Zwalm

 

cof

Het is stil in huis. Ik open de deur van de woonkamer. Iemand komt naar beneden. Rocky. Hij kijkt me argwanend aan. Ik hou rekening met zijn houding en ga voorzichtig met hem om. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken zie ik dat de deur op slot is. Een stoel, een tafel, de keuken. Ik vul mijn dagboek aan in afwachting dat de grootmoeder of Amber ontwaakt. De ouders zijn al vroeg de deur uit. Rocky blijft aan mijn rechterzijde. Wat is het fijn om te voelen dat er nog veel mensen openstaan voor elkander. Waar een volledig vertrouwen van beide kanten aanwezig mag zijn. Wie durft nog zijn deuren te openen wanneer iemand komt aankloppen en vraagt naar een onderdak voor een veilige nacht. Een warm en waardevol gebaar dat men niet enkel schenkt aan de ander, ook zichzelf hiermee goeds kan doen.

Voor ik volledig de weg op ga, even langs de bakker. Ik kom terug op mijn stappen. In de verte hoor ik roepen ‘daaggg Jasmine’, in een deuropening Amber en haar grootmoeder, ze staat met open armen in de lucht te zwaaien. ‘Daag Amber, daaggg’, roep ik terug.

 

 

Linksonder , de Zwalm. Een man tot aan zijn liesen in het water. ‘Goedemorgen. Wat is er hier te vissen?’, vraag ik de visser. ‘Kleine forellekes, deze zijn nog niet zolang te vinden hier.’ We praten nog wat verder en wensen elkander een goede dag.
De weg neemt me verder mee via de oevers van de Zwalm, sluizen en landwegen. De Vlaamse ardennen. Aan de andere kant van de oever een paaldanseres aan het oefenen rond een boomstronk. Hmm, ik waag me niet. Een mode pop.

Mijn grote teen. Een eerste blaar is voelbaar. Om ze minder te voelen en ze niet de kans te geven zich verder te ontwikkelen, hou ik aandachtig rekening met haar. Mijn rugzak wat lichter gemaakt en een rechte houding aannemen. De blaar zelf laat ik zitten, binnen een paar dagen versterkt ze mijn huid voor de komende tijd.
Mijn knieband liet ik achter bij vrienden. Deze was meer een last, dan goeds. Mijn knieschijf moest hierdoor normaal steun krijgen en pijn verlichten, echter bracht het me een omgekeerde beweging. Zonder voelt het veel beter.

img_20180403_2149592009842044167398402.jpg

Ken en Gaby

 

Een wagen met aanhangwagen komt aangereden. Twee mannen stappen uit. De aanhangwagen ligt vol met metalen vierkanten. Het zien er net vangnetten uit. ‘Amai, dat is sportief’, zegt een wat rijpere man. Gaby heet hij. Samen met zijn compagnon Ken vangen ze ratten. We praten wat over de weg. Het al of niet alleen stappen, de voor en nadelen ervan. Of er eenzaamheid is… Eigenlijk ken ik geen eenzaamheid op de weg, er is zoveel te beleven en zoveel ontmoetingen.

De lucht kleurt af en toe donkergrijs. Op een openvlakte kijk ik hoe de lucht continue verandert en lichtstralen tovert aan de horizon. De wind komt is van de partij. Het landschap is open met veel vergezichten. Tegen de vroege vooravond ben ik in Brakel. Een pauze, anders zou ik die wel eens durven vergeten. Wanneer ik de weg terug verder zet kom ik langs een klooster. Een groot Franciscus beeld staat in een nis van een gevel. Ik bel aan. Een zuster opent de deur en laat me binnen. Zuster overste komt erbij… Ik doe mijn verhaal waarom ik aanbelde… Het Franciscus beeld trok mijn aandacht. Ik kon dit niet aan mij voorbij laten gaan op mijn weg naar Assisi. We kijken elkander aan en plots schieten onze woorden te kort. Ze werden overbodig. Een krachtige energie is voelbaar. De zuster geraakt ontroerd. Vocht komt in haar ogen te staan. Een verfrissende douche voor het avondgebed. Het avondmaal. En we eindigen samen de avond in de woonkamer kijkend naar het nieuws en nadien een avondlied.

 

 

 

 

Ijzerkotmolen

 

img_20180402_2334324633764917636080375.jpg

Munte

Na vier dagen kamperen in eigen huis, een overnachting in een voor mij gekend bed bij vrienden.

Het is fris buiten, mijn muts en handschoenen zijn niet overbodig. Via gekende dorpen zet ik mijn tweede dag in. Het gevoel van volledig weg zijn, is er nog niet ten volle.

Langs de wegen staan vol ontluikende bomen. Lente is op komst. De eerste lente bloeiers zijn aanwezig. Forsythia en krokussen kleuren de bermen geel.

Af en toe wandelen ik langs een frisse zoete geur. De Skimmia. Ik blijf voor de plant staan en laat me bedwelmen door zijn overheerlijke geur.

Van landskouter naar Munte. Op een grote baan, mij niet onbekend, kies ik om rechts af te slaan en een goeie dag te gaan zeggen aan de kleine Lena en haar mama en papa. Een deugddoende pauze.

Altijd wel fijn om je laten te verrassen door de weg, een voordeel van niets vast te zetten en te genieten van wat op je afkomt. Zo kom ik aan in Dikkelvenne en bel ik op het onverwachts aan bij Marleen. De tijd van een koffie, een babbel en hup…

De GR 122 neemt me mee via landelijke wegen richting de Vlaamse ardennen. Naar de avond toe stop ik in een ijzerkotmolen om iets te eten. De tijd is hier stil blijven staan. Een openhaard verwarmt de ruimte en is meer dan welkom. Als ik mijn maaltijd wens te betalen krijg ik te horen ‘met plezier geschonken door het huis, neem ons mee in gebed naar Compostella’. Dit is altijd even wennen wanneer een maaltijd zomaar wordt aangeboden, en toch o zo dankbaar en kan ik het met open armen ontvangen.

Na een half uur stap ik nog verder langs de Zwalm. De avond is in aantocht, tijd om een overnachting te zoeken. Na drie maal aankloppen wordt ik met open armen ontvangen bij Els, Piet en Amber. Rocky een herdershond laat me zonder enig probleem toe in het huis en ontwijkt niet van mijn zijde. Een grote levende knuffel. In de zetel val ik diep inslaap op weg naar…dromenland.

 

img_20180403_0452093274727127599005053.jpg

Zwalm

Pelgrimszegen

img_20180403_0504148995738626880282414.jpg
Jeannette

1 april 2018.

Een bezoek aan mijn bovenbuur vrouw Jeannette. Een bijna 90 jarige (14 april) en in superform voor haar leeftijd. Het daglicht schijnt op haar rechterkant. Haar ogen glinsteren, ‘oh, ik gau nu min cremekarre nie mej hoaren’ (ze bedoelt het geluid van haar deurbel). We krijgen beiden de slappelach. ‘Wa go ik joan missen’… Het raakt me en voor de eerste keer laat ik dit woord toe. Ik vond dit altijd vervelend wanneer me iemand dit me zei, ik duwde dit af. Afhankelijkheid, afscheid… koppelde ik hieraan. Het komt binnen en voor de eerste keer voelt het goed en juist in mijn beleving en kan ik het toelaten. Iemand betekenen voor iemand en vice versa…

Bij een andere buurvrouw Francine. Hebben we een fijn en boeiend gesprek rond geloof en wat het voor elk van ons betekent. Een half uur later zet ik mijn voeten op de Gentse kasseien en de naam van het appartement ‘Esperanza’ verdwijnt om de hoek.

De klokken van de Sint-Baafskathedraal beginnen te luiden voor de paasviering. Vrienden zijn aanwezig. Hartverwarmend. Ook mijn ‘zus’ is er (dochter van mijn moeder haar tweede man), deze winter mama geworden van de kleine Lena. Op het einde van de viering vraagt bisschop Luc Van Looy me naar voor in de overvolle kathedraal voor de pelgrimszegen. ‘Er is hier een hij of is het een zij die naar Compostella vertrekt’… Ik vond dit gepast hij of zij… Noch het een noch het ander, ze voelt het voor mij. Met een rustige en stevige stap komt Mgr Van Looy voor me staan. Mijn ademhaling wordt dieper. Een diep verbonden contact… Zijn handen rusten elk op een schouder. We kijken elkaar aan… Ik sluit mijn ogen… Ik voel een hand op mijn hoofd. Het voelt stevig, beschermend… De zegen… We delen nog wat woorden… In schoonheid en verbonden geraakt…

Na de viering neem ik afscheid van mensen die me genegen zijn. Innige knuffels worden gedeeld. Een kruisje op mijn voorhoofd, een kaartje, een klein geschenk… Een foto. We verlaten samen de kathedraal via de middenbeuk. Nog even een goede dag aan monseigneur. Een stevige hand… ‘Je eindigt je weg terug langs hier’ vraagt de bisschop. ‘Absoluut’, antwoord ik terug.

Een zwaai langs hier, langs daar. Mensen komen me een goede weg wensen. Mensen die geraakt zijn door mijn vertrek. Dankjewel aan jullie die aanwezig waren. Het voelde zo goed. Nogmaals een dikke knuf.

Samen met vier stappers Lut, Koen, Els en Franky zet ik mijn eerste stappen richting Assisi. Een bijzondere ervaring om samen met anderen te stappen. Ideeën, vraag en antwoord worden gewisseld. Via de Schelde verlaten we Gent richting Melle. Aan het station in Gontrode nemen we afscheid. Een groepsfoto en ik zet mijn weg verder door het bos op weg naar vrienden voor mijn eerste overnachting.

Kunstenaar en bijenhouder Jef Wynants

Grenzen

dav

Mon gps. Hola, pas de routes, j’ai oublié de les programmer. Je me comporte clairement comme un bleu avec cet appareil où dois-je découvrir autre chose. Ma mémoire visuelle m’aidera bien.

Je continue mon chemin le long de l’Escaut direction Renaix (Ronse). À hauteur de Pottes je quitte l’Escaut pour prendre le sentier GR. Un petit patelin. Une grande habitation attire mon attention. Est-ce un ancien couvent? À la grille en fer forgé, une grande pancarte jaune, une photo et des petites lettres, me font supposer que c’est à vendre. Vingt-cinq chambres, salle à manger, cuisine… mon imagination me joue des tours. Glycines, roses, Verbena Bonariensis, roses trémières, lavandes… des volets couleur pastel. Du chêne, de la pierre bleue et beaucoup de matériaux naturels. Une grande salle de travail. Trois générations. Un projet de cohabitation. Des gens qui viennent et repartent.

Je continue ma marche. La maison disparait de ma vue. Un sentier étroit le long d’une clôture. Un berger allemand et un chien avec plein de touffes de poils détachées. Négligés. Des aboiements sans fin, une grosse queue, le poil redressé et de grandes canines m’empêchent d’avancer. Je m’adresse aux chiens. L’aboiement est plus fort que ma voix.

Je me sens clouée au sol. Je me demande comment faire pour arriver de l’autre côté. J’essaie de calmer les chiens en étant moi-même calme. Cela ne réussit pas. Je hausse la voix pour couvrir celle des chiens. Ça ne marche pas non plus. Autorité contre autorité. Non, Jasmine comme cela tu n’y arriveras pas, me dit une petite voix intérieure. Quelque part mon corps sait comment faire pour parvenir de l’autre côté. Je reste sur place et ramène mon attention à l’intérieur de moi.

Je sens une énergie monter le long de mes jambes, de mon bassin, mon ventre. D’une voix profonde, pleine et douce je dis, “Stop, ça suffit.” Je mets mes limites. Ma peur s’en va. La confiance s’installe. Les chiens se calment. Un premier pas puis un second, troisième…chaque fois reprenant force intérieurement. Un des chien s’avance quelque peu. Enfin après  une demi-heure je me retrouve de l’autre côté, j’ai parcouru vingt mètres. Les chiens sont à mes côtés. Reconnaissante pour l’évènement. Reconnaissante de voir que j’arrive à mettre mes limites.

Il s’est mis à pleuvoir. Les hauts peupliers me protègent. Après un parcours fatiguant et un long bout de route en transport en commun j’arrive à Gent. Contente d’être à la maison. Une douche bien chaude. Demain le kiné. Samedi je repars direction Ternat pour trois jours de volontariat à ‘Litha fest’ (festival pour le solstice d’été). Mardi je continue mon chemin, au départ de Dworp, juste sous Bruxelles direction Luxembourg.

GPX Bestand Mont d’enclus à Renaix/ Kluisbergen naar Ronse

Grenzen

Mijn gps. Oeps, geen route, die ben ik vergeten in te brengen in het toestel. Duidelijk nog een groentje met dit toestel of zou ik iets anders mogen ontdekken. Mijn visueel geheugen zal me wel helpen. Langs de Schelde zet ik mijn weg verder richting Ronse. Ter hoogte van Pottes verlaat ik de Schelde en volg ik verder het GR-pad. Een klein gehucht. Een grote woonst trekt mijn aandacht. Zou dit een klooster geweest zijn? Een groot geel bord, een foto en kleine letters aan het smeden hek doen me vermoeden dat het te koop is. Vijfentwintig kamers, eetzaal, keukens… Mijn fantasie slaat op hol. Blauwe regen, rozen, Verbena, stokrozen, lavendel… Pastelkleurige luiken. Eik, blauwsteen… veel natuurlijk materiaal. Een grote praktijkruimte. Drie generaties. Een samenwoonproject. Mensen die komen, mensen die gaan.

Ik stap verder. Het huis verdwijnt uit mijn zicht. Een smal pad langs een omheining. Een Duitse herder en een hond met allemaal loszittende plukken. Onverzorgd. Het continue geblaf, een dikke staart, een rechtopstaande vacht en grote hoektanden houden me tegen om vooruit te gaan. Ik spreek de hond aan. Het geblaf klinkt boven mijn stem. Ik voel me verankerd aan de grond. Hoe zal ik aan de andere kant geraken, stel ik me de vraag. Ik probeer de honden tot rust te brengen vanuit rust. Het lukt me niet. Ik verhoog mijn stem om me boven de hond te plaatsen. Ook dit lukt niet. Autoriteit tegen autoriteit. Neen Jasmine, zo zal je er niet geraken, weet een klein stemmetje me te vertellen. Ergens voel ik in mijn lijf dat de manier waarop ik aan de overkant kan komen me niet onbekend is. Ik blijf staan en breng mijn aandacht naar binnen. Vanuit mijn benen, bekken en buik voel ik een energie stijgen. Met een diepe volle en zachte stem zeg ik, “Stop, het is genoeg geweest.” Ik stel mijn grens. Mijn angst verdwijnt. Vertrouwen is voelbaar. De hond wordt rustig. Een eerste stap, een tweede, derde… telkens opnieuw herhalend, vanuit het gevoel in mijn lijf. De hond wandelt een stuk naar voren. Eindelijk na een half uur raak ik aan de overkant, amper twintig meter overbrugt. De hond aan mijn zijde. Ik ben dankbaar om het gebeuren. Dankbaar te beseffen dat grenzen stellen mogelijk is.

Het is beginnen regenen. De hoge populieren beschermen me. Na een vermoeiende tocht en een lange rit met het openbaar vervoer kom ik aan in Gent. Tevreden thuis. Een warme douche. Morgen kiné. Zaterdag terug vertrek richting Ternat voor drie dagen vrijwilligerswerk op ‘Litha Fest’ (Festival voor de zomerzonnewende). Dinsdag zet ik mijn tocht verder vanaf Dworp, net onder Brussel richting Luxemburg.

Drogenbos

image

Dworp

Midden in de nacht word ik wakker. Een vliegtuig, en nog één en nog éen. Een megaspot die pal in mijn ogen schijnt. In een mum van tijd zit ik recht. Een verloren gelopen poes. Een ezel in de verte. Ik dommel terug in. Vijf uur in de morgen. De kerselaar. Op het gras tal van kersen. Zonde. Ik vul een zakje van de mooie kersen die nog aan de boom hangen. Mijn ontbijt.

Een smalle dichtbegroeide wandelweg. Ok, waar zijn die spinnenwebben! Met mijn wandelstokken al zwierend vooruit wandel ik erdoor. Hoe noemt dit nu weer? Ah, ja, multifunctionele wandelstokken! Langs de weg de ‘Herisemmolen’, een papiermolen. Iedereen slaapt nog. In de wei koeien, ezels en twee paarden. Een zwart paard met een witte streep in het midden van zijn hoofd. Zijn hoofd knikt op en neer. Alsof hij me roept. Vanop een afstand kijk ik hem aan. Ik ga dichterbij. Het paard is wat ongedurig. Een half uur later staan we zij aan zij en laat hij me toe hem te strelen. Ze worden allebei rustig. Wat een fijn contact.

Na het Begijnenbos heb ik een mooi zicht op Brussel, het Atomium en de Koekelberg.

Links, ergens diep in het groen zie ik een beweging. Een schril geluid. Moeder egel en een kleintje. Mooi om te zien hoe ze het kleintje helpt de natuur te trotseren. Met haar snuit duwt ze in de poep van de kleine. Ik zet mijn hoed op, wrijf me in tegen de zon en eet mijn laatste reep zwarte chocolade op. Gelukkig dat ik deze nog had. In Beersel zoek ik naar de sporthal.

Aan de deur een papier ‘gesloten van één juli tot eenendertig juli’. Een stadswerker. Ik waag mijn kans en vraag of ik er een douche kan nemen. “Neen, dat zal niet gaan. Het is gesloten en binnen tien minuten zijn we terug weg”, weet een stadswerker me te vertellen. “Een sporthal gesloten tijdens de vakantie!”, zeg ik verwonderd. Ik maak gebruik van het toilet voor mensen met een beperking. Een lavabo. Foert, tien minuten of niet, ik ga uit de kleren en kan me net op tijd verfrissen. Ik ga terug naar het ‘Samba’ café, waar ik binnenstapte toen  ik Beersel binnenkwam. Ik blijf er een eind verpozen en heb contact met Johan en Stephan. Wanneer ik wil opstappen en mijn drankje wil betalen, blijkt alles al afgerekend. Dank je heren.

In Drogenbos heb ik de kans om de Sint-Niklaaskerk te bezoeken terwijl ze in restauratie is. De glazeniers plaatsen voorzetglas om de gerestaureerde glasramen te beschermen. Ondertussen is het brandglas in restauratie in Ingelmunster. Franky, één van de glazeniers is vandaag net veertig jaar in dienst. Veertig jaar in hetzelfde bedrijf. Amai, doe dit vandaag maar eens na. Na Drogenbos neem ik de beslissing verder te wandelen richting centrum Brussel. Ik volg mijn plannetje. Pff, vermoeiend. Naar rechts, naar links. De zoveelste straat… Ik bel een vriendin op die in Brussel woont. Niet thuis, aan het genieten van andere warme oorden. Op een kruispunt, een vrouw. Ik vraag of ze me kan helpen bij een overnachting. “Euh, oui ok”, krijg ik als antwoord. Ze heet Ola. We gaan eerst haar zoontje Hubert ophalen in de crèche. Een frisse douche. Daarna naar de winkel met haar vriend. Samen koken. En een lange babbel tot middernacht. 

Drogenbos

Je me réveille au milieu de la nuit. Un avion, encore un, puis un autre. La lumière d’un spot m’éclate aux yeux. En un éclair de temps je suis debout. Un chat égaré. Un âne au loin. Je me rendors. Cinq heures du matin. Le cerisier. Sur l’herbe plein de cerises. Dommage. Je remplis un sac avec les belles cerises qui pendent encore à l’arbre. Mon petit déjeuner.

Un sentier étroit et recouvert de verdure. D’accord, où sont les toiles d’araignée? Mes bâtons de marche à bout de bras, je me fraye un chemin. Comment s’appelle cela? Ah oui, ‘des bâtons multifonctionnels’!  Sur le chemin, le ‘Herisemmolen’, un moulin à papier. Tout le monde dort encore. Dans le prés, des vaches, des ânes et deux chevaux. Un cheval noir avec un trait blanc sur le milieu de sa tête. Sa tête hoche de haut en bas. Comme s’il m’appelle. Je le regarde à distance. Je m’approche. Le cheval est quelque peu agité. Une demi-heure plus tard on est côte à côte et il me permet de le caresser. Il se calme. Quel contact agréable.

Passé le Bois du Béguinage (Begijnenbos) j’ai une belle vue sur Bruxelles, l’Atomium et Koekelberg. Quelque part sur ma gauche, dans la profonde verdure, j’aperçois du mouvement. Un cri aigu. Maman hérisson et son petit. Beau à voir, comment elle aide le petit à affronter la nature. Avec son museau elle pousse le derrière du petit.

Je mets mon chapeau, m’enduis pour me protéger du soleil et mange mon dernier bâton de chocolat noir. Heureuse d’encore avoir cela. À Beersel je cherche la salle des sports.

À la porte une pancarte ‘fermé du 1 au 31 juillet’. Un ouvrier de la ville. Je tente ma chance et lui demande si je peux prendre une douche. “Non, ça n’ira pas. C’est fermé et dans dix minutes on est repartis”, me répond-il. “Une salle de sports fermée pendant les vacances!”, lui dis-je toute étonnée. Je me sers des toilettes pour personnes handicapées. Un lavabo. Zut, dix minutes ou pas, je me déshabille et parviens juste-à-temps à me rafraîchir. Je retourne au café ‘Samba’ où j’étais passée en entrant Beersel. J’y reste un bout de temps et entre en contact avec Johan et Stephan. Au moment de partir je veux payer ma consommation. Tout a déjà été réglé. Merci messieurs.

À Drogenbos, j’ai la possibilité de visiter l’église Saint-Nicolas, qui est en restauration. Les vitriers placent des vitres claires en fenêtres supplémentaires de façon à pouvoir protéger les vitraux restaurés, lors de la repose. Ces vitraux sont en restauration à Ingelmunster. Franky, un des vitriers à aujourd’hui 40 ans de services. Quarante ans dans la même entreprise. Performance difficile à égaler de nos jours.

Après Drogenbos je prends la décision de marcher direction centre de Bruxelles. Je suis mon plan. Pff, fatiguant. Vers la droite. Vers la gauche. La x-ième rue… J’appelle une amie qui habite Bruxelles. Pas de réponse. Elle est en villégiature. À un carrefour, une femme. Je lui demande si elle peut m’aider pour une nuitée. “Euh, oui, OK”, me répond-elle. Elle s’appelle Ola.

Nous passons d’abord, chercher son petit garçon Hubert, à la crèche. Une douche rafraichissante. Puis au magasin avec son ami Mathias. Cuisiner ensemble. Puis une longue conversation jusqu’à minuit.

 

 

Frezen

Poppy’s

Richting Diksmuide. Open velden, weilanden, vergezichten. Poppies (klaprozen) overal. Eventjes ben ik mijn weg kwijt. Een vrouw in een hondentrimsalon helpt me verder. Op een uur van Kortemark is een kleine halte noodzakelijk. Een man staat in zijn tuin te spitten. “Meneer zou ik even je toilet mogen gebruiken?” “Bah ja, waarom niet”, leunend op zijn spade. Ik trek mijn schoenen uit. Bij het buitenkomen praten we wat over de camino, mijn ervaringen en wat de weg is. Een fijn en kort contact.

Door de hitte voel ik mijn voeten zwellen. Aan een eetautomaat hou ik halte. Ik trakteer mezelf op een bakje ‘frezen’, dat zijn zo van die rode blinkende kleine bollen, spits uitlopend, groene pukkeltjes, een groen steeltje en heerlijk geurend en wanneer je erin bijt een zoete lekkere smaak.

Kort na de middag neem ik een lange rustpauze. Een plaatselijk café in Werken. Een moeder en haar dochter komen samen aan. Ruzie, harde woorden, tranen. Ik twijfel. Kom ik ertussen of niet. Na enige twijfel doe ik het toch. Ik roep het meisje. We praten een klein uurtje samen. Ze doet haar verhaal en laat haar emoties de vrije loop. Er ontstaat opluchting bij haar. Na twee uur zie ik lachende gezichten, en zachtheid verschijnen op hun manier. Ik verlaat met vreugde het café.

Boeren op het veld, grassen worden gemaaid. Mijn neus jeukt. Het laatste rechte stuk langs de Handzaamsevaart voor ik in Diksmuide aankom. Op de markt komen Annick en Ansje  naar me toegewandeld. Een hartverwarmende knuffel. Een warm weerzien. Een terrasje. Ik eindig de dag in familie en ga een rustige nacht tegemoet.

GPX Bestand Kortemark – Diksmuide

Fraise

Direction Dixmude (Diksmuide). Des pâturages, des champs, des plaines à perte de vue. Des coquelicots partout. Je m’égare quelque temps. Une femme, d’un salon de toilettage pour chiens, me vient en aide. Une heure avant Kortemark un arrêt est nécessaire. Un homme est occupé à bêcher son jardin. “Monsieur, pourrais je me servir de vos toilettes?” “Bein, oui pourquoi pas”, s’appuyant sur sa bêche. J’enlève mes chaussures. En sortant on parle un peu de mon camino, de mes expériences et de ce qu’est le chemin. Un contact agréable et court.

La chaleur fait gonfler mes pieds.  Je m’arrête à un distributeur d’alimentation. Je me paie un ravier de ‘frezen’ (fraises). Ce sont de ces petites boules rouges, légèrement allongées, avec des petits points verdâtres, qui sentent horriblement bon et qui dégagent, quand on les croque, un délicieux goût sucré.

Peu après midi, je prends un long repos. Un café local à Werken. Une mère et une fille arrive ensemble. Dispute, mots durs, larmes. J’hésite. J’interviens ou pas? Après quelques hésitations je le fais quand même. J’appelle la fille. On parle une petite heure ensemble. Elle me conte sont histoire et laisse libre cours à ses émotions. Un certain soulagement s’installe chez elle. Après deux heures je voie des visages souriants et une certaine tendresse apparait. Toute joyeuse, je quitte le café.

Des paysans dans les champs, fauchent les herbes. Mon nez chatouille. La dernière ligne droite le long du canal de Handzame avant d’atteindre Dixmude. Sur la place du marché Annick et Ansje viennent à ma rencontre. Une étreinte chaleureuse. Un plaisir de se revoir. Une terrasse. Je termine la journée en famille et vais à la rencontre d’une nuit paisible.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.