Pauline en Augustine

Chémery-sur-Bar

Le Mont-Dieu, Chartreuse

Twee reigers vliegen voor me weg. De natuur ontwaakt. Een buizerd, een zwarte Wouw. Ik ben zo dankbaar om de buizerds, herten en andere dieren van zo dichtbij te mogen waarnemen. Dit is de eerste keer.

De geuren van de lange grassen, de Camille en wilde munt, de braamstruiken. Het geluid van de krekels en gezoem van vliegen insecten. De vogels… Ik heb de indruk een beetje in herhaling te vallen, de woorden schieten me echter tekort om er andere verwoording aan te geven aan wat de natuur me brengt.
Voor de eerste keer op pelgrimstocht voel ik een groot verlangen naar waar ik toe ga…De Catharen streek, op de voetsporen van Maria-Magdalena, het verlangen om mijn tante terug te zien en alsof onder dit alles een verborgen droom ligt die aan het ontwaken is. Ik geraak erdoor ontroerd terwijl ik het schrijf.

Het verlangen… Vaak hoor ik zeg, blijf verlangen. En hoewel het verlangen een fijn aanvoelen kan zijn, haalt het me ook uit het Nu.

Mijn lichaam is moe en ik ben aan rust toe. Mijn rugzak weegt te zwaar, ten koste van mijn fysieke kracht. Morgen zal ik even neuzen wat weg kan met de post. Ook al ben ik fysiek wat moe, ik geniet van al het moois rondom mij. All-Een zijn met de natuur.

In het bos veel uitgedroge poelen en grachten.
Naast mij wandelt er iemand mee… mijn silhouet, een stok met krul boven het hoofd. Doet me denken aan Mary Poppins. Hmm, zou ik ook de lucht ingaan indien ik mijn hielen tegen elkaar zou slaan.

Een halte aan Le Mont-Dieu, een vroeger Kathuizerklooster van de periode 1100. Een stukje stokbrood, een makreel doosje, en vers geplukte kersen gekregen van Jacques en Fabienne, weten me te smaken.

Ik wandel van het ene pitoresk dorpje naar het ander. In Oches, spreek ik Nelly en Gérard aan. Beiden zitten onder een afdak van hun hoeve kruiswoordraadsels te maken. Aan de muur, een wafelijzer, hoefijzer, een pan… en in het klein er tussen een plaats voor Mannekenpis. “Je prendre en photo le Mannekenpis ?”, vraag ik Nelly. Ze begint wat gegeneerd te lachen. “Il lui manque un morceau… le tire-bouchon”. “Ah, j’avais même pas vue” en de vrouw begint nog meer te lachen.

De laatste kilometers van de dag… Nog 2,6 km… Pfff… een fikse helling… De beloning was groot. Een heel gezellig dorpje met vriendelijke inwoners. Saint-Pierremont. Ik zet me op een bankje want mijn benen kunnen niet meer. Mijn schoenen vliegen af… naast mij een man van in de 70. We praten over het dorpsleven. Of er iets is voor ontspanning. De bar bestaat reeds 25 jaar niet meer. De man woont samen met zijn zus die 96 jaar is. Wat verder huppelen twee kleine meisjes. Wat later ga ik richting het huis van de twee meisjes Pauline en Augustine. Ik spreek de mama aan voor een eventuele in de feestzaal, haar man is de burgemeester van het dorp, wist de bejaarde man me te vertellen. De vrouw nodigt me vriendelijk uit om te relaxen in de zetel en vraagt of ze me plezier kan doen met een koffie. Ik zeg geen neen. We voelen ons al snel goed bij elkander en beginnen te spreken over energie, horoscopen, het dorp, wateraders, énergie, ondergrondse hangen,… Ik eindig de avond in familie met schatten van mensen.. Amandine, Loic, Pauline, Augustine… en wat beleven we plezier. En voor wie mijn wegen volgt… wat komt er terug…. 3, Michèle, 7….

Ik eindig mijn avond in de feestzaal waar ik mijn matras en bedje klaar maak.

‘Un village un peut bizar qui surgis de nulle part…’

In de verte Saint-Pierremont

Erdal

De Linde

Uitzicht op Sedan

Ontwaken… in het bed van Erdal… De lieve man verliet gisterenavond zijn woonst om mij deze ter beschikking te stellen. Voor hij vertrok hadden we een boeiend gesprek over het Ottomaans rijk, de Koerden, Turken, Alevieten… over zijn familie en hoe hij naar hier kwam, zijn vrouw.
Over een scheiding in het begin van de lockdown periode… en hij is niet de enige en eerste. Op 14 dagen tijd heb ik 4 mannen ontmoet die in dezelfde periode gescheiden zijn.
Wat me vooral opvalt is een terugkerend patroon in relatie tot/of geweest. .. voldoen aan de ander, door zichzelf te verloochenen om graag gezien te worden. En dan na een ontgoocheling of breuk er niet durven open over praten met naasten uit angst met de vinger gewezen te worden en uit trots. Om dan terug meer afstand te nemen van zichzelf en eigen verlangen.

FB brengt me een herinnering. Het moment waar ik in 2018 midden de Apenijen, op vaderdag mijn papa belde om zijn verjaardag, vaderdag te vieren en niet opnam. Het begon toen dikke druppels te regenen en zorgde ervoor dat dikke tranen vrij kwamen…

2 jaar later…. een paar maanden geleden net vóór de lockdown was er voor mij geen scheiding, wel terug verbinding. Ik belde mijn papa… hij nam op.
Sedertdien hebben we regelmatig contact… deze keer niet meer uit éénrichting… dit is nieuw… wel uit beiden en dit voelt zogoed en bevrijdend. Na de lockdown mocht ik mijn papa terug zien. Weliswaar in een niet zo gezonde situatie, zijn hart… Ik verbleef er drie dagen om hem te ondersteunen, helpen en om nabij te zijn. Drie dagen later kwam hij erdoor. Gelukkig.

En wat een synchroniciteit in mijn leven.
Het terug vinden van mijn tante en ons open delen. Het durven aan haar delen en voor de eerste keer, “je n’ose pas”. “Tu n’ose pas qoui ?” “Faire l’amour avec un homme”.
De man die ik een paar dagen geleden ontmoette en zijn verhaal vader/dochter relatie. Erdal die me open vraagt “Vous êtes marié… vous avez un copain… Mes alors vous êtes encore….”.waarna hij wat verwonderd kijkt en deelt hoe vrouwen hem benaderen.

En wat een groei ik binnenin mezelf mag voelen.
Patronen die verdwenen zinn en waar een enorme bevrijding in de plaats is gekomen.
Ooit zei iemand, een paar jaar geleden” maak je geen illusie dit komt nooit meer goed”. Ik zeg, “het komt altijd goed” en daarom niet zoals men verlangt of hoe het was en gelukkig ook, wel door een evenwicht te zoeken in relatie tot zichzelf in de eerste plaats en met de ander. Elkaar zichzelf laten zijn en grenzen aannemen en aangeven op het juiste moment. Durven spreken en uiten zonder in gevecht te gaan, wel vanuit Liefde. In Liefde Zijn, laat deuren open.

Een ouder en kind verlaten elkander nooit. Er blijft altijd een zekere verbinding. Het zijn de patronen die ervoor zorgen dat de verbinding niet op een gezonde manier kan verlopen en voor afstand zorgen. Afstand met jezelf, afstand met de ander. Koppigheid, rancuneus, trots…. Is dit niet spijtig.

Zo is deze weg deels ontstaan, omwille dat mijn oma weigerde terug contact te nemen met haar kind vóór ze is heen gegaan. Later hier meer over.

Ik geniet van de Open velden, De graanvelden, de natuur elementen. De geur van de bramen die vrijkomen door de zon die erop schijnt. Langs de weg talrijke wilde aardbeien. Ook al is het verleidelijk, ik laat ze staan. Omwille van de ‘vossenziekte’. Eén keer is genoeg.

In het dorp Bulson, leg ik mij op een bank midden het plein. Schoenen uit, benen in de lucht… Ik val in slaap… Een half uurtje later ontwaak ik door mijn eigen gesnurk… Oeps…
Mijn dag eindigt in Chémery-sur-Bar bij Jacques en Fabienne. Jacques heeft deels een deel van de Camino gewandeld en het spoorde hem aan om zijn huis in de toekomst te openen voor pelgrims op de weg. Ik mocht hun gastvrijheid inwijden.

Dankbaar om wat op mijn weg reeds kwam en nog zal komen.

Een halo

Chémery-sur-Bar

Sedan

Beneden hoor ik stemmen, de tv. Zaterdagochtend, tekenfilms. Dit doet me denken aan mijn jeugd en de zovele zaterdagen dat ik voor de beeldbuis zat te kijken naar hun ochtendprogramma…

Ik verlaat Corbion… richting de Franse grens. Ik voel dat de tijd er rijp voor is… het is tijd om te gaan, om mijn grote vleugels te openen. De heerlijke frisse geur na een onweer, komt me tegemoet. Een verjaardag wordt gevierd. Mijn vader.

Een bord wijst de weg naar ‘Maison de verlaine’, laat ik het noemen een ruïne.

Op een open vlakte sta ik stil…ik wordt de frisse wind gewaar die zoete natuurlijke geuren met zich meebrengt. De zon verwarmt mijn hals. Links achter hoor ik het geroep van de buizerd… Ver weg het geblaf van een hond… Vliegende insecten, vliegen rond me heen… Ik laat me onderdompelen in een bad van vogelgezang. Het hevig onweer heeft opgekuist…

“Quesque vous avez trouvez la”, vraagt een man mij op een landweg. Hij zag me voorovergebogen. “Oh je prenais une photos des Camomilles.” “Ah, il y en a la !” “Oui, mes je vous les conseille pas de les ceuillir à cette endroit. Le fermier traité son champ.

Zonder ik het doorheb heb de grens overgestoken. Zalig, geen barrière, wegenborden… Gewoon open, zonder meer. De twee landen verbonden.

De GR14 neemt me mee via bossen en landelijke wegen. En langs indrukwekkende militaire begraafplaatsen. In de verte is Sedan zichtbaar. Ik vermijd het centrum. In een kleine bar neem ik plaats en vraag of iemand mij kan helpen voor een overnachting. Al snel komt er ongepaste/misplaatste humor naar boven. Ik laat het voor wat het is en geniet van de rust… Daarna volgen er meer nieuwsgierige vragen waar ik graag op antwoord. Een aangenamere sfeer kwam al snel in het kleine café. Waar we zelf plezier beleven en een fijn delen is.

Na de pauze neem ik terug de rugzak op de rug, zet buiten een paar stappen. Mannen werken op een stelling en repareren een façade. “Bonjour connaiser vous une personne qui pourrais m’héberger pour la nuit.” De vier mannen, spreken elkander aan in een vreemde taal. “Oui, mes faudras attendre une heure.” “Pas de problème, j’attendrais au bar. Merci, beaucoup cela me fait un grand plaisir.” Ik stap terug de bar in, “Voilà, trouvé”. Straks mag ik mee met Erdal.

Sedan