Brabants Amazone woud

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Met een interessante bundel over Janusz Korczak verlaat ik het huis van Carolien. Een knuffel en hop, een nieuwe dag. Terug via de Abdij van ’t Park de velden in. Om de zoveel minuten vliegen er mountainbikers langs me heen. De één kondigt aan, de ander niet. Op een afgestorven boom, twee pijlen. Vézelay zoveel kilometers, Compostela zoveel. Erboven een schelp. Een aangenaam gevoel en herinneringen komen terug. Een beetje verder wandelt een man over een veld van chrysanten. Op zijn rug een soort reservoir met spuit. Ik vraag of ik een beeld van hem mag nemen. Ik ga wat dichterbij om te zien wat hij doet. Via de spuit komen er mestkorrels aan de voet van de plant te liggen. “Mooie planten en een mooi werk. Zoveel voorbereiding en dit ook op zondag. Ik hoop dat mensen daar mogen bij stilstaan op één november.” Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. “Merci, spijtig genoeg zijn er niet zoveel mensen als u. Weinig mensen die hier passeren die een goedendag zeggen. Ze wandelen gewoon voorbij”, deelt Kris me mee. Met een wederzijds respect zeggen we elkaar goedendag.

Het weer is aan het veranderen. Op een splitsing van een straat en een aardeweg zit een vrouw met haar zoontje op het terras van hun huis. Gita en Tristan. Ik vraag of het mogelijk is om mijn drinkbus bij te vullen. Ik blijf er een half uurtje rusten voor ik het natuurgebied in trek. Het pad is zo dicht begroeid dat ik blij ben mijn wandelstokken bij te hebben. Ik waag me in een Brabants Amazonewoud. Het begint stevig te waaien. De lucht voelt vochtig. De brandnetels staan 1m50 hoog, door de krachtige wind komen ze mijn huid strelen. Gedonder op de achtergrond. Ongedierte rond mijn oren. Het geritsel van het hoge rietgras. Op een open plaats bescherm ik preventief mijn rugzak. Voor mij het geluid van een buizerd. Een paar seconden laat valt een tak midden op de weg. Goed kijkend waar ik mijn voeten plaats, ga ik verder op dit pad tussen de vallende takken.  Het onweer komt dichterbij.

Ik moet dringend naar het kleinste vertrek in de grote natuur. Foert, in de hoop dat er niemand in de buurt is en de muggen en dazen mij welgezind zijn, waag ik het erop. Op drie kilometer voor Hoegaarden begint het te regenen. Ik ontsnap aan een grote regenbui. Boven op een heuvel en na een holle weg, de Marollenkapel. In de verte de kerk van Hoegaarden en zicht op Tienen met een dubbele regenboog. Op de markt van Hoegaarden, geniet ik van een koffie in het authentiek interieur van ’Den Venetiaen’. ’s Avonds een fijn samenzijn in aanwezigheid van Sonia en Ben. Samen met Sonia beluister ik een diep ingetogen muziekstukje dat Ben heeft gecomponeerd en afspeelt op zijn bijzondere mandoline. Altijd wel verrassend, talenten van anderen te mogen zien en horen. Rond één uur ’s nachts  ronden we deze rustige en boeiende avond af.

Une forêt amazonienne au Brabant

Avec une liasse intéressante sur Janusz Korczak, je quitte la maison de Carolien. Une embrassade et voilà, je pars à la rencontre d’une nouvelle journée. À nouveau par l’Abbaye du Parc pour rejoindre les champs. Toutes les quelques minutes des vtt me dépassent à toute vitesse. L’un s’annonce, l’autre pas. Sur un arbre mort deux flèches. Vézelay autant de kilomètres, Compostelle autant. Au-dessus un coquillage. Un sentiment agréable et des souvenirs me reviennent. Un peu plus loin un homme se promène dans un champ de chrysanthèmes. Sur son dos un pulvérisateur. Je lui demande si je peux le prendre en image. Je me rapproche pour voir ce qu’il fait. De la lance sortent des granulés d’engrais qui tombent au pied de la plante. “Belles plantes et beau travail. Tant de préparations et cela aussi le dimanche. J’espère que les gens y penseront le premier novembre.” Un sourire apparait sur son visage. “Merci, malheureusement il n’y a pas beaucoup de gens comme vous. Peu de personnes qui passent par ici disent bonjour. Elles passent tout simplement”, me dit Kris. Avec un respect mutuel on se souhaite une bonne journée.

Le temps change. À une intersection, entre une rue et un chemin de terre, une femme est assise en terrasse avec son petit garçon. Gita et Tristan. Je demande s’il y a possibilité de remplir ma gourde. Je reste me reposer une demi-heure avant de rentrer dans la réserve naturelle.

Le sentier est tellement envahi que je suis bien contente d’avoir mes bâtons de marche. Je m’aventure dans une forêt amazonienne du Brabant. Le vent se lève. L’air est humide. Les orties sont hautes d’un mètre cinquante, et avec la force du vent elles viennent caresser ma peau. De l’orage au loin. Des bestioles volent autour de ma tête. Le bruissement des roseaux. Dans un espace ouvert, je protège préventivement mon sac à dos. Devant moi le cri d’une buse. Quelques instants plus tard une branche tombe au milieu du chemin. Regardant bien ou je mets les pieds, je continue mon chemin entre les branches tombantes. L’orage approche.

Je dois d’urgence faire un petit besoin dans la grande nature. Zut, espérant qu’il n’y a personne dans les environs et que les moustiques et les taons me laisseront tranquille, je prends le risque.

À trois kilomètres de Hoegaarden il se met à pleuvoir. J’échappe à une grosse averse.

En haut de la colline et après un chemin creux, la chapelle des Marolles. Au loin l’église de Hoegaarden et une vue sur Tirlemont (Tienen) accompagnée d’un double arc en ciel. Sur le marché de Hoegaarden, j’apprécie un café dans l’intérieur authentique du ‘Venetiaen’.

Le soir un agréable moment en compagnie de Sonia et Ben. Avec Sonia j’écoute un morceau de musique tamisée, composé par Ben et joué sur une mandoline particulière. Toujours un peu surprenant, de découvrir le talent d’autrui. Vers une heure du matin nous terminons cette soirée paisible et captivante.

 

Leuven

image

Sint-Jacobskerk Leuven/église Saint-Jacques Louvain

De koffie staat klaar. Glutenvrij brood. Roger bakt een eitje voor mij, terwijl Alida mijn kleren opvouwt. Een gezellige babbel aan het ontbijt. Voor mijn vertrek nog even de familiebeelden bekijken.

Vijftien minuten later wandel ik door open vlaktes en velden. Geen schaduw te bespeuren. In de verte het geluid van de wagens op de autosnelweg. Af en toe nog een opstijgend vliegtuig. Mijn voeten zwellen en ik voel een druk tegen de schoenwand. Het zweet staat op mijn huid. Negen uur in de morgen. In de verte een groep stilstaande fietsers. Eén fietser roept: ” Een voetganger. Plaats makeeennn!”. De groep opent zich en ze beginnen te applaudisseren. “Ga jij naar Compostela?”, vraagt iemand me. “Die heb ik vorig jaar gedaan, nu ben ik op stap op het Jacobskerkenpad.” “Amai zeg.” De courante vragen volgen al heel snel. Ze noteren vijfentwintig juli in hun agenda. De aankomst om elf uur aan het Sint-Jacobs in Gent. Dat zou wel straf zijn, mensen uit Leuven, kortstondig gekruist op de weg, opnieuw te mogen zien in Gent. Met een portie extra kersen stap ik verder richting Leuven. “Nog veel succes hé”, hoor ik nog op de achtergrond. Zonder stoppen wandel ik door naar Leuven. Een supermarkt. De koelkast. Ik zie dat mensen mij aankijken. Het is ook geen alledaags beeld, een rugzak van zeventig liter op de rug, wandelstokken, hoofddeksel, verbrande benen, natte kleren. Met een nectarine en een avocado ga ik naar buiten. Niet ver hier vandaan, de botanische tuin. Een rustpauze in deze prachtige, rustige en schaduwrijke omgeving. Donkere wolken. Een druppel hier, een druppel daar… pff! Een fikse afkoeling is nog niet voor vandaag. De Sint-Jacobskerk is bouwvallig geworden, het plein errond evenzeer. Het is al laat in de namiddag. Ik doorkruis Leuven, een stad waar ik geen voeling mee heb. Onaangename geuren verspreiden zich door de aanhoudende warmte. Ik hoop mijn dag te mogen eindigen in de Abdij van ’t Park. Daar aangekomen ga ik naar de kerk. Ik heb net de vespers gemist. Een broeder komt naar me toe. “We gaan sluiten, ja, moest er niet zoveel gestolen worden zou dit niet moeten gebeuren.” “Goedendag, oh dat is spijtig”, antwoord ik. “Je mag vlug eens kijken als je dat wil.” Ik voel zijn haast. “Neen, dankjewel, zoiets doe ik graag met tijd en in rust.” Ik vraag hem of er plaats is voor een overnachting. Neen. Ik wandel terug naar een zaaltje aan het begin van de abdij om te kijken of daar een mogelijkheid is. Ik kom terecht op een privéfeest van Dirk De Schutter die zijn pensioen viert. Vriendelijk word ik uitgenodigd ook iets mee te eten. De verandering in weersomstandigheden doet me twijfelen om buiten te slapen. 

Nog laat op de avond stap ik verder, al een deeltje op de weg van morgen. Op een t-kruispunt zie ik rechts een jonge vrouw komen aangewandeld. Spontaan draai ik mij naar haar. “Mevrouw mag ik u wat vragen?” “Ja.” “Ik ben een pelgrim en ben opzoek naar een overnachting voor deze nacht. Kunt u me helpen?” “Ja.” En zo wandel ik met Carolien richting haar huis. 

GPX Leuven – Tervuren/ Louvain – Tervuren

Louvain

Le café est prêt. Du pain sans gluten. Roger me cuit un œuf pendant qu’Alida plie mon linge. Une agréable conversation au petit déjeuner. Avant mon départ quelques instants pour regarder les photos de famille.

Après quinze minutes je me promène à travers plaines et champs. Pas d’ombre en vue. Au loin le bruit de voitures sur l’autoroute. De temps à autre encore un avion qui décolle. Mes pieds se gonflent et je sens une pression sur les côtés de mes chaussures. La sueur est sur ma peau. Neuf heures du matin. Au loin un groupe de cyclistes à l’arrêt. L’un d’entre eux crie “Un piéton, faire place.” Le groupe s’entrouvre et ils commencent à applaudir. “Tu vas à Compostelle?”, demande l’un d’entre eux. “Ca j’ai fait l’année passée, maintenant je suis en route sur le chemin des églises Saint-Jacques en Belgique.” “Eh bien dit!” Les questions courantes suivent rapidement. Ils notent le 25 juillet dans leur agenda. L’arrivée à 11 heures à l’église Saint-Jacques à Gand (Gent). Ce serait fort, revoir à Gand des gens de Louvain (Leuven) rencontrés brièvement sur la route. Avec une portion de cerises supplémentaire, je continue ma route direction Louvain. “Bonne chance”, me disent-ils encore. Sans m’arrêter je marche jusqu’à Louvain…Un supermarché. Le frigidaire. Je vois le regard des gens. Ce n’est pas une vue courante, un sac à dos de 70 litres, des bâtons de marche, un chapeau, des jambes brulées par le soleil, des vêtements mouillés. Je sors avec une nectarine et un avocat. Pas loin d’ici, un jardin botanique. Une pause dans ce cadre magnifique, calme et ombragé. Des nuages sombres. Une goutte par ci, une goutte par-là…Bof! Un bon rafraichissement  n’est pas encore pour aujourd’hui. L’église Saint-Jacques est délabrée, la pleine aux alentours également. Il est déjà tard dans l’après-midi. Je traverse Louvain. Une ville avec laquelle je n’ai pas d’affinité. Des odeurs désagréables se rependent à cause de la chaleur persistante. J’espère pouvoir terminer ma journée dans ‘l’Abbaye du Parc’. Arrivée là je me rends à l’église. J’arrive juste trop tard pour les vêpres. Un frère vient à ma rencontre. “Nous allons fermer, oui, s’il n’y avait pas tant de vols, on ne serait pas obligé de le faire.” “Bonjour, oh c’est regrettable.” “Tu peux jeter un coup d’œil en vitesse si tu le désires.” Je sens son empressement. “Non, merci, j’aime prendre mon temps et être au calme pour cela.” Je lui demande s’il y a de la place pour une nuitée. Non. Je retourne vers une salle à l’entrée de l’abbaye pour voir s’il y a la une possibilité. J’arrive à la fête privé de Dirk De Schutter, qui prend sa retraite. Gentiment je suis invitée à manger. Le changement des conditions atmosphériques me fait hésiter à dormir dehors.

Encore tard dans la soirée je continue ma marche, faisant déjà un bout du chemin de demain.

À un croisement, une jeune femme arrive sur ma droite.

Spontanément je me tourne vers elle. “Madame puis-je vous demander quelque chose.” “Oui.” “Je suis un pèlerin et cherche une place pour dormir cette nuit. Pouvez-vous m’aider?” “Oui”, et c’est comme ça que je marche en compagnie de Carolien, vers sa maison.

Zoniënwoud

 

Jasmine Debels (1 van 1)-2

Zoniënwoud

Ik ga naar de koelkast. Op het beleg een leuke verrassing van de studenten, een dessertkoek. Ik maak mijn picknick klaar. Check mijn rugzak. Niets vergeten! Ik trek de voordeur achter mij dicht terwijl de studenten nog slapen.

In Watermaal-Bosvoorde wandel ik door een mooie kleurrijke wijk. Wanneer ik hierdoor wandel heb ik niet de indruk in België te zijn. Alle raamwerk en deuren zijn in het geel geschilderd. Een prachtige buurt. Rond de middag kom ik aan in het Rood-Klooster, aan het begin van het Zoniënwoud. Een bank in de schaduw. Een vrouw, op wachtend… op een man. Te laat! Een fietser komt aangereden. In een mum van tijd haalt hij zijn picknick uit, eet het op en zit zo weer op zijn fiets. De vrouw vraagt me of ik al lang op weg ben, en zegt: “Ik ben hier om een ommekeer te maken in mijn leven. Ik wacht mijn ex-lief op. Hij blijft me telkens terug opbellen”. “Blijkbaar is het voor hem niet duidelijk dat het over is”, gaat ze verder. Waarop ik antwoord, “En was het duidelijk?” We wisselen nog wat woorden en de vrouw nodigt me uit voor een overnachting. Ik bedank vriendelijk. Vijftien minuten nadien komt de man aan. Ik blaas mijn slaapmat op, trek mijn schoenen uit en ga languit liggen, genietend van de schaduw en de rust op deze rustige serene plaats. Vijftien uur! De rust is over, vliegtuigen beginnen te landen. Op een paar honderd meter naast me, de vrouw, hand in hand met de man.

Ik wandel het grote Zoniënwoud verder in. Hoge stoere beukenbomen. Witte vlinders fladderen net boven de varens. De warmte heeft ook het bos bereikt. Mijn drinkwater geraakt op. Dorstig. Door het arboretum. Na drie uur wandelen kom ik eindelijk het Zoniënwoud uit. Vreemd, een verademing, een andere wereld. Een gevoel alsof ik uren opgesloten ben geweest of zal ik het dagen noemen. Een mirage!? Vermoeid, emotioneel, ontroerd. Een traan. Een kreet. Neen, het is echt. Ik ben wel degelijk aan de andere kant van het woud, weg van Brussel.

Duisburg. Op een bank in de tuin, Alida en Roger. “We hebben kamers genoeg”, zegt Alida. Een opluchting! Een ijsje wordt me aangeboden en we zitten nog uren te babbelen op de bank in de tuin. Oef, het vele geluid van de motoren, de uitlaatgassen, de drukte en de vele impressies, weg zijn ze! Roger en Alida vertellen over hun vier kinderen en elf kleinkinderen. Ik luister aandachtig naar hun boeiende en rijke verhalen van vroeger. Roger toont me zijn serre. Met grote fierheid legt hij uit welke soort druiven hij heeft. Zijn moestuin staat er picobello bij. Een komkommer wordt geplukt voor morgen bij de picknick. Het fruit is om confituur van te maken. Een verfrissende douche. Alle kleren in de wasmachine. Ik val in slaap in een zacht bed, een veilige en warme thuis.

GPX Bestand Tervuren naar Brussel / Tervuren à Bruxelles

Forêt de Soignes

Je vais vers le frigo. Sur la charcuterie, une agréable surprise déposée par les étudiantes. Une viennoiserie. Je prépare mon pique-nique. Contrôle de mon sac à dos. Rien oublié. Je tire la porte derrière moi tandis que les étudiantes dorment encore.

À Watermael-Boitsfort (Watermaal-Bosvoorde), je traverse un quartier rempli de couleurs. Me promenant ici, je n’ai pas l’impression d’être en Belgique. Toutes les portes et les fenêtres sont en peinture jaune. Un voisinage très agréable. Vers midi j’arrive au Rouge-Cloître (Rood-Klooster), en début de la forêt de Soignes (Zoniënwoud). Un banc à l’ombre. Une femme, en attente…d’un homme. Trop tard. Un cycliste arrive. En un rien de temps, il sort son pique-nique, le mange et remonte sur son vélo. Elle me demande si je suis en route depuis longtemps. “Je suis ici pour changer ma vie. J’attends mon ancien petit ami. Il continue à me téléphoner”, me raconte-t-elle. “Apparemment ce n’est pas clair pour lui que c’est fini”, continue-t-elle. Sur quoi je lui réponds, “Et c’était clair?!” Nous échangeons encore quelques mots et la femme m’invite pour la nuit. Je la remercie gentiment. Un quart d’heure plus tard l’homme arrive.

Je sors ma natte, enlève mes chaussures et m’étend de tout mon long. Je profite bien de l’ombre et du repos à cet endroit calme et serein.

Quinze heures. Fini le repos, des avions commencent à atterrir. À une centaine de mètres de moi la femme main dans la main avec l’homme.

Je continue ma balade, m’enfonçant plus profondément dans la longue forêt de Soignes. Des hêtres forts et hauts. Des papillons blancs volent juste au-dessus des fougères. La chaleur a aussi atteint la forêt. L’eau buvable s’épuise. Assoiffée.

Traversée de l’arboretum. Après trois heures de marche je quitte enfin la forêt de Soignes. Étrange, une bouffée d’air, un autre monde. L’impression d’avoir été enfermée durant des heures ou dirais-je des jours. Un mirage!?

Fatiguée, émotionnelle, émue. Une larme. Un cri. Non, c’est bien vrai. Je suis bien de l’autre côté de la forêt, sortie de Bruxelles.

Duisburg. Sur un banc dans le jardin, Alida et Roger. “Nous avons assez de chambres”, me dit Alida. Un soulagement! Une glace m’est présentée et nous restons encore des heures à parler sur un banc.

Ouf! Le bruit de moteurs, les gaz d’échappement, l’agitation et les nombreuses impressions. Elles sont parties.

Roger et Alida me parlent de leurs quatre enfants et onze petits-enfants. Je prête une oreille attentive à leurs captivantes et riches histoires d’antan. Roger me montre ses serres. Avec beaucoup de fierté, il m’explique les sortes de raisins qu’il a. Son potager est parfaitement entretenu. Un concombre est cueilli pour le pique-nique de demain. Les fruits sont quant à eux pour les confitures.

Une douche rafraichissante. Tous les vêtements dans la machine à laver. Je m’endors dans un lit douillet, dans une maison sûre et chaleureuse.

 

Drogenbos

image

Dworp

Midden in de nacht word ik wakker. Een vliegtuig, en nog één en nog éen. Een megaspot die pal in mijn ogen schijnt. In een mum van tijd zit ik recht. Een verloren gelopen poes. Een ezel in de verte. Ik dommel terug in. Vijf uur in de morgen. De kerselaar. Op het gras tal van kersen. Zonde. Ik vul een zakje van de mooie kersen die nog aan de boom hangen. Mijn ontbijt.

Een smalle dichtbegroeide wandelweg. Ok, waar zijn die spinnenwebben! Met mijn wandelstokken al zwierend vooruit wandel ik erdoor. Hoe noemt dit nu weer? Ah, ja, multifunctionele wandelstokken! Langs de weg de ‘Herisemmolen’, een papiermolen. Iedereen slaapt nog. In de wei koeien, ezels en twee paarden. Een zwart paard met een witte streep in het midden van zijn hoofd. Zijn hoofd knikt op en neer. Alsof hij me roept. Vanop een afstand kijk ik hem aan. Ik ga dichterbij. Het paard is wat ongedurig. Een half uur later staan we zij aan zij en laat hij me toe hem te strelen. Ze worden allebei rustig. Wat een fijn contact.

Na het Begijnenbos heb ik een mooi zicht op Brussel, het Atomium en de Koekelberg.

Links, ergens diep in het groen zie ik een beweging. Een schril geluid. Moeder egel en een kleintje. Mooi om te zien hoe ze het kleintje helpt de natuur te trotseren. Met haar snuit duwt ze in de poep van de kleine. Ik zet mijn hoed op, wrijf me in tegen de zon en eet mijn laatste reep zwarte chocolade op. Gelukkig dat ik deze nog had. In Beersel zoek ik naar de sporthal.

Aan de deur een papier ‘gesloten van één juli tot eenendertig juli’. Een stadswerker. Ik waag mijn kans en vraag of ik er een douche kan nemen. “Neen, dat zal niet gaan. Het is gesloten en binnen tien minuten zijn we terug weg”, weet een stadswerker me te vertellen. “Een sporthal gesloten tijdens de vakantie!”, zeg ik verwonderd. Ik maak gebruik van het toilet voor mensen met een beperking. Een lavabo. Foert, tien minuten of niet, ik ga uit de kleren en kan me net op tijd verfrissen. Ik ga terug naar het ‘Samba’ café, waar ik binnenstapte toen  ik Beersel binnenkwam. Ik blijf er een eind verpozen en heb contact met Johan en Stephan. Wanneer ik wil opstappen en mijn drankje wil betalen, blijkt alles al afgerekend. Dank je heren.

In Drogenbos heb ik de kans om de Sint-Niklaaskerk te bezoeken terwijl ze in restauratie is. De glazeniers plaatsen voorzetglas om de gerestaureerde glasramen te beschermen. Ondertussen is het brandglas in restauratie in Ingelmunster. Franky, één van de glazeniers is vandaag net veertig jaar in dienst. Veertig jaar in hetzelfde bedrijf. Amai, doe dit vandaag maar eens na. Na Drogenbos neem ik de beslissing verder te wandelen richting centrum Brussel. Ik volg mijn plannetje. Pff, vermoeiend. Naar rechts, naar links. De zoveelste straat… Ik bel een vriendin op die in Brussel woont. Niet thuis, aan het genieten van andere warme oorden. Op een kruispunt, een vrouw. Ik vraag of ze me kan helpen bij een overnachting. “Euh, oui ok”, krijg ik als antwoord. Ze heet Ola. We gaan eerst haar zoontje Hubert ophalen in de crèche. Een frisse douche. Daarna naar de winkel met haar vriend. Samen koken. En een lange babbel tot middernacht. 

Drogenbos

Je me réveille au milieu de la nuit. Un avion, encore un, puis un autre. La lumière d’un spot m’éclate aux yeux. En un éclair de temps je suis debout. Un chat égaré. Un âne au loin. Je me rendors. Cinq heures du matin. Le cerisier. Sur l’herbe plein de cerises. Dommage. Je remplis un sac avec les belles cerises qui pendent encore à l’arbre. Mon petit déjeuner.

Un sentier étroit et recouvert de verdure. D’accord, où sont les toiles d’araignée? Mes bâtons de marche à bout de bras, je me fraye un chemin. Comment s’appelle cela? Ah oui, ‘des bâtons multifonctionnels’!  Sur le chemin, le ‘Herisemmolen’, un moulin à papier. Tout le monde dort encore. Dans le prés, des vaches, des ânes et deux chevaux. Un cheval noir avec un trait blanc sur le milieu de sa tête. Sa tête hoche de haut en bas. Comme s’il m’appelle. Je le regarde à distance. Je m’approche. Le cheval est quelque peu agité. Une demi-heure plus tard on est côte à côte et il me permet de le caresser. Il se calme. Quel contact agréable.

Passé le Bois du Béguinage (Begijnenbos) j’ai une belle vue sur Bruxelles, l’Atomium et Koekelberg. Quelque part sur ma gauche, dans la profonde verdure, j’aperçois du mouvement. Un cri aigu. Maman hérisson et son petit. Beau à voir, comment elle aide le petit à affronter la nature. Avec son museau elle pousse le derrière du petit.

Je mets mon chapeau, m’enduis pour me protéger du soleil et mange mon dernier bâton de chocolat noir. Heureuse d’encore avoir cela. À Beersel je cherche la salle des sports.

À la porte une pancarte ‘fermé du 1 au 31 juillet’. Un ouvrier de la ville. Je tente ma chance et lui demande si je peux prendre une douche. “Non, ça n’ira pas. C’est fermé et dans dix minutes on est repartis”, me répond-il. “Une salle de sports fermée pendant les vacances!”, lui dis-je toute étonnée. Je me sers des toilettes pour personnes handicapées. Un lavabo. Zut, dix minutes ou pas, je me déshabille et parviens juste-à-temps à me rafraîchir. Je retourne au café ‘Samba’ où j’étais passée en entrant Beersel. J’y reste un bout de temps et entre en contact avec Johan et Stephan. Au moment de partir je veux payer ma consommation. Tout a déjà été réglé. Merci messieurs.

À Drogenbos, j’ai la possibilité de visiter l’église Saint-Nicolas, qui est en restauration. Les vitriers placent des vitres claires en fenêtres supplémentaires de façon à pouvoir protéger les vitraux restaurés, lors de la repose. Ces vitraux sont en restauration à Ingelmunster. Franky, un des vitriers à aujourd’hui 40 ans de services. Quarante ans dans la même entreprise. Performance difficile à égaler de nos jours.

Après Drogenbos je prends la décision de marcher direction centre de Bruxelles. Je suis mon plan. Pff, fatiguant. Vers la droite. Vers la gauche. La x-ième rue… J’appelle une amie qui habite Bruxelles. Pas de réponse. Elle est en villégiature. À un carrefour, une femme. Je lui demande si elle peut m’aider pour une nuitée. “Euh, oui, OK”, me répond-elle. Elle s’appelle Ola.

Nous passons d’abord, chercher son petit garçon Hubert, à la crèche. Une douche rafraichissante. Puis au magasin avec son ami Mathias. Cuisiner ensemble. Puis une longue conversation jusqu’à minuit.

 

 

Dworp

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Na twee keer wakker te zijn geworden door de vochtigheid, sta ik om half zeven op. Twee uur later stap ik door het Pajottenland. Kraaien en eksters zitten in het veld met hun bek open, dorstig weer. In een straat rond een kerkplein ontmoet ik de Chiro van Pepingen. Wel tientallen grote houten opslagbakken staan gevuld met allerlei spullen voor het kamp. Koelkasten worden met krimpfolie ingepakt. De Chirolokalen worden opgekuist. Straks komt een vrachtwagen alles oppikken om morgen te vertrekken naar Munsterbilzen. Nog even een groepsfoto en iedereen gaat terug aan de slag. Zij verder de opkuis, ik mijn pad.

Na het agglomeratiebord van Halle wandel ik langs een smal grindpad. De ene kapel na de ander. Een paardenwei. “Een wandelaar!”, roept een man, terwijl hij me tegemoet komt. “Goeiedag.” Ik glimlach terug. “Zin om iets te drinken?” “Oh! Een fris watertje zou me wel goed doen. Dank je”, antwoord ik, terwijl ik hem volg. In zijn tuin staan we even te praten over vrijwilligerswerk. Met een handvol versgeplukte kersen zeggen we elkaar goedendag.

In Halle ga ik de basiliek binnen. Herinneringen komen boven. Een paar jaren geleden stond ik hier voor een concert ‘Ode aan de Moeder’. Waw, wat een verschil na de restauraties die toen gaande waren. Terug naar buiten. De warmte overvalt me, alsof ik tegen een muur aanloop. Het is me duidelijk dat onmiddellijk verder stappen er niet in zit. Door een gebrek aan banken op de markt ga ik op de trappen van het gemeentehuis zitten. Picknicktijd. De laatste boterhammen van de zusters van Ninove smaken me goed. Ik kijk in mijn geldbeugel en tel. Om de hoek van de markt ga ik op een terras zitten. Schoenen uit. Benen insmeren. Een frisdrank met veel ijs. Mijn hoofd gaat neerwaarts, mijn ogen sluiten. Ik val in slaap. Pas na zeventien uur ga ik verder op stap. Via de winkelstraat verlaat ik het centrum van Halle. Over het kanaal Brussel-Charleroi. Een herkenningspunt. Een paar maanden geleden reed ik hier met de fiets richting Vézelay. Te weten dat ik hier maar op drie uren fietsen ben van thuis, geeft me een vreemd gevoel.

‘s Avonds kom ik aan in Dworp waar ik tevergeefs zoek naar een overnachtingplaats. Sedert ik in de buurt van Brabant ben gekomen is me duidelijk geworden dat deze regio minder open is. Zelfs bij een goedendag op straat. Ik klop aan bij de priester. ‘Geen plaats’ weet hij me te vertellen, terwijl hij naast een leeg dorpzaaltje staat. Een laatste huis. Ik beland er in de tuin. Twintig uur. Toch wel een vreemde situatie. Ik lig in de tuin en de eigenaar zit in een zetel voor de tv. Geen communicatie. Geen enkel contact. Ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik leg me op mijn matje. Mijn armen onder mijn hoofd. Een blauwe lucht. De zon gaat onder. Ik kijk over een dal. Achter mij een bos. Ik kijk naar de honderden insecten die in de treurwilg vliegen. Langzaam sluiten mijn ogen.

GPX Dworp naar Houtain le Val

Dworp

Après m’être réveillée 2 fois à cause de l’humidité, je me lève à 6h30. Deux heures plus tard je marche à travers le ‘Pajottenland’. Les corbeaux et les pies sont dans les champs becs ouverts. Du temps qui donne soif.

Dans une petite rue autour de l’église je rencontre le Patro de Pepingen…

Des dizaines de grands bacs d’emmagasinage en bois sont remplis de divers objets pour le campement. Des frigos sont emballés dans du cellophane. Les locaux sont nettoyés. Tout à l’heure un camion viendra tout charger pour partir demain à Munsterbilzen. Encore une photo de groupe et puis retour au boulot. Ils continuent leur nettoyage et moi mon chemin.

Passé le panneau d’agglomération de Halle la promenade continue le long d’un sentier en gravier. Les chapelles se succèdent. Un pré, des chevaux.

“Un promeneur!”, crie un homme venant à ma rencontre. “Bonjour”, lui dis-je en souriant. “Envie de boire quelque chose?” “Oh! Une eau fraiche me ferait du bien, merci”, lui répondis-je tout en le suivant. Dans son jardin on parle un peu de volontariat. Une main remplie de cerises fraîchement cueillies, on se dit au revoir.

À Halle, je rentre dans la basilique. Des souvenirs me reviennent. Voici quelques années j’étais ici pour un concert ‘Ode à la Mère’. Wow, quelle différence, la restauration maintenant  terminée.

De retour à l’extérieur. La chaleur vient à ma rencontre, c’est comme ci je me heurtais à un mur. Je me rends compte que continuer mon chemin n’est pas à l’ordre du moment. Les bancs manquants sur la place, je vais m’asseoir sur les marches de la maison communale. Le pique-nique. Je savoure les dernières tartines des sœurs de Ninove, regarde dans ma bourse, compte… Derrière le coin du marché je m’installe en terrasse. J’ôte mes chaussures. J’enduis mes jambes.

Une boisson non alcoolisée avec beaucoup de glaçons. Ma tête se penche, mes yeux se ferment. Je m’endors. Il est passé 17 heures quand je reprends la route. Je quitte le centre de Halle par la rue commerciale. Je passe le canal Bruxelles-Charleroi. Un point de repère. Voici quelques mois je passais ici en vélo me dirigeant vers Vézelay. Savoir, que seulement 3 heures de bicyclette, me séparent de ma maison, me procure une sensation bizarre.

Le soir j’arrive à Dworp où je cherche vainement un endroit où loger. Depuis que je suis arrivée dans le Brabant, je me rends compte que les gens sont moins hospitaliers, même pour un bonjour dans la rue.

Je frappe à la porte du curé. Il me dit ne pas avoir de place, tout en se trouvant près d’une salle de fête vide. Une dernière maison. J’atterrie dans le jardin. Vingt heures. Drôle de situation. Je suis dans le jardin et le propriétaire dans son fauteuil devant la télé. Pas de communication. Aucun contact. Je ne me laisse pas troubler pour autant. Je m’installe sur mon matelas. Les bras sous la tête. Un ciel bleu. Le soleil se couche. Le regard sur la vallée. Derrière moi un bois. Je regarde les centaines d’insectes volants sous le saule pleureur. Mes yeux se ferment lentement.

 

Stiltepad

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Muur van Geraardsbergen

Vroeg in de morgen. Ik neus nog wat rond op de rommelmarkt van Geraardsbergen. Een meisje legt haar speelgoed op de grond, netjes op een rij. Een halssnoer komt tevoorschijn. Met haar fijne handen maakt ze er een hartvorm mee. Eronder een dvd van Bambi.

Een klim. De Muur van Geraardsbergen. De Ronde van Vlaanderen, dan wel te voet. Boven, een kapel, Onze-Lieve-Vrouw-van-Oudeberg. Ik ga binnen. Een viering zal beginnen. Vier meisjes wandelen de heuvel op. “Kijk, de Eiffeltoren.” Ze kijken naar elkaar. “Maar neen, dat is de Eiffeltoren niet. De Eiffeltoren heeft een punt naar boven”, zegt een ander meisje, terwijl ze met haar handen een driehoek vormt. Vingers naar boven tegen elkaar en duimen horizontaal. Een meisje staat sprakeloos te kijken naar de toren. Ik draai mijn hoofd naar rechts. Een watertoren. De vorm, als een vliegende schotel. De mensen die de heuvel trotseren zijn piekfijn uitgedost. De parfumgeuren strelen langs mijn neus.

De zon is verborgen achter een wolkensluier. In een bos hoor ik in de verte het geluid van een ree. Een eekhoorn. Spelend van links naar rechts. Roestkleur. Af en toe stopt hij, kijkt me aan. Uit het bos, een camping. Een pauze. Ik ga zitten voor de kantine. De gesprekken, de woorden die ik hoor…laat ik meezweven met een licht briesje. Weg! Na een lang stukje natuur op het ‘Stiltepad’, stap ik binnen in de kerk van Zandbergen. Net zoals de Sint-Bartholomeuskerk in Geraardsbergen is deze kerk van een grote schoonheid. Ik voel me wat weemoedig. Een traan, ze mag er zijn. Een terras in de schaduw. Rust. Naast me een jonge vrouw. Pas afgestudeerd. Rood-witte linten, klevers, een gouden plaatje met een gaatje. Ze maakt medailles voor de loopwedstrijd van volgende vrijdag.

Langs de Dender geniet ik van de stilte. Af en toe een fietser. Eenden, verschillende vogels, grasvlooien, dazen… Ter hoogte van Pollare, een grote tent. Veel volk. Barbecue. De geur komt naar me toe. Verleidelijk! Een ontmoeting hier, een ontmoeting daar. Neen, ik geef er niet aan toe. De laatste kilometers. Een moedereend en haar zes kleintjes steken de Dender over van de ene oever naar de andere, moeder op kop. Eenmaal aan de overkant, kleintjes terug voorop. Ik haal diep adem. Ze zijn veilig aangekomen. Zucht! Honger. Ik haal een mattentaart boven die ik kreeg in Zandbergen. Ik laat de Dender achter me en kom aan in Ninove. Naar de abdijkerk. Via de dekenij word ik naar de Zusters der Heilige Harten doorverwezen. ‘Bel aub en kom binnen’ staat er op de deur. Ik herken dit plots. Een paar jaar geleden heb ik hier beelden genomen met collega’s fotografen. Een zuster doet open en neemt me mee via de garage naar de keuken, waar ik samen met hen een avondmaal deel. We hebben veel plezier. Wat voelt het goed om zoveel vreugde te mogen zien en het samen te mogen beleven. In mijn kloosterkamertje. Stilte, mijmeren, vreugde. Dank je voor deze mooie dag en avond.

GPX Bestanden Geraardsbergen/Grammont naar Ninove

Le sentier du silence

Tôt le matin. Je fouine encore un peu sur le marché aux puces de Grammont. Une fille, aligne ses jouets sur le sol. Un collier apparait. De ses mains fines elle en fait une forme de cœur. En dessous le dvd de Bambi.

Une montée. Le Mur de Grammont. Le Tour des Flandres, mais à pieds. Au sommet une chapelle, Notre-Dame de Oudenberg. J’entre. Une célébration s’annonce. Quatre filles montent la colline. “Regarde, la tour Eiffel.” Elles se regardent. “Mais non cela n’est pas la tour Eiffel. La pointe de la tour Eiffel est dirigée vers le ciel”, dit une autre fille en formant un triangle de ses mains. Les doigts l’un contre l’autre vers le haut et les pouces à l’horizontale. Une fille reste muette en regardant la tour. Je tourne la tête vers la droite. Un château d’eau. La forme, celle d’un ovni.

Les gens qui montent la colline sont très bien habillés. Les odeurs des parfums, viennent me caresser les narines.

Le soleil est caché derrière les nuages. Dans un bois, j’entends au loin le son d’un cerf. Un écureuil. Il joue de gauche à droite…Couleur de rouille. De temps à autre il s’arrête, me regarde.

En dehors du bois, un camping. Une pause. Je m’assieds devant la cantine. Les conversations, les mots je les laisse flotter dans l’air. Partis!

Après un long parcours dans la nature sur le sentier du silence, j’entre dans l’église de Zandbergen. Elle est, comme l’église de Saint-Bartholomée à Grammont, d’une grande beauté. Je me sens quelque peu mélancolique. Une larme, elle peut être.

Une terrasse à l’ombre. Repos.

À mes côtés une jeune femme. Juste graduée. Des rubans rouges et blancs, des autocollants, des plaques dorées trouées. Elle fait des médailles pour la course à pieds de vendredi prochain. Le long de la ‘Dender’ je profite du silence. De temps à autre un cycliste. Des canards, divers oiseaux, des puces, des taons. À hauteur de Pollare. Une grande tente. Beaucoup de monde. Barbecue. L’odeur vient à ma rencontre. Tentant. Une rencontre par ici, une rencontre par là. Non je ne cède pas. Derniers kilomètres.

Une mère canne et ses six cannetons traversent la ‘Dender’ d’une rive à l’autre, la mère en tête. Une fois la berge atteinte les petits en tête. Je respire profondément. Ils sont sains et saufs. Soupir!

Faim. Je sors une tarte au maton reçue à Zandbergen. Je laisse la ’Dender’ derrière moi et arrive à Ninove. Direction l’église de l’abbaye. Le doyenné m’envoie chez les Sœurs du Sacré Cœur. Je me trouve devant la porte: ‘Sonnez et entrez svp’ y est écrit. Soudainement je reconnais cet écriteau. Il y a quelques années j’ai pris des images ici avec des collègues photographes. Une sœur vient à ma rencontre et me conduit en passant par le garage à la cuisine où je vais partager leur repas. Je prends place à table. Nous avons beaucoup de plaisir. Cela fait du bien de voir et de sentir tant de joie.

Dans ma petite chambre du monastère. Silence, rêvasserie, joie.

Merci pour cette belle journée et soirée.

 

Geraardsbergen

 

Jasmine Debels (1 van 1)

Everbeek

Een zoen aan Kian. Een high five aan Logan en Tristan. “Dankjewel voor jullie gastvrijheid. Ik heb genoten van zoveel moois te mogen zien”, zeg ik tegen Ingeborg. “Dankjewel, het doet plezier”, antwoordt Ingeborg. 

De weg gaat naar beneden in tegenstelling tot gisterenmorgen. In een tarweveld ontmoet ik Maarten en Jonas, die de andere richting uitgaan. “Hallo, waar gaan jullie naartoe?” “Naar ‘de Fiertel’, een jeugdherberg ”, weten ze me te vertellen. “En jij?” “Ik wandel richting Brussel.” We delen met elkaar waarom we aan het wandelen zijn, wensen elkaar succes en gaan elk onze eigen weg. Wanneer ik aankom aan de kerk van Zarlardinge, is er een begrafenis. Agnes, een pianiste. Ik blijf buiten wachten en luister naar de klassieke muziek. De kist wordt naar buiten gedragen. Een prachtige, eenvoudige, kunstig versierde kist. Bovenop een boeketje veldbloemen. De rouwstoet vertrekt te voet naar Agnes haar laatste rustplaats. Op kop een blaasorkest.

Ik ga op een terras zitten van een café. Ik krijg compagnie. De onderwerpen: drugs, vrouwen, alcohol… . “Allé, lees ne keer het laatste stukske voor uit je dagboek”, krijg ik te horen. Ik kijk de man in de ogen. Zowel een verbale als non-verbale ‘neen’ volgt. Met mijn pen in de hand verdwaal ik in mijn schriftje. Ik neem nog even een foto binnen. Er wordt me een vraag gesteld. Mijn antwoord krijgt bijna geen kans te bestaan. “Naar waar gaat u nu?” “Tot in Geraardsbergen.” “Succes, ik ben benieuwd hoe het zal zijn om daar een overnachting te vinden.” Een stilte volgt… ”Want met zo een bekrompen mentaliteit. Misschien wel bij de vreemdelingen”, krijg ik te horen. Met deze woorden in mijn hoofd en een niet goed voelen verlaat ik Zarlardinge via het kerkhof. Het graf van Agnes. Haar foto op een kruis versierd met partituren. Met muziek heeft ze geleefd, met muziek is ze heengegaan. De woorden van daarnet komen terug aan de oppervlakte. Ik wandel verkeerd. Ik probeer terug in mijn eigen kracht te staan. De woorden alsook de vooroordelen die ik te horen kreeg verdwijnen. 

Op de markt van Geraardsbergen vind ik vlot een slaapplaats. De dekenij. De deken wijst me de weg in het huis en vertrekt naar zijn afspraak. Ik doe mijn was en leg deze plat op het gras om te drogen. De deken komt later terug. “Hier, de sleutel voor wanneer je je was binnen zou halen. Zodat de deur niet achter je dichtslaat”, meldt hij me terwijl ik een glimp mag opvangen van plezier. Oeps, ik voel binnenin een zekere beschaamdheid en doe alsof ik het niet zag. Hmm, ik kan me wel inbeelden dat dit een grappig zicht is, mijn onderbroeken en bh te drogen in de tuin van de dekenij. Met zicht op de kerktoren val ik in slaap.

GPX Bestanden Ronse/Renaix naar Geraardsbergen/Grammont

Grammont

Une bise à Kian, un ‘high five’ à Logan et Tristan. “Merci beaucoup pour votre hospitalité. C’est avec grand plaisir que j’ai vu tant de belles choses”, dis-je à Ingeborg.

“Merci beaucoup, cela fait plaisir”, me répond Ingeborg.

Le chemin descend, le contraire de hier matin. Dans un champ de blé je rencontre Maarten et Jonas, qui se dirigent dans l’autre sens. “Bonjour, ou allez-vous?” “À ‘de Fiertel’, une auberge de jeunesse”, me répondent-ils. “Et toi?”  “Je marche direction Bruxelles.” Nous partageons la raison de notre cheminement. On se souhaite mutuellement bien du succès et continuons chacun notre chemin.

Lorsque j’arrive à l’église de Zarlardinge, un enterrement à lieu. Agnès une pianiste. J’attends à l’extérieur en écoutant la musique classique. Le cercueil sort de l’église, porté par 6 personnes. Un magnifique cercueil, simple et décoré artistiquement. Dessus, un bouquet champêtre. Le cortège se dirige vers la dernière demeure d’Agnès. En tête, une fanfare.

Je vais m’asseoir à la terrasse d’un café. On vient me tenir compagnie. Les sujets de conversation: la drogue, les femmes et l’alcool… “Allé, lis-nous le dernier fragment de ton journal”, me dit l’un d’entre eux. Je regarde l’homme, droit dans les yeux. Un ‘non’ aussi bien verbal que non verbal s’en suit. Ma plume à la main, je me perds dans mon cahier. Je prends encore une photo à l’intérieur. Une question m’est posée. Ma réponse n’est d’aucune importance.

“Vous allez où maintenant?” “Jusqu’à Grammont (Geraardsbergen).” “Bonne chance, je suis curieux de savoir comment cela ira pour trouver un logis là-bas.” Un silence suit… “Avec leur esprit borné. Peut-être bien chez les étrangers”, me dit-il.

Avec ces mots en tête et un certain malaise, je quitte Zarlardinge en passant par le cimetière. La tombe d’Agnès, sa photo, sur une croix garnie de partitions. Elle a vécu avec la musique et elle est partie avec la musique. Les mots de tout à l’heure me reviennent à l’esprit. Je vais dans la mauvaise direction. J’essaie de me recentrer. Les mots ainsi que les préjugés disparaissent.

Sur le marché de Grammont je trouve facilement un logis. Le doyenné. Le doyen me familiarise avec la maison et part à son rendez-vous. Je fais ma lessive et la mets à sécher sur le gazon.

Le doyen revient un peu plus tard. “Voici la clé pour quand tu rentreras ton linge. Au cas où la porte se ferme derrière toi”, me dit-il et je remarque dans son regard un certain plaisir. Oups, je ressens une certaine gêne et fait semblant de n’avoir rien vue. Heum, je peux m’imaginer le spectacle drôle que cela est, mes petites culottes et mon soutien-gorge séchant dans le jardin du doyenné.

Je m’endors avec vue sur le clocher.

 

Bewust wording

Aalbeke

Aalbeke

Terwijl de zon al van de partij is, zingen de vogels in volle glorie. Ik geniet van een verse smoothie als ontbijt. Mijn lichaam heeft nog niet veel zin om in beweging te komen. En toch! Toch kijk ik ernaar uit om terug op ontdekking te mogen. Al heel snel is me duidelijk dat de vlakte plaats heeft gemaakt voor stijgen en dalen. Ik blijf verwonderd van zoveel schoonheid zo dicht bij huis. Ik wandel een heel eind op een hoogte, waardoor ik rondom oneindig ver kan zien.

Rollegem. Bellegem en zijn mooie kerk. Na het Orveytbos en het kanaal Kortrijk-Bossuit, wandel ik naast een oude spoorwegbedding in een dichtbegroeid bos. Ik heb daar altijd een onaangenaam gevoel bij. Weten dat er maar twee uitgangen zijn, voor en achter en dan nog eens constant spinnenwebben trotseren. Arghhh, dit is me nu eventjes teveel. Eenmaal eruit brengt een lang smal pad me tot in Avelgem. Ik kom uit aan het station om dan via een lange winkelstraat tot aan de kerk te wandelen. Het valt me op dat er nog weinig winkels open zijn. Het ziet er een verlaten straat uit, die wellicht ooit een bloeiende winkelstraat was. Ik dacht dat dit enkel in Frankrijk gebeurde!

In de kerk van Avelgem, mijn eindpunt voor vandaag en startpunt voor morgen, vind ik een grote flyer van alle openkerkenmonumenten. Weinig Sint-Jacobskerken. Eén iets valt me op: de Sint-Jacobskerk in Doornik (Tournai). Een kerk die niet opgenomen is in de lijst van de achttien kerken op het Jacobskerkenpad. Is dit over het hoofd gezien? Of…

Bij de dekenij, niemand. Spikerelle, het cultureel centrum van Avelgem. Een jongen verwelkomt me, Lucas. Eén telefoon en Lucas regelt een overnachting voor me in zijn ouderlijk huis. De ontmoeting is kort en krachtig. Lucas vertrekt naar zijn liefje, Lore, die vandaag jarig is, en morgen is het zijn beurt.

Met een glas witte wijn op het terras met Rita, de mama van Lucas, eindig ik deze mooie zomerdag.

GPX Bestanden Geluwe – Rollegem

GPX Bestanden Rollegem- Kluisbergen

Prise de conscience.

Le soleil étant déjà levé, les oiseaux chantent de tout cœur. Je me régale d’un smoothie frais, au petit déjeuner. Mon corps n’a pas encore vraiment envie de bouger. Et pourtant je me réjouis de reprendre le chemin de la découverte. Très vite je m’aperçois que le terrain plat fait place à des montées et des descentes. Je reste étonnée par tant de beauté si près de chez moi. Je marche tout un temps en hauteur, ce qui me permet de voir au loin.

Rollegem, Bellegem et sa belle église. Après le bois d’Orvey, le canal Courtrai (Kortrijk) – Bossuit. Je promène dans le bois en longeant une ancienne voie ferré. Le bois est dense. Cela me procure toujours une sensation quelque peu désagréable. Savoir qu’il n’y a que deux issues, l’une devant et l’autre derrière moi et devoir continuellement affronter les toiles d’araignées. Arghhh….c’en est trop. Une fois sortie, un long chemin étroit me mène à Avelgem. J’arrive à hauteur de la gare pour continuer mon chemin vers l’église par une longue rue commerçante. Je remarque qu’il y a peu de magasins ouverts. La rue, autrefois prospère, a l’air aujourd’hui abandonnée. Je croyais que cela été seulement le cas en France!

À l’église d’Avelgem, terminus pour aujourd’hui et point de départ de demain, je trouve une brochure de renseignements sur les monuments religieux ouverts au public. Peu d’églises Saint-Jacques. Une chose me surprend. L’église Saint-Jacques de Tournai (Doornik). Une église qui n’est pas mentionnée dans la liste des dix-huit églises reprises dans la description du ‘Jacobskerkenpad’. S’agit t’il d’une négligence ou…..

A la maison du doyen, personne. Spikerelle (Centre Culturel). Un garçon m’accueille, Lucas. Un coup de fil et Lucas me règle une nuitée dans sa maison familiale. La rencontre est courte et intense. Lucas part retrouver sa petite amie Lore, qui fête son anniversaire aujourd’hui et demain on fêtera le sien.

Avant d’aller me coucher je termine cette belle journée ensoleillée en terrasse avec un verre de vin blanc en compagnie de Rita, la maman de Lucas.

Verwennerij

Aalbeke

Aalbeke

Met een stevige stap, een diepe in- en uitademing verlaat ik mijn geboortestad.

Adem! Ruimte! Zucht!

Op automatische piloot wandel ik langs de Leie. Ontspanning. Ik kan ontsnappen aan de laatste regenbuien. Via Rekkem richting Aalbeke, waar ik blijf plakken in een bekend stekje, een warm nest. Het huis van Rita. Een babbel. Mijn kleurpotloden, een tekening.

Terwijl ik dit schrijf, lig ik te genieten en te relaxen in een bad met zout uit de Dode Zee. Als dat geen verwennestje is. Mijn lichaam en geest krijgen de nodige zorg. Muziek van vreemde oorden op de achtergrond. Mijn ogen sluiten. In de verte hoor ik de vogels, een koekoek.

Een week met zoveel moois is voorbij. Nagenietend en dankbaar om wat is geweest.

GPX Bestand Geluwe – Rollegem

Dorloter

Je quitte ma ville natale d’un pas ferme et en respirant profondément.

De l’air! De l’espace! Un soupir!

Je marche le long de la Lys (Leie) sur pilote automatique. Détente. Je réussi à échapper aux dernières averses. Par Rekkem, direction Aalbeke ou je m’attarde dans un endroit bien connu, un nid douillet. La maison de Rita. Une conversation. Mes crayons de couleurs, un dessin.

J’écris ceci en jouissant et en me relaxant dans un bain au sel de la mer morte. Si cela, n’est pas un nid câlin… Mon corps et mon esprit reçoivent les soins nécessaires. Musique de lieux lointains sur l’arrière-plan. Mes yeux se ferment. Au loin le chant des oiseaux, un coucou.

Une semaine vient de passer avec tant de belles choses.

Waarschoot

‘de Lieve’

Check! Heb ik wel alles bij, gaat er door me heen. Hoe weinig of hoe klein de bagage ook mag zijn, de onzekerheid om niets te vergeten blijft groot. Ik sluit de voordeur. Het kookfornuis, gaat er door me heen, terug naar binnen. Na vijf minuten sluit ik voor de tweede maal de deur.

De lift. Een spiegel, mezelf. Daar gaan we voor een nieuw avontuur. In het Nu en met vertrouwen dat alles een reden heeft en goed komt, start ik mijn tocht doorheen België. Met rode kaken geef ik toe dat België voor mij eerder onbekend is. Aardrijkskunde was ook niet mijn sterkste vak, al snel verveelde de leerstof mij en zat ik met mijn gedachte ver weg.

Twee gekende gezichten staan me op te wachten aan de Sint-Jacobskerk. Hubert, een man die ik regelmatig ontmoet in het Open Huis ‘Pratershol’, een ontmoetingsplek gelegen in het historische Patershol. En Jacqueline, met wie ik een stuk van mijn levensweg heb gedeeld. Jacqueline nodigt me uit voor een ontbijt, een stevig broodje om de dag te beginnen.

Half elf, ik geniet van de vele mooie hoekjes die ik in Gent mag ontdekken. Patershol, Prinsenhof, Sint-Elisabeth begijnhof, het park aan de Nieuwe Wandeling. Ik verlaat het centrum van Gent via de Groene Vallei en de Bourgoyen-Ossemeersen. Zoveel groen, zo dicht bij huis. Langs de oevers staan Mariadistel, heermoes en klaproos krachtig naast elkaar, heen en weer te dansen terwijl ik hen voorbij wandel. In de namiddag stap ik vijf kilometer langs het kanaal de Lieve. Ik was even vergeten dat een fel gekleurde short een ideaal aanvalspunt is voor dazen. Gelukkig heb ik mijn Combudoronzalf bij de hand. Om zestien uur een halte in de ‘Akkerhoeve’ in Waarschoot. Dansnamiddag. Ik ga binnen en vraag of ik gebruik mag maken van de toiletten. “Ben je op doortocht?”, vraagt de eigenaar. Ik deel het verhaal en de reden van mijn tocht. Hij trakteert me op een koffie. Bij mijn vertrek bieden drie vrouwen mij centen aan en vragen of ik ze wil aannemen. Dit voelt vreemd, nog nooit heeft iemand onbekend me zomaar geld aangeboden. Ik weet niet wat ik moet doen. Hen het plezier ontnemen van het geven vind ik niet fijn, dus ik meld dat ik ze graag aanneem en dat ik het aan een goed doel zal schenken. We praten nog wat samen. Achter de bar een jong meisje, ze danst. Ik nodig haar uit om te gaan dansen op de dansvloer. Een danspasje met wandelbottines, niet eenvoudig.

Achttien uur, aankomst in Waarschoot aan de bijzondere Ghislenuskerk. Ik hoor dat er nog een klooster is en zoek dit op. Zuster Clara helpt me bij het zoeken naar een bed en spreekt zuster An hierover aan. Ik heb het geluk er te mogen overnachten. Zuster An toont me een kamer, badkamer en keuken. Een avondmaal komt eraan. Zuster An wandelt nog even met me tot aan de kapel. Een lange gang, een deel dat binnenkort zal worden afgebroken. De kapel heeft prachtige handgeschilderde muren. Spijtig dat dit zal verdwijnen. Zuster-overste Gerd komt me ook nog een goede avond wensen. Een uitnodiging volgt om morgenvroeg samen met alle zusters het ontbijt te delen. Mijn eerste dag zit erop, één euro gespaard.

GPX Bestand Gent – Waarschoot

Waarschoot

Dernier contrôle! Je me demande si tout y est. Même si j’ai peu de bagage, être sûr de ne rien oublier reste très important. Je ferme la porte derrière moi. La cuisinière…je rentre à nouveau. Cinq minutes plus tard, je ferme la porte pour la deuxième fois.

L’ascenseur. Un miroir, et moi. Nous voilà partie pour une nouvelle aventure. Dans le présent et confiante que toute chose a ses raisons d’être et que tout finira bien, commence le voyage à travers la Belgique. Le rouge aux joues, je reconnais que la Belgique m’est inconnue. La géographie n’était pas mon point fort, très vite la matière m’ennuyait et mes pensées partaient en vagabondage.

Deux visages connues m’attendent à l’église Saint-Jacques. Hubert, un homme que je rencontre régulièrement à la maison ouverte ‘Pratershol’, située dans le centre historique du Patershol. Et Jacqueline, avec qui j’ai partagé un bout de chemin de vie, m’invite pour un petit déjeuner. Un pain copieux pour commencer la journée.

Dix heures trente, je prends plaisir à découvrir quelques beaux coins de Gand (Gent). Patershol, Prinsenhof, le béguinage Saint-Elisabeth, le parc ‘Nieuwe Wandeling’.

Je quitte le centre de Gand en passant par ‘Groene Vallei’, ‘Bourgoyen-Ossemeersen’. Tant de verdure, si près de la maison. Le long des berges, des chardons de Marie, la prêle des champs et des coquelicots dansent l’un et l’autre côte à côte tandis que je les croise en chemin. Dans l’après-midi, je longe le canal la Lieve durant cinq kilomètres. J’avais quelque peu oublié l’attirance que peut avoir un short de couleurs lumineuses sur les taons. Heureusement j’ai ma pommade Combudoron à portée de main.

Seize heures, un arrêt à la ferme ’Akkerhoeve’ de Waarschoot. Après-midi dansant. Je rentre et demande si je peux utiliser les toilettes. “Tu es de passage?”, me demande le propriétaire. Je lui raconte mon histoire et la raison de mon voyage. Il m’offre un café. Au moment de partir, trois femmes m’abordent, m’offrent de l’argent et me demandent de bien vouloir l’accepter. C’est étrange pour moi, jamais encore d’inconnues m’ont offert de l’argent sans raison. Je ne sais que faire. Leur ôter le plaisir de donner me parait délicat. J’accepte avec plaisir, leur disant en faire don à une bonne cause. On bavarde encore un peu. Derrière le bar, une jeune fille danse. Je l’invite à se rendre sur la piste. Des pas de danse avec des bottines de randonnée, pas simple.

Dix-huit heures, arrivée à Waarschoot à hauteur de l’église particulière de ‘Ghislenuskerk’. J’entends dire qu’il y a encore un couvent et pars à sa recherche. Sœur Clara m’aide à chercher un lit ou dormir et en parle avec sœur An. J’ai la chance de pouvoir y passer la nuit. Sœur An me montre une chambre, salle de bain et cuisine. Un repas du soir arrive. Sœur An  se promène encore un peu avec moi jusqu’à la chapelle. Un long couloir, une partie qui sera bientôt démolie. La chapelle possède de magnifique murs décorés à la main. Regrettable que tout cela doit disparaitre. La sœur supérieur Gerd vient aussi me saluer. Une invitation, à partager le petit déjeuner de demain avec toute les sœurs, m’est faite. Mon premier jour se termine. J’ai économisé un euro.