Blij terugzien

Digitalis purperea

Wanneer ik op mijn uurwerk kijk ben ik verwonderd hoelaat het is. Ik heb bijna de klok rond geslapen. Zalig. Naar de bakker, een koffie bij een andere bakker. Een bankje. Mijn ontbijt. Na Gedinne blijf ik de Gr126 volgen en zie ik tal van ruimtes die ideaal zouden zijn om te bivakkeren in alle rust. Een houten huisje draagt de naam ‘Carpe Diem’ – pluk de dag. ’t zal wel zijn…iedere dag, ieder moment.

Links een loofbos, rechts een naaldbos waar tal van mierenhopen met hun mierenkolonies een prachtig bouwwerk creëren met af en toe omgeven door Digitalissen. Imposante constructies voor deze kleine niet te onderschatten insecten nemen soms een proportie van 1m50.

Ik stuur een smsje naar iemand die ik al heel lang niet meer heb gezien. Voor de eerste keer in lange tijd zal ik hem terug ‘alleen’ kunnen ontmoeten. Wij tweetjes, alleen, zonder naasten die ons hinderen om op één of andere manier vrijuit te kunnen spreken met elkaar.
Al snel komt een reactie terug. Het voelt goed. Een zachte, vreugdevolle en open gewaarwording.

In het bos ruik ik plots tabak, alsof iemand een sigaret opsteekt. Niemand.
Uit het bos een grote boerderij. Een landweg. Ik klop aan. “Bonjour monsieur. Je vois que il y a des vaux sur le chemin. Je peut passer. Il y pas danger que je rencontre la maman ou le taureau?””Nonnon, allez y. Vous avez rien à craindre. ” Ik roep nog na,” Vous avez une belle ferme.” De kalfjes liggen op de weg.ik spreek en benader ze zachtjes aan zodat ze niet schrikken. Wat een zalige vredige plaats.

De kronkelweg van de GR brengt me verder dieper in het bos langs de rivier La Nafraiture.
Uit het bos, word ik opgepikt op de weg en we rijden verder tot het eerste dorp, Vresse-sur-Semois.
Uren zitten we te praten en delen we over ons leven.

En wat ben ik blij dat ik zo een vertrouwen kan hebben in het leven, in mijn aanvoelen, instinct. Ook zo fijn om iemand die samen met me opgegroeid is, om open en zonder schroom vrijuit te kunnen praten over allerlei onderwerpen zoals liefde, sexualiteit, partners. Over de voorouderlijn en de gevolgen die we soms met ons meedragen, de zwaarte die de katholieke kerk op een gezins/familiesituatie heeft gehad en er soms nog is. Over hoe we ons bevrijd hebben. Het voelde vroeger soms als lood die aan mijn voeten werd geketend en waaruit ik jaren heb gedaan om me te bevrijden. Gelukkig, kan ik voor een groot deel zeggen, dit is voltooid verleden tijd. Geen lood meer, eerder een veer.

Mijn eerste liefje, mijn eerste sexuele relatie…. tot op een punt dat mijn mentale heeft overgenomen en er angst is komen op te zitten. De angst om gestraft te worden, de angst voor het verbod die generaties op generaties werd doorgeven, de angst voor de schandpaal die ergens in het DNA zit, de angst om slecht te doen en te zijn, de angst om geweld aangedaan te worden, om uitgestoten te worden, angst voor fysieke pijn, manipulatie, macht, angst om me te verliezen…. zoveel angsten waren het…

Nu begrijp ik mijn arts 20 jaar geleden waarom hij het hier vaak over wou hebben. Ik begreep het toen niet, want voor mezelf was er geen kwaad of slecht en nog altijd niet. Waarom zou ik het er dan moeten over hebben. Het probleem wat niet de relatie, wel hoe moeilijk het was om wat rondom mij gebeurde, daarmee om te gaan. De wereld rond mij was nefast voor mezelf, en belemmerde een stuk mijn spontaniteit, puurheid om me verder te ontplooien. En me hiervan vrij maken was belangrijk…

Op tafel een koffie, een Orval, een pakje sigaret. Op een moment gaat de bril af. Ik zie zijn ogen… Ik kijk… diep van binnen. Ik herken, wat ik toen zag…die liefdevolle zachte blik.

Na een paar uur nemen we afscheid. We houden contact. De avond plooit dicht.
Ik word gewaar…de beweging die ik deze namiddag nam was/is niet alleen een bevrijden van een ketenen voor mezelf in mijn persoonlijk leven, het voelt ook aan als iets die veel breder en groter is,

Mijn avond en nacht zal ik doorbrengen langs de Semois onder een heerlijk afdakje uitkijkend naar het water en een hert die wat verderop komt drinken. Met een open hemel en fonkelende sterren sluit ik mijn ogen en val ik zacht in slaap

La Nafraiture, GR126

Kinderliefde

Een waargebeurd verhaal in de eerste veertien dagen van de lockdown.

Op een vroege ochtend vraagt Noa (4,jaar) aan zijn grote broer Hugo (6) al fluisterend “Gaan we naar Mamie en Papie ?”

De twee broertjes trekken hun laarzen aan en een vest boven hun pyjama. Ze sluipen het huis uit. Hand in hand langs de Maas, de brug over richting het dorpsplein waar hun Mamie en Papie woont.

Het dorp slaapt nog. Op het dorpsplein komt een vrouw aan en ziet de 2 kinderen. “Waar gaan jullie heen kindjes?” “Naar Mamie en Papie.” Beiden zetten het op een spurt.

Er wordt gebeld aan de voordeur. Papie kijkt door het raam van de deur, ziet niemand staan. Er wordt nogmaals gebeld. Papie doet het venster open en kijkt door het raam. “Awel jongens, wat doen jullie hier?” “We komen een goedemorgen zeggen en wilden jullie zien.”

Ondertussen werd de papa verwittigd spurt het bed uit en rijd richting zijn ouders. Opent de wagen. De kinderen stappen in. Zonder woorden wegwezen.

‘Kinderliefde’

La parole est d’argent, le silence est d’or

Teken… Milmiljardemilsabord… Ik hoop ze hun gordel aan hebben… Hup… Als schietspoelen… vliegen ze hun vrijheid tegemoet… Of, eerder, ik mag mijn vrijheid terug. Hmmm, en als binnenkort mijn benen en dijen blauwe plekken vertonen, dan komt het door het talrijk knikkeren op mijn benen. Gelukkig kan ik snel het verschil zien tussen een sproet en een teek. De sloebers de snelheid dat ze stijgen…

Uit het bos… lucht, licht, ruimte… Adem.
In de verte een ruit vormig patroon steekt boven het graan uit. Een hert. Ze kijkt me aan. Wacht en hup.

In la réserve naturelle Domaniale de Orlinfagne kom ik op de Gr126 terecht richting Vencimont.
Aan het begin van Vencimont een klein huisje waar op staat ‘ça me suffit’… Hmmm, dit doet een lampje branden. Ik herinner het me terug… De weg van de Buizerd’… De omgeving herken ik niet… zalig wanneer je de weg beleefd in het Nu.

Kort na Vencimont is een stukje natuur die me sterk doet denken aan de weg naar Compostela nl. De natuur rond Gargilese…. daar waar vele beroemde kunstschilders hebben verbleven en ware kunstwerken hebben gecreëerd.

Onder mijn voeten een zalig zacht tapijt van naalden… Een naaldbos. Tussen de stammen grote naaldhopen gemaakt door termieten. In de lucht oorverdovende geluiden van vliegtuigen…
Een boomkruiper speelt verstoppertje. Een wezel maakt rechtsomkeert. Een haas huppelt weg.

Een nieuwe reactie op de blogpost ‘Ultreia”. Het lied… In het tradioneel Frans met zijn typisch accent. Zacht ontroerd deugddoend. Dankjewel Rob.

Een daas heeft me in volle vlucht geraakt, het blad van de smalle weegbree kalmeert de steek.
In de verte hoor ik een hond, iemand die de deur van een wagen sluit, een façade van een huis is zichtbaar… Gedinne.
Bij het binnen wandelen een grote sporthal. Kleedkamers bij een voetbalveld. Dit zou wel mijn overnachtingsplaats kunnen worden.

Het toeristisch bureau, de manverwijst mij verder naar de secretaris van het plaatselijk voetbalploeg. Een sleutel. De voetbalkantine. Zalig… mijn intuïtie.
Met mijn Buff rond mijn ogen val ik in slaap… Brand maar neonlamp, ik ga slapen.

GR 126

 

img_20160628_204459.jpg

 

Un jour de repos en compagnie d’amis. Des conversations intenses et profondes. Respect mutuel. Ceci fait du bien.

De temps à autre je mets mon nez dans mon sasjh fraichement lavé, mon sasjh Marocain et multifonctionnel. Qui me donne chaud quand il fait froid et de la fraicheur lorsqu’il fait chaud. Qui peut servir de sac ou de chapeau. Durable.

Avec les explications de Gérard au sujet des traces d’animaux dans le bois, je pars à la découverte sur la GR126. Sangliers, cerfs, chevreuils, blaireaux.

La digitaline est omniprésente dans le bois. Les vues panoramiques me font penser au Pyrénées. Les descentes de Roncesvalles. Les pierres de O Cebreiro. Les bois de Galicie. Je traverse le bois de Langues Virées.

Pas de traces de chiens ni de chevaux qui réfèrent aux gens.

Des heures à marcher seule, appréciant tout ce qui m’entoure. Seule ou peut-être pas…, car dans le bois une forte présence est tangible. Une buse vole devant moi longeant le sentier, ses ailes élégantes grandes ouvertes. Un cerf saute en grande vitesse pour s’enfoncer plus profondément dans le bois. Au loin j’entends des sangliers. Au-dessus de ma tête une autre buse. Différentes odeurs. Le vent dans les branches. Je mène mon attention vers mon corps. Tout y semble détendu. Solidement ancrée dans le sol.

La douleur dans mon bassin et bas du dos a disparue. Les heures et les kilomètres n’ont plus d’importance.

‘La Houille’, un cour d’eau. Le coquillage de Santiago est régulièrement présent. Le soleil est haut dans le ciel.

Gédinne. Un homme se trouvant dans l’entrée de l’office du tourisme m’adresse la parole. Avant que j’ai pu poser une question toute une explication sur le pourquoi il n’y a pas de logement pout pèlerin. C’est clair! Ici je ne dois même pas poser la question. Je termine au camping ou les jeune me procurent une tente en 1 seconde.  Flipflop et hop. Mon sac à dos dedans. Mon nid est prêt.

GPX bestand Chooz à/naar Vencimont

GPX bestand Vencimont à/naar Bellefontaine

GR 126

Een dagje rust in gezelschap van vrienden. Diepe intense gesprekken. Wederzijds respect. Het was deugddoend.
Af en toe steek ik mijn neus in mijn vers gewassen sasjh,mijn multifunctionele Marokkaanse sjaal. Die geeft me warmte wanneer het koud is, koelte wanneer het warm is, kan dienst doen als tas en als hoofddeksel. Oersterk.
Met de uitleg van Gérard ivm dierensporen in het bos, ga ik op ontdekking op de GR 126. Everzwijn, hert, ree, das. De Digitalis of vingerhoedskruid is massaal aanwezig in het bos. De vergezichten doen me denken aan de Pyreneeën. De afdalingen aan Roncesvalles. De stenen aan O Cebreiro. De bossen aan Galicië. Ik doorkruis het bos van Langues Virées. Geen sporen van honden of paarden die verwijzen naar mensen. Uren alleen wandelend, genietend van alles rondom mij. Alleen en toch niet, want in het bos is een grote aanwezigheid voelbaar. Een buizerd vliegt vóór me over het pad, met zijn elegante vleugels breed open. Een ree springt aan een hoge snelheid dieper het bos in. In de verte hoor ik everzwijnen. Boven mij een andere buizerd. Verschillende geuren. De wind in de takken. Ik breng mijn aandacht naar mijn lichaam. Alles voelt ontspannen. Stevig verankerd in de grond. De pijn in mijn  bekken en onderrug is verdwenen. Uren en kilometers hebben geen belang meer.

‘La Houille’, een waterstroom. Schelp van Santiago is regelmatig te zien. De zon staat hoog aan de hemel. Gédinne. Een man die in de deur van het toeristenbureau staat, spreekt me aan. Nog voor ik een vraag kan stellen, een hele uitleg waarom er geen pelgrimsplaats is. Duidelijk! Hier hoef ik zelfs de vraag niet te stellen. Ik eindig op de camping, waar jongeren me helpen aan een secondetent. Flipflop en hop. Rugzak erin. Nestje gemaakt.