Schets

Een schetsboekje…. een pen… Blanco…
Mijn hand beweegt… ik begin te schetsen. Mijn ervaringen van laatsleden tijdens een meditatie, mijn ervaringen tijdens mijn tocht.

Het idee is deze later in kleur en groter te tekenen.
Ik kijk naar mijn papier. Mijn denken… ruim en vrij. Een subtiele energie komt vrij wanneer ik mijn laatste schets op papier zet…. De energie vult mijn armen, mijn handen. Mijn lijf, alsof het niet tastbaar is. Mijn pen beweegt aan een snelheid over het papier. Rechts…. Links… Zinderend…warmte….intenser… Zachter…
Ik kan alleen maar kijken naar mijn blad en kijken wat mijn hand aan het verwezenlijken is…alsof iets mijn lijf heeft overgenomen en ik gestuurd word door iets. Alles vloeit en gaat in een vanzelfsprekendheid. Ik laat gebeuren, ik kan het trouwens toch niet tegenhouden.

Naast mij komt een koppel zitten. Mijn koffie wordt op tafel gezet. Ik kijk het scherm aan waar de uren van de trein op staan.

Ik kijk terug naar het papier… Ik voel me in het verhaal… daar toen, hoog in de Appenijen. Toen ik de beslissing nam niet meer de kroon van anderen te dragen.

Jasmine, Yasmin

Vallei l’Alzou

Rocamadour

Drie nachten in Rocamadour. Klaar om te vertrekken. Met een gevoel van evenwicht,  openheid, rust verlaat ik de stad. De weg gaat naar boven. Ik draai me regelmatig om en kijk naar de rots en de vallei de l’Alzou. Het blijft aantrekken, toch voelt het goed en juist om te vertrekken. Heel blij dat ik deze plaats heb mogen ervaren. Een plaats die heel veel teweeg heeft gebracht. Intense ervaringen die me heel diep hebben geraakt.

In l’Hospitalet hou ik een korte halte voor een koffie en boodschap. Eventjes twijfel ik terug, mijn denken. Mijn gevoel. Mijn hart weet dat mijn weg verder zetten, de juiste is.

Al fluitend wandel ik doorheen het dorp. Mijn gedachten gaan naar de vrouwen in mijn familie… mijn metekind, moeder, halfzus…mijn eigen vrouw zijn… Ik voel verbondenheid. Een gevoel die ik zelden heb gehad in mijn jeugd. Of eerder ik had wel het gevoel, maar het kon niet zijn.

Vreugdevol stap ik doorheen het prachtig landschap. De zon straalt, ik voel mezelf stralen.

Montvalet

Vlinders. De Icarus vlinder. Vogels. Buizerd en nog een koppel roofvogels die ik niet herken, veel groter en donker. De wind laat alles golvend bewegen. Wat hou ik van die beweging.
Dankjewel Rocamadour voor wie, wat je bent…
Dankjewel Jasmine voor wie je bent… ja waarom niet… mezelf danken, is mezelf ook zien, mezelf herkennen. Mogen zijn wie ik ben Jasmine, Yasmin 

Energie

‘Je vous offre un café!’ Ik kijk op. Een vrouw in een lang kleed met bloemetjes, een nachthemd, daarop een mouwloze vest. In de rechterhand een grote emmer met een deksel erop. ‘Ahh, volontier madame. Je refuse pas’, nog aan het ontwaken na een zalige nacht onder de blote hemel. ‘Cela va vous réchauffer’. Een paar minuten later staat een verse koffie in een beker en een stukje keek naar me te lonken.

Door de vochtigheid is mijn slaapzak nat aan de buitenkant. Gelukkig niet binnenin, wat niet ten goede zou gekomen zijn voor mijn nachtrust. In de ochtendzon hang ik hem te drogen. Terwijl ik bij de buren aan tafel een ontbijt neem.

Een lange weg in de blakende zon neemt me mee langs ‘Le Loire’.
Aan de oevers vissershuisjes, die me doen denken aan de vele series en tekenfilms van Tom Sawyer die ik zag als kind op tv. Ik kon toen altijd wegdromen na zo een serie.

Een energie komt hevig door mijn lichaam. Ik probeer er zo zuiver mogelijk naar te kijken zonder er me teveel mentaal aan vast te grijpen. Niet evident. De sensaties reizen heen en weer over mijn lichaam. Een sensatie die me niet onbekend is. Ik laat het gebeuren. Vreugde en angst vergezellen elkaar. Mijn ogen komen vochtig te staan. Mijn adem helpt me de energie te kanaliseren. Borstkas en buik nemen ruimte in.    Ter hoogte van mijn keel vind de energie geen doorgang. Het is wat het is en probeer er niet teveel aandacht aan te schenken. Het is duidelijk dat mijn lijf er niet klaar voor is. Ik vertrouw erop dat de weg me verder duidelijkheid zal brengen. Hoewel ik diep in mij ergens wel al bewust ben waar het mij zou kunnen brengen, wacht ok geduldig af.

Op weg hou ik halte in een kleurrijke bibliotheek. Een jonge dame ontvangt me rijkelijk. Haar blonde haren worden extra geaccentueerd door het licht die er doorheen schijnt. Net engelen haren. Haar kleurrijke kledij maakt het plaatje af. 

Vendome

Vendome en haar vele eilandjes

Op de markt van Vendome spreek ik mensen aan voor een overnachtingen. Al heel snel komt hulp. La hospitalité du chemin is aanwezig. Nog tot ’s avonds laat zit ik te praten met Michel terwijl mijn kledij in de wastrommel zit. Eens uit de trommel zie ik mijn wollen t-shirt die grote gaten vertoond. Hmm, de 40 jaar oude machine had geen rekening gehouden met mijn een bh. Voor ik het besef is het middernacht en sluiten we de avond af met het ophangen van mijn was. 

Ik en mezelf

L1006785-bewerkt-2

Gent 18 februari 2016 – Een gesprek. De andere en ik, ik en de ander.
We staan recht tegenover elkaar.
Het onderwerp. Iets vertellen vanuit het ik-gericht zijn, de andere willen helpen versus iets meedelen vanuit je ‘zijn’ zonder verwachtingen.

Een vraag. Een aanraking. Oogcontact. Mijn lichaam.
We blijven elkander aankijken.
Een intens contact.

Ik voel mijn mondhoeken in een opwaartse beweging gaan.
Het antwoord komt niet. Niet dat ik het niet ken, integendeel. Woorden verdwijnen. Er beweegt iets door mijn lichaam. Alsof er iets mij naar boven trekt en terzelfder tijd iets naar beneden, naar de aarde. Intens.
Vibrerend.
Mijn woorden komen er niet meer uit. Geen uitleg. Ik heb het idee dat woorden uitéénvallen. Letters.
“Ah, wat is dat! Voel je dat!”, krijg ik eruit met een krachtige stem. Ik begin te lachen, van een niet wetend hoe mij gedragen.
Ik word bewust dat mijn woorden overbodig zijn. Woorden, mijn gevoel.
“Stop, laten we lossen. Voel!”, hoor ik mezelf zeggen.
We krijgen het antwoord in een andere vorm. Ik voel een stekende pijn in het hart. Mijn hand. Mijn borstkas. Vreugde. Kracht.
Voor de eerste keer voel ik mijn lichaam in een totale verbondenheid, in continuïteit . Iets is veranderd. Ik voel geen angst.
Zelfs de pijn in de hartstreek baart me geen zorgen. Vertrouwen.
Het is me niet vreemd. Herkenning in me diepste. Ik en de ander, de ander en ik.
Mezelf met mezelf met de ander.

Frisse lucht. Mijn lichaam vraagt beweging. Trams, bussen. Ik huppel. Ik hou me in. Mensen kijken me aan, of denk ik dat ze me aankijken. Foert. Ik huppel verder. Water. Een plaswater. Het verlangen van een klein kind komt naar boven. Al huppelend, springend verplaats ik me over het plein. Ik spring de hoge treden naar beneden. Aarde. Ik leg mijn handen op de aarde.

Ik ga even terug op mijn stappen. De avond afronden.
Nog even een liedje  ‘Uniao’. Ik verdwijn.
Op het perron wacht ik op de tram. Vanuit mijn bekken voel ik mijn lichaam in beweging komen. Ik wiebel. Ik dans. Subtiel. Ik laat zijn wat er gebeurd is. en probeer het niet te begrijpen, te verwoorden.

Het is al laat. Mijn bed. Het ene been komt naast het ander te liggen. Ze zoeken plaats onder de frisse lakens. Met mijn twee handen neem ik het laken vast. Mijn dons. Mijn huid. Ik laat me dragen ik word gedragen.