31

Aan de horizon, een goudengloedlaag is zichtbaar over het zand, terwijl het zilveren water onstuimig komt en gaat.

Aan de andere kant van het strand zie ik de mensen zich groeperen. De eerste visvangst komt binnen. Ik wandel ernaar toe.
Drie traktoren (vroeger waren dit koeien) rijden achter elkaar terwijl een katrol langzaam draait om de visnet terug op te trekken bemand door 3 mannen. Na een eindje komt de visvangst te voorschijn. Nu kan ik de prijzen de kilo begrijpen wanneer ik zie hoeveel bemanning en uren noodzakelijk is voor de weinig vangst die er is.

Na de visnet worden de vissen onmiddellijk ter plaatse gescheiden volgens soort… een paar dorades, Calamars, sardines… aan het non verbaal gedrag en de intonatie van de man die de groep begeleid kan ik al heel snel begrijpen dat het een povere vangst is.
Ik kijk naar de handen van een man die over tafel glijden. Korte, brede, forse handen… als ik zie hoe zijn vingers in een zachte beweging en met finesse de kleine visjes vastnemen krijg ik er een vertederend gevoel bij.

Ik krijg er deze avond een nieuwe kamergenote bij ‘Emma’. Wanneer ik naar beneden ga zie ik haar zitten aan tafel voor de computer. “Dag Emma, heb jij al gegeten? Ik ga koken. Heb je zin om de maaltijd. Seitan met groentjes en quinoa.” Een zekere vervelendheid is zichtbaar bij Emma. “Ik kan je niet helpen, ik heb een deadline.” “Is niet erg, werk gerust verder. Met plezier zal ik de maaltijd klaar maken.” Wat later zitten we samen aan tafel. Altijd deugddoend wanneer ik voor mezelf kan koken en de maaltijd mag delen op het onverwachts.

Na een goede nachtrust stap ik verder richting Coimbra. Ik kijk wat mijn lichaam me komt vertellen tussen de 7 kilometer die Praia de Mira en Mira verbind en of ik er al of niet klaar voor ben om mijn tocht verder te wandelen.

Onderweg staan twee mannen te spitten in het zand. Ik ben nieuwsgierig wat voor werken ze doen. Een man zegt “… Ajudar…”, wat betekent helpen en wil me zijn spade geven. Ok en ik maak het gebaar om mijn rugzak af te zetten, terwijl ik hem deel “ik help jullie en jullie komen meestappen” . Wanneer hij hoort vanwaar ik kom reageert hij op een vrolijke manier, hij maakt teken dat hij zijn spade ter harte terug neemt en met plezier zijn job verder zet.

Via het meer verlaat ik het vissersdorp en stap ik verder via een bos in de duinen. Een diepe zucht van vreugde om in een bos te wandelen. Het bladerdek is zo welkom in de hitte die er momenteel is. De Eucalyptus en naaldbomen zijn heel hoog en laten de wijdsheid van de omgeving zien. Hoe dieper ik de lange weg instap hoe korter de bomen en het bladerdek over de weg komt. De doorgang vernauwd, aan de horizon blijft het licht zichtbaar. Iets in mij wordt zacht geraakt. Mijn ademhaling is onregelmatig en zoekt naar regelmaat, mijn tranen vinden een uitweg. Een zachtheid is in mij en rondom mij aanwezig. Het bladerdek beweegt zachtjes heen en weer en voelt als iets die deel uitmaakt van mezelf.
Uit het bos weerkaatst het zand de warmte van de zon. Hier en daar zijn sporen te zien van reptielen over de grond.
In Mira voel ik dat mijn energie aan het dalen is en beslis ik om de bus te nemen die me naar Coimbra zal brengen. Onderweg stopt de bus midden de straat.
We blijven een eindje staan. Ik kijk op naar buiten, een huisnr ’31’… De bus begint te rijden. Ik krijg een binnenpretje, het is pas nu dat ik mijn geboortedag zie als een 4.

Meeuwen

Van Praia da Vagueira naar Praia da Mira.
Ik voel me wat zwaksje en toch voelt het ok om te stappen. De weg gaat verder langs de Canal de Mira en de Ria de Aveiro. Deze morgen hangt er wat een mist over het landschap, zo voelt het een beetje van binnen in mezelf. Mistig. Een aangename rustige atmosfeer is aanwezig in de omgeving. Een bejaarde vrouw is aan het vissen in een kleurrijke geruit shortje. Op haar rechterkant, een kleine jonge zit op een klein bankje, zijn handen in elkaar gevouwen. Terwijl hij af en toe een vraag stelt en kijkt hij vol verwondering naar de bejaarde vrouw. Een wederkerig betrokkenheid.

Paarden staan vastgebonden in het lange riet. Vissen laten af en toe hun kopje zien. Een man vaart al rechtstaan traag langs de oevers. Rond de middag is de grijze lucht verdwenen en staat de zon hoog aan de lucht. Haar warmte straalt op mijn huid en gelukkig dat ik de frisse lucht van de zee mag gewaarworden.
Vóór het aankomen in Praia da Mira spreek ik een bejaarde vrouw aan die aardappelen, appels en uien verkoopt aan haar voordeur.
In een vloeiend Engels spreek ze me aan. “Ik sta versteld van je goed sprekend Engels”, deel ik de vrouw. “Ik ben eigenlijk oorspronkelijk van Canada”, zegt de vrouw. Ik vroeg haar waarom veel van de huizen hier leeg staan. Immigratie, ouderdom… mensen zijn terug naar hun geboorteland.
Ondertussen stijgen de prijzen van huizen naar het dubbel en worden in grote getallen aangekocht door jongere Amerikanen.

In Praia de Mira aangekomen zoek ik mijn overnachtingsplaats op. Huisnr 3, kamer 7.
Ik installeer me in de huiselijke omgeving en ga richting de oceaan.
Een hels lawaai is te horen op het strand. Met groot geschut maken ze het strand klaar voor de komende toeristisch seizoen. Wat verder zie ik een klein gebouw in hout staan, afwisselend in het blauw/wit gestreept. Een klein niet opvallend gelijkbenig kruis staat op de top.
Ik stap er binnen, zet mij en laat de omgeving tot me toe komen. Het is precies alsof ik op een eiland zit, rustig en sereen omcirkeld door een rumoerige omgeving. Af en toe voel ik de grond onder mijn voeten trillen door de bulldozer die het zand plat walsen. Ik voel mijn lijf landen en plots komen tranen te voorschijn. De kapel da Senhora da Conceição, die tot in 1884 de naam Senhora da Graça had. De kapel waar vroeger de vrouwen kwamen bidden wanneer hun mannen de zee opvaarden om bij levend en welzijn terug te komen met een grote visvangst.

In de vooravond heb ik nog een gesprekje over het zeedorp, zijn omgeving en de verandering van de laatste jaren. Over de snelle groei van huizen met 3 verdiepen terwijl hier vroeger nog de originele huisjes in hout stonden zoals in Casto de Nova. Helaas werd het patrimonium hier niet gespaard door bouwpromoten.

Na een goede nachtrust ga ik richting de zee waar ik een ochtend wandeling maak. In de verte zie ik een boot in halve maan vorm de grote golven trotseren, richting land. Nu begrijp ik dat de vrouwen hier vroeger veel in de kapel kwamen bidden.
Wanneer de boot in snelheid aan wal is wordt hij verder opgetrokken op het zand door een traktor. Een man neemt het dikke touw van de vissersboot en haakt die vast aan de traktor. Het touw die straks opgetrokken zal worden via een katrol in de hoop op een rijke visvangst.

Terwijl de vissers verder werken en voorbereidingen treffen geniet ik van het tafereel en wordt ik volledig opgezogen in de omgeving. Ik sta te kijken naar de oceaan en zijn onstuimige golven. Ik zink weg in zijn grootsheid tot ik plots volledig omcirkeld ben door zeemeeuwen die kort boven mij vliegen. Omwikkeld door klanken van helende geluiden, draai ik al wenend rond om deze natuurschoon te bewonderen. Zucht. Wat een geschenk ik hier mag ontvangen.