Aertsengel Michael

Hieronder de link naar de kaart van hoe mijn weg er zal uit zien in de komende maanden en welke richting ik uit ga.

Het verste punt in het zuiden is Mont San’t Angelo. Het verste punt naar het Noorden is Mont-Saint Michel. In het midden ter hoogte van Turijn ligt Sacra Michael.

Mensen die me kennen en me al een eindje volgen weten dat mijn pelgrimswegen gevormd worden door wat ik mag ontvangen. Zo werd ik op mijn vorige pelgrimstocht Chartres-Nevers naar Assisi geroepen.

Deze tocht werd dus realiteit op 1 april 2018…met mijn denken voegde ik daar Rome aan toe (was niet zoveraf… Dus waarom niet) en ik kleefde er nog eens Compostella aan toe kwestie van het spannend te maken.

In het begin van deze tocht vroegen mensen naar mijn tocht. Al lachend zei ik toen “en wie weet ga ik verder naar Mont – Saint Michel.” Diep van binnen voelde dit ergens als juist aan.
Toen kwam de Triskele meerdere keren op mijn weg. Mijn nieuwsgierigheid werd geraakt.
In Vercelli gebeurde de eerste verandering… Ik blijf de Via Francigena volgen tot aan Rome ipv eerst naar Assisi. Assisi bleef als juist aanvoelen. Een priester toont neemt me mee naar zijn bureau zonder enig woord toont hij me een affiche ‘Michael rots in Le Puy’… Michel de Italiaan… Jean-Paul en de patroonheiligen Aertsengel Michael… Het zien van… En het evenwicht die hij me bracht in mijn ‘Zijn’, we waren elkanders ‘pierre blanche’, op de weg. Zo noemde hij me ‘ma pierre blanche’…

De weg naar Compostella voelde niet meer ok…
Mijn eindpunt voelde niet juist… Wel Mont-Saint… Dit voelde OK.
Het midden zat ik ergens nog mee en voelde niet als evenwichtig… Tot de ochtend met Paola…
Alles werd duidelijk, evenwichtig en juist.

De triskele was een belangrijk symbool en sleutel die ik mocht ontvangen in Rome tot de… Aertsengel

Voor de mensen die ontchoogeld zijn dat ik niet naar Compostella ga… Weet dat er meer is… Veel meer dan…

Tot binnenkort op een volgend verhaal via tekst en/of beeld.

Liefs Jasmine

https://debelsjasmine.com/etappes-2018-2019-belgie-naar-belgie-via-francigena-en-compostela/

Landres

Na een goede kookpan te hebben gekregen van de priester, ga ik aan de kook. Een stevig ontbijt om de dag in te zetten.
De supermarkt, een nieuwe tandenborstel en tandpasta, ben ik ergens vergeten.
‘Dans un bistro’ , vul ik mijn dagboek en blog aan. Plaatselijke inwoners komen er hun aperitief drinken na de misviering. Op het moment dat het drukker begint te worden is het voor mij tijd om op te stappen. Net zoals het binnen komen via de vesting verlaat ik ook op deze manier de stad.

Oef, de zon schijnt terug. Aan het artificiële meer geniet ik van het stilstaand water. Twee kinderen trekken mijn aandacht. De kleine jongen zegt me heel spontaan en met een grote glimlach ‘bonjour’. Wat een openblik. Hij doet om verder te stappen richting de oever van het meer. Ik blijf staan, hij ook en kijkt me aan. Hij lacht en keert terug met me mee naar een café. Ik spreek een man en vrouw aan ‘Je vous l’ ai emmener’, vertel ik hen. De man spreekt me aan. Oh, ik had hem niet herkent, de zoon van Nadine waar ik sliep samen met vrouw en kinderen. Wat fijn, twee dagen verder en en terug deze warme mensen mogen ontmoeten.

Aan het meer kies ik niet voor de GR145/via Francigena met zijn aangelegde kades. Wel voor de pure natuur weg van toerisme. Wat een rust. Langs het water vissers in hun tent. Een boot die dobbert en een man geknield met een soort kijker waarmee hij in het water kijkt. Een tent en twee jongeren voor een schermpje. Een oudere vrouw ligt languit te rusten. Aan haar voeten rubberlaarzen. Waw, wat een mooi stuk ongerepte natuur.

Ik voel me net alsof ik gedragen wordt. Mijn rugzak weegt bijna niets terwijl hij nog altijd hetzelfde gewicht draagt van gisteren. Mijn lichaam beweegt soepel. Een sterke verticale energie is sterk voelbaar.

Een vlinder trekt mijn aandacht. Het oranjetipje. Terwijl ik ze in beeld neem zie ik dat ze elkander aan het uitdagen zijn. Het voorspel. Bijzonder.
Iets kruipt op een boom. Mijn eerste gedacht een muis. Neen, een Boomklever die van beneden naar boven zijn weg baant. Het gezang van de vogels zijn als muzieknoten die de ene oor in gaat, de andere uit.

Na het meer. Een dorp. Een huis. Aan het venster twee kaarten ‘lourdes’. Een vrouw komt aan de andere kant van de straat buiten. Nieuwsgierig. Ik vraag of ik haar toilet even mag gebruiken. Ze wijst me de weg, “c’ est pas vraiment ideal” weet ze me te vertellen. Ik dacht bij mezelf ‘wat zal het zijn’. Gewoon een toilet, netjes en een klein lamp boven mijn hoofd. Ik kom terug naar buiten. “Bhein merci beaucoup, ils sont bien vos toilet”. Neen, de toiletten hadden geen hedendaags papiertje, er ganged geen lampe kapje en was niet gesitueerd in huis, wel in de garage. Maar wat maakt dit het verschil uit. De vrouw vraagt of ik nog iets nodig had. Uiteindelijk nodigt de vrouw me uit aan tafel in familiekring. Een heerlijke maaltijd wordt me aangeboden in een huis waar de tijd is blijven stilstaan. Een grote kast in kerselaar. Een bed in een hoek. Een zetel ernaast en in het midden een lange tafel voor tien personen. Op tafel groenten uit de tuin. Een fles wijn. Een karaf water (gelukkig), stokbrood. Al dit heerlijk wordt omringd met een grote portie Liefde.

Een onweer is opkomst. Ik wandel nog een uur tot het volgend dorp.
Met de mantra ‘Un kilomètre à pieds ça use ça use… Wandel ik de laatste kilometer voor het dorp in. Ik eindig aan 52 kilomètres. Een burgemeester opent zijn vroeger schooltje voor een overnachting. Twee klassen. In de één fitness toestellen. De ander een scrabble bord. Een avondwandeling. Het kerkhof. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen. Waar grafzerken schots en scheef staan… Wat trekt me hier aan… Misschien de eeuwigheid.

De grens

Quievrain

Ik daal de trap af. Père Bruno komt net terug van de bakker. Verse ontbijtkoeken. Het ontbijt. ‘Un tête à tête’ . Voor mijn vertrek doe ik nog de afwas. De voordeur. Draai me om en ik kijk even om me heen als teken van afscheid en dankbaarheid.

België verdwijnt achter mij. De grenslijn. Links… Reklame borden, neon lampen, sigaretten, drank, casino’s…België. Rechts… Frankrijk lege façades.
Via de GR gelegen op de grens ontsnap ik aan de niet aantrekkelijke grensstad.

Een dier huppelt in de verte. Een wit kontje gaat op en neer. Twee lange oren zijn zichtbaar aan de horizon. Een haas. ‘Ga maar kleine, ga maar’, vertel ik hem in gedachten.

Mijn tas trilt… Allé mijn telefoon in mijn tas. ‘Welkom in Frankrijk… Overal waar je bent gebruik je hetzelfde tarief’, de operateur. De gsm onontbeerlijk denk ik wanneer je alleen op stap gaat… De moderne pelgrim. Hoe deed de pelgrim dit lang geleden, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk waren wel veel meer mensen te zien op landelijke wegen wandelend tussen verschillende dorpen. Vooral in de periode waar geen fiets of ander gemotoriseerd voertuig aanwezig was. In tijden waar tijd niet echt een rol speelde en tijd het leven nog niet overmeesterde.

Jonge merels laten hun gezang horen en proberen hun evenwicht te houden op de elektriciteitsdraad.
Op een paal, een Sint-Jacob schelp, teken van een plaatselijke wandelroute en een GR teken. Verleidelijk om de schelp te nemen. Eerst de andere kant op.

Jacobswegen zijn korter dan GR routes wordt soms wel eens gezegd. Jacobswegen hebben dan ook veel meer asfalt, wat dan néfast is voor de benen en vermoeiender. Je kan dan soms ook wel eens een cirkel wandelen rond een dorp om de kerk niet te vergeten. De GR paden nemen je meestal niet mee in dorpen of langs gemotoriseerde wegen. Zorgen meestal voor zachte ondergrond. En een ommetje rond om het voorgaande te vermijden is dan ook niet uitgesloten. Dan heb je de plaatselijke wandelroutes waar de inwoners hun ontspanning nemen en er prachtige soms verscholen pareltjes mag tegenkomen. Het voelt heel aangenaam en vooral vrij wanneer je je gewoon niet gaat vastpinnen op vaste wegen, op ontdekking gaat want aan een weg hangt geen enkel verplichting. Zoals nu heb ik me laten leiden door de weg. Een verrassing, een plaatselijke geitenboerderij met zijn verse geitenkaas en plattekaas.

Een nieuwbouw. Een blauwdak. Ik voel mijn wenkbrauwen naar boven gaan. Mijn kin naar binnen. ‘Wat een smaak!?’, gaat door meheen met een oordelende intonatie en denken. Oeps… volgt al heel snel. ‘Foei Jasmine, het dak is de smaak van de eigenaars, daarom het uwe niet. Wat voor hen mooi is, is daarom niet voor een ander’. Mijn oordelend gevoel verdwijnt al snel en een aangenaam gevoel vult mijn lichaam. Zonder te beseffen zitten we al heel snel in een oordelende reactie, zonder er een negatieve intentie aan vast hangt.

De klank van de eenden, het is net alsof ze lachen. Ik zie zo de muzieknoten voor me verschijnen. De eendeparen worden gemaakt. Een vrouwtje, twee mannetjes die erachter vliegen. Haaaa Haha Haha Haha

Iguanodons

Pas rond 11u verlaat ik het huis van Pascale. Op mijn credential staat ‘Si tu repasses par ici, on rangera la cuisine 😉 Bonne route’ . Een onderonsje. Het was fijn om van passage te mogen zijn dans la maison ‘du brol’. 😉 Dankjewel voor het fijn samenzijn Pascale.
Langs het kanaal die Ath en Blanton verbind met elkaar wandel ik verder richting de Franse grens. In de verte zijn voortdurend wagens aanwezig. Een plaats waar verschillende autosnelwegen samenkomen.
Terwijl ik rustig sta te kijken naar het landschap, hoor ik plots een hels lawaai. Niet weten vanwaar het komt heeft mijn lichaam de neiging zich te bukken alsof er iets uit de lucht komt te vallen. De hoge snelheidstrein.

De zon is van de partij en na regen is dit een festijn voor de natuur. Forsythia, ribes, prunus, magnolia staan vlijtig te pronken naast elkaar. Een ware explosie. De groene prille blaadjes binnen zich te ontplooien. Het fris groene van de lente is duidelijk zichtbaar.

Bernissart. Een plashalte in een plaatselijk centrum. Een uitnodiging van Khadija met een stukje taart en koffie die ik niet kon weigeren. In de zaal wel een twintigtal vrouwen met hun breiwerk. Ik ga tussen hen zitten. “Vous avez pas peur toute seule? Vous le faites tous seule, avec personne!” volgt de ene zin al na de ander.
Terwijl ik naar mijn lichaam wijs van boven naar beneden antwoord ik “Vous voyez que un corps, ce que en voit par les yeux. Mais sur la route en est j’aimais seule”. De vrouw kijkt me aan, knikt en staat zonder woorden. Soms verschiet ik nog altijd van de manier hoe ik iets verwoord en onder de mensen breng. Alsof iets anders veel groter dan mezelf mijn woorden leid. Waar ik me vroeger veel vragen rond stelde en me in verwarring bracht. Neem ik het vandaag gewoon aan zoals het komt. Het voelt goed en juist en dat is belangrijk. Het waarom en vanwaar is overbodig geworden.

Via de moerassen van Harchies verlaat ik Bernissart. Bernissart ook gekend om de skeletten van de Iguanodons (dinosauriërgeslacht) gevonden in 1878 in een steenkoolmijn. Te zien in Brussel in het museum van natuurwetenschappen.

Deze avond breng ik mijn laatste nacht in België door. Hmm… de geur van frieten komt naar me toe. België vieren met Frieten. Ik vraag één friet om het klein en licht te houden. De pak friet die ik voor mijn neus geschoteld krijg was voor een ganse familie. Ik dacht de ze fout waren. Neen, het klopte wel degelijk. Ik was aan de grond genageld en stond met mijn mond vol tanden. Ik vroeg of ik er iemand plezier mee kon doen. De mensen keken me verbaasd aan en grappen volgden bij die vraag. Zo een verspilling aan voeding. Niet zomaar een aardappel. Wel iets waar de boer zoveel werk in stak om deze tot aan de consument te brengen. Ik kon er niet bij.

Samen met père Bruno drink ik een glas en eindigt mijn dag aan de grens in Quievrain.

Ath

Een getik op een raam. Ontwaken. Een pimpelmees. Een nieuwe dag ontwaakt. De lucht ontsnapt uit mijn matras. Een ‘kattewasje’, het ijskoude water zal me onmiddellijk opwarmen. Rustig pak ik mijn materiaal in. Het gebruikte materiaal plaats ik terug. Dubbelcheck, ben ik niets vergeten.

Een voordeel van vroeg ontwaken, is dubbeldik genieten van de schoonheid in de natuur. Een drijgende lucht. In mijn rug een stijgende zon aan de horizon. Ze schenkt me een waar spektakel op de oevers van het kanaal. Ik herinner me een boottocht twintig jaar geleden ergens in een ver land. Iedereen wou de zonsopgang fotograferen, als enige stond ik de tegenovergestelde richting te bewonderen.
Canadese ganzen komen aangevlogen en landen elegant vloeiend op het water. Aalscholvers zie ik liever aan de andere kant. Als die een scheet laten… Owee… Vluchten.

Ath. De markt. Een artisanale bakker. Ik wandel een café binnen… Stel je voor een grote ruimte en aan iedere tafel één persoon. De hoofden richten zich op in synchroniciteit. Vragende ogen. Jah… Niet alledaags om iemand met wandelstokken en grote rugzak te zien. Helemaal ingepakt door de kou. Twee antennes op mijn hoofd hadden misschien het beeld afgewerkt. Terug serieus (knipoog)
Een synthetische geur… Chloor gemengd met één of andere nep natuur geur uit een spuitbus. Mijn neus vleugels spannen zich op. Hmm. Ik verlaat terug de zaak zonder te consumeren. Zuurstof. Een jaar geleden op deze manier opstappen had ik nooit gedaan. Een kort bezoek aan het steenhuis van Maffe en vooral een snel bezoek aan het kleinste vertrek. Een pikante gedroogde worst speelt me wat parten… Oeps.

Een lange tocht langs het kanaal. De frisse wind snijd op mij huid en een paraplu gaat af en toe open. In Stambrugge eindigt de dag bij Pascale. We hebben veel gelijkenissen wat handenarbeid betreft. Van naaien tot restaureren van oude meubelen. Ze neemt me mee door haar prachtig huis op schattenjacht en nog voor we het beseffen is het al laat op de avond en voel ik me moe worden. Na een nachtje in een garage mag ik genieten van een kamer en zacht bed.

Lessines

 

 

 

img_20180404_1248386532111389934856063.jpg

Livierenbos

 

Een zuster sluit de deur achter me. De andere zusters zijn in de mis. De ochtend start langs veldwegen. Lammetjes zijn hoorbaar in de achtergrond, naast mij één… twee rammen en in de verte is een haan hoorbaar. Een lange bosweg neemt me mee door het Livierenbos.
Het gezang van de vogels. Ik sta stil. Mijn ogen sluiten. De wind is voelbaar op mijn wangen. Ik verdwijn in gedachten. De vogels zijn overal hoorbaar. Pimpelmees, koolmezen, vinken en waarschijnlijk nog zoveel meer die ikzelf niet herken. Een diep zucht. Ik open terug mijn ogen. De wind laat fris groene blaadjes dansen.

Lessines. Geboortedorp van kunstschilder René Magritte (1898-1967). Naar het gemeentehuis. Iets wat ik vergeten ben, zijn de verkiezingen eind 2018. Formaliteiten. Oef, die kan ik binnen een paar maanden uitprinten. Lessines en net zoals zovelen steden en dorpen, leeg. Geen kat te zien, lege straten, verlaten winkels. De Sint-Pieterskerk binnen. In de twee kleine zijportalen is een mini tentoonstelling te zien. Een detail op een wit gewaad uit 1890 trekt mijn aandacht. Wat een detaillering. Een waar kunstwerkje. Plots gedonder en een fikse bui. Ik ontsnap aan een onweersbui. Niet ver van de kerk Hôpital Notre-Dame à la Rose. Een ziekenhuis ontstaan in het jaar 1242. Deze was toen volledig zelfbedruipend. Deze plaats was er om de hongerige te spijzen. De dorstige te laven. De zieken bezoeken. De naakten kleden. De daklozen herbergen. De doden begraven. De gevangen verlossen en ook pelgrims kwamen hier over de vloer. Oorspronkelijk wou Lessine hier appartementen op bouwen. Gelukkig zijn er mensen geweest die inzagen dat dit een waar erfgoed was. Wie het hospitaal in Beaune heeft gezien, het is zeker de moeite waard om dit musea te bezoeken. Waar Beaune eerder gericht was op de kamers zie je hier vooral een schat aan medische apparatuur. Ook een waardevolle kruidentuin.

‘Moge uw voeding uw geneesmiddel zijn en uw geneesmiddel uw voeding’,Hipocrates

img_20180404_1934572000115712310253419.jpg

 

 

img_20180404_2048186337478618461791929.jpg

Na Lessines kom ik plots de Sint-Jacob schelp tegen… De weg naar Santiago. Mijn nacht breng ik door in een garage. Een gans atelier. Een babbel met de eigenaar. Voor hij de deuren van zijn huis sluit brengt hij me nog een gieter vol water en een teil. Een fles water en koffie en mag ik nog even zijn toiletten gebruiken.
Ik gebruik wat isomo om op te slapen. Mijn nooddeken erop, daarop mijn matras. Het ijskoud water warmt mijn lichaam op. Met wollen muts en wollensokken kruip ik in mijn dons. De sokken en de muts zullen ervoor zorgen dat mijn lichaam zijn warmte in evenwicht kan houden en ervoor zorg dat ik niet afkoel. Oordopjes in en… Tot morgen.

 

img_20180404_2117159187269805235619102.jpg

 

Zwalm

 

cof

Het is stil in huis. Ik open de deur van de woonkamer. Iemand komt naar beneden. Rocky. Hij kijkt me argwanend aan. Ik hou rekening met zijn houding en ga voorzichtig met hem om. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken zie ik dat de deur op slot is. Een stoel, een tafel, de keuken. Ik vul mijn dagboek aan in afwachting dat de grootmoeder of Amber ontwaakt. De ouders zijn al vroeg de deur uit. Rocky blijft aan mijn rechterzijde. Wat is het fijn om te voelen dat er nog veel mensen openstaan voor elkander. Waar een volledig vertrouwen van beide kanten aanwezig mag zijn. Wie durft nog zijn deuren te openen wanneer iemand komt aankloppen en vraagt naar een onderdak voor een veilige nacht. Een warm en waardevol gebaar dat men niet enkel schenkt aan de ander, ook zichzelf hiermee goeds kan doen.

Voor ik volledig de weg op ga, even langs de bakker. Ik kom terug op mijn stappen. In de verte hoor ik roepen ‘daaggg Jasmine’, in een deuropening Amber en haar grootmoeder, ze staat met open armen in de lucht te zwaaien. ‘Daag Amber, daaggg’, roep ik terug.

 

 

Linksonder , de Zwalm. Een man tot aan zijn liesen in het water. ‘Goedemorgen. Wat is er hier te vissen?’, vraag ik de visser. ‘Kleine forellekes, deze zijn nog niet zolang te vinden hier.’ We praten nog wat verder en wensen elkander een goede dag.
De weg neemt me verder mee via de oevers van de Zwalm, sluizen en landwegen. De Vlaamse ardennen. Aan de andere kant van de oever een paaldanseres aan het oefenen rond een boomstronk. Hmm, ik waag me niet. Een mode pop.

Mijn grote teen. Een eerste blaar is voelbaar. Om ze minder te voelen en ze niet de kans te geven zich verder te ontwikkelen, hou ik aandachtig rekening met haar. Mijn rugzak wat lichter gemaakt en een rechte houding aannemen. De blaar zelf laat ik zitten, binnen een paar dagen versterkt ze mijn huid voor de komende tijd.
Mijn knieband liet ik achter bij vrienden. Deze was meer een last, dan goeds. Mijn knieschijf moest hierdoor normaal steun krijgen en pijn verlichten, echter bracht het me een omgekeerde beweging. Zonder voelt het veel beter.

img_20180403_2149592009842044167398402.jpg

Ken en Gaby

 

Een wagen met aanhangwagen komt aangereden. Twee mannen stappen uit. De aanhangwagen ligt vol met metalen vierkanten. Het zien er net vangnetten uit. ‘Amai, dat is sportief’, zegt een wat rijpere man. Gaby heet hij. Samen met zijn compagnon Ken vangen ze ratten. We praten wat over de weg. Het al of niet alleen stappen, de voor en nadelen ervan. Of er eenzaamheid is… Eigenlijk ken ik geen eenzaamheid op de weg, er is zoveel te beleven en zoveel ontmoetingen.

De lucht kleurt af en toe donkergrijs. Op een openvlakte kijk ik hoe de lucht continue verandert en lichtstralen tovert aan de horizon. De wind komt is van de partij. Het landschap is open met veel vergezichten. Tegen de vroege vooravond ben ik in Brakel. Een pauze, anders zou ik die wel eens durven vergeten. Wanneer ik de weg terug verder zet kom ik langs een klooster. Een groot Franciscus beeld staat in een nis van een gevel. Ik bel aan. Een zuster opent de deur en laat me binnen. Zuster overste komt erbij… Ik doe mijn verhaal waarom ik aanbelde… Het Franciscus beeld trok mijn aandacht. Ik kon dit niet aan mij voorbij laten gaan op mijn weg naar Assisi. We kijken elkander aan en plots schieten onze woorden te kort. Ze werden overbodig. Een krachtige energie is voelbaar. De zuster geraakt ontroerd. Vocht komt in haar ogen te staan. Een verfrissende douche voor het avondgebed. Het avondmaal. En we eindigen samen de avond in de woonkamer kijkend naar het nieuws en nadien een avondlied.

 

 

 

 

Ijzerkotmolen

 

img_20180402_2334324633764917636080375.jpg

Munte

Na vier dagen kamperen in eigen huis, een overnachting in een voor mij gekend bed bij vrienden.

Het is fris buiten, mijn muts en handschoenen zijn niet overbodig. Via gekende dorpen zet ik mijn tweede dag in. Het gevoel van volledig weg zijn, is er nog niet ten volle.

Langs de wegen staan vol ontluikende bomen. Lente is op komst. De eerste lente bloeiers zijn aanwezig. Forsythia en krokussen kleuren de bermen geel.

Af en toe wandelen ik langs een frisse zoete geur. De Skimmia. Ik blijf voor de plant staan en laat me bedwelmen door zijn overheerlijke geur.

Van landskouter naar Munte. Op een grote baan, mij niet onbekend, kies ik om rechts af te slaan en een goeie dag te gaan zeggen aan de kleine Lena en haar mama en papa. Een deugddoende pauze.

Altijd wel fijn om je laten te verrassen door de weg, een voordeel van niets vast te zetten en te genieten van wat op je afkomt. Zo kom ik aan in Dikkelvenne en bel ik op het onverwachts aan bij Marleen. De tijd van een koffie, een babbel en hup…

De GR 122 neemt me mee via landelijke wegen richting de Vlaamse ardennen. Naar de avond toe stop ik in een ijzerkotmolen om iets te eten. De tijd is hier stil blijven staan. Een openhaard verwarmt de ruimte en is meer dan welkom. Als ik mijn maaltijd wens te betalen krijg ik te horen ‘met plezier geschonken door het huis, neem ons mee in gebed naar Compostella’. Dit is altijd even wennen wanneer een maaltijd zomaar wordt aangeboden, en toch o zo dankbaar en kan ik het met open armen ontvangen.

Na een half uur stap ik nog verder langs de Zwalm. De avond is in aantocht, tijd om een overnachting te zoeken. Na drie maal aankloppen wordt ik met open armen ontvangen bij Els, Piet en Amber. Rocky een herdershond laat me zonder enig probleem toe in het huis en ontwijkt niet van mijn zijde. Een grote levende knuffel. In de zetel val ik diep inslaap op weg naar…dromenland.

 

img_20180403_0452093274727127599005053.jpg

Zwalm

Rijk

Uit ‘De herberg van het hart’ Franciscus en Rumi als gidsen voor onze tijd. Door Hein Stufkens en Marcel Derkse.

Een boek die ik spontaan ter hand nam uit nieuwsgierigheid wie Franciscus was. Ik open willekeurig het boek.

Niets is zomaar.  Terwijl ik tenvolle met het thema ‘loslaten’ in alle opzichten bezig ben lees ik onderstaand.

img_20180227_162102562221296.jpg

Geloven

img_20171106_163640_201802132303321681275506371.jpg

De weg naar essentie. De weg naar je hart. Is laag per laag openen, verwijderen,  transformeren en achterlaten. Het is als terug keren naar het kleine wezen die zoveel jaren geleden werd geboren om van hieruit terug in de wijde wereld te gaan staan. Het is de angsten onder ogen durven zien, je legt je letterlijk open en bloot en amai ik sta versteld hoeveel angsten in mij aanwezig zijn en hoeveel bolsters deze angsten hebben beschermd. Het verwijderen van die bolsters zijn niet leuk, wel zijn ze meer dan de moeitewaard en gelukkig van heel korte duur. Het transformeren van angst brengt je al heel snel naar liefde.

Niet enkel angsten ook mijn eigen akties doorheen de jaren heen, ze bewust worden en ze transformeren. Het is leren je grenzen stellen zonder angst afgewezen te worden. Het is leren grenzen stellen om mezelf te respecteren. Het is leren in nabijheid gaan zonder jezelf weg te geven of verliezen.
En soms is het één stap vooruit en twee stappen achteruit. Telkens opnieuw en opnieuw, tot de stappen die ik neem kleiner en kleiner worden en me het gevoel geven dat er een tijd komt… op die momenten weet je en vertrouw je dat je omringt bent met de juiste personen, want diep vanbinnen voel je dat de tijd er rijp voor is.
Het is bewust in verbinding gaan met mezelf en de ander. Het is durven in verbinding te blijven wanneer je in contact komt met je angsten. Het is durven blijven openstaan met mijn gevoelens zonder ze te willen afschermen of ze te willen verzwijgen uit angst van wat zou kunnen volgen.
Want als je spreekt vanuit je hart, als je handelt vanuit je hart kan niets verkeerd zijn… het is zuiver en puur en vraagt om te respecteren en met zorg om te gaan. Ik vertrouw en geloof in de lessen van het leven. Ik geloof in mezelf. Op weg naar herboren worden, op weg naar groei.