Spikboomkapel

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Dries en Seppe

 

Een paar kilometers buiten de stad Sint-Truiden zoek ik de Spikboomkapel. Ik hoor geklop en getimmer. Op een eilandje op de hoek van een straat, twee mannen, een gebinte, een lemen muur. De kapel is in renovatie. Een hond komt blaffend aangewandeld ‘Blaika’. “Is dit de Spikboomkapel?”, “De Spikboomkapel, ja”, antwoordt Seppe. “Amai, zo een mooi werk dat jullie hier doen”, zeg ik vol bewondering. Een beitel, een werkbank, eikenhout, een gat en een pen. Volgens de ‘regels van de kunst’ en met veel zorg wordt deze kapel gerestaureerd. Het totaalplaatje klopt gewoon. Twee mooie mannen (Seppe en Dries), vakmanschap, een kapel.

Het korte moment dat ik bij hen stond was zalig. Wanneer ik verder wandel, blijf ik het getimmer nog een eindje horen. Negen kilometer wandel ik op Romeinse kasseien langs vele historische punten. Aan het eerste punt een galg en een bank. Op de bank zit Coos, een fietser op doortocht op de LF-route. Ik zet me erbij. Onze onderwerpen: fietsen, wandelen en vooral ervaringen delen over de camino naar Santiago. Coos was er een paar jaar terug. Met zijn 71 jaar doet hij dit prima.

De weg gaat op en neer, schitterende vergezichten tussen de wisselende fruitboomgaarden. Af en toe een korte regenbui. De weg heeft iets mysterieus. Niet vreemd wanneer je hoort over Tjenne de heks, galgen, Onze-Lieve-Vrouwkes, kastelen. Ik hou halt aan een eikenbosje. De bomen hebben takken met grillige vormen en een laag bladerdek. Stilte. Een briesje komt voorbij. Ik draai me om. Ik schrik. Op één meter achter me, een schaap. Het staat me onbeweeglijk aan te kijken. De lucht wordt egaal grijs. Ik zal er deze keer niet aan ontsnappen. Rugzak inpakken. Fototoestel in veiligheid brengen. Regenvest aan. Check, alles klaar. Al zingend ga ik verder. Van het liedje ‘In het bos daar staat….’ maak ik een eigen versie. “In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.” Het begint te gieten, de regen valt met bakken uit de lucht. Al wiebelend en zingend ga ik verder. Ik breng mijn nacht door bij de Grauwzusters in Tongeren. ’s Avonds zit ik met zeven zusters rond de tafel. De verhalen vloeien, het één na het ander. De zusters luisteren aandachtig. Voor het slapengaan zit ik nog samen met hen in het salon. Wat voelt het hier goed. Na de late uurtjes van de laatste dagen probeer ik er deze avond vroeg in te kruipen.

Voor het slapengaan krijg ik nog een boodschap via Facebook van Seppe.

‘Jasmine, je verkwikte vanmorgen onze werf tijdens je bezoekje. Het bleef nog even hangen…We wensen je een behouden reis en met die glimlach op je gezicht ga je nog mooie mensen ontmoeten. Geniet van je pelgrimstocht’. Met deze mooie woorden gaat mijn nacht in.

GPX Bestanden Sint-Truiden naar Tongeren / Saint-Trond à Tongres

La chapelle de l’Aubépine

À quelques kilomètres, en dehors de la ville de Sint-Trond (Sint-Truiden), je cherche la chapelle de l’Aubépine (Spikboomkapel). J’entends des frappements et du martelage. Sur un îlot au coin d’une rue, deux hommes, une charpente, un mur en argile. La chapelle est en rénovation. Un chien approche en aboyant ‘Blaika’. “Est-ce la chapelle de l’Aubépine?”

“Oui”, répond Seppe. “Eh bien dite, quel beau travail vous faite”, dis-je émerveillée. Un ciseau à bois, un établi. Du bois de chêne, un trou et une cheville. Cette chapelle est restaurée selon ‘les règles de l’art’ et avec beaucoup de soin. Le tout est exacte. Deux beaux hommes; Seppe et Dries, de l’artisanat, une chapelle.

Le court moment passé en leur compagnie était sublime. Je continue à entendre le martelage en m’éloignant. Je marche durant neuf kilomètres sur des pavés romains et leurs nombreuses histoires. Au premier point de repère, une potence et un banc. Assis sur le banc, Coos. Un cycliste de passage sur la LF-route. Je m’assieds à ses côtés. Notre sujet de conversation, le vélo, la marche et surtout le partage d’expériences durant le camino. Coos y était voilà quelques années. Il porte bien ses 71 ans.

La route monte et descend, de magnifiques vues entre les vergers alternants. De temps à autre une courte pluie. Le chemin a quelque chose de mystérieux. Pas drôle quand on entend les histoires de Tjenne la sorcière, de la potence, des chapelles de la Sainte-Vierge, des châteaux.

Je fais halte près d’un bois de chênes. Les branches des arbres ont des formes capricieuses, un feuillage bas. Silence! Une brise passe. Je me retourne. Je sursaute. Un mètre derrière moi un mouton. Immobile, il me regarde. Le ciel tourne au gris. Cette fois je ne vais pas y échapper. Emballage du sac à dos. Mettre l’appareil photo en sécurité. Endosser ma veste de pluie. Voilà, tout est prêt. Je continue mon chemin en chantant une chanson Flamande, dont je fais ma propre version. ’In de straat daar staat een huisje. Keek eens even door het raam. Kwam een vrouwtje aangelopen. Klopte even aan. Help mij! Help mij! Uit de nood. Of mijn buikje is in nood. Kom maar in mijn huisje fijn. ‘k Zal je dankbaar zijn.’

Il commence à dracher. La pluie tombe à flots. En dansant et en chantant je continue ma route. Je passe la nuit chez les ‘Grauwzusters’ à Tongres (Tongeren). Le soir je suis attablée en compagnie de 7 sœurs. Les histoires se succèdent. Les sœurs écoutent attentivement. Avant d’aller me coucher nous passons encore un peu de temps ensemble dans le salon. Qu’on est bien ici.

Vu les heures tardives des derniers jours, j’essaie de me coucher tôt. Avant de m’endormir je reçois encore un message de Seppe sur FB. ‘Jasmine tu as rafraîchi notre sentier ce matin par ta visite. Cela resta encore quelque temps dans l’air. Nous te souhaitons un bon voyage et avec ton sourire tu rencontreras certainement encore de belles personnes. Profite bien de ton pèlerinage’. Je commence ma nuit avec ces belles paroles.

 

 

Joske

 

Jasmine Debels (11 van 14)

Provinciedomein ‘Het Vinne’

Na een half uur stappen sta ik ergens middenin de velden nog altijd dichtbij Attenhoven. De natuur weet me te boeien. De zon tovert een gordijn van stralen doorheen de grijze wolken. De zwaluwen vliegen heel laag over de velden. Zou er regen op komst zijn? Ik wandel vandaag van Brabant naar Limburg. De boomgaarden wisselen voortdurend. Appels, peren, kersen. De Convolvulvus nestelt zich in de graanvelden. In de hoogte valt een kraai een havik aan. De weg wisselt af door de prachtige natuurgebieden en fietsroutes. In de verte staat een man te praten met een vrouw. Naast hem een grasmaaier. Hij draagt een grijze overall en een pet op zijn hoofd. “Goedemiddag! Jij hebt een mooi klaksken op”, zeg ik aan de man al stappend. “Ja, ik heb er twee. Ik zal het tweede niet versleten krijgen”, roept hij een paar meters verderop. Een klakske met de kleuren van de rodebolletjestrui. Ik stap het natuurgebied in langs de Kleine Nete. Vlinders fladderen heen en weer. Dazen zoeven langs mijn oren. Een bonte specht komt voor mij een boom uitgevlogen. 

Na de middag ben ik in Zoutleeuw. De gothische kerk staat in de steigers. Ik krijg de mogelijkheid ze binnenin te zien. Daniël had me gezegd dat het de moeite waard is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Een pracht van religieuze kunstwerken. Wanneer ik Zoutleeuw uitwandel hoor ik de carillon nog. Provinciedomein ‘Het Vinne’. Na een bocht sta ik versteld van dit overdonderend mooi natuurgebied. Op houten vlonders wandel ik tussen de watervogels. Voor ik naar het centrum van Sint-Truiden ga, bezoek ik de Sint-Jacobskerk in Schurhoven. Terug buiten vraag ik een man de weg naar de zusters Ursulinen. Ik maak kennis met Jos Bonckart. “Kent u me niet? Ik ben Seppe, de jodelaar van ‘Belgium’s Got Talent’. Ik kom al vijftien jaar zingen op de kerstmarkt in Gent. Vorig jaar nog de Gentse Feesten afgesloten”, weet hij me enthousiast te vertellen met een mooi zingend accent. “Euh, neen”, antwoord ik wat verwonderd. Jos is bijna 50 jaar actief bij de blaaskapel ‘De Oppenheimers’. Een actieve, behulpzame man. Hij neemt me mee richting de zusters Ursulinen. Niet ver van de markt ontmoeten we de schepen van Cultuur. De schepen belt op zijn beurt de pers. De pers, de plaatselijke fotograaf. Ik probeer de drukte van regelingen en afspraken te volgen. Benieuwd of er een artikel zal verschijnen.

Bij de Ursulinen met Joske aan mijn zijde vraag ik om een overnachting. Ik denk dat de zusters geschrokken zijn van de overdonderende hartelijke behulpzaamheid van Jos. Ik krijg een neen te horen. Bij de Clarissen vraag ik aan Jos het wat rustiger te houden. De bel. Zuster Francine doet open. Ik stel opnieuw de vraag. “We zijn aan het bidden. Kom binnen, we vragen het dan straks aan de abdis.” ”Dankjewel zuster”, en ik ga binnen. Jos vraagt of hij ook mee binnen mag. We gaan samen de kapel in. Middenin de dienst, niet beseffend dat de gebeden niet voorbij zijn, bedankt Joske de zusters hartelijk en vertrekt. Onze ontmoeting en de avond ontroerden hem. De gebeden gaan verder. Na de dienst gaan we naar de spreekkamer. Na de drukte komt de rust. Ik vertel de zusters het verloop van de avond. Ondertussen is de soep aan het opwarmen en staat de tafel gedekt. Ik weet niet waar begonnen. Telkens wanneer ik wil beginnen eten komt er terug een zuster met iets nieuws voor op tafel. Met vier zusters rond me heen probeer ik te eten. Wat zijn ze schattig. Na een warme douche ben ik al heel snel in dromenland.

GPX Bestanden Attenhoven naar Sint-Truiden/ Attenhoven à Saint-Trond

Joske

Après une demi-heure de marche je suis quelque part au milieu des champs, encore près d’Attenhove. La nature me subjugue. Le soleil crée un rideau de rayons à travers les nuages gris. Les hirondelles volent à ras le sol. Cela annoncerait-il de la pluie! Aujourd’hui je marche du Brabant au Limbourg. Les vergers alternent tour à tour. Pommes, poires et cerises. Le Convolvulvus se niche dans les champs de blé. Dans le ciel un corbeau attaque un faucon.

Le chemin alterne entre de magnifiques réserves naturelles et des trajets pour cyclistes.

Au loin un homme et une femme en conversation. À leur coté une tondeuse à gazon. Il porte une salopette grise et une casquette sur la tête. Je lui dis, en continuant ma route “Bonjour, tu as une belle casquette!” “Oui, j’en ai deux, je n’userais pas la seconde”, me crie-t-il après.

Une casquette aux couleurs du maillot à pois rouge. J’entre dans la réserve naturelle le long de la ‘Kleine Nete’. Les papillons voltigent. Les taons me sifflent aux oreilles. Un pivert s’envole devant moi.

Après le déjeuner je suis à Zoutleeuw (Léau). L’église Gotique est dans les échafaudages. J’ai la possibilité de la visiter. Daniël m’avait dit que cela en valait la peine. Je ne peux que le confirmer. De magnifiques arts religieux. Sortie de Zoutleeuw j’entends encore le carillon.

Au domaine provinciale ‘Het Vinne’. Après un virage, je m’étonne de la beauté époustouflante de la réserve. Marchant sur des pontons en bois je me promène entre les oiseaux aquatiques. Avant de rejoindre le centre de Saint-Trond (Sint-Truiden), je visite l’église Saint-Jacques de Schurhoven. De retour à l’extérieur je demande à un homme s’il peut m’indiquer le chemin vers les Ursulines. Je fais connaissance avec Jos Bonckart. “Vous ne me connaissez pas? Je suis ‘Seppe le Yodleur’ de Belgium Got Talent. Depuis quinze ans déjà je viens chanter au marché de Noël de Gand (Gent). L’année dernière j’ai clôturé les fêtes Gantoises”, me dit-il avec beaucoup d’enthousiasme et son bel accent chantant. “Oh, non”, lui répondis-je quelque peu étonnée. Jos est actif, depuis maintenant presque 50 ans, dans la fanfare ‘De Oppenheimers’. Un homme actif qui aime se rendre utile. Il m’invite à le suivre direction les Ursulines. Pas loin du marché, on rencontre l’échevin de la culture. Ce dernier appelle la presse. La presse, le photographe régional. J’essaie, dans l’agitation des arrangements et des accords, de suivre. Curieuse de voir si un article va paraître.

Chez les Ursulines, avec Joske à mes côtés, je demande un logement. Je crois que les sœurs sont surprises de l’intensité avec laquelle Joske exprime sa chaleureuse serviabilité. Je reçois un refus. Chez les Clarisses, je demande à Joske de tempérer. Je sonne. Sœur Francine vient ouvrir. Je pose à nouveau ma question. “Nous somme occupées à prier, entrée et on demandera cela toute à l’heure à l’abbesse”. “Merci bien ma sœur” et j’entre. Jos demande s’il peut aussi entrer. Nous entrons ensemble dans la chapelle. En plein milieu du service,

ne se rendant pas compte que les prières ne sont pas terminées, Joske remercie chaleureusement les Sœurs et s’en va. Notre rencontre et la soirée l’ont émotionné. Les prières continues. Après le service on se rend dans le parloir. Après l’agitation vient le calme. Je leur raconte le déroulement de la soirée. Entre temps la soupe chauffe et la table est mise pour moi. Je ne sais où commencer. Chaque fois que je veux commencer à manger, une sœur entre pour mettre une nouvelle chose à table. Entourée de 4 sœurs, j’essaie de manger. Qu’elles sont charmantes. Après une douche chaude je me retrouve très vite au pays des songes.