Frequentie

Met een yoghurt in de hand stap ik naar de agent. “Heb je goed geslapen”, vragen we elkander in een beetje Engels/Spaans. Ik schenk hem de yoghurt en bedank hem voor de fijne ontvangst.

In een bar binnen stappend, net naast de kathedraal, voel ik de blik van de mannen. Het wordt stil. Ik neem een barkruk en neem plaats aan de bar, tussen hen. Ik voel dat een glimlach in mij wakker wordt.
“Un café con leche. Eeee… Uno tostado con tomates, Por favor.Grazias.” De barman lacht me zacht toe. De mannen beginnen terug te praten. (Soms denk ik in mezelf, mijn oordopjes zijn in een bar meer nodig dan in een slaapruimte.)
Mijn buurman neemt contact met me en al snel hebben we door dat we in het Frans kunnen praten.
“… todos Machista….”, legt de man uit wat de conversatie was, is tussen de mannen. Al lachend zeg ik hem…” Ik kon me wel voorstellen wat het onderwerp was, 1 vrouw, 9 mannen… Daarvoor is geen taal nodig om te begrijpen. De reden waarom ik plezier heb. Ik kon het zo raden. “

Zo een situatie was voor mij een paar jaar geleden niet mogelijk, dan had ik zelf een gedrag van ‘Machista’ aangenomen maar dan met een andere inhoud voor wat dit woord staat. Wel uit bescherming, afscherming en omdat ik niet van dit gedrag hield. Vanuit een kwetsuur. Alleen hier was niets aanwezig van een onderliggende negative toon, geen kleineren of rediculiseren van de vrouw.

Ik sta versteld van hoe de sterke drank hier in grote hoeveelheden over de toonbank glijden. Beetje naif dacht ik dat ze enkel koffie kwamen drinken. Een plaatselijk drankje Zoco 25% met Sleedoorn, kersen, honing, vleugje anijs… lijkt aantrekkelijk, maar wat het teweeg brengt op lange termijn in de bovenkamer en in de lever is veel krachtiger dan die 25%.

Wanneer ik vertrek uit de bar steek ik mijn hand op, glimlach hen allen toe en wens hen een goede dag. Met twee appelsienen extra, gekregen van de barman begint mijn dagtocht.

Uit het dorp, draai ik me nog even om en zie het zonlicht schijnen op de kathedraal van Hinojosa del Duque. Een kathedraal die absoluut niet de omvang heeft als de andere kathedralen die ik ken.
Een raam opening heeft een bijzonder mooi architectuur. Maar wat mij het meest aantrok was de kapel op dit marktplein met haar mengeling van Moorse kunst.

8u30… De natuur ontwaakt…
Mijn lijf voelt zich gedragen door de zachtheid die vertoeft in deze omgeving. Wat een hemelsbreed verschil bij de vorige weken, het gebied vóór Córdoba.

Een ochtendnevel hangt over de horizon. In de verte zijn bergen zichtbaar, misschien wel de volgende om straks te trotseren.
Een bord staat langs de weg ‘je bent uitgenodigd om deze zone netjes te houden’. Och, wat zou ik deze o zo graag meer tegenkomen om de mensen dit bewustzijn aan te leren.

De mimosa is bijna uitgebloeid. Met de zon in mijn rug wijst mijn schaduw naar het westen. Mussen zitten massaal in de struiken, bij mijn aankomst vliegen ze in een zwerm naar de volgende struik. Een pimpelmees is wat moediger en springt van het ene takje, naar het ander.
Het landschap ziet er hier en daar uit als een quilt. Als lappen harmonieus tegen elkaar.

Al wandelend voel ik plots iets bizar…
Ik kan het vergelijken als iemand die de knop aan de radio draaide zodat ik op een ander frequentie terecht kom.
Net alsof ik door de wand ben gestapt van een immense waterbubbel waarin het landschap lichtjes danst, zelfs de bomen zouden bijna kunnen dansen. Ik voel me lichaam vertragen. Ik kijk op mijn telefoon… geen bereik meer. Oeps… OK, no panic… Ga rustig verder en onderga. Ik zoek een plaatsje in de natuur waar ik me kan neervleien… Mijn Zijn neemt me mee naar een eik… Ik zet mijn stokken neer. Breng mijn beide handen plat op de boom steunend en wacht… ik voel mijn hart bonzen… Ik blijf een eindje leunend tegen de boom. Mijn lichaam ademt ruim, diep en vrij. Geen reden tot paniek.
Afwachtend… kijk ik naar de bomen rond mij… Overal, zie ik bijna in iedere boom vrouwelijke vormen…Of met de armen naar boven gericht als ‘vragend’ of naar beneden gericht als ‘aanbidden’… En anderen rechtop ‘ontvangen’.
Leunend tegen de boom, wat uitrusten en zijn kracht voelend… Bomen ik dans met jullie mee op deze golven.

Ik stap terug verder. Er is hier een klimaat voelbaar van werkelijk 2 tegenpolen. Als een magneet die men omgekeerd op elkaar probeert te brengen. Zwaar en ijl.. Op het moment dat ik verder stap besef ik dat zelfs de aarde van structuur is veranderd. Daarnet had ik zanderig doorlatende grond, nu wandel ik op een zware kleverige grond. In de verte twee roofvogels. Ik kijk op het uurwerk van mijn telefoon… 10 min zijn voorbij… het lijkt een eeuwigheid.

Rechts voor mij in de verte rijst een andere bewoonde wereld op. Huizen.
‘Komaan Jasmine een kleine 20 kilometer verspreid jullie’. .., spreek ik mezelf de moed in. Als met zwemvliezen aan mijn voeten stap ik verder. Boven mij het krijsend geluid van de arend.
Het gewicht aan mijn voeten en in mijn lijf voelt zo zwaar dat ik het gevoel heb dat ik aan het krimpen ben. Ik voel me precies een dwerg wordend. Hihi, ik begin te lachen en voel vreugde bij deze gedachte.
Op een bepaald moment stop ik… Plaats mijn twee stokken op de grond en zeg ik” ok wat wil je, ik kan hier toch niet blijven staan wat kom je me vertellen”, terwijl ik naar boven kijk.
Op dat moment hoor ik een stem van de boer in de verte die roept…
En net wanneer ik terug een voetstap zet…
Waw, 4 grote herten huppelen weg. Arenden vliegen boven me. Eentje blijft er in mijn buurt…wanneer ik hem in beeld heb, dank ik hem… Ontroerd van het gebeuren.

Ik open een hekken naar een ander terrein.
Gele, witte bloemetjes kleuren de border.
De schapenboer steekt een kudde schapen in een andere wei.
Ik word gewaar dat gans mijn Zijn terug is. Oef… Wat was dat!

Een man komt aangereden… Laat zijn venster neerdalen en roept,” Bounos dias…”, met een grote glimlach als teken van welkom. De boer gaat bergopwaarts naar het huis, zijn hond een bordercollie , volgt hem.

KLIK HIER voor een kortfilmpje

KLIK HIER voor meerdere beelden

Hinojosa del Duque

Ik sluit de deur van het verzorgd huisje en deponeer de sleutels in de brievenbus. Ik wandel mijn eerste uurtje tot aan een volgend dorpje.
Een vrouw die samen met mij de supermercado binnenstapt, lacht me vriendelijk toe. Aan de kassa wordt het bedrag op een briefje geschreven 1,35 euro. ‘Uno trenta cinque’, deel ik terwijl ik hen aankijk met een non verbaal die vraagt ‘klopt dit’. “Cinqo”, antwoorden ze in koor.
De vrouw vraagt me nog “… Alemania”, enkel het laatste woord heb ik begrepen, “No soy de Bélgica”. “Como dé… Adios?”. Ik hou het eenvoudig, “daaag”. “Daag”, terwijl ze haar hand opsteekt. “Adios” lachend naar haar toe. Wat fijn wanneer er een wederkerige communicatie is, ook al is ze miniem, toch hebben de weinige woorden, wel de inhoud een veel groter impact dan men kan denken.

Hier en daar zijn schapen, koeien, kippen, kalkoenen, varkens, paarden, muilezels… te zien en wat voelt dit goed om in de levende wezens meer diversiteit te zien en te horen. Ook de vogels zijn talrijk aanwezig van de pimpelmees tot arend.

Het speenkruid- en Mariadistelblad groeit talrijk tussen de bemoste afgeronde immense steenmassa.
Steeneiken vullen het landschap en hun vormen prikkelen mijn creativiteit.

Ik ben wel heel benieuwd naar dit stuk grondgebied en zijn verleden. Naar zijn rituele verleden.
Beelden stromen hier zuiver en in flitssnelheid aan.flitsen

De bomen, de rotsen… ze hebben hier zoveel te vertellen. Dit gebied voelt voor mij heel beschermd aan. Op een pleintje van het dorp staat een symbool in keien in de grond verwerkt.
Het symboliseert de 4 elementen: water, aarde, vuur en lucht. Een symbool die ik ooit in Saint Jean Pied de port aanschaf in een hanger na reeds 2 maanden over Moeder Aarde mij te hebben verplaatst.

De buizerd en vooral de arend is hier talrijk aanwezig. De nasale knarsende klank van de arend is een totaal verschil dans het zachte hoge toon van de buizerd. Fijn dat ik de arend mag ontmoeten en kennen. Ook zijn vlucht is zo verschillend.
Voor mij op een draad komt een scherp geboekte vogel zitten en vliegt telkens een eindje verder weg.
Terwijl de gevleugelden me omringen begin ik een fijne hoge nasale toon te uiten. Och, bijzonder zo uit het niets spontaan en zonder enige gedachte of iemand mij wel zou kunnen horen. Ik geniet.

Mijn gedachten gaan even naar fra Francisco. En zijn Cantique des Créatures.

Wanneer ik door dit prachtig bucolisch en mysterieus landschap wandel, kan ik niet anders dan zeggen, kunnen niet het ene zonder het andere eren.

We kunnen niet enkel Vaders Hemels eren en Moeder Aarde opzij laten, negeren. Net zoals we niet enkel Moeders Aarde kunnen eren zonder Vaders Hemels.
We kunnen ook niet enkel leven in de verticaliteit en de horizontaliteit gaan ontkennen en andersom. Net zoals we in elk van ons onze beide polariteit mogen eren en we van beiden mogen houden en vooral laten leven. Ze zijn niet losmakend van elkander. Ze vormen, Zijn één Geheel.
Heb je Lief.

Onder mijn paraplu geniet ik van het landschap die verandert van tinten bij de naderende felle regen.
Wandelend tussen twee groepen schapen – achter draad- roepen de lammetjes om hulp. Moeder schaap komt aangerend en vergezeld ze weg van de omheining. Het geroep van lammetjes hebben de nieuwsgierigheid van de waakhond aangewakkerd. De ene blijft er lui bij liggen tot de ander het signaal aangeeft. De grote witte Patou probeert uit de omheining te komen. Ik wandel rustig verder. Het wordt stil. Een geblaf herbegint. Het is hem gelukt te ontsnappen en staat midden de weg mij aankijkend al blaffend. “Vale, vale…”, ik check even om te zien dat hij mij niet benadert. Neen.

Bij het aankomen kort voor Hinojosa del Duque zitten twee ooievaars. Eén, twee en na de tweede springen ze de lucht in.
Door de regen voel ik me net een ‘schaatserijder’ op de weg. Eén stap en ik schuin 2 cm vooruit. Zandgrond. Ik gebruik de zijkant of middenberm om proberen een vloeiende pas aan te houden, daar waar de wortels de grond samenhouden.

Aangekomen in de stad, ga ik de sleutel halen in het politiekantoor. Deze nacht deel ik mijn kamer met iemand van la Guardia Civil.

Alcaracejos

In de velden is paars, wit, geel te bespeuren. De witte bloemblaadjes van de Camille hangen nog naar beneden en wachten tot de zon hen ontwaakt. Mijn tenen genieten van de ochtenddauw.
In de verte hoor ik stemmen, dierengeluiden en bellen… een schapenboer.
Ik hoor ze roepen “venga, venga”, of zoiets. In deze situatie kan ik me voorstellen dat hij roept dat zijn schapen komen, ‘vient vient’.

Hier en daar zijn zwarte boomstammen te bespeuren in de verte.
Onder mijn voeten is de weg oker roestbruin gekleurd en puur natuur, deze natuurlijke bedding, zijn mijn voeten zo blij om.
Op de zijkant… Rozemarijn (Salvia rosmarinus) , Zonneroosje (Helianthemum) , kurkeik, steeneik…

Wandelend doorheen de stilte, de rust die hier over het landschap hangt… er zijn zo van die plaatsen waar ik zo zou willen blijven vertoeven omringd door al dit waardevolle essentie.

Hoge loofbomen met afpellende schors laten me vermoeden dat er een rivier is… war verder kom ik aan de Rio Guadalbarbo. Of toch voor wat ervan overblijft.

Een konijn zit me aan te kijken en rent weg…’Hmmm, voor jou ben ik geen gevaar. Straks val je nog ten prooi aan…’, gaat door mijn gedachten.
Een paar minuten later op een lange weg, die me wat doet denken aan een Afrikaanse weg, vliegen wel een tiental arenden plots boven me weg. Hun uiterste pennen gericht naar boven, laten ze zich drijven naar de horizon.

Af en toe blijf ik staan om het omgevingsgeluiden in me te laten opnemen. Een paar schitterende lichtblauw gekleurde vogels, met zwart kopje en lange staart vliegen al kabaal makend over de weg. In mijn rug het geluid van een wild-zwijn. Wat verder schapen die blèren.
In de hoogte het knarsend geluid van de arend en af en toe, een deuntje mij zo bekend ‘de buizerd’.

Op een moment zie ik iets harig, elegant springen met de kop naar beneden. Ik haal mijn camera boven en bevries. Zou het de lynx kunnen zijn ! Hi, wanneer ik zie dat het een vrolijke ‘patou’ is, schiet ik uit in een lach. Zelf hij kan elegant springen. Zalig.

Een pauze onder een olijfboom, zodat ik de lange tocht van vandaag kan wandelen. 34 km.
Verderop wandel ik door een hectaren groot afgebrand bosgebied. Zo bevreemdend. Hoe pijnlijk deze situatie eruit ziet, zo ongelofelijk bijzonder om te zien hoe veerkrachtig Moeder Aarde is bij het zien van de nieuwe scheuten aan de voet van de afgebrande stammen van de eiken.

Een Duitse herder komt vanuit het niets naar mij gelopen. Een gelebber en een duw in mijn knieholtes. Duidelijk zin in spelen. In de verte zie ik hem verder springen met zijn baasje.

Ik nader Alcaracejos. Hier en daar is een Finca zichtbaar. En… Koeien…. Geen zwarte koeien met wit stippen, wel eerder witte met zwarte stippen. Hi, een dalmatierkoe… Haha… Hmm., zou dit het gevolg zijn van teveel zo’n op mijn voeten.

De lange eentonige vier kilometer, lijken me oneindig te zijn. Aangekomen verwelkomt een vriendelijke dame me in de Albergues voor pelgrims. Ik heb deze avond het kleine knusse huis voor mij alleen.

HIER MEER BEELDEN

De Cistus

Ik verlaat Córdoba richting Cerro Muriano.
Luidende klokken brengen me richting een Santa Clara convent. De prachtige handgeschilderde grondtegels hebben hun émail verloren door de jaren heen. Zusters komen één voor één de kerk binnen. Een donker bruin lang kleed, wit koord en een zwart kapje op. Nog voor de viering begint, verlaat ik de ruimte.
Langsheen de Sint-Jacobskerk, Maria-Magdalena kerk. Allen gesloten. En sedert het begin van deze tocht zijn de meeste kerken gesloten. Uitstervend of beschermend of beiden.
Het centrum verlatend valt het me op telkens te zien hoe de straten er verloederd bij liggen. Hoe muren en winkel luiken volgekladerd worden met graffiti.

De weg neemt me mee door een terug ander landschap. Rotsachtig, veel groen. De bomen met hun grillige vormen. Op de middag komt de zon tevoorschijn na een frisse ochtend.

Ik geniet na en is ook voelbaar hoe deugddoend de 2 daagse rust me bracht. In een volledig ontspanning.
Het valt me op hoe verruimend mijn zintuigen zijn.
Af en toe hou ik even een pauze om te zien rond me, te luisteren…
In de verte zijn de bellen van de schapen hoorbaar, vogels, de wind, rond zwevende vliegen, de bijen.

Een klimmende weg die ik moeiteloos bewandel, geflankeerd door Helianthenum of ook wel zonneroosje genoemd en Lavendula stoechas of vlinderlavendel.

Op een bepaald moment sta ik stil en ben ik gewaar hoe zalig het voelt om te Zijn. Om de balans gewaar te worden in mijn vertikale en horizontale as, in en rond me.
Voor me een veld met olijfbomen, niet zoals de vorige dagen waar er werd gekweekt, maar eerder een immense grote tuin in zijn volle rust en puurheid.

Twee stammen trekken mijn aandacht. Het lijkt op een dansende boom. De één armen/takken breed, de ander hoger. Alsof ze een cirkel beweging aan het maken zijn en in elkander opgaan. Een harmonieus geheel.
Ik nader de boom. De twee stammen komen uit één wortel. Ze zijn één, in harmonie. En op een of ander manier brengt deze olijfboom me naar man en vrouw. Naar de creatie van de mens… komen we niet allen uit die één en zelfde wortel. Waar we dansend in harmonie, in balans, het leven zouden kunnen dansen.

Wat geniet ik van de vergezichten. Van de Liefde te beleven met het leven.

Op een gegeven moment komt er een niet onbekende krachtige geur naar me toe. Ik probeer te achterhalen van waar het komt. De Cistus ladanifer. Hier en daar staat een bloem in bloei. Maar de geur komt vooral van de struik zelf.
De geur komt zo krachtig binnen, dat ik gewaar wordt dat het iets vrij maakt. Een emotie komt los, ik probeer in overgave te gaan. Open mijn longen, adem diep in en probeer alles rustig te laten gebeuren. Het is iets kenbaar en niet de eerste keer dat het mij overkomt. Hoe kan ik het verwoorden… iedere keer wanneer ik dit gewaar wordt, voelt het ‘te groot’ aan, alsof ik het niet aan kan of zou kunnen dragen. Het voelt als iets die geboren wil worden… en toch is er iets die me tegenhoud… Ik besef dat er een angst aanwezig is. Ik niet durf. Angst voor wat… Ik kan er niet bij.
Alsof ik binnenin een enorme behoefte heb om te gaan roepen en terzelfde tijd iets zou willen baren…
Ik ween… niet van verdriet… gewoon iets heel oud aanvoelend.
Ik draai me om en zou willen op mijn stappen terug keren, om terug naar die plaats te gaan en proberen in volledige overgave te gaan. ‘Neen, Jasmine’… het moment is er nog niet…. gaat door meheen. Welk moment. Ik stap verder en vraag hulp hierin, dat ik hierin mag vergezeld worden.

Na nog een prachtig stuk natuur, met een paar krachtplaatsen eindig ik in Cerro Muriano.

Ermita Nueva

Het verlaten van Moclin was wat mysterieus. In mijn rug was de lucht zo open en vrij dat de Sierra Nevada wel heel dichtbij leek te zijn.
Voor mij een dikke laag mist bedekte de vallei. Het afdalen in de vallei was voelbaar op mijn huid. Afdalend kwam ik in een andere ‘wereld’, een wereld die plots zo dichtbij leek te zijn. Donker en licht speelt er met elkaar. Alsof entiteiten voelbaar meer aanwezig leken te zijn. Flinterdun. Ik genoot van ieder stap die ik nam en van het wondermooi toneelspel die zich rond me afspeelde.

In de verte hoor ik de ‘toeter’ van een bakker die zich aankondigt. Ik kan hem niet waarnemen. Dichtbij, helaas wandel ik niet op zijn ronde.
Een stevige klim tussen de olijfbomen doet me vaak een halte houden, tijd om het landschap op een andere manier te bewonderen. De gele bloemblaadjes van de voorjaarsbloemen kleven op en kleuren mijn tenen.

In Ermita Nueva verschiet ik van een kleine vierpoter die plots uit het niets komt. Klein en venijnig. Vaak zegt het baasje iets van. ‘… no peligroso..’. ‘Mijn voeten’, tot je je omdraait en ze vals terug in aanval gaan. De verloren gelopen honden zijn hier niet gevaarlijk, deze sluipen weg van de mens omdat ze weggejaagd worden, helaas. Zo kwam ik al menigte Podenco’s tegen, op zoek naar voeding en gekwetst aan de poten of achterdij.

Ik zie een man zich regelmatig bukken, over een voor mij bijna leeg veld. Bij het naderen zie ik de grote stevige asperges in de grond. Ik blijf even staan zeg “Ola, buen dia”, en ook al kunnen we geen lange zinnen maken… een hand in de lucht, een glimlach, zijn werk bewonderen en de boer dan veel goeds wensen, doet soms meer dan vele woorden. Alvast voor mij, deugddoend.

Een zacht looiend landschap, wisselend in een gamma van bruin, groen, grijszilver tinten.
Hier en daar een grootmoeder en haar kleinkinderen wandelend in ont-moeting naar de mannen zittend op de banken vóór een hedendaags gesloten kerkje. Een vrouw met een geruite schort, een strohoed en een wat dikkere pull, heeft plaats genomen in haar voortuin. Naast haar een rieten mand waaruit een draad wiebelend tevoorschijn komt. Onder haar armen twee tikkende naalden. In stilte wandel ik haar huis voorbij genietend van dit zo herkenbaar tafereel.

Beelden van de dag KLIK HIER

Kortfilmpje KLIK HIER

Valiente

Gisterenavond kreeg ik nog berichten van de hospitaliero. Voor mij wat vreemd aanvoelend. Ik voelde dat er geruis op de communicatie was komen zitten. Zoals niet snel genoeg reageren, niet reageren zoals men het verwacht, een ongeloof van mijn niet goed voelen, achterdocht… WhatsApp, is nu ook niet ‘het’ middel en zeker niet bij een taalbarrière.

Ik liet los en had een goede nachtrust. Mijn hart was rustig en zacht. Een bijzondere droom over drie zusters van de fraterniteit van Jeruzalem, die eventjes uit het monastieke leven waren gestapt en me om hulp vroegen.

In de ochtend vertrekte de ene pelgrim na de andere. Ik had er zelf ook zin in, koos echter om mijn lichaam wat rust te geven en er zorg voor te dragen. Ik vroeg om nog een extra nachtje te blijven, wetend dat er geen nieuwe pelgrims zou komen opdagen en ik hun plaats niet innam. Ik wachtte een antwoord af.

De communicatie bleef onzuiver met de hospitaliero. Een nadeel wanneer een hospitalier niet ter plaatse is. Men ziet niet en kan de situatie niet juist gaan inschatten. Ik neem de telefoon en probeer met haar in gesprek te gaan. Tevergeefs. Nadien volgt een bericht van de présidente met machtsvertoon, tal van regels, eisen van een ziekte briefje zoniet dreiging tot expultie.
Het was voor mij duidelijk, ik had hier niets meer te zoeken. Pakte mijn rugzak in. Versterkte mijn pezen aan voet en knie met tape verband om wat verder te stappen, met hoop op goed verloop.
Ik vond dit allemaal wat vreemd en had het gevoel dat er een ontbrekende schakel zat in hun doen.
Een pelgrim aan de deur zetten in een moment dat het lichaam niet ok is. Niet echt pelgrims waardig.
Ik ben hier duidelijk geen dag langer welkom, schud het stof van mijn voeten en stap verder.

In de namiddag kwam het aan het licht. De hospitaliero deelde me wat een pelgrim haar zei, ze was achterdochtig geworden nadat de Spaanse pelgrim had meegedeeld dat ik gewoon in de albergue zou blijven zonder de toelating te vragen. Er ontstond controle, angst. En wat ik vanaf dat moment ook mocht zeggen,ik maakte reeds geen schijn van kans meer. Ik was blij dat ik mijn innerlijk stem vertrouwde en niets persoonlijks nam.

De weg was rustig zonder teveel stijgen en dalen. Wat ongemak was voelbaar op de onregelmatig grond in de rivierbedding. Mijn lichaam deed het goed en ik nam voldoende rust.
Ik genoot van de ondergaande zon en haar zachte roze kleuren over de vallei.
Hier en daar kwam ik in aanraking met honden, voornamelijk Podenco’s. Ze doen me af en toe denken aan Lumake, een lieve hond gered uit een asiel in Spanje en die nu leeft bij Els in haar warm en liefdevol nestje.
”s avonds laat kom ik aan in Huéneja. Een dame spreekt me aan. “Valiente”, deelt de vrouw in het Spaans, nadien spreken we verder in het Frans. “Merci, de me parlais en Français”, deel ik haar… en dan komen we tot het Engels. Een vrouw uit England die hier woont. Er volgt een uitnodiging om bij haar te logeren. Ik maak de keus om naar de albergue te gaan. Bij het verder stappen draai ik me nog eens om en zeg, ” Thank you for your invitation and kindness, it makes my day. In gratitude”, en we zwaaien naar elkander. Wat later een vriendelijke Spaanse vrouw wijst me de weg, we hebben een kort gesprek. “Muchas grazias, buenas noches”, verwijderen ons met een grote glimlach en gezwaai.
Oef.. de avond eindigt in vreugde en goed gezelschap in Hueneja.

Abla

Abla

Vandaag van Ocana naar Abla. Een korte afstand om dan nadien mijn benen te kunnen laten rusten, alsook mijn Hart.

Onderweg besef ik dat ik nog mag lossen uit mijn bagage. De rugzak is me nog te zwaar en deze laat het via mijn lichaam duidelijk verstaanbaar maken.
‘Als ik dit niet doe, zou het wel het einde kunnen zijn’, gaat door me heen. Ik voel dat dit me raakt en het voelt als een ‘scheur’ op hartniveau. Tranen komen vrij… mijn longen open zich… ruimte… een zee van ruimte komt vrij.

Ik besef dat ik straks mijn binnentent mag achterlaten, ook al had ik het verlangen om in een tent te kunnen slapen. Het maakt mij ook niet minder pelgrim omdat ik het niet kan dragen. Integendeel, durven lossen, kijken wat gaande is maakt me in mijn beleving pelgrim ‘tot op den draad’. En in wezenlijkheid met een tastbaar dak of niet… een dak boven mijn hoofd zal er altijd zijn.

Net vóór Abla, stopt een bakker. Ik laat me verleiden met een koek met crème en een laagje chocolade.

De Albergue ligt op het uiterste puntje bijna van het dorp, met een prachtig zicht op de Sierra Nevada. De temperatuur is hier duidelijk lager dan aan de kust.

Kort na mijn aankomst, komt een Spaanse man aan. Kort en opgejaagd wijst hij mij op de manier van hoe ik met de sleutel van de albergue moet omgaan… Ik voel me wat verdwaasd kijken, ‘Alle, ook een goede dag!’, denk ik dan. “Si, comprendo”, deel ik, hihi, of dit nu werkelijk Spaans is?!, en ik breng mijn twee handen naast elkaar en laat ze beiden wat dalen, gevolgd door een vriendelijke glimlach. Later installeerd hij de regel, ‘daar de vrouwen, daar de mannen.’

Op de middag zet ik me op een terras, met een boekje. Een man komt naast me zitten. En maakt contact. Wat later vraagt hij mijn leeftijd. (Hmm, jaja, hij denkt….), hij deelt zijn leeftijd. De man maakt teken met zijn vinger’ jij-ik’ en kruist zijn vingers op elkaar. (… verkeerd gedacht.) ‘No’, kijk hem aan, en breng mijn aandacht terug naar mijn boek.

Later komen er nog pelgrims aan in de albergue.
Een Zweedse mama en haar dochter. Een Belgische dame ‘Hannelore’ … en later nog Chris. Er is leven in huis.

In de namiddag voel ik mijn hart nog tekeer gaan terwijl ik op bed lig te praten met Hannelore. Ik leg mijn handen op mijn borst en stuur mijn hart Liefde.
De pittige dagen is goed voelbaar in mijn lichaam, want ook mijn knie en voet vragen aandacht. Ik overweeg een extra dag hier te verblijven om terug op eigen ritme te komen en me niet onder druk te laten brengen door de soms wel overdonderende berichten via what’s app van de hospitaliero. Indien niet beter, vraag ik om hier een extra dag te blijven.

Vredeslied

Ik verlaat Rioja via de hoofdweg. Op de bergflank kan men hier en daar holbewoningen zien, die er nu verlaten bij staan.

Voor mij twee dames, die hoogstwaarschijnlijk hun ochtend wandeling doen, ze hebben alvast een vlotte en stevige stap.
Een lange asfaltweg slingers doorheen een wijk waar ieder huis omgeven is door een hoge omheining. Binnen de omheiningen ziet het er piekfijn uit…buiten de omheiningen sta ik iedere keer versteld hoe mensen hun afgedankt materiaal dumpen in de natuur.
Is dit ook niet iets die een andere wending zou kunnen aannemen als mensen meer in verbondenheid met het hart zouden leven? Zonder twijfel!

Mijn geheugen brengt de herinnering aan groene bossen, zachte wegen, donkerbruine aarde. De heerlijke geur van de bossen, de jonge vogels die de lente aankondigen.
Hier zie ik dorheid, stof, stenen… Geen pimpelmezen die hun deuntje zingen.
Wat brengt me hier, gaat door meheen! En toch brengt het landschap iets bekend en voelt het allemaal juist.

Net vóór Santa Fe de Mondujar, zie ik een ganse rotswand met grote openingen. Woningen van toen… Ik kijk even op kaart en zie dat daar een ganse archeologische oppervlakte is. ‘Yacimiento Los Millares’

De kerktoren van Santa fe de Mondujar zingt een deuntje en weergalmt over de vallei. Het is me niet onbekend….ik probeer mee te zingen…. Na nana…. reik nu een hand aan elkander… open je hart voor iedereen….Aan alle medemensen die de vrede wensen… Nnn nnnn…zoiets. Het vredeslied. Dat is nu eens een lied die voor mij overal mag weergalmen… In alle torens over de ganse wereld… en dat het ver en breed mag weergalmen.

Net voor mijn aankomst bij zonsondergang in Alboloduy, voel ik dat er een blaar onder mijn voorvoet is gesprongen. Ooooo…
Het is donker, de straat lantaarns verlichten de kleine steegjes. In de verte een kleine bejaarde dame, ik ga in haar richting en probeer me te verduidelijken in mijn gebrekkig Spaans. “Un Albergues Municipales. Calle Iglesias. Porfavor. ” In een snelheid wijst ze naar iets, vergezeld door een waterval aan woorden. Oeps, dat is te snel en voel dat ik afhaak in mijn bovenkamer. Ze steekt haar arm in de lucht en maakt een teken van’ kom’. Ik vergezel haar, maar het wordt me duidelijk dat ze niet de weg neemt van wat ze me aantoonde. Hebben we elkander verkeerd begrepen? De moedige dame trekt haar zelf omhoog aan de metalen balustrades. Ik duw me vooruit op mijn wandelstokken.
Ik blijf staan, kan niet meer. Mijn voeten doen pijn en mijn krachten zijn op. Ze klopt aan een deur, een man met geel jesje komt naar me toe. Ik keer terug op mijn stappen. Ik dank de vrouw, “muchas grazias, buonas noches.” Amai wat was zij moedig. De lieve dame verdwijnt in haar deuropening. Beetje later sta ik aan de deur van de albergue. Een half uur vroeger, stond ik hier aan het gebouw. Hmm, moeheid, pijn… brachten me uit het Nu.

Droom

Het ontbijt. Ik proef de heerlijke lekkernijen van Claudine, wat een pure smaken. Verrukkelijk. Ik geniet na van de gezellige warme avond bij Christian, Muriëlle, Paul, Lorraine en Babeth.
Hoe het ook gezellig mag zijn om samen te tafelen, een ochtend alleen weet ik evenzeer te appreciëren.

Gisteren liet ik ergens de stapschoenen achter tegen een muur – voor de gelukkige vinder – en trok ik mijn trouwe sandalen terug aan. Lucht en vrijheid aan de voeten.
Het idee, of eerder de angst om natte of koude voeten te hebben in deze periode deden me kiezen om eerst bottines aan te doen. Ik ervaar het niet als een must. De sandalen, weliswaar met wollen kousen doen het evengoed. Ook in moerassige gebieden. Ik zou zelf zeggen ze werken zelfs als een rubber bootje.

Een lange tocht doorheen moerassige bossen, een ideaal woongebied voor everzwijnen. Wanneer je ze ontmoet kijken ze je zonder bewegen aan en verdwijnen dan allen samen de onderbosjes in.

In het bos is het niet aangeraden om zich te verwijderen van de getekende weg. Immense gaten, Aven, ondergrondse hangen doorkruisen het bossen.

Trois-Fontaines l’Abbaye. Bezoek ik het grote park die oorspronkelijk van een abdij was en nadien werd er een kasteel gebouwd. Het dorp is in een vierkant gebouwd met daar middenin een grote open plek die vroeger het hart van een vermoedelijk levendig dorp was.
Ik bel aan, aan een groot herenhuis. Een man met baard doet open. “Bonjour monsieur savez vous ou il y aurais un endroit où je pourrais me mettre à l’abri du vent et manger.” “Venez avec moi. Ici, à côté.”

Een laatste duwtje vóór het volgend dorp. Cheminon. Op mijn tong geniet ik van een heerlijk zoetje. De gedroogde knoppen van de eglantier Roos, waarvan ik in het najaar de pitjes heb uitgehaald en het vruchtvlees heb laten drogen. Een vrai régale et très bon pour la santé.

In Cheminon krijg ik onderdak in een leegstaand typisch huis vanuit de regio. Dikke houten balken met daar tussenin leem. Een grote openhaard die de helft van de keuken inneemt. Mijn creativiteit neemt een loopje en begin te dromen hoe ik het huisje zou kunnen inrichten.

Dromen… ik begin te brainstormen.

Wat zijn eigenlijk dromen of zijn het idealen. Wat is het verschil tussen beiden. Van waaruit zijn ze ontstaan. Ken en herken hierin de basisbehoefte en waarden, de reële waarden, niet die van anderen. Ga hierin je eigen weg en niet die van het beeld van een ander over jou, in trouwheid aan jezelf en met een realistisch beeld.
En wanneer men hierin gewaar wordt dat er onvrede van binnen heerst, die je ergens vastzet en je niet meer in vloeiendheid vertoeft, ga jezelf in vraag stellen. Is dit werkelijk van mij. Wat brengt je vrede en vreugde. Daarin ligt de essentie van wat je eigen weg is en laat je stuwkracht, drijfveer Liefde zijn. Geen afgunst, benijden, geen jaloezie wel de ander het gunnen van wat zijn kwaliteiten en mogelijkheden zijn, want deze onvrede blijft enkel maar in je eigen lichaam draaien. Wees eerlijk met jezelf en de ander.

Oeps…
Nog even naar de winkel voor het sluit. Oh, in het midden van het dorp staat een pizza wagen. Ik laat me verleiden.
Na de maaltijd maak ik me de bedenking… hmmm, morgen zal ik weten wat te kiezen voor de maaltijd, want na tien dagen puur voedsel dan weet je lichaam wat het nodig heeft.

Klik HIER voor een kortfilmpje

Genty

De houten plankenvloer kraakt onder mijn voeten. Op twee vilten voettapijtjes schaats ik door de kamer en maak ik mijn rugzak vertrekkensklaar.
Ondertussen is Bernadette al gretig in de weer in de keuken.
Op het einde van de trap, op het eerste verdiep, bewonder ik de schijnwerkerij. Een lange houten werktafel, met een tal van blinkende houtbeitels waarvan het staal onroestbaar is en het houten handvat een blinkende patine heeft gekregen door de jaren heen. Ergens boven in een hoek, een kast met daarin de patroonheilige van de schrijnwerkers, St. Jozef. Aan zijn voeten, twee lampjes in kaarsvorm. De robuuste groene machines blinken en werden allen stofvrij gemaakt. Hier en daar hangt een catrol die vroeger het atelier via een nu geboende eiken plankenvloer verbond met het gelijksvloers.
Ik zou me zo verder kunnen verdwalen in het beschrijven van de details van dit bijzonder atelier met een diepe ziel, die vroeger een graanmolen was en beiden aktief was door wijlen grootvader en vader des huizes.
Toen ik gisteren aankwam mocht ik Nicolas bewonderen in het atelier van zijn vader. Het zonlicht deed me een voorovergebogen silhouet waarnemen, met hamer en beitel in de hand. Nicolas was net minutieus de laatste hand aan het leggen, aan de krans van een kruis vol symboliek.

Ik open de deur van de keuken. De warmte van de ruimte komt naar me toe, alsook de openblik van Bernadette. “À tu bien dormis, Jasmine ?” “Oh, que oui Bernadette, elle étais bien agréable. Merci à toi.”

Na het ontbijt vertrek ik samen vergezeld van Bernadette richting het volgend dorp – via haar tuin en aangelegde grot met een beeld meegebracht uit Lourdes in 1964 tijdens hun huwelijksreis – waarvan de naam mij ontsnapt. Daar zijn twee begraafplaatsen – een Duits en een Amerikaans- waar Bernadette met een zekere belangrijkheid over spreekt en ze me wil laten zien. Om haar te plezieren ga ik met haar mee.
“Tu vois les coques sur l’entrée ?” Ik kijk, twee bombastische arends staan te pronken op elk een enorme decadente pilaar. Een park van zo wat een 25 ha waarvan het onderhoud betaalt wordt door de Amerikaanse staat.

Ik neem afscheid van Bernadette. “Tu c’est comment je m’appelle”, wist ze me gisteren te vragen terwijl ze kookte. “Bernadette Genty”, en dit IS ze. Een lieve kranig vrouwtje van 76 jaar.

In een klein dorpje Ivoiry. Staat midden de paar huizen een ruïne van wat vroeger de St. Niklaas kerk was. Waarvan de kerktoren tot tweemaal een blikseminslag kende en de derde keer het dak met de klok werd weggenomen door een minitornade. De klok belande op de derde houten zitbank, zonder breuk.
De ongevallen zouden te wijten zijn aan de waterbron die onder de kerk loopt. Sedert dien hangt de klok zonder enig probleem vrij in de openlucht.
Tijdens een rustpauze geniet ik van de heerlijke aardappelen met witloof die ik meekreeg van Bernadette. Al zittend tegen een warme muur en uit de gure wind speel ik een deuntje op mijn blokfluit.
Voor het verder stappen krijg ik een koffie aangeboden en praat ik met een vrouw die in haar jeugd op de vloer van de kerk speelde.

Klik HIER om even mee te reizen via bewegend beeld.