La pureté

Zeven uur in de morgen. Rechts Gilles, links zijn vrouw. Ik steek mijn hand op en maak een grote zwaai naar rechts. Mijn wandelstokken zwierend naar voor.
Op aanraden van Gilles volg ik het kanaal. De GR route komt langs les marais die momenteel nog een deel onder water staat. De boeren kunnen er momenteel nog niet op het land om deze te bewerken. De Marne is lange tijd uit haar oevers gegaan. Een specht maakt zijn tromgeroffel. De temperatuur is al hoog. Een fietser steekt me traag voorbij “bon courage”. Een volgende “bon voyage”. Deugddoend.

Kathedraal Châlons en Champagne

Kathedraal Châlons en Champagne

Châlons en Champagne

Jeanne d’Arc

Bij iedere stap voel ik intens de aarde. De Aarde, waar ik dagelijks mag op ontwaken. Waar schoonheid iedere dag aan je voeten ligt. In kleine dingen, in eenvoud. Dans toute ça splendeur et simplicité dans la pureté de chaque jour. Bewust stappen in het leven. Waar tijd en ruimte geen betekenis hebben ook al leven we en worden we elke minuut ermee geconfronteerd in onze omgeving. En waar jezelf de vrijheid hebt er al of niet aan deel te nemen. Het bewustzijn, dat het leven meer is dan mijn tastbare lichaam. Dat bij iedere stap er ook verbinding is met het hogere. Mijn lichaam de mogelijkheid brengt contact te hebben tussen en de aarde en het hogere, het onzichtbare voor de één, zichtbaar voor de andere. We alle waardevolle wezens zijn die hier even langs komen.
Als ik terug denk aan alle mensen, wezens die ik al heb ontmoet. Dan kan ik alleen maar mijn beide handen naar elkaar toebrengen en een ingetogen neerwaartse buiging maken.

Op de weg, in het leven staan zonder maar iets te willen neerzetten. Gewoon er zijn. Observeren zonder iets te willen invullen, zonder interpreteren. Zien met je hart. Gewoon, ‘Het Is’. ‘Dans l’esprit du chemin’ met vertrouwen en geloven dat wat komt is en zal zijn. Wat voelt dit goed en vrij.
Zo voelt mijn weg. De ene ontmoeting na de andere.
Een mens, een reiger, een zwaan. De vlinders, hommels, bloemen. De zon, water, lucht…

De eerste warmte verschijnsel is zichtbaar op mijn scheenbeen. Rode plekken. Mijn kousen gaan over mijn schoenen en zorgt op deze manier voor wat luchtcirculatie. Een klein jeukende blaartje op de dikke teen, zegt hallo.
Een aangename tocht langsheen les marais en kanalen. Een middagpauze in Châlons en Champagne zorgt ervoor dat ik wat groenten en fruit kan aanschaffen. Kiwi, tomaat, avocat.
’s Avonds mag ik een nieuw tuinhuis ingehuldigen.

Pierre

“Bonjour bien dormis” vragen we elkaar. “Ah, si j’aurais u la petite valise de Josephine Ange gardien je mettrez le matelas dedans”. Een blij gezicht.
Een gezellig babbel aan de ontbijt tafel. Een wederkerig delen en ontvangen.
” Merci beaucoup pour le petit déjeuner et…”, in kano “et pour la compagnie”. Pierre.

Na het bos blijf ik even staan en neem ik de tijd om de omgeving in me op te nemen. Een kraai. Vogels zingen in het rond. De wind die af en toe mijn oren streelt. Het lang gras danst heen en weer. Voor mij een vergezicht. Wijnranken. Een witte wagen. Een vrouw die zich verplaatst van links naar rechts. Aan haar zijde een trouwe vriend. Een herdershond. Verder een dorp. Nog verder de autoweg. Wanneer ik mijn ogen focus op de horizon, zijn de wagens net mieren die heen en weer hun baan afleggen. Een snelheidstrein, net een slang in het landschap.
Al neuriënd zet ik mijn weg verder. Een citroentje fladdert mee op mijn linkerkant.

Met een intense gewaarwording van gedragen worden, wordt ik me bewust dat er iets veranderd is in mij zicht. Alsof mijn ogen ruimer geworden zijn. Terwijl ik stap voel ik een aanwezigheid in mijn rug en terzelfde tijd, een kracht, iets die me verhinderd om mij om te draaien. Het verleden is voorbij komt erin me op. Mijn nieuwsgierigheid is te sterk. Ik sta stil. Neem een diepe ademteug en draai me om. Niets. Natuurlijk niet Jasmine, had je iets verwacht, ik voel mijn ogen wat samenknijpen van vreugde. Stilstaand onder een bloeiende boom blijf ik gewaarworden. Op de grond weerkaatst het licht in het water. De zin ‘men geeft terug aan de aarde wat van de aarde is’, gaat door me heen. Ik stap verder en laat toe wat is. Ik voel ruimte. Een open borstkas. Ik zie, voel. Ik ontvang en aanvaard. Even komt twijfel in me op. Een buizerd. Dank je.

Een pauze onder een afdak. Voor me een bord einde dorp ‘Billy le Grand’ eens wat anders dan Billy the kid. Ik laat mijn voeten wat lucht scheppen en laat mij tenen verschillende bewegingen maken. Stond er een aangezicht opgetekend, dan zou het glimlach zijn.

Alloooo, wie oooo wie

Hermione

Opvallend geel-groen water. Bewegend, als Zilver parels. Een vrouw van tachtig jaar wandeld een stevig ritme met me mee. Haar hond ‘Hermione’ trekt ons voort. Een gesprek over zorg dragen van de natuur. Azijn, soda, bicarbonaat, Marseille zeep versus de vele massaal soorten zeepproducten.

’s Avonds bel ik aan bij Elisabeth en Gilles. De deur is amper open. Een vraag stellen was overbodig.’ Entre… ‘

Vraux

Champagne

Basilique Saint-Remy

Ik verlaat Reims via de GR route. Persoonlijk vind ik deze veel interessanter dan via de Sint-Jacobsroute. Ze brengt je me via de basiliek Saint-Remy, oude abdij en art-déco huizen. Een paar honderden meters verder kom ik terug op de Sint-Jacob route langs het kanaal die l’Aisne à la Marne verbind.

Een grootstad binnenkomen en verlaten gebeurt meestal via industriezones. Zelden zag ik het anders. Soms kan het storend zijn. Afhankelijk waar ik mijn gedachten op focus. Een fabrieksgebouw kan plotseling een andere uitzicht krijgen wanneer ik kijk naar de geometrische vormen en kleuren. Zo gaat het in het leven, niet! Je heeft er zelf kleur aan of blijft in de somberheid. Stilletjes aan verdwijnen de geluiden van de stad op de achtergrond tot ik enkel nog vogels, voetstappen en fietsen hoor. Ik focus me op mijn ademhaling, voetstappen en houding. Mijn scheenbeen doet wat pijn. Mijn aandacht gaat naar mijn bekken. Door de rugzak wordt mijn bekken regelmatig naar voor geduwd waardoor mijn onderrug begint pijn te doen alsook alles wat ermee in verbinding staat.

De Camino verlaat het kanaal

Pas na tien kilometer verlaat ik het kanaal, twee kilometer asfalt om dan tussen de wijnvelden te belanden. De autosnelweg en treinllijn verdeeld de regio in twee waarin ik de laatste dagen aan het wandelen ben geweest. De ene kant open velden… Koolzaad en gewassen. De andere kant, Champagne wijngaarden. De weg stijgt. Mijn rugzak wordt wat gelost zodat mijn rug recht kan blijven bij het stijgen.
Overal staat ergens een witte camionet ten midden de wijnvelden. Hier en daar man of vrouwkracht. Dichtbij een paard en zijn baas, Saumur en Ceril. Aan de wijnranken hangen bruine plastieken kleine bakjes. Hormonen voor de insecten. Het zorgt ervoor dat de sexuele behoefte van de mannetjes uit hun evenwicht geraakt naar het vrouwtje zodat er geen voortplanting kan gebeuren. Zo worden de druiventrossen preventief beschermt.
Ceril vraagt me waar ik heen ga… “Ce n’est pas le plus court chemin que vous prenez. Par l’Allemagne c’est plus court.” Iets wat ik regelmatig hoor… De lengte van de weg.. “Une fois en route les kilomètres non pas d’importance.” “Merci Ceril au revoir Saumur”. “Bonne route et bonne chance”, roept Ceril terwijl hij zijn hand opsteekt.

Een hond gaat liggen. “Passer il n’ est pas dangereux, n’est pas peur”, zegt een man met een wat autoritaire stem. “Je préfère lui attendre et lui laisser la place. Je n’est pas peur c’est plutôt le chien qui a peur. Et je préfère être m’efiont aux animaux qui en peur.” Een bevestiging komt van zijn jong baasje.

Un bar, plaatselijk café. Paars en rose, kleuren het interieur. Geen achtergrond van muziek. Vijf mannen aan de contoir. Drie mannen steunen hun armen op de contoir. Hun hoofd en bovenlichaam kan nog net gedragen worden. Woorden en zinnen hebben geen inhoud meer. Een zin klinkt in mijn oren, ‘Un claire de l’une à Maubeuge’. Lange stiltes ertussen. Bizarbizar.

De vergezichten zijn prachtig. En diegene die naar Compostella gaat via de asfalt weg heeft even ongelijk. Een klein stukje GR kan geen kwaad integendeel. De beloning is groot. De afstand Gent-Reims was twee dagen langer dan Namen-Reims. Dus daarvoor moet je niet laten.

Mijn avond is gevuld met ‘un polar’ sur la 3, intrigerend. De gastheer, een man van 78 jaar is in geslapen gevallen voor de tv. Het doet me denken aan de avonden met mijn grootmoeder. Ook de huiselijke geur brengt me terug in de tijd. Het is net alsof ik hier met mijn grootvader zou zitten. Alleen zou hij mijn vader kunnen zijn. Ook deze namiddag werd ik even terug gefloten in gedachten naar mijn vader. Ook al ben ik het niet eens met zijn gedrag en waren grenzen trekken noodzakelijk, ik zie hem graag. Een goed gevoel vanbinnen, geen wrok, geen rancuneusheid, geen kwaadheid. En daar ben ik fier op dat ik dit kan. Het hoeft niet of/of te zijn. Het kan absoluut ook en/en.

Viola odorata, maarts viooltje

Reims

Reims me niet onbekend. De eerste keer was ik hier in 2014 op weg van Namen naar Compostella. 2015 vertrok ik met de fiets van Gent naar Vézelay. En nu terug te voet van Gent naar Assisi, Rome en Compostella en wie weet… Het fietsen was mijn ding niet vooral wanneer je het pelgrimeren in de letterlijke zin wenst te beleven.

Reims, ik geniet van de zondagse rust in de stad en de gesloten winkelstraten. Niet enkel de kathedraal is prachtig om te zien – de gesculpteerde façade aan de buitenkant en zijn glasramen binnenin oa van Chagall –
ook de prachtige Art Déco gevels oa deze van de cinéma genoemd ‘opera’.
Een overnachting en lichamelijke rust bij de zusters Clarissen is deugddoend. Les laudes, vigiles, les adorations en een misviering waar de liederen, de zang en dans me weten te raken. Twee mannen achter zingen met een warme stem mee. Ik voel me gedragen door de stemmen, voor de eerste keer door een mannenstem. Een traan rolt langzaam over mij wang.
De klederdracht van de zusters spreekt me aan. Beige, witte, crèmekleurige tinten. Een dik touw met houtenpaternoster. Eenvoud siert. Nog zesentwintig zusters samen… een zeldzaamheid geworden.

Glasramen van Marcel Chagall

Mijn voeten appreciëren de rust en vrijheid van de wandelschoenen. Ook mijn lage rug. De zware dag en vele kilometers van gisteren waren goed te voelen.

Reims heeft me het gevoel van op een nieuw punt te staan. Alsof pas hier mijn tocht begint.
Mijn schoenen staan klaar en hebben een laagje vet gekregen. Ook deze hebben aandacht nodig als je droge voeten wenst te houden. Mijn rugzak is een 800 gram lichter geworden.
De klokken luiden en roepen … Tot morgen allen.

Rondom de kathedraal

Sint-Jacob kerk – Reims

Cinéma ‘opera’

Epileren

Ontwaken onder een immense muurschilderij over piloot Jean Mermoz. Een van de eerste piloten die overzeese post bezorgde en goede vriend van Saint Antoine de éxupery. Mr. Memoz zou hier hebben gewoond. Mainbressy.

De zachte zoete ochtendgeur komt mijn neus strelen. Vogels zingen een concert. Een stralende zon. De meidoorn begint haar bloei. Een witte koe, la Charolaise staat me aan te kijken. Geen enkel wagen te bespeuren of te horen. Rust. Puur natuur. Twee ezels die de prille lente figuurlijk beleven. Een koekoek. Een specht.

De vergezichten zien er oneindig uit. De hommels zoeven van het ene bloem naar de ander. Hun pootjes vol stuifmeel. Een wei langs de weg staat vol bloeiende boterbloemen en in het bos een tapijt vol speenkruid (thx Hilde) . De klok van de kerk van Chaumont Porcien slaat 11u. De lucht is zo puur dat ik bijna het idee al zou kunnen hebben hoog in de bergen te zijn. Ik ben nog veraf. Het beloofd. Een haan kraait. Twee gevechtsvliegtuigen komen even de rust verstoren.

Alexandre en zijn koeien ‘Charolaise’

Op de markt in Chaumont Porcien een wandelkaart. Roze, groene, blauwe, volle, stippellijnen… Een lus. Een lange weg via de GR122 en een mogelijkheid tot een kortere, de andere helft van de lus. Die is voor straks eerst een klim in een bos, die deel uitmaakt van een pelgrimstocht hier in het dorp. Wat didactisch materiaal. Waarvan één een spiegel. Wanneer je ervoor staat lees je het volgende, ‘Vous aimez la solitude ?’…dat ben je uiteindelijk nooit. Ik maak terzelfde tijd gebruik van de spiegel. Een spiegel waar zelf geen bril voor nodig heb. De epileertang. Haha, stel je voor je epileren midden een bos op een pelgrimsheuvel, waarom niet. Kroatië zijn doet geen zeer. Op het bewuste kruispunt kies ik dan voor de kortste kant van de lus. Bij de eerste stappen begint een binnenpretje. De keuze typeerd nu echt wel mijn karakter. De korte weg is dus blijkbaar de pittigste. Tientallen meters in stijgende lijn. Kort en krachtig. Of mocht het lang en zacht zijn. Het laatste is idd. de weg naar waar ik evolueer. De pittige had ik even nodig om me eraan te herrinneren. Al lachend en met vreugde blijf ik met kleine stappen stijgen. Wat een cadeau dat ik mezelf heb gegeven eenmaal op de top. Prachtige vergezichten.

Het landschap is één groot veld aan schakeringen van groene tinten. Op een hoogte neem ik even een selfie film op. Hmm, dit voelt bizar en onwennig. Pauzes aannemen is niet echt mijn ding. De vergezichten zijn immens dat zelf de horizon niet te bespeuren is. Op 180° rond mij tel ik wel 150 windmolens. En in een cirkel van 360° 7 nieuwe worden er gebouwd.
Recht voor mij in de verste verte, één blinkend punt. Doet me denken aan het spel die ik speelde toen ik klein was met spiegels. Of wanneer ik iets blinkend had in de klas en ik de zon probeerde te vangen om te reflecteren op het bord. Hmm, ik durfde wel eens een beetjeveel sloeber zijn (knipoog).
Het klinkt misschien vreemd maar het is alsof het lichtpunt mij roept. Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt. Ik neem Google maps en trek een rechte lijn in de kijkrichting op de kaart. Reims. Ik kijk op. Verdwenen. Ik sta op een kruispunt van veldwegen. Door de werken is geen enkel wegteken nog te zien. Ik volg het lichtpunt.

Ik verlaat de GR122 naar de GR12 om dan uiteindelijk op de GR654 terecht te komen. De laatste is de weg die me rechtstreeks naar Spanje zou kunnen brengen. Op bepaalde plaatsen zie ik de schelp van de Campaniencis, de Pelgrimsroute die Rocroi en Vézelay met elkaar verbind en het verlengde is van de via Monastica. Vier jaar geleden wandelde ik hier tijdens mijn eerste pelgrimstocht. Sedertdien is pelgrimeren gewoon een deel van mijn leven geworden.

Balloner

Ik breng de sleutel terug naar ‘la mairie de Plomion’. Een lange dalende weg neemt me mee naar het eerst volgende dorp, Bancigny. Tot mijn grootste verwondering staan veel kerken hier open. De Sint-Nicolaas kerk is een prachtig klein kerkje. Een schitterend gesculpteerde doopvont. En wat gepolychromeerde beelden.

Sint-Nicolaas, Bancigny

Wat verder de Saint-Martin kerk in Jeantes. Een heel bijzondere kerk. 400 vierkante meter frescos gemaakt door Charles Eyck een Nederlander. Bekleden de muren. Bijzonder hedendaagse glasramen. Een pareltje. Op een bord langs de weg ‘route des églises fortifiée’, nu begrijp ik waarom de deuren openstaan.

Mijn rugzak weegt zwaar vandaag. Mijn lichaam is wat aan het protesteren. Waarschijnlijk het gevolg van een geen zo een goede nachtrust. Voor mij in de gracht een buizerd. Ik bevries. Ik hoop dat hij mij niet ziet. Niet dus, hij vliegt weg. Nieuwsgierig ga ik kijken, vermoedelijk had hij een prooi. Ja hoor een haas.

In Parfondal begint het wat te druppelen. Een dreigende lucht. ‘Even wachten aub. Ik zal wat sneller wandelen en jij hebt een beetje geduld’. Yes, net op tijd en het begint nu toch zo te gieten en gedonder. Ik blijf hier in dit pittoresk en één van de mooiste dorpen van Frankrijk tot de regenbui over is. Een bezoek aan de versterkte kerk Saint Médard.

Ik wandel vandaag van la Picardie naar la Champagne Ardennes. Wie zegt dat het noorden plat is, heeft het echt wel mis. Valloner noemen ze dit hier (ik dacht altijd dat het balloner was, lijkt logischer 😊) val of bal… Je suis balloner, mijn voeten en rug kunnen het wel vertellen. Na de regenbui wandel ik nog twee uur. De laatste klim was er eventjes teveel aan. In een zaal van Mainbressy val ik als een blok in slaap na eerst mij schoenen te hebben onderhouden.

Plaisir d’amour

Ludmilia is vertrekkensklaar om naar school te gaan. ‘Merci, pour avoir prêter ton lit. J’ai très bien dormi’, fluister ik in haar oor. We geven elkander een zoen. Met een grote glimlach had ze gisteren haar bed aan mij afgestaan. Weigeren was geen sprake.

Ochtenddauw. De waterdruppels blinken als zilver. In de berm Primula. De dag begint goed een fikse stijging en is onmiddellijk voelbaar in mijn kuiten. Amai, wie zegt dat het noorden plat is! Het is zweten. De koeien in de wei komen naar me toe rennen. Koeien zijn heel nieuwsgierige dieren, terwijl ik met hen sta te praten proberen ze dichter te komen. Ik probeer er een te strelen, oeps dit zijn ze blijkbaar niet gewoon.

Primula

In een afdaling in het bos zie ik een camionet staan. Ik hoor mensen praten. Arlette en Raymond. Beiden hebben een wit pak aan met een gaas voor de ogen. Bijenhouders. Beiden zouden een goede karikature zijn voor een tekenfilm. Twee grappige mensen. Al snel krijg een spoedcursus bijenhouden. Wanneer de bijenkorf niet zwaar weegt dan moet je ze voeding geven zowel in de zomer als in de winter. In de winter geef ik van dit geel goedje. Hij doet de 20liter fles open en een geel sap komt eruit. Stuifmeel. En daarbij voeg je mengeling toe van magnesium, zink, koper…
Hij leert me ook dat een ‘Pivert’ hier un ‘Becbeau’ heet. Als ik verder stap roept hij me nog toe, ‘Au coin de la voyez vous avez rencontrer…. N’ oublier pas de noter’.

In de dorpen ruikt het naar pasafgemaaid gras. Een man komt me tegemoet. Hij duwt een overvolle kruiwagen voorruit. Hij stopt en blaast uit. ‘Pfffff, c’ est lourd’, vertelt hij me. Wanneer ik terug verder stap, hoor ik hem om de zoveel tijd zijn kruiwagen neerzetten. Hij gaat duidelijk over zijn grenzen.

Een terreinwagen steekt me voorbij. In de verte hoor ik hem plots vastzitten. Terwijl ik het pad afdaal hoor ik de ene vloeken tegen de ander. “Je vous invite à pieds cela va plus vite” , roep ik van aan de andere kant van de prikkeldraad.
“Ta de’ tuutttt’ (censuur). De la ferraille de…. ‘Tuuuuttt’,roept de jonge gast in het wildeweg.
De oudere man kijkt of hij me kan zien. ‘C’ est la ferraille ou la mains d’œuvre’, zeg ik al lachend. ‘Il vient d’ acheter la pâturage. Il la connais pas encore. ” Bhen maintenant si”, zeg ik al lachend. Terwijl de een een Traktor is gaan halen. Blijft de ander en kunnen we nog wat lachen om de situatie. Oef… want de start was anders.

In Plomion krijg ik de kindercreche aangeboden om te slapen. Ik ga op zoek naar eten. De winkel is gesloten. Dan maar een bezoek aan een kerk. Vele kerken hier in de buurt zijn versterkt en werden gebruikt in de 16 eeuw om zich te beschermen. Mensen konden hier dagen lang in leven.
Een restaurant. Hmm, de prijzen wat aan de hoge kant. Ik ga even binnen en vraag of het mogelijk is een menu du jour te verkrijgen. Een vriendelijke heer komt. Jammer, en helaas. Geen menu. Ik verlaat het restaurant. Achter mij hoor ik roepen “c’est vous la dame que j’ai vu sur l’escalier ?”, vraagt de heer. “oui”. “Entrée, je vous fait le menu”. Ik wist niet waar ik het had. In een luxueus restaurant wordt ik bediend als een koningin. De maaltijd overheerlijk. Het kaarslicht wordt aangestoken… Op de achtergrond instrumentaal klassiek muziek. In het deuntje herken ik ‘plaisir d’ amourrrr’.

Église fortifiée Plomion

Een kauw

Een wei. Een kooi. Een omheining. In de kooi iets zwart, een vogel. Ik kan niet echt uitmaken welk soort. Wat het ook moge zijn, het dier zit gevangen. Hammer genoeg is de omheining dicht en kan ik ze niet openen. Ik stap verder. Aha, een opening. Mijn nieuwsgierigheid is groot. Ik kijk recht links, ik stap naar de kooi. Een kauw in het midden vak met twee voederbakjes. Vriend, wat je hier ook doet dit is voor mij niet ok. Ik open het deurtje zodat hij kan ontsnappen. Komaan… hop hop… Yes, eruit. Een levenswezen dient niet in een kooi te zitten en zeker niet als deze als lokmiddel moet gaan dienen. Vogelvrij, ikke blij. Later lees ik en dit na een vraag te hebben gesteld op de FBpagina van het Velt dat de kooi dient om andere vogels te vangen. Dikke pech.

Een fikse noorderwind is van de partij. Tussen de parcelen grond volg ik een aarden weg die me van het ene kleine dorp naar het andere brengt. Rondom rond wijdse zichten. De wegen zijn modderig… Het is ploeteren. De wandelstokken doen goed hun dienst. Ze zijn best handig om de diepte te meten van de plassen en voor mijn evenwicht. Na twee uur voel ik de moeheid in mijn benen. Het is vraagt veel concentratie een aandacht. Aan de andere kant geniet ik er enorm van. De geschenken komen één voor één naar me toe. Van jonge herten naar een wat volwassener. Zijn gewei was duidelijk zichtbaar. En hoewel de boswachter tussen ons beiden wandelde zonder aandacht voor het tafereel, voelde ik een enorme blijheid en verbondenheid. De buizerds vliegen in het rond. De jonge herten verplaatsen zich in groepen van 2 tot 5. Ondertussen gaat het ploeteren verder. De geuren van de natuur is overweldigend. Ik open mijn armen en breng deze in een grote bocht naar voor en terug naar mijn borstkas. Met een zacht en wijds gebaar doe ik dit een paar keer. Telkens haal ik diep adem en breng het maximum van de geur van de natuur naar me toe en dompel ik me onder. Een waar festijn. Wat ik mag ontvangen van de natuur is niet in woorden uit te drukken.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in een dorpje. De kerk. Gras. Ik plof me neer. Een man begint het gras om te maaien. Pff, ik ben zo moe dat ik deze hoor verdwijnen op de achtergrond. Een korte diepe slaap.

Terug fit op pad en met moed om nog wat kilometers te wandelen. Het aankloppen ”s avonds bij mensen gaat heel vlot. Aan de eerste bel heb ik vaak al geluk wanneer ik me laat leiden en vertrouw op mijn gevoel. Net zoals nu. Een gezin met 3 kinderen en rond kerst een vierde. Ik ga met Julie mee op boodschappen. Een supermarkt, het voelt vreemd. Zoveel keuze dat ik er verloren in loop. Ik neem een taart mee en betaal de helft van wat op de band ligt. En voor de kleine en grote kinderen… Een kindereitje voor als extratje. Ik ben verzot op die verrassingen. Mijn klein meisje (knipoog)

Mont-blanc

Bonjour !’ De keuken ten huize Marie-christine en Xavier. Een gedekte tafel. ‘Il a encore u une bonne averse hier soir’, weet Marie-Christine me te vertellen. Mijn gedachten gaan even naar de merel van gisterenavond. Een fijn gevoel.

Xavier vergezelt me tot langs het kanaal en wensen elkander een ‘buen camino’. Binnenkort vertrekt Xavier voor de eerste maal naar Santiago. Opvallend, bijna iedere avond heb ik overnacht bij mensen die iets met de camino hebben.
De natuur ontwaakt. Een dikke mist hangt over de velden. Kilometers wandel ik langs een prachtig natuurgebied. Een grote verscheidenheid vogels, de één al wat meer gekend dan de ander. Zilver reigers vliegen voor me uit. Af en toe restanten van bunkers. Een regio die sterk werd getroffen tijdens de eerste wereldoorlog.

Een hond komt aangewandeld. Het baasje wat verderop. Ik voel me eventjes in mij oude patroon stappen… achterdochtigheid, voorzichtigheid en angst. Gelukkig, heel snel bewust. Ik hou een halt. Breng mijn stokken onder mijn arm. ‘Bonjour petit chien. Vient, vient me dire un bonjour. T’ es belle’, spreek ik de hond toe.
De vrouw, het baasje van de hond. We spreken elkaar aan. ‘Oh, elle est gentille. Elle aime bien tes bâton. Elle s’ appelle Mont-blanc’.
Een vraag. ‘Ou allez vous’? Wanneer ik in het kort de beschrijving doe… Zie ik eerst de verwondering… Nadien komt een fonkeling in haar ogen.
Het licht in de ogen van de mensen mogen zien is zo waardevol en hartverwarmend.
Net deze kortstondige ontmoeting. De medemens ontmoeten op het juiste moment in het moment heeft zoveel betekenis. Een verbinding en voorbeeld dat we elkander nodig hebben. Zonder verplichtingen, zonder zich op te dringen, zonder moeten. Gewoon eenvoudig er zijn en ‘Zijn’ in het nu.

De eerste teken.

Vroeg in de vooravond kom ik aan in Hannapes. Naar ‘la Mairie’. De burgemeester neemt me mee naar de kantine van het voetbalterrein.
Een uur later komt hij aangereden met een diepgevroren stokbrood, een doos ravioli en een doos makreel. Ondertussen heb ik de kantine wat schoongemaakt. De afwas gedaan en de voetbal kleren van de jeugd die nog in de wasmachine zat aan de lijn gehangen.
Voldaan van de prachtige dag en met een kaarslicht in een hoek, geniet ik nog van de avond.