En route…

In de verte draait een bus de brusselsesteenweg op….een reisbus.
Samen met Jeannette (91 jarige vriendin) gaan we er even op uit naar Lourdes. Regelmatig sprak ze me over een reis naar Lourdes samen met haar dochter, die op vroege leeftijd is overleden. Ik hoorde hoe belangrijk dit voor haar was.
Spontaan stelde ik haar voor om nog eens te gaan. Een pelgrimstocht op een andere manier.

Op de leeftijd van Jeannette is dit geen evidentie om zo een reis te ondernemen. Talrijke obstakels – voor mij kleine, voor Jeannette grote – komen ons tegemoet.
De verminderde kracht in haar knieën en lichaam de te hoge treden van de bus zorgen ervoor dat het ‘klimmen’ moeizaam gaat.
21 en 22, onze zitplaatsen. Ik sta verstelt te kijken naar de evolutie van het interieur in de bus. Geen groot verschil met het interieur in een vliegtuig. Toch wel… mijn zetel schuift naar rechts. .. ruimte. Een groot, afgerond, futuristisch ogend raam. Een blijvend oneindig zicht op de snelweg en natuur. De bomen schitteren in hun lentefris jasje. De lucht kleurt donkergrijs. Dunne witte wolken zweven over het landschap en kleuren soms zilvergrijs dankzij de zon.

Ik sluit even mijn dagboek… mijn ogenleden krijgen het moeilijk… slaaptekort.

Parijs… Mastodonten van betonblokken. Het weinig groen vergaat in het niets. Mijn maag begint te protesteren, mijn lichaam voelt zich misselijk bij dit zien. Ik sluit mijn ogen en focus me op een punt op mijn lichaam, mijn bovenlip. Ik voel mijn ademhaling en in een flits haal ik mijn denken uit het beeld die ik net zag. Mijn geest, mijn ziel, mijn voertuig het lichaam, mijn dierbaar Zijn, mijn heilige ruimte.
De laatste weken, dagen voel ik mijn lijf terug vrij worden. De levensenergie is terug voelbaar aanwezig en waar ze langs stroomt zijn het net zaadjes die openspringen na een tijd van productie in stilte en geslotenheid. Het ene zaadje knalt het andere open…een continuïteit van vreugde en verlangen is aanwezig.

We razen het Franse land dieper in richting de Pyreneeën. Ik geniet van de wijdsheid van dit land en telkens wanneer ik er ben voel ik mijn roots diep in mijn aderen vloeien.

Een kauw

Een wei. Een kooi. Een omheining. In de kooi iets zwart, een vogel. Ik kan niet echt uitmaken welk soort. Wat het ook moge zijn, het dier zit gevangen. Hammer genoeg is de omheining dicht en kan ik ze niet openen. Ik stap verder. Aha, een opening. Mijn nieuwsgierigheid is groot. Ik kijk recht links, ik stap naar de kooi. Een kauw in het midden vak met twee voederbakjes. Vriend, wat je hier ook doet dit is voor mij niet ok. Ik open het deurtje zodat hij kan ontsnappen. Komaan… hop hop… Yes, eruit. Een levenswezen dient niet in een kooi te zitten en zeker niet als deze als lokmiddel moet gaan dienen. Vogelvrij, ikke blij. Later lees ik en dit na een vraag te hebben gesteld op de FBpagina van het Velt dat de kooi dient om andere vogels te vangen. Dikke pech.

Een fikse noorderwind is van de partij. Tussen de parcelen grond volg ik een aarden weg die me van het ene kleine dorp naar het andere brengt. Rondom rond wijdse zichten. De wegen zijn modderig… Het is ploeteren. De wandelstokken doen goed hun dienst. Ze zijn best handig om de diepte te meten van de plassen en voor mijn evenwicht. Na twee uur voel ik de moeheid in mijn benen. Het is vraagt veel concentratie een aandacht. Aan de andere kant geniet ik er enorm van. De geschenken komen één voor één naar me toe. Van jonge herten naar een wat volwassener. Zijn gewei was duidelijk zichtbaar. En hoewel de boswachter tussen ons beiden wandelde zonder aandacht voor het tafereel, voelde ik een enorme blijheid en verbondenheid. De buizerds vliegen in het rond. De jonge herten verplaatsen zich in groepen van 2 tot 5. Ondertussen gaat het ploeteren verder. De geuren van de natuur is overweldigend. Ik open mijn armen en breng deze in een grote bocht naar voor en terug naar mijn borstkas. Met een zacht en wijds gebaar doe ik dit een paar keer. Telkens haal ik diep adem en breng het maximum van de geur van de natuur naar me toe en dompel ik me onder. Een waar festijn. Wat ik mag ontvangen van de natuur is niet in woorden uit te drukken.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in een dorpje. De kerk. Gras. Ik plof me neer. Een man begint het gras om te maaien. Pff, ik ben zo moe dat ik deze hoor verdwijnen op de achtergrond. Een korte diepe slaap.

Terug fit op pad en met moed om nog wat kilometers te wandelen. Het aankloppen ”s avonds bij mensen gaat heel vlot. Aan de eerste bel heb ik vaak al geluk wanneer ik me laat leiden en vertrouw op mijn gevoel. Net zoals nu. Een gezin met 3 kinderen en rond kerst een vierde. Ik ga met Julie mee op boodschappen. Een supermarkt, het voelt vreemd. Zoveel keuze dat ik er verloren in loop. Ik neem een taart mee en betaal de helft van wat op de band ligt. En voor de kleine en grote kinderen… Een kindereitje voor als extratje. Ik ben verzot op die verrassingen. Mijn klein meisje (knipoog)

Le Flamisch

Langzaam ontwaakt het huis ten huize Paul, Magalie en Alexan. Ondertussen hou ik mijn dagboek bij en vul ik mijn rugzak. Terwijl Paul en ik aan de ontbijt tafel zitten praten, geniet ik van de warme en prachtige stem van Magalie in de badkamer. Op een zondagsritme vertrek ik laat in de voormiddag samen met Magali en een buurvrouw. Samen op stap. Een kilometer verder scheiden onze wegen. Une embrassade. Een warme ontmoeting.

Een paar kilometers verder heb ik het geluk een groentewinkel en bakker te hebben, nog voor ik het bos van Mormal in stap. De rugzak gaat al snel een kilo meer wegen.

Madelief, witte en paarse dovebrandnetel, Muscatine staan zij aan zij langs de wegen. Vlinders fladderen heen en weer. Citroentje, Atalanta, dagpauwoog…

Een rust heerst over het bos van Mormal. De everzwijnen hebben hier deze nacht fiks wat graszoden omgedraaid. Een jong hert kan ik even spotten. In sta een lange tijd stil en luister naar de vogels rondom me heen. Het getimmer van de specht op de voorgrond. Het geluid van een vliegtuig hoog in de lucht, het deert me niet.
Mijn lichaam doet het goed. Af en toe wat kleine ongemakjes die mijn aandacht in een fractie van een seconde opeisen en waar ik heel snel hun aandacht parkeer.

Le ‘roi du bois’ . Quercus Robur. Een eik.

Mado in de krant

In het midden het bos, een dorp. Loquignol. Een café. Op de muur buiten staat ‘le Flamisch’. Ik dacht bij mezelf een woordspeling voor de Vlaming. Hmm, ik had het duidelijk verkeerd. Dit is het plaatselijk woord dat ze geven aan de kaas ‘le Maroilles’. Een fijne babbel met Mado. De eigenares van het café. Bij het vertrekken vergezeld de vrouw me tot op de stoep. Met haar armen gekruist wenst de vrouw me een goede reis. Ze steekt haar arm op als een mama die uitzwaait op een morgen dat je naar school gaat. Een klein gebaar, zo deugddoend op de weg.

Terug het bos in. Ik ontmoet een vrouw Christine en haar hond Lola. Een lieve hond van 4 maand komend uit Spa (dierenasiel). ‘Je vous invite ?’, vraagt de vrouw me. Ik voel even wat het bij me doet. ‘Je vous remercie madame pour le proposition. Je préfère continuer. Le temps est agréable et j’ en profite encore un peut.” Bon courage ! ‘

Rond de vroege vooravond hoor ik de merel zijn gezang. Hij kondigt regen aan. Herkenbaar van lang geleden, toen zij mijn vader altijd ‘ il va pleuvoir’. Laat op de avond regent het.

Kikkerdril

Jasmine, Yasmin

Vallei l’Alzou

Rocamadour

Drie nachten in Rocamadour. Klaar om te vertrekken. Met een gevoel van evenwicht,  openheid, rust verlaat ik de stad. De weg gaat naar boven. Ik draai me regelmatig om en kijk naar de rots en de vallei de l’Alzou. Het blijft aantrekken, toch voelt het goed en juist om te vertrekken. Heel blij dat ik deze plaats heb mogen ervaren. Een plaats die heel veel teweeg heeft gebracht. Intense ervaringen die me heel diep hebben geraakt.

In l’Hospitalet hou ik een korte halte voor een koffie en boodschap. Eventjes twijfel ik terug, mijn denken. Mijn gevoel. Mijn hart weet dat mijn weg verder zetten, de juiste is.

Al fluitend wandel ik doorheen het dorp. Mijn gedachten gaan naar de vrouwen in mijn familie… mijn metekind, moeder, halfzus…mijn eigen vrouw zijn… Ik voel verbondenheid. Een gevoel die ik zelden heb gehad in mijn jeugd. Of eerder ik had wel het gevoel, maar het kon niet zijn.

Vreugdevol stap ik doorheen het prachtig landschap. De zon straalt, ik voel mezelf stralen.

Montvalet

Vlinders. De Icarus vlinder. Vogels. Buizerd en nog een koppel roofvogels die ik niet herken, veel groter en donker. De wind laat alles golvend bewegen. Wat hou ik van die beweging.
Dankjewel Rocamadour voor wie, wat je bent…
Dankjewel Jasmine voor wie je bent… ja waarom niet… mezelf danken, is mezelf ook zien, mezelf herkennen. Mogen zijn wie ik ben Jasmine, Yasmin 

Tranformatie

Van LnrR. Gabriël, Michaël, Raphaël. Brandglas in de kapel Saint-Michel

Deze morgen krijg ik te horen dat de sachristienne op het einde van haar contract is en een plaatsvervanger wordt gezocht. Oh! Daar gaan we weer. Wat overkomt me! Waarom vertelt Gilles me dit, alle, ergens heb ik wel een vermoeden en voel ik het diep van binnen. Het raakt me en brengt het me in de war. Ik voel me wat verdeeld. Een verdeeldheid die ik zou kunnen delen en het zou het ook gemakkelijker maken, alleen is de tijd er nog niet rijp voor. Trouw aan mezelf.

Kapel Saint-Michaël. Onderaan L – Saint-Christophe. Bovenaan rechts. Annuntiatie, engel Gabriël, Marie en Elisabeth

Een bezoek met gids aan de basiliek en haar kapellen. In mijn hand ‘la sportelle’, het embleem van de pelgrims in Rocamadour. In de vorm van een amandel, symbool van het leven. Dankjewel Gilles.

Waar het gebouw nu is tegen de rots, daar was vroeger de rivier L’alzou, nu ligt de rivier ongeveer 80 meter lager, allé, droog.
De religieuze site is gebouwd met zeven kapellen in de vorm van een kroon.

De naam Rocamadour is afkomstig van de naam Roc- Amadour. Roc (rots) en Amadour (Amor, amour) komt van de stoffelijke resten van het lichaam van een Hermiet die men heeft terug gevonden in de rots, zijn naam was Amadour.

Kapel Notre-Dame de Rocamadour. Met een deel van een schilderij uit de 15° ‘Nous avons etait ce que vous êtes, vous allez venir ce que nous sommes’.

Kapel Notre-Dame de Rocamadour. Met de vissersklok.

Kapel Saint-Michel. Engel Seraphine, is de verbinding tussen hemel en aarde. Kenbaar aan haar vier vleugels, om haar te beschermen tegen het hemelslicht. Passeur d’ame.

De site is zo opgebouwd:

– kapel Saint-Jean, die staat voor de geboorte
– kapel Saint-Blaise, die staat voor liefde en vergiffenis. barmhartigheid
– kapel Saint-Anne. Familie
– de crypte, de dood

Deze vier kapellen vormen de mensheid, humaniteit. De bijna volmaaktheid.

Een verdiep hoger:
– basiliek Saint- Sauveur
– kapel Notre-Dame
– kapel Saint-Michel ( mi chemin entre terre et ciel. dieux envers les homme),

Deze drie staan voor Goddelijkheid

De vier kapellen van de mensheid en de drie kapellen van de Goddelijkheid vormen samen de zeven die staat voor de eeuwigheid, het universele.

Goddelijkheid, spritueel, universeel …verbonden…

De waterbron

Het bezoek duurt een twee uur en zeker de moeite waard om mee te volgen voor wie daar ooit zou gaan.

De melding van deze morgen blijft in mijn hoofd draaien. Hoewel het mij enorm aanspreekt en het me ook wel wat uitdaagt, blijf ik met beide voeten goed op de grond. Ik blijf vooral voelen en kijk wat het met me doet. Spanning komt op mijn onderrug waardoor ik niet volledig kan zakken in mijn lijf, tot ik het bewust werd. Angst is ook voelbaar. Ik laat alles toe en ga wat wandelen. Een bezoek aan een bron en wandeling in de natuur. Een telefoon met familieleden en een kortstondig gesprek met een zuster na de gebeden brengen me inzicht in wat er aan het gebeuren is. Vrouwen. Zachtheid. Op verschillende niveaus voel ik beweging en het is alsof ik gewoon sta te kijken naar mijn eigen transformatie. Het ontroerd me.
Een diep raken op hartniveau, ik omarm mezelf.

’s Avonds ga ik op mijn eentje uit eten. Mezelf verwennen met een fijne maaltijd klaar gemaakt met liefde.

Limeuil

Lalinde

Lalinde is de eerste kleine stad waar het nog wat levend is. Waar enkele handelaars nog kunnen blijven bestaan. Geen overdaad, net genoeg.

Een quiche voor ontbijt in een plaatselijk café.
Aan de toog, drie mannen. Alle drie een goede ronde buik, ongeschoren. De ene een berret, de andere twee mannen een pet op hun hoofd. Op de toog, rilliette, frans brood en camenbert. Tussen hen een duitse herder die wacht tot iets zou naar beneden vallen. Op de achtergrond radio Nostalgie.  Het onderwerp: jagen, wandelwegen, GR6. Allen een aangenaam accent Perigourdin. Ik geniet van hun gezelschap in stilte.

Via het kanaal naar Mauzac. Een dikke ochtendmist. Platanen en populieren. Het zicht is subliem. 

Een lange metalen wand, erboven op, prikkeldraad. Op de hoek een uitkijktoren. De gevangenis. Een vreemd gevoel. Vrijheid versus gevangen. Gevangen zijn waar! Gevangen zijn is  niet altijd achter tralies, gevangen in eigen handeling en of gedachten. Een iets is voor mij zeker, wandelen laat wanden en muren verdwijnen.

Een roodborstje zingt uit volle borst. Een fox-terriër staat te blaffen en te springen onder een boom. Zijn prooi een poes. Wat verder zijn baasje staat te roepen.
‘Vous crier après votre chien?’ ‘Oui, j’y je ne le retrouve pas il reviendra pas si je ne vais pas le cherchez.’ ‘Il est la plus loin endessus le chataigner’. De man vertekt hem halen. Ik draai me nog eens om. ‘Monsieur, il est ici’. Hij zat plots achter mijn hielen terwijl zijn baasje de andere kant op was. Blijkbaar toch wel een gehoorzame hond.

Mauzac

Trémolat

In Mauzac kan ik na de middag verder in sjort en t-shirt. De twintig graden doet deugd na de ochtendfrisheid. Een weg neemt me mee naar boven op een rots. Van hieruit heb ik een schitterend zicht op de vallei en de Dordogne. Subliem. Wat een prachtige streek. 

Van Trémola naar Limeuil via eikenbossen. Een uil, een hermeline, vogels, vlinders en wat slakken vergezellen me afwisselend richting mijn slaapplaats. Ik ben benieuwd waar ik deze avond terecht zal komen. Limeuil is een van de mooiste dorpen van Frankrijk, gelegen langs de Dordogne en stevig klimmen voor naar het centrum van het dorp te gaan. Aan de eerste deur waar ik aanklop. Geen plaats, wel ernaast in het restaurant. De vrouw voelt zich wat verveelt. Ik vind het zalig. Een warm ingericht restaurant met zicht op de vallei. In het openbaar toilet van het dorp maak ik gebruik van de lavabo om me te wassen. Terwijl ik me was sta ik te kijken hoe een spin haar prooi beet neemt. Dit was vroeger niet mogelijk geweest, met de spinnenfobie die ik had, was ik hier zelfs niet binnen kunnen komen. Het koude water heeft me deugd gedaan. Terug buiten voelt het als een zomeravond. De zon is onder, tijd voor een nachtrust.

Hartelijkheid

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

14 april 2015 – De laatste dag richting Vézelay.  Even checken in de ruimte dat ik niets vergeten ben. De fietszakken vullen en om acht uur ben ik klaar om mijn eerste kilometers te trappen.  Om de vele hellingen te vermijden tijdens deze zonnige dag kies ik voor het kanaal Nivernois. Prachtig. De ene na de andere reiger. De mooie dorpjes volgen elkaar op. Ik verlaat het kanaal voor terug een paar stevige hellingen.  Het is zweten.  Ik verlang zo naar mijn aankomst dat ik vergeet te eten. Aan het einde van een dorpje, een stenen tafel. Honger! Brood, geitenkaas.  Aan mijn voeten talrijke madeliefjes. ‘Je t’aime, un peut, beaucoup, profondement, a la folie’. Een glimlach,  een traan. Citroengele vlinders fladderen heen en weer.  De bosanemonen staan freel en toch met veel kracht gericht naar de zon. Door het park du Morvan. Ik voel mijn borstkas die breder wordt,  ik voel openheid.  Een diepe ademhaling. Ik voel leven. Ik voel liefde. Het laatste stuk wandel ik verder te voet tot aan de croix Saint -Bernard.  Rechts een buizerd. Ok, ik heb je begrepen. Ik volg die richting.  Een mooie kapel. Nog een duwtje en ik ben er. Na een hevige stijging sta ik voor de Basiliek Saint-Marie-Madeleine van Vézelay. Ik ben blij hier terug te mogen zijn op deze vredige plaats. Een plaats en een weg die ik in mijn hart mag dragen.  Ik wens jullie allen veel Hartelijkheid op jullie weg.

Saint Franciscus