Giuliamo

Tora

Eindelijk heeft de aarde zijn portie water ontvangen en net voldoende zodat de aarde aan de oppervlakte nog vochtig mag zijn. Echter in de buurt van Parma waar ik oorspronkelijk heen zou gaan zie ik op het nieuws dat het daar minder positief was.

Een wat frissere temperatuur, een goede nachtrust en ik voel me totaal anders. Amai, wat een verschil, ik laat mijn longen goed vullen…. Zuurstof.
Ik wandel in het regionaal staatspark del Faro langs de rivier genaamd naar dezelfde naam.
Eindelijk mag ik terug wandelen in de natuur en er niet naast. Hoor ik wilde dieren, vele verschillende vogels, meer vlinders. Mogen mijn voeten wat zachtere ondergrond voelen. Door waterstromen wandelen.
Wat een immens verschil wandelen naast de natuur of wandelen in de natuur. De vrolijke noten van de vogels, de geuren, de kleuren, het contact, de energie… het kan een dagelijks natuurlijk medicijn zijn die aan ons voeten ligt als we het niet verpesten.
Als ik voel hoe verschillend het is van temperatuur om eventjes onder een boom te mogen wandelen… die is enorm.

Fornovo di Tora

In Fornovo di Tora kijk ik of er een sportwinkel is met kwaliteitsvolle wandelschoenen. Geen. Ik keer terug naar de Via Francigena. Een stijgende straat geplaveid met kleine ronde stenen. Een etalage met leder en kleurrijke sandalen trekt mijn aandacht… Leder… een van mijn zwakten. Een traditionele schoenmaker, iemand die zijn vakmanschap nog ter harte weet te nemen. Ik stap binnen en vraag of er een mogelijkheid is om nieuwe hielen te plaatsen. Yes. Ik heb geluk. Ipv nieuwe schoenen, is reparatie mogelijk. Het wordt een halve dag rust. Mijn benen zullen daar niet ontevreden mee zijn.
Rond 18 uur ga ik terug mijn schoenen ophalen. Een fijn contact. De man, Giuliamo, spreekt met zoveel passie over zijn werk dat het een plezier is om naar hem te luisteren. Hij laat me de verschillende leersoorten zien en zijn prachtige, kwaliteitsvolle en vooral comfortabele schoenen zien. Ook centuren. Ik moet mij inhouden… zoniet kom ik met een paar schoenen naar buiten. “Il conti per favori”, vraag ik hem. Hij verbeterd me, “il conto”. “D(o)uze”. We hebben plezier met de uitspraak en ik probeer hem de ou klank te laten uitspreken door het verschil te laten horen tussen dur en doux…” Een moment die ik niet zal vergeten.

’s Avonds mag ik de avond doorbrengen met drie nieuwe pelgrims.

Abdij

ls ik nu rechte lijn in mijn kijkrichting zou plaatsen dan ben ik in Genua. Ik zie het al voor me, de zee, wel daar verlang ik nu eens naar, mijn lichaam laten drijven, laten dragen. Maar eerst naar links dieper het land in en de komende heuvels trotseren die het binnenland en zee scheiden.

De pelgrims zijn de deur uit. Ik geniet van de stilte in het huis en van het rustig ontwaken. Ook het rustig ontwaken binnenin mezelf. Om dan vanuit deze stilte te starten… De wereld zou er nog eens anders uitzien als we dit allen zouden doen. Vanuit stilte in aktie schieten.

In de Abdij van Chiaravalle della Colombia, cisterciënzer klooster geniet ik van de grote eenvoudige abdijkerk, binnentuin, kloostergang. Vier kapellen vooraan één voor Petrus en Paulus, Benedictus, Stephanus en Maria Magdalena. In het midden werd een lang tapijt met bloemen gecreëerd, typisch voor de regio Emilia-Romagna.
Een fresco van Maria die de borst geeft in een abdij en dan zijn er landen die moeilijk doen over vrouwen die de borst geven op straat. Een pater gekleed in zijn gewaad bekijkt de rozen en speelt met zijn hond in de binnentuin. Overal waar ik kijk vind ik ergens wel een klein hoekje waar ooit wel een volledige fresco te zien was. Als iemand mij zou zeggen je mag hier verblijven, zou ik geen neen zeggen.

Ik verlaat de abdij. Een vrouw en man op de fiets stoppen voor een babbel. De vrouw nodigt me uit om bij haar te gaan logeren. Ik bedank vriendelijk, helaas ligt haar huis een totaal andere kant op.
De weg… oneindig. De zon schijnt fel. Zodra ik even stilsta komt het zweet op mijn huid. Geen plaats om ergens af te koelen in de schaduw.

Langzaam, voet voor voet de trappen op, afduwend op mijn wandelstokken kom ik aan in het centrum van Fidenza. Een frisse muntwater op een terras voor ik opzoek ga naar een overnachtingsplaats.
Rechts van mij vermoedelijk moeder en dochter, dezelfde neus en mond. Ik schat 75 en 50 jaar. Fijn uitgedost. Juwelen, gelakte vingernagels, een moderne haar coupe. Voor mij een blinde man, op zijn linker zijde een vrouw van kleingestalte een blinde stok in haar handen. Op mijn rechterkant spelende kinderen, vrouwen die elkander ontmoeten, een man leest op een bank, een andere man staat te telefoneren aan een venster van een Gotisch gebouw… In het midden een obelisk, aan de voet spelende kinderen. Een zuster stapt er naartoe en groet hen. Een vogel zingt in een boom. Plaatsen waar mensen samenkomen, geen rennende mensen zichtbaar zijn, waar mensen ontspannen, vrolijke gezichten hebben. Waar geen enkel gemotoriseerd voertuig te horen of te zien is.
Hoe dieper ik Italië in wandel, hoe meer ik denk verliefd te worden op dit land.