Peerdbos

Domein de Inslag

Domein de Inslag – Brasschaat

Tien uur in de morgen. Recht voor mij elf mannen aan een toog. Voor elk van hen twee glazen, één gevuld en één om straks te vullen. Mijn dagboek. Een man komt bij me aan tafel zitten. Mijn rugzak en schelp trokken zijn aandacht. Een verhaal over Compostela volgt. Hij is pas terug. Heel snel heb ik door dat er iets niet klopt aan zijn verhaal. Op zijn manier heeft hij de camino gedaan. Ik geef hem een briefje met een telefoonnummer en hoop van harte dat hij de juiste weg mag vinden.

Een brug over de autosnelweg. Het regent. Ik kijk rondom mij, geen mens, geen huis. Ik voel me veilig. Ik neem een diepe ademteug. De borstriem van mijn rugzak zit in de weg. “Jaaaa jaaaa jaaaa”, roep ik uit volle borst op de brug. Slijmen komen los, kokhalzen, spuwen. Ik roep nogmaals, tot ik hoor dat mijn stem vrijuit kan komen. Ik voel blijheid en verlossing. Een glimlach volgt. Met een rechte rug en een open borst wandel ik verder het Peerdsbos in. Bevrijding! Via een brede weg sla ik rechtsaf tussen een haag en een omheining. De dikke haag en de takken verplichten me voorover gebogen het pad te nemen en me zo smal mogelijk te maken. Eruit heb ik het gevoel dat ik door een ellenlang labyrint ben gewandeld en een nieuwe wereld ben ingestapt. Een totale rust. Geen geluid van gemotoriseerde voertuigen. Frisheid van de morgen. De ochtendregen bracht zuurstof in de lucht. De natuur lost zijn zalige geuren. Ekster, kraai en veel andere vogels vliegen in het rond. Af en toe is er een schuilhuis te zien. Ik besef plots dat de gebeurtenis van in Lier mij eindelijk duidelijkheid komt brengen. De woorden krijgen eindelijk plaats in mijn gevoel. Door het herhalen in woorden van wat voor mij niet aangenaam voelde, plaatste ik me onbewust in het slachtofferschap. Terwijl ik dacht dat het delen mij kon helpen. Eureka! Wat ben ik het gebeuren dankbaar, wat ben ik mijn hersenkronkels dankbaar, en vooral wat ben ik blij mijn gevoel te mogen beleven en toe te laten. Leven!

Van het Peerdsbos naar het park van Brasschaat. Aan mijn rechterzijde in de verte een paviljoen. Een buizerd komt uit de bomen gevlogen over het grasplein. Blijheid komt over mij stromen. In de verte een man, voorovergebogen, een wandelstok, een brilletje, een huppelende stap. Het geluid van een kinderstem op de achtergrond. De bewoonde wereld. Ah, ja, just! Het weerbericht: na regen komt zonneschijn!

GPX bestand Deurne naar/à Kapellen

Peerdsbos

Dix heures du matin. Devant moi onze hommes au comptoir. Devant chacun d’eux deux verres, un rempli et l’autre à remplir tout à l’heure. Mon journal. Un homme vient s’asseoir à ma table. Mon sac à dos et ma coquille Saint-Jacques avaient attiré son attention. Une histoire sur Compostelle s’en suit. Il venait de renter. Très vite je compris qu’il y a quelque chose qui cloche dans son histoire. À sa manière il avait parcouru le camino. Je lui tends un papier avec un numéro de téléphone en espérant de tout cœur qu’il trouvera le bon chemin.

Un pont au-dessus de l’autoroute. Il pleut. Je regarde autour de moi, pas de gens et pas de maison. Je me sens en sécurité. Je respire profondément. Le ceinture de mon sac à dos m’encombre. Jaaaa jaaaaa”, cris-je de plein cœur étant sur le pont. Des mucosités se détachent, des haut-le cœur, je crache. Je crie encore jusqu’au moment où j’entends que ma voix est libre. Je ressens de la joie et une libération. Un sourire s’en suit. Le dos droit et le thorax ouvert je continue ma promenade dans le bois de ‘Peerdsbos’. Libération! Par un large chemin je tourne à droite entre une haie et une clôture. L’épaisseur de la haie m’oblige à me courber pour continuer ma route et à me faire aussi étroite que possible. Une fois sortie, j’ai l’impression d’avoir parcouru un labyrinthe immense et d’être entrée dans un nouveau monde. Un calme complet. Pas de bruits de véhicules motorisés. La fraicheur matinale. La pluie de ce matin à mis de l’oxygène dans l’air. La nature parfume l’air. Pies, corbeaux et beaucoup d’autres oiseaux volent aux alentours. De temps à autre je remarque un abri. Je m’aperçois soudainement que l’ événement du jour précédant m’apporte de la clarté. Les mots rejoignent finalement mon sentiment. En mettant des mots sur ce qui, était pour moi une expérience très désagréable, je me plaçais dans le rôle de victime. Alors que je pensais que le partage m’aidait. Eureka! Que je suis reconnaissante de ce qui m’est arrivé, pour mes gribouillis de cerveau et surtout que je suis contente de pouvoir vivre ce que je ressens et de l’accepter. Vivre !

Du bois de ‘Peerdsbos’ au parc de Brasschaat. Au loin sur ma droite un pavillon. Une buse s’envole d’un arbre et traverse le gazon. De la joie m’envahie. Au loin un homme, courbé, une canne, des lunettes, il marche en sautillant. Une voie d’enfant en arrière-plan. La civilisation. Ah, oui, juste! Le bulletin du temps: après la pluie vient le beau temps!

 

Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.