Vanishing Twin

20151130173148_00001-2

7 maart 2016 – Begin 2016 is heftig geweest. Ik werd bewust van oude patronen die terug aan het licht kwamen. Er was geen ontsnappen aan. Geen nieuwe uitwegen ter beschikking. Het ene oud patroon volgde de ander al heel snel op. De pijn was te voelen op harts niveau, zowel fysisch als psychisch.

Er was maar één mogelijkheid om eruit te komen. Erin stappen. Dwars erdoor. Door de angst heen, met de angst mee. De pijn toelaten en er ontspannen proberen in te staan.
Richting transformatie.
Pas begin februari was het alsof ik terug in het leven stond.
De pijn verdween als een speld in een hooiberg. Het transformatie proces kon beginnen.

Tijdens de opleiding ELW (vzw Nel), het voorbije weekend kwam ik in aanraking met een ander stukje in mezelf.
De tijd was rijp. Ik werd geconfronteerd met mijn geboorte. Tijdens een meditatie kwamen er beelden te voorschijn. Het drong niet onmiddellijk tot me door, tot het moment dat ik in groep een ademhalingsoefening kreeg. Het bleef niet meer bij de beelden. Wat ik gewaar werd was overduidelijk en bevestigend. Ik zat er plots middenin. De baarmoeder. Met vertrouwen en de steun die ik voelde rond mij kon ik het laten gebeuren.

Zo een tien jaar geleden kwam ik voor de eerste keer in aanraking met ‘familie opstelling’. Ik zie me daar nog zitten op de stoel naast de begeleider.
Voor mij, een touw op de grond. Mijn levenslijn. En een persoon die ik had aangewezen als representant die mijn levenslijn afliep.
Mezelf. Mijn spiegelbeeld.
Hoe verder de persoon verwijderd was van het NU en dichter bij mijn geboorte kwam, hoe meer hartklop ik voelde.
Aan het punt van mijn geboorte, dacht ik ‘dit is het eindpunt’. Niets was minder waar, de tocht ging gewoon door. Eén stap.
Mijn buik voelde vreemd, onwennig.
Rond mijn hals een witte sjaal.
Eén hand, deze van de begeleider. Mijn sjaal. Ik hangde.
Ik hapte naar lucht. Mijn hand greep de sjaal. Ik kwam niet op adem. Een paar seconden wist ik niet meer waar ik was. Wat er gebeurde.
‘Geen paniek, je bent hier’, hoor ik nog zeggen. Ik keek de begeleider aan. Ik zag zijn mondhoeken naar achter. Ik interpreteerde dit als een glimlach. Mijn ogen voelden groot, open. Een traan. Ik durfde niet te spreken.
De angst had mijn lichaam toegenepen.
Ik had afstand gedaan van het gebeuren.
‘Je stelt je waarschijnlijk vragen?’, terwijl hij me aankeek.
Een uitleg volgde…’Vanishing Twin Syndroom’ was het laatste wat ik er nog kon bij horen.

Dit was toen mijn eerste en laatste ontmoeting met familieopstelling en het woord Vanishing Twin. (wil je er meer over weten, klik dan HIER)

Tussen toen en nu kwam de situatie en het woord sporadisch eens terug aan de oppervlakte. Ik had er verder niets meegedaan.

Waarom? Oh, dit heeft verschillende redenen. Het geweld die mijn lichaam heeft aangevoeld tijdens de sessie. De angst die extra voeding had gekregen. Het vermijden van beelden die ik als kind zag. Een niet meer veilig voelen bij de begeleider en het centrum. Hieruit vloeide toen ongeloofwaardigheid. Ook al ben ik even gaan checken en verder gaan zoeken bij het thuiskomen.
Internet…gaan luisteren bij mijn ouders…Echografie was toen niet gebruikelijk. Of…hebben artsen toen gezwegen om de vreugde niet te ontnemen van de ouders… Het was allemaal vaag. Antwoorden voldeden niet aan mijn verwachtingen. Mijn denken kreeg geen voldoening. Mijn gevoelens zaten nog heel diep verborgen. Niemand kon me helpen, zelfs ik niet. Ik kwam in een impasse terecht.

Dit was toen.

Vandaag.

Natuurlijk kon niemand me toen helpen, ik duwde het onbewust weg. Ik plaatste het toen buiten mezelf. Het was te confronterend. Lag het aan de begeleiding? Het heeft er zeker geen goed aangedaan. Het heeft het proces enkel uitgesteld.
Het universum had nog eerst iets anders voor mij in petto.
Ik was er niet klaar voor. Mijn lichaam was er toen niet klaar voor. Ik had de draagkracht nog niet.
Vandaag kan ik voelen en zien dat het diep vanbinnen niet onbekend was. Kan ik voelen dat het al altijd aanwezig is geweest al sedert heel klein.

Het gevoel van ‘ik ben niet alleen’ kon ik niet plaatsen. Ik voelde het wel, maar wat kon ik ermee?
Hoe ga je delen met anderen dat je wat je voelt in je lichaam, je het gevoel hebt dat je niet alleen bent.
Dat er nog iets is. Maar wat! Ik kon het zelf geen plaats geven, hoe kan je het dan in woorden omzetten.
Al eens iets proberen delen met anderen wat niet tastbaar is? Waar geen bewijzen voor zijn! Hoe breng je zoiets onder woorden zodat je je begrepen zou voelen!
Gelukkig dat ik niet in de middeleeuwen leef. Het risico van de brandstapel zou waarschijnlijk groot zijn. En eigenlijk moet ik nog zover niet terug. Toen ik twintig jaar geleden mijn eerste stap in de psychiatrie zette. Hoorde ik mijn grootmoeder het woord ‘zottekot’ gebruiken. Dan ga je best maar zwijgen.

Ik herinner me nog mijn post ivm het kind in mij die ik had terug gevonden tijdens mijn tocht naar Compostella. Ik had er toen een eureka gevoel bij.
Vandaag heb ik dit eureka gevoel niet en dat terwijl ik besef dat het bewust worden van dit deel van me, die ook mijn leven is, hierdoor wel veel zaken een plaats zal krijgen. Plots werden veel zaken mij overduidelijk.
Kan ik de vele nachtmerries, angsten, mezelf opsluiten in de kast opzoek naar de warmte van de schouw, het gevoel dat er iemand mijn voeten vast nam, de aanwezigheid van iemand in mij kamer… Mijn nachtmerries krijgen plots een totaal andere betekenis.

Iets is zeker, ik laat me door niemand meer beïnvloeden hieromtrent. Geloven of niet.
Mijn lichaam weet beter dan wie ook en daar vertrouw ik op.
Ik stap het leven in met wat is.
En tot mijn grote verwondering is er een rust gekomen. Heb ik de behoefte niet meer te zoeken via verschillende wegen naar waarheden of een waarom.
De waarheid is in mij.
Het mag eindelijk een plaats krijgen in mijn leven…

Ik heb het recht op bestaan en dit samen met mijn zielebroertje.

 

Ik en mezelf

L1006785-bewerkt-2

Gent 18 februari 2016 – Een gesprek. De andere en ik, ik en de ander.
We staan recht tegenover elkaar.
Het onderwerp. Iets vertellen vanuit het ik-gericht zijn, de andere willen helpen versus iets meedelen vanuit je ‘zijn’ zonder verwachtingen.

Een vraag. Een aanraking. Oogcontact. Mijn lichaam.
We blijven elkander aankijken.
Een intens contact.

Ik voel mijn mondhoeken in een opwaartse beweging gaan.
Het antwoord komt niet. Niet dat ik het niet ken, integendeel. Woorden verdwijnen. Er beweegt iets door mijn lichaam. Alsof er iets mij naar boven trekt en terzelfder tijd iets naar beneden, naar de aarde. Intens.
Vibrerend.
Mijn woorden komen er niet meer uit. Geen uitleg. Ik heb het idee dat woorden uitéénvallen. Letters.
“Ah, wat is dat! Voel je dat!”, krijg ik eruit met een krachtige stem. Ik begin te lachen, van een niet wetend hoe mij gedragen.
Ik word bewust dat mijn woorden overbodig zijn. Woorden, mijn gevoel.
“Stop, laten we lossen. Voel!”, hoor ik mezelf zeggen.
We krijgen het antwoord in een andere vorm. Ik voel een stekende pijn in het hart. Mijn hand. Mijn borstkas. Vreugde. Kracht.
Voor de eerste keer voel ik mijn lichaam in een totale verbondenheid, in continuïteit . Iets is veranderd. Ik voel geen angst.
Zelfs de pijn in de hartstreek baart me geen zorgen. Vertrouwen.
Het is me niet vreemd. Herkenning in me diepste. Ik en de ander, de ander en ik.
Mezelf met mezelf met de ander.

Frisse lucht. Mijn lichaam vraagt beweging. Trams, bussen. Ik huppel. Ik hou me in. Mensen kijken me aan, of denk ik dat ze me aankijken. Foert. Ik huppel verder. Water. Een plaswater. Het verlangen van een klein kind komt naar boven. Al huppelend, springend verplaats ik me over het plein. Ik spring de hoge treden naar beneden. Aarde. Ik leg mijn handen op de aarde.

Ik ga even terug op mijn stappen. De avond afronden.
Nog even een liedje  ‘Uniao’. Ik verdwijn.
Op het perron wacht ik op de tram. Vanuit mijn bekken voel ik mijn lichaam in beweging komen. Ik wiebel. Ik dans. Subtiel. Ik laat zijn wat er gebeurd is. en probeer het niet te begrijpen, te verwoorden.

Het is al laat. Mijn bed. Het ene been komt naast het ander te liggen. Ze zoeken plaats onder de frisse lakens. Met mijn twee handen neem ik het laken vast. Mijn dons. Mijn huid. Ik laat me dragen ik word gedragen.

Een brief

20151130175234_00001

Gent 5 februari 2016 – Een huwelijksverjaardag. Mijn moeder, haar man. Twijfel! Voelen! Ga ik of niet! Een brief naar mijn moeder. November 2015. Het neerschrijven deed me goed. Pas op de morgen van het feest heb ik beslist. Het voelde goed. Mijn plaats was aan haar zijde. De trein. Het restaurant. Dankbaarheid was zichtbaar toen ze me zag. Het verwarmde mijn hart. Ik kreeg een plaats aan tafel. Aan haar zijde! Ze zag er goed uit, ze straalde. Ze was fier ons allen samen te zien. Het was een fijne namiddag! ’s Avonds stuur ik haar nog een sms om te bedanken. Een antwoord kwam terug. Mijn hart schokte op en neer, tranen kwamen in mijn ogen te staan. Op het bericht, ‘…vergeet niet dat ik je graag zie.’

 

Een brief:

‘Dag mama,

Graag wil ik je via deze weg uitleggen wat ik voel.
Het is niet gemakkelijk, toch probeer ik.
Ik voel ook angst, angst om niet begrepen te worden in mijn goede bedoelingen. Ik ben bang dat je mijn liefde die ik sowieso voor je heb, niet kan voelen door mijn woorden.
Bang dat mijn eerlijkheid misbruikt en tegen mij zal gebruikt worden.
Ik neem het risico, de angst voorbij.
Mama,
Al 44 jaar kennen we elkander en een groot deel van deze tijd heb ik pogingen gedaan om een closer contact te hebben met jou.
De weinige momenten waar het toegelaten werd en kon, koester ik.
Als kind, als dochter, als meisje, als vrouw heb ik het gevoel dat ik weinig tot geen plaats heb in je leven.
Ik leg dit even uit met een toneelstukje zodat je mij hopelijk kan begrijpen.
De personages:
twee vrouwen (een moeder en dochter) 5 mannen (twee zonen, de vader van de moeder, twee echtgenoten)
De moeder staat in het midden. De vader (van de moeder) staat achter de moeder. De andere vier mannen staan rond de moeder.
De dochter staat ergens in het donker in een hoekje van het podium. Het licht schijnt op de moeder en haar mannen.
Het verhaal:
De moeder kijkt naar haar dochter, een klein meisje. Het klein meisje steekt haar handen/armen uit naar haar moeder. De moeder staat met haar armen naast haar en kijkt naar haar dochter. Ze verroert niet. Amper haar ogen bewegen.
De moeder kijkt terug in de richting van de mannen; haar zonen, echtgenoten, vader.
Terug kijkt ze naar haar dochter…
En zo gaat het een eindje door, afwisselend. Van de ene kant, naar de andere.
Een traan loopt over de wang van het kleine meisje. De moeder kan het niet zien, de afstand is te ver.
Uiteindelijk beslist de moeder om geen stap te zetten en blijft staan in het midden. Een voor één kijkt de moeder naar de mannen.
De tijd gaat voorbij. Jaar na jaar.
Het kleine meisje verdwijnt in het donker, in de schaduw van de mannen.
Ze gaat haar leven verder tegemoet. Wandelt over bergen, de ene al wat gemakkelijker dan de ander. Het lukt haar. Het lukt haar goed. Ze groeit tot een mooie vrouw. Een vrouw met zoveel moois, zoveel liefde om te geven.
Zie je het! Kijk eens goed!
Kijk eens diep van binnen in het hart van de jonge vrouw.
Kijk maar even goed…en nog…en nog…nog dieper…een pareltje. Een waterpareltje.
Op het waterpareltje fonkelt er een licht.
Het licht komt uit de ogen van deze jonge vrouw. Het weerkaatst.
Het pareltje, de traan die het kleine meisje meegedragen heeft in haar hart, is bewaard gebleven tot vandaag.
De jonge vrouw heeft beslist om vandaag de traan te laten groeien.
Niet tot verdriet.
Wel om leven te geven aan het hart zodat het kan blijven groeien.
Een hart die zoveel te geven heeft aan de mensen die met haar op pad willen gaan.
Mama
wat mijn beslissing ook mag zijn dit weekend.
Ik wil gaan luisteren naar wat mijn gevoelens en wat mijn hart zal komen vertellen.
En weet een iets, ook al ben ik er niet. Ik zie je graag.

Jasmine’

 

 

Fouten

L1018331

Het leven is één grote school waarin we soms fouten maken. De ene leerling al wat meer dan de ander. Aan fouten maken is niets verkeerd zolang men er iets uit leert. Laat ik ze noemen levenservaringen. Onze bibliotheken staan er vol van. Ze worden kenbaar gemaakt via romans, waargebeurde verhalen, korte fragmenten, quote… Zoveel mensen die hun eigen ervaringen met anderen willen delen, door zichzelf bloot te geven. Omdat ze ergens diep vanbinnen weten dat er ergens in deze grote school er ooit wel iemand zal zijn voor wie het verhaal een meerwaarde zal brengen.
Daarom ben ik deze blog ook gestart. Omdat er ooit wel iemand zich hierin zal herkennen.
Ik doe het graag en heb hier ergens mijn weg in gevonden. Een blijvend zoeken van vallen en opstaan.

Ik heb veel fouten gemaakt en zal er nog veel maken. Ik hoop alleen dat de fouten die ik nog zal maken, dat ik er zachter mee mag omgaan in de toekomst en dit zonder mezelf af te breken, zonder verder de vinger van ’slecht’ boven mijn hoofd te zien.
In het verleden kreeg ik het beeld voorgeschoteld dat fouten slecht waren, negatief. Ze werden met de vinger gewezen. Er werd geroepen, gebruld, gestraft, het kon soms dagen voelbaar zijn en weken aan één stuk doorgestoken worden. Zowel thuis als op school.
Wanneer ik iets creatiefs aan het maken was, waar ik zo fier op was, werd er nooit tot zelden iets positiefs over gezegd er was altijd iets fout. Dus ik maakte ervan dat mijn werk slecht was.
Neen, mijn werk was niet slecht, het was alleen niet zoals de andere het wou. (een gedachte van het heden)

Er was geen tijd, ja zelfs toen al. Dus ik maakte ervan dat ik niet welgekomen was, dat ik dacht niet graag gezien te zijn geweest. En heb ik vele nachten gehoopt te sterven en in een andere familie terecht te komen. De tijd werd verdeeld tussen het huishouden en de man des huizes, mijn vader. Hm, ik voelde me hierin tekort gedaan, ik kreeg van mijn moeder niet de nodige aandacht. En als beiden dan samen waren dan mogen kleine kinderen niet spreken wanneer grote mensen het woord hebben. Dus ik dacht als klein meisje, ‘was ik maar op de wereld gekomen als jongen, dan hadden ze me wel graag gezien.’  Ik heb mezelf rechtstaand zien plassen, ik was toen tien. Ja, ik dacht toen dat er misschien een plassertje zou groeien en dat het probleem opgelost zou zijn.  Het heeft zelfs op latere leeftijd een invloed gehad op mijn seksueel leven. 

Ik ben als enig meisje tussen twee jongens opgegroeid. Oeps, jaja, ik moest toch wel af en toe mijn eigen mannetje staan. Gelukkig zijn we eruit gekomen zonder kleerscheuren, fysisch dan toch.

Wanneer ik thuis of op school iets zag die niet juist was, negatief ten nadele voor mezelf en andere, maakte ik dit bespreekbaar al van kleinen ukkepuk. Dit was echter ongehoord om als ‘snotneus’ te durven melden dat iets niet ok was tegen een ouder, leerkracht, directie… De gevolgen laat ik in het midden.

Het klopt ik had zowat mijn ideetjes en meningen, maar daarom waren ze niet slecht of was ik slecht. En ja hoor ik heb vaak beelden waar ik woest en al wenend er op sta… Want ik begreep het niet dat ik gestraft werd op een gevoel van pijn, machteloosheid, verdriet en onrechtvaardigheid dus deed ik gewoon door. Ik begon te rebelleren. Ik wordt me nu zelfs bewust dat ik waarschijnlijk toen verder ben gaan rebelleren omdat ik als kind inzag dat rebelleren daarvoor wel tijd werd gemaakt. 

Oeps, ik ben aan het afwijken van mijn thema ‘fouten’. Of toch niet! En voor alle duidelijkheid ik zie mijn familie graag, gelijk wat er ook geweest is.

Fouten werden nooit kenbaar gemaakt. Er werd hier nooit aan toegeven. Neen, nog liever dagen en weken koppig rond lopen of blijven liegen, het negeren of in de doofpot te steken. Als kind begon ik daardoor deels sterk te twijfelen aan mezelf en begon ik mij een raar wezen te voelen. Want wat ik als niet juist zag en voelde kreeg ik onder mijn voeten en begon ik te geloven dat wat fout was, juist was. Toch wel rare kronkels dat een kind kan maken. Vandaag voelt het alsof ik plots terug moet leren stappen. Verwarrend!

Wat ik eigenlijk wou zeggen.
Is dat het belangrijk kan zijn om een fout kenbaar te maken en ervoor durven uit te komen. Kunnen leren van elkaars eigen fouten. En het heeft niets te maken met al of niet gelijk halen of hebben, daar gaat het niet om. Je helpt er op de eerste plaats jezelf mee, het kan je de kans geven te groeien en niet meer in herhaling te vallen. Het toegeven wil niet zeggen dat de andere je daardoor minder zal graag zien.
Door het te delen wordt jezelf ook alerter.
Het kan ook de andere helpen de situatie juist in te schatten zonder het een eigen verhaal gaat leiden.
En zoals al velen hebben geschreven, het is niet omdat je een fout maakt dat je gefaald hebt, integendeel. Voor gaande is het het inzien van de fout en dat is al een grote stap.

En wat ik vind is daarom niet ‘de waarheid!’, ook hier zitten er waarschijnlijk fouten waar ik verder uit zal leren. Ik lees het graag!

Kerst

24 december 2015 – Gent – 17:00 de straten in het centrum hebben terug hun rust gevonden. De winkels sluiten hun deuren. De mensen die nog op straat zijn hebben weinig haast. Ik zoek nog een plaats waar ik een koffie kan drinken. Gesloten. Eén voor één sluiten de café hun deuren. Een eenzaam gevoel komt op me af. Ik stap naar huis.

Ik draai de sleutel een kwart draai naar links. De stekker van mijn kerst verlichting gaat in het stopcontact. Mijn handschoenen verdwijnen in mijn lederen reistas. Ik haal de kaarsjes uit de kast. 1,2,3, 4,5,6,7….  36 kaarsjes die me warmte en licht zullen geven deze avond.  De radio gaat aan. Wat achtergrond muziek vult de ruimte, ‘White Christmas…’. De keuken. Water staat op het vuur. Een granaatappel wordt doormidden gesneden, mijn gedachten reizen terug in de tijd. Deze morgen!

‘Terwijl ik aan de kassa sta aan te schuiven hoor ik de stem van twee kleine meisjes. Beiden staan de ijsjes aan te staren die in de diepvries kast liggen. ‘Kijk papa, ijsjes! Mogen we er eentje voor deze avond?’, terwijl ze met hun vinger wijzen. De papa gaat wat dieper door zijn  benen. ‘We hebben er nog  twee in de koelkast liggen’. ‘Oh, mogen we er dan eentje voor deze avond met kerst?’, kijkend naar hun papa met grote verwonderde ogen. De papa komt terug recht. Ik zie de blijheid eventjes verdwijnen op zijn gezicht. Hij kijkt me aan en steekt zijn schouders lichtjes op. We blijven elkander aankijken. Woorden waren overbodig. De man herken ik van de voedselbanken. Af en toe deel ik er voedsel uit. Ik draai me terug in de richting van de kassa. Ik voel mijn hart diep, stevig kloppen. De spieren van mijn borstkas trekken zich samen, alsof ik van binnen snik, alsof ik diep van binnen huil. De glimlach van de meisjes komt even terug voor mijn ogen. Ik stap terug de winkel in. In het naar buiten gaan zie ik de papa met zijn twee kinderen. Ik babbel even met hem en laat een doos ijsjes glijden in zijn tas. Een blik, een glimlach. Ik draai me om en zwaai nog even. Meer  was niet nodig.

Mijn keuken. Het water kookt. De stem van de meisjes verdwijnt in de achtergrond. Mijn maaltijd is klaar. Aubergine, granaatappel en walnoot met wat Griekse yoghurt.

Mijn dessert: Het beeld van twee lachende meisjes die een kerstdessert delen met hun papa. ‘Happyfeet’ op tv. die me aan het lachen en dansen brengt. Een warm hart. Dankbaarheid.

De klokken luiden middernacht!

Ik wens jullie allen een hartverwarmende, liefdevolle Kerst!

wat als…

keuzes

6 november 2016 – Wat als je deze tekst breder gaat bekijken!

Zijn we soms niet genoodzaakt verantwoordelijkheid te nemen net door te gaan vluchten. Is vluchten in bepaalde omstandigheden geen verantwoordelijkheid nemen!

Soms kom je in situaties terecht waar je geen uitweg meer ziet, het je allemaal teveel wordt. Dan is het beter even afstand te gaan nemen. Ik herinner me nog een zin die ik mijn vader regelmatig heb horen zeggen ‘reculer pour mieux sauter’.  Waarschijnlijk zijn er onder jullie wel die zich een situatie herinneren in een groep, waar de spanning zo hoog kwam te staan dat je lichaam of je geest op de vlucht is gegaan.

Vorige week kwam ik na de zoveelste keer in zo een situatie terecht. Om verschillende redenen en waar ik nu niet verder op in zal gaan, heb ik altijd groepen proberen te mijden.
Plots werd de spanning zo hoog dat ik het afgetrapt ben. Het was me allemaal teveel en om niet in woorden te gaan met anderen, koos ik om de benen te nemen, alleen.
Mijn lichaam schreeuwde binnenin.

Het was een zonnige zondag namiddag. Een boer liet één voor één zijn koeien uit de stal terwijl hij uit de verte naar me riep ‘Dag madam, goe weer é’. Ik stak mijn hand naar hem op terwijl mijn hoofd op en neer bewoog. ‘Ik laat ze nog even buiten voor dat de winter er is en ze in de stal zullen moeten blijven’, wist de boer me nog te vertellen. Het ritme van de koeien, de zon, de vriendelijkheid van de man, de natuur bracht me tot rust. Mijn lichaam werd terug voelbaar. Het werd tijd om mij om te draaien en terug naar de groep te gaan.

Binnen dit verhaal heb ik hier verschillende verantwoordelijkheden genomen. Ik ben uit de groep gestapt, laat ik het woord ‘vluchten’ gebruiken, uit zelfzorg en ook uit zorg voor de groep. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen terug te keren. Uit de groep stappen omdat de angst zo voelbaar is, is niet de ideale oplossing want dan stel je jezelf wel echt bloot en heb je dik de kans een lading te ontvangen waarvoor je net angst hebt. En ja hoor dit waren keuzes alleen niet of/of wel beide samen.

En wat met bekennen of liegen! Wat als je bewust bent dat wanneer iemand tegen je liegt het uit zelfzorg is. Dit kan verschillende redenen hebben. Liegen omdat er geen ‘neen’ kan uitgesproken worden, uit angst…

En natuurlijk zijn er andere oplossingen en zijn bepaalde gedragingen niet gemakkelijk aanvaardbaar. Wanneer je echter achter deze woorden een verhaal kan zien. Een verhaal die voor ieder anders is. Dan krijgen al deze woorden een andere lading. Dan wordt je niet enkel milder naar jezelf, ook naar de ander.

Ik ben mezelf!

 

Leven

image

26 oktober 2015 – “Awel, ik woon hier al meer dan 20 jaar en je bent de vriendelijkste persoon die ik hier ooit heb ontmoet. Je steekt met kop en schouder boven al de rest in dit gebouw”, vertelt een buurtbewoner me wanneer ik voor haar de deur open en haar een goede morgen wens met een glimlach. “Oh, dank je wel voor het delen dit doet deugd”. We kijken elkander aan. Ik zie een vreugdevolle vrouw die al lachend het gebouw binnenstapt.  Mijn buik, mijn hart maken schokkende bewegingen. Mijn borstkas krijgt extra ruimte. Een diepe zucht volgt. Vocht komt in mijn ogen. Ontroerd. Mijn lach wordt breder. Een reflectie uit hart.
Jaren heb ik zo een moment niet optimaal kunnen beleven. Mijn overlevings-afschermingspantser zat tussen het gebeuren en mijn hart.
Mijn bijsluiter. Moed, kracht, geloof, vertrouwen.
Terug vertrouwen krijgen in de ander, het leven en vooral in mezelf zijn noodzakelijk geweest om dit vandaag te kunnen beleven. Al heel vroeg ben ik zoekend geweest. Zoekend om mezelf niet te verliezen, om wat heel diep vanbinnen aanwezig was en is,  levend te laten.
Van de klassieke geneeskunde, waar mijn hersenen werden gepijnigd en waar emotie en gevoel weinig kans kregen te mogen bestaan. Naar Ayahuasca rituelen die me deed inzien dat ik het niet moest gaan zoeken extern via hallucinogene planten omdat het antwoord binnenin mezelf lag.
Naar vandaag waar ik via emotioneel lichaamswerk me terug de mogelijkheid kan geven om alles wat in mijn lichaam aanwezig is terug tot leven te brengen, vooral te laten zijn.
Gevoelens en emoties zijn terug een deel geworden van mezelf en net door de pantser aan de kapstok te hangen ben ik net minder kwetsbaar geworden.
De kracht van leven.