Platte batterij.

20 mei – Méteo: orage, vent 100 km/h. Via de kathedraal verlaat ik de stad en neem de Camino weg via Bergerac. Al heel snel wandel ik in de natuur en ontdek heel mooie hoekjes en bezienswaardigheden onder ander, ‘La Maladrerie’ uit 1296 waar pelgrims toen onderdak vonden. Uren wandel ik doorheen de prachtige natuur van de Dordogne. De ganse dag zie ik rondom mij heel donkere wolken en hoor ik in de verte onweer. Het laat-slapen gaan eist zijn tol en al heel snel voelt mijn rugzak zwaar. Gelukkig zijn de bijzonderheden op de weg er om je een duwtje in de rug te geven. De acacia staat volop in bloei en af en toe blijf ik eronder staan om me te laten bedwelmen door zijn geur. Ik kijk op mijn stappenteller: nog 2 km te gaan. Ik ben er bijna! Zal ik het halen nog voor het onweer losbarst? Neen! Wind, lichte regen. Net voor het kruispunt ‘les trois frere’ krijg ik een volle lading. Doorweekt. Ik blijf wandelen en heb de indruk dat er iets niet klopt. Ik tel al veel meer stappen dan wat er werd vermeld op een gids die ik kreeg in Périgueux. Een hagelbui! Niet weten waar naartoe! Geen huizen. Voor een keer ik een plan volg, gaat het verkeerd. Ik ben op. Ik krijg het koud. “Komaan Jasmine, volhouden, komaan,” hoor ik mezelf zeggen. De tranen rollen over mijn wangen. Ik blijf volhouden. 6 km verder stap ik binnen in een hotel. Een warme douche, een lekker avondmaal. Mijn druipende kledij en doorweekte schoenen worden gedroogd in de verwarmingskamer. Ik krijg een jacuzzi en sauna aangeboden. Zelfs dit kon ik niet meer aannemen. Platte batterij.

La couleuvre

image

17 mei – “Tu a bien dormi”. “Non”. “Et toi”. “Non”. Het resultaat van een avondje lachen, zingen en nieuwe ontmoetingen.  Gerard en Marie (twee nieuwe pelgrims) zijn al de deur uit. Ik ga nog even langs de supermarkt om eten. Het wandelen gaat goed. De natuur veranderd. De temperaturen worden warmer. Andere geuren. Een groot deel van de wilde planten zijn niet meer te zien. Andere zijn in de plaats gekomen. De geurende kamperfoelie.  De clematis.  De Vlier. Naaldbomen.  de Nièvre, la Creuse, le Limousin kom ik beetje per beetje dichterbij de Perigord. Fladderende vlinders,  een Icarus blauwtje die plots verschijnt uit het lange gras. Over een rivier, een brugje die zo bol is gemaakt dat mijn twee wandelstokken noodzakelijk zijn om me er overheen te komen. Een salamander is er aan het zonnebaden. Ik kijk hem zodanig aan dat ik me omdraai en in het midden van de brandnetels sta. Een portie bloedzuivering. Op een lange weg dalen mijn gedachten weg. Op twee meter voor me zie ik iets zilvergrijs, dubbel en de lengte van mijn schouders in S-vorm verdwijnen. “Aahhh”, een kreet. Ik ontwaak. Une couleuvre.

Limoges

image

15 mei – Nog voor ik Limoges verlaat ga ik eerst nog op zoek naar nieuwe kousen.  Een paar kousen zijn tot op de draad versleten.  Goede degelijke kousen vinden in steden is niet vanzelfsprekend.  Gelukkig vind ik er waar een beetje Merinowol in vermengd is. Vertrekkensklaar.
Pas om twaalf uur verlaat ik Limoges in de hoop ik op de goede weg ben. Een grootstad binnen komen doe je meestal met de Sint Jakobsschelp op de grond die je de weg wijst naar de Kathedraal of Basilique.  Eenmaal buiten de kathedraal is een andere zaak en zijn de schelpen niet meer zichtbaar. Ik verlaat dan maar Limoges via de nationale richting Périgueux.  Na zes kilometer verlaat ik de nationale en steek ik  een brug over. Ik ga hulp vragen in een school.  Computer open en al heel snel wist ik dat mijn weg ok is. Nog eerst krijg een potje koffie aangeboden en gebruik ik even hun toilet.  Nu nog terug de schelp (kenteken) mogen ontmoeten. En ja, drie kilometer voor Flavignac ben ik terug op de Camino. De laatste kilometers zijn zwaar en blijven maar stijgen. Aangekomen zoek ik heel snel een bar, ik plof me neer ” Bonjour, un Panach svp”. Amai dat is lang geleden.

Romaans

2 mei- Zeven uur op de baan. Met een goede stevige stap zet ik mijn dagje in. Een lichte regen. Ik geniet van de natuur die ontwaakt.  De weg is afwisselend asfalt en lange grassen. Beiden hebben hun voor- en nadelen. Het regent wat harder, het hindert me niet verder te genieten. Voor de middag ontmoet ik Chantal. Ik wandel korte stukken met haar mee. Nadien neem ik terug wat voorsprong.  Ik geniet van het alleen zijn. Vooral omwille van de intense beleving. Op een weg in het bos sta ik plots stil en probeer niet meer te bewegen.  Een volwassen hert. Ze steekt de straat over. Eenmaal aan de overkant kijkt ze me aan en met een elegante sprong verdwijnt ze terug. In Saint-Parize-Le Chatel ga ik een prachtige 12°eeuwse crypte bekijken. Nadien volgt nog een prachtige Romaanse kerk. De muurschilderijen zijn kleurrijk en bijzonder. Op de middag eet ik samen met Chantal. We zien elkander pas ’s avonds terug in de kerk van Le Veurdre. Chantal gaat slapen in een chambre d’hôtes. Na aandringen heb ik een plaats kunnen vinden in het piepkleine bureau van de camping.

Cernunnos. (In de Keltische mythologie, werd Cernunnos de God van herten, symbool van het leven, de dood, heer van het bos en de aarde beschouwd.)

Engel

30 april – Het getik van de regendruppels op het dak van de caravan maken me wakker. Zachtjes ontwaken. Grijs buiten. Hmm, ik zou wel blijven liggen. Ik maak mijn rugzak klaar en schrijf nog wat in mijn dagboek. Na een uurtje wat luieren stap ik dit kleine huisje buiten. Het regent en zelf hier kan ik van genieten. De wandelweg is vandaag voornamelijk asfalt. Asfalt betekent ook kans op wagens. De weinige wagens die ik zie rijden, zijn wagens die denken dat ze op een racebaan zijn. Eén wagen komt recht om me afgereden en ik kan deze net ontglippen door zijwaarts in de gracht te springen. Hoe het gebeurt is weet ik niet. Het ene wat ik me herinner is dat ik een heel soepele zijwaartse sprong deed en dat mijn wandelstok de auto raakte. Nadien sta ik terug op de asfaltweg, denk, voel… Een engelbewaarder? Het voelt  raar, want ik kan het onmogelijk een plaats geven. Het ene wat ik denk ‘Wat heb ik geluk gehad’. De rest van de dag probeer ik heel voorzichtig en aandachtig te blijven op de weg. Rond de middag een pauze in de weinige restaurants die er bestaan langs de weg. Ik ben op 14 km van Nevers net voor Urzy. Ik overweeg hier te overnachten. De onvriendelijke mensen doen me beslissen om verder te wandelen. En met volle energie kom ik aan om 19 uur in Nevers. Ik vind snel een hotel kamertje. Met een grote kuip vol zeezout voor mijn voeten.

Martinet

29 april – Ik neem mijn linkerkous en zie dat het gaatje die ik er gisteren in had gemaakt er niet meer is. Ben ik wel wakker! Ja hoor, Rolande heeft het gaatje gestopt. Lief van haar en ik dank haar met een zoen op de wang. Nog voor ik vertrek ga ik even naar boven om te kijken dat ik niets vergeten ben. Een t-shirt en een paar kousen zijn door mij al ergens achter gebleven. Bij het binnenkomen in de slaapkamer valt het me op dat er een stok dwars op een houtenbalk zit. Ik kijk nog even goed,  ja ik zie wel goed een ‘Martinet’. De eerste keer dat ik dit voorwerp van dichtbij zag was op heel jonge leeftijd en de laatste keer toen alle lederen linten waren verwijderd.  Het doet me vreemd dit hier te zien, in de slaapkamer waar ik heb geslapen.  Ik neem het in de handen. Het ziet er als nieuw uit, onaangeroerd. Het voelt goed. Zou dit ook een afgesloten hoofdstuk zijn? De dag gaat vlotjes en met veel moed kom in aan op de camping van Premery. Een nachtje in een caravan.

Lindeboom

28 april – Na een stevig Ayurvedisch ontbijt, trotseer ik de wind en grijze wolken. Vanaf Vézelay is de natuur hier veel groener, voller. Veel meer dieren zijn er te zien. Minder koolzaad en tarwe. Er is duidelijk iets veranderd! Een hoofdstuk is afgesloten en zo voelt het ook. Net als in een theater stuk. Een rood gordijn gaat dicht een nieuwe act kan beginnen. Rond 13u kom ik aan in Corbigny. Het begint te regenen. Met een kopje thee op een terras geniet ik van de regen. Nadien ga ik langs de supermarkt om wat voorraad voor de weg. Een noodzaak want vaak zijn de dorpen leeg en is er niets te vinden. Ik loop de rijen af. Overdaad, ik kan geen keuze maken. Chocolade met noten staat wel op mijn lijstje 🙂 Wat kan dit smaken. De weg gaat verder langs mooie paden en tussen weilanden op ‘la voie Romaine’. In Chitry-les Mines neem ik wat grotere stappen na te zien dat de wind is komen opsteken. Juist gezien,  ik kan me net schuilen onder de Lindebomen net naast het monument van Jules Renard. Een schrijver die onder ander het verhaal schreef van ‘Poil et Carotte’. De zon komt terug te voorschijn en neem afscheid van de Lindebomen. Pazy, waar ik zal overnachten verwelkomt me met een laan vol jonge Lindebomen.  Ik voel me net een prinses die wordt verwelkomt. Ik bekijk elke boom één voor één, net alsof ik deze begroet. Ik voel mijn mondhoeken naar boven komen. In het gemeentehuis klop ik aan, een groep kaarters en vraag om een overnachting voor een pelgrim. Een bed bij Rolande.

Jasmine Marie Josee Debels, pelgrim, Belgium, Compostella, Santiago
Flower -Jasmine Marie Josee

Magneet

image

27 april – Ik wandel la Colline Éternelle af en volg de nieuwe bewegwijzering ‘La Voie de Vézelay’, via de Lemovicencis. De bewegwijzering gebeurd op regelmatige afstanden. Sedert ik Vézelay heb verlaten is er iets die als een magneet trekt in mijn rug. Ik sta stil en probeer te voelen wat er gaande is. Ik kijk achter mij. Vézelay is steeds zichtbaar en aanwezig in de rug. Ik adem diep in en uit. Dit gebeurt zo een paar keer. Het is vervelend. Tot wanneer ik in de late namiddag het nogmaals voel trekken in de rug. Ik sta stil, adem diep in en draai me terug om. De Basilique die nog steeds zichtbaar, is blinkt in het volle zonlicht. Ik wordt me bewust van iets ‘Jij bent het, jij bent het die als een magneet in mijn rug trekt’, het is de basilique zelf die de magneet is. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik wordt ambetant. ‘Wat moet ik nu doen?’, verder luidop sprekend tussen de grasvelden. Ik stel me de vraag , moet ik nu terug gaan op mijn stappen! Ik spreek haar terug aan ‘ Je te promèt , je revient, mes maintenant je dois d’abord finir ce chemin jusque a Compostelle’, vertel ik tegen de Basilique. Het is beloofd. Hmmm, ik kijk rond mij, niemand te zien. Pas vanaf dit bewustzijn verdwijnt de magneet en komt niet meer terug. Na uren wandelen hoop ik iets tegen te komen waar ik me kan neerzetten en iets warm kan drinken. Een bos uit gewandeld sta ik voor een groot kasteel/boerderij. In de voortuin een R4, een wagen waarop vermeld staat boulangerie-patisserie. Ik kijk nog even goed rond me. Heb ik wel juist gezien! Al uren geen mensen of winkels gezien, en hier staat nu een bakker. Als ze me zouden zeggen dat ik me in een sprookje bevindt dan zou ik het nog geloven. Een aardbeien taartje…hmmm. 16uur mijn benen beginnen moe te worden. Ik stop in Neuffontaines waar ik mag logeren bij de plaatselijke pottenbakker en er een plaatsje krijg in hun atelier. Terwijl het atelier een grondige schoonmaak beurt krijgt om er mij te laten overnachten (lief hé), help ik het brandhout naar binnen te dragen. Met een heerlijke groenten maaltijd en pruimen crumbl eindigen we samen onze avond. Nog voor het slapen gaan geniet ik van een ecologisch toilet met zicht op een kapel.

De zegening

image

26 april – Om 08:00 ga ik naar Sainte Marie-Madeleine voor een viering samen met de broeders en zusters van de Fraternités Monastiques de Jérusalem. Een moment waar de aanwezige pelgrims een zegening ontvangen. De vieringen zijn een oase van vrede en rust. In alle eenvoud en schoonheid laat ik deze viering tot mij komen. Op het einde van de viering worden alle pelgrims naar voor geroepen om de zegening te ontvangen. Ingetogen en zelfverzekerd ga ik naar voor. Ik ontvang het gebed van de zegening en van Sainte Marie-Madeleine. Ik draai me om. Een broeder maakt me attent dat ik verder naar voor mag tot aan het altaar. Rechts van me de broeders, links de zusters. De pelgrims bleven achter me staan. Naast me begon de zang. Plots bevind ik me in een vol en intens klankbad. Gedragen door de aanwezige energie, wordt de beleving zo intens dat de ene traan na de andere zijn weg naar vrijheid zoekt. Voor mij Maria in een zacht noorderlijk licht. Boven mij komt de zon via een glasraam schijnen op het altaar. Als een engel die neerdaalt. Wat velen niet kunnen vatten of afwijzen, mag ik met eigen ogen dit gebeuren waarnemen en met gans mijn lichaam gewaarworden. Na de pelgrimszegen draai ik me om en stel me de vraag of de andere pelgrims hebben gezien wat ik zag. Twee pelgrims kijken me vragend aan… ik had het begrepen, ook zij hebben hetzelfde ervaren… De andere vier pelgrims hebben niets gezien of gewaar geworden. We pakken elkander vast en geven een stevige knuffel zonder woorden. We wisten het! Ik blijf nog een dagje op deze heuvel om alles nog wat dieper tot mij te laten komen.
Na de viering wandel ik het dorp naar beneden, post wacht op me. Ik kijk ernaar uit. Met vreugde doe ik mijn omslagen open.
Ik zit nu in de keuken van Centre de Sainte Madeleine in ‘la salle Saint Jacques’. Het regent, een roze roos aan het venster in volle bloei.

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay