Muxia

Nosa Señora de Barca – Muxia

4 dagen stappen waren er tussen Santiago en Muxia. Vier (aarde) dagen over Moeder Aarde wandelend richting zee.
Sedert ik Santiago achter mij liet, is er een volledig andere klimaat voelbaar en hoe verder ik me verwijderde van Santiago hoe zachter het werd. Mijn pijn in mijn rug is niet meer voelbaar.

Wanneer ik even stilsta en zie vanuit welke richting ik kom, is het ook niet raar wanneer ik er de geschiedenis/het verleden erbij zou halen en zie wat op deze weg allemaal gebeurde. Laten we dan ook nog zwijgen over wat gebeurde in het lang verleden op het grote plein voor de kathedraal van Santiago. Allemaal verhalen rond macht en rijkdom.

Sedert ik in Muxia aangekomen ben voelt het hier heel zacht, rustig, gedragen. Een gedragen plaats voor wie werkelijk zich wenst te herbronnen. Ikzelf stap verder richting Zuid Portugal.

Terwijl ik vandaag een rustdag nam om ‘la mer’ tot mij te laten komen, had ik niet onmiddellijk de link gelegd dat het vandaag 8 mei is en moederdag werd gevierd. Wat een synchroniciteit.

Na het telefoontje wandel ik tot aan le sanctuaire ‘Nosa Señora de Barca’ waar ik een misviering bijwoon. De kerk zit vol. Tijdens de viering vroeg ik me af hoe het zou zijn om alles wat binnenin is te verwijderen en de kerk in zijn puurheid zou gezet worden, gewoon de steen, waar de mens de kans zou krijgen dichter bij de essentie te komen en niet een mantel zien.
Geen zorgen om de tastbare uiterlijke ‘Rijkdom’.
Waar de deuren zouden kunnen openblijven tussen twee diensten zonder angst dat er gestolen zou worden. Eén van de grootste reden dat kerken niet toegankelijk zijn midden de stad. Een plaats waar men midden de drukte tot stilte zou kunnen komen. ‘Stilte’ daar waar de werkelijke ontmoeting ligt.

Na de viering ga ik op de rotsen staan voor de kerk uit kijkend naar de grote open blauwe vlakte, de Oceaan. ‘La Mare’ hoe men ze hier noemt. Steunend met mijn rug tegen een rots, valt mijn oog op een amandelvormig symbool, een oog, gegrift in de rots.
‘Mira’, waar ‘zien en Oceaan’ samen komen.

‘Mira’

PS. Voor wie tot naar Muxia gaat vergeet vooral niet om even aandacht te schenken aan het grote stenen krachtig kunstwerk die er staat. Een kunstwerk met een diepere, bredere betekenis dan de kilometer nul paal die er staat.

Hartelijkheid

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

14 april 2015 – De laatste dag richting Vézelay.  Even checken in de ruimte dat ik niets vergeten ben. De fietszakken vullen en om acht uur ben ik klaar om mijn eerste kilometers te trappen.  Om de vele hellingen te vermijden tijdens deze zonnige dag kies ik voor het kanaal Nivernois. Prachtig. De ene na de andere reiger. De mooie dorpjes volgen elkaar op. Ik verlaat het kanaal voor terug een paar stevige hellingen.  Het is zweten.  Ik verlang zo naar mijn aankomst dat ik vergeet te eten. Aan het einde van een dorpje, een stenen tafel. Honger! Brood, geitenkaas.  Aan mijn voeten talrijke madeliefjes. ‘Je t’aime, un peut, beaucoup, profondement, a la folie’. Een glimlach,  een traan. Citroengele vlinders fladderen heen en weer.  De bosanemonen staan freel en toch met veel kracht gericht naar de zon. Door het park du Morvan. Ik voel mijn borstkas die breder wordt,  ik voel openheid.  Een diepe ademhaling. Ik voel leven. Ik voel liefde. Het laatste stuk wandel ik verder te voet tot aan de croix Saint -Bernard.  Rechts een buizerd. Ok, ik heb je begrepen. Ik volg die richting.  Een mooie kapel. Nog een duwtje en ik ben er. Na een hevige stijging sta ik voor de Basiliek Saint-Marie-Madeleine van Vézelay. Ik ben blij hier terug te mogen zijn op deze vredige plaats. Een plaats en een weg die ik in mijn hart mag dragen.  Ik wens jullie allen veel Hartelijkheid op jullie weg.

Saint Franciscus

Rocroi

Ham-s-Meuse

Ham-s-Meuse

9 april 2015 – Na een gezellige ontbijt samen met Michèle en Gerard verlaat ik Chooz in een dikke mist. De natuur ontwaakt heel langzaam en de mist trekt stilletjes weg. Na Fumay verlaat ik de Meuse richting Rocroi. Een hevige klim. Het water maakt plaats voor de bossen. Ik hoor Michèle nog zeggen ‘Rocroi of Charleville, maakt geen verschil. Voor beiden moet je een plateau over’. Ik sus mezelf door te zeggen dat dit een goede voorbereiding is voor de eventuele Pyreneeën.  Een hevige klim. Het is fysiek zwaar en met zachtheid probeer ik mezelf deze zware etappes door te brengen. Rond 18u30 kom ik aan in Signy l’Abbaye waar ik nog een onderdak aangeboden krijg bij Mevr. Agnes.

La Meuse

La Meuse

Rosière

Rosière

8  april 2015 – Aan de ontbijt tafel. Een telefoon rinkelt. Père Bruno kijkt af en toe in het rond met zijn hoofd gericht naar het plafond. Zijn handen zijn opzoek. De telefoon. Tevergeefs, onder zijn kleed is het moeilijk te vinden. Na een stevige babbel met een leerkracht die in de abdij komt herbronnen zet ik mijn weg verder richting de Franse grens. Ik voel dat ik me wat meer kan ontspannen.  Langs de Maas staat een vrouw ‘Rosière’ genaamd brood te geven aan de eenden en vissen. Haar accent verraad haar herkomst. (Ze draait haar r zoals ik deze gebruik in de franse taal rrrrr…). Voor Givet verlaat ik de Maas  voor een fietspad tussen hagen. Zonder ik het weet ben ik de grens overgereden. In de zon geniet ik van een picknick en een rustpauze in Givet. Met een leeg hoofd rij ik verlangend verder de laatste kilometers tot in Chooz waar Michèle en Gerard me opwachten. Een warme thuis met lieve mensen waar ik vorig jaar onderdak heb gevonden na een zware dag stappen.

Freÿr

Freÿr

Leffe

Abdij Maredsous

Abdij Maredsous

7 april – 5u30 mijn wekker gaat af.  Na een half uur stap ik met Brigitte de deur uit. Vorst, ik kleed me goed aan.  Het is nog donker, het dorp slaapt nog. Ik geniet van de stilte. Ik voel dat ik nog niet volledig één ben met de weg. Voor Charleroi rij ik terug een weg langs het water. De wegen rond een groot stad zijn niet altijd het mooiste. Zwerfvuil, afschuwelijke slecht onderhouden fabrieksterreinen, onaangename geuren. Ik laat het voor wat het is en geniet van de andere kant, het water.  Na Charleroi geniet ik van een fietsvriendelijke weg (Ravel- genaamd). Af en toe verlaat ik deze voor een dorpje. Een rustpauze en bezoek aan de Abdij van Maredsous. De zon brengt warmte. Terug de fiets op richting het Abdij van Leffe ( hmm, neeneen. Ik drink niet 😉 ) In Anhee kom ik langs de Maas. Aan de andere kant herken ik een huis waar ik Geoffroy vorig jaar heb ontmoet (Pomme de Geoffroy). Een kilometer verder steek ik de Meuse over. Ik twijfel. Ik volg mijn gevoel en ga een 1 km terug om even een goede dag te zeggen.  Een fijn weerzien.  Na een limonade, een babbel rij ik tot het Abdij van Leffe waar Père Bruno me met open armen ontvangt. Na de vespers, een avondmaal met 6 studenten ga ik mijn tweede nacht in op een serene plaats.

Abdij van Leffe

Abdij van Leffe

Huiswaarts

image

10 juli – Na twee dagen rust neem ik vandaag de bus terug richting België. Ik neem een stevig ontbijt want ik heb geen flauw idee hoe de terugreis zal gebeuren.  Nog een laatste café con leche in Santiago. Een gesprek met Spaanse pelgrims waarbij ik nogmaals ‘Bravo, congratulation’ mag horen. Ik heb de indruk dat ik nu toch wel iets mis of ben ik me er niet bewust van van wat ik heb verwezenlijkt!
Om elf uur neem ik de rugzak. Wat voelt dit goed deze terug op mijn rug te voelen,  alsof ik terug één geheel ben geworden. Een busrit van vierentwintig uren lang tot in België wacht op me.
Vierentwintig uren?! Zo snel!
Wat zijn de bussen luxueus geworden, lederen zetels met enorm veel ruimte.  Mijn benen lang uitgestrekt en met zeker nog een twintig centimeter vrij voor de knieën geniet ik van de tocht en de vele mooie vergezichten.
Vijf uur later rijden we doorheen de Meseta.  De graanvelden zijn afgemaaid en hebben plaats gemaakt voor de zonnebloem velden. Ik zie ze nog voor mijn ogen, dansend in het ochtendlicht.
Achter mij mag ik om de zoveel tijd een sprekende klok en kilometer teller horen, gevolgd door een zucht. *zucht*
Ik lees verder mijn boek terwijl ik een nieuwe poging doe om in het nu te blijven. Net voor Burgos verander ik van bus. Plots ben ik de enige pelgrim op een niet volle bus. Net vertrokken zie ik een hert in het afgemaaid veld. Ik heb zin om het uit te schreeuwen.  Iedereen keek voor zich en was druk bezig met het enig bezit dat ze bij zich hadden.
Ik strek mijn benen,  een lichte druk op de kuiten is voelbaar.
Een disco muziek vult de ruimte. Een beetje later een aktie film. De nacht gaat in, gelukkig heb ik mijn oordoppen mee.

Fisterra

image

7 juli – Wat heb ik zin gehad onderweg om te kunnen baden in water. Hier sta ik dan voor deze  blauwe oneindige vlakte, de zee. Rust.
Ik daal wat rotsen af op zoek naar een afgeschermd plaatsje waar ik mijn ritueel kan laten gebeuren.
Ik doe mijn schoenen uit, mijn voeten genieten van het lichte windbriesje.
In een klein nisje in de rots plaats ik mijn Sint Jakobsschelp met een  vuursteentje voor de Salie en Sandelwood. Een kaarsje. Een klein stukje stof van mijn t-shirt, sjort, schoenveters.
Ik steek het vuurtje aan en begin te zingen. Ik haal het geheime briefje uit de omslag van Apolline en laat het in het niets verdwijnen. Ik voel een traan langs mijn wang. Water, vuur, lucht, aarde verenigd.
Ik kijk naar de zee…oneindig, mysterieus.
Dit is wat voor mij de weg is.
Lieve kleine meid, voor je.
Ik zie je graag. 

image

Santiago

image

6 juli – Vijf uur, na een goede nachtrust vraagt mijn lichaam naar beweging.  Met mijn hoofdzaklamp pak ik alles in een bepaalde volgorde en voorzichtig in om zo weinig mogelijk anderen niet te wekken en niets te vergeten. Ik kijk door het raam. Het is nog donker en het begint te regenen. Ik dank de vriendelijke hospitaliero voor zijn warme ontvangst. Met gregoriaans muziek, gietende regen en in het donker wandel ik doorheen een eucalyptusbos. Hop naar Santiago.  Verschillende pelgrims steek ik voorbij. “Coucou les amours, bien dormis? ” zeg ik tegen Yves en Marie-Helene terwijl ik hen voorbij steek. “Oh, oui Jasmine”. “Je vous vois a la kathedrale.  J’y vais il y a quelle que chose qiu me pouse dans le dos”. “Tu nous tiens une place”! “Bien sur!” , roep ik nog even na. Wat verder de drie dames die ik een paar dagen geleden heb ontmoet. Een van hen, 71 jaar zie ik schuin en moeizaam lopen. Ik wandel naast haar, leg mijn handen op haar schouders en geef haar een zoen.  “Oh, Jasmine”. Ik wandel verder,  draai me om en roep “Allez les filles”. Vol energie en na drie uur wandel ik Santiago binnen. Tien uur, een zondag morgen het is rustig. Het hartje en de kathedraal laten nog even op zich wachten.  Met de Bolero van Maurice Ravel en na 2537 loop ik de Sint Jacobs poort onderdoor. Sommigen noemen haar ‘la porte Française’ of ‘la porte du pardon’. Het grote plein, de kathedraal…
Ik breng mijn hand voor de mond, ik begin te huilen.  Ik draai rond. Mijn zakdoek ‘één uit de duizend’ droogt mijn tranen. Tranen van …zonder woorden. Een pelgrim komt naar me toe en geeft me een knuffel “Congratulation”! Een andere pelgrim “Mes félicitations”. Ik wens hen beiden hetzelfde, ik denk uit een vorm van beleefdheid en omdat ik hoor dat iedereen dit aan elkaar toewenst. Congratulation voelt wat vreemd,  voor mij is deze Camino de Santiago gewoon een weg die op mijn pad is gekomen,  een weg die me geroepen heeft op het juiste moment.  Een dankbare weg. De  andere pelgrims die ik heb ontmoet geef ik een stevige knuffel zonder woorden.  Dit voelt voor mij juist.  Van het begin tot het einde heb ik weinig woorden gebruikt op de weg, ben ik diep van binnen gaan kijken en daar zijn weinig woorden voor nodig.
Ook deze aankomst is niet in woorden uit te drukken.  Waarom gaat een mens wenen,  waarom gaat een mens lachen. Ver moet men niet altijd zoeken, het hoort bij het leven. Het brengt je tot leven.

De ene pelgrim komt na de andere aan op het plein.  Om twaalf uur ga ik naar de pelgrimsmis. Nadien haal ik mijn Compostela en krijg ik mijn laatste stempel om de credential af te sluiten. ’s Avonds maak ik nog een avondwandeling doorheen het centrum. Er wordt gevierd, gedronken,  gegeten en plots verandert de pelgrimstocht in één groot feest. Ik laat de drukte voor de anderen en in alle rust drink ik  op een terras een café con leche om deze dag met mijn dagboek te vieren. Geniet ik van de vele mensen te zien lachen en plezier maken. 
Om 23 uur ga ik slapen.  Nog tot diep in de nacht hoor ik feestvierders.  Mijn wandelweg is hier afgerond.  Morgen ga ik naar Fisterra om deze Camino af te sluiten met een ritueel die ik aan twee kleine meiden heb beloofd. 

image

Verbondenheid

image

5 juli – Ik neem mijn schoenveters uit mijn bergschoenen en zonder enige twijfel laat ik me schoenen achter in de albergue. Het juiste moment.  Het zal mijn rugzak alvast wat lichter maken, het was tijd om ze los te laten. Nog even een koffie en me inpakken tegen de regen. Bij het ontbijt, in de bar zie ik Yves en Marie-Helene, twee mooie lieve mensen. Later op de morgen zie ik ze terug en blijven we samen wandelen. Mooie gesprekken volgen uit deze mooie ontmoeting. Ze weten me te ontroeren en behoren tot de weinige mensen waar ik heel snel mijn emotie kan laten zien. Tijdens één van de pauzes deel ik met hen een beeld die ik een paar jaar geleden heb mogen zien. Een prachtig beeld van een mooie vrouw die ik vandaag nog altijd in mijn hart mag meedragen. De tranen komen in mijn ogen en ik kan plots niet meer verder praten.  Ik laat ze vloeien, de tranen van ontroering en vreugde. Beiden nemen ze een hand vast,  we kijken elkander aan met tranen in de ogen. “Elle etais belle”, kan ik er nog even aan toevoegen. Ik neem een zakdoek die ik meebracht van thuis normaal waren deze voor andere bedoeld ‘een harten-zakdoek’. “Jasmine, tu est une belle femme, une femme pure. Tu a tellement de belle chose ent toi et a mentrer au autre”. Het raakt me. De voorlaatste dag in de regen en ook dit is mooi. Ik krijg het gevoel dat het pelgrimeren van richting is veranderd,  van binnen naar buitenuit. De ene na de andere pelgrim ontmoet ik terug. Pelgrims waar ik geen woorden mee heb gedeeld en toch is er een verbondenheid. De verbondenheid op de weg, met de weg. De kracht van iets te delen zonder woorden en er ook in stilte te kunnen zijn.