Lessines

 

 

 

img_20180404_1248386532111389934856063.jpg

Livierenbos

 

Een zuster sluit de deur achter me. De andere zusters zijn in de mis. De ochtend start langs veldwegen. Lammetjes zijn hoorbaar in de achtergrond, naast mij één… twee rammen en in de verte is een haan hoorbaar. Een lange bosweg neemt me mee door het Livierenbos.
Het gezang van de vogels. Ik sta stil. Mijn ogen sluiten. De wind is voelbaar op mijn wangen. Ik verdwijn in gedachten. De vogels zijn overal hoorbaar. Pimpelmees, koolmezen, vinken en waarschijnlijk nog zoveel meer die ikzelf niet herken. Een diep zucht. Ik open terug mijn ogen. De wind laat fris groene blaadjes dansen.

Lessines. Geboortedorp van kunstschilder René Magritte (1898-1967). Naar het gemeentehuis. Iets wat ik vergeten ben, zijn de verkiezingen eind 2018. Formaliteiten. Oef, die kan ik binnen een paar maanden uitprinten. Lessines en net zoals zovelen steden en dorpen, leeg. Geen kat te zien, lege straten, verlaten winkels. De Sint-Pieterskerk binnen. In de twee kleine zijportalen is een mini tentoonstelling te zien. Een detail op een wit gewaad uit 1890 trekt mijn aandacht. Wat een detaillering. Een waar kunstwerkje. Plots gedonder en een fikse bui. Ik ontsnap aan een onweersbui. Niet ver van de kerk Hôpital Notre-Dame à la Rose. Een ziekenhuis ontstaan in het jaar 1242. Deze was toen volledig zelfbedruipend. Deze plaats was er om de hongerige te spijzen. De dorstige te laven. De zieken bezoeken. De naakten kleden. De daklozen herbergen. De doden begraven. De gevangen verlossen en ook pelgrims kwamen hier over de vloer. Oorspronkelijk wou Lessine hier appartementen op bouwen. Gelukkig zijn er mensen geweest die inzagen dat dit een waar erfgoed was. Wie het hospitaal in Beaune heeft gezien, het is zeker de moeite waard om dit musea te bezoeken. Waar Beaune eerder gericht was op de kamers zie je hier vooral een schat aan medische apparatuur. Ook een waardevolle kruidentuin.

‘Moge uw voeding uw geneesmiddel zijn en uw geneesmiddel uw voeding’,Hipocrates

img_20180404_1934572000115712310253419.jpg

 

 

img_20180404_2048186337478618461791929.jpg

Na Lessines kom ik plots de Sint-Jacob schelp tegen… De weg naar Santiago. Mijn nacht breng ik door in een garage. Een gans atelier. Een babbel met de eigenaar. Voor hij de deuren van zijn huis sluit brengt hij me nog een gieter vol water en een teil. Een fles water en koffie en mag ik nog even zijn toiletten gebruiken.
Ik gebruik wat isomo om op te slapen. Mijn nooddeken erop, daarop mijn matras. Het ijskoud water warmt mijn lichaam op. Met wollen muts en wollensokken kruip ik in mijn dons. De sokken en de muts zullen ervoor zorgen dat mijn lichaam zijn warmte in evenwicht kan houden en ervoor zorg dat ik niet afkoel. Oordopjes in en… Tot morgen.

 

img_20180404_2117159187269805235619102.jpg

 

Zwalm

 

cof

Het is stil in huis. Ik open de deur van de woonkamer. Iemand komt naar beneden. Rocky. Hij kijkt me argwanend aan. Ik hou rekening met zijn houding en ga voorzichtig met hem om. Wanneer ik klaar ben om te vertrekken zie ik dat de deur op slot is. Een stoel, een tafel, de keuken. Ik vul mijn dagboek aan in afwachting dat de grootmoeder of Amber ontwaakt. De ouders zijn al vroeg de deur uit. Rocky blijft aan mijn rechterzijde. Wat is het fijn om te voelen dat er nog veel mensen openstaan voor elkander. Waar een volledig vertrouwen van beide kanten aanwezig mag zijn. Wie durft nog zijn deuren te openen wanneer iemand komt aankloppen en vraagt naar een onderdak voor een veilige nacht. Een warm en waardevol gebaar dat men niet enkel schenkt aan de ander, ook zichzelf hiermee goeds kan doen.

Voor ik volledig de weg op ga, even langs de bakker. Ik kom terug op mijn stappen. In de verte hoor ik roepen ‘daaggg Jasmine’, in een deuropening Amber en haar grootmoeder, ze staat met open armen in de lucht te zwaaien. ‘Daag Amber, daaggg’, roep ik terug.

 

 

Linksonder , de Zwalm. Een man tot aan zijn liesen in het water. ‘Goedemorgen. Wat is er hier te vissen?’, vraag ik de visser. ‘Kleine forellekes, deze zijn nog niet zolang te vinden hier.’ We praten nog wat verder en wensen elkander een goede dag.
De weg neemt me verder mee via de oevers van de Zwalm, sluizen en landwegen. De Vlaamse ardennen. Aan de andere kant van de oever een paaldanseres aan het oefenen rond een boomstronk. Hmm, ik waag me niet. Een mode pop.

Mijn grote teen. Een eerste blaar is voelbaar. Om ze minder te voelen en ze niet de kans te geven zich verder te ontwikkelen, hou ik aandachtig rekening met haar. Mijn rugzak wat lichter gemaakt en een rechte houding aannemen. De blaar zelf laat ik zitten, binnen een paar dagen versterkt ze mijn huid voor de komende tijd.
Mijn knieband liet ik achter bij vrienden. Deze was meer een last, dan goeds. Mijn knieschijf moest hierdoor normaal steun krijgen en pijn verlichten, echter bracht het me een omgekeerde beweging. Zonder voelt het veel beter.

img_20180403_2149592009842044167398402.jpg

Ken en Gaby

 

Een wagen met aanhangwagen komt aangereden. Twee mannen stappen uit. De aanhangwagen ligt vol met metalen vierkanten. Het zien er net vangnetten uit. ‘Amai, dat is sportief’, zegt een wat rijpere man. Gaby heet hij. Samen met zijn compagnon Ken vangen ze ratten. We praten wat over de weg. Het al of niet alleen stappen, de voor en nadelen ervan. Of er eenzaamheid is… Eigenlijk ken ik geen eenzaamheid op de weg, er is zoveel te beleven en zoveel ontmoetingen.

De lucht kleurt af en toe donkergrijs. Op een openvlakte kijk ik hoe de lucht continue verandert en lichtstralen tovert aan de horizon. De wind komt is van de partij. Het landschap is open met veel vergezichten. Tegen de vroege vooravond ben ik in Brakel. Een pauze, anders zou ik die wel eens durven vergeten. Wanneer ik de weg terug verder zet kom ik langs een klooster. Een groot Franciscus beeld staat in een nis van een gevel. Ik bel aan. Een zuster opent de deur en laat me binnen. Zuster overste komt erbij… Ik doe mijn verhaal waarom ik aanbelde… Het Franciscus beeld trok mijn aandacht. Ik kon dit niet aan mij voorbij laten gaan op mijn weg naar Assisi. We kijken elkander aan en plots schieten onze woorden te kort. Ze werden overbodig. Een krachtige energie is voelbaar. De zuster geraakt ontroerd. Vocht komt in haar ogen te staan. Een verfrissende douche voor het avondgebed. Het avondmaal. En we eindigen samen de avond in de woonkamer kijkend naar het nieuws en nadien een avondlied.

 

 

 

 

Ijzerkotmolen

 

img_20180402_2334324633764917636080375.jpg

Munte

Na vier dagen kamperen in eigen huis, een overnachting in een voor mij gekend bed bij vrienden.

Het is fris buiten, mijn muts en handschoenen zijn niet overbodig. Via gekende dorpen zet ik mijn tweede dag in. Het gevoel van volledig weg zijn, is er nog niet ten volle.

Langs de wegen staan vol ontluikende bomen. Lente is op komst. De eerste lente bloeiers zijn aanwezig. Forsythia en krokussen kleuren de bermen geel.

Af en toe wandelen ik langs een frisse zoete geur. De Skimmia. Ik blijf voor de plant staan en laat me bedwelmen door zijn overheerlijke geur.

Van landskouter naar Munte. Op een grote baan, mij niet onbekend, kies ik om rechts af te slaan en een goeie dag te gaan zeggen aan de kleine Lena en haar mama en papa. Een deugddoende pauze.

Altijd wel fijn om je laten te verrassen door de weg, een voordeel van niets vast te zetten en te genieten van wat op je afkomt. Zo kom ik aan in Dikkelvenne en bel ik op het onverwachts aan bij Marleen. De tijd van een koffie, een babbel en hup…

De GR 122 neemt me mee via landelijke wegen richting de Vlaamse ardennen. Naar de avond toe stop ik in een ijzerkotmolen om iets te eten. De tijd is hier stil blijven staan. Een openhaard verwarmt de ruimte en is meer dan welkom. Als ik mijn maaltijd wens te betalen krijg ik te horen ‘met plezier geschonken door het huis, neem ons mee in gebed naar Compostella’. Dit is altijd even wennen wanneer een maaltijd zomaar wordt aangeboden, en toch o zo dankbaar en kan ik het met open armen ontvangen.

Na een half uur stap ik nog verder langs de Zwalm. De avond is in aantocht, tijd om een overnachting te zoeken. Na drie maal aankloppen wordt ik met open armen ontvangen bij Els, Piet en Amber. Rocky een herdershond laat me zonder enig probleem toe in het huis en ontwijkt niet van mijn zijde. Een grote levende knuffel. In de zetel val ik diep inslaap op weg naar…dromenland.

 

img_20180403_0452093274727127599005053.jpg

Zwalm

Pelgrimszegen

img_20180403_0504148995738626880282414.jpg

Jeannette

1 april 2018.

Een bezoek aan mijn bovenbuur vrouw Jeannette. Een bijna 90 jarige (14 april) en in superform voor haar leeftijd. Het daglicht schijnt op haar rechterkant. Haar ogen glinsteren, ‘oh, ik gau nu min cremekarre nie mej hoaren’ (ze bedoelt het geluid van haar deurbel). We krijgen beiden de slappelach. ‘Wa go ik joan missen’… Het raakt me en voor de eerste keer laat ik dit woord toe. Ik vond dit altijd vervelend wanneer me iemand dit me zei, ik duwde dit af. Afhankelijkheid, afscheid… koppelde ik hieraan. Het komt binnen en voor de eerste keer voelt het goed en juist in mijn beleving en kan ik het toelaten. Iemand betekenen voor iemand en vice versa…

Bij een andere buurvrouw Francine. Hebben we een fijn en boeiend gesprek rond geloof en wat het voor elk van ons betekent. Een half uur later zet ik mijn voeten op de Gentse kasseien en de naam van het appartement ‘Esperanza’ verdwijnt om de hoek.

De klokken van de Sint-Baafskathedraal beginnen te luiden voor de paasviering. Vrienden zijn aanwezig. Hartverwarmend. Ook mijn ‘zus’ is er (dochter van mijn moeder haar tweede man), deze winter mama geworden van de kleine Lena. Op het einde van de viering vraagt bisschop Luc Van Looy me naar voor in de overvolle kathedraal voor de pelgrimszegen. ‘Er is hier een hij of is het een zij die naar Compostella vertrekt’… Ik vond dit gepast hij of zij… Noch het een noch het ander, ze voelt het voor mij. Met een rustige en stevige stap komt Mgr Van Looy voor me staan. Mijn ademhaling wordt dieper. Een diep verbonden contact… Zijn handen rusten elk op een schouder. We kijken elkaar aan… Ik sluit mijn ogen… Ik voel een hand op mijn hoofd. Het voelt stevig, beschermend… De zegen… We delen nog wat woorden… In schoonheid en verbonden geraakt…

Na de viering neem ik afscheid van mensen die me genegen zijn. Innige knuffels worden gedeeld. Een kruisje op mijn voorhoofd, een kaartje, een klein geschenk… Een foto. We verlaten samen de kathedraal via de middenbeuk. Nog even een goede dag aan monseigneur. Een stevige hand… ‘Je eindigt je weg terug langs hier’ vraagt de bisschop. ‘Absoluut’, antwoord ik terug.

Een zwaai langs hier, langs daar. Mensen komen me een goede weg wensen. Mensen die geraakt zijn door mijn vertrek. Dankjewel aan jullie die aanwezig waren. Het voelde zo goed. Nogmaals een dikke knuf.

Samen met vier stappers Lut, Koen, Els en Franky zet ik mijn eerste stappen richting Assisi. Een bijzondere ervaring om samen met anderen te stappen. Ideeën, vraag en antwoord worden gewisseld. Via de Schelde verlaten we Gent richting Melle. Aan het station in Gontrode nemen we afscheid. Een groepsfoto en ik zet mijn weg verder door het bos op weg naar vrienden voor mijn eerste overnachting.

img_20180401_2230004013564038682935226.jpg

Kunstenaar en bijenhouder Jef Wynants

de buizerd en de ander

dav

‘Hoi Jasmine, gisteren kwam er plots een pakje uit België in de brievenbus terecht. Ik ben hem nu aan het lezen onder onze cypres in de tuin, heerlijk weertje. Het is een prachtig boek, ik ben helemaal mee op weg, bedankt, het doet mij goed te lezen in je boek dat er mensen zijn die bewust zijn van de kracht van verbinding, van openheid, het doorbreken van je grenzen, in harmonie met zichzelf en de omgeving. We zijn nooit alleen op ons onderweg zijn. Nogmaals bedankt voor dit moment van puur leesgenot en achteraf nog tijd voor bezinning en als fervente wandelaar, nog een avondwandelinggetje en meditatie erboven op.’
‘Het boek kwam toe op het juiste moment. Je hebt talent om jouw lezer in de juiste sfeer, energie en vibe te brengen, dat is echt een gift.’- Griet

“Ik wil je vertellen dat ik genoten heb van jouw boek. Jouw manier om jouw stapervaring, jouw gedachten, ontmoetingen, keuzes, gevoelens,… te delen. Zonder daarbij te langdradig of teveel in ‘therapeutische verklaringen’ te gaan. Discreet. Alhoewel sommige passages hier en daar mijn nieuwsgierigheid opwekten. 😉
Ik vind het een mooi boek. Mooi in zijn vorm. Zo zacht om aan te raken, een genot om het in handen te hebben, open te slaan en te beginnen lezen. Die ‘soft cover’ is écht een goeie keuze 🙂 Mooi binnenin qua lay-out, foto’s, tekeningen. “De schoonheid van jouw ervaringen in schone vorm naar buiten gebracht”, dacht ik zo.
Ik vind het een heel geslaagd, betekenisvol project.” – Christel

‘Genoten van jouw tentoonstelling van foto’s en tekeningen en ook van de sculpturen… Jouw werk raakt me bij momenten zo diep, ik voelde meermaals de emoties opborrelen en… tot mijn verbazing, naarmate ik het einde van het gallerijtje naderde, voelde ik me meer en meer ‘gewassen’… wat ’n prachtig zuiverend effect voor mij van jouw werk’ – Danielle

‘Jasmine, ik lees graag in je boek, telkens weer ben ik benieuwd : “waar zou ze vanavond slapen”? En geleidelijk aan, besef ik wat een avontuur je bent aangegaan, de ontmoetingen, het aankloppen voor een hongertje, dorst, een bed voor de nacht… Een grote onbevangenheid, vertrouwen en openheid komt me tegemoet als ik door je belevenissen struin! Dank je wel, deugddoend!’ – Tania

“Votre livre est très beau… Bien écrit, intéressant, de belles photos et une belle présentation. J’espère pouvoir vous soutenir dans vos objectifs en faisant mon possible pour en vendre. J’essaie de consacrer un peu de temps à la promotion!
Je vous souhaite bien du succès, beaucoup de courage à ces personnes que vous voulez aider. Soyez heureuse!” – Joëlle

Tentoonstelling

‘De buizerd’ is aanwezig tem 4 juni 2017 in de Sint-Jacobskerk Gent.

Je kan er een expo zien van de beelden en illustraties uit het boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’ en beeldhouwwerk van Jef Wynants.

De auteur is aanwezig op 1 mei , 21 -25 -26 -28 mei, 4 juni telkens van 14u tem 18u.

Wens je in een ander weekend de auteur ontmoeten, graag een seintje naar jasmine.debels@gmail.com

Het eerste keer boek over een pelgrimtocht via alle Sint-Jacobskerken in België. In 80 dagen België rond. Een weg verbonden via alle wegen die leiden naar Compostela.

Een boek ten voordele van ALS, om de overlevingsgrens te doorbreken en met de hoop dat een ALS patiënt kan genezen en een volwaardig leven mag leiden.

‘Als de buizerd me de weg wijst’

j_als-de-buizerd_217x217_nl

Het boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’ van Jasmine Debels – een pelgrimstocht doorheen België, ten voordele van onderzoek naar ALS (Amyotrofe Laterale Sclerose)

In 2013 ergens midden de Pyreneeën stop ik langs de baan om een buizerd te bekijken in een rotsflank. Achter mij een waterstroom, een kapel, de Sint Jacobsweg. Mijn eerste ontmoeting met de camino naar Santiago de Compostela. Op 1 april 2014 ben ik – zonder voorbereiding – deze weg gaan wandelen. Mijn startpunt was Namen. Drie maanden later kwam ik aan in Compostela.

Ik had de smaak van het wandelen te pakken gekregen – vooral wat wandelen met zich meebrengt. Een vorm van reizen die me naar rust, stilte, puurheid, harmonie brengt, in verbondenheid met mezelf en de andere, de natuur en het groter geheel.

In de zomer van 2015 wandelde ik een tocht in België – Vlaanderen – waarin ik van de ene Sint-Jacobskerk naar de ander wandelde als opvolger van de camino. Ik was heel nieuwsgierig om het verschil te voelen tussen een weg waar dagelijks duizenden pelgrims zijn en een onbekende pelgrimstocht in eigen land. Hoe de verbinding tussen mensen kon zijn. En zo ontstond, ’40 dagen stappen, 40 dorpen, 40 ontmoetingen met 40 euro in totaal’. Een deel van de tocht ging via het ‘Jacobskerkenpad’, een pad ontstaan om het 25-jarig bestaan van de Vlaamse Compostelagenootschap te vieren.

Als persoon en als pelgrim was voor mij de weg in België niet af zonder dat ik de andere Sint-Jacobskerken in het zuiden van het land had verbonden met de weg die ik had gewandeld. In 2016 ben ik alle Sint-Jacobskerken van Wallonië gaan verbinden met die van Vlaanderen. Zo ontstond er een nieuwe pelgrimsweg, die alle Sint-Jacobskerken in België met elkaar verbindt.

Meer dan duizend kilometer langs GR paden, prachtige natuurgebieden, bossen, velden en waterwegen, met af en toe een been in Nederland, Luxemburg en Frankrijk, op wegen die leiden naar Compostela. Een weg waar grenzen vervagen en waar verbinding ontstaat.

Een weg die ik graag met jullie deel, om via mijn eigen beleving jullie warm te maken voor de weg, jullie weg, een vorm van reizen in bredere zin. Ook om deze tocht de wijde wereld in te sturen in de hoop dat er nog vele mensen mij zullen volgen om op deze manier in ontmoeting te gaan met zichzelf en ook in ontmoeting met het land België en zijn prachtige diverse gebieden en vooral niet te vergeten met de mensen die er leven. Een weg voorbij alle grenzen, in verbinding.
Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS)

Eind 2012 ontmoet ik Alain Verspecht. In 2006 kreeg Alain de eerste symptomen, in 2007 de diagnose ‘ALS’ vastgesteld. Een stille ziekte die zijn leven binnensluipt… Ik ben het leven van Alain beginnen volgen nadat ik – als fotograaf – bij mezelf had stilgestaan bij het waarom van mijn beelden. In plaats van in verre landen te fotograferen bleef ik deze keer dicht bij huis, want ook hier hebben mensen hulp nodig. Het was de eerste keer dat ik in aanraking kwam met ALS.

Na een paar weken Alain in beeld te brengen, kwam ik in contact met Grietje, één van de dochters van Magda Decock (1948-2014) – ook een ALS patiënt. Grietje en haar zussen zagen hoe snel de ziekte impact had op het leven van hun mama. Om die reden vroegen ze me of ik een reportage wou maken van haar. Ik kon er niet aan weerstaan. Al snel kwam ik bij Magda thuis. Magda kon haar armen niet meer gebruiken om me te verwelkomen… dat deed ze met haar glimlach, die was zo groot dat hij alles oversteeg.
Zowel Alain als Magda hebben me elk op hun eigen wijze en met hun eigen zijn veel geleerd en bijgebracht. Ik wou dan ook iets terug doen. Een fotoboek maken over ALS, maar om één of andere reden vloeide het niet en kwam het niet van de grond.
Tot deze zomer me duidelijk werd dat ik geen boek moest maken ‘over ‘ALS maar wel ‘voor’ ALS. En net op dat moment lag een veer van een buizerd aan mijn voeten, als teken van bevestiging. Het eerste zaadje werd gezaaid. De verbinding was gemaakt. En zo is de bal gaan rollen. De tijd was er rijp voor. Mensen kwamen op mijn weg en ik had al heel snel een team achter me, dat me aan het helpen is om dit te verwezenlijken.

Het boek ‘Als de buizerd me de weg wijst’- een pelgrimstocht doorheen België, begon te groeien.

Een boek ten voordele van ALS, om de overlevingsgrens te doorbreken en met de hoop dat een ALS patiënt kan genezen en een volwaardig leven mag leiden.

Het boek zal 192 pagina’s tellen met ongeveer 200 verschillende foto’s. Verder zal er een landkaart van België te zien zijn waar alle Sint-Jacobskerken te zien zullen zijn en een korte beschrijving van de weg, een persoonlijk dagboekverslag en zeven tekeningen. In de middenkatern zullen zwart-wit beelden te zien zijn over Magda en Alain.
De eerste voorstelling van het boek zal gebeuren in de Sint-Jacobskerk in Gent. Nadien zullen er verschillende voorstellingen worden gegeven in het land.
Het boek wordt met veel zorg samengesteld en zal kwalitatief gedrukt worden.

De Ourthe

wp-image-336322105jpg.jpg

Je me plais bien au bord de l’Ourthe. Je suis un sentier direction La Roche. Celui-ci se situe sur l’autre rive et là où passe la GR57. Les canards continuent de flotter calmement lorsque je suis à un demi-mètre d’eux.

Des obstacles m’obligent à marcher sur des rochers se trouvant dans l’eau et de quitter le sentier de terre. Beaucoup d’arbres renversés empêchent le passage, il faut alors choisir: monter et descendre où ramper. Mettre et enlever et remettre le sac à dos… il m’arrive même d’oublier que je le porte sur mon dos, mais heureusement je m’en tire avec juste un peu de peur. Des racines glissantes. Mauvaises estimations de ma longueur de jambes… Un sentier d’aventures, comme si je parcourais un quatre cent mètres haies. Le chemin exige une certaine vigilance. Je prends les obstacles un par un, sans trop de réticences et sans trop d’efforts, tout calmement, c’est presque un jeu. Après deux heures de marche j’ai à peine trois kilomètres dans les jambes. Les mûres me reluquent. Après que Véronique m’ait raconté que les renards aiment les mûres, qu’ils urinent dessus, et qu’il est aujourd’hui défendu de les cueillir pour ne pas propager des maladies, je me retiens. Deux organes atteints par un parasite m’ont suffi. Je les laisse pour ce qu’elles sont et laisse de bon cœur leurs friandises aux renards.

À un certain moment je suis obligée de traverser l’Ourthe car il n’y a plus de passage accessible. Je traverse à contrecourant et espère réussir à me tenir debout. L’eau me rentre dans les souliers. Mon pantalon ne reste pas sec. Au milieu de la rivière j’admire la beauté qui m’entoure. Une oasis de repos.

Réussi. J’ôte mes chaussures, essore mes chaussettes, sèche mes semelles. Pendant ce temps je récupère un peu et mon estomac me demande de la nourriture.

Plus loin, de retour sur la GR57, deux jeunes sur la rive, Julie et Arnaud. Julie a un raton-laveur avec elle. L’animal a atterri un jour sous leur voiture et depuis il est devenu leur compagnon. Quel animal intelligent. Ses petites pattes ressemblent à des doigts et il sait, avec beaucoup d’agilité, charmer Julie.

À Maboge j’ai des doutes sur l’hébergement. La désobligeance de la femme ainsi que le fracas me font choisir de continuer plus loin. Il est presque vingt heures et le soleil du soir est presque disparu derrière les collines. Empruntant une pente de dix-huit pourcent au trot, je me dirige vers La Roche. Je rencontre un cerf… et encore un… cela me redonne du courage. Le soleil est presque couché. Il colore encore les troncs d’arbres de différents tons rougeâtres, comme si le bois était en flammes. Le ciel se colore de teintes mauves et roses. Le soir tombe. Le silence dans le bois est autre que celui du matin. J’arrive juste avant la nuit à La Roche. Je m’endors au-dessus d’une écurie.   

GPX Bestand Engreux – Maboge

La Roche

Ik heb het best wel naar mijn zin aan de oevers van de Ourthe. Ik volg een pad richting La Roche aan de andere kant van de rivier, waar de GR57 ligt. De eenden blijven rustig drijven wanneer ik op een halve meter afstand van hen sta. Hindernissen dwingen me ertoe om van de aardeweg af te wijken en rotsen in het water te bewandelen. Veel ontwortelde bomen verhinderen de doorgang, en dan is het of klimmen en dalen, of kruipen. Rugzak af, op, af… het gebeurt zelfs dat ik vergeet dat ik hem op mijn rug draag en dan kom ik er gelukkig met de schrik vanaf. Gladde wortels. Verkeerd inschatten van mijn beenlengte… Een avontuurlijk pad, alsof ik een vierhonderd meter hordenloop doe. De weg vraagt een zekere waakzaamheid. Eén voor één neem ik de obstakels aan zonder tegenzin en zonder teveel inspanning, in alle rust, het is bijna een spel. Na twee uur stappen heb ik amper drie kilometer in de benen. Braambessen staan naar me te lonken. Nadat Veronique me wist te vertellen dat vossen graag braambessen lusten, ze erop urineren, en er daarom een verbod is gekomen ze te plukken wegens het verspreiden van ziektes, moest ik toch wel even slikken. Twee aangetaste organen door een parasiet zijn wel voldoende geweest. Ik laat de bramen voor wat ze zijn en gun de vossen deze lekkernij.

Op een gegeven moment ben ik genoodzaakt de Ourthe over te steken omdat er geen doorkomen meer aan is. Tegen de stroom in, ga ik er tegenaan in de hoop dat ik recht blijf. Het water loopt in mijn schoenen. Mijn broek blijft niet droog. Middenin de rivier sta ik te kijken naar de schoonheid rondom mij. Een oase van rust. Gelukt! Ik doe mijn schoenen uit, kousen worden uitgewrongen, zolen worden gedroogd. Ondertussen recupereer ik wat en vraagt mijn maag naar voedsel. Verderop terug op de GR57 zitten twee jongeren aan de oever, Julie en Arnaud. Julie heeft een wasbeer bij zich. Het dier was onder hun wagen terecht gekomen, sedertdien is het hun metgezel geworden. Wat een slim dier. Zijn kleine poten zijn net vingers en hij weet met een behendigheid Julie in de ban te krijgen.

In Maboge is er twijfel voor overnachting. De onvriendelijkheid van de vrouw in de gîte en de luidruchtigheid doen me beslissen om verder te stappen. Het is bijna twintig uur en de zon verdwijnt achter de heuvels. Met een klim van wel achttien procent en in draf vertrek ik richting La Roche. Een ontmoeting met een ree… en nog één… geeft me moed. De avondzon is bijna verdwenen. Ze kleurt de boomstammen in verschillende tinten rood en oranje, alsof het bos in vuur en vlam staat. De lucht krijgt paarse en roze schakeringen. Het wordt donker. De stilte in het bos voelt anders aan dan ‘s morgens. Nog net voor de zon volledig ondergaat, kom ik aan in La Roche. Boven een paardenstal val ik in slaap.

 

La Roche

Zwembroekje-Maillot de bain

wp-image-1014753798jpg.jpg

Une forêt de conifères. Un cours d’eau. Le cri de la buse. Un jeu d’ombre entre les arbres. Des feuilles qui dansent. Un doux lit de mousse. Accroupie et immobile je filme une plume blanche. J’entends des pas. Prudemment et en essayant de ne pas faire de bruit, je me retourne.

“Bonjour”, me dit une voix ferme. Un doux visage me regarde. L’homme au maillot de bain rencontré hier en cour de route. Je suis confuse. Comment est-ce possible. Plus tard je regarde mon film. En effet le même homme. En pensée j’essaie de le situer, un berger, un pèlerin, un… un être humain.

Une ampoule sur mon talon demande mon attention. Mes chaussettes sont usées jusqu’au fil. Elles ont pris soins de mes pieds pendant plus de trois mille kilomètres. Le temps est venu d’en mettre des nouvelles.

Treize heures. Devant moi le mémorial Mardasson. Un endroit de commémoration  important, avec une crypte décorée par Ferdinand Léger, un des plus grands peintres français du vingtième siècle. Avec trente-cinq degrés à l’extérieur je recherche la fraicheur au ‘Bastogne War Museum’, un mémorial de la deuxième guerre mondiale vu à travers la Bataille des Ardennes.

Une heure plus tard, direction Bastogne. À part mon ravitaillement, et la visite du musée, il n’y a pas grand-chose à faire, à l’exception des magasins.

Grace à Sylvie, je m’endors en admirant le ciel étoilé sous la grande coupole du petit séminaire, de l’ancienne abbaye.

GPX Bestanden Villers-La-Bonne-Eau – Bourcy

Zwembroekje

Een naaldbos. Een riviertje. Het gekrijs van de buizerd. Een schaduwspel tussen de bomen. Dansende bladeren. Een zacht bed van mos. Gehurkt en niet bewegend maak ik een filmpje van een witte pluim. Ik hoor stappen. Voorzichtig en zo stil mogelijk kijk ik op. “Bonjour”, hoor ik met een al meer zelfverzekerde stem. Een zacht gelaat kijkt me aan. De man met het zwembroekje die ik gisteren op de weg heb ontmoet. Ik raak in de war. Euh, hoe is dit mogelijk? Later bekijk ik mijn filmpje. Inderdaad dezelfde man. Mijn denken probeert het in vakjes te plaatsen: een herder, een pelgrim, een …. een mens.

Een blaas op mijn hiel vraagt mijn aandacht. Mijn kousen zijn versleten tot op de draad. Meer dan drieduizend kilometer hebben ze goed zorg gedragen voor mijn voeten. Tijd voor andere. Dertien uur. Vóór mij het Mémorial du Mardasson. Een belangrijke gedenkplaats met een crypte versierd door Ferdinand Léger, één van de belangrijkste Franse schilders van de twintigste eeuw. Bij vijfendertig graden zoek ik de koelte op van het ‘Bastogne War Museum’, een herdenkingscentrum gewijd aan de Tweede Wereldoorlog, met als focus de Slag om de Ardennen.

Na veertien uur, richting Bastogne. Behalve winkels om proviand te zoeken en een museum valt hier verder niets te beleven. Onder een grote koepel, in het kleine seminarie, in de vroegere abdij, val ik in slaap met zicht op de sterrenhemel. Bedankt Sylvie.

 

 

Le Noble Silence/Nobele stilte

wp-image-1985994360jpg.jpg

En faisant signe de la main je quitte la maison de Françoise et Antoine. Je repars vers l’église de Saint-Donat. Les sauveurs (personnes qui viennent en aide aux pompiers quand ceux-ci ne parviennent pas à atteindre un certain endroit) font des exercices. Sur le sol de nombreux mètres de corde, des mousquetons, des câbles…

Direction Houffalize par la GR15, jouant avec la frontière Belgique-Luxembourg. Je demande au facteur quelle route suivre pour quitter la ville. “Tout droit, au feu à droite, au rondpoint à gauche et puis…” Un peu plus loin un homme crie: “Vous y allez ou vous revenez?” Je me retourne, “Oh, j’y vais, j’en viens, j’en viens, j’y vais. Une continuité. Le chemin ne s’arrête jamais monsieur.” Je lève la main et lui fait signe. Je traverse plusieurs villages. Beaucoup de grandes fermes sont restaurées.

Dans le bois règne un silence immense. Le ‘Noble Silence’ continue. Il n’y a pas âme qui vive. Une plaine ouverte. Le soleil est haut, la chaleur de la terre reflète sur ma peau. Un champ de fougères. Je ferme les yeux et fais le silence en moi. Je sens mes pores s’ouvrir, une piqure sur mon mollet me démange, les bretelles de mon sac à dos frottent sur ma peau. Le bruit des criquets. Les muriers et les différents conifères répandent une agréable odeur douce. Un souvenir. Le sud de la France, la France dans mon propre pays. Au loin, derrière moi l’église Saint-Martin de Arlon est encore visible. Une église identique se trouve à Ostende. Les deux furent construites sur ordre du roi Léopold II et évoquent les deux points extrêmes du pays. Un lièvre saute dans ma direction. Je reste sur place, jusqu’à ce que le lièvre me remarque. Avec son petit derrière pelucheux il saute en l’air, fait un quart de tour et disparait à toute vitesse dans le bois. Il y a aussi une martre. Encore une heure de marche pour atteindre Martelange.

Enfin un premier établissement où on peut boire. Il est six heures moins le quart, le soleil commence à se coucher. Deux voitures. Un grand parking. À la fenêtre la pancarte ‘ouvert’.

Ouf! Je vois déjà un grand verre frais devant mes yeux… à l’intérieur des chaises noires brillantes. Une femme moitié-nue. Un homme au comptoir. À l’étage j’entends le plancher craquer. Ce n’est pas un café, pas une brasserie… un bar. Je sors mon journal. Une femme à moitié nue me sert calmement un verre de jus de fruit. Sa peau à l’air jeune, ses gestes sont doux. Pas banal un pèlerin qui écrit son journal dans un salon de prostitution. Mes jambes et mon corps sont contents de se reposer un peu.

À Martelange je passe devant une maison dont la porte d’entrée est ouverte. Le bruit de la vaisselle. Je fais un pas en arrière et suis mon intuition. Une question, y a-t-il encore un couvent dans les environs où je pourrais passer la nuit. Une invitation spontanée s’en suit. Je reste en compagnie de Véronique et Daniel dans la cuisine jusqu’à minuit. La conversation est intense et intéressante. Merci de votre franchise.

GPX Bestanden Arlon – Martelange

Nobele Stilte

Al zwaaiend verlaat ik het huis van Françoise en Antoine. Terug naar de kerk van Saint-Donat. Les sauveurs, de mannen die in noodsituatie de brandweer bijstaan op plaatsen waar de brandweer niet bij kan, zijn aan het oefenen. Op de grond, meters touwen, karabijnhaken, kabels…

Via de GR15 richting Houffalize, spelend met de grens België-Luxemburg. Aan een postbode vraag ik de weg om de stad te verlaten. “Rechtdoor, aan de lichten rechts, rondpunt links, et puis…” Verderop roept een man: “Vous y allez ou vous revenez?” Ik draai me om, “Oh, j’y vais, j’en viens, j’en viens, j’y vais. Une continuité. Le chemin ne s’arrête jamais, monsieur.” Ik steek mijn hand op en zwaai. Ik kruis een paar dorpen. Veel grote gerestaureerde hoeves.

In het bos heerst en immense stilte. Le ‘Noble Silence’ continue. Geen mens te zien. Een open vlakte. De zon staat hoog, de warmte van de aarde straalt op mijn huid. Een veld van varens. Ik sluit mijn ogen en maak het stil in mij. Ik voel mijn poriën die zich openen, een beet op mijn kuit jeukt, mijn rugzakriemen schuren langs mijn huid. Het geluid van krekels. De braambesstruiken en de naaldbomen verspreiden een aangename zoete geur. Een herinnering. Zuid-Frankrijk, Frankrijk in eigen land. Achter mij in de verte is de kerk van Saint-Martin in Arlon nog zichtbaar. Een identieke kerk staat in Oostende. Beiden werden gebouwd in opdracht van Koning Leopold II en verwijzen naar de twee uitersten in ons land. Een haas huppelt in mijn richting. Ik bevries, tot de haas me plots ziet. Met zijn pluizig kontje omhoog, springt hij een kwartdraai in de lucht en verdwijnt met snelheid het bos in. Ook een marter is van de partij. Nog ongeveer een uur te wandelen naar Martelange. Eindelijk een eerste drankgelegenheid. Het is kwart over zes, de zon gaat stilletjes onder. Twee wagens. Een grote parking. Aan een venster hangt ‘ouvert’. Oef! Ik zie al een groot fris glas voor me staan. Binnen blinkende zwarte stoelen. Een vrouw halfnaakt. Een man aan de toonbank. Boven hoor ik de vloer kraken. Geen café, geen brasserie… een bar. Ik haal mijn dagboek boven. De halfnaakte vrouw serveert me in alle rust een glas fruitsap. Haar huid ziet er jong uit, haar gebaren zijn zacht. Niet alledaags: een pelgrim die haar verhaal schrijft in een huis van plezier. Mijn benen en mijn lichaam zijn blij even te mogen uitrusten.

In Martelange kom ik langs een huis waar de voordeur open staat. Het geluid van de afwas. Ik neem één stap terug in achterwaartse richting en volg mijn gevoel. Ik vraag of er nog een klooster in de buurt is voor een overnachting. Een spontane uitnodiging volgt. Tot middernacht zit ik met Veronique en Daniël in de keuken, intense en rijke gesprekken. Bedankt voor jullie openheid.