Reims

Reims me niet onbekend. De eerste keer was ik hier in 2014 op weg van Namen naar Compostella. 2015 vertrok ik met de fiets van Gent naar Vézelay. En nu terug te voet van Gent naar Assisi, Rome en Compostella en wie weet… Het fietsen was mijn ding niet vooral wanneer je het pelgrimeren in de letterlijke zin wenst te beleven.

Reims, ik geniet van de zondagse rust in de stad en de gesloten winkelstraten. Niet enkel de kathedraal is prachtig om te zien – de gesculpteerde façade aan de buitenkant en zijn glasramen binnenin oa van Chagall –
ook de prachtige Art Déco gevels oa deze van de cinéma genoemd ‘opera’.
Een overnachting en lichamelijke rust bij de zusters Clarissen is deugddoend. Les laudes, vigiles, les adorations en een misviering waar de liederen, de zang en dans me weten te raken. Twee mannen achter zingen met een warme stem mee. Ik voel me gedragen door de stemmen, voor de eerste keer door een mannenstem. Een traan rolt langzaam over mij wang.
De klederdracht van de zusters spreekt me aan. Beige, witte, crèmekleurige tinten. Een dik touw met houtenpaternoster. Eenvoud siert. Nog zesentwintig zusters samen… een zeldzaamheid geworden.

Glasramen van Marcel Chagall

Mijn voeten appreciëren de rust en vrijheid van de wandelschoenen. Ook mijn lage rug. De zware dag en vele kilometers van gisteren waren goed te voelen.

Reims heeft me het gevoel van op een nieuw punt te staan. Alsof pas hier mijn tocht begint.
Mijn schoenen staan klaar en hebben een laagje vet gekregen. Ook deze hebben aandacht nodig als je droge voeten wenst te houden. Mijn rugzak is een 800 gram lichter geworden.
De klokken luiden en roepen … Tot morgen allen.

Rondom de kathedraal

Sint-Jacob kerk – Reims

Cinéma ‘opera’

Epileren

Ontwaken onder een immense muurschilderij over piloot Jean Mermoz. Een van de eerste piloten die overzeese post bezorgde en goede vriend van Saint Antoine de éxupery. Mr. Memoz zou hier hebben gewoond. Mainbressy.

De zachte zoete ochtendgeur komt mijn neus strelen. Vogels zingen een concert. Een stralende zon. De meidoorn begint haar bloei. Een witte koe, la Charolaise staat me aan te kijken. Geen enkel wagen te bespeuren of te horen. Rust. Puur natuur. Twee ezels die de prille lente figuurlijk beleven. Een koekoek. Een specht.

De vergezichten zien er oneindig uit. De hommels zoeven van het ene bloem naar de ander. Hun pootjes vol stuifmeel. Een wei langs de weg staat vol bloeiende boterbloemen en in het bos een tapijt vol speenkruid (thx Hilde) . De klok van de kerk van Chaumont Porcien slaat 11u. De lucht is zo puur dat ik bijna het idee al zou kunnen hebben hoog in de bergen te zijn. Ik ben nog veraf. Het beloofd. Een haan kraait. Twee gevechtsvliegtuigen komen even de rust verstoren.

Alexandre en zijn koeien ‘Charolaise’

Op de markt in Chaumont Porcien een wandelkaart. Roze, groene, blauwe, volle, stippellijnen… Een lus. Een lange weg via de GR122 en een mogelijkheid tot een kortere, de andere helft van de lus. Die is voor straks eerst een klim in een bos, die deel uitmaakt van een pelgrimstocht hier in het dorp. Wat didactisch materiaal. Waarvan één een spiegel. Wanneer je ervoor staat lees je het volgende, ‘Vous aimez la solitude ?’…dat ben je uiteindelijk nooit. Ik maak terzelfde tijd gebruik van de spiegel. Een spiegel waar zelf geen bril voor nodig heb. De epileertang. Haha, stel je voor je epileren midden een bos op een pelgrimsheuvel, waarom niet. Kroatië zijn doet geen zeer. Op het bewuste kruispunt kies ik dan voor de kortste kant van de lus. Bij de eerste stappen begint een binnenpretje. De keuze typeerd nu echt wel mijn karakter. De korte weg is dus blijkbaar de pittigste. Tientallen meters in stijgende lijn. Kort en krachtig. Of mocht het lang en zacht zijn. Het laatste is idd. de weg naar waar ik evolueer. De pittige had ik even nodig om me eraan te herrinneren. Al lachend en met vreugde blijf ik met kleine stappen stijgen. Wat een cadeau dat ik mezelf heb gegeven eenmaal op de top. Prachtige vergezichten.

Het landschap is één groot veld aan schakeringen van groene tinten. Op een hoogte neem ik even een selfie film op. Hmm, dit voelt bizar en onwennig. Pauzes aannemen is niet echt mijn ding. De vergezichten zijn immens dat zelf de horizon niet te bespeuren is. Op 180° rond mij tel ik wel 150 windmolens. En in een cirkel van 360° 7 nieuwe worden er gebouwd.
Recht voor mij in de verste verte, één blinkend punt. Doet me denken aan het spel die ik speelde toen ik klein was met spiegels. Of wanneer ik iets blinkend had in de klas en ik de zon probeerde te vangen om te reflecteren op het bord. Hmm, ik durfde wel eens een beetjeveel sloeber zijn (knipoog).
Het klinkt misschien vreemd maar het is alsof het lichtpunt mij roept. Mijn nieuwsgierigheid wordt gewekt. Ik neem Google maps en trek een rechte lijn in de kijkrichting op de kaart. Reims. Ik kijk op. Verdwenen. Ik sta op een kruispunt van veldwegen. Door de werken is geen enkel wegteken nog te zien. Ik volg het lichtpunt.

Ik verlaat de GR122 naar de GR12 om dan uiteindelijk op de GR654 terecht te komen. De laatste is de weg die me rechtstreeks naar Spanje zou kunnen brengen. Op bepaalde plaatsen zie ik de schelp van de Campaniencis, de Pelgrimsroute die Rocroi en Vézelay met elkaar verbind en het verlengde is van de via Monastica. Vier jaar geleden wandelde ik hier tijdens mijn eerste pelgrimstocht. Sedertdien is pelgrimeren gewoon een deel van mijn leven geworden.

Balloner

Ik breng de sleutel terug naar ‘la mairie de Plomion’. Een lange dalende weg neemt me mee naar het eerst volgende dorp, Bancigny. Tot mijn grootste verwondering staan veel kerken hier open. De Sint-Nicolaas kerk is een prachtig klein kerkje. Een schitterend gesculpteerde doopvont. En wat gepolychromeerde beelden.

Sint-Nicolaas, Bancigny

Wat verder de Saint-Martin kerk in Jeantes. Een heel bijzondere kerk. 400 vierkante meter frescos gemaakt door Charles Eyck een Nederlander. Bekleden de muren. Bijzonder hedendaagse glasramen. Een pareltje. Op een bord langs de weg ‘route des églises fortifiée’, nu begrijp ik waarom de deuren openstaan.

Mijn rugzak weegt zwaar vandaag. Mijn lichaam is wat aan het protesteren. Waarschijnlijk het gevolg van een geen zo een goede nachtrust. Voor mij in de gracht een buizerd. Ik bevries. Ik hoop dat hij mij niet ziet. Niet dus, hij vliegt weg. Nieuwsgierig ga ik kijken, vermoedelijk had hij een prooi. Ja hoor een haas.

In Parfondal begint het wat te druppelen. Een dreigende lucht. ‘Even wachten aub. Ik zal wat sneller wandelen en jij hebt een beetje geduld’. Yes, net op tijd en het begint nu toch zo te gieten en gedonder. Ik blijf hier in dit pittoresk en één van de mooiste dorpen van Frankrijk tot de regenbui over is. Een bezoek aan de versterkte kerk Saint Médard.

Ik wandel vandaag van la Picardie naar la Champagne Ardennes. Wie zegt dat het noorden plat is, heeft het echt wel mis. Valloner noemen ze dit hier (ik dacht altijd dat het balloner was, lijkt logischer 😊) val of bal… Je suis balloner, mijn voeten en rug kunnen het wel vertellen. Na de regenbui wandel ik nog twee uur. De laatste klim was er eventjes teveel aan. In een zaal van Mainbressy val ik als een blok in slaap na eerst mij schoenen te hebben onderhouden.

Plaisir d’amour

Ludmilia is vertrekkensklaar om naar school te gaan. ‘Merci, pour avoir prêter ton lit. J’ai très bien dormi’, fluister ik in haar oor. We geven elkander een zoen. Met een grote glimlach had ze gisteren haar bed aan mij afgestaan. Weigeren was geen sprake.

Ochtenddauw. De waterdruppels blinken als zilver. In de berm Primula. De dag begint goed een fikse stijging en is onmiddellijk voelbaar in mijn kuiten. Amai, wie zegt dat het noorden plat is! Het is zweten. De koeien in de wei komen naar me toe rennen. Koeien zijn heel nieuwsgierige dieren, terwijl ik met hen sta te praten proberen ze dichter te komen. Ik probeer er een te strelen, oeps dit zijn ze blijkbaar niet gewoon.

In de dorpen ruikt het naar pasafgemaaid gras. Een man komt me tegemoet. Hij duwt een overvolle kruiwagen voorruit. Hij stopt en blaast uit. ‘Pfffff, c’ est lourd’, vertelt hij me. Wanneer ik terug verder stap, hoor ik hem om de zoveel tijd zijn kruiwagen neerzetten. Hij gaat duidelijk over zijn grenzen.

Een terreinwagen steekt me voorbij. In de verte hoor ik hem plots vastzitten. Terwijl ik het pad afdaal hoor ik de ene vloeken tegen de ander. “Je vous invite à pieds cela va plus vite” , roep ik van aan de andere kant van de prikkeldraad.
“Ta de’ tuutttt’ (censuur). De la ferraille de…. ‘Tuuuuttt’,roept de jonge gast in het wildeweg.
De oudere man kijkt of hij me kan zien. ‘C’ est la ferraille ou la mains d’œuvre’, zeg ik al lachend. ‘Il vient d’ acheter la pâturage. Il la connais pas encore. ” Bhen maintenant si”, zeg ik al lachend. Terwijl de een een Traktor is gaan halen. Blijft de ander en kunnen we nog wat lachen om de situatie. Oef… want de start was anders.

Een kauw

Een wei. Een kooi. Een omheining. In de kooi iets zwart, een vogel. Ik kan niet echt uitmaken welk soort. Wat het ook moge zijn, het dier zit gevangen. Ik zoek naar een opening in de omheining. Mijn nieuwsgierigheid is groot. Ik kijk rechts en links om te zien of niemand mij gezien heeft. Ik stap naar de kooi. Een kauw in het middelste vak met twee voederbakjes. Hij dient als lokaas. Vriend, wat je hier ook doet, dit is voor mij niet oké. Ik open het deurtje zodat hij kan ontsnappen. Komaan… hop hop… Yes, eruit. Een levend wezen dient niet in een kooi te zitten en zeker niet als deze als lokmiddel voor een andere kauw moet gaan dienen. Vogelvrij, ik blij.

Een fikse noorderwind is van de partij. Tussen de percelen grond volg ik een aarden weg die me van het ene kleine dorp naar het andere brengt. Rondom wijdse zichten. De wegen zijn modderig… Het is ploeteren. De wandelstokken doen goed hun dienst. Ze zijn best handig om de diepte te meten van de plassen en voor mijn evenwicht. Na twee uur voel ik de moeheid in mijn benen. Het vraagt veel concentratie en aandacht. Aan de andere kant geniet ik er enorm van. De geschenken komen één voor één naar me toe. Van jonge herten naar een volwassener met zijn prachtig gewei. En hoewel de boswachter tussen ons beiden wandelde zonder aandacht voor het tafereel, voelde ik een enorme blijheid en verbondenheid. De buizerds vliegen in het rond. De jonge herten verplaatsen zich in groepen van 2 tot 5. Ondertussen gaat het ploeteren verder. De geuren van de natuur zijn overweldigend. Ik open mijn armen en breng deze in een grote bocht naar voren en terug naar mijn borstkas. Met een zacht en wijd gebaar doe ik dit een paar keer. Telkens haal ik diep adem en breng het maximum van de geur van de natuur naar me toe en dompel ik me onder. Een waar festijn. Zoveel schoons die ik mag ontvangen van de natuur.

Vroeg in de namiddag kom ik aan in een dorpje. Een kerk, gras, ik plof me neer. Een man begint het gras om te maaien. Pff, ik ben zo moe dat ik deze hoor verdwijnen op de achtergrond. Een korte diepe slaap.

Terug fit op pad en met moed om nog wat kilometers te wandelen. Het aankloppen ’s avonds bij mensen gaat heel vlot. Aan de eerste bel heb ik vaak al geluk wanneer ik me laat leiden en vertrouw op mijn gevoel. Net zoals nu. Een gezin met 3 kinderen, een vierde is op komst voor de kerstperiode. Ik ga met Julie mee op boodschappen. Een supermarkt, het voelt vreemd. Zoveel keuze dat ik er verloren in loop. Ik neem een taart mee en betaal de helft van wat op de band ligt. En voor de kleine en grote kinderen… Een kindereitje voor als extra. Ik ben verzot op die verrassingen. Mijn klein meisje (knipoog)

Mont-blanc

Bonjour !’ De keuken ten huize Marie-christine en Xavier. Een gedekte tafel. ‘Il a encore u une bonne averse hier soir’, weet Marie-Christine me te vertellen. Mijn gedachten gaan even naar de merel van gisterenavond. Een fijn gevoel.

Xavier vergezelt me tot langs het kanaal en wensen elkander een ‘buen camino’. Binnenkort vertrekt Xavier voor de eerste maal naar Santiago. Opvallend, bijna iedere avond heb ik overnacht bij mensen die iets met de camino hebben.
De natuur ontwaakt. Een dikke mist hangt over de velden. Kilometers wandel ik langs een prachtig natuurgebied. Een grote verscheidenheid vogels, de één al wat meer gekend dan de ander. Zilver reigers vliegen voor me uit. Af en toe restanten van bunkers. Een regio die sterk werd getroffen tijdens de eerste wereldoorlog.

Een hond komt aangewandeld. Het baasje wat verderop. Ik voel me eventjes in mij oude patroon stappen… achterdochtigheid, voorzichtigheid en angst. Gelukkig, heel snel bewust. Ik hou een halt. Breng mijn stokken onder mijn arm. ‘Bonjour petit chien. Vient, vient me dire un bonjour. T’ es belle’, spreek ik de hond toe.
De vrouw, het baasje van de hond. We spreken elkaar aan. ‘Oh, elle est gentille. Elle aime bien tes bâton. Elle s’ appelle Mont-blanc’.
Een vraag. ‘Ou allez vous’? Wanneer ik in het kort de beschrijving doe… Zie ik eerst de verwondering… Nadien komt een fonkeling in haar ogen.
Het licht in de ogen van de mensen mogen zien is zo waardevol en hartverwarmend.
Net deze kortstondige ontmoeting. De medemens ontmoeten op het juiste moment in het moment heeft zoveel betekenis. Een verbinding en voorbeeld dat we elkander nodig hebben. Zonder verplichtingen, zonder zich op te dringen, zonder moeten. Gewoon eenvoudig er zijn en ‘Zijn’ in het nu.

De eerste teken.

Vroeg in de vooravond kom ik aan in Hannapes. Naar ‘la Mairie’. De burgemeester neemt me mee naar de kantine van het voetbalterrein.
Een uur later komt hij aangereden met een diepgevroren stokbrood, een doos ravioli en een doos makreel. Ondertussen heb ik de kantine wat schoongemaakt. De afwas gedaan en de voetbal kleren van de jeugd die nog in de wasmachine zat aan de lijn gehangen.
Voldaan van de prachtige dag en met een kaarslicht in een hoek, geniet ik nog van de avond.

Le Flamisch

Langzaam ontwaakt het huis ten huize Paul, Magalie en Alexan. Ondertussen hou ik mijn dagboek bij en vul ik mijn rugzak. Terwijl Paul en ik aan de ontbijt tafel zitten praten, geniet ik van de warme en prachtige stem van Magalie in de badkamer. Op een zondagsritme vertrek ik laat in de voormiddag samen met Magali en een buurvrouw. Samen op stap. Een kilometer verder scheiden onze wegen. Une embrassade. Een warme ontmoeting.

Een paar kilometers verder heb ik het geluk een groentewinkel en bakker te hebben, nog voor ik het bos van Mormal in stap. De rugzak gaat al snel een kilo meer wegen.

Madelief, witte en paarse dovebrandnetel, Muscatine staan zij aan zij langs de wegen. Vlinders fladderen heen en weer. Citroentje, Atalanta, dagpauwoog…

Een rust heerst over het bos van Mormal. De everzwijnen hebben hier deze nacht fiks wat graszoden omgedraaid. Een jong hert kan ik even spotten. In sta een lange tijd stil en luister naar de vogels rondom me heen. Het getimmer van de specht op de voorgrond. Het geluid van een vliegtuig hoog in de lucht, het deert me niet.
Mijn lichaam doet het goed. Af en toe wat kleine ongemakjes die mijn aandacht in een fractie van een seconde opeisen en waar ik heel snel hun aandacht parkeer.

Mado in de krant

In het midden het bos, een dorp. Loquignol. Een café. Op de muur buiten staat ‘le Flamisch’. Ik dacht bij mezelf een woordspeling voor de Vlaming. Hmm, ik had het duidelijk verkeerd. Dit is het plaatselijk woord dat ze geven aan de kaas ‘le Maroilles’. Een fijne babbel met Mado. De eigenares van het café. Bij het vertrekken vergezeld de vrouw me tot op de stoep. Met haar armen gekruist wenst de vrouw me een goede reis. Ze steekt haar arm op als een mama die uitzwaait op een morgen dat je naar school gaat. Een klein gebaar, zo deugddoend op de weg.

Terug het bos in. Ik ontmoet een vrouw Christine en haar hond Lola. Een lieve hond van 4 maand komend uit Spa (dierenasiel). ‘Je vous invite ?’, vraagt de vrouw me. Ik voel even wat het bij me doet. ‘Je vous remercie madame pour le proposition. Je préfère continuer. Le temps est agréable et j’ en profite encore un peut.” Bon courage ! ‘

Rond de vroege vooravond hoor ik de merel zijn gezang. Hij kondigt regen aan. Herkenbaar van lang geleden, toen zij mijn vader altijd ‘ il va pleuvoir’. Laat op de avond regent het.

De grens

Quievrain

Ik daal de trap af. Père Bruno komt net terug van de bakker. Verse ontbijtkoeken. Het ontbijt. ‘Un tête à tête’ . Voor mijn vertrek doe ik nog de afwas. De voordeur. Draai me om en ik kijk even om me heen als teken van afscheid en dankbaarheid.

België verdwijnt achter mij. De grenslijn. Links… Reklame borden, neon lampen, sigaretten, drank, casino’s…België. Rechts… Frankrijk lege façades.
Via de GR gelegen op de grens ontsnap ik aan de niet aantrekkelijke grensstad.

Een dier huppelt in de verte. Een wit kontje gaat op en neer. Twee lange oren zijn zichtbaar aan de horizon. Een haas. ‘Ga maar kleine, ga maar’, vertel ik hem in gedachten.

Mijn tas trilt… Allé mijn telefoon in mijn tas. ‘Welkom in Frankrijk… Overal waar je bent gebruik je hetzelfde tarief’, de operateur. De gsm onontbeerlijk denk ik wanneer je alleen op stap gaat… De moderne pelgrim. Hoe deed de pelgrim dit lang geleden, stel ik me de vraag. Waarschijnlijk waren wel veel meer mensen te zien op landelijke wegen wandelend tussen verschillende dorpen. Vooral in de periode waar geen fiets of ander gemotoriseerd voertuig aanwezig was. In tijden waar tijd niet echt een rol speelde en tijd het leven nog niet overmeesterde.

Jonge merels laten hun gezang horen en proberen hun evenwicht te houden op de elektriciteitsdraad.
Op een paal, een Sint-Jacob schelp, teken van een plaatselijke wandelroute en een GR teken. Verleidelijk om de schelp te nemen. Eerst de andere kant op.

Jacobswegen zijn korter dan GR routes wordt soms wel eens gezegd. Jacobswegen hebben dan ook veel meer asfalt, wat dan néfast is voor de benen en vermoeiender. Je kan dan soms ook wel eens een cirkel wandelen rond een dorp om de kerk niet te vergeten. De GR paden nemen je meestal niet mee in dorpen of langs gemotoriseerde wegen. Zorgen meestal voor zachte ondergrond. En een ommetje rond om het voorgaande te vermijden is dan ook niet uitgesloten. Dan heb je de plaatselijke wandelroutes waar de inwoners hun ontspanning nemen en er prachtige soms verscholen pareltjes mag tegenkomen. Het voelt heel aangenaam en vooral vrij wanneer je je gewoon niet gaat vastpinnen op vaste wegen, op ontdekking gaat want aan een weg hangt geen enkel verplichting. Zoals nu heb ik me laten leiden door de weg. Een verrassing, een plaatselijke geitenboerderij met zijn verse geitenkaas en plattekaas.

Een nieuwbouw. Een blauwdak. Ik voel mijn wenkbrauwen naar boven gaan. Mijn kin naar binnen. ‘Wat een smaak!?’, gaat door meheen met een oordelende intonatie en denken. Oeps… volgt al heel snel. ‘Foei Jasmine, het dak is de smaak van de eigenaars, daarom het uwe niet. Wat voor hen mooi is, is daarom niet voor een ander’. Mijn oordelend gevoel verdwijnt al snel en een aangenaam gevoel vult mijn lichaam. Zonder te beseffen zitten we al heel snel in een oordelende reactie, zonder er een negatieve intentie aan vast hangt.

De klank van de eenden, het is net alsof ze lachen. Ik zie zo de muzieknoten voor me verschijnen. De eendeparen worden gemaakt. Een vrouwtje, twee mannetjes die erachter vliegen. Haaaa Haha Haha Haha

Iguanodons

Pas rond 11u verlaat ik het huis van Pascale. Op mijn credential staat ‘Si tu repasses par ici, on rangera la cuisine 😉 Bonne route’ . Een onderonsje. Het was fijn om van passage te mogen zijn dans la maison ‘du brol’. 😉 Dankjewel voor het fijn samenzijn Pascale.
Langs het kanaal die Ath en Blanton verbind met elkaar wandel ik verder richting de Franse grens. In de verte zijn voortdurend wagens aanwezig. Een plaats waar verschillende autosnelwegen samenkomen.
Terwijl ik rustig sta te kijken naar het landschap, hoor ik plots een hels lawaai. Niet weten vanwaar het komt heeft mijn lichaam de neiging zich te bukken alsof er iets uit de lucht komt te vallen. De hoge snelheidstrein.

De zon is van de partij en na regen is dit een festijn voor de natuur. Forsythia, ribes, prunus, magnolia staan vlijtig te pronken naast elkaar. Een ware explosie. De groene prille blaadjes binnen zich te ontplooien. Het fris groene van de lente is duidelijk zichtbaar.

Bernissart. Een plashalte in een plaatselijk centrum. Een uitnodiging van Khadija met een stukje taart en koffie die ik niet kon weigeren. In de zaal wel een twintigtal vrouwen met hun breiwerk. Ik ga tussen hen zitten. “Vous avez pas peur toute seule? Vous le faites tous seule, avec personne!” volgt de ene zin al na de ander.
Terwijl ik naar mijn lichaam wijs van boven naar beneden antwoord ik “Vous voyez que un corps, ce que en voit par les yeux. Mais sur la route en est j’aimais seule”. De vrouw kijkt me aan, knikt en staat zonder woorden. Soms verschiet ik nog altijd van de manier hoe ik iets verwoord en onder de mensen breng. Alsof iets anders veel groter dan mezelf mijn woorden leid. Waar ik me vroeger veel vragen rond stelde en me in verwarring bracht. Neem ik het vandaag gewoon aan zoals het komt. Het voelt goed en juist en dat is belangrijk. Het waarom en vanwaar is overbodig geworden.

Via de moerassen van Harchies verlaat ik Bernissart. Bernissart ook gekend om de skeletten van de Iguanodons (dinosauriërgeslacht) gevonden in 1878 in een steenkoolmijn. Te zien in Brussel in het museum van natuurwetenschappen.

Deze avond breng ik mijn laatste nacht in België door. Hmm… de geur van frieten komt naar me toe. België vieren met Frieten. Ik vraag één friet om het klein en licht te houden. De pak friet die ik voor mijn neus geschoteld krijg was voor een ganse familie. Ik dacht de ze fout waren. Neen, het klopte wel degelijk. Ik was aan de grond genageld en stond met mijn mond vol tanden. Ik vroeg of ik er iemand plezier mee kon doen. De mensen keken me verbaasd aan en grappen volgden bij die vraag. Zo een verspilling aan voeding. Niet zomaar een aardappel. Wel iets waar de boer zoveel werk in stak om deze tot aan de consument te brengen. Ik kon er niet bij.

Samen met père Bruno drink ik een glas en eindigt mijn dag aan de grens in Quievrain.