De uil

De bel. “Entrée”, hoor ik roepen in de verte, Silvie. Een ontbijt bij de burgemeester. “Et tu retourne après chez toi en Belgique ?!”, vraagt Silvie. “je sais pas, tous dépondra de mon corps. Si je retourne, mon chemin s’arrêtera au Mont-Saint Michel”.

Een lange weg midden de velden. De zon weerkaatst op de witte steentjes. De koolzaadvelden staan in hun volle kracht. Een bad van Geel. Een mengelmoes van vogelgezang. Een koekoek. Een valk flappert voor me uit. Een bos. Links ‘le lac du der’. Het ene meertje na het ander. Een poel hier, een poel daar.
Gekwak van de kikkers. Zilverreigers. Ik sta stil en laat mij onderdompelen in de natuurgeluiden. Een blik naar rechts. Een aanwezigheid op de vlucht. Een dof en laag geluid, ver-dragend. Het geroep van de hert. De zwaarte van de poten op de aarde geven me het idee dat het niet gaat om een kleine hert. Gemist. Toch blij wetend dat hij er was.

Voor mijn voeten een lijk. Een uil. Zonder nadenken. Ik neem mijn mes en spontaan snij ik een deel van een vleugel af. Ik spoel ze onder water, aan het eind breng ik handontsmetting aan.
Verder wandelend neem ik de veer in mijn handen. Ik kijk ze aan. Ik voel dat ze stevig ligt in mijn handen. Als een magneet. Alsof we één worden. “Je t’enmene. Je vais te protégée, tu me protégera”,gaat er als een mantra door meheen.

De warmte, de veer, een vlotte stap, mijn hoed. Het is alsof ik plots mezelf in een andere gedaante voel. Een band rond mijn hoofd met een veer. Lange haren. Lange blote benen met een kort bruin leder losvalend rokje. Een aangename gewaarwording. Een oerkracht. Ik voel me net een vrouwelijke krijger die een opdracht te vervullen heeft. Hmmm, ik heb waarschijnlijk teveel van de zon gezien.

Een verloren kruis ten minden de velden. Herdenking. Een spinnenweb. Een vliegtuig. Een buizerd neemt een rechte duik naar beneden.

Een bord ‘au milieu de nulpart’, zo voel ik me, midden het niets en toch… Iets.
Ernaast een symbool met drie afzonderlijke spiralen met elkaar verbonden. Gisteren kwam ik hetzelfde symbool tegen aan een hanger van een vrouw. Het intrigeerde me. Ik zoek het op. ‘Une Triskele’

Église Saint Nicolas en pan de bois, Outines

Église l’Exaltation de la St. Croix, Bailly-le-Franc

Pieta 16de eeuws, glasraam

Aangekomen ben ik blij wat schaduw te vinden onder het portaal van de kerk. Ik spoel de uilen veren af onder stromend water van het kerkhof. En inspecteert ze op eventueel insecten. Wat is ze mooi. Een klein stukje roze huid is nog zichtbaar. Ze krijgt haar plaats op mijn hoed. Na wat rust naar het volgend dorp. Van kerkhof naar kerkhof om heerlijk fris water. Prachtige en waardevolle 16 eeuwse kerken in authentieke bouwstijl ‘à pan de bois’. Hoewel ik hier enkel op 50 km van Troyes ben en de Campaniencis route, gaat mijn voorkeur uit naar dit stuk GR654 tussen Reims en Troyes.
De laatste kerk is de Sint-Jacobskerk van Lentilles. In Lentilles ontmoet ik Mireille en André. Een gezellige avond samen.

Saint-Jacques, Lentilles

Valkuil

Een doosje tonijn, twee appels en verse pompoenjam…een pakketje van Paulette. Oef, de zon is van de partij. Met een extra wollen trui op het lijf, handschoenen en goed ingeduffelt vertrek ik voor een nieuwe dag.

Even terug in de tijd.
Twee dagen geleden na van Bourganeuf tot in Chatelus te hebben gewandeld – waar ik vroeg aankwam – had Ik geen zin om in dit dorp te verblijven. Geen ontmoetingsplaats. Ik herinnerde me nog dat in Bénévent l’abbaye wel van dit alles was. Toch twijfelde ik, doen of niet. En uit ervaring weet ik dat twijfelen mij niet echt iets positiefs bracht, dus luisterde ik maar naar mijn gevoel. Ik koos voor het eerste. Ik had zin in nabijheid, ontmoeting, mensen. De weg was echter nog te lang en ik was te moe om nog te stappen. Bij de eerste duim kreeg ik al een lift. Een fijne babbel in de wagen…de mensen brachten me 20 km verder naar Bénévent, de laatste etappe van ‘la voie de Rocamadour’. 

In de vooravond een fijn en vloeiend gesprek met een vrouw over symboliek en ervaringen op de weg…Gelijken.
Een overnachting bij Dominique de Gent, met zijn bijzondere achternaam, om samen met zijn dochter en kleinkinderen ’s avonds naar Josephine Ange Gardien te kijken. Blij dat ik mijn intuïtie had gevolgd.

Saint-Agnant-de-Versilat

Het vertrek in Bénevent was regenachtig en koud. Niet plezant. Gisteren kwam ik vermoeid aan in La Souteraine na 10 km stappen en 10 km in autostop.

Vandaag.
Vandaag werd ik me bewust waarom ik zo moe was gisteren. Ik stapte in een valkuil, de valkuil van niet in het nu te zijn. De valkuil van mentaal bezig te zijn… het waarom van mijn volgende pelgrimstocht…het al of niet liften om tijdsdruk te vermijden…het verlangen van ervoor mijn metekind te zijn en mijn verantwoordelijkheid op te nemen voor haar…
Terzelfde tijd speelde ook de weersomstandigheden parten op mijn fysiek lichaam.
Beiden brachten onbewust spanning op mijn lijf… waardoor ik op mijn onderrug trok en er hierdoor geen stroming mogelijk was. Ik verloor kracht in mijn onderbenen…uitputtend.

Iedere stap zette ik vandaag bewust neer. Voel ik spanning… dan blijf ik even staan, neem ik de tijd om bewust in mijn lichaam te gaan zetelen, om dan pas terug te vertrekken.
Al zingend stap ik doorheen de velden. Improviserend met de a, e, i, o, u, oe klanken. Mijn mond gaat alle kanten uit. Zelf door de dorpen…om dan van een oe klank naar ‘bonjour’ te gaan als ik iemand tegenkom.  Bevrijdend, en ik voel zo mijn lijf in ontspanning komen. Mijn humeur, vrolijk.
Het neemt niet weg dat een dagje zoals gisteren er mocht zijn. Want ook een baaldag heeft zijn betekenis, ook al is het niet plezant. Het wegduwen heeft dan ook geen zin, toch niet voor mij. En zich sterker voordoen dan wat ik werkelijk ben, dat speelt enkel in mijn eigen nadeel. Vroeger is dit een deel geweest van mijn overleving, vandaag is het voltooid verleden tijd.
Het onder ogen gaan zien is veel waardevoller en zeker wanneer ik bewust wordt van wat er gebeurt, want dan kan transformatie plaats vinden. Het is een continuïteit, waar laag per laag aan het licht komt…in een vloeiendheid zonder een vastzetten of moeten. Daarvoor ben ik de weg, mijn weg, mijn inzichten, mijn kracht zo dankbaar. Dankbaar dat ik vandaag trouw kan blijven aan mezelf. Dankbaar voor wat is en hoe het mag gebeuren.

Aangekomen in Crozant krijg ik hulp bij het zoeken naar de sleutel van de gite. Ondertussen krijg ik ook een gratis entree voor het interactief centra waar je kan kennismaken met  kunstenaars en impressionisme. De zin om terug te tekenen kriebelt. En de kleine prins die kijkt mee.

Rond mij vier bedden neergezet in een dortoir. Terwijl ik schrijf voel ik de warmte van een elektrisch vuurtje in mijn rug. Lange neonlampen laten deze ruimte er onaangenaam uitzien. Buiten blaast de wind af en toe in de deuren. Het portaal van de kerk is verlicht, zichtbaar vanuit mijn bed. Mijn ogen hebben zin om te rusten.

Pelgrimsgite-Crozant

Ruïne de Crozant

Crozant

Eglise St-Hilaire

‘Pardon madame, c’est ouvert l’église’. ‘Oui, allez-y’, vertelt de vrouw terwijl ze haar borstel in haar handen heeft en de trappen van de kerk vrijmaakt van alle afgevallen kastanje bladeren. Wat later zit ik met dezelfde vrouw – Christiane –  in haar huis, het pastorij huis,  koffie te drinken. ‘Waw, la vue est magnifique d’ici et quelle silence. Oh, habiter dans un presbytere. Cela a toujours etais mon rève’, vertel ik haar. Na de koffie nog eventjes verder wandelen op de GR en/of Turonencis, om nadien een eigen uitgestippelde weg te nemen richting Barro waar ik een paar dagen zal verblijven en meehelpen met de organistors tijdens de openlucht fototentoonstelling ‘Barrobjective’ die start op 16 september.

Eglise Saint-Hilaire – Melle

Doopvont eglise Saint-Hilaire

Eglise Sainte-Hilaire – Melle

Wat voelt het goed om de bekende paden te verlaten en op ontdekking te gaan. Het brengt  aktie op de weg – het voelt als je eigen leven in handen nemen, intiatief nemen – het is boeiend, vernieuwend, rijk. 


Bomen staan er kaal bij. Hoe bijzonder, ze hebben geen enkel blad niet meer. Geen schors. En toch staan ze nog stevig recht en zien ze er krachtig uit. Sommigen zijn een uitkijktoren geworden voor kraaien en andere vogels. Of zijn een steun geworden waar klimrozen opgroeien. Sommigen vormen een nieuw soort boom en zijn volledig begroeid met hedera (klimop).

In de bossen en langs de wegen heeft de buxus ook hier geen verweer kunnen bieden aan de buxusmot. De weg neemt me mee langs kleine dorpen waar niemand te zien is. Vele dorpen zijn voor de helft ook opgekocht door Engelsen.
Ik overnacht dan ook een nachtje bij engelse die hun land hebben verlaten. Ze komen hier de rust, stilte, maar vooral ook wat beter weer opzoeken. Eigenlijk voelt het wat vreemd, engels ipv franse taal

Melle

Een fysieke zware dag. Regen. Moe. En geen zin in woorden. Voor de rest gaat het goed. Een beeldverslag.

Openbare boekenkast

Een levensweg. Af en toe eens oplappen om dan terug af te pellen 🙂

Melle-eglise Saint-Pierre

Eglise Saint-Pierre

Lusignan

Oh waw, wat was het lang geleden dat mijn lichaam zo ontspannen voelt na een nacht slapen. Ik daal de trap af en open de keukendeur. ‘Bonjour Isabelle.’ ‘Bonjour Jasmine, bien dormi?’.

Terwijl we aan de ontbijt tafel zitten maakt Paul zich klaar voor zijn eerste schooldag. Een beetje later komt hij gepakt en gezakt naar beneden.
‘Vous pouvez rester ici et attendre jusque je revient ou partir. Tu fait comme tu veut.’ Wat vervelend en niet weten wat ik ermee doe vraag ik, ‘vous aimerez bien que je suis la au retour?’ ‘Bhein oui.’ ‘Ok, alors je reste.’ Waarom niet. Wat goed voelt waarom zou ik er dan niet op ingaan. Terwijl Isabelle haar zoon naar school brengt, vul ik mijn dagboek wat aan en ruim ik de tafel af. Een uur later heb ik fijne gesprekken met Isabelle over keuzes, het leven, de ogen van anderen, passie beleven, het lichaam, evenwicht….’aller question d’equilibre, je continue mon chemin.’ We wisselen gegevens uit, geven elkander een zoen.

Ik geniet van de stilte. Een stilte in mezelf, rondom mij… Het is alsof een zekere rust over de velden hangt. Zelfs een ree ligt te rusten op twee meter van me tot ze me hoort. Ik wandel kilometers lang, langs meter hoge muren waar  eglantier rozen – waarvan de rozebottels klaar zijn om te plukken- meidoorn, bramen en hedera in elkaar verweven zijn. Af en toe een rustplaats in een tuin met twee of drie grafzerken. De plaats waar vroeger en soms nu nog hier mensen worden begraven. In de tuin. Wat me opvalt is dat wanneer een dier wegrent, weg vliegt er geen geluiden bij komen, wat in de lente wel is. Zou de kreet dan te maken hebben met het feit dat in het voorjaar de kroost wordt beschermd? In een bos hou ik halte. Ik sluit mijn ogen en laat de verschillende geuren op me afkomen. Niet alleen de geuren worden intens bij het sluiten van de ogen ook de geluiden. Bladeren die naar beneden dwarrelen, een dof geluid op de grond, gekraak, de wind…

De platte dakpannen hebben reeds al een paar dagen plaats gemaakt voor halfronde. Geen zachte steen niet meer, wel harde. Ook de grond is veranderd van kleur, van wit naar een wat roze/rode tint.

Deze avond werd me duidelijk waarom ik twijfelde voor de refuge in het vorig dorp en waarom het niet lukte om er te verblijven. De twee pelgrims die ik ontmoet had voor Poitiers waren er. Zou mijn intuitie dan zo sterk kunnen zijn, of was dit toeval en maak ik mezelf dingen wijs. Dit zou wel straf zijn. Alhoewel. Ik ben er alvast niet mistevreden mee. Het was een aangename avond in fijn gezelschap.

Meloenfeest

Abdij van Ligugé

Tien uur de klokken luiden van de kerk van Ligugé. Zowat een vijventwintig mannen in donkerblauw-zwart gewaad wandelen per twee en na elkaar in stilte naar de kerk. Ik verlaat de kamer en trek de wijde wereld in. Rondom rond hoor ik geweer schoten. Honden die blaffen en een getoeter. Oeps, dit was me ontsnapt. De jacht. Ik blijf rustig verder stappen zonder me echt zorgen te maken. Ondertussen maak ik gebruik van FB voor een vraag in verband met het jachtseizoen. Zoveel jaren geleden kon een pelgrim dit niet voorstellen. De dorpen zijn stil, geen kat te bespeuren.

Vroeg in de namiddag zie ik plots veel wagens. Een feest, een braderie, een rommelmarkt…het meloenfeest. Ik laat me verleiden door een Mirabelle taart. Mensen staan me met grote ogen aan te kijken. Een grote rugzak en wandelstokken zijn waarschijnlijk niet de courante outfit voor op een feest. In een zaal een tentoonstelling. Op een tafel staan prachtig gedraaide houten voorwerpen. Ernaast een briefje met een naam en tourneur amateur. ‘Pardon monsieur, c’est vous le tourneur?’ ‘Oui.’ Een tengere man, kleine van gestalte, getekend door de tijd. ‘Pourqoui vous avez marque tourneur amateur, votre travaille est d’une qualité profesionelle.’ Wat beschaamd kijkt hij me aan. Een glimlach is ergens te zien in een verborgen hoekje. Zijn vrouw dankt me. Met de geur van het hout verlaat ik de zaal. Buiten zijn kinderen aan het spelen aan een kraam om eendjes en gekleurde ballen te vangen. Ik geniet van de vreugde van de kinderen. Bij het kiezen van hun beloning valt me iets op. Het kraam is verdeeld in twee. Rechts allemaal donkere kleuren en geweren, links roos en princessen. De kinderen kunnen enkel kiezen volgens geslacht. Een kinderkraam die is blijven stilstaan in de jaren stilletjes en vastgeroest in ideeën.

Een lange muur van droog hout. In de boomgaarden zie ik hier en daar geel verschijnen. Zou dit het begin zijn van de herfst die zich aankondigt. Het voelt wat bizar terwijl de krekels nog in volle glorie hun gezang laten horen. Een hert die een elegante sprong maakt over een heg. Een vos die me met grote ogen verwonderd aankijkt en verdwijnt tussen de lage braambessen struiken. Mijn hartje lacht en maakt een sprongetje en de kleine prins…

De wind blaast mijn haren naar achter en streelt mijn oren. Hier en daar een druppel regen. Ik laat mijn huid ervan genieten zonder ik me ga opsluiten in een of andere beschermkledingstuk. Met de vele trappen stijgen kom ik aan in Lusignan. Un refuge pelerin. Ik twijfel. Bel aan. De moeheid laat me in de twijfel. Er vloeit iets niet. Ik loop een uur rond op zoek naar een overnachting.  Tot ik het opgeef…een vrouw staat ontspannen aan haar deur. Een uitnodigende blik. Bij Isabelle en haar zoon Paul.

Poitiers

De koekoek. De ochtendzon komt de vergaderruimte verwarmen. Ik strek me uit, een nieuwe dag staat voor de deur. Nieuwe ontmoetingen met de ander, met mezelf.

Voor de eerste keer ontmoet ik twee pelgrims. Ik wandel eventjes met hun mee en al snel wordt het me duidelijk dat onze wegen snel zullen scheiden. Het geklaag over herbergen en de vele ‘moeten’ staan in sterk contrast met mijn ervaringen en ingesteldheid op mijn weg. Nederigheid.

Kathedraal Poitiers

Jezus in Gethsémani

Tot mijn grootste verwondering zijn de voorsteden van Poitiers heel aangenaam. Het vele groen is uitnodigend. Een babbel hier een babbel daar. Joggers, fietsers…
Ik negeer de borden van de GR en camino en wandel richting centrum. Verrassend. Een groot gebouw, de kathedraal. Een groen, blauwe verweerde deur nodigt me uit naar binnen te gaan. Ik bewonder de muurschilderijen van de heilige familie en Jezus in Gethsémani. Op een wand een ingekerfd labyrinth.
Verder naar het centrum, een veel kleinere kerk in een gele steen met zijn kleine bogen en houten verweerde deuren vallen me op. Terwijl menigte de braderie van het eerste weekend van september aflopen, zoek ik de rust op in l’église Notre-Dame la Grande. Bij het naar binnengaan word ik op de adem gegrepen. Het is alsof ik in een moederschoot terecht ben gekomen, zo voelt het. Donker, warm en de kleuren in de kerk, het gezang van de soprane versterken het geheel.

Eglise Notre Dame la Grande

Op een terras geniet ik van het zien van de vele mensen die voorbij komen. Een vrouw kijkt mijn rugzak aan. ‘Vous allez a Saint-Jacques?’ Dit was de eerste vraag van de vele andere. Zonder enige weerstand beantwoord ik de vragen. Een vloeiendheid en spontaniteit installeerd zich tussen ons. ‘Je peut vous poser une question?’, vraag ik na een eindje terug. ‘Oui.’ ‘Vous travailler dans une école, vous êtes instit?’ Een ja kwam en bracht bevestiging op het waarom van de vele vragen die ik mocht ontvangen. We blijven zowat bijna twee uur samen gedachten uitwisselen over het thema ‘liefde’. Ik denk dat als ik nog iets zou gaan studeren dat ik me aan een cursus filosofie waag. In het gesprek werden me plots dingen duidelijk over wat ik de voorbije dagen met me meedroeg. Soms kan men zodanig iets willen zoeken dat men het net niet vind. Ik kan het vergelijken met de momenten dat ik mijn bril zoek en hij gewoon op mijn neus staat. Tot ik er niet meer naar opzoek ga, en dan, eureka. Wel door het ‘willen’ te lossen, door het niet blijven vasthouden komt het antwoord soms uit het niets. Dit is ook wat liefde voor me is geweest in het nabij zijn met anderen, ook met mezelf, willen vasthouden. Liefde kan men niet vasthouden. Vasthouden uit angst te verliezen, angst voor het gemis die zich zou kunnen installeren bij het verlies, om de pijn. Er komen hoge verwachtingen, verlangens…. Net door het vasthouden gaat men iets verliezen en kan pijn voelbaar zijn. Door liefde in zijn pure vorm te laten zijn, kan het voelbaar breder gedragen  worden. Kan openheid aanwezig blijven voor vernieuwing, verandering en blijft de fijne energie leven doorheen wat is en komt. Liefde in relatie met al wat is.

Ik hoor mezelf zeggen, alle Jasmine, dat wist je toch al. Ja natuurlijk, alleen tussen het weten en voelen is er een groot verschil. Jaren kan men iets weten, daarom is het nog niet geïntegreerd.

Wat ik schrijf is misschien niet juist of klopt het voor de één niet, maar mischien wel voor de ander. Wat vandaag is,  is juist voor me in het nu, morgen kan het misschien terug anders zijn.  Ik vraag me eigenlijk af, bestaat de waarheid. Ik heb het idee van niet, ook waarheid is veranderlijk.

Ik neem afscheid van Flaurence en wandel nog een prachtig stukje natuur tot in Ligugé bij de monniken.