Vertrouwen

 

Jasmine Debels (1 van 1)-3

Heppeneert

Achter mij de voordeur van de pastorie van As. Voor mij een bijna leeg grasveldje op een paar witte partytentjes na. Ik wandel onmiddellijk de natuur in door het ‘Nationaal Park Hoge Kempen’. Als ochtendgymnastiek beklim ik de replicaboortoren, waarmee boormeester André Dumont in 1901 de eerste steenkool in As bovenhaalde. Honderdvijfendertig trappen. Boven heb ik een zicht over het nationaal park. Vanaf hier wandel ik elf kilometer lang in één rechte lijn richting Elen. Eindelijk kan ik de routebeschrijving eens voor een lange tijd in mijn broekzak laten. Op de weg heel veel fietsers en één vreemde eend. Vaak hoor ik mensen zeggen: “Voel jij je niet eenzaam?  Dit zou ik niet kunnen.” Zelden voel ik me eenzaam. Fietsers en wandelaars zeggen elkaar geregeld goedendag. Een klein en waardevol gebaar. Verbintenis. Ik stap een kampdomein op. Einde van het kamp. Spanning en stress zijn te voelen. Ouders schrobben de lokalen. Een lichte paniek is zichtbaar wanneer ik hen vraag om de toiletten te gebruiken. Een platte kaas en een yoghurt worden me aangeboden. Ook mijn twee resterende broodjes uit Bilzen eet ik op.

Met mijn lichaam terug op krachten, stap ik zelfverzekerd verder. Op de hoek een wit huis dat mijn aandacht trekt. Een vrouw spreekt me aan: “Naar waar gaat u?” “Naar ginder!” en ik stap verder. “Dat mag niet!” Nog altijd zelfverzekerd en met een vriendelijke glimlach antwoord ik, “Ja toch, dit is mijn pad, het is juist.” Tot de vrouw me meldt dat dit eigendom is van het Vipassana Meditatiecentrum. En plots wordt het me duidelijk dat mijn gedachten bij dit centrum liggen en effectief, hmmm, de wandelroute is er net naast. Hi, ik voel me net een puber die iets mispeuterd heeft. Een wielrenner en zijn vrouw keren even terug nadat ze mijn Jakobsschelp achterop hadden gezien. We wisselen ervaringen uit rond de camino, praten over de buurt waar ik nu door wandel. De vrouw zegt “Daar moet je toch sterk voor zijn om zoiets te ondernemen!” Deze zin blijft hangen. Ben ik sterk? Ik gebruik liever het woord krachtig. Vaak hoor ik angst bij de ander of verschillende redenen worden aangekaart om niet van start te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zo een weg kunnen afleggen. Vertrouw in jezelf. Vertrouw in wat de weg je brengt. Wanneer je de deur opent naar wat je binnenin voelt, dan geef je jezelf de kans om te groeien. Eenmaal die deur open is, geef je jezelf de kans om in je kracht te staan. Je komt in een wereld die je niet onbekend is. De wereld van je ‘Zijn’.

In Heppeneert volg ik een misdienst mee onder twee lindebomen. ’s Avonds kom ik bij de zusters Maria en Marie-Thérèsa terecht in Maaseik.

GPX Bestand Rekem naar/à  Maaseik

Confiance

Derrière moi la porte d’entrée du presbytère de As. Devant moi une pelouse presque vide, à quelques tentes près. Je marche directement à la rencontre de la nature dans ‘Le Parc National de la Haute Campine’(Nationaal Park Hoge Kempen). Comme gymnastique matinale, je grimpe à l’intérieur de la réplique de la tour de forage dans laquelle en 1901 André Dumont remonta le premier charbon de As. Cent trente-cinq marches. En haut une vue d’ensemble du Parc National.

À partir d’ici, je marche onze kilomètres en ligne droite, direction Elen. Enfin je peux laisser  la description de l’itinéraire, un long moment dans la poche de mon pantalon. Le long de la route beaucoup de cyclistes. Souvent je m’entends dire; “Tu ne te sens pas seule? Moi je ne saurais pas faire ça.” Il est rare que je me sente seule. Cyclistes et promeneurs se saluent mutuellement. Un bonjour, un petit geste précieux. Une connexion.

J’entre dans un campement. Fin du camp. Tension et stress sont présents. Des parents récurent les locaux. J’entends de l’anxiété, quand je demande à utiliser les toilettes. Un fromage blanc et un yaourt me sont offerts. Je mange aussi les deux pains qui me restent et qui viennent de Bilzen.

D’un pas ferme, et avec un corps qui a repris force, je continue ma marche. Sur le coin une maison blanche qui attire mon attention. Une femme m’adresse la parole, “Vous allez où?” “Vers là-bas!”, et je continue de marcher. “Vous ne pouvez pas.” Encore toujours confiante et avec un gentil sourire je lui réponds, “Si quand même, c’est mon chemin, et il est juste.” La femme me dit que c’est la propriété du Centre de Méditation Vipassana. Et soudain je me rends compte que mes pensées sont dans ce centre et effectivement, hmmmm, le chemin passe juste à côté. Hihihi, je me sens comme une adolescente ayant fait de travers.

Un coureur et sa femme reviennent sur leurs pas après avoir remarqué la coquille Saint-Jacques sur mon dos. Nous échangeons des expériences du camino. Parlons des environs dans lesquelles je me trouve aujourd’hui. La femme dit, “Pour entreprendre cela vous devez quand même être forte!” Cette phrase reste dans mes pensées. Suis-je forte? Je préfère le mot puissante. Bien souvent j’entends de l’anxiété chez les autres où de différentes raisons sont abordées pour ne pas prendre le départ. Je suis persuadée que beaucoup de gens peuvent faire un tel parcours. Avoir confiance en soi. Faire confiance à la route et à ce qu’elle vous apporte.

Quand tu ouvres la porte à ce que tu ressens au fin fond de toi, alors tu te donnes la chance de grandir, d’apprendre, d’évoluer. Une foi la porte ouverte, tu te donnes la possibilité de développer ta force intérieure. Tu entres dans un monde qui ne t’est pas inconnu. Le monde de ton ‘être’.

À Heppeneert je suis une messe sous deux tilleuls. Le soir j’atterrie chez sœur Maria et sœur Marie-Thérèsa à Maaseik.

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.

Erna en Dario

Dario en Erna

Dario en Erna

Deze nacht vond ik onderdak bij Erna en Dario. Twee hartelijke mensen die elkaar hebben mogen terug vinden na een lange tijd, die veel hoogtes en laagtes kennen en die vandaag geconfronteerd worden met de onrechtvaardigheid van het systeem. Aan de muur vijf foto’s. Drie honden, één poes en hun huwelijksfoto. Binnen hun mogelijkheden hebben ze hun deur voor mij geopend en me onderdak gegeven. Voor ik hen verlaat, schenk ik hen de vier euro die ik kreeg in Lichtervelde, het weinige financiële dat ik op zak heb. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen van wie ik het heb gekregen mij hierin kunnen volgen. Ik verlaat het huis. “Draag goed zorg voor elkander”, terwijl ik naar hen zwaai. Ze steken hun hand op en wandelen samen terug naar binnen. Verderop wandel ik langs de Sint-Jacobskerk van Ieper.

Ik trotseer de regen en trek me terug onder mijn regenkap. Een stilte komt over me heen. In het domein de ‘Palingbeek’ probeer ik recht te blijven staan. De ’keikoppen’ die glad zijn geworden door de regen vragen mijn volle aandacht. Op het einde van het domein voel ik de spanning, die er gekomen is door de inspanning om niet te vallen, uit mijn lichaam verdwijnen. Rond dertien uur neem ik een pauze in de kerk van Houthem. De enige plaats op de weg waar ik droog kan schuilen. Mijn natte kleren gaan uit. Ik krijg het een beetje koud, na wat eten voel ik de energie terugkomen.

Graan-, maïs-, aardappelen-, en de frêle uitziende vlasvelden. De smalle wegen zijn bezaaid met talrijke kamillebloemen, die telkens een geur vrijlaten wanneer ik tegen hen aanloop. De eglantierrozen verliezen door de wind hun hartvormige bloemblaadjes, die neerdwarrelen op de weg. Doorweekt kom ik aan in het huis in Menen waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Aan de voordeur mijn metekind. In een haastje kunnen we elkander zien. In de wagen zit mijn broer op haar te wachten.

GPX Bestand Diksmuide naar Geluwe

GPX Bestand Geluwe naar Rollegem

Erna en Dario

Cette nuit j’ai logé chez Erna et Dario. Deux personnes chaleureuses qui se sont retrouvés après de nombreuses années. Ils connurent bien des hauts et des bas et aujourd’hui ils sont confrontés à l’injustice du système. Au mur cinq photos. Trois chiens, un chat et leur photo de mariage. Selon leurs moyens ils m’ont ouvert leur porte et donné un abri. Avant de les quitter je leur remets les quatre euros qui m’ont été offert à Lichtervelde, le peu que j’ai sur moi. Je suis persuadée que les personnes qui me les ont offerts comprennent mon attitude. Je quitte la maison. ”Prenez bien soins l’un de l’autre”, leur dis-je en les saluant. Ils me font signe de la main et rentrent ensemble.

En passant par l’église Saint-Jacques d’Ypres, je quitte la ville en empruntant les remparts. Je défie la pluie en me retirant sous mon capuchon. Un silence m’enrobe. Au domaine du ‘Palingbeek’ j’essaie de me tenir droite. Les pavées, rendues glissantes par la pluie, exigent toute mon attention. Arrivée à la fin du domaine je sens disparaitre la tension corporelle, qui c’était installée avec les efforts fait pour ne pas tomber. Vers treize heures je prends une pause dans l’église de Houthem. La seule place sur le chemin ou je peux m’abriter. J’ôte mes vêtements mouillés. J’attrape froid. Après avoir mangé je sens l’énergie revenir.

Des champs de blés, de mais, de pommes de terre, et de lin. Les chemins étroits sont parsemés de fleurs de camomille, qui exhalent leur parfum à chaque touché. Le vent éparpille sur le chemin, les feuilles en forme de cœur des églantines. J’arrive, toute trempée, à la maison ou j’ai passé vingt années de ma jeunesse, Menin. Sur le pas de la porte ma filleule. Une rencontre furtive. Dans la voiture mon frère l’attend.

Raftje

Raf

Half acht, het ochtendgebed. De klank van de gezongen gebeden is zo mooi dat mijn eigen stem niet vrij komt. In stilte geniet ik mee. Aan het ontbijt een onverwachte fijne ontmoeting, Hilde, een vriendin. Rond tien uur ben ik in Torhout. Het marktplein wordt omgebouwd voor het vertrek van de ‘Nacht van West-Vlaanderen’. Aan de apotheek, een groep mannen allemaal rond de leeftijd van tachtig jaar. Ik stap naar hen toe. De één al wat plezanter dan de ander. Eén springt er werkelijk uit, een echte stand-up comedian. Ik vraag zijn naam. “Aerts Raphaël, voor de vrienden, Raphaël. Moar min vrouwke noemt me Raftje”, antwoordt hij me met pretoogjes. Of hij werkelijk Aards-Raphaël heet, laat ik in het midden. Deze naam draagt hij goed. “Tis goe, meug ik Raftje zeggen”, zeg ik met een knipoog terug. “Das goe moa nie zeggen aan min vrouwtje hé!” En zo blijven de gesprekken een uur duren en hebben we samen veel plezier. Ik neem een beeld van hen en een van Raftje. “En woa goa je doar mee doen”, vraagt een andere man. Met mijn hand naast mijn mond ga ik richting het oor van Raftje en fluister “tis voor op mijn nachttafel”, zodat de anderen het ook kunnen horen. “Jaja, we zin bekend van ‘Iedereen beroemd’ enne van …”, zegt één van de mannen met grote fierheid. En zo verlaat ik al zwaaiend deze hechte mannengroep op de markt van Torhout.

Na Torhout, naar de Sint-Jacobskerk van Lichtervelde en Gits. Langs open velden en weiden kom ik aan in Kortemark. Een wagen vertraagt. Een korte kennismaking en een onverwachte uitnodiging voor een overnachting. Twijfel. Ik blijf nog even doorstappen. In het centrum van Kortemark ga ik op zoek naar het adres van de onverwachte uitnodiging. Bij Annemie en Erik. Een bad, een heerlijke maaltijd, een wasmachine en een goede nachtrust staan op me te wachten.

GPX Bestand Groenhove – Kortemark

Raf

Sept heure et demie, la prière du matin. Le son des chants religieux est si beau que ma voie en reste muette. Je me réjouis en silence. Au petit déjeuner une rencontre inattendue et bien agréable; Hilde, une amie.

Aux environs de dix heures j’arrive à Torhout. La place est transformée pour le départ de la ‘Nuit des Flandres’. A hauteur de la pharmacie, un groupe d’hommes, tous octogénaires, les uns plus rigolos que les autres. Je m’en approche. L’un d’eux se distingue vraiment, un vrai humoriste. Je lui demande son nom. “Aerts Raphaël, Raphaël pour les amis. Mais ma femme m’appelle Raftje”, me dit-il avec un regard coquin. Je laisse, la question de savoir si Aerts Raphaël est son vrais nom, de côté. Il porte bien son nom. Je lui demande avec un clin d’œil, “je peux t’appeler Raftje.” “Bien sûr, mais ne dit rien à ma femme, hein!” La conversation continue sur le même ton durant près d’une heure et nous avons bien du plaisir ensemble. Je prends une photo du groupe et une de Raftje. “Et qu’es ce que tu vas en faire”, me demande l’un d’entre eux. En mettant ma main devant ma bouche, je souffle dans l’oreille de Raftje de façon à ce que les autres puisent l’entendre, “C’est pour sur ma table de chevet”. “Oui, oui nous sommes célèbres, tu sais, nous passons dans l’émission ‘Iedereen beroemd’ et de… “, dit l’un d’entre eux avec une certaine fierté. C’est comme cela que je quitte, avec un signe de la main, ce groupe d’hommes au marché de Torhout.

Après Torhout, les églises Saint-Jacques de Lichtervelde et de Gits. Longeant des plaines et des prés, j’arrive à Kortemark. Une voiture ralentit. Une brève entrevue et une invitation inopinée pour passer la nuit. Hésitation. Je continue encore un peu à marcher. Au centre de Kortemark je vais à la recherche de l’adresse reçue de façon inattendue. Chez Annemie et Erik. Un bain, un repas délicieux, un lave-linge et un bon sommeil m’attendent.