De camera

In Estampes, veeg ik het zand van mijn voeten, na eerst nog een bezoek te brengen aan de kerk Notre- Dame-du-Fort en stap ik nog een vier kilometer verder naar la Ferme des Acacia, waar ik op een zolderkamertje een heerlijk nacht mocht doormaken.
Wat een hemelsbreed verschil in aanvoelen tussen Estampes en het liefdevol kerkje in Étréchy, niet alleen de plaats ook de ontvangst waren twee uitersten.
Via messenger ontvang ik een boodschap, ‘ Weet je al waar je zal overnachten deze nacht. Wij ontvangen pelgrims’. Hmm, ik kijk op de profielfoto van wie deze uitnodiging komt. Twee stralende gezichten. Geen naam, wel een zin ‘Avis de Tempetes’. Un acceuil pèlerin. ‘Ook al ben ik dit niet gewoon, ik kan aan jullie stralende gezichten niet weerstaan. Het is ok. Jullie mogen mij verwachten’, schrijf ik terug.

Samen met Evelyne vertrek ik richting Méréville. Langs velden, eerst in het groen nadien op asfalt. In de verte horen we geweerschoten. De jacht is open. Plots horen we een toeter, een jager staat met een fluoriserend oranje hesje op een hoogte, hij kondigt onze komst aan.

In het kerkje van Saclas, waarvan we de sleutel kregen van de vriendelijke dame van het kleine-barwinkeltje, sta ik voor een kruis die mijn aandacht trekt. “Zie je dit kruis”, deel ik aan Evelyne. “Een hart, een kroon en vuur… Wel onze eigen kroon mag ‘branden’, mag in het Licht Zijn en naar het Licht komen. Geen kroon van verdriet, wel een kroon van Licht en Vreugde. Gevoed door ons eigen brandend vuur.” In het naar buiten komen vraagt een man of we voor hem willen bidden.” Wat is je naam? “, vraagt Evelyne.” Chiko”, antwoord de man met korte haren en een kunstige baard. In koor zeggen we “we nemen je mee in gedachten.”

Wat verder om de hoek steun ik een eetkraam tijdens een plaatselijke bijeenkomst van verenigingen. Mensen vragen ons waar we gaan. Ik neem plaats aan de tafel en we geraken aan de praat. Er ligt een fototoestel op tafel en ik kan het niet laten om de tip te geven, om een UV lens aan te schaffen om het objectief te beschermen. “Ben je fotograaf? “, vraagt de man. “Ik heb een lange tijd gefotografeerd.” “Ach, daarom dat je over een uv lens spreekt. En waarom fotografeer je niet meer?” “Och, ik fotografeer nog wel maar niet meer om dezelfde reden. Hierbij verkocht ik al het fotografisch materiaal.” “Maar dan kan je geen foto’s niet meer nemen?” “Meneer wanneer ik naar je blik kijk en zie wat er diep aanwezig is in je ogen, het tot mij laat komen, dan heb ik geen camera meer nodig of een schijf om het te bewaren. Mijn schijf is mijn hart.” Oelala….. hoor ik als een koor aan tafel.” Heb je mevrouw gehoord”, zegt een vrouw terwijl ze haar hand op zijn arm legt. De man glundert.

Wat doet het deugd om de zachte aarde onder mijn voeten te voelen. Dempende zachte zolen zijn hier echt overbodig en het komt me ook goed uit, want mijn schoenzolen gaan hun laatste kilometers in.
Via een ellenlange muur wandelen we Méréville binnen. Rue de la Madeleine. Opwaarts onder een lange laan van Lindebomen om een pauze te nemen op het terras van een bar naast de kerk. De kerk waar een prachtig kruis hangt in Eik. Geen kruis met een lichaam erop, wel een kruisvorm waar het lichaam uitgehouwen is in het hout. Als een schaduw die achter blijft van een lichaam die allang in ons midden is, die lichter aanvoelt. Een voor mij levend kruis.

Uiteindelijk eindigen we ’s avonds bij Christian en Fernande. Beiden komen pas terug van Compostella en delen met enthousiasme hun ervaringen. Fernande maakte een heerlijke maaltijd klaar met producten van her en der op het veld, langs de weg of in de tuin. Overvloed.

Hier een kortfilmpje….en nog eentje

Hier wat beelden…. En nog hier.

Vivre

Na een boeiende avond met Isabelle en onze gesprekken met een prachtige mengelmoes van theologie, antroposofie, geschiedenis, Maria Magdalena, Jezus…, verlaat ik Sceaux via het park van het kasteel.
De tuinmannen en vrouwen snoeien er de kilometers lange taxus hagen en haagbeuken. Het harken van de nieuw aangelegde fijne grind-zand weg tussen de grasvelden, doet me denken aan de Japanse Zen-tuin waar de monniken als meditatie, met een hark, een patroon en de beweging van het water in het grind harken.

Het is ongelofelijk om te zien hoe snel de natuur haar krachten terug neemt na een regenbui.
Hoe het gras terug groen wordt en de wilde kruiden in de bermen terug zichtbaar.

Fietsers, wandelaars, lopers, hardlopers, kinderen die proberen de vogels zachtjes te benaderen. Twee bejaarde vrouwen op een stenen bank aan de oever van het kanaal pratend over een buurvrouw, terwijl hun hondje aan de riem trekt om de duiven achterna te lopen.
Ik blijf even stilstaan en leun met mijn handen op mijn wandelstokken… Het is stil in me en vredig. Ik laat me impregneren door de frisse, verse natuurgeuren na een hevige onweersbui.

Op een bord langs de weg staat in grote letters geschreven ‘Vivre autrement… Mieux…’ omringd door een beeld van hedendaagse huizen met brede trottoirs. Veel asfalt en een klein vierkant voor een boom. Wordt mede-eigenaar…
Hmm, het financieel plaatje zou ik niet willen zien en laat ik ook in het midden.
De titel….’ Vivre autrement… mieux’ brengt me aan het denken. Een heel aanlokkelijk plaatje niet! Wanneer gaan we stoppen met altijd maar meer te willen, en de gedachte ‘daar’ (het buiten ons plaatsen) zal het anders zijn…. beter. Het is hetzelfde als een emmer vullen zonder bodem. Want iets nieuws zetten of doen, het lijkt aantrekkelijk, alleen de wortels worden niet aangepakt.
Wanneer zullen we wat reeds bestaat aanpakken en transformeren en zorgen dat er geen leegstaande panden niet meer bestaan of staan te verkrotten. Ook dit kan ‘vivre autrement mieux’ zijn. En dit kunnen we doortrekken naar ons eigen ‘innerlijk’…tot aan de wortels.
Het is onze kijk hoe we leven die het veranderen waard is.

Een bejaarde vrouw komt naar buiten ik hoor roepen, “Jules arrête, arrête Jules”. Jules wandelt naar zijn zin en trekt hem van niets aan. De hond.
Ik zet mijn voet op de wandelriem. Jules draait zich om, kijkt naar me… naar zijn baasje…dit had hij precies niet verwacht. “Merci madame”, zegt de vrouw. In mijn rug hoor ik de dame verder spreken met Jules.

Mijn weg gaat verder via de ‘ Via Turonensis’ en La coulée Verte du Sud de Parisien en ik puzzel wat met de GR10 en de PR10.
In Massy stop ik voor een maaltijd, een heerlijke Couscous klaargemaakt door lieve mensen afkomstig uit Algerije. Een man komt binnen. Ik hoor hem spreken aan de toog over mijn rugzak. Hij spreekt me aan en we beginnen een conversatie. Een charmante man met heel veel kennis. Ik hoor dat hij al veel gereisd heeft en ik begin te delen over de Pelgrimstocht naar Israël. Hij deelt zijn kennis en ervaring, spreekt over St. Augustijn en over zijn verlangen om naar Compostella te gaan. Later deelt de vrouw van het restaurant me dat de man, Slimane Benäissa heet, een schrijver.

Hier een kortfilmpje

Hier wat beelden

Joy

Na een uitnodiging om mijn ontbijt te nemen in de vergaderzaal van Nery en er mijn telefoon op te laden, vertrek ik richting Senlis.
Een lange rechte lijn van wel 12 km, onder de blakende zon met weinig tot geen schaduw kruipt al heel snel onder de huid en doet me vermoeid aankomen in het hartje Senlis. Gelukkig vond ik na die 12km ergens een kerkhof en een emmer om er even mijn voeten in te laten afkoelen zodat ook gans mijn Zijn er kon van meegenieten.
Ik denk dat het de eerste keer is op een pelgtimstocht dat ik spijt had van de gekozen weg. Ik koos voor Le Chemin d’Estelle in plaats van verder op de beboste en afkoelende GR 655 te blijven in Béthisy-Saint-Martin.

In Senlis klop ik aan bij het klooster van de Carmelitessen. Sœur Ann verwelkomt me. We hebben een gesprek rond intreden, gemeenschappen, de gebeurtenissen rond spiritueel misbruik… enz.

Ook Joseph en Gilles mag ik terug ontmoeten. ’s Avonds ga ik naar les complies, de laatste gezamelijke gebeden vóór het slapen gaan. In hun prachtig ecologisch, natuurlijk gebouwde kapel geniet ik van hun stemmen en gezangen.

Kort vóór het slapengaan wordt er aan mijn deur geklopt, Joseph. “Ik kom je dit brengen”, terwijl hij drie kinderbueno schenkt, “en je bedanken voor je praktische tips en het gezamenlijk delen gisteren”, zegt Joseph. “OH, merci, wat lief van je”, terwijl ik hem een zoen geef. Zo schattig!

Na Senlis nadert mijn weg richting de hoofdstad Parijs. Via het prachtig en vredig bos van Senlis ontmoet ik er Nasim en Salime. Twee jongeren, begin de twintig die een uitdaging zijn aangegaan met hun vrienden nl. Lille-Paris in vijf dagen. Dit is ongeveer een 50 km per dag. Beiden dragen zowat een rugzak van 20 kg op de rug. “We zijn onvoorbereid vertrokken. We hebben zelf nooit gedacht om het materiaal te verdelen over de twee rugzakken. Het alvast een goede voorbereiding want we willen volgend jaar Amerika te voet doorsteken…. We hebben ingezien hoe waardevol zo een weg is en dat het veel gezonder is dan uren achter het scherm te zitten waarin we ons zo kunnen in verliezen. Waar geen menselijk contact meer is en hoe alles oppervlakkig wordt”,delen ze met enthousiasme.
“Dankjewel voor jullie delen en deel jullie ervaring met jullie leeftijdsgenoten. Ze is zo waardevol”, zeg ik nog voor onze wegen scheiden.

Ik wandel langs het meer in het bos. Ik blijf er even staan. Het onderhuids verdriet die ik gewaar werd op mijn vorige tocht, vertrokken op bekken niveau en die ongecontroleerd over het ganse lichaam zich verspreide, komt in een ruk naar me toe. Deze keer gecentreerd ter hoogte van de plexus Solaris. Het is welkom ook al wordt ik gewaar dat ik er nog niet volledig hij kan. Ik laat verder gebeuren en blijf aandachtig bij de gebeurtenis.
Ik wordt gewaar en blijf in vertrouwen aanwezig zonder te willen vasthouden. Er vind zich een zachte innerlijke verandering plaats. Verdriet maakt plaats voor ‘Joy… en plots wordt het kristalhelder.
Iets overstijgt me waar ik volledig vertrouwen in heb en in dit vertrouwen, zal het zich aan mij tonen in tijd en ruimte wanneer het rijp voor me is en ik er klaar voor ben.

Ik stap stilletjes aan het bos uit. De vliegtuig geluiden worden frequenter. Een aangename en welgekome windbries is aanwezig.
Ik stap een restaurant binnen en bestel een maaltijd. Ik geraak aan de babbel met
André et Wenting.
Wanneer ik bij vertrek de rekening vraag, krijg ik te horen dat mijn maaltijd reeds betaald werd. Ik kijk verbaasd naar het koppel. “Het is om je te danken voor wat je ons bracht, je delen en ons dingen te laten inzien. Je bracht ons vreugde.”, deelt Wenting. Een fijne verrassing.

Een vrouw staat in haar tuin en vraagt of ik iets nodig heb. Ze vraagt of ik nog drinkwater bij heb en waar ik zal overnachten. Uiteindelijk eindig ik mijn avond bij haar in de tuin waar ik mijn tarp opzet. Bij Nicole. En terwijl Nicole nog een vergadering binnenshuis heeft, maak ik gebruik van haar badkamer, kruip onder de dons en val in slaap in mijn eenvoudig zalig nestje.

Hier een kortfilmpje en nog eentje

Hier nog wat beelden

En hier

Pelgrims

Een paar hevige onweerswolken kwamen deze nacht boven Marchipon, met drie korte onweerslichten na elkaar.
Als kind kon ik een heel lange tijd aan het venster kijken met mijn ellebogen op de vensterbank en mijn hoofd steunend in mijn handen, achter het gordijn. Met grote ogen en een ingehouden adem van spanning stond ik te genietend van dit natuurlijk fenomeen, zo krachtig en vurig, wondermooi. Mijn papa stond dan naast me en leerde me hoe ik de tijd kon bepalen van de bliksem in afstand verwijderd van het huis. Tellen tussen de twee bliksems.

Een poes staat te miauwen aan het venster. 7 uur ik maak me klaar voor een nieuwe dag. Pierre komt aangewandeld met de koffie. “Het was een hevig onweer deze nacht. Dankjewel Pierre voor je uitnodiging. Want ik was midden de nacht wakker geworden denkend aan mijn wandelstokken die gewoon geleiders zijn voor de bliksem.” Pierre deelde dat er deze nacht vijf liter water was gevallen. Niet denderend veel denk ik dan ten opzichte van het onweer. Ik dank Pierre voor zijn gastvrijheid en stap terug de natuur in.

Op een brugje ontmoet ik een dame wandelend met haar Border-Collie. We praten met elkaar en delen over de weg. De dame wandelde ooit het stukje camino tussen Le Puy-en-Velay en Nasbinal. ” Eenmaal men eraan begint zou men blijven stappen”, deelt de vrouw. “Ah, daar kan ik in volgen. Het lichaam weet gewoon heel goed wat het nodig heeft. We hebben ons zo verwijderd van ons eigen natuur, onze materie, wie we zijn. En in deze eenvoud van leven is alles wat we nodig hebben. De mens, een ontmoeting, de natuur, de rust, de stilte. Men hoeft er enkel voor openstaan. ” We delen nog verder over de weg. .” Ah, wel dat was een fijne verrassing hier ten midden de velden. Had ik niet verwacht”, deelt de dame terwijl ze afscheid neemt. Haar ogen fonkelend voegt ze er nog aan toe, “Eh bhein c’est chouette ça !”
We stappen elk verder onze richting.

Een blauwe reiger vliegt van het land de boom in. Hij neemt een statische houding aan. Zijn witte hals en kop laten hem opvallen tussen het groen.
In een klein dorpje, op de weg staat een kapel geweid aan Maria magdalena. Via een sleutelgat en grote kier in deur kan ik een glimp opvangen binnenin. Een beeld van Maria Magdalena staat midden de kerk achter het altaar. Een paar meter ervoor op de zijkanten staan de beelden van Maria en Jezus.
Ik hoor iemand aangewandeld. De vrouw met haar Bordercollie ‘Lochness’.

Een grootvader en kleinkind stappen op de trage wegen. ‘Alain et Anton’. De man deelt met volle overgave over zijn lange afstand fietsen en kamperen. Zijn kleinzoon nadert een waterplas. Hij roept hem terug. “Och, welk kind houd daar niet van. Zelfs grote kinderen houden nog van door plassen te wandelen”, deel ik terwijl ik knipoog. “Ja, maar hij heeft maar twee paar schoenen”, vertelt hij wat bezorgd. “Och, dat is niet zo erg, wassen en drogen.”

Ik voel dat het tijd is om wat rustpauze te nemen. Zoekend naar een bank of muurtje, vraag ik een man of er eventueel een bar open is in het dorp. “Ach, neen er is hier niets. Waarom wat heb je nodig?” “Och, mijn lichaam laten rusten bij een potje koffie zou me goed doen”. “Kom mee, ik kan je een potje koffie schenken”. De man neemt me mee richting zijn huis. “Ahh, °^`***’, ik heb de electriciteit afgelegd. Ik ben namelijk een nieuwe bel aan het installeren.” “Oh, is niet erg. Het is zogoed alsof ik het ontvangen heb.”, en beiden lachen we om de situatie.

Ik stap verder het weide landschap in. Het begin te onweren en ik ontsnap niet aan een fikse bui. Ik steek mijn paraplu de lucht in, niet echt slim met onweer. Ik neem het risico.
In een ander dorpje, bel ik aan. Catherine doet open. Ik vraag naar een schuilplaats. “Kom binnen, een grote verwelkoming.”
En niets is zo maar… Catherine vertrekt binnen drie dagen voor de eerste keer op de Camino, van le Puy-en-Velay naar Conques. Met wat tips achterlatend en wat geruststellingen kijkt ze met grote verlangens uit naar de weg.

Klik hier voor een kortfilmpje

Hier nog wat beelden.

Les cocos d’amour

Een knuffel, een handzwaai. Ik neem afscheid van Coco. De ochtend is grijs. Mijn rugzak weegt zwaar. Ooh, dit beloofd. Ik voel dat ik moed nodig zal hebben. Het weer daagt me uit. Een druppel, droog, een druppel…zo gaat het de ganse dag door.

Er blijft voortdurend iets in mijn lijf hangen. Ik probeer het te achterhalen. Iets maakt me triest, weemoedig. De woorden: ontvangen, graag zien, afscheid, delen zijn aanwezig. Ik draag het mee op mijn pad.

Een dagje rust bij mijn vrienden heeft me deugd gedaan. Lang geleden dat ik eigenlijk nog eens de tijd nam om gewoon languit te genieten van een gesprek, de zon en het water. Samen tafelen, lachen, delen zonder echt moeten bezig zijn met afspraken en organiseren. Elkander graag zien, gewoon zijn. Merci les Coco d’amour.

Dolmen

Een geitenboer laat zijn geiten buiten. De vinnige dieren krijgen hun maaltijd voorgeschoteld. Een dolmen trekt mijn aandacht. 

Aan mijn linkerkant staat de maïs te dansen in het veld, rechts buigen de zonnebloemen hun hoofd naar beneden alsof ze er depressief uit zien. Jaja, Jasmine wat doe je…volg je… dansen het leven tegemoet of laat je je hoofd hangen. Net als de wolken, kies ik voor bewolkt of een opklaring. Ik zet wat muziek op. Willem Vermandere, hmm niet altijd vrolijk, soms wel grappig. Ik schakel over naar ‘les freres et les soeur de Jéruzalem’ hun stemmen klinken hemels en zijn hartverwarmend. Het doet me deugd.

Ik laat me leiden door de weg en neem af en toe een stukje GR om dan terug een andervstukje camino te nemen. Via verlaten dorpen kom ik aan in Dangé les Rosiers waar ik met open armen wordt ontvangen door de burgemeester. De eerste overnachting in een pelgrimsherberg. Een schitterende herberg waar ik alleen zal verblijven. 

La Vienne

Pelgrimsherberg Dangé les Rosiers

Etre dans l’amour

La Loire

​Op mijn linkerkant ‘La Loire’. Een lange stille en ook een gevaarlijke rivier. Ook al zien de stranden en eilandjes er soms uitnodigend uit, ze kunnen je in een mum van tijd meenemen naar de diepte. Rechts de gele wanden die lang geleden ooit deel uitmaakten van een kasteel. Stadstuinen. Wat ik ooit als een saai, eentonig, lang en plat deel van Frankrijk zag, is het vandaag absoluut niet meer. De natuur is er afwisselend. De dorpen zijn pareltjes met kleiner verborgen hoekjes. De mensen zijn er open. Het is er rustig. Ik vraag me eigenlijk af of er een deel in Frankrijk bestaat waar het saai is en niets te beleven. Ik heb het idee van niet.

Een man met lange baard. Mouw en kuit tattoo. In de hand een mand vol natuurlijke lekkernijen. Abrikozen, druiven, mirabellen, pruimen…een korte babbel. Het contrast van zijn kledij en handelingen, waar zijn grote handen de kleine vruchten opraapt, vind ik zo lief en vertederend te zien. Een vrouw spreekt me aan, ‘ je vous admire’. Een babbel installeert zich. Woorden vloeien vanuit een vanzelfsprekendheid, vanuit het niets. Het voelt aan alsof de woorden van heel diep komen. Ontstaan vanuit puurheid alsof iets me gaat leiden zonder ik er enige moeite voor doe. 
Een mama met twee kinderen nodigt me zomaar uit bij haar op de koffie. De ene aangename ontmoeting na de andere.

Op regelmatige basis komt een situatie terug in mijn gedachten. Vorig jaar kreeg ik de vraag, ‘Wat doe je deze zomer?’ ‘Een wandeltocht via de Sint-Jacobskerken in Wallonië, vrijwilligerswerk in de Sint-Jacobskerk en mijn tocht terug verder zetten’. ‘Oh, ga je de katholieke toer op!’, kreeg te horen met een oordelende intonatie. Een antwoord vanuit een onverwachte hoek. Een zin die blijft hangen…  niet zozeer van wie – daar heb ik vrede meegenomen – wel wat het met me deed liet me niet los en of ik inderdaad deze toer al of niet zou opgaan. En eigenlijk hoef ik niet ver te gaan zoeken. Ik volg gewoon mijn hart en mijn buikgevoel. De toer van mijn hart. Vanuit deze twee ben ik in beweging gekomen. Wanneer ik van hieruit in beweging kom, dan voel ik heel goed dat ik in de flow zit op een weg die niet meer te eindigen is. En mijn hart is niet in een vak te steken, het wenst in vrijheid te mogen zijn. Dat Sint-Jacobs iets betekent, absoluut, De pelgrimsweg heeft ook veel geopend voor me. En het ontkennen zou mezelf verloochenen zijn toch staat het voor mij los van het katholisisme.
Mijn geloof is de weg van het hart. Het is een continu zoeken naar evenwicht om in liefde te zijn en te blijven, zonder dat liefde geven wordt om zich te verliezen. ‘Etre dans l’amour’, geef toe… wat klinkt het toch warm en goed in de oren.

Ik wandel verder richting Tours waar ik vrienden na vijf jaar mag terug zien. Ik herinner me nog onze eerste ontmoeting alsof het gisteren was. Een ontmoeting waar woorden overbodig waren.  

Kathedraal de Tours

Geen toeval

Cocquotte is gaan werken. P’tit Lou is klaar voor zijn dag werken en ‘le Petit Prince’ en Grenouille liggen nog in bed. Dit zijn de bijnamen van mijn gastgezin. Er is donder hoorbaar op de achtergrond. De lucht is dreigend. Ik heb het geluk eraan te ontsnappen. 

Waar ik ook mag kijken, de hoofdkleuren zijn groen in alle soorten gradatie, met af en toe wat bruin ertussen. Groen de kleur van het hart. Moederaarde in een omhulsel van groen, die vraagt om graag gezien te worden. Waar we allen samen zorg mogen voor nemen.

De woorden ‘la foi’ en ‘la providence’ komen voortdurend in mijn gedachten. Vreemd ik ervaar ze ruimer in het frans dan wanneer ik beiden hoor in mijn moedertaal, geloof en voorzienigheid. Ik laat beide woorden voor wat ze zijn en benieuwd wat ze me zullen brengen.

Kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Muurschilderij, kerk Saint-Pierre, Saint-Amand Longpré

Auw, ik struikel bijna. Aan wat was ik aan het denken…zwarte koffie. Hoog in de lucht, twee koppels buizerds. Ik stap een bosje in, het voelt vreemd, onwennig, niet aangenaam. Zelfs wat duister. Ik heb het gevoel wat allert te moeten zijn. Op mijn pad een skelet, een ondraagbare geur. Ik probeer te achterhalen wat het is. Groot, maar ziet er niet uit als een hert, te korte poten. Wat verder een grotwoning. Ik word er naartoe getrokken. Voorzichtjes ga ik erheen. Er ligt iets in de grot. Een dood dier. Ik ben nieuwsgierig. Zijn lijf is al volledig gemummificeerd. Zijn mond staat open en tanden zijn duidelijk zichtbaar, alsof het zich aan het beschermen was. Bij het beest ligt een bruine fles en rood doek. Ik neem een foto en kijk ernaar om te achterhalen wat het zou zijn. En plots wordt me duidelijk dat het om een hond gaat. De link wordt gelegd naar het eerste cadaver. Ik schrik en terzelfde tijd voel ik een kwaadheid bij me opkomen, wat lichtjes is uitgedrukt. Welk wezen doet nu zoiets. Geen twijfel meer aan, beiden werden om het leven gebracht.

Een spanning heeft zich geïnstalleerd op mijn kaken en mond. Ik blijf het beeld zien van het dier en besef dat ik het moet gaan uitschreeuwen voor het zich verder vastzet. Met mijn twee voeten stevig op de grond en lichtjes door de benen laat ik met gebalde vuisten een diepe kreet. Mijn borstkas gaat op en neer tot ik plots alles kan lossen. Ik begin te huilen. Een buizerd komt voor mij in mijn buurt vliegen. Nog nooit heb ik hem zo dicht blijven zien vliegen. De rust komt wat terug. Een vlinder brengt wat lucht, luchtigheid met zich mee. De eekhoorn brengt me terug wat naar vreugde. Pfff, wat was dit intens. Het bos uitlopen blijft een zwarte paard luid hinniken. Non stop, tot ik weg ben. Vreemd.
Door mijn hoofd gaat er van alles heen. Ik probeer mezelf te sussen, ‘oh, Jasmine dat is allemaal toeval. Wacht Jasmine…daar geloof je allang niet meer in. Een minder goede ervaring mag ook een reden hebben…een mind is toch krachtig’. Inderdaad ook dit is geen toeval. De buizerds blijven heel dicht aanwezig, ik voel me beschermd. De spanning blijft nog wat aanwezig in mijn lijf. Moeheid heeft zich geïnstalleerd. Ik beslis in de vroege vooravond te stoppen op de camping van Chateau Renault waar ik overnacht in een blokhut.

De foto laat ik bestaan tot ik er naar kan kijken zonder het me raakt. Het liet me een stuk zien van mezelf die er ook mag zijn. Een stuk die het recht heeft op bestaan, want zonder dit kan ik niet naar de andere kant. Zonder dit stuk kan het ander ook niet bestaan. Niet voor niets dat yingyang in elkaar verweven is.

Een puzzelstukje komt later al snel de rest vervullen. In de voormiddag belde ik mijn vader. Daar had ik zin in. Een losse babbel na een lange tijd.

Energie

‘Je vous offre un café!’ Ik kijk op. Een vrouw in een lang kleed met bloemetjes, een nachthemd, daarop een mouwloze vest. In de rechterhand een grote emmer met een deksel erop. ‘Ahh, volontier madame. Je refuse pas’, nog aan het ontwaken na een zalige nacht onder de blote hemel. ‘Cela va vous réchauffer’. Een paar minuten later staat een verse koffie in een beker en een stukje keek naar me te lonken.

Door de vochtigheid is mijn slaapzak nat aan de buitenkant. Gelukkig niet binnenin, wat niet ten goede zou gekomen zijn voor mijn nachtrust. In de ochtendzon hang ik hem te drogen. Terwijl ik bij de buren aan tafel een ontbijt neem.

Een lange weg in de blakende zon neemt me mee langs ‘Le Loire’.
Aan de oevers vissershuisjes, die me doen denken aan de vele series en tekenfilms van Tom Sawyer die ik zag als kind op tv. Ik kon toen altijd wegdromen na zo een serie.

Een energie komt hevig door mijn lichaam. Ik probeer er zo zuiver mogelijk naar te kijken zonder er me teveel mentaal aan vast te grijpen. Niet evident. De sensaties reizen heen en weer over mijn lichaam. Een sensatie die me niet onbekend is. Ik laat het gebeuren. Vreugde en angst vergezellen elkaar. Mijn ogen komen vochtig te staan. Mijn adem helpt me de energie te kanaliseren. Borstkas en buik nemen ruimte in.    Ter hoogte van mijn keel vind de energie geen doorgang. Het is wat het is en probeer er niet teveel aandacht aan te schenken. Het is duidelijk dat mijn lijf er niet klaar voor is. Ik vertrouw erop dat de weg me verder duidelijkheid zal brengen. Hoewel ik diep in mij ergens wel al bewust ben waar het mij zou kunnen brengen, wacht ok geduldig af.

Op weg hou ik halte in een kleurrijke bibliotheek. Een jonge dame ontvangt me rijkelijk. Haar blonde haren worden extra geaccentueerd door het licht die er doorheen schijnt. Net engelen haren. Haar kleurrijke kledij maakt het plaatje af. 

Vendome

Vendome en haar vele eilandjes

Op de markt van Vendome spreek ik mensen aan voor een overnachtingen. Al heel snel komt hulp. La hospitalité du chemin is aanwezig. Nog tot ’s avonds laat zit ik te praten met Michel terwijl mijn kledij in de wastrommel zit. Eens uit de trommel zie ik mijn wollen t-shirt die grote gaten vertoond. Hmm, de 40 jaar oude machine had geen rekening gehouden met mijn een bh. Voor ik het besef is het middernacht en sluiten we de avond af met het ophangen van mijn was.