Frère Max

Crypté en herdenkingsmonument Chapelle des buis

Besançon vanop la Chapelle des buis

De meikever

Kamperfoelie

7u30 de mis. Als er iedere week een mis zoals deze zou zijn, dan ben ik overtuigd dat de gebedsruimte zich terug zouden vullen. Geen priester die vooraan staat, wel samen in een cirkel. Samen vieren zonder waar hiérarchie voelbaar is. Waar geen barrière is, integendeel. Na de viering, een pelgrimszegen, mijn hart wordt geraakt in een diepere laag. Wat fijn dat ik deze gewaarwording kan toelaten zonder er overstuur van te worden of in een gemis te stappen. Na de mis gaan we verder in ontmoeting met elkaar, een ontbijt tafel, op dr potluck manier. Aan mijn rechterzijde frère Max (een landgenoot) , links frère Jacques… een bruin pij… de eenvoud… Een gesprek. Ontspannen… Een huiselijke sfeer… Genieten.

Een dagje platte rust… is er uiteindelijk niet van gekomen. De natuur opzich brengt me er al zoveel. Na de keuken te hebben opgeruimd stap ik verder richting Pontarlier en de Zwitserse grens. Mijn komende dagen zullen wat korter in afstand zijn, pas begin juni gaat le Grand col du Saint-bernard open. Vroeger kan ik er niet over omwille van de sneeuw of zou ik gebruik moeten maken van een shuttle bus… wat niet mijn bedoeling.

De laatste dagen voelt mijn weg anders. Veel dieper, steviger en terzelfde tijd het gevoel gedragen te worden. Ik heb niet meer het idee als ‘pelgrim’ op stap te zijn – hoewel ik dit altijd zal blijven – maar eerder het gevoel ‘dit hoort in mijn leven’, dit is mijn leven. Alsof het woord niet meer buiten mij staat, als een werkwoord. Het idee het nodig te hebben. Wel het gevoel dat de weg, het pelgrimeren diep geïntegreerd is in mijn cellen. Het is mijn leven, het leven, het is eigen geworden. Geen gevoel van gémis of het idee iets te hebben verlaten of achtergelaten. Het idee of de behoefte niet meer hebben ‘ik zoek naar antwoorden’, geen zoeken niet meer… Alles is… Het voelt ruimer, geen beperkingen, geen gevoel van dualiteit… geen barrières… geen grenzen… geen angsten. Alleen maar openheid in ontmoeting en verbinding met al wat mij omringd en al wat is.
Fijn dit gevoel en deze bewustwording te mogen hebben. Dankbaar.

De nood of het zoeken om gezien te wilen worden, graag gezien, de nood aan bevestigingen verdwijnen. De weg naar binnen naar mezelf, is de weg naar bevrijding. Naar de essentie… Vanuit deze beweging terug naar buiten komen vanuit mijn pure zijn. Waar ook hier alles al is… en waar de bodemloze leegte (die ik lang heb gevoeld) diep binnenin mezelf, een leegte waar ik jaren naar heb gezocht om op te vullen. Die me vaak de zin hebben gegeven er niet meer te willen zijn, te leven…
Nu, met Liefde is gevuld.

’s Avonds ontmoet ik terug Fabien en Hélène. Samen verblijven we in een gite rural. Ik geniet van de avond zon. De tuin. De compagnie en van de vele meikevers die met de avond tot leven komen. Wat vind ik dit prachtige insecten.

Chapelle des buis

Zes uur in de morgen… Oeps dit ben ik niet gewoon. Ik ben eerder een stoomlocomotief in de morgen.
Een rechte lijn naar Besançon.

Op de hoek van een straat. Een garage poort gaat open. Een wagen rijd uit. Krakk…de zijspiegel. De wagen stopt. Een man stapt uit al vloekend. De deur van de garage sluit zich terug op de wagen. Dubbele vloek. Ik hoor de man roepen “Oh bhein, je n’ai pas le temps aujourd’hui”, terwijl hij terug de poort opent en plakband vraagt aan zijn vrouw. De vrouw geeft hem gewoon plakband. Hmm, ik vrees. “Vous voulez du collant fort ?”, roep ik de man. “J’en ai. Et je serai ravis de vous le passer. Au moins il auras servi. Cela fait des milliers de kilomètres que je le trimballe avec.” De man plakt zijn zijspiegel vast. “Aurevoir.” “Attendait, je n’ai pas tous utiliser.” Hij brengt me de rest terug. “Le temps n’existe pas monsieur, c’est une illusion.” Hij lacht vriendelijk terug en draait zich gehaast om en zegt “Time is money”, on dit en Angleterre”. Ik steek mij hand op. “Merci pour le collant”, zwaait hij terug. Hmm, time is money… de prijs van de herstelling van de zal het inderdaad zijn.

In Ecole-Valentin kruist praat ik met een vrouw. Over de weg, alleen zijn, tijd… Ik doe het verhaal van de wagen. “OH, une même chose nous est arriver ce matin. Mon mari…” Ik geef haar de rest het plakband die ik bij heb.

Besançon

Église Sainte-Madeleine

De weg naar Besançon is lang. Een rechte lijn in de voorsteden. Drie kilometer lang wandelen tussen de industriële gebouwen, lab’s en universiteiten. De vele wagens. De confrontatie van een drukke grootstad. Eigenlijk kan ik de vervelende geluiden, drukte van de stad laten voor wat het is. Ik neem het niet op… het hoort niet bij mij… Een ding is zeker… De stad is niet meer voor mij. Geef me naar de rust, stilte van de natuur…
Na een goede drie kilometer wandel ik eindelijk de oude vestingen voorbij van de oude stad die zeer goed bewaard is gebleven. De geluiden van gemotoriseerde voertuigen verdwijnen op de achtergrond.
Hoewel ik van plan was een rustdag te nemen voelt het niet OK om dit hier te doen. Ik wandel verder richting het diosecaan centrum. Ik ontmoet er frère Max en krijg het adres van de franciscanen in Chapelle des buis.
Nog bijna drie kilometer… De laatste voor vandaag… Stijgend… Terwijl mijn mentale een loopje gaat nemen en er kort voor zorgt dat de stijging zwaar aanvoelt… kan ik plots gemakkelijk de gedachten omzetten… Ik begin te lachen en vind mijn gedachten wel grappig… Een wit metalen plaat staat boven me langs de weg… ‘Le mystère Joyeux’… Ja, die hersenen zijn inderdaad soms een mysterie… Traag gaat de weg… Stijgend… Een halt… Drinken… Stijgen… De kruistocht.
‘Pff, ik zal toch mijn rugzak nog wat lichter mogen maken voor de Alpen en ik denk aan mijn kledij’… Net op dit moment staat boven mij, langs de weg een kruis… ‘Jesus est dépouillé de ses vêtements’…

La Chapelle, staat er nog, ‘les buis’… helaas verorberd door de buxus rups.
’s Avonds ga ik nog een half uur mediteren met frère Jacques in een goed aanvoelende kapel boven op één van de zeven heuvels rond Besançon. Een gesnurk is hoorbaar. Frère Jacques is in slaap gevallen. De meditatie wordt gevolgd door de gebeden, we blijven met twee. Samen zingen en afwisselend bidden. Alsof ik dat al altijd heb gedaan. Zalig!

In de refuge pèlerin ontmoet ik ”s avonds nog Fabien en Hélène.. Een avond met pelgrims…

Snuffelen

Lachen… Vreugde… Een open gezicht… Zo mag ik vandaag ontwaken… Door mezelf te horen lachen. Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een vrolijke droom. Ik weet zelf niet wat ik droomde. Het doet er niet toe wat… Wel het gevoel… Zalig !

De geur van de openhaard. Een hond in zijn mand. Geroosterd brood, zelfgemaakte honing, een huisgemaakte biologische energiebal. Ten huize Jean en Veronique. Gelijkgestemden. En wie weet misschien wel een plaats om hier een handje toe te steken in hun biologische bedrijfje midden de natuur. “Aurevoir ma sœur”, zegt Jean terwijl hij me omarmt. Een omhelzing aan Véronique.

Op de achtergrond ergens buiten het bos een toeterrrr, een auto, een bakker. Een half uur later dezelfde toeter. Een aardbeien taart.

Bucey lè Gy

Vier konijnen en twee hazen rollebollen met elkaar over het veld . Naar voor, achter, rondjes draaien. Stoppen…. Herbeginnen. Op het moment dat ik dichter kom, muisstil. Snoet tegen de grond.

Een dorp. Een straat, een hond. Even snuffelen. “C’est à vous le chien”, vraag ik een vrouw. Voor haar huis twee schragen en een plank. Een paar bloembakken op de grond. Een bakje vol Pélargonium. “Non, c’est à la voisine. Oh, c’est déjà un vieux chien et il est malade”.
Van de hond komt ze bij haar poes en deelt me wat er met haar poes gebeurde. Tranen komen in haar ogen. We gaan samen zitten op de vensterbank. “Oh, je me suis pas encore remis de la perte. Ça fait bizar”, terwijl ze terug rechtstaat.
Haar haren liggen keurig. Haar bloemen hebben dezelfde kleuren als haar kledij. Roos, paars.

Een autobus komt aangereden. De deur opent. Op de hoek van een straat vrouwen. Kinderen stappen af, de schoolbus. “C’est quoi maman ?” Hij wijst naar mijn rugzak. Met grote ogen kijkt hij me aan. “Et ça ?” De uilenveer. Met zijn kleine handen laat ik hem de veer ontdekken. “C’est doux maman !”

Door bossen, doorheen kleine dorpen. Ontmoeting met vier honden. Groot, klein, middelmatig. De ene al grollend, de ander kwispelend, nog een met zijn haren recht… Angst is verdwenen… Af en toe nog wat schrikken als een hond onverwachts om de hoek komt. Sowieso blijf ik voorzichtig, het blijven dieren. Uiteindelijk maak ik met alle vier een fijn contact. Komend op hun terrein, doe ik mijn hand naar beneden en nodig ik hen uit naar me toe te komen. De tijd om te snuffelen, de tijd die ze nodig hebben om wat ze voelden wat te laten sussen, te vertrouwen, zich te openen. Een aai. Hebben we soms als mens ook niet wat een beetje hetzelfde gedrag! Te snel reageren zonder werkelijk de ruimte te nemen om te voelen, gewaarworden…

Montbollion

Verteren

Hartverwarmend om te zien hoe een jonge dertiger zijn personeel openhartig benaderd. De tijd neemt – ook al staat veel op de planning – de dag opent bij een pot koffie.

Op een smalle geasfalteerde weg een grootmoeder en haar twee kleindochters. Elk in hun hand een boeket geneeskrachtige bloemen. Hun lange haren waaien in de wind. “C’est important de les amener dans la nature”, zegt de vrouw.

In Seveux laat Ik me verwennen op een warme dagschotel. Rust en krachten opdoen. Toekomen met de rugzak in een restaurant is geen dagelijks beeld, om me daarom subtiel in een richting te duwen…
Een grote zaal. Ingedeeld met schermen en in een verschillend kleur, oranje en wit. Het oranje deel ligt wat in een donkere hoek, een tv aan de muur, kleiner en laag plafond. Gesloten…Aan tafel twee koppels mannen. Klederdracht vissers kledij, overall.
Het witte gedeelte is open, ruim, hoge plafond en veel licht. Tv wordt geprojecteerd via een beamer op de muur, een reuze scherm. Een familie, een bejaard koppel, een jong koppel met baby.
Ik wordt meegenomen naar een tafel in een hoekje, oranje gedeelte. “Je vous mais ici la bas il n’y a plus de place. Les place en tous étais prit”, zegt de ober me, gevolgd door “ici, vous avez la télé”. “Il n’y a plus de place!”, flopt er verwonderd uit. De ober begreep mijn intonatie. De kleren maken de man niet gaat door meheen.
Hij neemt me mee naar de andere kant.
Een man in visserskledij, een zachte blik, een glimlach. Wat later komt de man aan de contoir. Een glimlach en knipoog volgen elkander op. Ze vertrekken, een reactie volgt van de ober… een echo van de man met zachte blik. “l’habit ne fait pas le moine” en gaan de deur uit… ‘Chez Berthe’

Een knoop in de maag. Wat ligt er op mijn maag… Ja, de bonen dat is zeker… mijn lichaam komt me echter meer vertellen… Ik laat het sudderen. Niet dat het eten mij niet bevallen is, integendeel, het was lekker. Niet zozeer het gedrag van de man… Niet het feit dat ik liever ruimte had.

Wel eerder dat mijn beweegreden minder rebels mocht zijn. Een oud patroon van afschermen, weerstand, recht op bestaan, gezien worden was aanwezig. Ik had gewoon kunnen liefdevol vragen om in het witte deel te mogen plaats nemen in plaats van in het zelfde gedrag als hij te stappen. Wanneer een oud patroon de kans krijgt om in het bewustzijn te komen, te transformeren… gelijkaardige situaties in de toekomst dragen dan ook geen gewicht niet meer met zich mee.

Ja, wat heftig boeren met zich mee kan brengen. Het schudde me letterlijk en figuurlijk wakker. En om dan nog eens in resonantie van tijd projectie en spiegeling te mogen ontvangen en geven in verbinding met een vriendin. Zalig. (knipoog)
Ik stap verder in vertering en als ik nu een ‘peetje’ zou neer tekenen, dan zou het er eentje zijn op zijn rug, handen op de buik van het lachen en tranen van vreugde…. Ik heb het weer gekunnen.

De eerste krekels zijn ondertussen hoorbaar in de natuur. Af en toe een klaproos. In de weiden schapen of koeien. Ik denk dat ik een beetje verliefd aan het worden ben op de laatste. Ik vind ze zo schattig. Wat wild en toch zacht uitziend.

Langs het kanaal van de Saône geniet ik van de micro en macro wereld. Verschillende wantsen, bloemen…
De laatste dorpen op de dag zijn amper 80 inwoners… Gelukkig kort op elkaar. Ik klop aan aan de deur van Jean en Véronique… Met open armen ontvangen.

Etoile

‘De gedachte van iets nodig te hebben, is maar een gedachte’ . In essentie is alles er al.

Een gesprek met Mr. Angelo over al of niet een pelgrimsherberg te installeren in Leffonds blijft in mijn hoofd draaien. Onderwerpen als: Dorpen die trekken, sleuren om de weg door hun dorp te laten lopen, Luxe op de weg, wat je als basis nodig hebt als pelgrim…

Vertrekken we allen niet als pelgrim, mens, wezen om iets anders te ondergaan, in ontmoeting naar iets nieuws, om wat we hebben en soms allemaal even teveel is en voor even achter ons laten of misschien wel voorgoed, zich kunnen losmaken van, voor even een vrij mens te mogen voelen…
Aan de basis is belangrijk een gezond lichaam, water, voeding. Voor een overnachting: een toilet, water om je te wassen, een droog dak boven je hoofd, iets zacht om op te liggen. De rest ontvang je en ontwikkel je zelf op de weg.

De zin om neer te schrijven is te groot, dus doe ik het. Ook al weet ik dat ik tegen sommigen schenen kan schoppen. Dan is het zo.
Aan de dorpen, gemeentes… Maak van de weg geen ‘colonie de vacances’, of ‘un parc d’ attraction’, een toeristische trekpleister, draai niet mee in het economisch systeem van geld binnenhalen en bekendheid, laat de gedachten vallen ‘als wij het niet doen, dan zullen onze buren het doen en verliezen wij…’ Deze wegen zijn er al voldoende en daar willen de meesten net aan ontsnappen… Sommigen zijn hier al bewust van, anderen niet… het komt… wanneer de tijd er rijp voor is.
Hou de weg en laat de weg in zijn eenvoud en puurheid bestaan. Er hoeft niet iets gecreëerd te worden. Alles is er al. Geef de mensen de kans om terug te kunnen naar de eenvoud en puurheid. Maak van de ‘viafrancigena’ of nieuwe Compostela wegen geen wegen zoals er al zijn, waar mensen ‘la noumba’ houden tot ’s avonds laat en laten we de andere realiteit ook niet uit het oog verliezen waar alcoholische dranken, wiet… de vrije loop hebben en waar menigte denkt dit nodig te hebben om te kunnen in contact te komen met de ander. Plaatsen waar nog weinig respect is voor de rust van zijn inwoners en medepelgrims. Waar dorpen aan het kijken zijn om de weg uit hun dorp te bannen omdat het de spuitgaten uitloopt. Omdat het uit zijn voegen barst. Ook dat is soms realiteit op de weg. En daar kunnen we dan ook uit leren en groeien. Zorg te dragen, open te blijven, tolerant te zijn…

En natuurlijk is het welgekomen en aangenaam om af en toe eens verse kleren te mogen voelen op de huid, een heerlijk verzorgde maaltijd te mogen proeven die alle smaakpapillen extra komen strelen na drie dagen op brood en kaas te hebben geleefd. Een bed met verse lakens waar de benen breed uit mogen gaan ontspannen… Ook dit is er al…

Er zijn pelgrims met een grote financiële mogelijkheden. Er zijn mensen die kunnen sparen. Er zijn mensen die beide mogelijkheden niet hebben en waar het budget per dag misschien nog geen vijftien euro is. Of zelfs minder. Die zich grote budgetten niet kunnen veroorloven. Zich een pelgrim refuge niet kunnen permitteren. Laten we de deur niet sluiten voor deze mensen, het financiële mag geen belemmering zijn op de weg. Mogen door verenigingen en medepelgrims niet uitgesloten worden omdat men denkt luxe nodig te hebben op de weg. Laten we de weg open voor allen. Iedereen heeft recht om te groeien.

Aan de pelgrims, mensen die de weg nemen leer de kleine dingen des levens appreciëren. Eis niet. Eis geen drie tot vijf sterren plaatsen, overnachtingen, maaltijden… de sterren zijn er al leer ondergaan en zien op een andere manier.
Is er geen douche waaruit liters water vloeit, je handen op je lijf aan de lavabo doet wonderen.
Brood en wat beleg, stuk fruit ’s avonds, water… daar is nog niemand aan gestorven. En als je dan een maaltijd kan eten… Ik wens je de maaltijd te kunnen zien als met de ogen van een kind die zijn handen naar boven steekt, zijn mond opent en sparteld met de benen als het voor zijn neusje komt staan. Je ogen te mogen sluiten, naar binnen te keren en werkelijk te mogen proeven wat de aarde ons dagelijks aan goud schenkt…

Durf af te stappen van de voorgekauwde afstanden en plaatsen… Durf een stap te zetten in het onbekende ipv te plannen met ‘de sleutel op de deur’. Durf werkelijk bestaan. Leer te groeien in het alleen zijn, weet dat je dit uiteindelijk nooit bent. Zorg dat je geen gemis en verwachtingen installeert op de weg, want dan heb je enkel verplaatst wat je al had in je dagelijks leven. Durf uit de kast komen en laat al het geprogrammeerde, voorgepromeerde los. Durf je in je blootje te zetten. Durf hulp vragen.

Leer terug je voeten voelen op de grond. Leer midden in een veld de lucht op te snuiven en voel wat het met je doet. Zie de wind die in de bladeren blaast. De zon boven jou die zijn kracht over de aarde laat stralen en meehelpt in de groei van dingen op aarde. Voel het… Zonder gedachten. ‘ik kan het niet, ik zal dat nooit kunnen, de gedachte jezelf te kennen en wat je nodig hebt… Dit zijn enkel gedachten die je angsten camoufleren… Ga, ga en durf…

Champlitte

Ik stap de stad Champlitte binnen. Een lange straat neemt me mee naar boven. Leeg… Luiken dicht… Maison à vendre… Een plein. Een beeld. Lege vitrines. Mijn fantasie… Mijn twee klapschoenen… De zon die komt schijnen op de deuren die zich openen en de mensen die dansend en zingend op straat komen elkander de hand schudden. Waar onder mijn voeten groen begint te groeien en als een lontje zich verspreid in alle uithoeken van het plein. Blauw, groen, geel, paars, magenta, rood, oranje… Kleurrijk….
Terug naar de realiteit… Een lege fontein… Een kat in een hoek. Een man achter zijn gordijn.

Op de markt in Champlitte maak ik kennis met Flaurence, ze verkoopt er op dinsdag verse melkproducten. Waardevolle fijne gesprekken. Mensen die zich toevoegen en al snel staan we met vijf rond het kraam met heerlijke streekproducten. Wat fijn om in de vertikale energie aanwezig te mogen zijn, te voelen en bewust te zijn een kanaal te mogen zijn in mijn woorden, woorden die vloeien vanuit een niet tastbaar iets, waar het mentale niet aanwezig is. “Vous êtes une petite lumière étincelante sur mon chemin”, zegt een man plots uit het niets. “Vos mots me touche monsieur, merci de votre partage. De tous cœur je l’emmène avec moi sur le chemin”, antwoord ik terug.

Na de markt tijd om wat voedselenergie op te doen. Un bistro. Aan de contoir, een man. Midden de zestig. Jeansbroek. Een kuif. Zijn ogen wijd open, horizontale opgetrokken huidsplooien. Beide voeten op de grond, wiebelend naar voor en achter. 10u30 in de morgen.

Aan de hoeken van de straat volwassenen met een emmer vol muguets vers geplukt uit het bos. Twee euro voor ‘un brin de muguets’. En wat als we nu eens gewoon deze zouden uitdelen aan de mensen die je tegenkomt op straat die dag. Dan zou je toch veel meer waardevols hebben ontvangen ‘un moment de bonheur’…

Voor mij een jongkoppel. Margaux en Lucas… ze zijn zwanger… van een… en zal… heten… Ssttt hun familie leest misschien mee. 😉 En deze verrassing wil ik hen niet ontnemen. Ze nodigen me uit. Op terras in de zon eventjes bijkomen, wat praten en genieten van elkanders aanwezigheid. Hun ogen stralen vol- leven.

De natuur heeft terug zijn rust gevonden.

’s Avonds kom ik aan in Dampierre. Een bizar gebouw. Een hoge glazen toren. Alsof deze door een buitenaardse ruimteschip hier is neergeplaatst. Een groot hotel die toeristen opvangt voor één nacht tussen twee grootsteden in Frankrijk. Veel Chinezen. Heel industrieel en weinig aantrekkelijk. De geranten spontaan, jong, energiek, hulpvaardig…een openhartig ontvangst.

Dansen met de regen

Ik open het gordijn van de klas die gelegen is op een hoogte van 400m. Amai, zo een vergezicht. Had ik in zo een klas gezeten als kind, dan had ik waarschijnlijk nog meer linialen op mijn vingers ontvangen (allé, dit hebben ze geprobeerd, knipoog). Grijs. Regen. Hevige windstoten. Benieuwd wat de dag mij zal brengen.
‘Je niet laten ontmoedigen Jasmine’, zegt een klein aanmoedigend stemmetje.

Morgen is het 1 mei. Ik hoop dat ik wat voorraad kan vinden voor vandaag en morgen.
In Torcenay maak ik een ommetje van één kilometer naar Chalindrey opzoek naar een bakker. “Pardon madame, pouvez vous me dire ou se trouve la boulangerie ?” “Oui, la a côté du Colruut (Colruyt). Twee vliegen in één klap.

Een kilometer om en zo ontsnap ik ook aan twee grijze wolken banden. De ene links, de andere rechts. In het midden blauw… en daar onder is mijn weg. (glimlach). In de voorbije uren bracht de storm veel schade aan in de buurt. Door de weersomstandigheden pas ik mijn weg aan en volg ik de wegtekens niet.

Ik geniet van het samenspel tussen de verschillende elementen. Le ‘soufle de la vie’ die krachtig de bomen laat dansen, die de wolken aan een snelheid laten voorbij gaan, die samen met de zon het water op de grond laat verdwijnen.
De donkere blauw-grijze lucht, de groene velden, de koolzaad velden en dan de zon die zich af en toe laat zien versterken de kleuren.
De regenbuien komen als gordijnen naar beneden. Ik kan zo zien waar het water zal uit de lucht vallen. Genieten en af en toe probeert de regen me uit te dagen. Ik kan zo het water horen vallen en dichtbij komen. Dan is het paraplu open. Een kort douche en het water horen verdwijnen achter mij. Ik krijg bijna zin om te dansen in de regen. En als is ik nu van die magische schoenen zou hebben waar ik mijn hielen tegen elkaar aantikken dan neemt de paraplu me van de grond… Ik zie me al vliegen…

Een gebouw. Een vroegere abdij. Ik ga even piepen. Een houtzagerij. Een vrouw met een doekje op haar hoofd, een geruite schort. Een man met blauwe overal. Een cirkelzaag. Een transportband die het hout van beneden naar boven op een dikke plankenvloer laat vallen. De mensen doen hun voorraad hout klaar voor volgend winterseizoen.

Ik verlaat la Champagne en Ardenne voor la Franche Conté. Van la Haute-Marne naar la Haute-Saône.

Gisteren een warm bericht mogen ontvangen ‘… Cela inspire de la joie et de la paix…’, om verder mee te dragen op mijn weg.

Wat ben ik dankbaar dat ik deze morgen de kracht had om de deur uit te gaan. De kracht om mijn gedachten in toom te houden en me niet heb laten beïnvloeden door de weersomstandigheden. Dankbaar dat ik ben opgestaan. Dankbaar om de vreugde die ik mag ervaren van al het wondermoois rondom mij. Dankbaar om al wat wat niet tastbare is. Dankbaar dat ik mezelf kan zijn. Dankbaar om al wat is.

Na een nacht op yoga matjes nu een nacht op een heupbreed kampeerbed.

Leffond

Landres

Na een goede kookpan te hebben gekregen van de priester, ga ik aan de kook. Een stevig ontbijt om de dag in te zetten.
De supermarkt, een nieuwe tandenborstel en tandpasta, ben ik ergens vergeten.
‘Dans un bistro’ , vul ik mijn dagboek en blog aan. Plaatselijke inwoners komen er hun aperitief drinken na de misviering. Op het moment dat het drukker begint te worden is het voor mij tijd om op te stappen. Net zoals het binnen komen via de vesting verlaat ik ook op deze manier de stad.

Oef, de zon schijnt terug. Aan het artificiële meer geniet ik van het stilstaand water. Twee kinderen trekken mijn aandacht. De kleine jongen zegt me heel spontaan en met een grote glimlach ‘bonjour’. Wat een openblik. Hij doet om verder te stappen richting de oever van het meer. Ik blijf staan, hij ook en kijkt me aan. Hij lacht en keert terug met me mee naar een café. Ik spreek een man en vrouw aan ‘Je vous l’ ai emmener’, vertel ik hen. De man spreekt me aan. Oh, ik had hem niet herkent, de zoon van Nadine waar ik sliep samen met vrouw en kinderen. Wat fijn, twee dagen verder en en terug deze warme mensen mogen ontmoeten.

Aan het meer kies ik niet voor de GR145/via Francigena met zijn aangelegde kades. Wel voor de pure natuur weg van toerisme. Wat een rust. Langs het water vissers in hun tent. Een boot die dobbert en een man geknield met een soort kijker waarmee hij in het water kijkt. Een tent en twee jongeren voor een schermpje. Een oudere vrouw ligt languit te rusten. Aan haar voeten rubberlaarzen. Waw, wat een mooi stuk ongerepte natuur.

Ik voel me net alsof ik gedragen wordt. Mijn rugzak weegt bijna niets terwijl hij nog altijd hetzelfde gewicht draagt van gisteren. Mijn lichaam beweegt soepel. Een sterke verticale energie is sterk voelbaar.

Een vlinder trekt mijn aandacht. Het oranjetipje. Terwijl ik ze in beeld neem zie ik dat ze elkander aan het uitdagen zijn. Het voorspel. Bijzonder.
Iets kruipt op een boom. Mijn eerste gedacht een muis. Neen, een Boomklever die van beneden naar boven zijn weg baant. Het gezang van de vogels zijn als muzieknoten die de ene oor in gaat, de andere uit.

Na het meer. Een dorp. Een huis. Aan het venster twee kaarten ‘lourdes’. Een vrouw komt aan de andere kant van de straat buiten. Nieuwsgierig. Ik vraag of ik haar toilet even mag gebruiken. Ze wijst me de weg, “c’ est pas vraiment ideal” weet ze me te vertellen. Ik dacht bij mezelf ‘wat zal het zijn’. Gewoon een toilet, netjes en een klein lamp boven mijn hoofd. Ik kom terug naar buiten. “Bhein merci beaucoup, ils sont bien vos toilet”. Neen, de toiletten hadden geen hedendaags papiertje, er ganged geen lampe kapje en was niet gesitueerd in huis, wel in de garage. Maar wat maakt dit het verschil uit. De vrouw vraagt of ik nog iets nodig had. Uiteindelijk nodigt de vrouw me uit aan tafel in familiekring. Een heerlijke maaltijd wordt me aangeboden in een huis waar de tijd is blijven stilstaan. Een grote kast in kerselaar. Een bed in een hoek. Een zetel ernaast en in het midden een lange tafel voor tien personen. Op tafel groenten uit de tuin. Een fles wijn. Een karaf water (gelukkig), stokbrood. Al dit heerlijk wordt omringd met een grote portie Liefde.

Een onweer is opkomst. Ik wandel nog een uur tot het volgend dorp.
Met de mantra ‘Un kilomètre à pieds ça use ça use… Wandel ik de laatste kilometer voor het dorp in. Ik eindig aan 52 kilomètres. Een burgemeester opent zijn vroeger schooltje voor een overnachting. Twee klassen. In de één fitness toestellen. De ander een scrabble bord. Een avondwandeling. Het kerkhof. Ik heb me altijd al aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen. Waar grafzerken schots en scheef staan… Wat trekt me hier aan… Misschien de eeuwigheid.

La tactique

Zondagmorgen. Uitslapen… No way zegt mijn lijf. Een lange babbel met Nadine. Gabin: “Tu reviendra ? “. Ik kijk hem aan “oui”.
Laat in de voormiddag ben ik terug op weg. Een telefoontje. Verbinden. Luisteren.
Nadine komt langs met de wagen “c’est pas le bon chemin !” “Sisi, je suis le GR”. Uiteindelijk had ze gelijk. Dit was niet de weg die ik wou nemen en na de telefoon keer ik even terug op mijn stappen.

Het begint te regen. Mijn paraplu. Ik vind het zalig om eronder te wandelen. Geen regenkledij waarin ik zweet. Geen water die tussen mijn rugzak en rug heen sijpelt. Droge voeten. En dan is er het getik van de regen op de paraplu, zalig !
Een specht zijn geroffel vergezeld het getik van de regen.

In Beauchemin – mooie naam voor een dorp – vraag ik een jonge kerel om zijn toilet te mogen gebruiken. Voor ik naar buiten ga vraagt zijn vrouw of ik zin heb om iets te drinken. Een koffie.

Wat een energie heb ik vandaag. Mijn lichaam voelt echt supergoed. Mijn rugzak is terug aan het toveren. Alsof ik er geen draag. Op het ritme van het muziek – la tactique du gendarme, van Bourvil- en al zingend stap ik richting Landres. Ook al regent het en is het grijs, ik geniet ervan. De natuur zal er dankbaar om zijn. De grond stond droog.

Église Saint-Cyr à Saint Ciergues

Lac de la mouche

Rond 18 u kom ik aan in Langres. Een stad op een heuvel en zijn bijna drie kilometer lange vestingsmuren. Le presbytère. Een man met hoed op, paraplu en regenjas wijst me de weg.

De klokken luiden. Ik ga naar de mis. Lang geleden. De priester komt naar me toe, schud me de hand “oh, vous êtes le pèlerin”. ‘Amai, hij weet dit al’, gaat door me heen.
De mis begint met het voorstellen van de aanwezigen… “il y a même une flamandine entre nous”. En eindigt met “j’ai essayer de mettre le chauffage…. Eh bhein… ‘tintin’, zalige priester.
Na de mis komt de priester naar me toe en vraagt welke beelden voor me staan. Maria en de andere twee herkende ik niet ‘Jeanne d’ Arc en Elisabeth’.” Il faut apprendre un peut l’histoire de France”, krijg ik als antwoord. “Mon père.. Olala”.

Moet ik me dom of minderwaardig gaan voelen omdat ik de geschiedenis niet ken. Neen, heb ik echter vroeger wel gedaan, ik was beschaamd. Jah… omdat ik dacht dat wat men leerde op school dat dit parate kennis moest zijn. Ik herinner me de opmerkingen, ‘Alle, je zou dit toch moeten kennen…’ Of’ ale, ken je dit niet!’, met een neerbuigende intonatie… Blijkbaar vond ik toen al als kind dat het leven in het’ Nu’ belangrijker was dan iets vanbuiten te blokken waar ik geen boodschap aanhad. En nog min als ik de druk voelde en eisen die men verwacht van een leerling, dan bak ik er niets van. – Zelfs vandaag nog.- En als ik dan iets tegenkwam die mijn interesse opwekte. .. Wel dit is heel simpel… Boeken openen en… dan pas bleef het kleven en vergat ik het niet omdat het zich voordeed in het nu. Toch… hebben de ogen en meningen van anderen hieromtrent veel impact gehad in mijn reacties en gedragingen. En heb ik lang gedacht minderwaardig te zijn. Mijn kennis, kunnen en beleving uit het leven zijn voor mij vandaag heel waardevol en daar ben ik fier op. Mijn levenschool op mijn manier en ik hoef niet onder te doen.

Boodschappen. Een man komt naast me wandelen. De man met de hoed op, paraplu en regenjas. Hij helpt me dragen en neemt mijn paraplu in zijn handen. Oef, anders heb ik straks geen eieren niet meer. We praten met elkaar. “Oh, mes vous êtes le prêtre. Désoler je vous avez pas reconnu”. Mijne ‘frank’ viel… In stukken (glimlach)

Église Saint-Martin, Langres

Symbool Svastika

Openen

Ken je die momenten waar je iets nodig hebt en het niet vind. Op zoek naar een nieuw kledingstuk, sleutels en waar je dan net ook in tijdnood zit (alle, dat denk je). Willen… Men wilt op deze momenten en meestal vanuit een diepe aanwezigheid van ‘ik moet en wil’. Of een relatie willen… Of hoeveel zwangerschappen zijn er al geweest nadat ouders meerdere malen hebben geprobeerd, tevergeefs en dan na het opgeven… zwanger worden.

Terwijl ik wandel in een schaduwrijk bos, met zijn dansende bomen en zingende vogels, komt op een paar meter vanuit de rechterkant een hert rustig de weg over. Alsof hij in slowmotion beweegt… Zo sierlijk en stevig. Midden de weg kijkt hij me aan… Rustig verdwijnt hij naar links terug in het bos… Een krachtig moment.
De momenten dat ik het bos in wandelde en hoopte… Eerder willen… een hert zien. Dan zie je het niet.
De momenten dat ik de gedachten kan lossen (ego) en vertrouwen dan komt het gewoon naar me toe op het juiste moment.
Wat je dan ontvangt zonder te willen is meer dan wat tastbaar is. Een vreugde die veel dieper en intenser is dan het ‘eureka gevoel’. Waar balans is. Harmonie met al wat is.

Kort na deze gedachten. Wat zie ik… Ja hoor tot 4 maal een hert.
Soms gaat dan in een fractie van een sec door meheen mijn ‘camera’.
Om nog dieper in het vreugde gevoel te mogen indalen, laat ik de camera zitten. Met een open hart gewaarworden. Deze waardevolle momenten ben ik me bewust dat wat voelbaar is nooit door een ander kan ingevuld worden. Ik bedoel dat alles start vanuit mezelf. Als er geen openheid is vanuit mijn hart, mijn buik, mijn bekken… Kan ik niet ontvangen. Alles start vanuit onszelf zonder het buiten ons te willen plaatsen. Geduld, bewustzijn, vertrouwen en tijd nemen spelen hierin een belangrijk rol. Hartverwarmend.

De everzwijnen zijn hier goed aktief geweest. De vele graszoden werden omgedraaid. Stil en met respect voor hun habitat geniet ik van de omgeving.

Morment gaat mijn aandacht naar een resterende kerk- hospital die nog overblijft uit de periode van de eerste kruistocht (1095) en die in 1300 werd geschonken aan de orde van de tempeliers.

Na wat zoeken voor een overnachting kom ik bij Nadine terecht. Er zijn zo van die contacten die onmiddellijk klikken. Waar vragen overbodig is en alles vloeit, een vanzelfsprekendheid is.
Ik help Nadine samen met haar kleinzoon Gabin een polyvalente zaal klaar te zetten voor een avondje theater.
Een plaatselijk talentvolle theatergroep ‘les baladins’.
Warme ontmoetingen. Een plezant theaterstuk. Een zwarte hoed die langs komt voor dhama. Het zien van hoe mensen zich verbinden is een waar genot.
Voor het slapen gaan neem ik samen met Gabin mijn kleren van de waslijn. In de late uren ga ik slapen. Met een warm gevoel slaap ik in.

Chateauvillain

“Une photos pour dans nos archive”, meld een zuster. Een foto met de zusters. Met twee, met drie, wisselen… en hup klaar is kees.

Clairvaux verdwijnt achter de heuvels. Voor mij een immens bos en wat weilanden. De bladeren van de notelaar beginnen te openen
, ze kleuren groen en rood. Een schuurtje, een watertank midden een weiland. Een lange meidoorn haag. Boven mij een helicopter. Nu begrijp ik waarom ik ze zoveel heb gezien.

Ik voel dat het een zoeken is naar evenwicht in mijn lijf. Een voortdurend spelen met het verstellen van mijn rugzak. Attent zijn met mijn lichaamshouding.
Een bos, ik sta stil. Sluit mijn ogen en ga wat gebogen door de knieën staan. Ik laat alles wat rond mij is op me afkomen. Ik buig lichtjes mijn knieën zodat ik me nog wat steviger voel. Ik zak, ik zak. Terwijl ik diep ademhaling. Gaat mijn aandacht gaat naar mij stuit. Ik kantel wat mijn bekken afwisselend naar voor en achter. Wanneer mijn bekken naar achter is, gaat mij aandacht verder naar mijn ruggengraat. Ik rek mijn ruggengraat beginnend vanaf mijn stuit, mijn borstkas til ik ietsje naar boven. Ik voel mijn schouders die zich ontspannen. Mijn rugzak wordt draagbaar.

Links van me de rand van een bos in een heuvelachtig landschap. De GR.
Ik kies voor plat en rechtdoor aan de rand van een ander bos. Het lied ‘de heuvels van Erika’ van Bart Vandenbossche komt in me op. Hi, wat heb ik veel dit lied gezongen. En in mijn fantasie zag ik heuvels vol klaprozen en tarwe waarin de wind speelde. Een jonge vrouw in lichte witte katoenen kledij met borduursel, een strohoed op en een mand aan de arm. Wat genoot ik van dit beeld. Hmmm, alleen waren die heuvels van Bart totaal iets anders, daar kwam ik pas jaren nadien achter. Het is maar hoe je het ziet en geef toe beiden heuvels zijn een streling voor het oog.

De hoge wit-grijze wolken zorgen er voor dat de natuur voortdurend veranderd in contrast en kleurschakeringen. Dieptes en vlakken. In de verte een silhouet van een hert die rustig aan de rand van het bos op zoek is naar eten. Na de sleedoorn en eglantier roos begint de meidoorn haar bloei. De dorpen verwelkomen me met heerlijk geurende seringen.

In Châteauvillain geniet ik van de pelgrimsherberg. Eerst even het huishouden doen. Muziek opzetten. Al kokend dansend in de keuken. Zalig! Na het avondmaal geniet ik van een avondwandeling tijdens het blauwe uurtje en laat ik me verrassen door de kleine straten en pittoreske hoekjes. Een stad die 60 torens telde in zijn vestingmuren van bijna 3 km lang. Zijn uniek zwevend panton aan de lavatory. Zijn verlichte glasramen.

Église Notre-Dame Châteauvillain