Louis

Sint-Jacobskerk, Brugge

Met stramme spieren kom ik het bed uit. Ik rek mijn kuiten en wrijf mijn voeten in zodat mijn huid soepel kan blijven. Nadat de rugzak gevuld is, verlaat ik het huisje van Katleen, een vriendin. Het was een warm en blij weerzien.

Net voor ik de stad uit ben, help ik Louis. Om onbekende reden viel hij van zijn fiets. Hij ziet er opgejaagd uit. “Waar moet u heen?”, vraag ik terwijl ik hem mijn fles water geef. “Ik heb examens en ben al te laat”, kijkend naar zijn knie. Wanneer ik aan het stationsplein ben, zie ik Louis terug. “Oh, ik ben nu mijn sleutels verloren”, zegt Louis. “Louis je was deze morgen te laat vertrokken, daarna gevallen en nu je sleutels. Wees voorzichtig en neem je tijd. Het opjagen heeft geen zin meer en moet je er wel heen?” Louis kijkt me aan, geen woorden. We glimlachen allebei.

In het Tillegembos staat een bejaarde man te gluren naar de ingang van een taverne. Hij kijkt regelmatig op zijn uurwerk. Vreemd. Ik keer even terug op mijn passen. Nieuwsgierig. “Goede morgen meneer, bent u iets verloren?”, vraag ik hem. “De taverne gaat pas open om elf uur, binnen een uur”, wijzend naar zijn uurwerk, het is elf uur. Meneer Denis is 86 jaar. Het wordt me duidelijk wanneer meneer Denis zijn verhaal deelt omtrent het niet meer mogen rijden met de wagen wegens beginnende dementie. We spreken wat over het werk en het leven.

Mijn tocht gaat verder. Na de regen van deze nacht staat de natuur er fris bij. De bladeren wiebelen af en toe wanneer een regendruppel zijn weg zoekt. De frisse geuren komen mijn neusvleugels strelen. Aha, mijn vriend de eekhoorn is terug, hij speelt verstoppertje rond een boomstam. In de namiddag kom ik langs de Abdij van Zevenkerke om dan de schaduw te gaan opzoeken in het feeërieke bos van Merkeveld.

Uitgeput kom ik aan in Groenhove, waar ik onmiddellijk wordt opgevangen door zuster Marleen, die me een kamer toont en zorgt voor een avondmaal met soep. Na mijn avondmaal volgt een dagelijks ritueel. Slaapzak openen, zijdezak erin. Kleren klaarleggen voor ’s morgens. Zolen uit de schoenen. De wekker.

GPX Bestand Brugge – Groenhove

Louis

Je sors du lit, les muscles raides. J’étends mes mollets et enduis mes pieds de pommade de façon à tenir la peau souple. Après avoir rempli mon sac à dos je quitte la maison de Katleen, une amie. C’était de chaleureuses retrouvailles.

Juste avant de quitter la ville j’aide Louis. Il est tombé de sa bicyclette pour une raison inconnue. Il a l’air agité. Je lui demande, “Ou vas-tu?”, en lui tendant ma bouteille d’eau. Tout en regardant son genou il me répond, “J’ai des examens et je suis déjà en retard.”

En arrivant à la gare je revois Louis. “Oh, maintenant j’ai perdu mes clés”, dit-il. “Louis, ce matin tu es parti trop tard, puis tu es tombé et maintenant tes clés. Sois prudent et prend ton temps. T’énerver ne sert plus à rien et dois-tu vraiment y aller?” Louis me regarde, sans paroles. Nous sourions tout deux.

Au bois de ‘Tillegem’ un homme d’un certain âge guette l’entrée d’une taverne. Il regarde régulièrement sa montre. Bizarre. Je retourne sur mes pas. Curieuse. “Bonjour monsieur, vous avez perdu quelque chose?” Me montrant sa montre il me dit, “La taverne ouvre à onze heures, dans une heure donc”, il est onze heures. Monsieur Denis à 86 six ans. Je comprends mieux la situation quand Monsieur Denis me raconte son histoire et le fait de ne plus pouvoir conduire une voiture à cause d’une démence précoce. On parle un peu de travail et de la vie.

Mon parcours continue. Avec la pluie de cette nuit la nature est pleine de fraicheur. Les feuilles vacillent de temps à autre lorsqu’une goutte cherche son chemin. Les odeurs fraîches viennent me caresser les narines. Ah, mon ami l’écureuil est de retour. Il joue à cache-cache autour d’un tronc d’arbre. Dans l’après-midi je passe près de l’Abbaye de Zevenkerke pour ensuite aller à la recherche d’un peu d’ombre dans le bois féerique de Merkeveld.

Je suis épuisée quand j’arrive à Groenhove. J’y suis tout de suite accueillie par sœur Marleen, qui me montre ma chambre et me procure un repas du soir et un potage. Après ce repas, le rituel journalier. Ouvrir mon sac de couchage, y mettre le sac en soie. Sortir les semelles intérieures de mes chaussures, préparer les vêtements et mettre le reveil pour le lendemain.

Ivan en zijn hof

Ivan

Ik ontwaak middenin een droom, geen fijn gevoel. Kleine kastjes boven mijn hoofd, een plafond dichtbij. Ah ja, juist, een caravan. Ik ontbijt samen met Patricia. Een half uur nadien nemen we afscheid. Patricia richting haar werk, ik richting Brugge via Lapscheure, Damme.

Van Belgisch naar Nederlands grondgebied en terug, langsheen de velden. Talrijke koeienvlaaien houden me alert. In Lapscheure ga ik binnen in een basisschool en vraag naar het toilet. De kleine kinderen in de klas kijken me met grote ogen aan. Niet alledaags om een vrouw met hoedje, wandelstokken en een grote rugzak te zien op de speelplaats. Ik eet hier ook de picknick. Juffrouw Bernadette trakteert me op een koffie en nodigt me nadien uit in de klas. Speeltijd. Het is juist tijd voor een ‘tuttifrutti’ pauze, fruit eten in plaats van koekjes. Voor ik mijn weg verder zet op vraag van de leerkrachten nog eerst een klasfoto. In de rol van model naar de functie van fotograaf en omgekeerd.

In Hoeke krijg ik de eerste Sint-Jacobskerk te zien en ondertussen wandel ik een deel van de Brugensis. Eén van de officiële pelgrimsroutes doorheen België. Op een bord staat geschreven nog 2474km naar Compostela. Wat verder ontmoet ik Ivan in de Krinkelweg. “Vroeger kwam ik fietsen als coureur. Ik kan dit nu niet meer. Het is sterker dan mezelf en kan het niet laten om terug te komen. Dit mooie landschap, het is als mijnen hof”, vertelt Ivan. We praten nog tien minuten verder, daarna zie ik Ivan op zijn elektrische fiets verdwijnen in de verte.

In Oostkerke-Damme doe ik een poging om een openbaar toilet te vinden. Hoogdringend. Drie keer aanbellen voor iemand ‘ja’ durft te zeggen. Het non-verbale gedrag spreekt soms boekdelen. Een deur op een kier, één neuspuntje, één oog…het antwoord kan je wel raden. Ik wandel nog een tiental kilometer verder voor ik in Brugge aankom. Mijn voeten zijn gezwollen en vragen naar rust. In de Sint-Jacobskerk in Brugge haal ik een stempel voor in mijn credential (het alom bekende pelgrimspaspoort). De Boléro van Ravel speelt op de achtergrond. Het lied dat ik vorig jaar liet afspelen bij mijn aankomst in Compostela. Een ontroerende herinnering.

GPX Bestand Middelburg – Brugge

Ivan et son jardin

Je m’éveille en plein milieu d’un rêve, sensation désagréable. Une petite armoire au-dessus de ma tête, un plafond très bas. Ah oui je suis dans une caravane. Je prends le petit déjeuner en compagnie de Patricia. Une demi-heure plus tard on se dit au revoir. Patricia part vers son travail, moi direction Bruges (Brugge) par Lapscheure, Damme.

Du territoire Belge en territoire Néerlandais et en sens inverse, à travers champs. De nombreuses bouses de vache me tiennent alerte. A Lapscheure je rentre dans une école primaire et demande après les toilettes. Les petits enfants qui sont en classe, me regardent avec de grands yeux. Pas courant de voir une femme, avec un chapeau, des bâtons de marche et un grand sac à dos dans la cour. Je prends aussi mon pique-nique ici. Mme Bernadette me paie un café et m’invite après dans sa classe. Récréation. C’est le moment pour une pause ‘tuttifrutti’, manger des fruits au lieu des biscuits. Avant de continuer mon chemin, et sur la demande des instituteurs, d’abord une photo de classe. Dans le rôle de modèle et en tant que photographe.

A Hoeke je rencontre la première église Saint-Jacques tout en marchant une partie de la Brugensis. Une des routes officielles de pèlerinage à travers la Belgique. Un panneau indique 2474 km jusqu’à Compostelle. Un peu plus loin, je rencontre Ivan sur le ‘Krinkelweg’. “Avant je venais faire du vélo ici en tant que coureur. Maintenant je ne sais plus le faire. Mais c’est plus fort que moi, je ne peux m’empêcher de revenir. Tous ses beaux paysages, c’est comme mon jardin”. Nous parlons encore une dizaines de minutes avant que je vois Ivan s’éloigner sur sa bicyclette électrique.

A Oostkerke-Damme j’essaie de trouver une toilette publique. C’est urgent. Je sonne à trois portes avant que quelqu’un ose dire ‘oui’. Le langage non-verbal en dit souvent long. Une porte entre ouverte, un bout de nez, un œil….la réponse vous pouvez la deviner. Je marche encore durant dix kilomètres avant d’arriver à Bruges (Brugge). Mes pieds sont enflés et demandent du repos. À l’église Saint-Jacques de Bruges je vais chercher un cachet pour dans ma crédential ( le passeport renommé du pèlerin). Le Boléro de Ravel joue en arrière-plan. La musique que j’ai fait jouer l’année dernière à mon arrivée à Compostelle. Un souvenir émouvant.

Hartelijkheid

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay

14 april 2015 – De laatste dag richting Vézelay.  Even checken in de ruimte dat ik niets vergeten ben. De fietszakken vullen en om acht uur ben ik klaar om mijn eerste kilometers te trappen.  Om de vele hellingen te vermijden tijdens deze zonnige dag kies ik voor het kanaal Nivernois. Prachtig. De ene na de andere reiger. De mooie dorpjes volgen elkaar op. Ik verlaat het kanaal voor terug een paar stevige hellingen.  Het is zweten.  Ik verlang zo naar mijn aankomst dat ik vergeet te eten. Aan het einde van een dorpje, een stenen tafel. Honger! Brood, geitenkaas.  Aan mijn voeten talrijke madeliefjes. ‘Je t’aime, un peut, beaucoup, profondement, a la folie’. Een glimlach,  een traan. Citroengele vlinders fladderen heen en weer.  De bosanemonen staan freel en toch met veel kracht gericht naar de zon. Door het park du Morvan. Ik voel mijn borstkas die breder wordt,  ik voel openheid.  Een diepe ademhaling. Ik voel leven. Ik voel liefde. Het laatste stuk wandel ik verder te voet tot aan de croix Saint -Bernard.  Rechts een buizerd. Ok, ik heb je begrepen. Ik volg die richting.  Een mooie kapel. Nog een duwtje en ik ben er. Na een hevige stijging sta ik voor de Basiliek Saint-Marie-Madeleine van Vézelay. Ik ben blij hier terug te mogen zijn op deze vredige plaats. Een plaats en een weg die ik in mijn hart mag dragen.  Ik wens jullie allen veel Hartelijkheid op jullie weg.

Saint Franciscus

Meidoorn

Meidoorn

Meidoorn

13 april 2015 – Witte bonen als  ontbijt. 🙂
Op ‘la petite Vienne’ (een wandel en fiets weg om Troyes rustig te verlaten), op een bankje, Joce.
Joce is de vrouw die me vorig op Pasen uitnodigde aan tafel om in familie het Paasmaal te delen.
We zitten wat bij te praten, na een korte pauze rij ik verder. Het is warm. Af en toe hoor en zie ik roofvogels. Telkens voel ik een blijheid wanneer ik ze zie.
De bloeiende meidoorns vormen lange natuurlijke hagen langs de weg. De meidoorn dankt de zon door op haar beurt haar frisse geur vrij te laten in de natuur. Ik rij Sommeval uit. Een lange weg die op en neer gaat. Ik waag me op de roetsjbaan.  Mijn handen stevig op mijn stuur. Mijn benen gestrekt en voeten van de pedalen, laat ik me de ene helling na de andere af glijden. De wind blaast langs mijn oren. Het is genieten.
Ik denk aan de vele afdalingen die ik al nam. Hi, het kan niet anders ik daal ook de kaart af 😉 , vandaag richting Chablis. De refuge, ik klop aan. Een pelgrim doet open, Gertjan. De hospitaliére is nergens te vinden. Een verfrissende douche.  Een visgerecht om de vingers af te likken in ‘Le bistrot des grands crus’ au prix des petits 😉 . Wanneer ik terug wandel naar de refuge met Gertjan staan we plots voor een gesloten deur. Een onaangename ontvangst, door een wantrouwen van een hospitaliére. Ik laat het niet aan mijn hart komen en ga een goede nachtrust tegemoet.

Refuge - Chablis

Refuge – Chablis

Delen

Montmort-Lucy

Montmort-Lucy

12 april 2015 – Een mooi ochtendtapijt zweeft over het landschap. Het is rustig. Naar de bakker. De vogels kondigen een mooie lentedag aan. Frisse geuren komen me tegemoet. Door een weg onderbreking rij ik de verkeerde kant op. 6km verder, een man op een bank. Klein, rond gezicht, dikke baard en lachende ogen. Het uitzicht van een kabouter. Kijkt me aan en kijkt dwars door me heen. Hij kan me niet helpen. ‘ Mieux vaut se perdre, que perdre la memoire’, vertelt de man. Ik rij verder een cirkel rond. Doorheen mooie dorpen.  Op de baan steek ik af en toe 3 fietsers voorbij. Een moeder en haar 3 kinderen.  De laatste keer hadden ze al 30 km in de benen…en nadien rijden ze deze nog terug. Petje af voor die kinderen die op een veel te kleine fiets rijden. In Sézanne, een potje koffie onder een nog niet bloeiende kastanje boom. In de namiddag rij ik langs het kanaal. Wandelaars en fietsers genieten van hun zondagsrust. Een man is aan het vissen. Ik wens hem een goede visvangst. ‘Ah non, un mot a cinq lettres’, roept de man me toe. ‘Oh pardon, en ik roep het woord uit. De hoge siergrassen staan te dansen in een zacht ritme van links naar rechts. De vlinders fladderen op en neer. Na een lange tijd voel ik dat ik al dit moois graag wil delen. Iemand aan mijn zijde. De tijd is rijp om de weg samen te delen. Met 93 km in de benen geniet ik van een avondwandeling in Troyes.

Even terug…

Chavot-Courcourt

Chavot-Courcourt

11 april 2015 – Mijn wekker,  oeps! Het gebed, oeps! Ik hoor de klokken. Roepen de zusters Clarissen naar het gebed. Ik heb me overslapen. ‘Oh, c’est parce que vous l’avez besoin’, antwoord een zuster. Buiten is het grijs, wind en regen. Ik spreek mezelf moed in. Hups, richting Montmort. De wind blaast zo hard dat ik bij een afdaling in het midden van de weg kom. Een afdaling van 6% bij nat weer voelt niet veilig. Hautevillers.  In de bar. Een koffie.  Naast mij een nederlandstalige vrouw en haar man. We stellen ons voor. Het koppel woont op een straat verder dan mijn geboorte plaats. We praten over de lagere school. De veranderingen. Over Gent. Mijn telefoon. Een sms, mijn moeder.  Hmm, net nu. We nemen terug afscheid en wensen elkander een goede reis. Mijn fiets. Mijn lichaam voelt moe. Mijn kracht is op een laag pitje. Ik ga even terug met mijn denken in de tijd. Ik voel kwaadheid, verdriet.  Ik weiger de kwaadheid in mijn lichaam te steken. Geen geduw, geen gesleur op de fiets. Ik stop. Adem diep in en uit en laad even mijn stembanden trillen. Oefff…Mijn geheugen,  mijn denken,  vragen  rust. En alleen ik ben hiervoor verantwoordelijk,  tijd om dit te veranderen.  Montmort en na een vermoeiende weg stop ik hier en kom ik terecht bij Michelle een vrouw van 78jaar. Ik help haar wat in de keuken en eindigen samen voor het tv.

Montmort-Lucy

Traumeel

Hospitalière Mm. Agnes

Hospitalière Mm. Agnes

10 april 2015 – Na een ontbijt met een heerlijke sinaas/pompoen konfituur, vertrek ik met een pelgrim richting de apotheek om Traumeel. Jammer genoeg in Frankrijk niet te verkrijgen. Ik geef haar mijn tube Traumeel en het halve doosje tabletten. Het zou fijn zijn voor te mogen aankomen op haar eindbestemming. Ik vertrouw de weg dat ik deze niet nodig zal hebben. We geven elkander een stevig knuffel. Onze wegen scheiden.  Een vrouw loopt over de weg. Haar lichaamsbouw is voor mij kenbaar. Ik ga naar haar toe.  Idd. de vrouw waar ik vorig jaar in haar huis mocht slapen in Thin le moutier. Kort na mijn vertrek stierf haar man. We zeggen elkander een goede dag. 20 min. Nadien trotseer ik wat stevige hellingen. Af en toe een fiks gevloek. Ik permiteer me dit als uitlaatklep 😉  .
Af en toe mag ik wat bloeiende bloemen zien in de gracht. De forsythia staat er terug stevig bij. De koolzaad velden laten op zich wachten. In Wasigny, een rustpauze onder de XV eeuwse Halle. Een fijn briesje is aanwezig. Een sluier van wolken komt voor de zon. In de vooravond sta ik voor de lachende engel van de Kathedraal van Reims. Ik heb geen zin in een luidruchtige CSI voor de nacht en kies om verder te rijden tot in Cortmontreuil voor een overnachting bij de zusters Clarissen.

Kathedraal van Reims

Kathedraal van Reims

Rocroi

Ham-s-Meuse

Ham-s-Meuse

9 april 2015 – Na een gezellige ontbijt samen met Michèle en Gerard verlaat ik Chooz in een dikke mist. De natuur ontwaakt heel langzaam en de mist trekt stilletjes weg. Na Fumay verlaat ik de Meuse richting Rocroi. Een hevige klim. Het water maakt plaats voor de bossen. Ik hoor Michèle nog zeggen ‘Rocroi of Charleville, maakt geen verschil. Voor beiden moet je een plateau over’. Ik sus mezelf door te zeggen dat dit een goede voorbereiding is voor de eventuele Pyreneeën.  Een hevige klim. Het is fysiek zwaar en met zachtheid probeer ik mezelf deze zware etappes door te brengen. Rond 18u30 kom ik aan in Signy l’Abbaye waar ik nog een onderdak aangeboden krijg bij Mevr. Agnes.

La Meuse

La Meuse

Rosière

Rosière

8  april 2015 – Aan de ontbijt tafel. Een telefoon rinkelt. Père Bruno kijkt af en toe in het rond met zijn hoofd gericht naar het plafond. Zijn handen zijn opzoek. De telefoon. Tevergeefs, onder zijn kleed is het moeilijk te vinden. Na een stevige babbel met een leerkracht die in de abdij komt herbronnen zet ik mijn weg verder richting de Franse grens. Ik voel dat ik me wat meer kan ontspannen.  Langs de Maas staat een vrouw ‘Rosière’ genaamd brood te geven aan de eenden en vissen. Haar accent verraad haar herkomst. (Ze draait haar r zoals ik deze gebruik in de franse taal rrrrr…). Voor Givet verlaat ik de Maas  voor een fietspad tussen hagen. Zonder ik het weet ben ik de grens overgereden. In de zon geniet ik van een picknick en een rustpauze in Givet. Met een leeg hoofd rij ik verlangend verder de laatste kilometers tot in Chooz waar Michèle en Gerard me opwachten. Een warme thuis met lieve mensen waar ik vorig jaar onderdak heb gevonden na een zware dag stappen.

Freÿr

Freÿr

Leffe

Abdij Maredsous

Abdij Maredsous

7 april – 5u30 mijn wekker gaat af.  Na een half uur stap ik met Brigitte de deur uit. Vorst, ik kleed me goed aan.  Het is nog donker, het dorp slaapt nog. Ik geniet van de stilte. Ik voel dat ik nog niet volledig één ben met de weg. Voor Charleroi rij ik terug een weg langs het water. De wegen rond een groot stad zijn niet altijd het mooiste. Zwerfvuil, afschuwelijke slecht onderhouden fabrieksterreinen, onaangename geuren. Ik laat het voor wat het is en geniet van de andere kant, het water.  Na Charleroi geniet ik van een fietsvriendelijke weg (Ravel- genaamd). Af en toe verlaat ik deze voor een dorpje. Een rustpauze en bezoek aan de Abdij van Maredsous. De zon brengt warmte. Terug de fiets op richting het Abdij van Leffe ( hmm, neeneen. Ik drink niet 😉 ) In Anhee kom ik langs de Maas. Aan de andere kant herken ik een huis waar ik Geoffroy vorig jaar heb ontmoet (Pomme de Geoffroy). Een kilometer verder steek ik de Meuse over. Ik twijfel. Ik volg mijn gevoel en ga een 1 km terug om even een goede dag te zeggen.  Een fijn weerzien.  Na een limonade, een babbel rij ik tot het Abdij van Leffe waar Père Bruno me met open armen ontvangt. Na de vespers, een avondmaal met 6 studenten ga ik mijn tweede nacht in op een serene plaats.