Ponte de Lima

Ik verlaat Ponte de Lima via de weg richting Braga. Wanneer ik het centrum verlaat staat een beeld… geen mannelijke ridder of militair of koning… Een vrouw met een kroon op wijzend richting de Rio…

Wat verder gaat het opwaarts via een Park. Langs de weg staat op een bord geschreven… Maria Magdalena. Er net voor een kapeltje met een tal van kaarsen erbij. Een kleurrijke tekening trekt mijn aandacht. Onderaan het vagevuur met hier en daar wat mensen aangekleed. In het midden een vrouw met rood-bruine haren en een groen kleed, met een lichter groen gewaad over haar schouder, zo wordt vaak Maria Magdalena voorgesteld. Bovenaan de zon en de Aertsengel Michaël. Een krachtig beeld met een waardevolle symboliek.
Met een eerste blik zal men het interpreteren als ‘het goede en het kwade’ omdat aan de ene kant de engel en het tegenovergestelde het vuur, vagevuur is. Zo is het ons met de paplepel ingegeven, of toch geprobeerd. Is dit niet wat oppervlakkig als woordgebruik ‘het goede en het kwade’. Stel je voor (wat gebeurt is in massa in het verleden en vandaag nog bij velen onderons, een dagelijks gebeuren zelfs. Kijk naar de laatste 2 jaar tot vandaag) je zet honderd mensen voor je in een rij, een papiertje, een balpen. En één persoon gaat die ene rij in twee splitsen, diviseren, een verdeling maken. Laten we dan even breder kijken. De persoon die diviseerd, in welke rij komt deze?!

Wel velen zullen hier onmiddellijk een antwoord kunnen opgeven. Vergeet dan wel niet dat wanneer men hier een oordeel op geeft in dezelfde plaats staat van die ene persoon. Zie je wat gebeurt… hier komt geen einde aan. Bah… flauw… Niet ?!

Ik breng mijn aandacht terug naar het beeld en wat het bij en met mezelf deed en opriep. Deze vrouw werd door velen in het vagevuur geplaatst, als slecht gezien door derden. En dit is bij velen blijven plakken ergens in de bovenkamer en, eeuwen en eeuwen meegegaan. En vaak klakkeloos overgenomen zonder zich een spiegel voor te nemen en zichzelf in vraag te stellen bij eigen gedrag en aktie. Want als iedereen, in Liefde dit werkelijk zou doen zou de wereld er anders uitzien.
Vandaag is die vrouw aan het ontwaken, komt er meer en meer zuivering op haar naam en wie ze werkelijk is. Een krachtige vrouw die in het vagevuur kan staan – daar waar derden ze erin hebben geplaatst–om er anderen te helpen omdat zij weet uit ervaring wat het diep van binnen met een mens doet en hoe erin te groeien wanneer je Liefde bent ook al werd ze hierin uitgedaagd en hebben mensen doen geloven dat zij dit niet was, Liefde.
En dan is er de Aertsengel Michaël. Michaël de beschermengel van rechtvaardigheid, genade en van gerechtigheid. Neen, dit is niet te zien als een metafoor die iets aanricht aan anderen omdat hij een wapen in zijn handen draagt, of als iets kwaad want dan zou de aertsengel bekeken worden als de persoon in de rij, die splitst.

Net zoals er al velen eeuwen.. de vinger wijzen naar, het buiten zichzelf plaatsen of de ander zal het wel oplossen… dan hoeft men zichzelf niet in vraag te stellen. Een manier die de mens verder en verder van zijn eigen hart verwijderd.

Het is voor mij iemand die me nauw nabij is, waarin ik mijn eigen kracht aanspreek om in evenwicht, (De Aertsengel draagt ook vaak de weegschaal als voorwerp.)
in Liefde te blijven staan midden het vuur. Vertrekkend vanuit mezelf ‘I’, naar buiten gericht.

De weg gaat verder over asfalt. Af en toe tussen velden waar weinig pelgrims zijn langs gekomen.
“Olá bom día.” “Bom diiiii”, roept een vrouw als wederantwoord.
Wat verder een man met rieten hoofddeksel. In de hand een riek. Hun lichamen zijn geplooid in een hoek van 90°, terwijl ze onkruid verwijderen.
Soms zijn de mensen zo met hun volle aandacht met de aarde bezig dat ze niet doorhebben dat er iemand voorbij wandelt. In een ander veld, een vrouw in het zwart gekleed waarvan haar kledij afgetrokken is door de zon. Een bruin gebrand huid, lange grijze haren achteruit in een dotje. Een kort gesprek. Wanneer ze hoort vanwaar ik kom maakt de vrouw een hoog geluid, zoiets zoals ‘Ojeeee’. Ze lacht, en in een hoek van haar mond komt een glinsterende tand tevoorschijn. Ik ontroerd door het moois en de verbondenheid te zien tussen mens en natuur. In de verte een man die rust op zijn hark, terwijl ik rust op mijn wandelstokken. We zwaaien naar elkaar.

Pont de Lima

Obrigada

“Hoe gaat het met je teen”, vraag ik aan Dorothea. “Goedgoed”, weet ze me te vertellen en laat hem zien. Amai, wat een verschil. Het rood van de ontsteking is verdwenen. “Waw, Dorothea ik ben zo blij  om te zien hoe je teen eruit ziet na één nacht. Blijf dit maar nog een dag of drie verder doen, en zie dan zelf of het voldoende zal zijn.” Vandaag koos ze voor een dagje rust, terwijl haar dochter verder stapt.

Ik begin mijn dag en stap al heel snel de natuur in. Een schaduw op de grond laat me vermoeden dat een vogel in de lucht is. En ja hoor, ik kijk op, een buizerd.

Het fruit staat in overvloed aan de bomen. Sinaasappelen, citroenen en binnenkort zullen de vijgen al snel volgen. Hier en daar staat een plastiek kist met sinaasappelen beschermt door een doek, een schenking van de bewoners aan pelgrims. Ze zijn verfrissend en een welgekome en mijn smaakpapillen… die vinden ze uitstekend.

In een bos zie ik een huisje – die ik ook reeds veel mocht zien op de weg na Armenteira – het werd vroeger gebruikt om er graan in te malen. Het water kwam onder het huisje door en deed op zo een manier de molen draaien. Wat verder zijn in de naaldbomen kleine rechthoeken uitgekerfd waaruit hars wordt gerecupereerd. Aan iedere boom hangt ergens wel een plastiek zak die deze opvangt.

Een fijne wandeldag doorheen bossen op, in de schaduw en een groot deel op een grote routepad. Daar hou ik van.

In een dorpje langs de weg zie ik een meisje zitten, een vrouw is haar knie aan het masseren. Een courant probleem bij pelgrims, na drie à vier dagen stappen kunnen de knieën, enkels en scheenbeen van zich laten horen.
Ik vraag of ze taping kennen en of ze erbij hebben. De vrouw die verpleegster is, haalt een ganse beauty case te voorschijn met daarin een zwachtel. Het meisje helpt me door tolk te spelen. Al heel snel verdwijnen ze met een stuk taping als voorbeeld, een link om deze aan te brengen en vooral tips om preventief te werken ipv curatief.
De Jonge Portugese juffrouw straalt en probeert me aan te spreken in het Frans. Ik probeer haar terug te antwoorden in het Portugees.
Een fijne wisselwerking die ik in 3 maand stappen in Spanje niet heb moge ervaren wat de taal betreft.
“Obrigada”, zegt ze. Ik vraag haar wat het verschil maakt tussen Obrigado of Obrigada en vooral hoe men het gebruikt. Ik kreeg blijkbaar ooit de onjuiste info of ik had het verkeerd begrepen.

A woman say “Obrigada”, a man “Obrigado”.  “Obrigada means ‘ I’m gratefull'” , deelt de vrouw. “Och waw, such a big difference in feeling. Obrigada. I already love Portugal”, zeg ik terwijl ik mijn hand opsteek. Waw,  zo een verschillende beweging van waaruit beide woorden vertrekken.

Portugal

Ik verlaat Tui via een brug over de Rio Minho, aan de andere kant Portugal.
Wanneer ik al goed op de brug ben voel ik een vreugdevolle gewaarwording. Een glimlach, een traan van vreugde. Een diepe in- en uitademing volgt en mijn lichaam heeft bijna zin om te gaan lopen naar de andere kant.
Ik laat dit gevoel even Zijn en blijf staan op de brug. Links in de verte Tui en zijn donkere muren, de kathedraal… Rechts een paar vissersbootjes op de Rio, een boomgaard en vogels die een concert aan het uitvoeren zijn. Ik laat dit tot me komen. Wat een verwelkoming.

De weg neemt me onmiddellijk mee naar de eerste stad Valença. Die stap ik in langs een lange muur, een vroegere burcht, door een grote open poort. Ik blijf staan, ergens binnenin, achter de poort hoor ik water lopen. Ik sluit mijn ogen en wordt gewaar. Wanneer ik de poort voorbij wandel voelt dit aan dat dit een nieuw begin zou kunnen zijn van iets… diep van binnen weet ik waarover het gaat en heb ik er ook een diep vertrouwen in. Nog eerst wat beperkende gedachten aan het licht laten komen.

Ik stap verder richting het donker. Het donker, want dit is wat mijn ogen het eerst waarnemen. Hoe verder ik kom van de deur, hoe meer ik waarneem dat ook hier licht aanwezig is. Ik draai me om, het licht in de opening van de poort verhinderd waar te nemen wat daar zichtbaar was… bomen, muur, weg (enkel mijn herinnering weet dit) Ik stap wat verder en sta op een punt waar de weg een hoek van 90° vormt… Een andere opening wordt zichtbaar. Ik stap verder richting een lichtpunt niet wetend wat er te zien zal zijn, en toch… ik vertrouw. Beide lichtpunten verbonden met een middelpunt, een hoek van 90°, daar waar het nooit donker is (ooit wel geweest, toen de poorten nog dicht konden). Deze korte weg doet me wat denken aan een weegschaal en zijn middelpunt (V) Balans. Eenmaal in dit middelpunt, in het hier en nu komt evenwicht. Dit brengt me terug aan een tekst die ik vorig jaar schreef over het symboliek van een kruis, over het vertikale, het horizontale en daarin het middelpunt (+) . Het balans.

Beide symbolen kan ik plaatsen in het lichaam, de romp.
De V, het middelpunt is daar waar mijn bekken is. De wortelchakra. Wanneer ik mijn armen opwaarts en open breng sta ik in een ontvankelijke positie. Ik ontvang.
Het +, het middelpunt is het hart. Het vertikale been verbind kruin- en wortelchakra met elkaar. Wanneer ik mijn armen open horizontaal, voel ik een totaal ander ‘klimaat’ (lees energie) ik wordt niet enkel een ontvangen gewaar, ook een ‘uitzenden’ gewaar… ik ontvang en zend uit…. Beiden hebben elk hun eigen kracht en waarde.

De weg gaat afwisselend via asfalt, geplaveide wegen en aardewegen. De bomen en mijn papieren hoed zijn een verwelkoming onder de stralende zon.
De geplaveide wegen masseren mijn voeten niet altijd even aangenaam.
Een vrouw in haar wagen zwaait en roept ‘Bom caminho’.
De pelgrims in tegenovergestelde richting zijn in getallen wat minder geworden.

Ik kruis een groepje van vier vrouwen. Een geur komt naar me toe en stap even terug. Nieuwsgierig naar de mengeling van deze aangename geur. “Mag ik vragen. Ik ben heel nieuwsgierig naar de heerlijke geur hier in jullie midden.” “Dit is de mengeling van Patchouli en Lavendel”, antwoord een vrouw uit Canada. Een moeiteloze uitwisseling en korte ont-moeting met een vrouw uit Bolivia, Canada en twee Duitse dames, alsof we elkander al heel lang kennen.

’s Avonds in de herberg ontmoet ik nog dames. Nederland, Duitsland, Litouwen, Amerika, Japan… Vóór we samen gaan eten, verzorg ik de ontstoken teen van Dorothea. Een warm badje met zout en ik vraag haar om even de aangekochte zalf niet te gebruiken. Ik haal mijn tea tree olie uit en laat één drup op de teen vallen daar waar het wondje aanwezig is. We zien wat de nacht zal brengen.
Na een verbonden en hartelijke avond gaan we allen rustig de nacht in.

3105

Ruta da Pedra e da auga

Zes dagen wandelen tussen Vilanova de Arousa en Tui, daar waar ik nu ben. Tui is de laatste stad van Spanje voor ik de ‘Rio Minho’ oversteek naar Portugal. Ik probeer even achteruit te kijken om wat over deze dagen te schrijven. Dit wordt voor mij minder en minder eenvoudig, vooral wanneer in het Nu leven zo een plaats heeft ingenomen. Eén van de reden waarom mijn schrijven minder is geworden, want neerschrijven is telkens achteruit in de tijd en dit vraagt veel van mijn hersenen.

Ik heb genoten van de wandeldag vóór Tui. De reden hiervan is dat de weg via een prachtig natuurgebied kwam, gelukkig liep hier de Camino gelijk met een GR pad.
Het GR pad waar vaak negatieve reacties op komen door pelgrims/hospitalier die vastgepint zijn op de gele pijlen en niet van de weg willen afwijken … het is te lang, dit is geen Compostela weg. Het valt me wel telkens op dat daar waar de GR doorloopt de pelgrims dit een mooie weg vinden, een mooi gebied… zo is de meest bewandelde/bekende Camino weg naar Compostela de ‘Podiencis’ in Frankrijk en waarom is hij zo mooi omdat GR paden niet meer dan 25% asfalt is (want anders mag dit geen GR pad genoemd worden). Ik vraag me af hoeveel pelgrims/hospitaliers zich hiervan bewust zijn. Voor wie de GR paden graag neemt en graag veel in de natuur wandelt raad ik jullie de app Mapy. Cz aan. Met deze app kan je zelf spelen en kiezen welke je bewandelt per dag.

Zo heb je op de Spiritual, de etappe tussen Vilanova de Arousa en Armenteria. De eerste deel is een loutere Camino (10km asfalt) om dan de gezamenlijke route te nemen van een plaatselijke GR (12km) de weg verandert onmiddellijk van ‘klimaat’ langsheen een historische natuurlijke wandelweg de ‘Ruta da Pedra e da auga’ die voortdurend parallel loopt met de Rio Armenteira. Een aanrader.

De etappe na Armenteira doorbrak ik na Combarro de camino route en bleef ik de kustlijn volgen op de plaatselijke wandelroute van ‘Ruta des Ostras’, mijn benen wisten deze keus goed te appreciëren. Zachte ondergrond, schaduw, zeelucht, korter, en geen lange voorstad met asfalt, wel een zacht landen in de stad Pontevedra.

Na Pontevedra mocht ik terug op een harde manier contact maken met de grond. In 1 sec. lag ik languit horizontaal geplakt tegen de aarde. Wakker ben je onmiddellijk!
Ik besefte dat volle maan op komst was. Duidelijk dat er iets opkomst is en verandering noodzakelijk is.
Dat ik mag landen is goed voelbaar binnenin op verschillende vlakken zowel fysiek voelbaar, in mijn bekken gebied, en ook het verlangen naar een tastbare woonst. … Maar zo hard hoefde het echt niet. Ik kus liever de grond op een zachte manier.
Ik vraag hulp en deel met een gelijkgestemde lieve sister over de val. Onderwerp rechterknie, linker onderrug. We wisselen met elkander uit. Soms is maar één woord of zin noodzakelijk om verder vooruit te kunnen en iets los te maken.

Op één dag kwam ik telkens dezelfde huisnummers tegen. … 31….71…
Aangekomen in Redondela in de albergue was de huiscode 3105… Hi, ik had een binnenpretje toen ik het zag.
‘thuiskomen… op aarde komen…landen…nieuw levensjaar…
In de albergue ontmoet ik een dame. We slapen samen in een compartiment van 4 bedden. “Hi, my name Jasmine. Nice to meet you.” “HI, I am Mira”, een dame uit België wonende in England, niet zo een courante naam, zou ik zeggen. Blij, heel blij dat ik haar mag ont-moeten.
Later deel ik haar mee wat Mira voor mij betekent op deze tocht. We eindigen de avond met een fijn delen over de weg, vooral de spirituele weg en hoe we in het leven staan. Het was deugddoend om een gelijkgestemde te ont-moeten op de weg.

Ondertussen is het in de bar hier wat drukker geworden. Roepen mijn benen om in beweging te komen. Schijnt de zon buiten en na een dagje rust in Tui… Tijd om verder te stappen…. Tot…

PS. Graag post ik een beeld hierbij de tekst over de graden die er wordt gemeten op de grond bij niet gemaaid, gemaaid en asfalt. Zo kan men eens een zicht hebben op wat het ook kan teweegbrengen in het lichaam.

Muziek

In de eetkamer van de monniken. Een bijzonder Maria beeld.

Ik verlaat het klooster van Herbón na een gesprek met de hospitaliero en 2 dames (pelgrim, hospitaliero en die in het bestuur zitten van een Santiago vereniging in Spanje) die de avond voordien in het geniep paspoort gegevens op het register van de hospitaliero aan het fotograferen waren.
Na een nachtje erover te hebben geslapen voelde ik dat het noodzakelijk was dit te delen met de hospitaliero. De dames probeerden langs alle kanten hun onschuld te bewijzen terwijl ik ze op heterdaad bezig had gezien en gehoord had naar wat ze op zoek waren en ook persoonlijk had aangesproken dat dit niet kon.
Ik maakte duidelijk dat bewijzen, of gelijk willen halen hier niet aan de orde waren. Wat geweest is, is geweest. “I hope that it not start again”, deel ik met de dames. “Grazia Jasmine and excuse me”, zei de hospitalero. “I trust the pelgrims and I have learn my lessons, I never let my registre free on the table again.”
Hij dankte me voor mijn openheid, rechtuit zijn en eerlijkheid.

Franciscanen klooster Herbón

Het Franciscanen klooster in Herbón tellen nog drie monniken. Gisterenavond waren we – na een rondleiding door een oud- leerling – met vijf pelgrims die de pelgrimszegen ontvangden. We kregen een document van het klooster in verschillende talen, waarbij ieder afzonderlijk in haar eigen taal de tekst deelde. Het was een heel ontspannen en vreugdevolle zegen.
De Franciscanen van dit klooster waren de eersten die de peper van Padrón ‘Pimientos de Padrón’ en aardappelen mee brachten uit Mexico naar Spanje.

Van hieruit kies ik voor de CaminoEspiritual en stap ik richting de haven in Pontecesures waar ik hoop de boot te kunnen nemen tot in Vilanova de Arousa.


Gelukkige is het hoogwater pas tegen 12u en kan ik meevaren met ‘La Barca de peregrinos’.
Terwijl ik sta te wachten bekijk ik in grote lijnen mijn weg richting Zuid Portugal. Ik vergroot wat de kaart op mijn app en kijk waar Braga ligt, tussen 2 steden zie ik een kruisje en klik ik erop ‘Capela Santa Maria Madalena’ .
Bij de aankomst van de boot stapt een grote groep pelgrims af. Een school blijft nog zitten, samen met hen keer ik terug naar Vilanova.

Het varen begint over de ‘Rio Ulla’.
De leerkrachten samen met de kinderen beginnen te dansen op folklore muziek uit Galicia. Hoewel de rust een welkome was geweest tijdens het varen, geniet ik mee en voel ik de vreugdevolle stilte in mezelf.
terwijl deze vreugde gans mijn lijf vult, tranen parelen in mijn ogen. De wind blaast in mijn haren, mijn ogen sluiten en geniet.


Varend naast het zien van een eerste kruis, langs de rivier speelt het liedje ‘I want to Break free’ van Queen… Gods knows, Gods knows I want to break free.
Even onder een brug door en de ‘Torres del Oeste’ is zichtbaar, een nationaal monument in Galicia.
Aan een volgend kruis langs de oever hoor ik ‘Jerusalema’ van Master KG. Ik krijg een binnenpretje.
Een volgend lied, eentje vanuit de oude doos waar ik de titel mij nu ontsnapt, als zowel de lyrics. Wat ik me wel heel goed kan herinneren was de tekst en zijn betekenis… ‘ik zal je onder mijn armen nemen… vertrouw…’. En om te eindigen ‘Over the rainbow’ van Israel Kamakawiwo’ole. Zalig !

’s Avonds blijf ik overnachten in Vilanova. Drie portugese dames komen aan in de albergue municipale. Eentje draagt er een tambour.

Ik voel dat er binnenin weer van alles aan het bewegen is en komt de gewaarwording terug naar boven waarin mijn lichaam in een soort innerlijke huilbui terechtkomt en voorlopig de weg niet naar buiten vind. Ik voel de noodzaak om klank te geven aan deze gewaarwording. Voor ik de ruimte verlaat vraag ik de dame naast me, terwijl ik wijs naar een ander bed of de tambour van haar is. De vrouw maakt teken, ze is doofstom, en maakt duidelijk dat het van haar zus is. Zonder woorden, in stilte hebben we een kort delen.
Nadien had ik er spijt van dat ik niet heb durven vragen om samen muziek te spelen.

Richting Portugal

Vanuit Muxia neem ik rechtstreeks de bus naar Compostela. Aangekomen voel ik me verheugd dat het busstation op het begin ligt van mijn weg richting Portugal en ik niet de stad moet doorkruisen.
Momenteel bevind ik me op de camino Portugues en de Via Mariana (Muxia naar Braga, wat ik eerst dacht te nemen via het binnenland) echter het water roept, ik stap verder richting de kust van Galicia.

Het voelt wat vreemd, wel best leuk om in tegenrichting te stappen. Het is vooral boeiend om het non-verbale te zien en te horen wat de reacties zijn bij mensen wanneer je elkander kruist… en pssstt… een hevige snurker gaat ’s anderendaags de andere kant op.

Een pelgrim kwam me voorbij en nog vóór ik iets gezegd had, keek hij me aan en zei’ Grazie’. Hmm, kon hij mijn gedachten lezen of was het eerder een automatisme op de ‘Buen Camino’.
Een andere pelgrim: “euh, ben ik verkeerd”. “dat denk ik niet. Blijf trouw aan je weg.” Ongelofelijk hoe snel iemand kan gaan twijfelen aan zijn eigen weg, wanneer iets niet in een bepaalde stroom gaat.
Twee mannen bijna al huppelend op de weg, “och, geen zin om te eindigen”, roept een man me toe. “Er is geen einde”, terwijl ik mij omdraai en mijn hand opsteek.

Mij weg verloopt hoofdzakelijk over asfalt. Eerst verlaat ik Compostela via een onaantrekkelijke weg met drukke wegen, en een commerciële deelgemeente om dan later en daar ben ik blij om, de rust te vinden in de straten van kleine dorpjes, afwisselend onder bossen.

De zon helpt de gele brem om het maximum van zich te laten zien door hem te helpen zijn zoete geur vrij te laten. Af en toe kan ik de geur waarnemen van oranjebloesem.

In een dorpje staat een vrouw aan haar venster te kijken hoe ik een groene houten deur fotografeer, zo eentje die al vele jaren heeft gekend en afgesleten hoeken en kieren. Wanneer ik vertrek wensen we elkander een goedendag terwijl we naar elkander zwaaien. “La más bonita puerta del pueblo”, deel ik nog. Een grote glimlach verschijnt op de vrouw haar gezicht.

Het voelt vertrouwd en zo goed om richting Portugal te stappen. Heel subtiel en in zachtheid komt er af en toe iets in mij duwen om aan het licht te komen, en voelt mijn Zijn alsof het wenst te huilen en terzelfde tijd een grote nood heeft om klanken te maken opborrelend vanuit mijn diepste Zijn. Als een waterbron die wenst te ontstaan.

Muxia

Nosa Señora de Barca – Muxia

4 dagen stappen waren er tussen Santiago en Muxia. Vier (aarde) dagen over Moeder Aarde wandelend richting zee.
Sedert ik Santiago achter mij liet, is er een volledig andere klimaat voelbaar en hoe verder ik me verwijderde van Santiago hoe zachter het werd. Mijn pijn in mijn rug is niet meer voelbaar.

Wanneer ik even stilsta en zie vanuit welke richting ik kom, is het ook niet raar wanneer ik er de geschiedenis/het verleden erbij zou halen en zie wat op deze weg allemaal gebeurde. Laten we dan ook nog zwijgen over wat gebeurde in het lang verleden op het grote plein voor de kathedraal van Santiago. Allemaal verhalen rond macht en rijkdom.

Sedert ik in Muxia aangekomen ben voelt het hier heel zacht, rustig, gedragen. Een gedragen plaats voor wie werkelijk zich wenst te herbronnen. Ikzelf stap verder richting Zuid Portugal.

Terwijl ik vandaag een rustdag nam om ‘la mer’ tot mij te laten komen, had ik niet onmiddellijk de link gelegd dat het vandaag 8 mei is en moederdag werd gevierd. Wat een synchroniciteit.

Na het telefoontje wandel ik tot aan le sanctuaire ‘Nosa Señora de Barca’ waar ik een misviering bijwoon. De kerk zit vol. Tijdens de viering vroeg ik me af hoe het zou zijn om alles wat binnenin is te verwijderen en de kerk in zijn puurheid zou gezet worden, gewoon de steen, waar de mens de kans zou krijgen dichter bij de essentie te komen en niet een mantel zien.
Geen zorgen om de tastbare uiterlijke ‘Rijkdom’.
Waar de deuren zouden kunnen openblijven tussen twee diensten zonder angst dat er gestolen zou worden. Eén van de grootste reden dat kerken niet toegankelijk zijn midden de stad. Een plaats waar men midden de drukte tot stilte zou kunnen komen. ‘Stilte’ daar waar de werkelijke ontmoeting ligt.

Na de viering ga ik op de rotsen staan voor de kerk uit kijkend naar de grote open blauwe vlakte, de Oceaan. ‘La Mare’ hoe men ze hier noemt. Steunend met mijn rug tegen een rots, valt mijn oog op een amandelvormig symbool, een oog, gegrift in de rots.
‘Mira’, waar ‘zien en Oceaan’ samen komen.

‘Mira’

PS. Voor wie tot naar Muxia gaat vergeet vooral niet om even aandacht te schenken aan het grote stenen krachtig kunstwerk die er staat. Een kunstwerk met een diepere, bredere betekenis dan de kilometer nul paal die er staat.

Mira

Wat voelt het goed dat ik Compostela heb verlaten, hierbij is al een pak spanning die op mijn lijf was, verdwenen met de noorderzon. Vóór Compostela dacht ik nog, ik moet een osteopaat zien want ik kon gewoon mijn bed niet uit. Mijn bekken draaide niet mee, ik stond geplooid en had geen kracht in bovenbenen. Was genoodzaakt om op een nacht 2 pijnstillers te nemen, een zeldzaamheid wie me goed kent. En hoe meer ik Santiago naderde hoe meer mijn lijf zich vastzetten en er spanning voelbaar was.
Maar diep in mij vertrouwde ik erop dat het zou verbeteren wanneer ik verder naar de zee stap, naar het water toe, ook al had ik er stiekem (mentaal) twijfel in.

Hoewel ik deze plaats in 2014 reeds voor de eerste keer mocht zien en tranen laten bij het aankomen – niet raar wanneer je de moed hebt om alles achter te laten en de beslissing neemt om 2500km te wandelen, met de bedoeling jeZelf te ontdekken -, heb ik nooit voeling gehad met deze plaats. Want voor mij is het ‘onderweg’ zijn belangrijker, die onverwachte ontmoetingen met het zichtbare en niet zichtbare, met het tastbare en niet tastbare wereld.
Ook deze keer niet. Ik weet dat vergelijken niet interessant is, alles behalve, maar de realiteit is er gewoon. De laatste kilometers vóór Santiago zijn net als een pretpark geworden, sorry maar ik kan het niet anders uitdrukken wanneer je gewaar wordt en ziet dat ‘business’ belangrijker is geworden. Wat toen ook al was, maar nu meer zichtbaar. De natuurlijke wegen werden verhard (en af en toe is zelfs plastiek zichtbaar in die verhardingen, oeps), breder gemaakt zoals je van de ene attractie naar de andere wandelt. Houten balustrades staan hier en daar in een bocht. Souvenir winkels midden de natuur. Restaurants en Albergues zijn als paddestoelen gegroeid.

In de kathedraal legt de priester uit voor wat de botafumario vroeger diende, nl. het reinigen van de kathedraal wanneer vroeger de pelgrims erin sliepen. Nu, slapen ze er buiten en kom je er zelfs niet in zonder langs de security te komen. En de botafumario, die kan je in actie zien wanneer een groep, een pak centen hebben neergelegd. En vandaag, zoals de priester vertelde, is de botafumario het contact geworden tussen hemel en aarde. Voilà, zo gemakkelijk is het om iets te veranderen.
Tijdens het Xacobea jaar kan je als pelgrim binnen via ‘puerta del pardon’, zo zijn al je zonden in een keer vergeven. Of hoe men de bevolking jaren heeft aangeleerd dat men het buiten zichzelf moet zoeken. Terwijl ‘le pardon’, vergiffenis iets is die van binnenuit dient te bewegen, alles trouwens. Daar begint alles, in onsZelf. Gelukkig kan ik daar vandaag door-kijken en naar de essentie gaan.

De laatste dagen komt de Triskele vaak terug op mijn weg. Een Keltisch symbool die veel voorkomt in Galicië en Bretagne en waarschijnlijk nog op vele andere plaatsen zichtbaar is. Deze morgen terwijl ik mijn koffie neem in de bar, zoek ik even op wat ze betekent. Wanneer ik opkijk, hihi, begin ik te lachen. De ganse bar is bekleed met dit symbool.

Triskele:

Annwn – het onderwereldgebied, het verst weg van God, de duisternis – kosmisch symbool: de maan
Abred – het niveau van beproeving en het stoffelijke bestaan – kosmisch symbool: de aarde
Gwynyyd – de geheel ontplooide geest, de toestand van liefde, in harmonie met God – kosmisch symbool: de zon

Ook het symbool van Asturia kwam terug. Een kruis met Alfa en Omega. Deze waren te zien in de kathedraal.

Ik wandel nu reeds drie dagen verwijderd van Santiago. En ja hoor…. mijn lijf verliest zijn pijnen. Het wandelen verloopt vloeiend en zelfs mijn rugzak voelt vederlicht. De natuur in Galicia doet me goed en Galicia op zich voelt ook goed aan, ik zou het een ‘thuisgevoel’ kunnen noemen.

Vorige nacht had ik gedroomd. Ik weet dat ik toen een paar keer had geroepen in mijn droom ‘Mira, mira !’ Ik was er van wakker geworden en ik herinner me nog dat ik in mezelf zei ‘dit mag ik niet vergeten’. Deze morgen vroeg ik aan twee dames of ik naast hen mocht plaats nemen. De ene vrouw zei:”weet u dat u praat in je dromen?” “Hmm, ja, maar ik ben er me niet altijd bewust van. Behalve deze nacht weet ik dat ik ‘mira, mira’ riep.” “Heeft u begrepen wat ik vertelde?”, vraag ik de vrouw. Het antwoord was neen. Maar de vrouw gaf me het antwoord, zonder ik ernaar vroeg, “weet je wat mira betekent?”, vraagt ze me. “Euh, neen. Ik dacht een naam.” “Het betekent ‘Zien’ in het Italiaans zegt de vrouw.

Ik ben daarnet gaan opzoeken naar de betekenis op het net ‘Mira’, betekent oceaan, zien.

Mariam

Met de zon in de rug verlaat ik Compostela. Vier bejaarde vrouwen staan voor het hekken van het pelgrims bureau. “alle, encore une photo ensemble”. Ik hoor een andere dame zeggen, “il faut y aller la”.

Ik wandel verder en ga even nog een boodschap doen. Voor de eerste keer stap ik in de morgen in t-shirt en wat doet dit deugd. Bij het stappen breng ik mijn focus naar mijn ademhaling, onderrug en benen. Mijn bekken is namelijk vast komen te zitten na de storm. En mijn rug en bovenbenen kunnen me ’s nachts soms wel parten spelen. Niet altijd évident wanneer ze soms op een kuip-matras proberen te ontspannen.

Mijn tocht is gestart vanuit Almeria, niet omwille van deze stad, wel omwille dat er water was en zon. Gans mijn Zijn vroeg om water en warmte. Mijn intentie was er echter om er te verblijven en uitrusten. Het was duidelijk dat er iets anders voor me klaar lag. Een start van een nieuwe weg.
Toen ik na het boeken van een ticket, zag dat er van daaruit een pelgrimstocht was, werd het al snel duidelijk en kwam intuïtief een weg te voorschijn. Van water naar water, de Mare à Mare, de Mer à Mer.

In het Frans klinkt het als ‘Moeder’ (anders geschreven). Ik schrok (met fonkeling in mijn ogen en een sprongetje in het hart) wanneer ik zonet ben gaan opzoeken wat ‘Mare’ betekent nl. ‘Maria’.
(Op mijn Compostelat staat geschreven in het Latijn ‘Mariam’, de twee andere namen bij het zien waren ‘als’ verdwenen in het niets. Maria een naam die ik eer wens aan te doen. En heel bevreemdend de naam die weggelaten is bij aangifte bij mijn geboorte, terwijl mijn doopmeter Marie-José noemt en niet José alleen. Het middelste deel was verwijderd. Enkel Jasmine José bestaat voor de staat. Dit voelde voor mij nooit evenwichtig. Sedert 2 jaar geleden ben ik deze volledig naam beginnen dragen. Hoe kan er immers evenwicht zijn, wanneer men iets ontneemt, niet mag bestaan of leven. Zo werd ook mijn oorspronkelijke naam ‘Yasmin’ getransformeerd in Jasmine omdat deze in oorsprong veel gebruikt wordt in Arabische landen en afkomstig uit Perzië. Terwijl deze cultuur me zo sterk aanspreekt. En eigenlijk vind ik het best grappig. Want wat men niet wou, of niet mocht bestaan, ben ik toch gaan doen en erin gaan staan). En nu zie ik pas dat mijn naam bestaat uit ‘3’ woorden.
Wanneer ik het dan veel breder bekijk is dit precies een beweging in het groter geheel. Ik dacht eerst het wegebben van het patriarch, ik zou het eerder zien als een evenwicht brengen in het patriarch.

Ik ben dus deze morgen terug vertrokken op weg naar Muxia (een dorp op een eindpunt aan de kust) . Naar het ‘water’. En wat bijzonder toen ik hoorde van Vanguir (een Braziliaanse man, geboeid door het Hebreeuws en Jodendom) toen hij deelde dat Muxia in het Hebreeuws ‘Messias’, de gezalfde betekend.

In de namiddag ontmoet ik de vier dames. Als een vanzelfsprekendheid wandelde ik met hen. Michelle, Yvonne, Marize en Elise. Twee met een leeftijd verschil van 20 en de andere twee van 30. Waw, ik hoop dat ik net als hen binnen zoveel jaren op ‘weg’ mag zijn.

Hospitales

français 👇

Wandelend tussen bergen, bossen, valleien en rivieren. Onder de zon, in de regen, met de wind op mijn gezicht en de sneeuw onder mijn voeten.

Zo gingen de dagen voorbij op de Primitivo — het pad dat me voert van Oviedo naar Melide. Vanaf Melide kwam ik op de Francés. De Primitivo slingert door Asturië en Galicië, twee regio’s die met hun groene heuvels en zachte landschappen het meest tot me spreken.

De afgelopen dagen schreef ik niet. Niet omdat ik niets te vertellen had — juist het tegenovergestelde. Maar ik voelde de behoefte om stil te zijn, om dicht bij mezelf te blijven, om mijn gedachten niet te veel in woorden te vangen. De weg was fysiek veeleisend.

Hier en daar kruiste ik dezelfde pelgrims, maar meestal liep ik alleen — en dat is nog steeds hoe ik er het meest van geniet.

De dag dat ik wandelde van Samblismo naar Berducedo, blijft in mijn geheugen gegrift. Pelgrims voor en na ons geloofden het nauwelijks — voor hen was er alleen regen. Maar wij stapten een wereld binnen waar regen veranderde in sneeuw. En hoewel ik wist dat regen in de vallei vaak stormen op hoogte betekent, negeerde ik het en begon de klim. 

Onverantwoord, zou ik later beseffen.

Samen met Thea begon ik aan de klim. Wat op een heldere dag een weids, open landschap zou zijn geweest, werd nu een afgesloten, grijze wereld. Boven op de berg verraste ons een sneeuwstorm. De lucht sloot zich, tijd en ruimte vervaagden. Sneeuw veranderde door de snijdende wind in scherpe ijskristallen die mijn linkerwang geselden. Het wit van de sneeuw bestond niet meer — alleen eindeloos grijs. En elke zeldzame lichtstraal die doorbrak, verblindde me.

Op sommige plekken zakte ik tot mijn knieën weg. Onder de sneeuw lagen verborgen waterplassen, ijskoud. Al snel gleed ik uit en viel. Vanaf dat moment voelde ik iets kantelen. Mijn lichaam werd een machine, elk spiertje aangespannen om stap voor stap vooruit te komen, met als één doel: overleven. Overleven werd niet zomaar een woord — het werd een staat van zijn. 

Ik dacht aan de Tibetanen die de Himalaya oversteken, verbannen uit hun land. Elke stap was een keuze. Door het water lopen was veiliger dan van het pad afwijken en mijn been breken. De paarden stonden in een dichte kudde, hun achterwerk naar de wind, verscholen achter een boom. Maar stilstaan was voor ons geen optie — stoppen betekende afkoelen.

Mijn broek werd doorweekt. Het gevoel in mijn bovenbenen en bekken verdween. Mijn benen bleven lopen, puur op wilskracht. Mijn voeten, in sandalen en wollen sokken, hielden stand. Elke keer dat ik door het water stapte, voelde ik ze leven, en dat hield me verbonden met de aarde.

Onder mijn handschoenen werden mijn vingertoppen ijzig. “Thea, denk aan je vingertoppen, beweeg ze regelmatig!” riep ik. Ze maakte zich zorgen om mijn voeten, maar die bleven warm, tenminste ik voelde ze nog.

Soms zakte mijn kracht weg, vooral wanneer het pad obstakels wierp. Telkens moest ik stoppen, mezelf toespreken: “Jasmine, herpak je. Kom op. Vooruit.” Diep vanbinnen wist ik: als ik stop, dan stopt het echt. En telkens vond ik die rauwe, onverklaarbare kracht om verder te gaan.

Het was geen angst om te sterven die me voortdreef, maar een wil om stand te houden tegenover de natuur. Daar, in dat ogenblik, bestond niets anders meer. Alleen de natuur en ik — ik en de natuur. Het was niet de sneeuw of het water die het gevaarlijk maakten, maar de meedogenloze wind die me bijna omver blies, zachte sneeuw veranderde in stekende naalden en mijn broek ijskoud maakte.

Af en toe leek het alsof mijn lichaam zich binnenstebuiten keerde, met braakneigingen tot gevolg.

We hadden geen bereik, konden niemand bereiken. We wisten dat er een groepje voor ons was en één achter ons… maar waar precies?

Ik had geen krachten meer en begon te bidden. Ik vroeg om hulp. Kort erna, na 14 kilometer brak de mist even open. Een fractie van een seconde toonde een klein gebouw zich, als een lichtpunt om meteen weer te verdwijnen. Dat werd ons doel. Mijn ogen verdwenen niet meer van dit ene punt, die ondertussen terug was verdwenen. Ik gebaarde naar Thea: daarheen. Daarheen! Mijn gebeden werden aanhoord.

Binnen verdween de wind, en we konden eindelijk uitblazen. Ik trok mijn natte kleren uit, wringde het water uit mijn sokken. Een bol ijs kleefde eraan. Mijn lichaam begon te trillen, een reactie die me uitputte. Iets in me kwam omhoog.

“Thea, het kan zijn dat er straks een ontlading komt. Niet schrikken,” waarschuwde ik.

Ze sprong op en neer om warm te blijven. Ik haalde mijn nooddekens tevoorschijn, gaf er een aan haar en wikkelde mezelf in het andere. Gelukkig had ik ze bij me.

En toen kwam het: een oerkreet, diep vanuit mijn binnenste. Tranen stroomden.

Op de roestige metalen deur kleefde een sticker met een taxinummer. “Thea, ik bel een taxi. We kunnen zo niet verder.”

Even later zagen we de jongeren van de andere groep. We riepen hen binnen. Iedereen trilde van de kou. De sporen van de natuur stonden op onze gezichten gegrift.

Een uur later zaten we veilig en warm in een albergue. Maar vanbinnen voelde ik iets gebroken. En ook al hebben we er samen vaak over gesproken, terwijl ik dit nu schrijf, voel ik mijn lichaam opnieuw verkrampen en vullen mijn ogen zich met tranen.

Sinds die dag zit mijn lichaam vast, met hevige pijn in mijn onderrug, vooral ’s nachts.

Ik ben blij dat ik er nu over kan schrijven. Ik besef dat dit het begin is van een verandering in mijn lichaam, een proces van heling.

Op 1 mei 2022 kwam ik aan in Santiago. De dag van mijn aankomst hing er mist, en zo voelde ik me ook de laatste dagen… verloren in de mist.

Dank je, Thea. Obrigado Ricardo, Tiago, Vantuir. Obrigada Jennifer.

Marchant entre montagnes, forêts, vallées et rivières. Sous le soleil, sous la pluie, avec le vent sur mon visage et la neige sous mes pieds.

Ainsi les jours passaient sur le Primitivo — le chemin qui me mène d’Oviedo à Melide. À partir de Melide, j’ai rejoint le Francés. Le Primitivo serpente à travers les Asturies et la Galice, deux régions dont les collines verdoyantes et les paysages doux me parlent le plus.

Ces derniers jours, je n’ai pas écrit. Pas parce que je n’avais rien à raconter — bien au contraire. Mais je ressentais le besoin de rester silencieux, de rester proche de moi-même, de ne pas trop capturer mes pensées avec des mots. Le chemin était physiquement exigeant.

Ici et là, j’ai croisé les mêmes pèlerins, mais la plupart du temps, je marchais seul — et c’est toujours ainsi que j’en profite le plus.

Le jour où j’ai marché de Samblismo à Berducedo reste gravé dans ma mémoire. Les pèlerins avant et après nous n’y ont presque pas cru — pour eux, il n’y avait que la pluie. Mais nous sommes entrés dans un monde où la pluie s’est changée en neige. Et bien que je sache que la pluie dans la vallée signifie souvent des tempêtes en altitude, je l’ai ignoré et j’ai commencé l’ascension.

Irresponsable, réaliserai-je plus tard.

Avec Thea, j’ai entamé la montée. Ce qui aurait été, par temps clair, un vaste paysage ouvert, est devenu un monde clos et gris. Au sommet de la montagne, une tempête de neige nous a surpris. Le ciel s’est refermé, le temps et l’espace se sont estompés. La neige, transformée par le vent tranchant, est devenue des cristaux de glace aiguisés fouettant ma joue gauche. Le blanc de la neige n’existait plus — seulement un gris infini. Et chaque rare rayon de lumière perçant ce voile m’aveuglait.

Par endroits, je m’enfonçais jusqu’aux genoux. Sous la neige, des flaques d’eau glacée, cachées. Rapidement, j’ai glissé et suis tombée. À partir de ce moment, j’ai senti quelque chose basculer. Mon corps est devenu une machine, chaque muscle tendu pour avancer pas à pas, avec un seul objectif : survivre. Survivre n’était plus juste un mot — c’était un état d’être.

Je pensais aux Tibétains traversant l’Himalaya, exilés de leur terre. Chaque pas était un choix. Marcher dans l’eau était plus sûr que quitter le chemin et risquer de me casser une jambe. Les chevaux restaient groupés, leurs croupes tournées vers le vent, abrités derrière un arbre. Mais s’arrêter n’était pas une option pour nous — s’arrêter, c’était se refroidir.

Mon pantalon s’est imbibé. La sensation dans mes cuisses et mon bassin a disparu. Mes jambes continuaient de marcher, uniquement par volonté. Mes pieds, dans des sandales et des chaussettes en laine, tenaient bon. Chaque fois que je marchais dans l’eau, je les sentais vivre, et cela me gardait connectée à la terre.

Sous mes gants, mes doigts devenaient glacés. « Thea, pense à tes doigts, bouge-les régulièrement ! » ai-je crié. Elle s’inquiétait pour mes pieds, mais eux restaient chauds, enfin, je les sentais encore.

Par moments, mes forces faiblissaient, surtout lorsque le chemin devenait obstacle. À chaque fois, je devais m’arrêter, me parler à moi-même : « Jasmine, reprends-toi. Allez. En avant. » Au fond de moi, je savais : si je m’arrêtais, tout s’arrêtait vraiment. Et chaque fois, je trouvais cette force brute, inexplicable, pour continuer.

Ce n’était pas la peur de mourir qui me poussait en avant, mais une volonté de tenir tête à la nature. Là, dans cet instant, rien d’autre n’existait. Seulement la nature et moi — moi et la nature. Ce n’était pas la neige ou l’eau qui étaient dangereuses, mais le vent impitoyable qui menaçait de me renverser, transformant la neige douce en aiguilles piquantes et rendant mon pantalon glacé.

Parfois, j’avais l’impression que mon corps se retournait, provoquant des nausées.

Nous n’avions pas de réseau, nous ne pouvions joindre personne. Nous savions qu’un groupe était devant nous et un autre derrière… mais où exactement ?

À bout de forces, j’ai commencé à prier. J’ai demandé de l’aide. Peu après, après 14 kilomètres, le brouillard s’est ouvert un instant. Une fraction de seconde, un petit bâtiment est apparu comme un point lumineux avant de disparaître. Ce serait notre objectif. J’ai fait signe à Thea : par là. Par là ! Mes yeux ne quittaient plus ce point où il y avais le bâtiment, bien qu’il ait déjà disparu et que tout était gris uni. Mes prières avaient été exaucées.

À l’intérieur, le vent a cessé, et nous avons enfin pu reprendre notre souffle. J’ai retiré mes vêtements mouillés et tordu l’eau de mes chaussettes. Un bloc de glace y était collé. Mon corps a commencé à trembler, une réaction qui m’épuisait. Quelque chose montait en moi.

« Thea, il se peut qu’une décharge émotionnelle arrive bientôt. Ne t’inquiète pas », l’ai-je prévenue.

Elle sautait sur place pour rester au chaud. J’ai sorti mes couvertures de survie, en lui donnant une et en m’enveloppant dans l’autre. Heureusement, je les avais prises avec moi.

Et puis, c’est arrivé : un cri, profond, venant de l’intérieur. Des larmes ont suivi.

Sur la porte en métal rouillé, une étiquette avec un numéro de taxi. « Thea, j’appelle un taxi. Nous ne pouvons pas continuer comme ça. »

Peu après, nous avons vu les jeunes de l’autre groupe. Nous les avons appelés à entrer. Tout le monde tremblait de froid. Les traces de la nature étaient gravées sur nos visages.

Une heure plus tard, nous étions en sécurité et au chaud dans une auberge. Mais à l’intérieur de moi, quelque chose était brisé.

Et même si nous en avons souvent parlé ensemble, alors que j’écris ceci maintenant, je sens mon corps se crisper à nouveau et mes yeux se remplir de larmes.

Depuis ce jour, mon corps est resté bloqué, avec une douleur intense dans le bas du dos, surtout la nuit.

Je suis heureuse de pouvoir maintenant écrire à ce sujet. Je réalise que c’est le début d’un changement dans mon corps, un processus de guérison.

Le 1er mai 2022, je suis arrivée à Saint-Jacques-de-Compostelle. Le jour de mon arrivée, le brouillard flottait, tout comme je me suis sentie ces derniers jours… perdue dans la brume.

Merci, Thea. Obrigado Ricardo, Tiago, Vantuir. Obrigada Jennifer.

.