Julien

Pour le Français voir 👇🙏

(06/12)Deze ochtend liep ik door Vieux Lyon richting de Colline de Fourvière, waar een religieus gebouw sinds mijn aankomst in de stad mijn aandacht trok.
Ik voelde een fluiditeit in mijn bewegingen en zijn. Daar kan ik zo van genieten.

Mijn blik viel op een huis, nummer 7. Iets verder nam ik een smalle straat met trappen: Montée de Barthélemy. Ik voelde even een vervelend gevoel bij die naam. ‘Neen, Jasmine. Je aandacht zal niet gaan naar wat de kerk heeft gedaan. Draai het om,’ klonk het door me heen. Ik voelde de behoefte mijn rozenkrans te nemen en deze op te zeggen tot boven op de Colline, voor de slachtoffers die de kerk maakte tijdens le massacre de Saint-Barthélemy.

Één ander huisnummer, 11 trok mijn aandacht. Tussen tal van graffiti stond in mooie kalligrafische letters: “Jeanne”. Een duif vloog voor me uit op de trappen. Boven aangekomen stapte ik de Basiliek binnen. Het voelde er goed en ik bleef er wat rondhangen. Een glasraam trok mijn aandacht bij de zachte witte en gouden tinten. Links een engel, vermoedelijk aartsengel Michael, een vrouw, een zwaard met lichtbundel onderaan, omringd door vuur, en een ster erboven. Rechts een andere vrouw, een engel met de staf van een pelgrim in zijn handen.
Ik vroeg een vrijwilliger om uitleg over deze figuren. We wisselden contactgegevens uit en hij beloofde later te antwoorden.

In de grote crypte, die zich over de volledige oppervlakte van de Basiliek uitstrekte, stonden Maria-beelden uit verschillende landen, elk met een verhaal van een wonder.
Een prachtige mozaïek beeldde het leven en de legende van de Heilige Jacobus uit. In de crypte werd ik gewaar dat ik er niet lang kon verblijven: ik werd wat onwel en voelde dat ik moest vertrekken.

Op de terugweg telde ik de trappen uit nieusgierigheid: 902 (11). Aan de overkant van de straat zag ik een tengere man, vreemd bewegend, zoekend, afwisselend stil. Ik bleef even bij de etalage van een boekenwinkel staan, en stapte toen naar binnen.

“Goedendag,” zei ik, “is het mogelijk de brandweer te bellen aub? Ik maak me zorgen om die man. In zijn staat, en met deze koude, vrees ik dat hij in de Rhône kan vallen.”
Terwijl ik hem observeerde, gingen 45 minuten voorbij. We werden van het ene telefoongesprek naar het andere doorgestuurd. Uiteindelijk stapte ik naar hem toe.

“Kan ik je helpen?” vroeg ik. Hij keek me vriendelijk aan. “Ik wil een taxi naar huis,” zei hij. Ik noteerde zijn adres in de kladblok van mijn telefoon. “Wat is je naam?” vroeg ik.
“Julien,” antwoordde hij.
“Julien, ik vrees dat de taxi je niet zal meenemen in de staat waarin je bent.” Zijn vest was bekleed met vlekken, zijn broek nat. “Heb je gedronken of drugs gebruikt?”
“Neen, ik ben in behandeling… Valium,”
begreep ik uit zijn woorden.
‘Kan je me vertellen welke richting ik uit moet?’ vroeg hij, terwijl ik wat fysieke afstand hield. ‘Je bent 3 km van huis, en in de staat waarin je bent zal je er niet geraken.’ Hij vertrok en ik zag hem tastend de straat oversteken.

Ik sprak de mensen van de boekenwinkel aan: “Dit is zijn adres, voor het geval er diensten komen. Ik zal hem vergezellen naar huis.”
“Dankjewel dat je dit doet,” zei de eigenaar. “Ik kan hem zo niet laten.”

Ik liep achter Julien aan. Toen hij de verkeerde weg nam, riep ik hem. “Kom Julien, ik ga je vergezellen. Zo zal je er niet geraken.”
“Wil je dit voor me doen? Wat is je naam? Je bent van België?” vroeg hij. Blijkbaar klonk mijn accent door.
Terwijl we liepen, vertraagde hij soms; zijn brein leek af en toe op ‘stop’ te gaan.
“Het is koud, en mijn knieën doen pijn.”
“Ik begrijp je,” zei ik. Ik moedigde hem aan in beweging te blijven, zijn handen in zijn vestzakken.
“Is het nog ver?” vroeg hij. Ik twijfelde. “Je bent als de pelgrims die ik dit jaar heb vergezeld, die vroegen hoe ver het nog was. Of zoals kinderen in een auto: ‘Is het nog ver?’ Ik zeg het je liever nog niet, zodat je moed niet inzakt.”, we lachend naar elkaar.

Moedig stapte hij verder, afwisselend voor me, dan naast me. De blikken van voorbijgangers varieerden van glimlach tot bezorgdheid.
“Ik heb het koud.”
“Ik zie het aan je kleur.”
“Waarom ben ik rood?”
“Blauw van de kou. Komaan, je bent er bijna, nog 800 meter.”
“Dankjewel,” zei hij.
“Graag gedaan. Herpak je he Lucien, dit kan de volgende keer fataal zijn.”

Bij het adres aangekomen, zag ik dat het een hotel was. Ik wachtte tot hij binnen was. De receptionist vroeg hem plaats te nemen. Ik keek uit het venster en zag Julien in een zetel, in slaap gevallen. In de warmte.

Ik keek op mijn telefoon en zag dat ik de mail had ontvangen met de uitleg over het glasraam.

Wordt vervolgd…

(06/12)Ce matin, je me suis promenée dans le Vieux Lyon en direction de la Colline de Fourvière, où un bâtiment religieux attirait mon attention depuis mon arrivée en ville.
Je sentais une fluidité dans mes mouvements et mon être. J’en profitais pleinement.


Mon regard s’est posé sur une maison, le numéro 7. Un peu plus loin, j’ai pris une ruelle étroite avec des escaliers : la Montée de Barthélemy. Un léger malaise m’a traversée à la lecture de ce nom. « Non, Jasmine. Ton attention ne doit pas aller vers ce que l’institut l’Église a fait. Retourne-le », résonnait en moi. J’ai ressenti le besoin de prendre mon chapelet et de le réciter jusqu’au sommet de la colline, pour les victimes du massacre de la Saint-Barthélemy.


Une autre maison, numéro 11 a attiré mon attention. Parmi de nombreuses graffitis, il y avait, en belles lettres calligraphiées : ‘ Jeanne’ . Une colombe a volé devant moi sur les marches. Une fois arrivée en haut, je suis entrée dans la Basilique. L’atmosphère était agréable et j’ai pris le temps de m’y attarder. Un vitrail a retenu mon regard avec ses teintes douces de blanc et d’or. À gauche, un ange, probablement l’archange Michel, une femme, une épée avec un rayon de lumière en bas, entourée de feu et surmontée d’une étoile. À droite, une autre personne , un ange tenant le bâton d’un pèlerin.
J’ai demandé à un volontaire si il connaissait  l’identité de ces personnages. Nous avons échangé nos coordonnées et il a promis de me répondre plus tard.


Dans la grande crypte, qui s’étendait sur toute la superficie de la Basilique, se dressaient des statues de Marie venant de différents pays, chacune racontant un miracle. Une magnifique mosaïque représentait la vie et la légende de Saint Jacques. Dans la crypte, j’ai pris conscience que je ne pouvais pas rester longtemps : je me sentais légèrement mal et j’ai ressenti qu’il fallait partir.


Sur le chemin du retour, par curiosité, j’ai compté les marches : 902 (11). De l’autre côté de la rue, j’ai aperçu un homme frêle, bougeant de manière étrange, cherchant, alternant moments d’immobilité et de mouvement. Je me suis arrêtée un instant devant la vitrine d’une librairie, puis je suis entrée à l’intérieur.
« Bonjour, » ai-je dit, « serait-il possible d’appeler les pompiers s’il vous plaît ? Je m’inquiète pour cet homme. Dans l’état où il se trouve, et avec ce froid, je crains qu’il ne tombe dans le Rhône. »
Alors que je l’observais, 45 minutes s’écoulèrent. Nous avons été transférés d’un interlocuteur à l’autre. Finalement, je suis allée vers lui.


“Puis-je vous aider ?” ai-je demandé. Il m’a regardée avec bienveillance.
“Je voudrais un taxi pour rentrer chez moi” , dit-il. J’ai noté son adresse dans le bloc-notes de mon téléphone.
“Quel est votre nom ?” demandai-je.
“Julien” , répondit-il.
“Julien, je crains que le taxi ne veuille pas vous prendre dans l’état où vous êtes.” Son gilet était taché, son pantalon mouillé.
“Avez-vous bu ou pris des drogues ?”
“Non, je suis en traitement… Valium” , ai-je compris de ses paroles.
“Pouvez-vous me dire dans quelle direction je dois aller ?” demanda-t-il, tandis que je gardais une certaine distance physique. “Vous êtes à 3 km de chez vous et dans l’état où vous êtes, vous n’y arriverez pas.” Il partit et je l’ai vu traverser la rue avec précaution.


J’ai parlé aux personnes de la librairie : “Voici son adresse, au cas où des services viendraient. Je vais l’accompagner chez lui.”
“Merci de faire cela,” dit le propriétaire.  “Je ne pouvais pas le laisser ainsi.”


J’ai suivi Julien. Lorsqu’il prit le mauvais chemin, je l’ai appelé.
“Viens, Julien, je vais t’accompagner. Ainsi, tu n’y arriveras pas seul.”
“Voulez-vous faire cela pour moi ? Quel est votre nom ? Vous êtes de Belgique ?” demanda-t-il. Apparemment, mon accent se percevait.
En marchant, il ralentissait parfois ; son esprit semblait s’arrêter par moments.
“J’ai froid, et j’ai mal aux genoux.”
“Je comprends,” lui ai-je dit. Je l’encourageais à rester en mouvement, les mains dans ses poches.
“Est-ce encore loin ?” demanda-t-il. J’hésitai. ” Tu es comme les pèlerins que j’ai accompagnés cette année, qui me demandaient encore et encore ‘c’est loin ?’. Ou comme les enfants dans une voiture : ‘C’est encore loin ?’ Je préfère te le dire plus tard, pour que ton courage ne baisse pas”, lui ai-je dit en riant légèrement.
Il avançait avec courage, parfois devant moi, parfois à mes côtés. Les regards des passants allaient du sourire à l’inquiétude.
“J’ai froid.”
“Je le vois à ta couleur.”
“Pourquoi suis-je rouge ?”
“Non, bleu du froid. Allez, tu es presque arrivé, encore 800 mètres.”
“Merci” , dit-il.
“Avec plaisir. Reprends-toi, Lucien, cela pourrait être fatal la prochaine fois.”


Arrivés à l’adresse, je vis que c’était un hôtel. J’attendis qu’il entre. Le réceptionniste lui demanda de s’asseoir. Je regardai par la fenêtre et vis Julien assis dans un fauteuil, endormi, au chaud.
Je consultai mon téléphone et vis que j’avais reçu le mail expliquant le vitrail.


À suivre…

Le Triskèle

À l’ombre de la cathédrale de Reims, je suis assise sur un bloc de béton, le regard posé sur le vide.
Dans un verger tout proche, une colombe cherche prudemment son équilibre sur une branche qui oscille.
La lumière joue à travers les feuilles, projetant sur le sol des ombres dansantes, et quelque chose en moi suit ce rythme silencieux.

En pensée, je porte mon attention sur toutes les personnes que j’ai déjà rencontrées. Ce qui me frappe, c’est la fluidité avec laquelle, presque à chaque fois, dès la première porte, j’ai été accueillie.

Une rencontre en particulier reste gravée en moi.
Dans un petit village des Vosges se trouvait une maison dont la porte était déjà ouverte.
La façade, dans de douces teintes pastel, portait sur chaque rebord de fenêtre des fleurs colorées qui captaient la lumière.

J’ai sonné.
Une femme est venue à la porte, les mains couvertes de terre, aux pieds des sabots de plastique verts.
Elle m’a regardée — ouverte, silencieuse, attentive.
Lorsque je lui ai demandé un abri, elle a pris le temps. Du temps pour écouter, du temps pour ressentir. J’aime cela.
« Oui, je peux vous accueillir. Mais pas tout de suite, j’ai encore quelques petites choses à faire », m’a-t-elle dit.
« Que diriez-vous si je reviens vers 19 h ? »
« Oui, très bien. » Ainsi, nous avons convenu d’un rendez-vous.

En attendant, j’ai arpenté le village à la recherche de la clé de l’église.
Je suis arrivée dans une ferme tenue par un jeune couple avec six enfants.
Grâce à la jeune femme, j’ai pu visiter l’église, qui m’a semblé plutôt être une grande chapelle.
Une chapelle restée dans son jus, comme on dit en France : les murs de bois rongés par l’humidité, et quelques toiles d’araignée qui s’accrochaient à mon sac à dos.
Ensuite, j’ai eu droit à une visite de l’étable.
J’ai été étonnée de voir l’évolution de la traite des vaches : tout était automatisé.
Chaque vache portait un émetteur relié à un robot qui la trayait.
La vache savait trouver le robot, et le robot savait exactement quand il devait s’arrêter.
Un avantage pour cette mère de six enfants, qui n’avait plus à se lever à l’aube et disposait de plus de temps pour sa famille.
Et pourtant, je sentais aussi une distance grandir entre l’homme et l’animal : l’ordinateur avait pris la place.

J’ai savouré la scène où le plus jeune de la famille jouait dans le foin, tandis qu’une vache, avec ses longs cils, observait l’enfant d’un an avec une curiosité silencieuse.

À 19 h, je suis revenue à la maison aux fenêtres fleuries.
Invitée à la table du dîner, mon regard a été attiré par un symbole : le triskèle.
Ce même symbole avait fait partie de mon chemin en 2018, m’ayant guidée vers trois lieux liés à l’archange Michel sur le continent européen : Monte Sant’Angelo – Sacra di San Michele – Mont Saint-Michel.

Le lendemain matin, au petit-déjeuner, notre conversation a glissé vers la foi.
Eux, tous deux athées, m’écoutaient avec attention lorsque je racontais mon pèlerinage de 2018.
Après mon récit, la femme me dit : “Mon deuxième prénom est Michel. Et celui de mon mari aussi.”
Un silence a suivi. Nous nous sommes regardés, nos yeux brillant.

Je poursuivis avec mon expérience du corbeau à Glastonbury.
Depuis, quelque chose continuait de me travailler : peu après mon récit du corbeau, Anaïs m’avait partagé une expérience semblable qu’elle venait de vivre avec le même oiseau.
Je sentais que ce partage voulait me dire quelque chose.
Le sens restait en surface même si j’avais compris la phrase ‘le corbeau est passé sous ma jupe, je n’ai pas pu le retenir, il fallait que je le laisse partir’  je sentais qu’elle n’était pas encore pleinement intégrée.

Sur le chemin du retour vers la Belgique, cela revenait régulièrement à la surface.
Mais là, à leur table, il se passa quelque chose : les mots prirent vie.
La phrase s’animait dans le fait de la raconter, dans le fait de m’entendre moi-même la dire.
Cette fois, elle entrait vraiment en moi.
En même temps, je pris conscience qu’un éveil se produisait à l’intérieur.
L’extérieur et l’intérieur se touchaient.

Soudain, je ne pus plus rien dire, submergée par une sensation de joie intense.
J’entendis : Je te donne des ailes, tu peux t’envoler.
Et je les vis, mes ailes, se déployer.
J’étais sans voix et je remerciai les deux personnes à table pour leur écoute et leur partage.
Il m’apparut clairement qu’Anaïs avait été le canal de ce message, tout comme le prêtre, quelque part haut dans les Apennins, au cœur de l’Italie, m’en avait transmis un autre, autrefois, avant de s’éclipser.

La femme se leva et s’absenta un instant.
Lorsqu’elle revint, son mari parlait de ce qui se passait dans sa vie.
Soudain, elle me demanda de tendre la main.
Elle y déposa un collier avec un pendentif qu’elle avait fabriqué elle-même : un triskèle.
J’en fus profondément émue, et nous nous sommes pris l’un, l’autre dans les bras.

De Roos

Ik heb verschillende opleidingen gevolgd in mijn leven. Bijna allemaal waren ze praktijk gericht. Theorie bracht me al snel in faalangst en opgeven, en wat de theorie betreft zag ik er vaak het nut niet van in. Zeker wanneer ik ze niet kon koppelen aan wat ik met mijn handen kon doen.

Wanneer ik terug kijk naar wat ik heb geleerd op studievlak, geen enkel heeft me diep geraakt. Geen enkel bracht me diepe vreugde of wakkerde mijn vuur aan. Zelfs de fotografie niet. Geen enkel heeft ervoor gezorgd dat ik zo een ‘volle ja’ kon uitspreken als deze die ik vandaag zei en het zo diep kon gewaarworden ‘ja, ik wil’ omdat het mijn totaal zijn benaderd in het tastbare en veel verder.

De ‘ja’ kwam ergens rond mijn verjaardag toen ik in Egypte was, Ik Caroline ontmoette die me sprak over Anaïs Theyskens. Ik zocht haar even op en kwam bij een filmpje terecht op you tube waar ze over haar levensweg sprak. Ik was geraakt van de spiegel die ik ontvangde en voelde een diepe verbondenheid. Jaren had ik gehoopt om iemand te ontmoeten die mij in mijn diepste totale wezen kon begrijpen. Toen besliste ik om een initiatie te beginnen ‘Voie de la Madeleine ‘ waarvan Anaïs de oprichtster is.

Al jaren pelgrimeer ik op deze aardbol, beleef ik mystieke ervaringen. Deel ik ze, schrijf ik ervoor. Ben ik diep geraakt geweest door de gnosis, de gnostiek. Ik geloof in de gnostische geschriften. In 2014 liet la Colline Éternelle van Vézelay me 3 keer iets gewaarworden tot ik het doorhad dat ze me riep. In 2017 heb ik 3 dagen gehuild in Rocamadour. In 2018 kwam voor de eerste keer de Roos op mijn pad, niet weten wat ze werkelijk betekende in de diepte. In 2019 kwam ze me werkelijk aantonen dat ik trouw mocht blijven aan mij weg dit deed ze door levend in een vaas iets aan te tonen. 2020 bracht me dichter bij Maria Magdalena nadat 3 vrouwen in Vézelay me iets wilden delen over Sainte Baume In 2021 beleef ik terug een mystieke ervaring en voel ik duidelijk mijn hart bonzen als vuur tijdens een Paaswake in Vézelay. Gans mijn zijn werd in de uiterste kleine hoekjes geraakt door het ‘Licht’, het jaar waar ik deelde ‘ik trouw met Jezus’. Ik deelde dit met een paar mensen die heel dicht bij me stonden. Ik herinner me zo de aanwezige vreugde die er was en voelde dat het verder wandelen op dit pad met veel zorg en in diepe trouw aan mezelf diende te gebeuren.
Sedert dit moment ben ik opzoek geweest hoe ik verder in vertrouwen, vreugde en in geloof mijn weg kan bewandelen hier op moederaarde. Maar vooral voelde ik de nood en dat het tijd werd om dit samen met anderen te dragen en gedragen te worden. Ik kwam dichter bij de fraternitéit van Jérusalem. Een fraternitéit die me nauw aan het hart licht. Zusters en broeders die ik graag zie. Ik ben er opzoek geweest om in te treden. Alleen wat ik zag en hoorde maakte bracht me geen vreugde. Intreden zou me afgesnoerd hebben van mijn levensvreugde. En vooral ik ben niet iemand die in de pas loopt zeker niet wanneer blindelings regels moeten gevolgd worden die geen steek hebben en waar nog zo sterk het vertikaal, piramidaal systeem aan de orde is. Had ik hierin toekomst, neen. Een medezuster liet me dit inzien door een brief die ze me schreef. Zij was er zich niet bewust van. In de brief stond iets over de Kleine Prins in de woestijn (een paar maanden nadien was ik in de woestijn in Egypte) , over Thérèse van Lisieux (het enig beeld die aanwezig was in het huisje in Watou),
haar delen kwam uit een boek van een Belgische schrijver (zij wist niet dat ik van België was). De roos kwam dichter met Thérèse de Lisieux.
Een paar maanden nadien start ik la ‘Voie de la Magdelene’ in Egypte. Dat ik net daar een stevige ‘ja’ voelde is niet vreemd. Het land waar de katholieke kerk waar ik in was opgegroeid verdween als sneeuw voor de zon. Waar de mantel verdween om de essentie aan het Licht te laten. Het land waar de gevleugelde heel nabij is en waar ik de kracht als een pilaar mocht voelen als een zwaard die me krachtig neerzette. Waar ik mijn zieletweeling terug mocht ontmoeten en waar hij zonder het wist mij liet de wortels verspreiden diep in de aarde om verder in mijn stevigheid te staan. Waar de roos mij zachtjes begon te vergezellen en me niet meer verlaten heeft en zich langzaam verspreidde als een zachte bries door gans mijn Zijn. En zo bracht het me waar ik nu ben in Glastonbury daar waar alles op een punt samenkomt. Waar de Roos en Michael zo krachtig en LiefdeVol aanwezig is. Waar ik door het portaal ben gewandeld van verleden naar heden. Bij het buitenstappen een hand naar me toekwam van één van mijn zusters met een zakje. ‘wil je er eentje’, vroeg ze me. Ik steek mijn hand in het zakje en haal eruit een amandel, la ‘Mandorla’.
Tranen van vreugde hebben gevloeid doorheen de 3 dagen. En hoe mooi was het om met 4 deze cirkel te mogen dragen en gedragen te worden.

Deze namiddag ronde ik mijn initiatie af ‘Voie de la Madeleine ‘ in Glastonbury na drie dagen krachtige, bijzondere en diepe ervaringen in de aanwezigheid van mijn zusters. Waar alles zo duidelijk werd.
Tijdens de ceremonie waar ik neer lag gesteund en gedragen door mijn zusters kwam er een gemis. Ik hoorde een paar keer diep van binnen ‘ik mis je zo, ik mis je zo’. Ik voelde een gemis van een man. Een innerlijke conversatie nam plaats tussen wat was en was is. Flinterdun. ‘Ik heb geen man in dit aards leven, hoe kon ik die dan missen.’ Terug kwam die andere duidelijke stem ‘Ik mis je zo’.
Verdriet kwam, een traan rolde. Mijn proberen te begrijpen verdween, het werd me duidelijk.

En toen op het einde van de ceremonie werd me een vraag gesteld. Ik hoorde de echo van mijn antwoord in mijn oren, een duidelijke ‘JA, ik wil.’ Als een huwelijk die ik afsloot met mezelf ‘Ja, ik wil’ en toen ontvangde ik door mijn medezusters een regen van Rozen.

JA, ik wil en kies om in puurheid van het hart te blijven staan, die zorgt voor balans tussen hemel en aarde. Er trouw aan te blijven om zo kanaal te moge zijn van het Licht. Mij te voeden door de natuurelementen, de zichtbare en onzichtbare levende wezens om het brandend vuur in mij wakker te houden, De bron van leven te blijven die door meheen wenst te stromen en te laten schijnen . Dit doe ik door mijn zwaard diep in de grond neer zetten, te gaan staan in mijn waarden, mij te laten Zien wie ik ben, mijn voorouderlijke lijn te eren en de vreugde van onvoorwaardelijke Liefde te zaaien daar waar ik ben.

Ik ontwaak vandaag met een prachtig roze zonsopgang over de aarde van Avalon met zicht op de Tor. Voel ik en is het mij duidelijk geworden waarom ik tijdens een oefening een dubbele cirkel zag.

Met dit prachtig beeld wens ik Anaïs Theyskens te danken voor haar kracht en zachtheid. Haar trouw blijven aan haar levensweg. Haar onvoorwaardelijke liefde te delen en te verspreiden in wat ze verwezenlijkt op aarde.
In dankbaarheid.
Ik Zie je,
Ik eer je.

De tout cœur
Jasmine

‘Niets is toeval, alles heeft zijn redenen’

De Roos

Ik heb verschillende opleidingen gevolgd in mijn leven. Bijna allemaal waren ze praktijk gericht. Theorie bracht me al snel in faalangst en opgeven, en wat de theorie betreft zag ik er vaak het nut niet van in. Zeker wanneer ik ze niet kon koppelen aan wat ik met mijn handen kon doen.

Wanneer ik terug kijk naar wat ik heb geleerd op studievlak, geen enkel heeft me diep geraakt. Geen enkel bracht me diepe vreugde of wakkerde mijn vuur aan. Zelfs de fotografie niet. Geen enkel heeft ervoor gezorgd dat ik zo een ‘volle ja’ kon uitspreken als deze die ik vandaag zei en het zo diep kon gewaarworden ‘ja, ik wil’ omdat het mijn totaal zijn benaderd in het tastbare en veel verder.

De ‘ja’ kwam ergens rond mijn verjaardag toen ik in Egypte was, Ik Caroline ontmoette die me sprak over Anaïs Theyskens. Ik zocht haar even op en kwam bij een filmpje terecht op you tube waar ze over haar levensweg sprak. Ik was geraakt van de spiegel die ik ontving en voelde een diepe verbondenheid. Jaren had ik gehoopt om iemand te ontmoeten die mij in mijn diepste totale wezen kon begrijpen. Toen besliste ik om een initiatie te beginnen ‘Voie de la Madeleine ‘ waarvan Anaïs de oprichtster is.

Al jaren pelgrimeer ik op deze aardbol, beleef ik mystieke ervaringen. Deel ik ze, schrijf ik ervoor. Ben ik diep geraakt geweest door de gnosis, de gnostiek. Ik geloof in de gnostische geschriften. In 2014 liet la Colline Éternelle van Vézelay me 3 keer iets gewaarworden tot ik het doorhad dat ze me riep. In 2017 heb ik 3 dagen gehuild in Rocamadour. In 2018 kwam voor de eerste keer de Roos op mijn pad, niet weten wat ze werkelijk betekende in de diepte. In 2019 kwam ze me werkelijk aantonen dat ik trouw mocht blijven aan mij weg dit deed ze door levend in een vaas iets aan te tonen. 2020 bracht me dichter bij Maria Magdalena nadat 3 vrouwen in Vézelay me iets wilden delen over Sainte Baume In 2021 beleef ik terug een mystieke ervaring en voel ik duidelijk mijn hart bonzen als vuur tijdens een Paaswake in Vézelay. Gans mijn zijn werd in de uiterste kleine hoekjes geraakt door het ‘Licht’, het jaar waar ik deelde ‘ik trouw met Jezus’. Ik deelde dit met een paar mensen die heel dicht bij me stonden. Ik herinner me zo de aanwezige vreugde die er was en voelde dat het verder wandelen op dit pad met veel zorg en in diepe trouw aan mezelf diende te gebeuren.
Sedert dit moment ben ik opzoek geweest hoe ik verder in vertrouwen, vreugde en in geloof mijn weg kan bewandelen hier op moederaarde. Maar vooral voelde ik de nood en dat het tijd werd om dit samen met anderen te dragen en gedragen te worden. Ik kwam dichter bij de fraternitéit van Jérusalem. Een fraternitéit die me nauw aan het hart licht. Zusters en broeders die ik graag zie. Ik ben er opzoek geweest om in te treden. Alleen wat ik zag en hoorde maakte bracht me geen vreugde. Intreden zou me afgesnoerd hebben van mijn levensvreugde. En vooral ik ben niet iemand die in de pas loopt zeker niet wanneer blindelings regels moeten gevolgd worden die geen steek hebben en waar nog zo sterk het vertikaal, piramidaal systeem aan de orde is. Had ik hierin toekomst, neen. Een medezuster liet me dit inzien door een brief die ze me schreef. Zij was er zich niet bewust van. In de brief stond iets over de Kleine Prins in de woestijn (een paar maanden nadien was ik in de woestijn in Egypte) , over Thérèse van Lisieux (het enig beeld die aanwezig was in het huisje in Watou),
haar delen kwam uit een boek van een Belgische schrijver (zij wist niet dat ik van België was). De roos kwam dichter met Thérèse de Lisieux.
Een paar maanden nadien start ik la ‘Voie de la Magdelene’ in Egypte. Dat ik net daar een stevige ‘ja’ voelde is niet vreemd. Het land waar de katholieke kerk waar ik in was opgegroeid verdween als sneeuw voor de zon. Waar de mantel verdween om de essentie aan het Licht te laten. Het land waar de gevleugelde heel nabij is en waar ik de kracht als een pilaar mocht voelen als een zwaard die me krachtig neerzette. Waar ik mijn zieletweeling terug mocht ontmoeten en waar hij zonder het wist mij liet de wortels verspreiden diep in de aarde om verder in mijn stevigheid te staan. Waar de roos mij zachtjes begon te vergezellen en me niet meer verlaten heeft en zich langzaam verspreidde als een zachte bries door gans mijn Zijn. En zo bracht het me waar ik nu ben in Glastonbury daar waar alles op een punt samenkomt. Waar de Roos en Michael zo krachtig en LiefdeVol aanwezig is. Waar ik door het portaal ben gewandeld van verleden naar heden. Bij het buitenstappen een hand naar me toekwam van één van mijn zusters met een zakje. ‘wil je er eentje’, vroeg ze me. Ik steek mijn hand in het zakje en haal eruit een amandel, la ‘Mandorla’.
Tranen van vreugde hebben gevloeid doorheen de 3 dagen. En hoe mooi was het om met 4 deze cirkel te mogen dragen en gedragen te worden.

Deze namiddag ronde ik mijn initiatie af ‘Voie de la Madeleine ‘ in Glastonbury na drie dagen krachtige, bijzondere en diepe ervaringen in de aanwezigheid van mijn zusters. Waar alles zo duidelijk werd.
Tijdens de ceremonie waar ik neer lag gesteund en gedragen door mijn zusters kwam er een gemis. Ik hoorde een paar keer diep van binnen ‘ik mis je zo, ik mis je zo’. Ik voelde een gemis van een man. Een innerlijke conversatie nam plaats tussen wat was en was is. Flinterdun. ‘Ik heb geen man in dit aards leven, hoe kon ik die dan missen.’ Terug kwam die andere duidelijke stem ‘Ik mis je zo’.
Verdriet kwam, een traan rolde. Mijn proberen te begrijpen verdween, het werd me duidelijk.

En toen op het einde van de ceremonie werd me een vraag gesteld. Ik hoorde de echo van mijn antwoord in mijn oren, een duidelijke ‘JA, ik wil.’ Als een huwelijk die ik afsloot met mezelf ‘Ja, ik wil’ en toen ontvangde ik door mijn medezusters een regen van Rozen.

JA, ik wil en kies om in puurheid van het hart te blijven staan, die zorgt voor balans tussen hemel en aarde. Er trouw aan te blijven om zo kanaal te moge zijn van het Licht. Mij te voeden door de natuurelementen, de zichtbare en onzichtbare levende wezens om het brandend vuur in mij wakker te houden, De bron van leven te blijven die door meheen wenst te stromen en te laten schijnen . Dit doe ik door mijn zwaard diep in de grond neer zetten, te gaan staan in mijn waarden, mij te laten Zien wie ik ben, mijn voorouderlijke lijn te eren en de vreugde van onvoorwaardelijke Liefde te zaaien daar waar ik ben.

Ik ontwaak vandaag met een prachtig roze zonsopgang over de aarde van Avalon met zicht op de Tor. Voel ik en is het mij duidelijk geworden waarom ik tijdens een oefening een dubbele cirkel zag.

Met dit prachtig beeld wens ik Anaïs Theyskens te danken voor haar kracht en zachtheid. Haar trouw blijven aan haar levensweg. Haar onvoorwaardelijke liefde te delen en te verspreiden in wat ze verwezenlijkt op aarde.
In dankbaarheid.
Ik Zie je,
Ik eer je.

De tout cœur
Jasmine

‘Niets is toeval, alles heeft zijn redenen’