Mechelen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Ria brengt me met de wagen terug waar ik gisteravond eindigde. Via het geboortehuis van pater Damiaan, een museum dat nu in restauratie is, ga ik verder richting Keerbergen. Ik wandel lange tijd in een buurt waar de huizen en wagens me laten vermoeden dat dit een welstellende buurt is. Een fietser. Oogcontact. “Goede dag”, zeg ik met een knikkend hoofdgebaar. Hmm, het valt me op hoe terughoudend de mensen hier zijn. Op de achtergrond auto’s. Wat mis ik de stilte.

In het centrum van Bonheiden ga ik langs het gemeentehuis. Een halte waar Christel werkt. Ik stap binnen en word er hartelijk onthaald. Een koek en koffie. Ik dank de jarige van wie ik de koek kreeg. Na een bezoek aan het kleinste vertrek zet ik mijn weg verder. Christel en ik omarmen elkaar. Twee mannen staan ons aan te kijken. “Meneer, wil je ook zo een knuffel van me?” Waarop de man “ja” antwoordt. De knuffel volgt. “Dankjewel voor je ‘Zijn’ Christel”, zeg ik terwijl ik de trappen naar beneden wandel. “Insgelijks!” Na langs huizen te wandelen, terug een stukje natuur van Natuurpunt. Ik blijf iedere keer versteld staan van de mooie natuur waar Natuurpunt actief is. Wat doen ze dit schitterend! Ik wandel een stuk GR12 via het natuurdomein ‘Mechels Broek’ en het recreatiepark ‘De Nekker’, langs de wandeldijk van de Dijle. Op het einde, net voor de brug naar het centrum van Mechelen, een pop-up café. Ik wandel tussen de vele planten en kleurrijke attributen. Ik zet me bij aan een tafeltje. Een fijn gesprek met Esther. We zitten heel snel op dezelfde golflengte.

Na een uur stap ik weer verder richting centrum. Wat heeft Mechelen mooie gebouwen. Fijn ook om te zien dat steden zorg dragen voor hun patrimonium. De stad voelt goed. Ik vraag aan mensen waar ik nog zusters kan vinden. Weinigen hebben er nog weet van. Iemand wijst me de weg richting het diocesaan centrum. Op zoek naar een deurbel. Zuster Mieke komt opendoen. Nadien ontmoet ik zuster Lieve en Emilia. Na het avondmaal en een fijn samenzijn met de zusters zoek ik mijn kamer op. Een douche ontspant mijn spieren. Ik lees nog even en ga slapen. 

GPX bestand Humbeek naar Bonheiden

Malines

Ria me ramène en voiture au point d’arrivée d’hier. Passant par la maison natale du Père Damien, un musée actuellement en restauration, je continue direction Keerbergen. Je marche un bout de temps dans un quartier où les maisons et les voitures me laissent supposer qu’il s’agit d’un quartier prospère. Un cycliste. Un contact visuel. “Bonjour”, dis-je en faisant signe de la tête. Hmmm, je me rends compte que les gens d’ici sont distants. Sur l’arrière-plan des voitures. Que le silence me manque.

Au centre de Bonheiden, je passe par la maison communale. Une halte, là où travaille Christel. J’entre et suis chaleureusement reçue. Un biscuit et un café. Je remercie la personne qui fête son anniversaire et qui m’a offert le biscuit. Après avoir rendu visite à la plus petite pièce je continue ma route. Christel et moi on s’enlace. Deux hommes nous regardent. “Monsieur, voulez-vous aussi un câlin de ma part?”  L’homme répond, “Oui”. Un câlin suit. “Merci pour qui tu es Christel”, dis-je en descendant les marches. “Pareillement!”

Après avoir marché le long des maisons, je retrouve la nature de ‘Natuurpunt’. Je suis toujours étonnée de la beauté de la nature là ou ‘Natuurpunt’ est présent. Qu’ils font bien les choses! Je parcours une partie de la GR12 par ‘Mechels Broek‘ et le parc de récréation ‘De Nekker’ qui longe la rive de la Dijle. A la fin, juste avant le pont qui mène au centre de Malines (Mechelen), un pop-up café. Je marche parmi les nombreuses plantes et les accessoires colorés. Je m’assieds à une table auprès d’Esther. Notre conversation est agréable. Nous sommes vite sur la même longueur d’onde.

Une heure plus tard je continue mon chemin direction centre. Que Malines a de beaux bâtiments. Agréable de voir que des villes prennent soin de leur patrimoine. La ville me plait beaucoup. Je demande à des passants ou je peux trouver des sœurs. Peu de gens savent me répondre. Quelqu’un m’indique le chemin vers le centre diocésain. À la recherche d’une sonnette. Sœur Mieke vient ouvrir. Plus tard je rencontre sœur Lieve et sœur Emilia. Après un repas du soir et de quelques moments passés en compagnie des sœurs, je rejoins ma chambre. Une douche détend mes muscles. Je lis encore un peu, puis vais dormir.

 

Gedragen

 

Jasmine Debels (1 van 5)

Scherpenheuvel

“Pater, kan ik u straks hier nog vinden? Ik zou eerst graag mijn kleren aantrekken”, zeg ik tegen pater André. “Ja”, en terwijl hij op het gemak verder stapt draait hij zich een kwartslag, “het is je aangeraden”, zegt hij nog met lachende ogen. Ik kom terug van de kamer, gepakt en gezakt. “Hier”, zegt pater André, “nog iets om je dag stevig te starten.” Een groot stuk abrikozentaart. Ik neem afscheid van de paters en van Peter. De taart smaakt. De basiliek. Ik steek drie kaarsjes aan. Eén voor de mooie ontmoetingen, één voor de mensen die er mij om vroegen en eentje voor mezelf. 

Donkere wolken vergezellen me. Af en toe een regenbui waarvan ik de nattigheid niet voel. Via een bos en langs de Demer naar Aarschot. Mijn kleren voelen klam. Een onfris gevoel. In Aarschot, een wassalon. Geen plaats om mijn reservekledij aan te trekken. Recht tegenover het wassalon, een café.  Het voelt alsof de tijd hier is blijven stilstaan. In een hoekje kleed ik me om. Naar de wastrommel. Hups, alles erin. Zeep van mijn buurvrouw. Een half uur. Mijn dagboek. In gedachten ontsnap ik aan de ruimte. Een piepsignaal. Mijn was gaat in de droogtrommel samen met een andere was.

Na een uur rust kan ik terug fris op stap. Ik verlaat Aarschot langs een verhoogde, onverharde berm langs de Demer. Aan mijn rechterkant de Demer, links een toonzaal van zwembaden. Een diep verlangen van gedragen worden komt naar boven. Water. Wiegen. Het doffe geluid. Gedragen. De maïs staat al hoog. De granen staan droog. De laatste zes kilometer wegen fysiek zwaar. Mijn doorzetting laat het eventjes afweten. Voor mij een vrouw. Ze haalt het onkruid tussen de tegels vandaan. “Mevrouw, het centrum van Tremelo, is dat nog ver?” “Nog een kwartiertje.” “Oh”, een zucht van verluchting volgt. De vrouw nodigt me uit om iets fris te drinken. Ze roept haar man erbij. De man staat verbaasd te kijken. Drieëntachtig jaar. “Alleen…!”, het klinkt voor hem ongeloofwaardig wat ik onderneem. Na een frisse frisdrank en een chocoladepraline, ben ik terug op kracht voor de laatste kilometer. Ik zoek de pastorie. Die staat er verlaten bij. Aan de overkant komt een vrouw in mijn richting gewandeld. Ik vraag om hulp. Christel zoekt een oplossing. Een telefoon naar haar vrienden: Ria, Jan en de hond Nelson. Een kamer staat klaar. De avond is gevuld met gesprekken en verhalen. Christel haalt nog een pakje friet voor me. Een minipakje dat er reuzegroot uitziet.

GPX bestand Diest naar/à  Aarschot

GPX bestand Aarschot naar/àLeuven

Portée

“Père, je peux vous retrouver ici tout à l’heure? J’aimerais d’abord mettre mes vêtements.” Question que je pose au père André. “Oui” et pendant qu’il continue de marcher, tout à l’aise, il se retourne pour me dire avec un regard rieur, “çà t’est conseillé.” Je reviens de la chambre, sac à dos rempli, prête. “Tiens”, me dit père André “encore quelque chose pour commencer ta journée robustement.” Un grand morceau de tarte aux abricots. Je prends congé des pères et de Peter. La tarte me goutte. La basilique. J’allume trois bougies. Une pour les belles rencontres. Une pour les gens qui me l’ont demandé et une pour moi.

Des nuages sombres m’accompagnent. De temps à autre de la pluie qui ne me mouille pas. Passant par un bois et longeant la ‘Demer’ direction d’Aarschot. Mes vêtements sont moites. Une sensation de malpropreté. À Aarschot une blanchisserie. Pas de place pour me changer et mettre mes vêtements de rechange. En face de la blanchisserie, un café. J’ai l’impression qu’ici le temps s’est arrêté. Dans un coin je change de vêtements. Direction, machine à laver. Voilà, tous mes vêtements sont dedans. Du savon de ma voisine. Une demi-heure. Mon journal intime. En pensées je m’échappe hors de la pièce. Un bip sonore. Mon linge va dans le sèche-linge avec de l’autre linge.

Après une heure de repos, je peux reprendre ma route en étant propre. Je quitte Aarschot par une berme rehaussée non asphaltée le long de la ‘Demer’. Sur ma droite le cours d’eau, à gauche une salle d’exposition de piscines. Un profond désir d’être portée se manifeste. De l’eau. Bercée. Le bruit sourd. Portée.

Le maïs est déjà haut. Les grains sont secs. Les derniers six kilomètres sont physiquement pesants. Ma persévérance me lâche un moment.

Devant moi une femme. Elle enlève les mauvaises herbes entre les dalles. “Madame le centre de Tremelo, est-il encore loin?” “Encore un quart d’heure.” “Och”, un soupir de soulagement. La femme m’invite à boire quelque chose de frais. Elle appelle son mari pour qu’il nous rejoigne. L’homme regarde tout étonné. Quatre-vingt-trois ans. “Seule…. !” Ça lui parait incroyable ce que j’entreprends. Après une boisson fraiche et une praline, j’ai à nouveau un peu de force, pour les derniers kilomètres. Je cherche le presbytère. Il est désert. De l’autre côté une femme vient à ma rencontre. Je lui demande de l’aide. Christel cherche une solution. Un coup de fil à ses amis; Ria, Jan et le chien Nelson. Une chambre est prête. La soirée est remplie de conversations et d’histoires. Christel va me chercher un paquet de frites. Un petit paquet qui me parait énorme.