Paaswake

Basilique Sainte Marie Madeleine-Vézelay

Voor mij een raam… De sterrenhemel… Een cikkeltje… De maan. In de verte een nachtuil en voor de rest een stilte… rondom en in mij. Op mijn bed een groene bedsprei. Aan de muur een ovalen klein Heilig Hart beeld in koper- die nog ingepakt zat en al een jaar met me meereist. Zo krijgt mijn kamertje een persoonlijke toets.

Mijn hart, mijn lijf…
sedert de Paaswake sta ik ieder dag op in vreugde, open ik ”s morgens mijn gordijnen en lach ik de zon tegemoet zelf al zie ik ze niet altijd en dans ik een nieuwe dag in.

Ik sluit even mijn ogen… en zie nog het gans feestgebeuren van Pasen voor me – voor de eerste maal in mijn leven besefte ik hoe bijzonder en waardevol dit Christelijk feest gebeuren was en is.
Een feest die zo Groots is, dat ik een paar dagen nodig had om het allemaal tot mij te laten komen en om het een plaats te geven.
Dankbaar dat ik hier mag zijn op la ‘Colline Eternel’ en deze bijzondere Paastijd mag vieren in de Basilique Sainte Marie Madeleine in Vézelay samen met la confraternité des frères et des sœurs de Jeruzalem.

De Paaswake…
In de’ nacht’, op Paaszondag, met een kaars in de hand wandel ik de basiliek van Maria Magdalena in. Een bijzondere ‘gedragen’ stilte vult de immense ruimte en komt als een mantel van geborgenheid en bescherming me omhullen. Het is er zo stil en vredig dat mijn adem hoorbaar is.
Ik neem plaats op de eerste rij, dicht bij het hart van de basiliek.
Op de linkerflank zie ik een reflectie van het licht van de kloostergang. Af en toe zijn bewegende schaduwen zichtbaar. Ver, dicht, naar rechts, naar links… uit sommige silhouetten kan ik zelfs de personen herkennen. De broeders en zusters maken zich klaar en komen mondjesmaat de sacrale ruimte in.
Hier en daar hoor ik zachte voetstappen… De basiliek vult zich beetje bij beetje.

Een warme stem is plots hoorbaar in de verte… gevolgd door hemelse gezangen “Le Christ ressuscité, le Christ ressuscité…. Ressuscité…. “
Ik draai me om. De viering is begonnen. De paaskaars wordt aangestoken en de Confraterniteit wandelt traag naar voor.
De kaarsen van alle aanwezigen, ontvangen één voor één het licht …. alle gezichten worden zichtbaar. Het wierookvat zwaait heen en weer, de heerlijk ruikende rook vormt een prachtig samenspel met het kaarslicht, een zachte dans ontstaat in de ruimte, een dans die komt en verdwijnt.

Hmmm, een diepe zucht van verwondering, verwondering van de grootsheid die het kleine met zich meebrengt. De dans van kaarslicht en rook.

De zusters en broeders nemen vooraan plaats. De menigte draait zich om. De Genesis wordt voorgelezen, op de achtergrond is de fijne, zachte klank van de citer hoorbaar.
….
‘Au commencement, Dieu créa le ciel et la terre… Dieu dit: “Que la lumière soit” et la lumière fut. “Dieu vit que la lumière était bonne, et Dieu sépara la lumière et les ténèbres. Dieu appela la lumière” jour” et les ténèbres “nuit”. Il y eut un soir et il y eut un matin: premier jour….. ‘

La terre, le ciel, jour, nuit… water, planten, bomen, vruchten, het fruit, zaden, licht, sterren, vogels, vissen, levende wezens, de mens, vrouw en man, vruchtbaarheid… en zo kwam men tot aan de zevende dag.

Van de Genesis naar Exodus, prophète Ezekiel, Saint Paul, Saint Marc… Gezangen vullen de ruimtes tussen de gelezen teksten. (Luister HIER voor wat sfeer)
Een trom… een prachtige hoge vrouwen stem, en met wat enige inspiratie zou ik kunnen zeggen, een stem zo rakend als een snaar van een Engel. Ander stemmen volgen. Het evenwicht van hoge stemmen en bariton zorgen voor evenwicht.
Hoe warm en waardevol is dat, beiden verenigd.
En zo voelt gans deze viering voor me, het mannelijk en het vrouwelijk, samen op weg.

Sommige teksten komen diep in mij dansen. Teksten van lang geleden en toch zo hedendaags aan de orde.
‘Alors je vous prendrai parmi les nations, je vous rassemblerai de tous les pays étrangers et je vous ramènerai vers votre sol. Je répandrai sur vous une eau pure et vous serez purifiés ;de toutes vos souillures et de toutes vos ordures je vous purifierai. Et je vous donnerai un cœur nouveau, je mettrai en vous un esprit nouveau, j’ôterai de votre chair le cœur de pierre et je vous donnerai un cœur de chair. Ez 36, 24-26

Terug naar de aarde. Naar het belang van Moeder aarde, terug naar onze roots. Naar de paar vierkante meters waar velen terug hebben leren zaaien en oogsten. Lente 2020,weet je nog!
De lucht kwam zuiver, geen bruine laag boven de horizon. De fijne, zoete geuren streelden mijn neusvleugels. De hoge temperaturen in het vroege voorjaar die ons deed stil staan hoe belangrijk water is. Water… heb je al eens stil gestaan dat telkens wanneer men een zaadje water heeft er iets nieuws kan groeien of verder groeien. Een nieuwe geboorte. Staan we daar werkelijk stil bij hoe puur water kan zijn. Wat geniet ik ervan om telkens mijn handen onder een waterstroom te brengen, het water over mijn handen zie vloeien en dit als zuiver mag ervaren.
Hoeveel zijn er niet beginnen kweken en terug gaan ploeteren in de aarde. Hoeveel mensen hebben niet beginnen beseffen dat men uit een lange periode kwam waar men de essentie van het leven naast zich hadden geplaatst en zijn gaan ruchen tegen de klok. Voor wat!
Die terug de waarde van ‘moeder’natuur hebben ingezien.
Die hebben ingezien dat men kan gaan leven met minder. Die de basisbehoeften terug konden ervaren. De eenvoud van het leven terug apprecieerde en waar ruimte terug vrij komt om werkelijk tot diep in contact te komen met ons hart.

Terwijl de viering zijn verder verloop gaat komt het daglicht stilletjes zichtbaar aan de horizon. Heel bijzonder hoe synchroon alles verloopt. Hoe de natuur, rondom de basiliek ontwaakt, de vogels zich laten horen en een roodstaartje zijn plaats zoekt in de viering, de muziek, de teksten, de woorden…

… wordt vervolgd.

Lumière

Ik klop aan de deur van het woonhuis. Een man met baard en bril doet open, brede voorovergebogen schouders, tussen zijn armen en zijn lijf lijkt het erop alsof er een luchtbal tussen zit die verhindert om zijn lichaam te laten ontspannen. Op tafel staat koffie. Ik zet me. Recht tegenover mij een kleine tengere stille vrouw. “Bonjour… “, en om de sfeer in het huis wat de doorbreken, “… les enfants sont parti à l’école ?”, vraag ik haar. We kunnen eventjes een gesprek aangaan tot de man een vraag stelt. Haar ogen richten zich terug naar beneden.
De man praat verder en een vraag die regelmatig naar me toekomt is ‘wat mijn werk is’. En van het één komt het ander. Van vaderstaat, naar het verschil tussen België en Frankrijk (hij is nl. van Belgische afkomst), naar geschillen in burenruzies… ‘dit zou van mij niet waar zijn’, naar advocaten, in gevecht gaan met het systeem, in gevecht met wat buiten zich afspeelt en continue bij die ander zijn en wijzen, omdat men denkt de waarheid in handen te hebben, zich verbergt achter wetten en regels om ze dan te gebruiken wanneer het ons uitkomt en ze ook graag overschrijden wanneer het ons uitkomt.
Ik luister en blijf zo goed mogelijk bij mezelf om me niet hierin te laten meeslepen.

Oh, wat ken en herken ik dit… het gevecht om ‘gelijk’, zie mij… , om een positie in te nemen alsof dit bijna een noodzaak of een moeten is om in een bepaald kader te passen. Terwijl dit beeld iets is die we buiten onszelf hebben waargenomen, en we dan nog eens in gevecht gaan tegen dit beeld die buiten onszelf was (en soms nog is) en eigen hebben gemaakt daar we van niet beters wisten. Het meegaan in het verhaal om erbij te willen horen, niet afgewezen te worden, gezien te worden, erin opgegroeid zijn….

De man weet me ook te delen, dat de huidige situatie hem zwaar begint te wegen. Hij doet dit door een verhaal van een vrouw te vertellen die in zijn ogen sterk was, een ‘plantrekker’, zoals hij het verwoord. Door dit beeld te schetsen komt hij plots bij zichzelf en deelt hij, “je n’est jamais pensé que un jour ou autre la dépression viendrais si près et frapper à ma porte. Je crois que je n’en suis pas loin”. Terwijl hij dit deelt zie ik zijn lichaam zachtjes zakken, zijn stem wordt zachter… zienderogen veranderd zijn lichaam.

Is dit niet de beweging, het beeld, die velen vandaag krijgen en maken. Is dit niet eigen aan de tijd! (al altijd wel geweest, maar nu op groter vlak.)

Aan de ene kant het blijven aan de touwen trekken, in gevecht blijven gaan om niet te verliezen, om gelijk te krijgen omdat men denkt de waarheid in handen te hebben.
En aan de andere kant zich klein maken, volgzaam zijn omdat men denkt ‘ze zullen wel gelijk hebben’.
In beide gevallen zijn ze nefast voor het individu.

Zien we niet de muren rond ons in elkaar zakken, zien we niet de externe maatregelen wankelend worden, en gaat men vanuit de instantie deze gaan bestrijden door de ander extreem kort te wieken in een manipulerend en onder de noemer ‘zorg voor elkander’ reklame, dit zou ik kunnen noemen zacht-geweld, het blijft geweld.
Is dit niet een vorm van angst die zich laat tonen, waarin we in gevecht of onderdanigheid gaan om de schijn-veiligheid die ons wordt aangeboden vanuit een controlende beweging vertrokken uit angst. Is dit niet wat vandaag wereld wijd aan het gebeuren is.

Terwijl het belangrijk is net vandaag, en liever gisteren dan morgen om naar binnen te keren en vandaaruit terug naar buiten te komen. Trouw aan zichzelf en niet wat ons in het strot werd en wordt geduwd, mijn excuses voor mijn uitspraak, ik vind geen ander woord om te duiden.
Ik zou hier misschien verder kunnen op ingaan. Dit zal ik niet doen, omdat ik daar allang niet meer voor kies. Ik wil hier ook niet een waarheid verklaren, wel een delen die ‘door’ meheen komt in het Nu.

“Oh, vous savez cela fait bien longtemps que je ne crois plus dans ce mouvement de combats. J’ai vue, je vois des gents ce détruire, l’un et l’autre. Mes surtout soi même à petit feu.
Je reconnais ton histoire, car j’y suis passer par la.
Et dans le passer j’ai reçue une cage en or, le jour où j’ai ouvert la petite porte de la cage, je me suis donner la chance de trouvé l’or à l’intérieur de moi. Lumière qui est en moi, en toi en vous.
Je ne crois que dans ce chemin qui nous enmenne vers la liberté et le bonheur. Je pourrais peut-être bien appeler cela ‘Un combattons de Lumière,’ . Et où le mots combats prend toute une autre valeur.
Car combattre n’est plus nécessaire… être Lumière.

Een strakke wind… een fijne regen als een voilengordijn… mijn paraplu…
Als een schipper die zijn zeil optrekt… ‘direction bon-port, direction le soleil’.

Als een schipper die de keus maakt waar hij naartoe wenst, rekening houden met de natuurelementen en aandacht wens te geven aan de vloeiendheid des levens en niet aan wat een schip doet wankelen.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Conduis-moi, douce Lumière

 

Conduis-moi, douce Lumière,

au milieu des ténèbres:

Je t’en prie, conduis-moi.

La nuit est sombre,

et je suis loin de la maison:

je t’en prie, conduis moi.

Veille sur mon chemin.

Je ne demande pas

à voir le but lointain:

un seul pas me suffit.

J’étais autre jadis,

et je ne priais pas

pour que tu me conduises.

J’aimais choisir et voir ma route.

Maintenant,

je t’en prie, conduis-moi.

J’aimais le jour brillant et,

malgré mes frayeurs,

l’orgueil me gouvernait.

Oublie les jours passés.

Ta puissance

pendant si longtemps m’a béni

que, j’en suis assuré,

elle me conduira

par landes et marais,

montagnes et torrents,

jusqu’au retour du jour.

Et demain souriront

les visages des anges

depuis longtemps aimés,

et que je ne vois plus.

~John Henry Newman