Pelgrims

 

Jasmine Debels (3 van 5)

Detail Sint-Jacobskerk Borsbeek

Na een lange, onrustige nacht, waarin ik ieder uur op mijn uurwerk heb gezien, verlaat ik Lier. Ik voel dat ik me niet vrij kan maken van het gebeuren van gisteren. Naast mij een donkere wagen die in tegenrichting de straat oversteekt en bijna naast mij stopt. Het venster gaat naar beneden. ” Compostela?”, met een vragende verwonderde stem. “Ik heb die vorig jaar gedaan, nu het Jakobskerkenpad. Ik ken jou!” “Ik jou ook”, antwoordt de man. De volgende vijf minuten proberen we te vinden van waar. “Ik ben pas een week terug.” Tot de man zegt: “Vézelay! Ik heb je daar gezien. Je was er toen met de fiets.” “Oh ja, nu weet ik het weer. Ja, natuurlijk, we zaten op de binnenkoer van Centre Madeleine.” “Dat is straf, en elkaar hier terug tegenkomen! De camino gaat gewoon verder. Hoe heet jij? Ik ben Geert”, vertelt Geert met tranen in de ogen. “Ik ben Jasmine.” We nemen afscheid en roepen elkaar toe, “buen camino”!

In Borsbeek bel ik aan bij de pastorie. Niemand thuis. Een telefoonnummer aan het venster. Ik telefoneer om te vragen of de Sint-Jacobskerk te bezichtigen is. Een mannenstem aan de lijn, zou dit de pastoor zijn? Na twintig minuten komt een vrouw de deur openen. Wat vind ik dat lief. Aan de andere kant van de straat zie ik een forse man en zijn hond. Ik zie dat hij me op een nieuwsgierige manier aankijkt. Onze wegen kruisen zich. We zeggen elkaar een goede dag. Een lang gesprek. Een pelgrim. De volgende pelgrim ontmoet ik in een supermarkt. De verwondering, blijheid en ontroering is zichtbaar op het gezicht van de man. Een mooi en krachtig moment. Met een hartverwarmende knuffel nemen we afscheid van elkaar. Ook de vrouw aan zijn zijde krijgt een knuffel. Ik zie de mensen nog even terug aan de kassa. Ik leg mijn hand op mijn hart als teken van dankbaarheid en verbinding en wandel verder, de laatste kilometers van de dag.

Via het domein Rivierenhof, een park, kom ik moe en voldaan aan. Ik zet me op een muurtje bij een bank. Eet mijn laatste boterham op. Ik voel een aanwezigheid in de rug. Een vrouw staat achter me. “Mevrouw, woont u hier?” “Neen, ik kom naar de bank”, antwoordt de vrouw me met een vragende blik. Ik leg haar uit dat ik een overnachting zoek. Ik mag mee. De vrouw, Lieve, was recent op reis in contact gekomen met een pelgrim en aangewakkerd voor de camino. “Ja, ik heb het wel moeilijk met de verhalen ‘dat wat je vraagt, je het krijgt op deze weg’.” Ik zeg niets. Later op de avond vertelt Lieve me aan de vaat: “Dat is wel straf dat ik je net nu ontmoet.” Ik twijfel even of ik hierop reageer. “Weet je nog wat je zei over het moeilijk geloven over wat je ontvangt op de weg? Ben je nog altijd van dezelfde mening toegedaan?”  “Ja, dat is straf”, zegt ze met een meer overtuigde stem.

GPX bestand Lier naar Deurne/Lierre à Deurne

Pèlerins

Après une longue nuit agitée ou j’ai vu sur ma montre passer toutes les heures, je quitte Lierre. Je sens ne pas pouvoir me libérer des évènements d’hier.

Une voiture de couleur foncée traverse la rue venant du sens opposé et s’arrête à ma hauteur. La vitre s’ouvre. “Compostelle?!”, d’une voie interrogatrice et étonnée. “Je l’ai parcourue l’année dernière, maintenant je suis le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique. Je te connais!” “Moi aussi”, me répond l’homme. Durant les cinq minutes qui suivent nous cherchons d’où. “Je suis seulement de retour depuis une semaine.” Jusqu’au moment où l’homme dit; “Vézelay! C’est là que je t’ai vue. Tu étais en vélo.” “Oh oui, je me rappelle maintenant. Oui bien sûr, nous étions dans la cour du ‘Centre Madeleine’ ”. “Ça c’est fort de se retrouver ici! Le camino continue. Comment t’appelles-tu? Moi c’est Geert”, me dit Geert les larmes aux yeux. “Je suis Jasmine.” Nous prenons congé en se souhaitant, “Buen camino!”

Je sonne à la porte du presbytère de Borsbeek. Personne. À la fenêtre un numéro de téléphone est mentionné. Je téléphone pour savoir si l’on peut visiter l’église Saint-Jacques. Une voie d’homme au bout de la ligne, serait-ce le curé? Après vingt minutes une femme vient m’ouvrir la porte de l’église. Comme je trouve cela aimable.

De l’autre côté de la rue je vois un homme fort en compagnie de son chien. Je remarque qu’il me regarde du regard curieux. On se croise. On se dit bonjour. Une longue conversation. Un pèlerin.

Je rencontre le prochain pèlerin dans un supermarché. L’étonnement, le contentement et l’émotion sont visibles sur le visage de l’homme. Un moment beau et fort. On se quitte après s’être chaleureusement enlacé; la femme à ces cotés reçoit aussi un enlacement. Je revois encore ses personnes à la caisse. Je place ma main sur mon cœur en signe de gratitude et de connexion et continue de marcher les derniers kilomètre du jour.

En passant par le domaine et le parc du ‘Rivierenhof’, j’arrive à destination, fatiguée et comblée. Je m’assois sur un mur près d’une banque. Mange ma dernière tartine. Je sens une présence dans mon dos. Une femme se trouve derrière moi. “Madame, vous habitez ici?”‘Non, je viens à la banque”, me réponds la femme avec un regard interrogateur. Je lui explique que je cherche un logement pour passer la nuit. Je peux l’accompagner. La femme, Lieve, est récemment, lors d’un voyage, entrée en contact avec un pèlerin et elle est intriguée par le camino.

“Oui, j’ai des difficultés avec les histoires qui racontent, que – ‘ce que tu demandes le long du chemin, tu le reçois’.” Je ne dis rien. Plus tard dans la soirée en faisant la vaisselle, Lieve me dit, “C’est quand même fort que je te rencontre juste maintenant.” J’hésite un instant, est-ce que je réagis, “Tu te souviens encore de ce que tu as dit sur ta difficulté de croire à ce que tu reçois sur le chemin? Penses-tu encore la même chose?” “Oui, ça c’est fort”, me dit-elle d’une voix convaincante.

 

Lier

Lier en zijn Zimmertoren

Met de zusters tot bij de directeur. Een groepsfoto in de binnentuin. Met z’n vieren staan we naast elkaar. Mijn sjaal waait voor een zuster. Mijn drinkfles die ergens in de weg hangt. Er wordt gelachen. ‘Klik’, vereeuwigd. We nemen afscheid van elkaar.

De kathedraal van Mechelen. Ik geniet van het ochtendlicht dat via de glasramen met flinterdunne stralen schittert. Na tien kilometer in een bebouwde kom mag ik eindelijk terug wandelen in de natuur, langs de Nete. Aan een bank houd ik rond de middag een pauze. Het is warm, de wind is vandaag sterk aanwezig en zorgt gelukkig voor wat afkoeling. Mijn schoenen verlaten mijn voeten. De kousen schuif ik over mijn wandelstokken. Een diepe zucht van verlossing. Mijn maag knort. Mijn benen liggen gespreid over de bank. Ik bekijk mijn hiel, een dikke blaar vergezelt me al dertig dagen. Geen pijn, geen last. Vóór mij een mooi natuurgebied en ja, terug van… Oh, ja waarom zou ik het niet terug in het licht plaatsen… Natuurpunt. Ik vul mijn dagboek aan. De laatste dagen heb ik het gevoel dat ik weinig inspiratie heb. Het is wat het is. Ik voel de zon op mijn huid. De lange grassen langs het water bewegen golvend mee met de wind. Net een Mexican Wave.

In de verte zijn de kerktorens van Lier zichtbaar. Wat is het fijn om Lier in te wandelen via de natuur en niet via industriezones. Een bezoek aan het begijnhof en de Zimmertoren. Op de markt een Sint-Jacobskapel. Ik ga op zoek naar een klooster. Ik word van rechts naar links gestuurd. Naar kloosters waar al lang geen zusters meer zijn. Ik sta voor een blauwe poort. Op de muur ‘de Brug’. Een onaangename ontvangst triggert een oud zeer. Een onterechte beschuldiging. Onrustig val ik heel laat in slaap.

GPX bestand Bonheiden naar Lier/ Bonheiden à Lierre

Lierre

En compagnie des sœurs jusque chez le directeur. Une photo de groupe dans le jardin d’hiver. Nous sommes tous les quatre l’un à côté de l’autre. Mon écharpe vole devant le visage d’une sœur. Ma bouteille d’eau qui n’en fait qu’à sa tête….on rit. ‘Clic’, immortalisé. Nous prenons congé .

Direction la cathédrale de Malines (Mechelen). Je jouis de voir la lumière matinale qui brille en traversant  les vitraux avec de minces rayons.

Après dix kilomètres en région urbaine je peux enfin à nouveau marcher dans la nature, le long de la ‘Nete’. Vers midi je prends une pause à hauteur d’un banc. Il fait chaud, le vent est aujourd’hui présent et crée un peu de fraicheur. Mes chaussures quittent mes pieds. Je glisse les chaussettes sur mes bâtons de marche. Un profond soupir de soulagement. Mon estomac gargouille. Mes jambes sont étendues à travers le banc. Je regarde mes talons, une grosse ampoule m’accompagne déjà trente jours. Pas de mal, pas d’ennuis. Devant moi une belle réserve naturelle et oui à nouveau de… . et oui pourquoi ne pas encore une fois le mettre en valeur et le nommer ‘Natuurpunt’. J’écris dans mon journal. Les derniers jours j’ai l’impression d’avoir peu d’inspiration. C’est ce que c’est. Je sens le soleil sur ma peau. Les longues herbes le long de l’eau ondulent avec le vent. On dirait une ‘vague mexicaine’.

Au loin j’aperçois les clochers de Lierre (Lier). Qu’il fait bon entrer dans Lierre par la nature et non par la zone industrielle. Une visite au béguinage et à la tour ’Zimmertoren’. Sur la place une chapelle Saint-Jacques. Je vais à la recherche d’un couvent. On m’envoie de gauche à droite. Vers des couvents où il n’y a plus de sœurs depuis longtemps. Je me trouve devant un portail bleu. Sur le mur ‘de Brug’. Une réception désagréable déclenche un vieux mal. Une accusation injuste. Agité je m’endors très tard.