Queen Valley

Het is rustig buiten. Mannen zitten gehurkt op het veld. Ik volg een lange weg buiten de ommuring die het landelijk dorp en de Haboutempel scheid richting de the Valley of the Queen.
Op het einde van de landweg staat een politie wagen. Een checkpoint, deze zijn talrijk in de buurt. Vroeger kon men bv. van de Queen Valley naar the King Valley te voet. Deze weg is nu echter afgesloten uit vrees dat er belangrijke vondsten zullen verdwijnen uit het land. Want aan de andere kant van de berg ligt het er vol van… overal eigenlijk.

Ik stap mijn laatste rechte lijn deze keer op asfalt. Af en toe steekt er een wagen mij voorbij en roept ‘taxi’. Dit kan een taxi zijn of een gewone wagen of zelf een bromfiets. Op een geheven moment voelt mijn lijf vooraan een drukte alsof ik tegen een muur aanloop. Het voelt bevreemdend aan. Nadien wordt ik hetzelfde gewaar aan mijn rugzijde. Wanneer ik voor me kijk, ziet het landschap eruit alsof ik door een waterkolom wandel. Een kortdurende ervaring, die bevreemdend aanvoelde, toch is er een diep weten dat het ok was alleen kan mijn mind het niet snappen en dat is ok. Niet alles hoeft een nadere verklaring. Het is wat het is.

In de Queen Valley stap ik de eerste graftombe in, deze van Khaemwaset, één van de zonen van Ramses III gevonden in 1903. Vermoedelijk was zijn moeder koningin Tyti. Een wachter van de tombe stapt mee naar binnen.
Hij ziet dat ik de tijd neem om in detail te kijken naar al dit schoons en hij gunt me de ruimte die ik weet te appreciëren.
De muurfrescos zijn geschilderd in een uitzonderlijke finesse, in zachte kleuren en zijn schitterend bewaard gebleven. De natuurlijke kleurpigmenten die men toen gebruikte maken het levender en geven duidelijk weer wat hier voelbaar is, het eeuwige.

Ieder vestibule die je binnenstapt kan je goed de verschillende fases zien van hoe de overledene wordt overgedragen aan de goden. In het begin zie je hem vaak met zijn vader die hem aan de goden voorsteld. Hij is te herkennen aan zijn vlecht die op de zijkant ligt van een kaal geschoren hoofd.
Wanneer ik de muur schilderij van dichtbij bekijk voelt het alsof ik opgeslorpt wordt door deze krachtige schoonheid. De klederdracht van de farao, een wit kleed, is zo subtiel transparant weergeven dat het perfect de diepte weergeeft in een zekere fragiliteit. Een traan rolt uit mijn oog.
Het plafond is laag en weergegeven met talrijke sterren.
In de kamer waar de sarcofaag werd neergezet, zie je op de muurschilderijen hoe de koning offerandes schenkt aan de god Thot en Horus en dan wierook verspreid. Men ziet er ook Osiris in gesprek met Isis.
De détails, de vele tekens, de symboliek, de cartouches die eigen zijn en enkel voor een farao’s zijn. Men kan hier uren in ronddraaien. Mijn nieuwsgierigheid staat op scherp en geraakt in de ban van dit alles. Zoveel schoons.

Na nog twee andere tombes stap ik de tombe in van Nefertari. Nefertari (wat betekent de mooiste onder de vrouwen) was de lievelingsvrouw van Ramses II.
Ik krijg duidelijk te horen van de wachter dat ik enkel tien minuten binnen mag zijn.
Deze graftombe zou de mooiste van Luxor zijn, tot zelfs van Egypte zegt men. Ze is wel heel groot en met indrukwekkende zalen. Maar of de grootsheid het mooier maakt, daar ben ik niet van overtuigd. Voor mij ziet het er wat overdonderend uit aan schilderijen die minder in finesse werden geschilderd. Een explosie aan kleuren in donkere zalen. ‘Te’ is nooit goed en smaken verschillen natuurlijk. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de kunstenaars hier een immens werk hebben neergezet. Teksten zijn hier te lezen uit het ‘dodenboek’. Je ziet er Isis en Nephtys onder de vorm van valken, waken over de mummie. De godin Hathor, Maât die haar grote vleugels opent. Een priester gekleed in panther… En overal waar ik kijk zie ik gevleugelden. Van talrijk in de lucht naar talrijk op de muren, ik kan er niet naast kijken. Nu ik ze zo talrijk aanwezig zie benieuwd of dit mijn intuïtie nog meer zal versterken want dit bracht de gevleugden me, dit hebben ze me geleerd, vertrouwen op mijn intuïtie.

Ik verlaat na uren de Vallei van de Koninginnen. De mannen aan de ingang groeten me. Eén man probeert me mijn aandacht naar hem te krijgen om iets in zijn shop te kopen. Zonder aandringen aanvaard hij mijn neen.

Terug in het dorp spreekt de jongen me aan die ik gisteren tegen kwam en me probeerde naar een halssnoer winkel te krijgen. Hij steekt zijn hand uit en schenkt me een pakje chips. Ik weiger het eerst en zeg het is voor jou, eet jij het maar op. Hij dringt aan. Ik neem het aan en na vijf minuten samen stappen geef ik het hem terug. Hij begreep dat hij van mij geen geld zou krijgen. Vindingrijk is hij alvast en met een glimlach zie ik hem in de verte rijden, als goede vrienden.

Kort erna komt een ander jongetje naast mij wandelen. “Bonboni?” en na de Bonboni kwam geld. Na het geld kwam hij af met droopy oogjes “no parents!”, zegt hij. Aan zijn intonatie, in drama stappend voelde ik dat hij mij in zachtheid probeerde op mijn gevoelens in te spelen.
“Lieve jongen, ik zal je geen geld geven, geen snoep want daar leer ik je geen goede dingen mee. Wat ik je wel kan geven nu is mijn vriendschap en mijn vreugde met je delen”, zeg ik terwijl hij me aankijkt. Ik steek mijn hand uit en zeg mijn naam. Zijn naam volgt en we schudden elkander de hand.

Klik HIER voor meer beelden

Ramesseum

Ramesseum

Vijf uur dertig in de morgen. Ik ontwaak samen met de vogels, kruip van onder mijn muskietennet, opent het dik overgordijn die ervoor zorgt dat het donker blijft in de kamer en stap naar buiten. De zon is al zichtbaar aan de horizon. Wat is dit deugdzaam zo te ontwaken. Niet enkel is de zon te zien, ook de zon in mezelf is te voelen.

De paar dagen dat ik in België was voelde voor mij niet optimaal.
In die periode had ik ook een négative ervaring met een chaotische holistische arts die voor mij op het randje van een manipulatief gedrag heeft ten opzichte van haar patiënten. Gelukkig voelde ik het goed aan, kon ik in mijn kracht blijven en viel ze door de mand. Pas bij het buiten komen werd ik gewaar wat het met mijn lijfje had gedaan en welke energie het van mijn lijf had gewreten. En eigenlijk vind ik dit heel spijtig, holistische artsen hebben het al heel moeilijk maar dit was een voorbeeld die geen meerwaarde is voor artsen in deze groep. En natuurlijk ben ik mij bewust dat het mooi kleedje niet altijd in evenredigheid is met de inhoud en dat is overal te vinden in alle lagen van de maatschappij. Gelukkig ben ik mij daar bewust van, net als dat het omgekeerde bestaat, want zegt men niet ‘l’ habit ne fait pas le moine’. De kleren maken de man niet. De ‘kleren’ hebben niet enkel betekenis van de stof rond ons, ook een gebouw, is een mantel van wat er onder zit.
Zo heb je artsen die graag medicatie voorschrijven, zo heb je holistische artsen die je graag verschillende méthodes voorschrijven die niet altijd werkelijk nodig zijn en zo blijft de winkel draaien.
Zo kan je in een luxueus uitziend hotel terecht komen in een kamer met een hoog prijskaartje en waar de diensten niet ok zijn of in een eenvoudig huis terecht komen die in de ogen van ons westerse blik niets uitziet en terecht komt in wat men hier noemt een présidentielle kamer met een privacy van jewelste. Kostprijs 70 euro voor een nacht in het luxueus uitziend of 9 euro voor een nacht in een eenvoudig huis.

Ik ben me bewust dat de tijd in België korter en korter wordt. De laatste twee keer dat ik in België was kreeg ik fikse opstoten van huidproblemen. Alsof dat er iets in mijn niet kon uitbreken en dit vertoonde zich via de huid. Ja, ik voel me meer en meer gevangen in mij geboorteland. Ik kan er moeilijk mijn volle potentie beleven en dat voel ik telkens bij het verlaten van het land. Na een week zijn mijn huidproblemen verdwenen en voelt mijn lijf terug in balans.

Met mijn rugzak op de rug. Een hoofddeksel tegen de al vroege felle ochtendzon. Twee flessen water wandel ik langs landelijke wegen richting Ramesseum. De tempel van Ramses II.
Op een lijstje zag ik tal van plaatsen die te bezichtigen zijn. Ik heb me voor genomen om me te houden aan enkel een plaats per dag. Geen overdondering, geen gehaast. Wel wens ik de tijd te nemen om alles op me te laten afkomen.

Mannen zitten er gehurkt in de Luzernes velden of tussen de graan velden. Met een zeis snijden ze het groen af om straks hun vee te voederen. Ik steek mijn hand op en roep “Salaam”. “Salaam”, krijg ik terug terwijl de man me met een stralend gezicht aankijkt.

Een jongen van tien is aan het spelen met de bal. Hij schopt die in mijn richting. Ik begin met hem te voetballen. We spelen eventjes samen, tot ik dicht bij hem aankom. “come come necklace shop”, roept hij. “Neen dankjewel. Ik heb geen nodig. Ik wil wel met je verder spelen”, zeg ik hem. Hij wandelt even met me mee en we beginnen te praten. “Wat is je naam”, vraagt hij me. “أنا ياسمين” of “anna Yasmin”, terwijl ik mijn hand op de borst leg. “Yasmin”, vraagt hij mij verwonderd. “Ja”, zeg ik met een glimlach. Mijn naam die van Perzische afkomst is haalt onmiddellijk de muren naar beneden in Arabische landen. Zalig vind ik dat.

Als leek en zonder enige achtergrond in de geschiedenis van Egypte behalve een paar woorden die ik me herinner uit de geschiedenis les, zoals farao, pyramide, hiërogliefen, de Nijl. Dat het in de woestijn ligt en maar 5% van het land bewoond is. Op de tijdslijn dat het al duizenden jaren voor Christus bestond….euhhh. Hmm, duidelijk niet de beste leerling geweest in het van buiten leren. Ik zag daar ook het nut niet van in en deed daarom ook heel weinig moeite voor. En ik heb daar absoluut geen spijt van, want vandaag kan ik alles zien met de verwondering van een kind die pas ontdekt. Waardoor ik alles in zuiverheid op mij kan laten afkomen, zo voelt het toch voor me.
Traag wandel ik door de tempel van Ramesseum. Ik word geraakt door de grootsheid van de basreliëf. Ik geraak geïntrigeerd door de hoeveelheid hieroglyfen. Het vele werk die hier verricht geweest is. De vele roofvogels op de muur. En als ik dan het gebroken beeld van Ramses II zie in graniet waarvan de afstand tussen de oren al bijna 2 meter is. Dit beeld 1000 ton weegt om dan nog te zwijgen dat de steen van Assouan komt, dat is zo een 200 kilometer verder op. Dan sta je daar werkelijk met je mond vol tanden. Ik geraak niet uitgekeken op al die schoonheid. Een iets is zeker ik voel er me nu al door geboeid, door die grootsheid die alle grenzen overschrijdt van het tastbare en niet tastbare. In de verte hoor ik een roofvogel. Ik kan hem niet zien. De kreet is me niet onbekend. Het is alsof het me roept bizar.

Naast de tempel vond men er de graven van de farao zijn kinderen, honderdtwintig. Kan al tellen! Hij had tweehonderd concubines, twaalf echtgenoten. Waarvan hij zelf trouwde met zes van zijn dochters. In deze periode bleef men blijkbaar in familie. Hmm, dat is duidelijk.

Tegen zonsondergang stap ik terug naar huis. Wagens stoppen en ik hoor roepen ‘taxi?’. Ik wuif met een heen en weer gebaar als teken van neen. “Come I take you”, zegt een man met baard in een wit-zwart gestreept Kaftan. “No problem” vervolgt hij terwijl hij met zijn moto naast mij komt te rijden. “Neen dankjewel, ik vind het fijn om te stappen”, en hij rijd verder. Plots hoor ik terug de kreet van de roofvogel. Ik blijf staan. Ja ik zie hem in de verte. Daar waar ik hem hoorde. Ik stond er dus juist na. Ik probeer in te zomen om te zien wie hij is. Een uil. Hij kijkt me recht in de ogen.

Voor meer beelden over Ramesseum KLIK HIER

Une chouette

Egypte

Ik hef even mijn poep op na uren stilzitten op nog geen vierkante meter in een volle vlucht richting Egypte. Het doet mijn onderrug geen deugd, echter het weten dat ik straks mijn tocht mag verder zetten daar waar ik geroepen werd heeft me moed om de lichte pijn te verduren.
Mijn buurman kijkt me aan “ja, ik ook. Ik voel het ook”, zegt hij. Een korte geblokte man met een donkere huidskleur. “Ben je van Egypte”, vraag ik hem. “Ja, ik ben Egyptenaar”, zegt hij fier in het Frans. “Égyptien”, wat klinkt dit mooi in mijn oren alsof dit lang gekend is.
De man deelt me dat hij in Frankrijk werkt en op weg is om Pasen te vieren met zijn vrouw en familie. “Ben je Christen” vraag ik hem. “Ja, Orthodox”.

Ik kijk even door het wat wazige kleine ovalen raam terwijl we boven de woestijn vliegen. Het ziet er bewonderenswaardig uit. Het is geen hoop effen zandvlakte, wel een contrastrijke creatieve uitziende oppervlakte.
Met wat verbeelding en openblik kan je er van alles inzien en waarnemen. De lijnen, de hoogteverschillen in de aardkorst zorgt ervoor dat de aarde van bovenuit eruit ziet alsof de aarde aderen heeft. Of immense tekeningen van bomen met hun boomstammen waarvan de wortels met elkander verbonden zijn. Het doet me zelf denken aan een bloemkool die door midden is gesneden. Ernaast zie ik duidelijk de delta langs waarheen we vliegen en we de Nijl overvliegen richting Luxor. Daar waar ik voet aan land zal zetten. Geboeid blijf ik verder kijken door het venster.

Op de luchthaven staat een man mij op te wachten om me van Luxor naar de Westbank te brengen waar ik de eerste zeven dagen zal vertoeven en de tijd zal nemen om te acclimatiseren.
Toen ik op het plein in Cahors de Arabische taal hoorde, de moeheid in mijn lichaam voelde werd het me duidelijk dat ik deze pelgrimstocht en het land op een andere manier zou doorkruisen dan wat ik in oorsprong dacht te doen. Ik herinner me toen in 2019, ik was toen vertrokken vanuit Vézelay te voet naar Jerusalem. Mijn hoofd dacht toen : ‘na Compostella, Rome dan is het normaal dat Jerusalem volgt’, Niets was minder waar. Zo werkt het alvast niet voor me. Ik herinner me toen nog heel goed hoe mijn pelgrimstocht een andere wending nam in de vorm, maar innerlijk een heel intense weg was vol mystieke ervaringen. Ik heb er toen ook bewust niets over geschreven omdat ik niet alleen was in de beleving. Ik werd gewaar dat de mystieke ervaringen dienden met zorg en respect benaderd te worden net zoals geliefden elkander benaderen en wat toen was blijft levend in mij en dat is het bijzonderste.
Benieuwd wat deze tocht me zal brengen.

De man brengt me doorheen een stoffig gebied. Langs de weg ligt overal troep, plastiek afval. Duidelijk dat recyclage hier niet aan de orde is. Hierin investeren, werk creëeren en zorg dragen voor de bevolking is op dit vlak blijkbaar niet prioritair, zoals in vele zuiders landen. Langs de weg zijn er een tal van verhoogde bermen nabij de checkpoints zowel politie mensen als militairen zijn er aanwezig. “Amai, je moet hier geen schrik hebben om te rijden”, zeg ik tegen de man. “Och, ik heb vijf ogen” deelt hij. Wil hij zeggen, de achteruit kijkspiegel, de twee zijspiegels en zijn eigen ogen. Men steekt hier overal voorbij, rechts, links duidelijk dat de regels die wij ook kennen hier niet worden toegepast. En eigenlijk voelt deze manier veel vrijer minder gecontroleerd en voor mij veel juister. Ook al ziet het eruit als een cacafonie, de ene respecteert de ander, men is alert en vooruitziend op de weg. Het voelt voor mij niet aan als de sterkste op de weg, wel als gelijken. De fietsers hebben dezelfde plaats als een wagen. Het doet me denken aan Indië, Marokko.
Wij hebben zoveel regels dat wanneer er iets verkeerd gebeurt we ons erachter verbergen. Of we stellen ons boven een ander zwaaiend met een papiertje in de hand. Zijn we hier dan werkelijk vrij in?!

Net op het moment dat we de Nijl over steken voel ik me levensenergie vanuit mijn bekken ontwaken. Bijzonder en fijn om net hier de levensenergie gewaar te worden. Na een twintig kilometer rijden en langs een lange muur die een tempelcomplex omcirkeld te hebben gereden kom ik aan bij het appartement.
De man stopt aan de rand van het dorp. Een jonge gesluierde vrouw komt naar me toe samen met haar dochter en zoon ‘Adam’. Ze verwelkomen me en tonen mij het nieuwe stekje voor de volgende zeven dagen. Een aangenaam klein appartement met alles wat nodig is voor de basisbehoefte eten, wassen en slapen. Ik installeer me en ga op het balkon staan met uitzicht op de woestijn, the Queen Valley.

Via DEZE LINK kan je me volgen met beelden en neem ik jullie mee via bijzondere plaatsen in Egypte.