Louisette

Espalion

Ik hoor het huis ontwaken. Een deur gaat open beneden. Ik hoor de koffiemachine pruttelen. Ik trek mijn kleren aan en ga naar de woonruimte. De geur van brandend hout gemengd met deze van koffie. Een heerlijk thuisgevoel. Nadège bracht vers brood mee voor de jongens, ikzelf neem voldoening met een potje heerlijke warme koffie die Willy deze morgen heeft gezet. Het huisje is gezellig ingericht persoonlijke spullen van Nadège zijn zichtbaar. Zo fijn het gevoel te hebben dat een gastvrouw je vertrouwt om je te laten logeren in haar eigen nestje. Ik hou van haar ingesteldheid, geen reklame, het vertrouwen in de werking van donativo, het vertrouwen in ‘la providence’. Alles wat mijn eigen hartje vult. Na een gezellige babbel met Nadège neem ik de moed samen met Willy om een nieuwe dag in te wandelen. Arsène, beëindigde vandaag zijn weg. Met zijn tweetjes stappen we verder.
Het gaat vlotjes, met twee wandelen voelt totaal anders aan. Het oneindige universum krijgt een bubbel waarbij je afgestemd geraakt op elkaar en me het gevoel heeft op een kleinere wereld te leven.

Ik nader de stad Saint Côme-d’Olt. Op een openplein staat een huis met een bijzonder dak die mijn aandacht trekt. Op een metalen hangbord staat ‘La bisquine de Jean’. Een man is er zijn klimplant aan het snoeien. De eigenaar van het huis.
“Wat een bijzonder mooi huis heb je. Zijn architectuur is heel bijzonder en je onderhoud het met zoveel zorg”, deel ik de man. Hij weet me te vertellen dat het dak ontworpen is door de architect Philibert De l’Orme. Een architect uit de 18°eeuw.
Daar waar ik dacht dat het een dak ontwerp was voor rijker mensen, is het net het omgekeerde, ontworpen voor de mens met mindere mogelijkheden.

Op de middag neem ik een pauze in het zonnetje op terras. Willy beslist om verder te stappen. Ik strek mijn benen lang uit, sluit mijn ogen en laat me inspireren voor mijn dagboek.

Ik volg de Lot tot in Espalion om tijdig aan te komen in de gîte d’étape waar ik terug Willy zal ontmoeten.

Voor mij een dame. Haar bruine lange jas hangt wat langer vooraan. Heel traag en wat houterig stapt de vrouw langs de weg leunend op een wandelkar. In het draagrekje vooraan ligt een zuurstof machine. Haar grijze krullende haren liggen golvend op haar voorhoofd. Op haar neus een leesbril die helpt haar zuurstofmasker op haar plaats te houden. Ik wandel haar heel zachtjes voorbij zodat ze niet schrikt. “Dag mevrouw, deugddoend he om nu een wandeling te maken met dit heerlijk zachte weer”. De dame kijkt me aan en delen een paar woorden. Ik vergezel haar eventjes. Bij het verder stappen vraag ik haar naam ‘Louisette’ . “Naar waar ga je”, vraagt de Louisette. ” Richting Tarbes en misschien wat verder naar Lourdes”. “Wil je een gebed voor me doen”, vraagt Louisette. ” Zal ik doen en neem je ook mee in mijn onderweg.”
Ik stap verder. Het valt me op wat een verschil in bevolking er komt hoe dichter ik de stad nader. Het voelt wat vreemd aan.
’s Avonds doe ik boodschappen samen met Willy en kies ik om heerlijk voor hem te koken.

Klik HIER voor meer beelden

Klik HIER voor bewegend beeld

Sneeuw

Ik steek de straat over en open de deur van een hotel. Twee metalen hulsels met een klepel in het midden laten horen dat er iemand is. De bel. “Bonjour, een koffie alstublieft”, vraagt ik met veel enthousiasme voor de nieuwe dag. Even enthousiast en met een zacht ogende blik zet de eigenaar een koffie.
Ik neem plaats naast de tafel waar Willy en Arsène ondertussen hun ontbijt nemen. “Hebben jullie heerlijk geslapen?”, vraag ik hen. “Ja hoor, niet teveel last gehad van mijn gesnurk?”, vraagt Willy. “Neen, absoluut niet. Ik denk zelf dat het mij ingewiegd heeft”.

Aan de contoir zit een fors gebouwde man. Aan zijn voeten stevige groene laarzen. Een groene broek in velour en een beige gilet met vele zakjes, handig om allerlei hebbedingen in te steken. Een draagbare telefoon rinkelt. De man neemt op “ja, vertel eens”, antwoord hij naar de andere kant van de lijn. Ik hoor ‘zoveel CC, de koe, de poep…’, een veearts. “Ahh, dit is eens wat anders van onderwerp dan de gesprekken aan de contoir in steden”, deel
Ik aan de eigenaar terwijl ik afreken.

Terwijl ik nog mijn spullen wat bij één steek, de ruimte die we hebben gebruikt in de gîte netjes achterlaat zijn Arsène en Willy reeds de deur uit richting het hart van de Aubrac, naar het kleine dorp Aubrac op een 1350m.

Vanuit Nasbinals gaat de weg al onmiddellijk bergopwaarts en al heel snel is sneeuw te zien. Ik hoor een venster openen, een hand wordt zichtbaar grijpt een luik vast en laat deze draaien op zijn as. Een man komt leunend over zijn vensterbank. “Awel wat heb jij moed om nu de weg te nemen. Pas op er ligt sneeuw bovenaan. Wees voorzichtig”, zegt de man met een welwillendheid. “Kondigt men regen aan?”, vraag ik de man. Met een deugddoende hoorbare neen vervolg ik mijn weg.

Een oneindige stilte is present over het sneeuwlandschap. Onder mijn voeten hoor ik de krakende sneeuw en af en toe eronder is het geluid van ijs hoorbaar. Op sommige plaatsen is de sneeuw vast genoeg om er in te stappen. De zon is aanwezig en zorgt ervoor dat het in witte weerkaatst en mij af en toe verblind. Mijn lippen voelen ruw aan, nooit bij stilgestaan dat ook in de winter een minimum bescherming voor de huid noodzakelijk is. In de verte komt er een laag grijze wolken aan. Oho, zou het weder dan toch veranderen! Gelukkig niet, ik zie de wolken mooi op mijn zijkant blijven en wandel verder traag en zeker de hoogte in richting de zon.
Op bepaalde momenten en totaal onverwachts zak ik in de sneeuw tot aan mijn knieën. Daar sta ik dan vast in de sneeuw. Hihi, en ook al is het fysiek pittig, mijn innerlijk kind weet er telkens met veel vreugde uit te komen. Het is als op een roetsjbaan waar men zo een op en neer beweging maakt, of wanneer ik als kind in de lucht werd gegooid en mijn buik voelde kriebelen.
En als ik dan ook besef hoeveel keer ik vandaag heb geknield, ik denk genoeg voor gans mijn leven.

In Aubrac hou ik een pauze na de intentieve wandeling. Een vrouw spreekt me aan, “Daar is de bar misschien open… . En zo niet ik heb een warm drankje met gember”. “Dankjewel ik ga even kijken.” Na wat rond draaien zet ik me neer op een stenen bank, trek mijn schoenen uit en broekspijpen. Sluit mijn ogen en geniet van de zon en lichamelijke rust. “Je hebt geen geluk geluk. Geen enkele bar is open. Heb je een drinktas dan schenk ik je iets warms in”, roept de vrouw. Op mijn blote voeten ga ik naar haar toe. Staan wat te praten en nemen verder elk onze weg.

Een kalfje volgt me in de weide. Ik praat er tegen. De boer komt mijn richting uitgewandeld en zegt, “Ik heb schrik dat ze je zal volgen. Het is haar eerste keer dat ze buiten is straks mag ik ze in St.Jacques halen!” Ik zal aan de binnenkant wandelen van de weg dan ziet ze me niet. De koe staat lager in veld. “Merci” en we steken de hand op.

De avondzon schijnt op mijn snoet. De vogel zingt zijn avondlied. Een licht briesje kondigt de frisheid van de avond aan. Het wordt wat kouder. Met een stukje verse gember en een wat vlottere pas stap ik mijn laatste kilometers. Even flits ik terug naar het moment dat ik in Bolivia was met kletsnatte voeten op de Salar d’Uyuni. Eenmaal de zon onder voelen de natte voeten ijskoud aan.
Gelukkige draag ik vandaag wollen kousen, nat of niet in beweging heb je altijd warm.
Aangekomen bij Nadège zie ik Willy en Arsène. Aan de openhaard in huiselijke sfeer delen we de avondmaaltijd.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor meer beelden.

Aubrac

Na een weldoende nacht gaat mijn tocht verder richting de Aubrac.
Maar eerst nog wat proviand voor onderweg. Wanneer ik aan de kassa kom schrik ik wat van de prijzen, die toch wel fiks opgelopen zijn.

In een dorpje ben ik opzoek naar het openbaar toilet. Helaas gesloten wegens winterperiode net zoals de vele kranen waar in de zomerperiode de wandelaar zijn fles kan vullen. De nachtelijke temperaturen dalen hier nog ver onder de nul, tot wel min 10 graden.
Ik klop aan een deur. Een vrouw doet open. Ik schat haar begin de zeventig, wat rond van vorm, steunkousen en met een wat voorovergebogen lichaam. Haar gezicht ziet er zacht uit en met haar lieve glimlach kijkt ze me aan. Een vrouw met een moederlijke uitstraling waar je wel zin zou krijgen om onder haar vleugels te vertoeven. “Dag mevrouw, zou ik even jullie toilet mogen gebruiken. Deze van het dorp is niet open”. “Natuurlijk kom binnen”, terwijl de vrouw me de weg wijst.
Voor ik terug de deur uit ga vraagt de vrouw of ik iets warms wens te drinken, met plezier aanvaard ik de uitnodiging. Terwijl de koffie machine het heerlijke geluid maakt van pruttelen en haar aroma door de keuken verspreid, staat de vrouw haar middagmaal klaar te maken. Chinese kool ligt op tafel. In de pan een stuk vlees waar af en toe een scheutje witte wijn ontvangt kwestie van te blussen. Terwijl ze met haar mollige handen de kool vast neemt om in parten te snijden vertelt ze me ondertussen gans haar levensverhaal. Ik breng mijn elleboog op tafel en leg mijn hoofd in mijn hand terwijl ik aandachtig naar haar luister en geniet van dit huiselijk tafereel. Het is warm binnenshuis. Haar man komt erbij zitten. Jacques. Hij zegt niets tot het moment zijn vrouw uitlegt wat hij voorhad. “Ik ben het leven beu”, deelt hij me met een zachte stem, mij aankijkend, met moeite kan hij articuleren. Hij kreeg een paar jaar geleden een hersenbloeding. Ik hou hen nog even compagnie. Vóór het verlaten van het huis vraag ik hen hun adres. Een kaartje zal hen deugd doen.

Mijn weg gaat in stijgende lijn en al heel snel kom ik op een altitude van 1200m in het Parc naturel régional de l’Aubrac. Wanneer ik op het hoogste punt kom zie ik de warme gloed van de avondzon. Ik check even mijn kaart om te zien hoever het nog is naar een dorp. Het is hier zo mooi dat ik zin heb om hier te overnachten, ik kan het me echter niet veroorloven wat betreft de nachtelijke temperaturen. Ik wacht tot de zon volledig onder is en aanschouw dit prachtig natuurspel. De schoonheid geeft me kracht en bij het vallen van de nacht vind ik midden een dorp een broodoven. Daar waar wekelijks vroeger het brood werd gebakken.
Ik zet de twee banken die er staan tegen elkander en maak mijn bed. Ik ga op zoek naar houtsprokkels en in een verlaten schuur vind ik hier en daar een stuk droog hout om mij op te warmen.
Met het licht van de houtkachel denk ik aan deze prachtige dag en aan wat ik de voorbije dagen al heb mogen beleven en ervaren. Met een vreugdevol gevoel val ik in slaap.

Klik HIER voor bewegend beeld

Klik HIER voor nog wat beelden

Escluzels

Kapel Maria Magdalena in Escluzels

Natuurlijk licht komt in mijn kamer. Beneden hoor ik beweging. Michel de eigenaar van gîte is wakker. Ik maak mijn rugzak klaar voor een volgende dag. Wanneer ik de trappen afdaal zie ik Michel zitten aan zijn lange houten tafel, met zijn telefoon bij de hand. “Goedemorgen Michel een nieuwe zonnige dag staat ons te wachten.” “Goedemorgen Jasmine heb je goed geslapen.” “Ja hoor heel goed beter dan de vorige nacht, dankjewel. Ik denk dat mijn bezorgdheid rond mijn slaapzak me wat wakker heeft gehouden de vorige nacht.”
Michel heeft verse koffie gezet die we samen opdrinken terwijl we een intense babbel hebben rond gevoelens, verwachtingen, eenzaamheid, pelgrims… en bewustwording.
Hoe leg je soms iets uit aan iemand die een blinde vlek heeft waarin je gewaar wordt dat er weerstand, ontkenning, kwetsbaarheid en die toch openstaat en wil groeien. De laatste tijd maak ik gebruik van voorwerpen die in de buurt zijn om iets te duiden. Ik laat ze een voorwerp uitkiezen die passend is voor een personage in het verhaal. Zo kan de persoon de situatie vanop een afstand bekijken en wordt het al heel snel duidelijk waar de vork in de steel zit. Ongelofelijk wat er soms gebeurd.
Een tweede pot koffie komt op het moment dat ik klaar ben om te vertrekken. Ik geef eraan toe en voor ik me er bewust van ben staat de klok al heel snel op elf uur. “Alle Michel nu moet ik er werkelijk van door, tijd om in beweging te komen. Ik ben al over mijn grens gegaan en dit begin ik gewaar te worden.”
Geen évidente situatie wanneer je weet dat je een leegte achterlaat bij de persoon wanneer je vertrekt. Ik hoop van harte dat zijn verdriet zal omslaan naar vreugde. En dat hij in de toekomst blij pelgrims zal uitzwaaien in plaats van verdriet te voelen.

In Rochegude neem ik de tijd om de kapel te zien van Sint-Jacobs. Helaas is ze gesloten, maar zijn ligging is al de moeite. Er naast staat een toren. De oorsprong van deze gebouwen is van de 12°eeuw en heeft reeds vele veranderingen ondergaan.

In Monistrol-d’Allier hou ik een korte pauze in de enige bar die open is. De eigenaar een Engelsman vraagt me waar ik deze morgen ben gestart. “Och ik ben pas rond de middag gestart. Ik heb een lang gesprek gehad met een eigenaar van een gîte die het nodig had” De man vraagt me wie en wanneer ik dit deel krijg ik non-verbaal gedrag die boekdelen spreekt. Ik stop de man onmiddellijk waarbij hij me deelt, “kijk naar mijn ogen en je zal zien dat ik een goed mens ben.” “Meneer ik zie in je ogen evenveel schoonheid in je ogen als deze van Michel. Ik kan alleen delen wat mijn ervaring en gewaarwording is en de rest is ballast van jaloersheid en mensen die het niet goed voorhebben met een ander.

De Podiensis kent wat gevolgen van zijn succes. Wanneer succes zich installeerd en het men te groot ziet en nooit genoeg, de weg gebruikt om zijn verwachtingen in te vullen dan ontstaan er soms vreemde en niet aangename situaties zoals jaloersheid.
Het valt me ook op hoe zelfstandigen werkelijk bijna aan het verdrinken zijn in wat ooit een groot succes heeft gekend, en vooral wanneer men vandaag hoort welke tarieven ze dienen te betalen. Bv. Electriciteit voir een hôtel uitbater is van 3000 euro naar 7000 euro gestegen. Hmm, ik zou niet in hun schoenen willen staan. De angst is hoorbaar en voelbaar.

Ik wandel nog verder tot zonsondergang en kom langs een kapel van Maria Magdalena gelegen in de diepte van een kloof en boven een rivier. De kapel dateerde uit de 17°eeuw. Helaas is de deur gesloten. Ik twijfel even of ik hier zal overnachten in de nissen van de muur die verwarmt is door de zon.
Ik stijg nog wat tot ik in het dorp Escluzels aankom. Zoekend naar een plaats om te overnachten kom ik terecht in een schuur waar ik de nacht zal doorbrengen.

Klik HIER voor nog beelden

Klik HIER voor de video

Rocco’s poot

Samen met soeur Ezechiël, rijden we van La Ferté-Imbault naar Tours van waaruit ik mondjesmaat terug keer richting België.

Langs de weg wenst Ezechiël te stoppen in een kerk voor de Vespers (avondgebed). Ik zoek op de kaart en zie er 2. “Laten we de dichtste nemen” , zegt Ezechiël. Ik vergroot de kaart en zeg ” Het kan niet beter, de kerk is genaamd naar Maria Magdalena.” “Ah, voilà. Blijkbaar moeten we daar zijn!”, reageren we in koor.

Aankomend in Tour overnacht ik bij vrienden van Ezechiël. Er wordt gevraagd naar mijn ervaring op de weg. En in een gesprek met als thema gebed, naar de kerk gaan en het ontvangen van het sacrament, zie ik verwonderde gezichten wanneer ik hen deel dat voor mij het gebed bestaat uit dankbaarheid bij het zien van een nieuwe dag, iedere stap die ik op moeder aarde zet. En dat het sacrament, voor mij in mezelf aanwezig is, nl. mijn hart.
De non- verbale en verbale reacties vallen me op, bij de vraag: “Stel je voor dat er morgen geen sacrament is, niet te vinden of je bent verplicht je een heel lange tijd op te sluiten voor je veiligheid en je het sacrament niet kan ontvangen?” “Ah, neen, dit heb ik nodig. Ik kan me ook geen leven zonder voorstellen…”, krijg ik als antwoord. Het voelt voor mij bijna als een afhankelijkheid van iets buiten zichzelf.

Het duurt bijna tot de middag voor ik gewaar wordt dat mijn lichaam zich in beweging brengt. Ik breng een bezoek aan de kathedraal van Tours. Prachtige glasramen zijn er te zien, het is voor mij ook het enige wat me kan bekoren in de kathedraal.

Op een wandelbrug zet Ik de Kleine Prins neer voor een foto bij een straat graffiti. “Ohh, il est beau ton petit bonhomme”, roept een langs rijdende fietser.

Ik wandel de weg langs de rivier de Loire en geniet van de reflecties op het water, de beginnende veranderde kleuren in de natuur. Hier en daar kan ik nog bewoonde troglodyte (huizen in de rots) woningen waarnemen. Zij zullen alvast geen last hebben van de veranderde energie prijzen, want in zo een woning blijven de temperaturen in een constante van zo een 17 graden.
Ik heb het gevoel dat mijn wandelweg in een snelheid om was vandaag, nog voor ik het wel besef kom ik aan in Montlouis-sur-Loire waar een dame van 82 jaar me vriendelijk verwelkomt in het zaaltje van de parochie.
Ik blaas er mijn matrasje op die ik neerleg op een vasttapijt. Vind er wat kaarsjes, een lampje, mijn aquarelle doos, een boekje… Een gezellig nestje.

Na een goede nachtrust en een stevige koffie verlaat ik het dorp. Een aangename zachte najaarszon is aanwezig. En tegen de middag loop ik nog steeds in sjort en t-shirt. Zalig.
Af en toe sta ik stil en geniet ik van de rijke natuur. Ik open mijn armen wijd open, adem diep in, sluit mijn ogen en wordt de fijne windbries en warmte van de zon gewaar op mijn huid. Met een diepe inademing dank ik voor al dit schoon die mij, ons geschonken wordt.

In de namiddag nader ik Ambroise met zijn groot, eerder immens kasteel waarvan je de reflectie ziet in het water.

Voor mij, een man en vrouw wandelen arm in arm. Ze vertragen. Onverwachts is plots een sheet hoorbaar, amai en geen kleintje… Hmm, ik voel mijn oogleden open trekken en mijn mondhoeken opwaarts. Ik steek hen voorbij en zeg met humor :”Eh bien, c’est ce qu’ils appellent vraiment prendre de l’air.”

Ik twijfel even of ik in Amboise blijf of verder wandel. Ik slenter wat door de straatjes naast het kasteel en al heel snel wordt ik gewaar dat ik niet in de massa wens te blijven. Bij het oversteken van de brug naar de andere kant van de oever, zie en hoor ik een koppel mij uitlachen omdat ik met wandelstokken wandel. Ik laat het bij hen en kan me voorstellen dat voor mensen die van de wereld weinig afweten, of het gezichtsveld niet veel verbreden dat dit een beeld is die wat vreemd aanvoelt. Een reactie die meer over hen verteld, dan over mij.
Verheugd verlaat ik Amboise.

In Pocé-sur-Cisse eindigt mijn dag. Op een hoek van de straat sta ik even stil, laat ik de omgeving op me afkomen. Recht voor mij een groot peperkoekenhuisje. Ik wandel even naar rechts, naar links, blijf staan en steek nadien de straat over om aan het hekken van het huis te bellen. Drie kleine bellen hangen aan het hekken. Zo een bellen zoals aan de hals van de geiten of schapen. Aan de derde bel… opent een deur. Christine komt buiten.

Bij Christine, Pierre, Léa en Rocco de bijzondere poes.

Bij het klaar maken van de maaltijd vraagt Christine me “Mag ik je een vraag stellen, voel je vrij om erop antwoorden. Waarom koos je ons huis?” “Ik laat me leiden en vertrouw mijn intuïtie.” “Is het dit wat men la divinité noemt ?” “Dit zou men zo kunnen noemen”,deel ik Christine.

Na een gezellige hartelijke avond krijg ik een bijzondere unieke stempel in mijn credential. De poot van Rocco.

In de nacht wordt ik wakker. Kijk ik op mijn telefoon naar het uur 00:31

In dankbaarheid na deze mooie dag en avond, dommel ik verder in.

Hier een kortfilmpjeEn nog eentje

Hier wat beeldenEn nog…

Magdala

Mijn verblijf in ‘Magdala’

Wat hou ik van die plaatsen waar men de mens in zijn verantwoordelijkheid laat en vertrouwen heeft in zijn/haar kunde en kennis, waar zijn of haar ‘Zijn’ zich mag ontplooien zonder dat er een voortdurende controle is. Waar respect is voor ieders terrein. Waar ik dienstbaar mag zijn en mag schenken aan de maatschappij wat mij aan een andere kant gegeven wordt.
Zo voelde het voor mij in Magdala. Binnen een structuur mogen bestaan zoals je bent, met gans je ‘Zijn’ en je er een plaats hebt, je er mag bestaan. En waar liefde in het samenleven voelbaar aanwezig is. Is dit niet wat de basis is van een ‘ thuis’.
Zo voelt het voor mij een ‘thuis’,daar waar men welkom is.
Tussen de vaste uren van samenkomen, gebeden, in stilte eten en samen de afwas doen…nam ik de stoelen, kasten en deuren onder handen voor reparatie.
Een zuster zei: “Het doet goed je aanwezigheid. Het brengt me een veilig gevoel, als een vader die aanwezig is, als wanneer er iets misloopt weet dat er iemand is waarop je kan rekenen.”

De aangename losse humor van een zuster. De kleine attenties en goede zorgen van de andere. De perfectie,rechtuit zijn van nog een andere zuster…een fijne mengelmoes in de individualiteit die een evenwichtig geheel vormt.

Op een middag net voor de middag dienst ontvang ik van zuster Marie-Sophie een brief.

Ik lees de brief…

Liefste JASMINE, bij het openen vandaag van het boek van C. De Meester op een boodschap van Thérèse de Lisieux, ben ik geraakt bij het lezen van een citaat van de Kleine Prins, vóór de introductie, die me aan jou deed denken en aan wat je beleeft van dag op dag…
…. We houden jou in ons hart en in onze gebeden en hopen je terug te mogen zien in Magdala. Er is geen bel, weet dat je je mag installeren zonder aankloppen… Bonne route…

Geraakt door deze woorden en haar delen van de zuster.


Na de mis ga ik naar de zuster en dank haar voor haar gebaar terwijl ik iets uit mijn broekzak haal – De Kleine Prins – Marie-Sophie is verwonderd bij het zien. We kijken elkander in de ogen… zonder woorden.

Ik stap richting mijn kamer. Mij aankijkend in de spiegel, begin ik te huilen, ik voel dat er iets vrij komt, afscheid en vreugde is voelbaar.
Vanuit een diep bewustZijn hoor ik mezelf aanspreken :” Jasmine ook al zou je graag willen intreden, je weg is daar, onderweg, er zijn mensen die je op je wachten, die je graag ont-moeten.” Mijn tranen vloeien.
Later, bij de afwas bevestigd Christine me wat door meheen kwam.

Wat een zalige plaats midden de natuur. Vader Hert met zijn 4 takken gewei, de familie everzwijnen die je rond het terrein hoort terwijl ik ’s avonds een telefoontje die onder de open sterrenhemel en volle maan.

Het leren herkennen van paddestoelen bij de pluk met zuster Marie-Laetitia om ze’ s avonds klaar te maken en ’s anderendaags een feestelijke maaltijd op tafel te hebben.

‘ s Middags op de feestdag van de aertsengel Michaël – 29 september – terwijl aan tafel een maaltijdgebed wordt voor gelezen, vliegt een buizerd rakelings over de aarde, richting een boom net op het moment dat het woord Michael wordt gebruikt. Wat een resonantie van tijd!

Kom ik hier terug… ABSOLUUT… en wat ben ik blij dat ik zo een vertrouwen heb in het leven en in wat het me toont. Dat ik kon, mocht en wou Zien.
Ik mis deze plaats nu al en mijn hart… die bonst nog meer dan voordien.
Leven, Licht, Liefde.

Pace e Luce.
Magdala… Ik kom terug…
Dankjewel zusters.

Hier een kortfilmpje

Evelyne

Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde

In de verte zie ik twee mensen wandelen. ‘Zouden er wandelstokken te zien zijn. Misschien een pelgrim’, stel ik me de vraag. Op mijn rechterkant zie ik een regen gordijn op mij afkomen. Ik maak me klaar om de druppels te ontvangen. Mijn regenkap gaat op de rugzak, mijn paraplu boven mijn hoofd.
Ik nader de twee mensen, een plaatselijke bewoner, een pelgrim ‘Evelyne’.
Evelyne, is vertrokken vanuit Parijs als startpunt. “Naar waar gaat u”, vraagt de man die erbij is. “Richting Orléans”. “De vrouw is haar weg verloren. Er zijn hier veel pelgrims die de weg verliezen hier. Ik ken hier de regio uit mijn broekzak en dan help ik hen altijd”, deelt de man verder.

Ik wandel verder met Evelyne en vraag haar op welke manier ze de weg wandelt. “Met de gids ‘guide lepere’. Maar ik verlies de weg. Ik heb daar wel tien minuten staan draaien om hun boek te begrijpen”, weet Evelyne me te vertellen. Ik deel haar de manier hoe ik onderweg stap. “Als je wenst kan ik je later tonen welke app ik gebruik en met deze app kan je nooit meer je weg kwijt zijn onderweg, en ga je zo naar Compostella.”

In Longpont-sur-Orge stap ik de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde binnen. Een aangenaam aanvoelende kerk. Twee dames zijn er de bloemen aan het schikken en aan het bij knippen.” Madame, zou ik even jullie toiletten mogen gebruiken aub”, vraag ik aan een bejaarde kleine dame. “Gaat u naar Compostella. We hebben hier de stempel voor in de credential”, zegt de vrouw met fierheid. “Ik ben op de weg, maar ik ga er niet naar toe. Mijn weg neemt me elders mee.” De vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Dit doet me terug denken aan het moment op de weg naar Rome, wanneer de mensen mijn schelp op de rugzak zagen en ze me vroegen ‘ga je naar Compostella’ en wanneer ik ‘Rome’ zei, had het plots geen belang meer, alsof de enige bestaande pelgrimsweg richting Spanje was.

In de basiliek wordt ik aangetrokken door een beeld, een buste in rugaanzicht, tussen de vele andere beelden. Ik wandel het hekken voorbij, draai me om. De buste van Maria-Magdalena met een relikwie en dit naast de 1600 andere. De priester had hier een fikse hobby.

De weg gaat verder langs een prachtig rustig natuurgebied richting Arpajon.
Evelyne heeft ervoor gezorgd dat ik ook bij ‘la famille d’acceuil’ kan overnachten waar zij reserveerde voor de nacht. Het is al een paar dagen dat buiten overnachten uitgesloten is wegens zware onweders.
’s Avonds zitten we met zeven aan tafel en delen we een eenvoudige heerlijke maaltijd. Bij Benoît en Marie-Agnès en hun kinderen.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Code oranje

Na een intense zaterdag en een wat overdonderende zondag voormiddag, waar het weekend me van her naar der bracht in een zekere rush, krijg ik de mogelijkheid om zondag namiddag me neer te ploffen op bed om pas na twee uur wakker te worden en krijg ik de ruimte om terug optimaal tot mezelf te komen.

Zondag voormiddag hadden we een gesprek. Plots voelde ik in het gesprek binnenin een opwelling startend vanuit mijn onderbuik, ze kwam als een explosie naar boven. Net op dit moment was ik aan het eten en zat er een stuk brood in mijn mond waarbij ik het moeilijk had om verder te eten en in te slikken.
Inslikken, now way, met een krachtige stem, met durf bracht ik wat ik te zeggen had naar buiten, ook al voelde ik me binnenin heel klein en bang. Het voelde als een noodzaak om me te kunnen neerzetten. Terzelfde tijd werd ik gewaar dat er onmacht en verdriet onderhuids aanwezig was en werd ik een blokkade gewaar ter hoogte van mijn keel. Ik kon het alleen niet meer inslikken, en wou dit ook niet meer.
Het voelde aan als een inbreuk op mijn Zijn. Een opgelegd zwijgen. Een niet recht op bestaan.
De hevigheid die ik voelde, ook al was het voor de omringende niet onmiddellijk begrijpbaar. Was bijna een noodzaak om mezelf terug in handen te nemen, na de gewaarwording van platgewalst te worden. Iets oud die de kans kreeg te helen.
Het was als een slapend vergeten stilstaand water die plots in volle kracht tot leven komt als krachtig vuur die opborrelde en tot explosie kwam.

De weinige slaap, de teveel aan impressies hebben er ook geen deugd aan gedaan. Uiteindelijk wat was, was ok.
De pelgrimstocht naar Israël wordt alvast een boeiende reis vol menselijk avontuur met boeiende spiegels.

Na nog een fijn en rustig Samen-Zijn met Florence, één van de Magdala vrouwen – zo noemen we ons in de groep- val ik uitgeput in slaap op een dertiende verdiep van een appartements gebouw, het raam open met de wind van de avond zacht strelend over mijn buik.

Een vraag die vooral bij me opkomt is… ‘Hoe zal ik trouw blijven aan mezelf en aan mijn persoonlijke weg – want als het van mij afhangt het enige geplande zou zijn de data van vertrek, een paspoort en een visum- mijn vertrouwen in het leven is zo een vanzelfsprekendheid geworden en dat alles mij zal gegeven worden wat ik nodig heb onderweg. ‘ Ik laat de vraag rijpen.

In de nacht barst een onweer los over Parijs. Best indrukwekkend mooi..

Maandag morgen…
Ik vergezel Florence richting haar werk tot aan het standbeeld van de aertsengel Michael.’ Une embrassade’.
Naar de kerk St.Gervais. Een plaats waar de Fraternitéit van Jeruzalem leeft en hun diensten hebben, helaas waren ze er niet, ik was vergeten dat het maandag is en ze hun ‘woestijndag’ hebben.

In mijn rug la tour Saint-Jacques, richting de Notre-Dame en via la rue Saint-Jacques verlaat ik het centrum van Parijs.
Even naar een betaalbare kapper, waar ik nadien kortgewiekt buiten kom.
Kies ik om ’s avonds even de GR655 te verlaten richting het centrum van Sceaux. Ik vraag aan een vrouw waar ik het touristisch bureau kan vinden. De vrouw vergezeld me tot aan de deur. “Wat zoekt u eigenlijk”, vraagt de vrouw. “Een overnachtingsplaats. Ik heb een tarp maar ik vertrouw het weer niet en ik zoek een droog dak boven mijn hoofd.” “Wel ik heb een kamer vrij, je kan bij mij komen”, zegt de dame. En zo kom ik bij Isabelle terecht, toont ze mij het park en kasteel van de stad. Drinken we een glaasje voor we verder naar haar huis gaan.
En ja hoor, er wordt aangekondigd dat het kasteelpark sluit wegens aankomende onweersbuien. Code oranje.

Hier een kortfilmpje

Hier nog wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Nery

Ruïnes Gallo Romain Champlieu

“Goedemorgen mevrouw, kunt u me helpen. Weet u waar ik een bar open zou kunnen vinden hier in de buurt?” , vraag ik een dame bij het buiten komen van de pelgrimsherberg. “Er is niet veel open momenteel met het verlof. Of je moet terug naar het centrum.”, zegt de vrouw.
Wanneer we de beweging maken om elkander te verlaten voegt de vrouw eraan toe “jammer dat ik niet naar huis ga want ik had je anders een ontbijt geschonken.”, deelt de vrouw spontaan en met een grote glimlach.

Het verlaten van Compiègne gaat via een lange weg van 12km in het bos van Compiègne. Deze begint op een asfalt baan, die vermoedelijk vroeger werd gebruikt voor gemotoriseerde voertuigen. Ik vind het altijd zielig om asfalt in een bos te zien, vooral te weten hoe nefast het is zowel voor de natuur waar wij deel van zijn.

Gelukkig, hoe langer en hoe dieper ik het bos in wandel, hoe meer ik naar iets puur natuur stap, van iets bijna ‘doods’ zonder ziel naar iets levend feëriek.
La ‘Réserve biologique dirigée des Grands monts’ .
De aanwezigheid van de fauna wordt talrijker. Ik sta stil en laat al dit moois op mij afkomen. Ik sluit mijn ogen en verwelkom.
Rechts, links, achter, dicht, ver van mij. Takken die kraken, een eikel die ergens valt.
Knaagdieren, spechten, eekhoorns zijn altijd ergens wel hoorbaar…Zo een fijne gewaarwording.
De motor geluiden van de vierwielers zijn verdwenen en het vliegtuig, ah, die is niet meer weg te denken.

Bij het verlaten van het bos kom ik langs de goed bewaarde Gallo-Romeinse ruïnes van Champlieu. Een tempel, een arena, de baden. Twee mensen zitten er in een intens dialoog. Twee meisjes spelen in de ruïnes en fantaseren erop los. Wat verder hun grootouders met wie ik een fijn en los gesprek heb. Terwijl ik mijn picknick neem. “Sedert de lockdown kwamen we naar hier om onze familie te zien. De kleindieren speelden dan hier vrij. En sedert dien is dit hun favorite plaats geworden. Ze zitten vol inspiratie en fantasieën. Het is zalig om zien”, deelt de grootmoeder.

De talrijke en fijne ont-moetingen verrijken mijn weg. Zoveel warme en open mensen. In dankbaarheid.
Niet ver van deze ruïnes ligt nog een ruïne van een Romeinse kapel. In een nog zichtbare nis staat een gebrand kaarsje. In de verte over de velden zie ik de arena. En de spelende meisjes.

Net vóór Nery neem ik een pauze in het dorp Béthisy Saint-Martin en zijn ene plaatselijk kleine supermarkt, die dienst doet als drankgelegenheid, postkantoor… Plots komt Joseph aangewandeld en zijn vader Gilles. De twee pelgrims die ik voor de eerste keer ontmoette in Compiègne. We geraken in een boeiend gesprek en ontdekken dat we gelijke interesses hebben en op een gelijkaardige manier het leven zien. Wat fijn om mensen te ontmoeten die heel bewust op deze aardbol staan, en vooral te weten dat er ook een jeugd is met heel veel wijsheid. En we als gelijke naast elkander staan, waar de leeftijdkloof geen rol meer speelt.
Ik hoor zo vaak mensen rond me die heel snel de jeugd in een vakje plaatsen omdat ze vergelijkingen maken met hoe ze zelf zijn opgegroeid. Is het de jeugd die ‘moet’ leven volgens de oudere generatie of is het de oudere generatie die niet meegroeit met de jeugd. Soms sta ik vol verwondering bij kinderen, zelfs kleine kinderen die soms juiste oprechte en pure uitspraken doen. Ze zijn zo een mooie spiegel voor vele volwassenen. En is het niet zo dat al jaren de uitspraak bestaat ‘de waarheid komt uit de kindermond’?! Helaas werd die kindermond vaak gesnoerd in het verleden. Gelukkig heb ik voorbeelden in mijn directe omgeving die mij een heel mooie, waardevolle groei laten zien en horen. Een verandering die ik met veel plezier mag waarnemen en beleven.

Ik neem afscheid van J en G. Zij nemen verder de GR, ik stap verder op le Chemin d’Estelle. Ter hoogte van Nery stap ik de weg af om naar het centrum te gaan. De zon is ondertussen verdwenen aan de horizon, de sterren en het cikkeltje van de maan wordt zichtbaar. Een holle weg neemt me mee onmiddellijk de nacht in. Een andere wereld opent zich… De wereld van de nacht vogels…

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden