, comment… Moi j’habite aux château. J’ai un B&B”, verteld hij in een gebroken Frans terwijl hij naar de torens wijst.
Aangekomen in Châtillon… zie ik staan… Musée de Art… Het kasteel, de tweede is een ruïne… Jaja, ik had zo een vermoeden dat het niet pluis zat.
’s Avonds kom ik aan in het convent van de kapucijnen, twee pelgrims zijn aanwezig, een moeder met haar dochter. Een meisje van ongeveer 5 jaar. Samen doen ze de Via Francigena.