Clairvaux

Helleborus

Momenteel wandel ik door een bosrijk gebied met veel hoogteverschillen. Vandaag heb ik me voorgenomen op een korte wandeldag. Mijn fysieke lichaam vraagt wat rust.

Een lange weg tussen wijnvelden en bossen. Mijn aandacht neemt me mee ver weg en toch dichtbij…
Langs de weg Helleborus, Euphorbia en vermoedelijke orchideeën.

Abdij en gevangenis Clairvaux

Clairveaux hou ik halte bij de zusters. Ik bel aan. “Bonjour ma sœur. Avez vous la possibilité pour faire dormir un pèlerin ?”, vraag ik aan een zuster. “Vous avez téléphoner d’avance ? Faut téléphoner d’avance parce que en a que 3 chambres… Cela peut être un problème…”, en zo gaat het verder… ALS er… Wat als… Ik hoor haar (onnodige) bezorgdheid.
Vaak worden er problemen gecreëerd die er niet zijn door niet in het nu te zijn, door angsten of niet bij zichzelf te blijven. Uiteindelijk zijn alle kamers vrij en mag ik overnachten in ‘la bleu’, de blauwe kamer.
Ik leg me languit op het bed en val in slaap. Een kort middag tukje.
In de vroege vooravond bezoek ik de oude abdij en voormalig gevangenis.
De gevangenis telt vandaag nog zestig gevangenen, die levenslang kregen. Velen terechtgestelden komen van het baskenland.
De abdij kent een lange geschiedenis. Groeide in omvang door het groot aantal monniken. En kwam later in handen terecht van Napoléon die deze de andere functie gaf van gevangenis. Het waren ideale plaatsen om mensen op te sluiten. Het was afgelegen en de omvang van de ruimtes zijn heel groot. Toen ik hoorde dat er hier nog in 1971 dertig mensen sliepen op een paar vierkante meters met één toilet (een gat in de grond), de beroemde ‘kippenhokken’, met een lengte en breedte van amper een bed. En mensen hier stierven aan de kou, ziekte en ondervoeding. En dat pas in 1980 de doodstraf in Frankrijk werd afgeschaft (de laatste geëxecuteerde kreeg de giullotine), kreeg ik een misselijk gevoel en werd het tijd dat ik het gebouw verliet. Amper zevenveertig jaar terug, mensonwaardig.

Tryskele

Eglise à Dolancourt , 1874

Ik hoor de sleutel in deur. Laurence komt me een goede morgen wensen. Op tafel een koffiekan, suiker. Laurence haalt nog een pakje uit. Koekjes. “ahhh…”, ik hoor mezelf roepen. Geschrokken. Op de koekjes… La Tryskel.

Een bestelwagen. De bakker. Een vrouw komt naar buiten. Een brede glimlach. Terwijl ze haar hand opsteekt “ça va?”, vraagt ze me. “oui, merci. Et toi !” Verder op de weg voel ik nog een aanwezigheid in mijn rug. De vrouw. Ze zwaait. Ik zwaai terug. Haar spontaniteit raakt me.
Aan een waterbron vul ik mijn fles. Wat een weelde. Zomaar, vrij, langs de weg. Waardevol. Dankbaar.
Al een heel eind ga ik bewust om met het water. Geen dagelijkse douche niet meer. Soms zie ik aan de non-verbal reacties dat mensen dit niet begrijpen.
Dagelijks douchen vind ik echt overbodig, zorgt voor veel waterverspilling en is ongezond voor de huid. Zoals in de goede oude tijd aan de lavabo met washandje. Daar geniet ik van en zorgt ervoor dat ik op een veel bewuster manier omga met mijn lichaam en het water.

Al twee dagen heeft mijn lichaam het wat moeilijker. Mijn nachtrust is diep en kort. Midden de nacht wordt ik klaar wakker en kan ik moeilijk terug inslapen. Mijn lichaam heeft moeite om de dag te starten en ik heb het gevoel niet uitgerust te zijn.

Tijdens een middagpauze in een bar val ik bijna in slaap. ‘knikkebol’.
Ik zoek een kapper. Een deugddoend hoofdwassing en massage. Met een kort kopje kom ik naar buiten.
Terug wat energie. Een bezoek aan de uitnodigende Église Saint-pierre, met zijn prachtig gepolychromeerde beelden. Bar-sur-Aube.
De stad verlaat ik via le col du Saint-Germaine. Pff, het is puffen. Op drie meter afstand sta ik oog in oog met ‘une chevreuil’. Ik denk dat we allebei geschrokken waren van elkaar. Een slang. Blij dat ik schoenen aan had en geen sandalen en de stokken bij heb.
Een bos… Ruimte, zachtheid, énergie… Rust… Mijn lichaam heeft rust nodig.

Église Saint-pierre,…

Dolancourt

Breinne le château

Dienville

Ik open de deur van de wagen, “Bonne journée Marie”, een twee jarig meisje. Ik gooi haar een kusje. Terug naar Brienne-le-Chateau. Een ochtendkoffie, mijn dagboek.

Al neuriënd verlaat ik de stad met zijn kasteel die nu een psychiatrisch ziekenhuis is. Het deuntje volgt me een lange tijd. Mij stokken zwieren vrij wat nonchalant naast meheen. Ik geniet van de ochtendfrisheid na een korte regenbui. Via een rustige (omdat ik geen aandacht schenk aan de weinige wagens) departementale om verder de GR route terug op te nemen. De tuinen staan in hun lente bloei. Kruiwagens, harken… Vers omgeploeterde siertuinen. Ik geniet van het zien hoe mensen hun tuin omploeteren en in contact zijn met de aarde. De moestuinen die er piekfijn bij staan en klaar zijn om de groenten te laten groeien.

Een hels lawaai rond me heen. Helicopters scheren over het bos. Na een bocht, een wagen. Een man staat voorover gebogen. Twee bleke stippen. Een kaalhoofd en een blote kont. Oeps… In achterwaartse beweging neem ik heel stilletjes wat stappen terug. De tijd die de man nodig heeft om rustig te poepen (voor de Nederlanders onder ons, kakken voor de Belgen)

L’Aube

Een wagen komt aangereden. Hij vertraagt. Een venster gaat omlaag. Een niet onknappe man… Jaaa Jasmine… Een knappe man. Hij steekt zijn hand uit…Fruitsap… “Merci. C’ est gentille. Cela donne plus soif après.”” Mes il y a des sucres.”” Oui, c’est juste. Je vient de manger une carotte.” Hij lacht. Hmm schoon ventje. We steken ons hand op naar elkaar vergezeld met een grote glimlach. Flirten is niet mij sterkste kant, gaat er door meheen. (glimlach)

In Amance splits de Camino naar Compostella (GR654) en de Francigena (Rome-GR145). De droge bladeren knisperen onder mijn voeten. De vergezichten in het bos zijn voorbij. Varens groeien sierlijk opwaarts. De laatste kilometers wegen fysiek zwaar. Een lange asfaltweg tot aan Dolancourt is er teveel aan. ‘Ist nog verre?’
Gelukkig vind ik al heel snel een overnachtingsplaats. Een gîte in herstelling na een overstroming van de Landion.

Aarde

Een tv. Het ontbijt. Een stem. Ik draai me om. Op het scherm een jonge kerel. Op zijn hoofd een pet met een symbool…. Tryskel. Ohhh. Het intrigeerde me en zoek onmiddellijk wat verder en dieper de betekenis. Zo passend op mijn weg.

Na het ontbijt vergezel ik Mireille (Mimi-met een knipoog naar mijn moeder.) naar de melkboer om verse melk. (Terwijl ik dit neerpen voel ik nog een moeder, heel groot. Moeder-aarde) Een vrouw en haar twee zonen runnen de boerderij. Hoedje af voor deze mensen die nog op ambachtelijke manier hun koeien melken. Die de durf hebben en misschien ook geen andere mogelijkheden om op deze manier verder te leven, los van wat de groei in hun tak voortbracht. Sowieso mijn pet af naar alle boeren die vaak dag en nacht présent moeten staan voor hun dieren. Waar alle dagen, ook op zondag, te werken valt en ervoor zorgen dat we voeding op tafel kunnen zetten. De aarde.

Ik draai me nog even om, André staat aan het portaal. Ik zwaai. Hij zwaait terug. Un ciel voilé.
De wind is van de partij. Daar ben ik niet ontevreden mee. Links naaldbomen. Door de wind komt de geur vrij van het hars en sijpelt het mijn lichaam binnen. Mijn ogen sluiten. Een diepe inademing. Mijn borstkas zet uit. Ruimte. Mijn buik. Mijn stuit. Energie stroomt door mijn lijf. Ik wist niet dat een neusorgasme bestond. Knipoog.

De velden en zijn gewassen. De maïs die goed vertrokken is om een forse plant te worden. Ik ben echt onder de indruk van de prachtige dorpen waar ik doorheen wandel. De wijnranken/velden beginnen te verminderen. Een stevige maaltijd op de middag is welkom.

Ik verlaat de GR en kies voor plaatselijke landelijke wegen, langs meren en vijvers. ’s Avonds kom ik aan in Brienne-le-Chateau. Een priester wordt opgebeld. Niemand weet wie de sleutel heeft van de pelgrimsherberg. Een kwartier later komt Sandrine, Laurent en Marie me oppikken met de wagen. Ik keer een twee kilometer terug op de weg. Uiteindelijk beland ik in een gezin ipv even een eigen nestje te creëeren.

Église Saint-pierre, Saint-Paul. Brienne-le-Chateau

De uil

De bel. “Entrée”, hoor ik roepen in de verte, Silvie. Een ontbijt bij de burgemeester. “Et tu retourne après chez toi en Belgique ?!”, vraagt Silvie. “je sais pas, tous dépondra de mon corps. Si je retourne, mon chemin s’arrêtera au Mont-Saint Michel”.

Een lange weg midden de velden. De zon weerkaatst op de witte steentjes. De koolzaadvelden staan in hun volle kracht. Een bad van Geel. Een mengelmoes van vogelgezang. Een koekoek. Een valk flappert voor me uit. Een bos. Links ‘le lac du der’. Het ene meertje na het ander. Een poel hier, een poel daar.
Gekwak van de kikkers. Zilverreigers. Ik sta stil en laat mij onderdompelen in de natuurgeluiden. Een blik naar rechts. Een aanwezigheid op de vlucht. Een dof en laag geluid, ver-dragend. Het geroep van de hert. De zwaarte van de poten op de aarde geven me het idee dat het niet gaat om een kleine hert. Gemist. Toch blij wetend dat hij er was.

Voor mijn voeten een lijk. Een uil. Zonder nadenken. Ik neem mijn mes en spontaan snij ik een deel van een vleugel af. Ik spoel ze onder water, aan het eind breng ik handontsmetting aan.
Verder wandelend neem ik de veer in mijn handen. Ik kijk ze aan. Ik voel dat ze stevig ligt in mijn handen. Als een magneet. Alsof we één worden. “Je t’enmene. Je vais te protégée, tu me protégera”,gaat er als een mantra door meheen.

De warmte, de veer, een vlotte stap, mijn hoed. Het is alsof ik plots mezelf in een andere gedaante voel. Een band rond mijn hoofd met een veer. Lange haren. Lange blote benen met een kort bruin leder losvalend rokje. Een aangename gewaarwording. Een oerkracht. Ik voel me net een vrouwelijke krijger die een opdracht te vervullen heeft. Hmmm, ik heb waarschijnlijk teveel van de zon gezien.

Een verloren kruis ten minden de velden. Herdenking. Een spinnenweb. Een vliegtuig. Een buizerd neemt een rechte duik naar beneden.

Een bord ‘au milieu de nulpart’, zo voel ik me, midden het niets en toch… Iets.
Ernaast een symbool met drie afzonderlijke spiralen met elkaar verbonden. Gisteren kwam ik hetzelfde symbool tegen aan een hanger van een vrouw. Het intrigeerde me. Ik zoek het op. ‘Une Triskele’

Église Saint Nicolas en pan de bois, Outines

Église l’Exaltation de la St. Croix, Bailly-le-Franc

Pieta 16de eeuws, glasraam

Aangekomen ben ik blij wat schaduw te vinden onder het portaal van de kerk. Ik spoel de uilen veren af onder stromend water van het kerkhof. En inspecteert ze op eventueel insecten. Wat is ze mooi. Een klein stukje roze huid is nog zichtbaar. Ze krijgt haar plaats op mijn hoed. Na wat rust naar het volgend dorp. Van kerkhof naar kerkhof om heerlijk fris water. Prachtige en waardevolle 16 eeuwse kerken in authentieke bouwstijl ‘à pan de bois’. Hoewel ik hier enkel op 50 km van Troyes ben en de Campaniencis route, gaat mijn voorkeur uit naar dit stuk GR654 tussen Reims en Troyes.
De laatste kerk is de Sint-Jacobskerk van Lentilles. In Lentilles ontmoet ik Mireille en André. Een gezellige avond samen.

Saint-Jacques, Lentilles

Synchroniciteit

l’église Notre-Dame, vitry-le-François

Ontwaken in verse lakens. Wat een luxe. Dankjewel aan de man die mij die luxe schonk.

Voor ik Vitry verlaat ga ik binnen in wat ze hier noemen ‘la Collégiale’ of l’église Notre-Dame.
Aan de buitenkant ziet ze er wat hoekig uit.
Binnen oogt ze heel groot en ruim. Ik wandel door de kerk en laat het geheel op mij afkomen. Ik heb niet het gevoel in een kerk te zijn, eerder in een gerechtsgebouw. Ik voel ook totaal niet de energie van wie ze de naam draagt, Notre-Dame. Integendeel. Een kapel is gewijd aan Jeanne d’Arc. Een tekst slaat in op buikniveau.
‘j’ en appelle à dieu le grand juge’, ‘j’ aime dieu. Je le sers, je suis bonne chrétienne et je voudrais aider et soutenir l’église’.
Een misselijk gevoel komt over me heen. Spanning in mijn hals. Ik loop het gebouw uit. Lucht. Licht. Adem.

Met mijn broekspijpen aan en mijn zon gebrande kuiten en na een lange ochtendpauze verlaat ik Vitry le François via de nationale, een drukke baan. Gelukkig een kort stukje. Een oude route brengt me onmiddellijk onder de bomen en tovert vogelgezang. Net een magische wereld naast de ruwe wereld van snel racende wagens en vracht.

De bomen tussen de velden zijn schaars. Op het kadans van mijn tekenpincet die tikt tegen mijn buideltas zet ik mijn stappen. Stap voor stap voor stap… kilometers ver. Net over de grond is de warmte zichtbaar en zorgt ervoor dat rechte lijnen golvend worden.
Mijn telefoon. Het rinkelt. Liudmila verschijnt op mijn scherm. Een fijn gesprek, een wederzijds delen. Blij van haar stem te horen. Deugddoend en wat ben ik blij haar meter te mogen zijn. Dankbaar.

Een rustig dorp. Een bank. Een boom. De kerk. Een kerkhof. Een vrouw komt de trap opgewandeld richting de bank, op weg naar het kerkhof. We praten een lange tijd met elkaar over de weg. De overnachtingen, vertrouwen, geloof in de bredere zin… De man komt ter sprake die me gisteren de hotelkamer betaalde. Ze kent hem. “Je sais pas Anne-Marie. Le monsieur étais là. J’ai accepté l’offre. Je me suis même pas poser de question. Au fond de moi il y avais l’acceptation totale”…. Anne-Marie brengt me later een vruchtensap en heerlijke sappige sinaasappel.
Mijn adem vult mijn lichaam. Ik voel me zakken in mijn lijf en vol worden. Mijn hart is, voelt ruim en vrij. In de verte zie ik Anne-Marie water geven aan een graf. Ze sluit het hekken. “je vous emmène dans mon cœur sur le chemin Anne-Marie”.

De warmte haalt mijn energie naar omlaag. Rustig aan. Ten midden de velden sur un Mont aan een herdenkingssteen. Een wijds uitzicht, tot 6 dagen terug zichtbaar…ik voel me net een zandkorrel op die grote immense aarde.

Vlinders fladderen per twee rond mee heen. Prachtig om te zien met welke snelheid en synchroniciteit ze elkander volgen. Het doet me denken aan de zaligheid van vrijdansen zonder elkander aan te raken. Ik voel mijn in beweging komen. Zacht, subtiel, levendbewegend…

Spoor

Saint-Germain-la-Ville

Mathieu Olivier

Ik sluit het tuinhuis waar ik een heerlijk nacht heb gehad. Even tot bij de eigenaar om te danken. De bel. De man komt gehaast aan. “Merci pour votre hospitalité monsieur”,terwijl ik hem de hand geef. “bofff, c’était rien”, terwijl hij zich al half omdraait. De man houdt een chambre d’hôtes open.

Naar het dorp. Het is zeven uur in de morgen. Een vrouw komt aangereden. Parkeert zich en loopt voor me uit naar de bakker. Gehaast.
De bakker. Man en vrouw hebben woorden. De bakkerin laat iets vallen. Mist in het cijferen.
Buiten drink ik rustig mijn koffie en neem ik mijn ontbijt. Een poort gaat open. Een auto rijdt uit. De bakkerin begint haar ronde. Wat verder stopt de wagen. De zijdeur stond nog open. Gehaast.

Ik stap rustig een zonnige dag in. In een dorp vraag ik of er plaatselijke handelaars zijn. “Tous les artisans sant groupé madame au font de la rue. Il y a un centre… ‘Een grootwarenhuis'”, weet de vrouw met een zachte stem me te vertellen.
Het wringt binnenin. Ik heb geen keuze, zoniet heb ik geen voeding voor de dag. Sedert dat de grote ketenen zich geïnstalleerd hebben aan de rand van dorpen en ondertussen aan een snelheid overal bijbouwen, hebben de kleinhandelaars geen kans tot overleving in deze economie. En allen hebben we hier ons aandeel in, ook ikzelf. Het gemak van alles samen te vinden om tijd te winnen ten koste van kwaliteit en menselijk contact.

La Chaussée sur Marne

La Marne

Op een gegeven moment sta ik met mijn twee voeten op een treinspoor. Uitkijkend naar een oneindig punt. Voor me zie ik beelden. Mannen, vrouwen, kinderen. In de hand valiezen. Stille stemmen. Slepende voeten. Mensen die naast elkaar lopen steunend en ondersteunend. Ik blijf nog even staan. Vogels halen me terug. Ik verlaat het spoor. De stemmen verdwijnen. Ik besef dat ik de vrijheid heb van het spoor te stappen. Velen hadden dit niet.

Saint-Amand-sur-Fion

Een lange tocht doorheen een open landschap. Velden in verschillende groen tinten. Af en toe nog wat wijnranken. Wat groeit die snel. Iemand vertelde me dat deze ook ’s nachts blijven groeien. In Saint-Amand-sur-Fion weet ik de frisheid van de kerk met zijn voorportaal te appreciëren.

Mijn avond eindigt in Vitry waar onverwachts iemand mij meeneemt naar een hotel en er mijn hotelkamer betaald. Even een eigen luxe nestje na een vermoeiende weg is welkom. Ik zet de tv aan. Jean Reno. Ik blijf kijken. Le Vel’d’Hiv. Waar de grootste deportatie van Joden is gebeurd in Frankrijk tijdens de tweede wereldoorlog. En waar menigte Fransen hieraan hebben meegeholpen. Ik denk terug aan deze namiddag. Het spoor. De naam Jeruzalem komt binnen.

La pureté

Zeven uur in de morgen. Rechts Gilles, links zijn vrouw. Ik steek mijn hand op en maak een grote zwaai naar rechts. Mijn wandelstokken zwierend naar voor.
Op aanraden van Gilles volg ik het kanaal. De GR route komt langs les marais die momenteel nog een deel onder water staat. De boeren kunnen er momenteel nog niet op het land om deze te bewerken. De Marne is lange tijd uit haar oevers gegaan. Een specht maakt zijn tromgeroffel. De temperatuur is al hoog. Een fietser steekt me traag voorbij “bon courage”. Een volgende “bon voyage”. Deugddoend.

Kathedraal Châlons en Champagne

Kathedraal Châlons en Champagne

Châlons en Champagne

Jeanne d’Arc

Bij iedere stap voel ik intens de aarde. De Aarde, waar ik dagelijks mag op ontwaken. Waar schoonheid iedere dag aan je voeten ligt. In kleine dingen, in eenvoud. Dans toute ça splendeur et simplicité dans la pureté de chaque jour. Bewust stappen in het leven. Waar tijd en ruimte geen betekenis hebben ook al leven we en worden we elke minuut ermee geconfronteerd in onze omgeving. En waar jezelf de vrijheid hebt er al of niet aan deel te nemen. Het bewustzijn, dat het leven meer is dan mijn tastbare lichaam. Dat bij iedere stap er ook verbinding is met het hogere. Mijn lichaam de mogelijkheid brengt contact te hebben tussen en de aarde en het hogere, het onzichtbare voor de één, zichtbaar voor de andere. We alle waardevolle wezens zijn die hier even langs komen.
Als ik terug denk aan alle mensen, wezens die ik al heb ontmoet. Dan kan ik alleen maar mijn beide handen naar elkaar toebrengen en een ingetogen neerwaartse buiging maken.

Op de weg, in het leven staan zonder maar iets te willen neerzetten. Gewoon er zijn. Observeren zonder iets te willen invullen, zonder interpreteren. Zien met je hart. Gewoon, ‘Het Is’. ‘Dans l’esprit du chemin’ met vertrouwen en geloven dat wat komt is en zal zijn. Wat voelt dit goed en vrij.
Zo voelt mijn weg. De ene ontmoeting na de andere.
Een mens, een reiger, een zwaan. De vlinders, hommels, bloemen. De zon, water, lucht…

De eerste warmte verschijnsel is zichtbaar op mijn scheenbeen. Rode plekken. Mijn kousen gaan over mijn schoenen en zorgt op deze manier voor wat luchtcirculatie. Een klein jeukende blaartje op de dikke teen, zegt hallo.
Een aangename tocht langsheen les marais en kanalen. Een middagpauze in Châlons en Champagne zorgt ervoor dat ik wat groenten en fruit kan aanschaffen. Kiwi, tomaat, avocat.
’s Avonds mag ik een nieuw tuinhuis ingehuldigen.

Pierre

“Bonjour bien dormis” vragen we elkaar. “Ah, si j’aurais u la petite valise de Josephine Ange gardien je mettrez le matelas dedans”. Een blij gezicht.
Een gezellig babbel aan de ontbijt tafel. Een wederkerig delen en ontvangen.
” Merci beaucoup pour le petit déjeuner et…”, in kano “et pour la compagnie”. Pierre.

Na het bos blijf ik even staan en neem ik de tijd om de omgeving in me op te nemen. Een kraai. Vogels zingen in het rond. De wind die af en toe mijn oren streelt. Het lang gras danst heen en weer. Voor mij een vergezicht. Wijnranken. Een witte wagen. Een vrouw die zich verplaatst van links naar rechts. Aan haar zijde een trouwe vriend. Een herdershond. Verder een dorp. Nog verder de autoweg. Wanneer ik mijn ogen focus op de horizon, zijn de wagens net mieren die heen en weer hun baan afleggen. Een snelheidstrein, net een slang in het landschap.
Al neuriënd zet ik mijn weg verder. Een citroentje fladdert mee op mijn linkerkant.

Met een intense gewaarwording van gedragen worden, wordt ik me bewust dat er iets veranderd is in mij zicht. Alsof mijn ogen ruimer geworden zijn. Terwijl ik stap voel ik een aanwezigheid in mijn rug en terzelfde tijd, een kracht, iets die me verhinderd om mij om te draaien. Het verleden is voorbij komt erin me op. Mijn nieuwsgierigheid is te sterk. Ik sta stil. Neem een diepe ademteug en draai me om. Niets. Natuurlijk niet Jasmine, had je iets verwacht, ik voel mijn ogen wat samenknijpen van vreugde. Stilstaand onder een bloeiende boom blijf ik gewaarworden. Op de grond weerkaatst het licht in het water. De zin ‘men geeft terug aan de aarde wat van de aarde is’, gaat door me heen. Ik stap verder en laat toe wat is. Ik voel ruimte. Een open borstkas. Ik zie, voel. Ik ontvang en aanvaard. Even komt twijfel in me op. Een buizerd. Dank je.

Een pauze onder een afdak. Voor me een bord einde dorp ‘Billy le Grand’ eens wat anders dan Billy the kid. Ik laat mijn voeten wat lucht scheppen en laat mij tenen verschillende bewegingen maken. Stond er een aangezicht opgetekend, dan zou het glimlach zijn.

Alloooo, wie oooo wie

Hermione

Opvallend geel-groen water. Bewegend, als Zilver parels. Een vrouw van tachtig jaar wandeld een stevig ritme met me mee. Haar hond ‘Hermione’ trekt ons voort. Een gesprek over zorg dragen van de natuur. Azijn, soda, bicarbonaat, Marseille zeep versus de vele massaal soorten zeepproducten.

’s Avonds bel ik aan bij Elisabeth en Gilles. De deur is amper open. Een vraag stellen was overbodig.’ Entre… ‘

Vraux

Champagne

Basilique Saint-Remy

Ik verlaat Reims via de GR route. Persoonlijk vind ik deze veel interessanter dan via de Sint-Jacobsroute. Ze brengt je me via de basiliek Saint-Remy, oude abdij en art-déco huizen. Een paar honderden meters verder kom ik terug op de Sint-Jacob route langs het kanaal die l’Aisne à la Marne verbind.

Een grootstad binnenkomen en verlaten gebeurt meestal via industriezones. Zelden zag ik het anders. Soms kan het storend zijn. Afhankelijk waar ik mijn gedachten op focus. Een fabrieksgebouw kan plotseling een andere uitzicht krijgen wanneer ik kijk naar de geometrische vormen en kleuren. Zo gaat het in het leven, niet! Je heeft er zelf kleur aan of blijft in de somberheid. Stilletjes aan verdwijnen de geluiden van de stad op de achtergrond tot ik enkel nog vogels, voetstappen en fietsen hoor. Ik focus me op mijn ademhaling, voetstappen en houding. Mijn scheenbeen doet wat pijn. Mijn aandacht gaat naar mijn bekken. Door de rugzak wordt mijn bekken regelmatig naar voor geduwd waardoor mijn onderrug begint pijn te doen alsook alles wat ermee in verbinding staat.

De Camino verlaat het kanaal

Pas na tien kilometer verlaat ik het kanaal, twee kilometer asfalt om dan tussen de wijnvelden te belanden. De autosnelweg en treinllijn verdeeld de regio in twee waarin ik de laatste dagen aan het wandelen ben geweest. De ene kant open velden… Koolzaad en gewassen. De andere kant, Champagne wijngaarden. De weg stijgt. Mijn rugzak wordt wat gelost zodat mijn rug recht kan blijven bij het stijgen.
Overal staat ergens een witte camionet ten midden de wijnvelden. Hier en daar man of vrouwkracht. Dichtbij een paard en zijn baas, Saumur en Ceril. Aan de wijnranken hangen bruine plastieken kleine bakjes. Hormonen voor de insecten. Het zorgt ervoor dat de sexuele behoefte van de mannetjes uit hun evenwicht geraakt naar het vrouwtje zodat er geen voortplanting kan gebeuren. Zo worden de druiventrossen preventief beschermt.
Ceril vraagt me waar ik heen ga… “Ce n’est pas le plus court chemin que vous prenez. Par l’Allemagne c’est plus court.” Iets wat ik regelmatig hoor… De lengte van de weg.. “Une fois en route les kilomètres non pas d’importance.” “Merci Ceril au revoir Saumur”. “Bonne route et bonne chance”, roept Ceril terwijl hij zijn hand opsteekt.

Een hond gaat liggen. “Passer il n’ est pas dangereux, n’est pas peur”, zegt een man met een wat autoritaire stem. “Je préfère lui attendre et lui laisser la place. Je n’est pas peur c’est plutôt le chien qui a peur. Et je préfère être m’efiont aux animaux qui en peur.” Een bevestiging komt van zijn jong baasje.

Un bar, plaatselijk café. Paars en rose, kleuren het interieur. Geen achtergrond van muziek. Vijf mannen aan de contoir. Drie mannen steunen hun armen op de contoir. Hun hoofd en bovenlichaam kan nog net gedragen worden. Woorden en zinnen hebben geen inhoud meer. Een zin klinkt in mijn oren, ‘Un claire de l’une à Maubeuge’. Lange stiltes ertussen. Bizarbizar.

De vergezichten zijn prachtig. En diegene die naar Compostella gaat via de asfalt weg heeft even ongelijk. Een klein stukje GR kan geen kwaad integendeel. De beloning is groot. De afstand Gent-Reims was twee dagen langer dan Namen-Reims. Dus daarvoor moet je niet laten.

Mijn avond is gevuld met ‘un polar’ sur la 3, intrigerend. De gastheer, een man van 78 jaar is in geslapen gevallen voor de tv. Het doet me denken aan de avonden met mijn grootmoeder. Ook de huiselijke geur brengt me terug in de tijd. Het is net alsof ik hier met mijn grootvader zou zitten. Alleen zou hij mijn vader kunnen zijn. Ook deze namiddag werd ik even terug gefloten in gedachten naar mijn vader. Ook al ben ik het niet eens met zijn gedrag en waren grenzen trekken noodzakelijk, ik zie hem graag. Een goed gevoel vanbinnen, geen wrok, geen rancuneusheid, geen kwaadheid. En daar ben ik fier op dat ik dit kan. Het hoeft niet of/of te zijn. Het kan absoluut ook en/en.

Viola odorata, maarts viooltje